-A +A

AANNEMING TEGEN VASTE PRIJS

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

De aanneming tegen vaste prijs biedt zekerheid voor de klant mbt de eindfactuur. Complicaties zijn voor rekening van de aannemer. Hou er wel rekening mee dat de aannemer een marge voorziet voor deze hem nog onbekende moeilijkheden

 

 

 

De aanneming tegen vaste prijs is deze waarbij de prijs per stuk, per taak of per maatinhoud wordt verstrekt.

Voorbeeld :

Grondwerken, stukadoor.

Wanneer de aannemer mocht veronderstellen dat het een werk van eenvoudige aard betrof, zoals gebruikelijk bij de uitgevoerde werken, dan kan de klant niet eisen dat de vaste eenheidsprijs behouden blijft, waneer nadien blijkt dat de werken een zeer hoge moeilijkheidsgraad hadden waarbij de aannemer zich hiervan niet bij voorbaat kon vergewissen.

Indien het werk niet beantwoordt aan hetgeen aanvankelijk was afgesproken, dan zal er een nieuwe prijs per stuk of per maat dienen bepaald te worden.

AANNEMING TEGEN VOLSTREKT VASTE PRIJS
 

 

Bij deze vorm van aanneming, verbindt de aannemer zich ertoe de werken uit te voeren tegen een volstrekt vaste prijs. Wanneer de materiaalprijzen stijgen, wanneer de aannemer het werk heeft onderschat of de moeilijkheid van het werk heeft onderschat, dan wordt het risico volledig door de aannemer gedragen.

Vaak gebeurt het dat de klant de plannen herhaaldelijk wijzigt of laat wijzigen. Wanneer de aanneming tegen een vaste prijs is afgesproken, kan met het voorwerp van het aannemingscontract onmogelijk nog het zelfde noemen. Alsdan kan men oordelen dat de partijen de bedoeling hadden om af te stappen van het contract tegen vaste prijs.

DE AANNEMING TEGEN BETREKKELIJK VASTE PRIJS

Een aanneming tegen betrekkelijk vaste prijs is een aanneming tegen vaste prijs waarbij de bouwheer of aanbesteder zich het recht toeeigent om in een lopende overeenkomst wijzigingen aan te brengen en waarbij alsdan meer of minder werken worden verrekend volgens eenheidsprijzen die de aannemer heeft toegepast.

 

Nog dit: 

Meerwerken

Vredegerecht te Torhout, 16 februari 2010, RW 2012-2013, 391

NV D. t/ S.B. en V.M.

1. Bij het inleidend exploot werd volgende vordering gesteld: verweerders te veroordelen om te betalen aan eiseres het bedrag van 1.260,06 euro, vermeerderd met de conventionele rente aan 10% op 954 euro en aan de wettelijke rentevoet op 95,40 euro, telkenmale vanaf 30 september 2009 tot op de datum van volledige betaling en de kosten.

...

2. Verweer:

– aanneming tegen vaste prijs;

– geen meerwerken afgesproken;

– toepassing van art. 1162 BW.

3. Opdat van een aanneming tegen een vaste prijs sprake zou kunnen zijn, dient hierover wilsovereenstemming te bestaan tussen de contractpartijen. Tevens dienen de werken die het voorwerp uitmaken van de aannemingsovereenkomst bepaald te zijn op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst zonder dat deze in detail dienen te worden vastgelegd (W. Goossens, Aanneming van werk, Brugge, die Keure, 2003, p. 544, nr. 627).

4. Voorts dient de prijs globaal en onveranderlijk te zijn bepaald voor het gehele werk. Dit belet niet dat de prijs kan zijn samengesteld aan de hand van componenten die op zich onveranderlijk werden vastgesteld (W. Goossens, o.c., p. 551 en 553, nrs. 635 en 638 e.v.).

5. Meerwerken zijn als zodanig te beschouwen, die welke contractueel geen deel uitmaken van de overeenkomst en de prestaties die niet noodzakelijkerwijze noch een voorzienbaar deel uitmaken van de contractuele prestaties. De contractuele prestaties en goederen moeten noodzakelijk blijken uit de aannemingsovereenkomst zelf. De contractuele documenten zullen het beste bewijs kunnen leveren van de omvang van de wilsovereenstemming. Een aantal werken zijn bij de uitvoering van een aannemingsovereenkomst noodzakelijk en voorzienbaar, zodat deze niet als meerwerken kunnen worden beschouwd. De aannemer had deze bij de prijsbepaling moeten incalculeren. Deze dienen cumulatief te zijn vervuld.

6. Wijzigingen in de aannemingsovereenkomst, waaronder meerwerken te rekenen zijn, dienen te worden bewezen. Het inroepen van art. 1793 BW is evenwel onderworpen aan strikte toepassingsvoorwaarden en tevens geldt een strikte interpretatie. Aldus is het artikel enkel van toepassing op aannemingsovereenkomsten met betrekking tot de oprichting van een gebouw. Het begrip gebouw is eveneens strikt te interpreteren. Het leveren en plaatsen van een badkamerinrichting valt niet onder dat begrip en evenmin onder het begrip oprichting van een gebouw.

7. Afwijkingen van de overeenkomst of meerwerken dienen hoe dan ook te worden bewezen. In dit geval is dan ook het gemene recht van toepassing en het bewijsrisico rust derhalve op de aannemer die betaling van de meerwerken vordert (W. Goossens, o.c., p. 563, nr. 654).

8. Toegepast op deze zaak moet worden vastgesteld dat de aannemingsovereenkomst tussen partijen geldend, tegen vaste prijs werd aangegaan. Daarbij werden de afzonderlijke posten ook afzonderlijk begroot op hun totale waarde. Daarbij ging het steeds om de levering en de plaatsing van de goederen behoudens van de betegeling en telkens exclusief btw.

9. Volgende posten werden evenwel uitdrukkelijk uit de overeenkomst gesloten:

– het aanpassen van de nutsvoorzieningen;

– het plaatsen van de betegeling;

– de schilderwerken.

10. Net hierop wil eiseres zich beroepen om aan te duiden dat de uitgevoerde werken, waarvoor een afzonderlijke factuur werd opgesteld, samenvallen met de termen: “aanpassen van de nutsvoorzieningen”.

11. De vraag is aldus wat onder de termen “aanpassen van de nutsvoorzieningen” moet worden begrepen. Deze begrippen dienen te worden uitgelegd in het raam van de aanneming tegen vaste prijs. Dit betekent dat ook een antwoord moet worden gegeven op de vraag welke werken noodzakelijk en voorzienbaar waren bij de uitvoering van de aannemingsovereenkomst.

12. Uit het detail, gevoegd bij de factuur, blijkt dat de gebruikte goederen niets anders zijn dan de aansluiting van kleine stukken op het elektriciteitsnet, de waterleiding of de afvoeren. Het ging om 15 m elektriciteitskabel, een schakelaar, wat pvc-buisjes en -bochten, verloopstukken, koppelstukken, enkele kopermoffen, een sifon en andere kleine stukken. Dergelijke stukken moeten als noodzakelijk en voorzienbaar worden geacht voor de plaatsing van de aangekochte goederen. Deze kleinere werken en zelfs aanpassingswerken kunnen niet worden beschouwd als het aanpassen van de nutsvoorzieningen. Dergelijke werken en hulpstukken zijn noodzakelijk voor het gebruik van een badkamer. Onder de termen “aanpassen van nutsvoorzieningen” dienen grotere werken te worden aangemerkt, zoals het grondig verzwaren van de elektriciteit vanaf de straatzijde tot aan de tellerkast of vanaf de tellerkast, het aanleggen van verschillende afvoerleidingen of het plaatsen van verschillende aanvoerbuizen voor de waterleiding en dit vanaf de straataansluiting of teller, die meer ingrijpende werken veronderstellen.

13. Ook het afnemen, terugplaatsen en aansluiten van de radiator moet als een voorzienbaar en noodzakelijk werk bij de levering en plaatsing van de goederen worden beschouwd. Bij de prijsbepaling is eiseres toch ter plaatse geweest en moet zij hebben vastgesteld dat de plaatsing van de goederen niet kon zonder het afnemen van de radiator. Het terugplaatsen en aansluiten ervan behoorde dan ook tot de overeenkomst en viel derhalve niet onder de rubriek “aanpassen van nutsvoorzieningen”. Hetzelfde geldt voor alle andere goederen en prestaties gefactureerd op 18 juli 2007. Eiseres wist of behoorde te weten dat dergelijke werken behoorden tot de levering en plaatsing van de badkamerinrichting. Dit waren noodzakelijke en voorzienbare werken en zij vallen aldus niet onder de uitgesloten werken zoals opgenomen in de aannemingsovereenkomst.

14. Het is trouwens zeer merkwaardig dat alle werken aan de badkamer in maart 2007 werden afgewerkt en dat de laatste factuur daarvan dateert van 13 april 2007 en dat vervolgens de factuur voor deze zogezegde meerwerken slechts werd opgesteld op 18 juli 2007. De laatste factuur (700452) met betrekking tot de aannemingsovereenkomst werd trouwens al betaald op 30 april 2007. Eiseres weerlegt de opwerping van verweerders niet dat factuur 700918 van 18 juli 2007 slechts door hen werd ontvangen samen met de brief van 30 oktober 2007. Het behoort immers aan eiseres het bewijs te leveren van het ogenblik van het versturen en tevens van de ontvangst door verweerders van de factuur. Deze te late opmaak en het te laat versturen van de factuur ontnemen er ook de bewijswaarde van.

15. Al deze elementen samen genomen doen de rechtbank tot het besluit komen dat de gefactureerde werken waarvan de factuur thans wordt ingevorderd niet als werken kunnen worden beschouwd die uit de overeenkomst tegen vaste prijs werden uitgesloten. Zij behoorden tot de noodzakelijke en voorzienbare werken bij het leveren en plaatsen van de door verweerders aangekochte badinrichting. In die omstandigheden dient de hoofdvordering te worden afgewezen als ongegrond.

...
 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:16
Laatst aangepast op: zo, 28/10/2012 - 20:49

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.