-A +A

aansprakelijkheid bij klapband

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Wanneer klapband de oorzaak is van een aanrijding zal de derde schadelijder zich dienen te beroepen op art. 1384 lid 1 BW ten aanzien van de bestuurder van het voertuig, waarbij hij diens aansprakelijkheid zal inroepen als houder van een gebrekkige zaak.

De schadelijder zal dan dit gebrek in de band dienen te bewijzen, hetgeen in de praktijk, behoudens expertise, enkel kan door het bewijs te leveren dat elke andere oorzaak uitgesloten is.

De verstandige bestuurder die de klapband opliep zal zich bij middel van verweer beroepen op overmacht of toevallig feit, waardoor de schadelijder best zijn vordering meteen ook richt tegen het Gemeenschappelijk Waarborgfonds dat de plicht heeft te vergoeden ondermeer wanneer geen verzekering zou tussenkomen omdat het ongeval veroorzaakt werd door een toevallig feit.

Zie cass. 24/02/2006, met noot met overzicht rechtspraak, Klapband, dansen op de slappe koord tussen bewijs van overmacht en bewijs van een gebrekkig zaak, RABG, 2006/19 

•• Cassatie  24/02/2008 RW 2008-2009, 1219

Wanneer de rechter art. 1384, eerste lid, B.W. toepast, kan hij uit het gedrag van de zaak niet wettig besluiten tot het bestaan van een gebrek van de zaak dan indien hij elke andere oorzaak dan het gebrek uitsluit.

Het arrest zegt dat «de omstandigheden van het klappen (in de technische zin van het woord) van een of meer banden van het voertuig niet heel duidelijk vaststaan» en dat «de oorzaak van dat ongeval niet bepaald kon worden», dat «het strafdossier nergens verwijst naar een externe factor die de totstandkoming van een toevallig feit bewijst», dat «een voertuig, wanneer een van de banden ervan plots klapt, een ongewoon kenmerk vertoont dat schade kan veroorzaken» en dat «het is aangetast door een gebrek in de zin van art. 1384, eerste lid, B.W.».

Het arrest dat het bestaan van een gebrek louter uit het ongewone gedrag van het voertuig ten gevolge van een meer klapbanden afleidt, zonder elke andere oorzaak uit te sluiten, is niet naar recht verantwoord.

Het middel is gegrond

• Politierechtbank Gent 7 maart 2011, RW 2011-2012, 965

Vlaams Gewest t/ NV M.V. en Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds

Voorwerp van het geding

1. Het geding heeft betrekking op een verkeersongeval op de E17 te De Pinte-Zevergem op 17 december 2007.

2. Het openbaar ministerie vervolgde de vrachtwagenbestuurder K.V. voor onopzettelijke slagen of verwondingen voor de Politierechtbank te Gent, maar bij vonnis van 27 november 2009 werd de vrachtwagenbestuurder vrijgesproken.

Er is geen betwisting over de kwestie of er tegen dat strafvonnis een rechtsmiddel werd aangewend. Blijkbaar is dat niet het geval.

Die strafrechtelijke vrijspraak is, zoals uit het overgelegde afschrift van het strafvonnis blijkt, gebaseerd op de omstandigheid dat het ongeval te wijten was aan een klapband. Onder verwijzing naar een deskundigenverslag overwoog het strafvonnis dat de bestuurde sleep na een klapband aan één van de sturende wielen niet onder controle te houden was. Nadat het strafvonnis verder overwoog dat niets wees op enige fout of nalatigheid van de bestuurder met betrekking tot het veroorzaken van de klapband, nam de strafrechter de overmacht aan in de persoon van de vrachtwagenbestuurder die daarom vrijgesproken werd.

Door die vrijspraak was de strafrechter onbevoegd om kennis te nemen van de burgerlijke vorderingen van de partijen die zich burgerlijke partij hadden gesteld.

3. Thans wordt tweede comparante aangesproken als burgerlijke aansprakelijkheidsverzekeraar m.b.t. de door de heer V. bestuurde vrachtwagen.

Onderhavige aansprakelijkheidsvordering is gebaseerd op art. 1384, eerste lid BW, de kwalitatieve aansprakelijkheid van de verzekerde van tweede comparante als bewaarder van een gebrekkige zaak.

Eerste comparante vordert een schadevergoeding van 2.321 euro voor de door het ongeval aan het openbaar domein aangerichte schade.

4. De vrijwillig tussenkomende partij, het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds, spreekt tweede comparante op dezelfde rechtsgrond aan, maar spreekt subsidiair ook eerste comparante aan voor het geval de rechtbank zou oordelen dat de klapband werd veroorzaakt door een uitwendige oorzaak (put in of voorwerp op de weg), in welk geval zij eerste comparante – eveneens op basis van art. 1384, eerste lid BW – aansprakelijk acht als bewaarder van het gebrekkige wegdek.

De vrijwillig tussenkomende partij vordert bij tussenvordering de veroordeling van tweede comparante, subsidiair van eerste comparante, tot een schadevergoeding van 15.021,75 euro, in conclusie uitgebreid tot 21.617,79 euro, en dit als gesubrogeerde in de rechten van de door haar vergoede benadeelden.

5. Beide vorderingen worden vermeerderd met de interest.

6. De punten van betwisting, de opgeworpen middelen en de elementen van de beoordeling zullen blijken uit de hiernavolgende beoordeling ten gronde.

Beoordeling

I. Het gezag van gewijsde van de strafrechtelijke vrijspraak

1. Tweede comparante pleit in conclusie in eerste instantie het gezag van gewijsde van de vrijspraak van de vrachtwagenbestuurder wegens overmacht, die een beletsel zou vormen voor de aansprakelijkheidsvordering tegen tweede comparante.

Sub 4 hierna wordt geoordeeld dat het middel van het strafrechtelijk gezag van gewijsde in casu totaal irrelevant is. Maar eerst maakt de rechtbank sub 2 en 3 nog twee randbemerkingen.

2. Eerste comparante was geen partij in het strafgeding. De vraag naar de draagwijdte van de tegenwerpelijkheid van het vonnis van eerste comparante wordt niet gesteld.

De rechtbank vermeldt dit maar volledigheidshalve, gelet op wat hierna volgt.

3. Het gezag van gewijsde strekt zich uit tot datgene waarover de strafrechter zeker en noodzakelijk heeft beslist.

Welnu, de strafrechter heeft beslist dat de klapband voor de vrachtwagenbestuurder overmacht uitmaakte en dat die bestuurder geen schuld had aan die klapband. Maar hetzelfde vonnis zegt in een volgende alinea – die ook onder het gezag van gewijsde valt – uitdrukkelijk dat de strafrechter niet statueert over een gebeurlijke vordering op basis van een gebrek in de band (art. 1384, eerste lid BW).

Daar onderhavige vordering precies en uitsluitend op art. 1384, eerste lid BW gebaseerd is, kan tweede comparante dus onmogelijk het gezag van gewijsde van dat strafvonnis inroepen.

4. Ten gronde is het opgeworpen gezag van gewijsde irrelevant.

Zoals al gezegd, wordt de thans voorliggende zaak gebaseerd op art. 1384, eerste lid BW, d.w.z. de kwalitatieve aansprakelijkheid van de verzekerde van tweede comparante als bewaarder van een gebrekkige zaak, in casu een gebrekkige band. Het strafvonnis beoordeelt de foutaansprakelijkheid (art. 1382-1383 BW).

Voor de kwalitatieve aansprakelijkheid op grond van art. 1384, eerste lid BW zijn de oorsprong van het gebrek evenals de vraag of de bewaarder van de zaak kennis had van het gebrek volledig irrelevant (de rechtbank verwijst naar de gekende talrijke rechtspraak in die zin; zie o.a. H. Vandenberghe e.a., “Overzicht van rechtspraak. Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad”, TPR 1987, p. 1255, nr. 74).

Nu de strafrechter de vrachtwagenbestuurder vrijsprak omdat zijn fout of nalatigheid niet bewezen waren, maar de aansprakelijkheid van de bewaarder van de zaak (verzekerde van tweede comparante) op grond van art. 1384, eerste lid BW noch fout, noch nalatigheid vereisen, staat de vrijspraak van de bestuurder van de vrachtwagen – zelfs indien hij en niet zijn werkgever de bewaarder van de vrachtwagen was geweest – de kwalitatieve aansprakelijkheid van de bewaarder van een gebrekkige zaak geenszins in de weg (zie o.m. Cass. 13 maart 1997, RW 1998-99, 859).

II. Het gebrek

1. Het wordt als zodanig niet betwist dat de verzekerde van tweede comparante de bewaarder was van de vrachtwagen met de klapband.

2. Een zaak is gebrekkig in de zin van art. 1384, eerste lid BW wanneer ze een abnormaal kenmerk vertoont dat van aard is in bepaalde omstandigheden schade te kunnen berokkenen aan derden.

Het is niet vereist dat de zaak – in casu de band – door het abnormale kenmerk ongeschikt was voor gebruik volgens zijn normale bestemming. Dat vereisen zou een voorwaarde toevoegen aan art. 1384, eerste lid BW die de wet zelf niet stelt (Cass. 12 september 2003, RW 2006-07, 597, RGAR 2005, nr. 13.973).

3. Wanneer – zoals in casu – het abnormale kenmerk van de zaak (de band) niet concreet bewezen kan worden, kan het bewijs van het gebrek door deductie worden geleverd. De abnormale gedraging van de zaak (de band) kan dan het bewijs opleveren van het gebrek wanneer de rechtbank alle andere uitwendige oorzaken uitsluit (zie o.m. Brussel 18 november 1993, RW 1995-96, 112).

4. Dat een band van een voertuig, in casu een vrachtwagen, klapt, is duidelijk een abnormale gedraging van die band. De rechtbank kan derhalve in casu uit het klappen van de band het bestaan van een gebrek in die band afleiden, indien zij alle andere oorzaken dan het gebrek voor de veroorzaakte schade uitsluit (Cass. 1 december 2006, RW 2009-10, 993). Die andere oorzaken dan het gebrek in de band sluit de rechtbank in casu inderdaad uit, en dit op basis van twee zeer concrete gegevens in het dossier:

– noch de verbalisanten, noch de door het parket aangestelde deskundige troffen op het wegdek van de autosnelweg ook maar iets aan dat als uitwendige oorzaak het klappen van de band veroorzaakt zou kunnen hebben;

– zoals tweede comparante zelf in conclusie tot tweemaal toe citeert, zegt de door het parket aangestelde deskundige op p. 10 van zijn verslag: “De aanleiding van de klapband is niet merkbaar aan de buitenzijde van de band”.

Vooral dat laatste is doorslaggevend en stelt de rechtbank in staat een andere (uitwendige) oorzaak die op de band zou hebben ingewerkt en het klappen ervan veroorzaakt zou hebben, uit te sluiten.

5. Conclusie: het gebrek in de band van de vrachtwagen waarvan de verzekerde van tweede comparante de bewaarder was, is bewezen.

Het oorzakelijk verband tussen het klappen van de band en het ongeval is evident.

6. Als bewaarder van de gebrekkige band kan de verzekerde van tweede comparante zich alleen van haar aansprakelijkheid bevrijden door het bewijs te leveren van een vreemde oorzaak (niet te verwarren met de overmacht in de persoon van de bestuurder).

Aangezien de oorsprong van het gebrek in het raam van art. 1384, eerste lid BW irrelevant is, moet die bevrijdende oorzaak dan wel alleen slaan op de schade zelf en niet op het gebrek (omdat het precies voor dat gebrek is, waarvan de oorzaak en de kennis irrelevant zijn, dat de bewaarder aansprakelijk is) (Cass. 13 mei 1993, RW 1994-95, 1329; Antwerpen 10 januari 1989, Verkeersrecht, 89/142; Rb. Kortrijk 25 februari 1991, De Verz. 1992, 337; Th. Vansweevelt en B. Weyts, Handboek Buitencontractueel Aansprakelijkheidsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2009, nr. 736).

Het is overigens op de bewaarder van de gebrekkige zaak dat de bewijslast rust van een vreemde oorzaak (en dat is niet de overmacht in de persoon van de bestuurder maar wel de hierboven beschreven vreemde oorzaak in het raam van art. 1384, eerste lid BW) (Th. Vansweevelt en B. Weyts, ibid.).

Dat bewijs wordt allerminst geleverd.

III. De vergoedingsaanspraak

1. De verzekeraar burgerlijke aansprakelijkheid motorrijtuigen dekt ten aanzien van derden de aansprakelijkheid op basis van art. 1384, eerste lid BW. Het is dan ook wel degelijk tegen tweede comparante dat eerste comparante haar vordering kan richten, net zoals de vrijwillig tussenkomende partij haar uitgaven ten behoeve van derde benadeelden van tweede comparante kan terugvorderen.

2. Uit al het bovenstaande vloeit de ongegrondheid voort van de vordering van de vrijwillig tussenkomende partij in de mate als gericht tegen eerste comparante (wegens gebrek in de weg als ongevalsoorzaak).

...

 

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:15
Laatst aangepast op: do, 05/05/2016 - 13:16

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.