-A +A

Aangifteplicht liquide middelen aan de grens

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
  toelichtend artikel zie NJW 154, 2007

en verslag aan Koning bij KB 05/10/2006, B.S. 27/10/2006,
tweede uitgave


Art. 4. Het grensoverschrijdend vervoer van liquide middelen ter waarde van 10.000 EUR of meer dient door de natuurlijke personen of, indien de liquide middelen niet worden vervoerd onder begeleiding van een natuurlijk persoon, door de eigenaar van deze middelen op verzoek van een bevoegde autoriteit te worden aangegeven.
Art. 5. De aangifte wordt mondeling gedaan ten overstaan van de bevoegde autoriteit. Indien uit de mondelinge aangifte evenwel blijkt dat de aangever liquide middelen ter waarde van 10.000 EUR of meer vervoert zal een schriftelijke aangifte worden opgesteld met gebruikmaking van het formulier opgenomen in bijlage II bij dit besluit. Dit formulier wordt door de bevoegde autoriteit kosteloos ter beschikking gesteld van de aangever.
...

Art. 8. § 1. Indien niet werd voldaan aan de aangifteplicht of indien werd voldaan aan de aangifteplicht doch aanwijzingen bestaan die laten vermoeden dat de liquide middelen afkomstig zijn uit illegale activiteiten of voor de financiering van dergelijke activiteiten zullen worden aangewend neemt de bevoegde autoriteit de liquide middelen in bewaring.
§ 2. De duur van de inbewaringneming door de bevoegde autoriteit zal de 14 kalenderdagen niet overschrijden te rekenen vanaf het ogenblik dat de natuurlijke persoon of de eigenaar niet meer kan beschikken over de liquide middelen. Na het verstrijken van deze periode worden de liquide middelen ter beschikking gesteld van de vervoerder of eigenaar onverminderd de mogelijkheid tot verdere inbeslagname door of op vordering van de bevoegde gerechtelijke autoriteiten.
Art. 9. De inbreuken op de bepalingen van dit besluit alsook de aanwijzingen zoals bedoeld in artikel 8 § 1 van dit besluit worden vastgesteld middels proces-verbaal. Dit proces-verbaal dient minstens de informatie vervat in de aangiften opgenomen in bijlagen I of II bij dit besluit te omvatten, de omstandigheden der vaststelling van de inbreuk en de in bewaringneming en de verklaringen afgelegd door de vervoerder of eigenaar van de liquide middelen.
Art. 10. De bevoegde autoriteit bedoeld in artikel 1 b) of 3 b) van dit besluit slaat de aangiften bedoeld in de artikelen 2 en 3 d) van dit besluit, alsook de processen-verbaal bedoeld in artikel 9 van dit besluit en de inlichtingen bedoeld in artikel 5.2 van de verordening op, verwerkt deze en stelt ze ter beschikking van de Cel voor Financiële Informatieverwerking, welke gemachtigd is er kennis van te nemen.
Art. 11. De bevoegde autoriteiten bedoeld in artikel 7, § 1 van dit besluit maken de opgestelde processen-verbaal over aan de bevoegde gerechtelijke overheden en bezorgen er een afschrift van aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking.
Art. 12. De inbreuken op de bepalingen van de Verordening en van dit besluit worden bestraft overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel 5 van de besluitwet van 6 oktober 1944 betreffende het inrichten van controles op de overdracht van alle mogelijke goederen en waarden
tussen België en het buitenland.
Art. 13. Dit besluit is van toepassing vanaf 15 juni 2007.
Art. 14. Onze Minister bevoegd voor Financiën en Onze Minister
bevoegd voor Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de
uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 5 oktober 2006.

0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 14:15
Laatst aangepast op: vr, 22/01/2010 - 17:55

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.