-A +A

aanrekening van de onderhoudsbijdrage in het raam van de vereffening verdeling

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

In het kader van de procedure 1280 Gerechtelijk Wetboek, noch in het kader van de 223 Burgerlijk Wetboek, kan ten definitieve titel onmogelijk bepaald worden wat de bestemming van de betaalde onderhoudsgelden zal zijn bij de vereffening-verdeling.

De tijdens de echtscheidingsprocedure verschuldigde onderhoudsbijdrage moet worden aangerekend in het raam van de vereffening-verdeling, meer bepaald in het raam van de beheersrekening. Maar de aanrekening kan er niet toe leiden dat de onderhoudsgerechtigde echtgenoot de genoten onderhoudsbijdrage moet “terugbetalen” .

Het komt de vereffenende instantie (de partijen in akkoord, de notaris of de rechtbank)  zou de onderhoudsbijdragen die in akkoord of door de rechtbank werden opgelegd een definitieve bestemming te geven, hetzij:

- als een voorschot op het aandeel van de uitkeringsgerechtigde echtgenoot in de vruchten van de postcommunautaire onverdeeldheid,

- hetzij als een uitvoering van de hulp- en bijdrageverplichting door de onderhoudsplichtige echtgenoot.

Deze beslissing heeft geen dienovereenkomstige fiscale gevolgen.

Rechtspraak:

Gent 25 september 1997, A.J.T. 1998-99 (verkort), 114; , T.G.R. 1998, 213.

Klassiek wordt in de rechtspraak aanvaard dat het onderhoudsgeld dat hangende de procedure in uitvoering van een voorlopige maatregel werd betaald, moet aangerekend worden op het aandeel van de alimentatiegerechtigde in de inkomsten van de huwelijksgemeenschap.
Het onderhoudsgeld wordt alsdan aangezien als een voorschot op het aandeel van de onderhoudsgerechtigde in de vruchten.
De vraag rijst of dit klassieke uitgangspunt: - verzoenbaar is met het vigerend rechtssysteem, doordat het meer rechten toekent aan een (schuldige) echtgenoot in echtscheidingsprocedure, dan aan eenzelfde, staande het huwelijk (want in dat geval wordt het recht op onderhoud en bijstand afhankelijk gemaakt van de samenleving of van de afwezigheid van schuld aan de feitelijke scheiding en het verderduren ervan); - op zich geen aanleiding geeft tot misbruik van procesrecht, in die zin dat de onderhoudsgerechtigde, afgezien dat hij weet dat de echtscheiding (ook) in zijn nadeel zal worden uitgesproken, in bepaalde omstandigheden - wanneer zijn aandeel in de vruchten nihil is of minder dan het betaalde onderhoudsgeld - wordt aangezet tot het rekken van de procedure.
Daarom moet de gevestigde rechtspraak afgewezen worden en de integraliteit van de door de appellante (lastens wie de echtscheiding eveneens werd uitgesproken) ontvangen onderhoudsgelden moeten in mindering gebracht worden van haar aandeel (zowel kapitaal als vruchten) in de huwelijksgemeenschap.

 

externe link: aanrekening van de onderhoudsbijdrage in het raam van de vereffening verdeling
 

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 14:14
Laatst aangepast op: vr, 22/01/2010 - 17:54

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.