De nieuwe echtscheidingswet
|
EOT: mogelijk na 3 maand huwelijk |
|
de hervorming van het
echtscheidingsrecht, gecoördineerde tekst, en vergelijkende tabel
tussen de oude en de nieuwe wet
de EOT in het nieuwe echtscheidingsrecht
De echtscheiding op grond van de onherstelbare ontwrichting (EOO)
de echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting op grond van
feiten
de echtscheiding op grond van de onherstelbare ontwrichting van het
huwelijk middels gezamenlijke verklaring der echtgenoten
de echtscheiding op basis van onherstelbare ontwrichting middels een
aanvraag gedaan door één echtgenoot alleen
voorlopige maatregelen in de nieuwe echtscheidingswet
vereffening verdeling van de huwgemeenschap tijdens de
echtscheidingsprocedure in het kader van de nieuwe echtscheidingswet
echtscheidingsprocedure tegen een geestesgestoorde
de kosten van
de echtscheidingsprocedure in het kader van de nieuwe
echtscheidingswet
de nieuwe
echtscheidingswet overgangsrecht
de toepassing van de oude echtscheidingswet op de hangende echtscheidingsprocedures in hoger beroep
exceptie van verzoening en het nieuwe echtscheidingsrecht
huwelijksvoordelen in het nieuwe echtscheidingsrecht
schuld en fout in het nieuwe echtscheidingsrecht
overspel en het nieuwe echtscheidingsrecht
persoonlijk onderhoudsgeld in de nieuwe echtscheidingswet
rechtsmiddelen tegen een echtscheidingsvonnis
de bemiddeling en de nieuwe echtscheidingswet
EOT met gewaarborgde tewerkstelling
provisionele onderhoudsuitkering na echtscheiding
de persoonlijke verschijning van partijen in de echtscheidingsprocedure
tijdstip ontbinding huwelijk en de nieuwe echtscheidingswet
de toepassing van de oude echtscheidingswet op de hangende echtscheidingsprocedures in hoger beroep
vereiste van betekening bij echtscheidingsvonnissen
Modellen
een model tot dagvaarding in echtscheiding kan u per mail aanvragen
op elfri@elfri.be (kostprijs
25 euro)
een model verzoekschrift in echtscheiding kan u per mail aanvragen op elfri@elfri.be (kostprijs 25 euro)
algemeen
schuld en onschuld en echtscheiding
echtscheiding: Advocatenkantoor Elfri De Neve
hervorming van het echtscheidingsrecht
overlijden tijdens echtscheiding
echtscheiding: gevolgen op het vlak van het sociaal statuut der zelfstandigen
vereiste van betekening bij echtscheidingsvonnissen
advocatenkantoor Elfri De Neve Advocaat bemiddelaar in familiezaken
wat is bemiddeling in familiezaken scheidingsbemiddeling
echtscheiding met een gedeeltelijk akkoord
echtscheiding in volledig akkoord
wijziging van de maatregelen mbt de kinderen na echtscheiding onderlinge toestemming
wijziging verblijfsregeling van de kinderen
wijziging EOT tijdens de procedure
herziening van onderhoudsgeld voor de kinderen bij EOT
EOT met gewaarborgde tewerkstelling
uitwerking EOT in de tijd bij erfrecht: de EOT geldt vanaf het rekwest
echtscheiding op grond van feiten
de toepassing van de oude echtscheidingswet op de hangende echtscheidingsprocedures in hoger beroep
echtscheiding op grond van bepaalde feiten
wat zijn de redenen tot echtscheiding op grond van bepaalde feiten?
echtscheiding en bewijs door geschriften
echtscheiding en godsdienst, sekten en geloof
wie het huis verlaat verliest zijn recht
echtscheiding en belediging een anecdote
hoe gebeurt een vaststelling overspel
is overspel steeds een grond van echtscheiding?
de procedure vaststelling overspel nader toegelicht
erotisch chatten en Erotische e-mails en echtscheiding
echtscheiding en bandopnames
terugvordering van een provisioneel onderhoudsgeld
homoseksualiteit en echtscheiding
conventionele onderhoudsgelden na echtscheiding op grond van bepaalde feiten
onderhoudplicht tussen echtgenoten tijdens de echtscheidingsprocedure en het foutbegrip
echtscheiding op grond van feitelijke scheiding
echtscheiding op grond van feitelijke scheiding van meer dan 2 jaar
echtscheiding op grond van feitelijke scheiding en schuldvermoeden
overeenkomst tot feitelijke scheiding
voorlopige maatregelen
dringende en voorlopige maatregelen voor de vrederechter
tijdelijke afzonderlijke woonst
tijdelijke afzonderlijke woonst: het einde van de samenwoonst
voorlopige maatregelen bij echtscheiding een samenvatting
onderhoudplicht tussen echtgenoten tijdens de echtscheidingsprocedure en het foutbegrip
onderhoudsplicht voor kinderen en gebrek aan respect
onderhoudsverplichting en IPR uitvoeren van buitenlandse beslissingen
geloofsovertuiging en voorlopige maatregelen
provisionele onderhoudsuitkering na echtscheiding
vervreemdingsverbod bij voorlopige en dringende maatregel
verschil
tussen vereffen en verdelen vereffening en verdeling
tijdstip van de
echtscheiding
vereffening en verdeling van de huwgemeenschap samengevat
preferentiële toewijzing gezinswoning: kosten
schenkingen tussen echtgenoten zijn steeds herroepbaar
de herroeping van de huwelijksvoordelen
de onderhoudsplicht van de begiftigde
behoort het cliënteel van een vrij beroep tot het gemeenschappelijk vermogen?
herroeping van de schenkingen tussen echtgenoten
wijziging huwelijkscontract en schuldeisers
schuldeisers en gemeenschappelijk vermogen
levensverzekering en gemeenschapsstelsel
levensverzekering en groepsverzekering bij echtscheiding
Vereffening verdeling en aandelen of vennootschappen
vergoeding voor arbeid bij vereffening-verdeling
minnelijke vereffening-verdeling
vergoedingsrekeningen en recht op interest
overlijden tijdens echtscheiding
recht op terugneming bij vereffening verdeling van de huwgemeenschap
waarde van de goodwill van de onderneming
waardebepaling van de onderneming
waarde van cliënteel
vereffening verdeling en vergoedingsrekening na investeringen in onroerend goed
aanrekening van de onderhoudsbijdrage in het raam van de vereffening verdeling
gedeeltelijke vereffening-verdeling
verdeling van een in het buitenland gelegen onroerend goed
bewijsregels in het huwelijksvermogensrecht
stelsel van algehele gemeenschap
vervallenverklaring van de schenking door het wegvallen van de doorslaggevende beweegreden
juwelen en vereffening verdeling van de huwgemeenschap, juwelen en echtscheiding
vereffening-verdeling van het huwelijksvermogensstelsel volledig
overzicht
postcommunautaire onverdeeldheid
Eerst de rekeningen leeghalen, dan scheiden. Wie eerst komt eerst
maalt, onzin, interpretatie of harde realiteit voor de slordige
procespartij
interesten bij vereffening-verdeling
meerwaarden bij
vereffening-verdeling
waardebepaling
bij vereffening-verdeling
vergoedingsrekeningen bij vereffening-verdeling
gemeenschappelijke schulden in het wettelijk stelsel
eigen schulden in het wettelijk stelsel
vereffening-verdeling van personen gehuwd voor 28
september 1976
oude huwelijkscontracten
primair
huwelijksvermogensstelsel
secundair
huwelijksvermogensstelsel
primair
huwelijksvermogensstelsel
secundair
huwelijksvermogensstelsel
overzichtspagina vereffening-verdeling
gedetailleerde toelichting bij de gevolgde procedure
vereffening-verdeling
lijst met nuttige documenten bij de vereffening-verdeling
proces-verbaal van de opening der werkzaamheden
incidenten bij
de vereffening-verdeling
staat van vereffening
proces-verbaal van
zwarigheden
vereffening-verdeling wettelijke bepalingen
vereffening-verdeling
toelichting
kostprijs van een kind
hoelang onderhoudsgeld betalen voor de kinderen
onderhoudsgeld en onwaardigheid
hoe ervaren kinderen een echtscheiding en kinderen in een nieuw samengesteld gezin
bezoekrecht, omgangsrecht en recht op persoonlijk contact: overzichtspagina
wie krijgt het hoofdverblijf over de kinderen
sociaal onderzoek met betrekking tot de kinderen
ouderlijk gezag
(na de wetswijziging van
18/07/06)
exclusieve
uitoefening ouderlijk gezag
sancties bij het niet
respecteren van het bezoekrecht (recht op persoonlijk contact)
bezoekrecht versus betaling onderhoudsgeld
omgangsrecht en onderhoudsgeld
wijziging voorlopige maatregelen in kortgeding
adressen neutrale bezoekruimte
sanctie bij het niet eerbiedigen van het omgangsrecht
niet afgeven van een kind door de ene ouder aan de andere
overzicht van diverse sancties bij weigering omgangsrecht (vroeger bezoekrecht)
niet afgifte van de kinderen door andere personen dan de ouders
uitbreiding termijn betwisting vaderschap
omgangsregeling voor kinderen wanneer één van de ouders in het buitenland verblijft
onderhoudsgeld voor kinderen en leefloon: taak van het OCMW
machtiging om kinderen mee te nemen naar het buitenland
onderhoudsplicht voor kinderen en gebrek aan respect
blijvende saisine van de kortgedingrechter
blijvende saisine van de de jeugdrechter
bevoegde rechter ouderlijk gezag
fiscale aftrekbaarheid kind ten laste bij verblijfsco-ouderschap
onderhoudsgeld verschuldigd door de vermoedelijke vader
de bevordering van de erfrechtelijke bescherming van buitenhuwelijkse kinderen
is incest
strafbaar ?
seksuele meerderjarigheid
rechtstreekse betaling van de onderhoudsgelden aan de kinderen
kinderbijslag en co-ouderschapkinderbijslag en co-ouderschap
fiscale aftrekbaarheid kind en kind ten laste
sociaal onderzoek met betrekking tot de kinderen
wijziging verblijfsregeling van de kinderen
rechtsbekwaamheid van minderjarigen
leeftijd van het kind als criterium van de verblijfsregeling
elektronisch identiteitskaart voor kinderen
onderhoudsgeld verschuldigd door de vermoedelijke vader
provisionele onderhoudsuitkering na echtscheiding
toepasselijke wet onderhoudsgeld kinderen
echtscheiding en fiscus een samenvatting
feitelijke scheiding en belasting
echtscheiding voor gepensioneerden
echtscheiding en pensioenrechten
pensioenrechten bij scheiding, samenwonen en overlijden
Sociaal statuut
echtscheiding: gevolgen op het vlak van het sociaal statuut der zelfstandigen
concubinaat en rechten op de huurwoning een bijzit buitenzetten
verdeling van de goederen bij einde van de samenwoonst
tontine
en beding van aanwas
verschil tussen tontine en beding van aanwas
rechtsgeldigheid van beding van aanwas
tontine
praktisch bekeken
opzegbaarheid van tontine en beding van aanwas
tontine en beslag
de huur als (on)deelbare verbintenis
erfrecht van de langstlevende samenwonende
opzeg van de huur door één van de samenwonenden bij de beëindiging van de samenwoonst
dringende en voorlopige maatregelen tussen wettelijk samenwonenden
dringende en voorlopige maatregelen tussen feitelijk
samenwonenden
vermogensconflicten bij de beëindiging van het concubinaat
27 APRIL 2007
Wet betreffende de hervorming van de echtscheiding
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78
van de Grondwet.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek
Art. 2. Artikel 229 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van
28 oktober 1974, wordt vervangen als volgt :
« Art. 229. § 1. De echtscheiding wordt uitgesproken wanneer de rechter
vaststelt dat het huwelijk onherstelbaar ontwricht is. Het huwelijk is
onherstelbaar ontwricht wanneer de voortzetting van het samenleven
tussen de echtgenoten en de hervatting ervan redelijkerwijs onmogelijk
is geworden ingevolge die ontwrichting. Het bewijs van de onherstelbare
ontwrichting kan met alle wettelijke middelen worden geleverd.
§ 2. De onherstelbare ontwrichting bestaat wanneer de aanvraag
gezamenlijk wordt gedaan door de twee echtgenoten, na meer dan zes
maanden feitelijk gescheiden te zijn of wanneer de aanvraag tot tweemaal
toe werd gedaan overeenkomstig artikel 1255, § 1, van het Gerechtelijk
Wetboek.
§ 3. De onherstelbare ontwrichting bestaat ook wanneer de aanvraag wordt
gedaan door één enkele echtgenoot na meer dan één jaar feitelijke
scheiding of wanneer de aanvraag tot tweemaal toe werd gedaan
overeenkomstig artikel 1255, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek. »
Art. 3. Artikel 230 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 28
oktober 1974, wordt hersteld in de volgende lezing :
« Art. 230. De echtgenoten kunnen ook door onderlinge toestemming uit de
echt scheiden volgens de voorwaarden die vastgesteld zijn in deel IV,
boek IV, hoofdstuk XI, afdeling 2, van het Gerechtelijk Wetboek. »
Art. 4. In hetzelfde Wetboek worden opgeheven :
1° artikel 231;
2° artikel 232, hersteld bij de wet van 1 juli 1974 en gewijzigd bij de
wetten van 2 december 1982 en 16 april 2000;
3° artikel 233;
4° artikel 275, vervangen bij de wet van 20 november 1969 en gewijzigd
bij de wetten van 19 januari 1990 en 20 mei 1997;
5° artikel 276, vervangen bij de wet van 20 mei 1997.
Art. 5. Artikel 299 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
« Art. 299. Behoudens overeenkomst in tegenovergestelde zin verliezen de
echtgenoten alle voordelen die ze elkaar bij huwelijksovereenkomst en
sinds het aangaan van het huwelijk hebben toegekend. ».
Art. 6. Artikel 300 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 14
juli 1976, wordt opgeheven.
Art. 7. Artikel 301 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 9
juli 1975 en gewijzigd bij de wet van 20 mei 1997, wordt vervangen als
volgt :
« Art. 301. § 1. Onverminderd artikel 1257 van het Gerechtelijk Wetboek
kunnen de echtgenoten op elk ogenblik overeenkomen omtrent de eventuele
uitkering tot levensonderhoud, het bedrag ervan en de nadere regels
volgens welke het overeengekomen bedrag zal kunnen worden herzien.
§ 2. Bij gebrek aan overeenkomst zoals bedoeld in § 1, kan de rechtbank
in het vonnis dat de echtscheiding uitspreekt of bij een latere
beslissing, op verzoek van de behoeftige echtgenoot een uitkering tot
levensonderhoud toestaan ten laste van de andere echtgenoot.
De rechtbank kan het verzoek om een uitkering weigeren indien de
verweerder bewijst dat verzoeker een zware fout heeft begaan die de
voortzetting van de samenleving onmogelijk heeft gemaakt.
In geen geval wordt de uitkering tot levensonderhoud toegekend aan de
echtgenoot die schuldig werd bevonden aan een in de artikelen 375, 398
tot 400, 402, 403 of 405 van het Strafwetboek bedoeld feit dat is
gepleegd tegen de persoon van de verweerder of aan een poging tot het
plegen van een in de artikelen 375, 393, 394 of 397 van hetzelfde
Wetboek bedoeld feit tegen diezelfde persoon.
In afwijking van artikel 4 van de voorafgaande titel van het Wetboek van
strafvordering kan de rechter in afwachting dat de beslissing over de
strafvordering in kracht van gewijsde is getreden, aan de verzoeker een
provisionele uitkering toekennen, hierbij rekening houdend met alle
omstandigheden van de zaak. Hij kan het toekennen van deze provisionele
uitkering ondergeschikt maken aan het stellen van een waarborg die hij
bepaalt en waarvoor hij de nadere regels vaststelt.
§ 3. De rechtbank legt het bedrag van de onderhoudsuitkering vast die
ten minste de staat van behoefte van de uitkeringsgerechtigde moet
dekken.
De rechtbank houdt rekening met de inkomsten en mogelijkheden van de
echtgenoten en met de aanzienlijke terugval van de economische situatie
van de uitkeringsgerechtigde. Om die terugval te waarderen, baseert de
rechter zich met name op de duur van het huwelijk, de leeftijd van
partijen, hun gedrag tijdens het huwelijk inzake de organisatie van hun
noden en het ten laste nemen van de kinderen tijdens het samenleven of
daarna. De rechter kan indien nodig beslissen dat de uitkering
degressief zal zijn en in welke mate.
De onderhoudsuitkering mag niet hoger liggen dan een derde van het
inkomen van de uitkeringsplichtige echtgenoot.
§ 4. De duur van de uitkering mag niet langer zijn dan die van het
huwelijk.
In geval van buitengewone omstandigheden, kan de rechtbank de termijn
verlengen, indien de uitkeringsgerechtigde aantoont dat hij bij het
verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn, om redenen
onafhankelijk van zijn wil, nog steeds in staat van behoefte verkeert.
In dit geval beantwoordt het bedrag van de uitkering aan het bedrag dat
noodzakelijk is om de staat van behoefte van de uitkeringsgerechtigde te
dekken.
§ 5. Indien de verweerder aantoont dat de staat van behoefte van
verzoeker het gevolg is van een eenzijdig door deze laatste genomen
beslissing en zonder dat de noden van de familie deze keuze
gerechtvaardigd hebben, kan hij worden ontheven van het betalen van de
uitkering of slechts verplicht worden tot het betalen van een
verminderde uitkering.
§ 6. De rechtbank die de uitkering toekent, stelt vast dat deze van
rechtswege aangepast wordt aan de schommelingen van het indexcijfer van
de consumptieprijzen.
Het basisbedrag van de uitkering stemt overeen met het indexcijfer van
de consumptieprijzen van de maand gedurende welke het vonnis of het
arrest dat de echtscheiding uitspreekt, kracht van gewijsde heeft
verkregen, tenzij de rechtbank er anders over beslist. Om de twaalf
maanden wordt het bedrag van de uitkering van rechtswege aangepast in
verhouding tot de verhoging of de verlaging van het indexcijfer van de
consumptieprijzen van de overeenstemmende maand.
Deze wijzigingen worden op de uitkeringen toegepast vanaf de vervaldag
die volgt op de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het in
aanmerking te nemen nieuwe indexcijfer.
De rechtbank kan nochtans in bepaalde omstandigheden een ander systeem
van aanpassing van de uitkering aan de kosten van levensonderhoud
toepassen.
§ 7. Zelfs in geval van echtscheiding door onderlinge toestemming, en
uitgezonderd indien de partijen in dat geval uitdrukkelijk het
tegenovergestelde zijn overeengekomen, kan de rechtbank de uitkering
verhogen, verminderen of afschaffen in het vonnis dat de echtscheiding
uitspreekt of door een latere beslissing, indien ten gevolge van nieuwe
omstandigheden onafhankelijk van de wil van de partijen het bedrag ervan
niet meer aangepast is.
Indien ten gevolge van de ontbinding van het huwelijk, de vereffening en
verdeling van het gemeenschappelijk vermogen of van de onverdeeldheid
die tussen de echtgenoten bestond, aanleiding geeft tot een wijziging
van hun financiële toestand, die een aanpassing rechtvaardigt van de
uitkering tot levensonderhoud welke het voorwerp was van een vonnis of
overeenkomst, gewezen of gesloten vóór de opmaak van de
vereffeningsrekeningen, kan de rechtbank eveneens de uitkering
aanpassen, tenzij in geval van echtscheiding door onderlinge
toestemming.
§ 8. De uitkering kan op elk ogenblik worden vervangen door een kapitaal
mits een door de rechtbank gehomologeerd akkoord tussen de partijen. Op
verzoek van de uitkeringsplichtige, kan de rechtbank eveneens op elk
ogenblik de omzetting in een kapitaal toestaan.
§ 9. De echtgenoten kunnen voor de ontbinding van het huwelijk geen
afstand doen van de rechten op een uitkering tot levensonderhoud.
Zij mogen in de loop van de procedure evenwel tot een vergelijk komen
over het bedrag van die uitkering, met inachtneming van de in artikel
1257 van het Gerechtelijk Wetboek gestelde voorwaarden.
§ 10. De uitkering is niet meer verschuldigd bij overlijden van de
uitkeringsplichtige, maar de uitkeringsgerechtigde mag levensonderhoud
vorderen ten laste van de nalatenschap volgens de in artikel 205bis, §§
2, 3, 4 en 5, bepaalde voorwaarden.
De uitkering eindigt in ieder geval definitief in geval van een nieuw
huwelijk van de uitkeringsgerechtigde of op het ogenblik waarop deze
laatste een verklaring van wettelijke samenwoning doet, tenzij de
partijen anders overeenkomen.
De rechter kan de onderhoudsverplichting beëindigen wanneer de
uitkeringsgerechtigde samenleeft met een andere persoon als waren zij
gehuwd.
§ 11. De rechtbank kan beslissen dat in geval de uitkeringsplichtige
zijn verplichting tot betaling niet nakomt, het de uitkeringsgerechtigde
toegestaan is diens inkomsten of diens goederen die hij overeenkomstig
hun huwelijksvermogensstelsel beheert, alsmede alle andere bedragen die
hem door derden verschuldigd zijn, in ontvangst te nemen.
Deze beslissing kan worden tegengeworpen aan elke derde, huidige of
toekomstige schuldenaar, op grond van de kennisgeving ervan die hen door
de griffier gedaan wordt op verzoek van de eiser.
§ 12. De rechtbank die een uitspraak doet inzake een uitkering tot
levensonderhoud mag ambtshalve de voorlopige uitvoering van de
beslissing bevelen. »
Art. 8. Artikel 301bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 9
juli 1975 en gewijzigd bij de wet van 20 mei 1997, wordt opgeheven.
Art. 9. In artikel 302 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van
13 april 1995, worden de woorden "een overeenkomst tussen partijen die
behoorlijk werd bekrachtigd zoals bepaald is in artikel 1258" vervangen
door de woorden "een overeenkomst tussen partijen die gehomologeerd werd
zoals bepaald is in artikel 1256".
Art. 10. In artikel 304 van hetzelfde Wetboek wordt het woord
"toegestane" vervangen door het woord "uitgesproken".
Art. 11. In hetzelfde Wetboek worden opgeheven :
1° artikel 306, hersteld bij de wet van 1 juli 1974;
2° artikel 307, hersteld bij de wet van 1 juli 1974 en gewijzigd bij de
wet van 14 juli 1976;
3° artikel 307bis, ingevoegd bij de wet van 1 juli 1974.
Art. 12. Artikel 308 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 15
december 1949, hersteld bij de wet van 27 januari 1960 en gewijzigd bij
de wet van 27 juni 1960, wordt vervangen als volgt :
« Art. 308. Na uitspraak van de scheiding van tafel en bed blijft de
plicht van hulp bestaan. » .
Art. 13. Artikel 311bis van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van
8 april 1965 en gewijzigd bij de wetten van 14 juli 1976 en 20 mei 1997,
wordt vervangen als volgt :
« Art. 311bis. De artikelen 229, 299, 302 en 304 van hetzelfde Wetboek
zijn van toepassing bij scheiding van tafel en bed. » .
Art. 14. In artikel 316bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet
van 1 juli 2006, worden de woorden "1258, § 2" vervangen door het getal
"1256".
Art. 15. In artikel 1428 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van
14 juli 1976 en gewijzigd bij de wet van 29 april 2001, worden de
woorden "vermeld in de artikelen 229, 231 en 232" vervangen door de
woorden "vermeld in artikel 229".
Art. 16. In artikel 1429, eerste lid van hetzelfde Wetboek, vervangen
bij de wet van 14 juli 1976, worden de woorden "vermeld in de artikelen
229, 231 en 232" vervangen door de woorden "vermeld in artikel 229".
Art. 17. Artikel 1447, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij
de wet van 14 juli 1976 en gewijzigd bij de wet van 28 januari 2003,
wordt vervangen als volgt :
« Behoudens uitzonderlijke omstandigheden wordt het verzoek ingewilligd
dat uitgaat van de echtgenoot die slachtoffer is van een feit als
bedoeld in de artikelen 375, 398 tot 400, 402, 403 of 405 van het
Strafwetboek of van een poging tot een feit als bedoeld in de artikelen
375, 393, 394 of 397 van hetzelfde Wetboek, wanneer de andere echtgenoot
uit dien hoofde is veroordeeld bij een in kracht van gewijsde gegane
beslissing. ».
Art. 18. In artikel 1459, eerste lid van hetzelfde Wetboek, vervangen
bij de wet van 14 juli 1976, worden de woorden "vermeld in de artikelen
229, 231 en 232" vervangen door de woorden "vermeld in artikel 229".
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
Art. 19. In artikel 628, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek worden de
woorden "op grond van bepaalde feiten of een vordering tot omzetting van
de scheiding van tafel en bed in echtscheiding" vervangen door de
woorden "op grond van onherstelbare ontwrichting".
Art. 20. In artikel 1016bis, eerste lid, van hetzelfde Wetboek,
ingevoegd bij de wet van 20 mei 1987, vervallen de woorden "als grond
tot echtscheiding".
Art. 21. In boek IV, hoofdstuk XI, van het vierde deel van hetzelfde
Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het opschrift van afdeling I wordt vervangen als volgt :
« Afdeling I - De echtscheiding op grond van onherstelbare
ontwrichting";
2° afdeling IV wordt opgeheven.
Art. 22. Artikel 1254 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30
juni 1994 en gewijzigd bij de wet van 20 mei 1997, wordt vervangen als
volgt :
« Art. 1254. § 1. Tenzij ze is gegrond op artikel 229, § 1, van het
Burgerlijk Wetboek, kan de vordering wegens onherstelbare ontwrichting
worden ingesteld bij verzoekschrift zoals bepaald in de artikelen
1034bis en volgende.
Naast de gewoonlijke vermeldingen waaronder de identiteit van de
betrokken partijen bevat de gedinginleidende akte in voorkomend geval de
vermelding van de identiteit van de minderjarige ongehuwde en niet
ontvoogde kinderen waarvan beide echtgenoten de ouders zijn, van de
kinderen die zij hebben geadopteerd, van de kinderen van een van hen die
de andere heeft geadopteerd, van elk kind van elk van de echtgenoten
waarvan de afstamming is vastgesteld, evenals van elk kind dat ze samen
opvoeden.
De gedinginleidende akte bevat, in voorkomend geval, een gedetailleerde
beschrijving van de feiten en, in de mate van het mogelijke, alle
verzoeken met betrekking tot de gevolgen van de echtscheiding,
onverminderd § 5.
De gedinginleidende akte kan ook de eventuele vorderingen bevatten
inzake de voorlopige maatregelen met betrekking tot de persoon, het
levensonderhoud en de goederen, van zowel de partijen als de
minderjarige ongehuwde en niet ontvoogde kinderen waarvan beide
echtgenoten de ouders zijn, de kinderen die zij hebben geadopteerd en de
kinderen van een van hen die de andere heeft geadopteerd. Als de eiser
wenst dat die vorderingen onmiddellijk in kort geding worden ingeleid,
dan wordt de vordering bij gerechtsdeurwaardersexploot ingeleid met
dagvaarding om te verschijnen voor de voorzitter, zitting houdend in
kort geding, zoals bepaald in artikel 1280, en voor de rechtbank.
Bij de gedinginleidende akte dienen voor ieder van de echtgenoten en de
eventuele kinderen, hiervoor opgesomd, door de verzoekende partij te
worden toegevoegd :
1° een bewijs van identiteit, van nationaliteit en van de inschrijving
in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister;
2° de akten van geboorte van de hierboven vermelde kinderen;
3° een voor eensluidend verklaard afschrift van de laatste huwelijksakte
en van de laatste huwelijksovereenkomst;
4° indien deze verschilt met de verblijfplaats die in het Rijksregister
is vermeld, het bewijs van de huidige verblijfplaats of, in voorkomend
geval, een bewijs van de gewone verblijfplaats in België sinds meer dan
drie maanden.
Indien de voorgelegde documenten in een vreemde taal zijn opgemaakt, kan
de griffie om een voor eensluidend verklaarde vertaling ervan verzoeken.
§ 2. De betrokkenen worden ervan vrijgesteld de diverse in § 1 vermelde
bewijzen van identiteit, van nationaliteit en van inschrijving in het
bevolkings- of vreemdelingenregister over te leggen, voor zover de
respectieve betrokkenen op de datum van de gedinginleidende akte zijn
opgenomen in het Rijksregister van de natuurlijke personen, opgericht
bij de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de
natuurlijke personen. De in dit register opgenomen gegevens gelden tot
bewijs van het tegendeel. De griffier van de rechtbank controleert in
dat geval de identiteitsgegevens aan de hand van het Rijksregister en
voegt een uittreksel uit het Rijksregister bij het dossier.
Er geldt tevens vrijstelling van het overleggen van :
1° de in § 1 vermelde geboorteakten voor zover de betrokken kinderen in
België geboren zijn;
2° de huwelijksakte, indien het huwelijk in België plaatsvond.
In beide gevallen vraagt de griffie van de rechtbank zelf afschrift van
de akte op bij de houder van het register. Hetzelfde geldt wanneer de
akte in België is overgeschreven en de griffie de plaats van de
overschrijving ervan kent.
§ 3. De bepalingen van § 2 zijn niet van toepassing op een vordering in
kort geding. Ze zijn evenmin van toepassing op personen die zijn
ingeschreven in het wachtregister.
§ 4. Als de vermeldingen van de akte van rechtsingang onvolledig zijn of
indien de griffie bepaalde informatie niet tijdig kon verkrijgen voor de
inleidende zitting, nodigt de rechter de meest gerede partij uit de
nodige inlichtingen te verstrekken of het dossier van de procedure te
vervolledigen. Elke partij kan ook zelf het initiatief nemen om het
dossier samen te stellen.
§ 5. Tot aan de sluiting van de debatten kunnen de partijen of een van
de partijen de zaak of het voorwerp van de vordering uitbreiden of
wijzigen, tegenvorderingen of aanvullende vorderingen inleiden, en dit
aan de hand van op tegenspraak genomen conclusies of door conclusies die
aan de andere echtgenoot worden meegedeeld bij
gerechtsdeurwaarders-exploot of bij een ter post aangetekende brief met
ontvangstbewijs. »
Art. 23. Artikel 1255 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30
juni 1994, wordt vervangen als volgt :
« Art. 1255. § 1. Indien de echtscheiding door de partijen gezamenlijk
gevorderd wordt op grond van artikel 229, § 2, van het Burgerlijk
Wetboek, wordt het verzoekschrift ondertekend door iedere echtgenoot of
ten minste door een advocaat of een notaris.
Als vaststaat dat de partijen sinds meer dan zes maanden feitelijk
gescheiden zijn, spreekt de rechter de echtscheiding uit.
Als de partijen niet langer dan zes maanden feitelijk gescheiden zijn,
stelt de rechter een nieuwe zitting vast. Deze heeft plaats op een datum
die onmiddellijk volgt op het verstrijken van de termijn van zes
maanden, of drie maanden na de eerste verschijning van de partijen.
Tijdens deze zitting spreekt de rechter de echtscheiding uit indien de
partijen hun wil hiertoe bevestigen.
Wanneer de rechter de echtscheiding uitspreekt, homologeert hij
desgevallend de tussen de partijen gesloten akkoorden.
§ 2. Indien de echtscheiding gevorderd wordt door één van de echtgenoten
met toepassing van artikel 229, § 3, van het Burgerlijk Wetboek, spreekt
de rechter de echtscheiding uit als hij vaststelt dat de partijen sinds
meer dan één jaar feitelijk gescheiden zijn.
Als de partijen niet langer dan een jaar feitelijk gescheiden zijn,
stelt de rechter een nieuwe zitting vast. Deze heeft plaats op een datum
die onmiddellijk volgt op het verstrijken van de termijn van een jaar,
of een jaar na de eerste zitting. Tijdens deze zitting spreekt de
rechter de echtscheiding uit indien een van de partijen erom verzoekt.
§ 3. Indien de echtscheiding gevorderd wordt door één van de echtgenoten
en de andere echtgenoot in de loop van de procedure zich met die
vordering akkoord verklaart, wordt de echtscheiding uitgesproken, mits
het respecteren van de in § 1 bedoelde termijnen.
§ 4. De feitelijke scheiding van de echtgenoten kan aangetoond worden
door alle wettelijke middelen, met uitzondering van de bekentenis en de
eed, en onder andere door voorlegging van een getuigschrift van
woonplaats waaruit inschrijvingen op verschillende adressen blijken.
§ 5. Indien de echtscheiding door een van de partijen gevorderd wordt
met toepassing van artikel 229, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, en het
bewijs van de onherstelbare ontwrichting geleverd is, kan de rechter de
echtscheiding dadelijk uitspreken.
§ 6. Behoudens uitzonderlijke omstandigheden is de persoonlijke
verschijning van de partijen vereist in geval van een gezamenlijke
vordering gebaseerd op artikel 229, § 2 van het Burgerlijk Wetboek, in
de andere gevallen is de persoonlijke verschijning van de verzoekende
partij vereist.
De zitting heeft in elk geval plaats in raadkamer.
Onverminderd artikel 1734 poogt de rechter de partijen te verzoenen. Hij
verstrekt hen alle nuttige inlichtingen over de rechtspleging en met
name over het nut een beroep te doen op de bemiddeling waarin het
zevende deel van dit Wetboek voorziet. Hij kan de schorsing van de
procedure bevelen teneinde de partijen de mogelijkheid te bieden alle
nuttige inlichtingen dienaangaande in te winnen. De duur van de
schorsing mag niet meer bedragen dan één maand.
§ 7. Als een echtgenoot zich in een toestand van krankzinnigheid of van
diepe geestesgestoordheid bevindt, wordt hij als verweerder
vertegenwoordigd door zijn voogd, zijn voorlopige bewindvoerder of, bij
gebreke van dezen, door een beheerder ad hoc die vooraf door de
voorzitter van de rechtbank aangewezen wordt op verzoek van de eisende
partij. » .
Art. 24. Artikel 1256 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van de
30 juni 1994, wordt hersteld in de volgende lezing :
« Art. 1256. Op ieder ogenblik kunnen de partijen de rechter verzoeken
hun overeenkomsten te homologeren over de voorlopige maatregelen met
betrekking tot de persoon, het levensonderhoud en de goederen van de
echtgenoten of van hun kinderen.
Hij kan weigeren de overeenkomst te homologeren als deze duidelijk in
strijd is met het belang van de kinderen.
Bij gebrek aan een overeenkomst of in geval van een gedeeltelijke
overeenkomst wordt de zaak, op verzoek van één van de partijen, verwezen
naar de eerst nuttige zitting van de zaken in kort geding, voor zover
deze nog niet is ingeschreven op de rol van de zaken in kort geding.
Artikel 803 is van toepassing. »
Art. 25. Artikel 1257 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van de
30 juni 1994, wordt hersteld in de volgende lezing :
« Art. 1257. Onverminderd artikel 302 van het Burgerlijk Wetboek zijn de
tijdens de echtscheidingsprocedure gehomologeerde overeenkomsten of de
maatregelen bevolen in kort geding voorlopig in de zin van artikel 1039,
eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek.
Niettemin kunnen de partijen, na het verstrijken van een termijn van
drie maanden volgend op de homologatie van hun overeenkomst of de
beschikking in kort geding, om de bekrachtiging van de maatregelen door
de feitenrechter vragen, dit keer definitief en ook voor de periode die
volgt op de echtscheiding.
De gedeeltelijke akkoorden inzake de vereffening van het
huwelijksvermogensstelsel die zijn gesloten gedurende de
echtscheidingsprocedure, blijven gesloten onder de opschortende
voorwaarden van de definitieve uitspraak van de echtscheiding en van hun
bekrachtiging tijdens de procedure van vereffening en verdeling. »
Art. 26. Artikel 1258 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30
juni 1994 en gewijzigd bij de wet van 20 mei 1997, wordt vervangen als
volgt :
« Art. 1258. Behoudens andersluidende overeenkomst worden de kosten
verdeeld onder de partijen wanneer de echtscheiding is uitgesproken op
grond van artikel 229, §§ 1 en 2, van het Burgerlijk Wetboek. Wanneer de
echtscheiding uitgesproken is op grond van artikel 229, § 1, kan de
rechter echter anders beslissen, rekening houdend met alle
omstandigheden van de zaak.
Ze worden ten laste gelegd van de eisende partij wanneer de
echtscheiding wordt uitgesproken op grond van artikel 229, § 3, van het
Burgerlijk Wetboek. »
Art. 27. In hetzelfde Wetboek worden opgeheven :
1° artikel 1259, hersteld bij de wet van 19 februari 2001;
2° artikel 1267;
3° artikel 1268, vervangen bij de wet van 30 juni 1994 en gewijzigd bij
de wet van 20 mei 1997;
4° artikel 1269, tweede lid, vervangen bij de wet van 28 oktober 1974 en
gewijzigd bij de wet van 30 juni 1994;
5° artikel 1270bis, vervangen bij de wet van 30 juni 1994 en gewijzigd
bij de wet van 16 april 2000.
Art. 28. Artikel 1274 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 30
juni 1994, wordt vervangen als volgt :
« Art. 1274. De termijn om zich in cassatie te voorzien tegen een
beslissing die de echtscheiding uitspreekt, wordt vastgesteld op één
maand. Deze termijn en de voorziening in cassatie schorsen de
tenuitvoerlegging. »
Art. 29. In artikel 1275, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de
wet van 30 juni 1994, vervallen de woorden "op grond van bepaalde feiten
».
Art. 30. In artikel 1282 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van
30 juni 1994 en gewijzigd bij de wet van 20 mei 1997, worden de volgende
wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "de dagvaarding tot echtscheiding is betekend" worden
vervangen door de woorden "de vordering wordt ingeleid";
2° een tweede lid wordt toegevoegd, luidende :
« In ieder geval hebben de partijen de mogelijkheid om een inventaris te
laten opstellen overeenkomstig hoofdstuk II van boek IV. »
Art. 31. In hetzelfde Wetboek worden opgeheven :
1° de artikelen 1284 tot 1286;
2° artikel 1286bis, ingevoegd bij de wet van 1 juli 1974 en gewijzigd
bij de wet van 30 juni 1994;
3° artikel 1287, vierde lid, gewijzigd bij de wetten van 1 juli 1972, 14
mei 1981 en 30 juni 1994.
Art. 32. In artikel 1288, eerste lid, 2° van hetzelfde Wetboek,
vervangen bij de wet van 1 juli 1972 en gewijzigd bij de wetten van 30
juni 1994 en 13 april 1995, worden de woorden "de kinderen bedoeld in
artikel 1254" vervangen door de woorden "de minderjarige ongehuwde en
niet ontvoogde kinderen waarvan beide echtgenoten de ouders zijn, de
kinderen die zij hebben geadopteerd en de kinderen van een van hen die
de andere heeft geadopteerd ».
Art. 33. In artikel 1288bis van hetzelfde Wetboek worden de woorden
"1254, § 2, eerste lid" vervangen door de woorden "1254, § 1, tweede
lid".
Art. 34. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1291bis ingevoegd,
luidende :
« Art. 1291bis. Indien de echtgenoten aantonen dat ze op het ogenblik
waarop de vordering wordt ingediend al meer dan zes maanden feitelijk
gescheiden zijn, worden ze vrijgesteld van de verschijning waarin
voorzien wordt in artikel 1294.
In dat geval worden de artikelen 1295 en volgende toegepast. »
Art. 35. In artikel 1294, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen
bij de wet van 30 juni 1994, worden de woorden ", of vertegenwoordigd
door een advocaat of door een notaris," ingevoegd tussen de woorden
"verschijnen de echtgenoten samen en in persoon" en de woorden "voor de
voorzitter van de rechtbank".
Art. 36. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1294bis ingevoegd,
luidende :
« Art. 1294bis. § 1. Indien een van de partijen niet verschijnt tijdens
de zitting waarin artikel 1294 voorziet of in de loop van de procedure
meedeelt dat ze die niet wenst voort te zetten, kan de meest gerede
partij om de toepassing van artikel 1255 verzoeken. In dit geval neemt
de termijn van een jaar voor het bepalen van de zitting waarin artikel
1255, § 2, tweede lid, voorziet een aanvang op de dag van de in artikel
1289 bedoelde verschijning.
§ 2. Indien afstand wordt gedaan van de procedure, verbinden de in
artikel 1287 bepaalde overeenkomsten de partijen voorlopig, tot wanneer
de artikelen 1257 of 1280 worden toegepast. Indien de overeenkomsten
niet de vorm van een uitvoerbare titel hebben, wordt, op verzoek van de
meest gerede partij, de zaak bepaald op de rechtsdag van kort geding, in
overeenstemming met artikel 1256. Indien een van de partijen daarom
verzoekt, spreekt de voorzitter een voorlopige beschikking uit, in
overeenstemming met de overeenkomsten. »
Art. 37. Artikel 1305 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
« Art. 1305. De vordering tot scheiding van tafel en bed wordt behandeld
en gevonnist in dezelfde vormen als de vordering tot echtscheiding.
De vordering tot echtscheiding kan te allen tijde worden omgezet in een
vordering tot scheiding van tafel en bed.
De vordering tot scheiding van tafel en bed kan te allen tijde worden
omgezet in een vordering tot echtscheiding. ».
Art. 38. In hetzelfde Wetboek worden opgeheven :
1° artikel 1306, vervangen bij de wet van 30 juni 1994 en gewijzigd bij
de wetten van 27 december 1994 en 20 mei 1997;
2° artikel 1307, gewijzigd bij de wetten van 24 juni 1970 en 20 mei
1997;
3° artikel 1309, gewijzigd bij de wetten van 15 mei 1972, 3 augustus
1992, 27 december 1994 en 16 april 2000;
4° artikel 1310, gewijzigd bij de wetten van 1 juli 1972, 27 december
1994 en 16 april 2000.
Art. 39. In artikel 1412, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de
volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het 1° vervallen de getallen "306, 307" en de woorden "of 1306";
2° in het 2° worden de woorden "301bis" vervangen door de woorden "301,
§ 11".
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van het Strafwetboek
Art. 40. In artikel 391bis van het Strafwetboek worden de volgende
wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid vervallen de getallen "306, 307" en de woorden "en
1306, derde lid";
2° in het derde en het vierde lid vervallen de woorden "en 1306, eerste
lid";
3° in het derde en het vierde lid worden de woorden "301bis" vervangen
door de woorden "301, § 11".
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek-
en griffierechten
Art. 41. Het derde lid van artikel 269 (1) van het Wetboek der
registratie-, hypotheek- en griffierechten wordt opgeheven.
HOOFDSTUK VI. - Overgangsbepalingen
Art. 42. § 1. Voor de toepassing van artikel 229, §§ 2 en 3, van het
Burgerlijk Wetboek, wordt de periode van feitelijke scheiding die
voorafgaat aan de inwerkingtreding van deze wet in aanmerking genomen.
§ 2. De vroegere artikelen 229, 231 en 232 van hetzelfde Wetboek blijven
van toepassing op de procedures van echtscheiding of scheiding van tafel
en bed die zijn ingeleid voor de inwerkingtreding van deze wet en
waarvoor geen eindvonnis is uitgesproken.
Het recht op levensonderhoud na echtscheiding blijft bepaald door het
bepaalde in de vroegere artikelen 301, 306, 307 en 307bis van hetzelfde
Wetboek, onverminderd het bepaalde in de §§ 3 en 5.
§ 3. Indien de echtscheiding werd uitgesproken voor de inwerkingtreding
van deze wet, overeenkomstig de vroegere artikelen 229, 231 en 232 van
hetzelfde Wetboek, blijft het in artikel 301 van hetzelfde Wetboek
bepaalde recht op een uitkering verworven of uitgesloten krachtens de
vroegere wettelijke voorwaarden.
§ 4. Voor de toepassing van de bepalingen van artikel 301, §§ 2, 3 en 5,
van hetzelfde Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 7, kan men zich
beroepen op feiten die voorafgaan aan de inwerkingtreding van deze wet.
§ 5. Artikel 301, § 4, van hetzelfde Wetboek, zoals gewijzigd bij
artikel 7, is van toepassing op de uitkeringen tot levensonderhoud, die
zijn vastgesteld door een vonnis dat voorafgaat aan de inwerkingtreding
van deze wet.
Indien de duur van de uitkering niet werd bepaald, neemt de in artikel
301, § 4, bepaalde termijn een aanvang op de datum van de
inwerkingtreding van deze wet.
Indien de duur van de uitkering werd bepaald, blijft deze duur van
toepassing, zonder dat ze de beperking waarin wordt voorzien in het
tweede lid kan overschrijden.
§ 6. Artikel 1274 van hetzelfde Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 28,
is niet van toepassing op de arresten die uitgesproken zijn voor de
inwerkingtreding van deze wet, indien de debatten voordien werden
afgesloten.
Art. 43. Artikel 1294bis, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals
gewijzigd bij artikel 36, is niet van toepassing op overeenkomsten die
de partijen hebben getekend vóór de inwerkingtreding van deze wet.
HOOFDSTUK VII. - Inwerkingtreding
Art. 44. Deze wet treedt in werking op 1 september 2007.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zijn met 's Lands zegel zal worden
bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 27 april 2007.
Hebt u nog een vraag?
Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier.
Andere zoekopties
U kan onze website eveneens doorzoeken met deze opties:
- A-Z index
- Chronologische lijst van recente aanpassingen
- Doelgroepen
- De zoekfunctie op trefwoord (beta)
- Op kernwoorden
- Rechtsleer
- Rapport van alle bijdragen op deze site doorzoekbaar met Ctrl-F op uw pc
- Rechtspraak
- Wetgeving
- Modellen
Aanvulling
Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.









