-A +A

aanhoudingsbevel

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend


Een aanhoudingsbevel is een beslissing van de onderzoeksrechter die ertoe strekt een persoon in voorlopige hechtenis te nemen. Een aanhoudingsbevel kan alleen worden uitgevaardigd in geval van absolute noodzaak en uitsluitend voor feiten die strafbaar zijn met een gevangenisstraf van ten minste een jaar. Daarnaast zijn ook ernstige aanwijzingen van schuld vereist.

rechtspraak:

Hof van Cassatie 4, 2e Kamer – 12 maart 2008, RW 2008-2009, , NOOT – De betekening van het bevel tot aanhouding lees deze noot met het paswoord van RW


De betekening van het bevel tot aanhouding bestaat in de afgifte van een volledig afschrift van de akte aan de inverdenkinggestelde. De griffier die belast is met de naleving van dat wettelijk vormvereiste miskent art. 18 van de Voorlopige hechteniswet niet, wanneer hij, als hij vaststelt dat de inverdenkinggestelde niet in staat is om materieel in het bezit van de stukken te worden gesteld, deze te zijner attentie aan de begeleidende politieagenten overhandigt.


I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 29 februari 2008.

...

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Over het eerste middel

De eiser voert aan dat het bevel tot aanhouding hem niet regelmatig en binnen de voorgeschreven termijn werd betekend, omdat de griffier van de onderzoeksrechter, na afloop van zijn verhoor, de stukken, onder gesloten omslag, alleen heeft overhandigd aan de politieagenten die met zijn begeleiding waren belast.

De betekening van het bevel tot aanhouding bestaat met name in de afgifte van een volledig afschrift van de akte aan de inverdenkinggestelde.

De griffier die met de naleving van dat wettelijk vormvereiste is belast, miskent art. 18 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis niet, wanneer hij, als hij vaststelt dat de inverdenkinggestelde niet in staat is om materieel in het bezit van de stukken te worden gesteld, deze te zijner attentie aan de begeleidende politieagenten overhandigt.

Uit de enkele omstandigheid dat die er vervolgens lang over gedaan hebben om de omslag aan de gedetineerde te overhandigen, kan niet worden afgeleid dat de griffier, zelfs op de hierboven beschreven wijze, het bevel tot aanhouding niet regelmatig heeft betekend.

De te late fysieke inbezitstelling van de akte, welke omstandigheid onafhankelijk is van de wil van de overheid die met de betekening is belast, kan weliswaar een onbehoorlijke inperking van het recht van verdediging inhouden. De eiser heeft evenwel niet aangevoerd dat het hem te dezen niet mogelijk zou zijn geweest om zich, aangezien hij niet tijdig de precieze redenen van zijn aanhouding kende, vanaf de eerste verschijning doeltreffend te verdedigen.

De appelrechters verwerpen aldus wettig de exceptie van onregelmatigheid die door de eiser wordt aangevoerd.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Over het tweede middel

Eerste onderdeel

In zoverre het onderzoek van het middel een onderzoek van feitelijke gegevens vereist, waarvoor het Hof niet bevoegd is, is het niet ontvankelijk.

Het arrest oordeelt dat, aangezien het voor de eiser onmogelijk was om in het bezit te blijven van de door de griffier overhandigde stukken, het vormvereiste dat bij art. 18 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis op straffe van invrijheidstelling is voorgeschreven, geacht wordt te zijn vervuld wanneer de griffier de stukken overhandigt op de wijze die door het middel wordt bekritiseerd. Het arrest leidt daaruit af dat de betekening regelmatig is.

Deze overweging en de gevolgtrekking die het arrest daaruit maakt, antwoorden op de grief waarbij de vermelding volgens welke de griffier aan de eiser «afschrift heeft gelaten» van het bevel tot aanhouding, van valsheid wordt beticht, door die grief te verwerpen.

Het onderdeel mist in zoverre feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

...

Op de conclusie van de eiser waarin de regelmatigheid van de betekening van het bevel tot aanhouding wordt betwist, antwoordt het arrest, op grond van een feitelijke beoordeling waarover het Hof niet vermag te oordelen, dat er geen enkele reden is om te geloven dat de eiser de stukken niet heeft «ontvangen» op het uur dat in het bevel tot aanhouding wordt vermeld, ook al blijkt dat hij deze wegens de uitzonderlijke maatregelen tegen hem, niet heeft kunnen behouden.

Het arrest beslist aldus niet dat de betekening louter kan bestaan uit het vertonen van de akte. Het beperkt zich ertoe te beslissen dat de tijdelijke onmogelijkheid voor de inverdenkinggestelde om in het bezit te blijven van het stuk, kan worden verholpen op de wijze die tevergeefs door het eerste middel wordt bekritiseerd.

De appelrechters omkleden bijgevolg hun beslissing regelmatig met redenen en verantwoorden ze naar recht.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

...


 


 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:14
Laatst aangepast op: do, 23/05/2013 - 10:35

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.