aanbod van betaling en consignatie
uittreksel uit het burgerlijk wetboek
IV. AANBOD VAN BETALING EN
CONSIGNATIE.
Art. 1257. Wanneer de schuldeiser weigert betaling te ontvangen, kan
de schuldenaar hem een aanbod van gerede betaling doen en, indien de
schuldeiser weigert dit aan te nemen, de aangeboden geldsom of zaak
in consignatie geven.
Het aanbod van gerede betaling, gevolgd van consignatie, bevrijdt de
schuldenaar; het geldt te zijnen opzichte als betaling, wanneer het
op wettige wijze gedaan is, en het risico van de aldus in
consignatie gegeven zaak is voor de schuldeiser.
Art. 1258. Voor een geldig aanbod van gerede betaling is vereist :
1° Dat het aanbod gedaan wordt aan een schuldeiser die bekwaam is om
te ontvangen, of aan degene die de macht heeft om voor hem te
ontvangen;
2° Dat het gedaan wordt door een persoon die bekwaam is om te
betalen;
3° Dat het loopt over de gehele opeisbare som, de verschuldigde
rentetermijnen of interesten, de kosten die vereffend zijn, en een
som tot voldoening van de nog niet vereffende kosten, onder
voorbehoud van latere aanvulling van deze som;
4° Dat de termijn verstreken is, indien hij ten voordele van de
schuldeiser bedongen is;
5° Dat de voorwaarde waaronder de schuld is aangedaan, vervuld is;
6° Dat het aanbod gedaan wordt op de plaats waar de betaling volgens
overeenkomst moet geschieden, en, indien er betreffende de plaats
van betaling geen bijzondere overeenkomst bestaat, ofwel aan de
persoon van de schuldeiser, ofwel aan zijn woonplaats, ofwel aan de
woonplaats die voor de uitvoering van de overeenkomst gekozen is;
7° Dat het aanbod gedaan wordt door een voor zulke akten bevoegd
ministerieel ambtenaar.
Art. 1259. Voor de geldigheid van de consignatie is geen machtiging
van de rechter nodig; het is voldoende :
1° Dat zij is voorafgegaan van een aanmaning, aan de schuldeiser
betekend en houdende aanwijzing van de dag, het uur en de plaats
waarop de aangeboden zaak in bewaring zal worden gesteld;
2° Dat de schuldenaar zich van de aangeboden zaak ontdaan heeft,
door deze, samen met de interest tot de dag van de bewaarstelling,
af te geven in de bewaarplaats die voor consignaties door de wet is
aangewezen;
3° Dat de ministeriële ambtenaar een proces-verbaal opmaakt
betreffende de aard van de aangeboden muntspeciën, de weigering van
de schuldeiser om deze aan te nemen of zijn niet-verschijning, en
ten slotte betreffende de bewaarstelling;
4° Dat in geval van niet-verschijning van de schuldeiser, het
proces-verbaal van bewaarstelling hem betekend is met aanmaning om
de in bewaring gestelde zaak te lichten.
Art. 1260. De kosten van het aanbod van gerede betaling en van de
consignatie, indien beide op wettige wijze gedaan zijn, komen ten
laste van de schuldeiser.
Art. 1261. Zolang de schuldeiser de consignatie niet heeft
aangenomen, kan de schuldenaar die intrekken; en, indien hij ze
intrekt, zijn de medeschuldenaars of de borgen niet bevrijd.
Art. 1262. Wanneer de schuldenaar zelf een vonnis heeft verkregen
dat in kracht van gewijsde is gegaan, en waarbij zijn aanbod en zijn
consignatie goed en van waarde verklaard zijn, kan hij, zelfs met
toestemming van de schuldeiser, zijn consignatie niet meer intrekken
ten nadele van de medeschuldenaars of van de borgen.
Art. 1263. De schuldeiser die erin toestemt dat de schuldenaar zijn
consignatie intrekt nadat deze van waarde verklaard is bij een
vonnis dat in kracht van gewijsde is gedaan, kan, tot betaling van
zijn schuldvordering, de hieraan verbonden voorrechten of hypotheken
niet meer doen gelden; hij heeft geen hypotheek meer dan van de dag
dat de akte waarbij hij heeft toegestemd in het intrekken van de
consignatie, voorzien wordt van de vormen die vereist zijn om
hypotheek te vestigen.
Art. 1264. Ingeval het verschuldigde bestaat in een bepaalde zaak
die geleverd moet worden op de plaats waar zij zich bevindt, moet de
schuldenaar de schuldeiser aanmanen die weg te halen, en zulks door
een akte betekend aan zijn persoon of aan zijn woonplaats, of aan de
woonplaats die voor de uitvoering van de overeenkomst gekozen is.
Indien, na deze aanmaning, de schuldeiser de zaak niet weghaalt, en
de schuldenaar de plaats nodig heeft, waar die zich bevindt, kan de
laatstgenoemde van de rechter verlof bekomen om ze op een andere
plaats in bewaring te stellen.
Hebt u nog een vraag?
Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.
Andere zoekopties
U kan onze website eveneens doorzoeken met deze opties:
- A-Z index
- Chronologische lijst van recente aanpassingen
- Doelgroepen
- De zoekfunctie op trefwoord (beta)
- Op kernwoorden
- Rechtsleer
- Rapport van alle bijdragen op deze site
- Rechtspraak
- Wetgeving
- Modellen
- RSS feeds
Aanvulling
Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.
