alleenbestuur in het huwelijksvermogensrecht
In het wettelijk huwelijksvermogensstelsel kunnen bepaalde rechtshandelingen door een der echtgenoten met uitsluiting van de andere worden gesteld en dit over een gedeelte van het gemeenschappelijk vermogen. dit wordt het alleen bestuur in het huwelijksvermogensrecht geheten.
ART. 217 BW
[Iedere echtgenoot ontvangt zijn inkomsten alleen en besteedt ze bij
voorrang aan zijn bijdrage in de lasten van het huwelijk.
Hij kan het overschot besteden voor de aanschaf van goederen in
zoverre dit verantwoord is voor de uitoefening van zijn beroep; die
goederen staan uitsluitend onder zijn bestuur.
Wat er daarna nog overblijft is onderworpen aan de regels van het
huwelijksvermogensstelsel van de echtgenoten. ]
uittreksel uit het Burgerlijk wetboek.
ART. 218
[Iedere echtgenoot kan, zonder de instemming van de andere, op zijn
naam een depositorekening voor geld of effecten doen openen en een
brandkast huren.
Ten opzichte van de bewaarnemer of de verhuurder wordt alleen hij
geacht het bestuur of de toegang te hebben.
De bewaarnemer en de verhuurder moeten de andere echtgenoot in
kennis stellen van de opening van de rekening of de huur van de
brandkast. ]
ART. 1417 B.W.
[ De echtgenoot die een beroep uitoefent, verricht alle daartoe
noodzakelijke bestuurshandelingen alleen.
Wanneer beide echtgenoten samen een zelfde beroep uitoefenen, is
beider medewerking vereist voor alle handelingen behalve die van
beheer.
uitzondering op ART 1417 BW
ART. 1418
[ Onverminderd het bepaalde in artikel 1417,
is de toestemming van beide echtgenoten
vereist om:
1. a) voor hypotheek vatbare goederen te verkrijgen, te vervreemden of met zakelijke rechten te bezwaren;
b) een handelszaak of enig bedrijf te verkrijgen, over te dragen of in pand te geven;
c) een huurovereenkomst voor langer dan negen jaar te sluiten, te vernieuwen of op te zeggen en een handelshuur of pachtovereenkomst toe te staan.
2. a) een hypothecaire schuldvordering over te dragen of in pand te geven;
b) de prijs van een vervreemd onroerend goed of de terugbetaling van een hypothecaire schuldvordering in ontvangst te nemen en opheffing te verlenen van hypothecaire inschrijvingen;
c) een legaat of een schenking te aanvaarden of te verwerpen, wanneer bedongen is dat de vermaakte of geschonken goederen gemeenschappelijk zullen zijn;
d) een lening aan te gaan;
e) [ een kredietovereenkomst, bedoeld door de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet te sluiten ], behalve wanneer die handelingen noodzakelijk zijn voor de huishouding of de opvoeding van de kinderen. ]
Hebt u nog een vraag?
Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.
Andere zoekopties
U kan onze website eveneens doorzoeken met deze opties:
- A-Z index
- Chronologische lijst van recente aanpassingen
- Doelgroepen
- De zoekfunctie op trefwoord (beta)
- Op kernwoorden
- Rechtsleer
- Rapport van alle bijdragen op deze site
- Rechtspraak
- Wetgeving
- Modellen
- RSS feeds
Aanvulling
Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.
