-A +A

Afpersing

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Afpersing wordt strafbaar gesteld door art. 470 S.W.

Het onderscheid tussen afpersing en diefstal met geweld en of bedreiging  bestaat erin dat de dader zich bij afpersing met behulp van geweld of bedreiging zaken doet overhandigen terwijl bij diefstal de dader met behulp van dezelfde middelen de goederen zelf wegneemt.

Evenwel:
Een hold-up bij een bank waarbij de dader onder bedreiging van een wapen een plastiek zak afgeeft aan de bankbediende en deze laatste verplicht om deze te vullen met bankbiljetten zal toch gekwalificeerd worden als diefstal met geweld en of bedreiging met vertoon van wapen, en niet als afpersing niettegenstaande het hier niet om een bedrieglijk wegnemen handelt maar het slachtoffer d.m.v. geweld iets overhandigt aan de dader.
 

Uittreksel uit het strafwetboek:

Art. 470. Met de straffen, bij het artikel 468 bepaald, wordt gestraft alsof hij een diefstal met geweld of bedreiging had gepleegd, bij die met behulp van geweld of bedreiging afperst, hetzij gelden, waarden, roerende voorwerpen, schuldbrieven, biljetten, promessen, kwijtingen, hetzij de ondertekening of de afgifte van enig stuk dat een verbintenis, beschikking of schuldbevrijding inhoudt of teweegbrengt.

 Art. 468. Hij die een diefstal pleegt door middel van geweld of bedreiging, wordt gestraft met (opsluiting van vijf jaar tot tien jaar).

Rechtspraak:

• Cass. AR P.92.7215.N, 24 januari 1995 ( A.J.T. 1995-96, 250, noot VAN CAENEGEM, P.; Arr.Cass. 1995, 62; Bull. 1995 (verkort), 65; Pas. 1995 (verkort), I, 65.

De bedreiging als bestanddeel van het misdrijf afpersing kan bestaan in de sterke morele dwang ten gevolge van het verwekken van vrees voor een dreigend kwaad.

• Cass. AR 7235, 26 april 1989 (Solheid-Gabriël / Tibesar)
Arr.Cass. 1988-89, 999; Bull. 1989, 901; Pas. 1989, I, 901; Rev.dr.pén. 1989, 772, noot. Onder bedreiging, als bestanddeel van het misdrijf afpersing, moet worden verstaan elk middel van morele dwang door het verwekken van vrees voor een dreigend kwaad; als zodanig moet worden aangemerkt het kwaad waartegen de bedreigde persoon althans denkt niets te kunnen ondernemen (art. 470 en 483 Sw.).

• Cass. (2e k.) AR P.05.1118.N, 17 januari 2006 (V.B.H. / Belgische Staat, B.J., V.B.M.); Pas. 2006, afl. 1, 173; T.Strafr. 2006, afl. 3, 135, noot -Onder bedreiging, als bestanddeel van het misdrijf afpersing, moet worden verstaan alle middelen van morele dwang door het verwekken van vrees voor een dreigend kwaad. Als zodanig moet worden beschouwd het kwaad waartegen de bedreigde persoon denkt niets te kunnen ondernemen (art. 470 Sw.).

 


 

Commentaar: 

Rechtsleer:

• MERCKX, D., LOQUET, T., Afpersing, - Bijdragen in boek - In: X., Strafrecht en strafvordering. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, 1-30 (32 p.) - augustus 2008
Sw., misdrijven tegen de eigendommen, afpersing

• ECHTS, L., Afpersing en eigenrichting, T.Strafr. 2005, afl. 1, 55-56.

• LUGENTZ, F., Les vols et les extorsionsr - Bijdragen in boek - In: X., Les infractions contre les biens, 5-160

• LOENT, A., Vols et extentions [Les extorsions] - Bijdragen in boek - In: LORENT, A., Vols et extorsions, 93-98 (6 p.) - februari 2003

• LEJEUNE, W., Extorsion - Bijdragen in boek - In: X., Répertoire pratique du droit belge. Législation, Doctrine et Jurisprudence. Complément. Tome quatrième, 360-362 - 2005

• VAN CAENEGEM, P., De interpretatie van het begrip 'bedreiging' in art. 470 Sw, A.J.T. 1995-96, 251-252.

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 14:14
Laatst aangepast op: vr, 27/01/2017 - 12:29

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.