-A +A

Antigone (s) leer nietigheid en uitsluiting onregelmatig bewijs

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

 Antigone (Grieks: Ἀντιγόνη) is een klassieke tragedie van de dichter/tragicus Sophocles over Antigone uit de Griekse mythologie. Het motto van het stuk: om gelukkig te worden moet je verstandig handelen (maar wat is verstandig handelen...) en de goden niet tarten (maar wat is de goden tarten...). Het centrale thema van het stuk: Het individuele geweten versus de staatswetten; de morele of goddelijke wetten versus de menselijke wetten.

Deze abstracte gedachte veruitwendigd in een Griekse figuur is de basis van de antigoonleer in het recht.

Voor een update over de materie klik hier

De Antigoonleer werd bevestigd in een mijlpaalarrest van het Hof van  Cassatie van (14/10/2003, R.A.B.G. 2004, 337, met conclusie van advocaat- generaal M. De Swaef. Zie daarover: F. Schuermans, «De nieuwe cassatierechtspraak inzake de sanctionering van onrechtmatig verkregen bewijs: doorbraak of bres?», R.A.B.G. 2004, 337-357; D. De Wolf, «Nieuwe wending in de rechtspraak betreffende de sanctie bij onrechtmatig verkregen bewijs», R.W. 2003-04, 1235-1239; S. Berneman, «Sanctionering van onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal: een inleiding tot het Antigoon-arrest van 14 oktober 2003», T. Strafr. 2004, 2-39; P. Traest, «Onrechtmatig doch bruikbaar bewijs: het Hof van Cassatie zet de bakens uit», T. Strafr. 2004, 133-143; B. De Smet, «Stromingen in het stelsel van nietigheden.

Nieuwe criteria voor de uitsluiting van onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal», T. Strafr. 2005, 248-261; H. Bosly en D. Vandermeersch, Droit de la procédure pénale, Brugge, die Keure, 2005, 1291-1295; R. Verstraeten, Handboek strafvordering, Antwerpen, Maklu, 2005, 866-872; F. Deruyck, «Wat krom is, wordt recht. Over de bruikbaarheid van onrechtmatig verkregen bewijs», in Strafrecht en strafprocesrecht 2005-06, Mechelen, Kluwer, 2006, 201-232; C. Van Den Wyngaert, o.c., 1117-1126; R. Declercq, o.c., 841-843)

Onderzoeksgerechten kunnen enkel tot nietigheid en uitsluiting van het onrechtmatig bewijs besluiten:

- hetzij wanneer de naleving van bepaalde vormvoorwaarden voorgeschreven wordt op straffe van nietigheid (vb. niet naleving van de strikte voorwaarden inzake telefoontap, de anonieme getuigenverklaringen); Hierbij dient opgemerkt dat deze meeste vormvoorschriften in strafzaken niet gesanctioneerd worden of niet voorzien zijn op straffe van nietigheid
- hetzij wanneer de begane onrechtmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast;
- hetzij wanneer het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces;


• HOF VAN CASSATIE, 14/10/2003
 
Concl. adv.-gen. DE SWAEF, Cass., 14 okt. 2003, AR P.03.0762.N, A.C., 2003, nr ...

Conclusie van het Openbaar Ministerie.

1. Het cassatieberoep van de beklaagde stelt aan de orde een casus over sanctionering van onrechtmatig verkregen bewijs.
De beslissing van de appèlrechters geeft het Hof de mogelijkheid desgevallend aan dit leerstuk enige verdere verfijning aan te brengen ten opzichte van de traditionele gehuldigde zienswijzen (1) in de zogeheten "exclusionary rule" en "fruits of the poisonous tree" theorieën.

2.1 Uit de feitelijke gegevens van de thans te beoordelen zaak blijkt dat beklaagde aan een veiligheidsfouille werd onderworpen, waarna met de alzo verkregen autosleutels zijn voertuig werd doorzocht. Hierin werd een geladen pistool met weggevijld serienummer gevonden.

2.2 Ofschoon de appèlrechters, op grond van tijdens de lopende rechtspleging nader ingewonnen inlichtingen, vaststellen dat de zoeking in het voertuig van beklaagde onrechtmatig was, verklaren ze hem toch schuldig aan het misdrijf van verboden wapendracht en veroordelen zij hem tot een geldboete.

2.3 Beklaagde had in hoger beroep het verweer gevoerd dat de zoeking in zijn voertuig nietig was wegens miskenning van de voorschriften van artikel 29 van de Wet op het politieambt en dat deze nietige zoeking moet leiden tot bewijsuitsluiting, zodat, bij ontstentenis van regelmatig vergaard bewijs, hij diende te worden vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten.

2.4 De appèlrechters honoreren dit verweer echter niet om reden dat:
a. de sanctie van de bewijsuitsluiting moet worden gereserveerd voor de gevallen waarin door onrechtmatige opsporing de betrouwbaarheid van het bewijsmateriaal is aangetast;
b. het niet wordt betwist dat beklaagde, zonder enige tussenkomst van de politie, het geladen wapen aankocht en het in zijn voertuig legde;
c. de enkele omstandigheid dat dit wapen slechts kon worden aangetroffen als gevolg van een onrechtmatige zoeking in het voertuig dan ook niet van aard is om de betrouwbaarheid van het bewijsmateriaal aan te tasten;
d. het optreden van de politie evenmin aan te merken is als een ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van beklaagde aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.

3. In cassatie beklaagt eiser zich in het middel over de schending van de regels over het bewijs in strafzaken en over de miskenning van de algemene beginselen die de strafrechtspleging of het strafproces beheersen.
Volgens hem kon het hof van beroep hem schuldig verklaren noch veroordelen uitsluitend op basis van onrechtmatig verkregen bewijs.

4.1 De appèlrechters oordelen op grond van de feitelijke gegevens die ze vermelden dat er op de dag der vaststellingen, zijnde 29 september 2000, geen redelijke gronden aanwezig waren om aan te nemen dat het voertuig van beklaagde gebruikt werd om één van de redenen opgesomd in artikel 29 van de Wet op het politieambt.

Luidens deze bepaling kunnen de politieambtenaren overgaan tot het doorzoeken van een voertuig of enig ander vervoermiddel zowel in het verkeer als geparkeerd, op de openbare weg of voor het publiek toegankelijke plaatsen indien zij, op grond van de gedragingen van de bestuurder of de passagiers, van materiële aanwijzingen of van omstandigheden van tijd of plaats redelijke gronden hebben om te denken dat het voertuig of vervoermiddel werd gebruikt, wordt gebruikt of zou kunnen worden gebruikt:
1° om een misdrijf te plegen;
2° om opgespoorde personen of personen die aan een identiteitscontrole willen ontsnappen een schuilplaats te geven of te vervoeren;
3° om een voor de openbare orde gevaarlijk voorwerp, overtuigingsstukken of bewijsmateriaal in verband met een misdrijf op te slaan of te vervoeren (2).

4.2 Uit de bestreden beslissing en uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat het politieoptreden verband hield met druggerelateerde informatie m.b.t. beklaagde naar aanleiding van een drugcontrole in 1999 in het café waarvan beklaagde de uitbater is en waarbij dat onderzoek na de huidige feiten tot een buitenvervolgingstelling leidde.
In het bestreden arrest maken de appèlrechters geen gewag van het feit, vermeld in het verslag van de vertrouwensofficier, dat aan beklaagde werd gevraagd nazicht te mogen doen in zijn voertuig, wat hij toestond.

4.3 Hetgeen voorafgaat doet m.i. enige twijfel rijzen omtrent de schending van artikel 29 van de Wet op het politieambt.
Indien het Hof zou oordelen dat uit het feitelijk kader kan worden afgeleid dat er geen onrechtmatige bewijsverkrijging is gebeurd, is het evident dat alsdan het dictum van de bestreden beslissing alleszins rechtens wordt verantwoord.

5.1 Is het Hof daarentegen de mening toegedaan dat het uitgangspunt van de appèlrechters, met name de onrechtmatige zoeking door de politie in het voertuig van beklaagde, dient te worden bijgetreden, moet nader worden onderzocht of die onwettigheid wordt gesanctioneerd en, zo ja, op welke wijze.

5.2 Vooreerst weze vastgesteld dat op het bijzondere voorschift van artikel 29 van de Wet op het politieambt geen expliciete sanctie is bepaald. Meer algemeen bestaat er in het Belgisch recht geen wetsbepaling die elk gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs verbiedt (3). Niettemin geldt als regel dat het bewijsmiddel in strafzaken waarop de strafvordering steunt, op wettelijke wijze dient te worden verkregen.

5.3 De in België gangbare traditionele visie van de sanctionering van onrechtmatig verkregen bewijs middels zowel rechtstreekse als onrechtstreekse absolute uitsluiting ervan (4) is gaandeweg onder druk komen te staan, inzonderheid bij onrechtmatigheden begaan door derden (lees: particulieren)(5).

Het enkele feit dat een burger op onrechtmatige wijze heeft gehandeld als gevolg waarvan de opsporingsinstanties over bewijsmateriaal komen te beschikken is op zich geen voldoende reden om dat materiaal zonder meer uit te sluiten. Die evolutie is wellicht mede toe te schrijven aan de gewijzigde vormen van criminaliteit en de maatschappelijke noodzaak van een efficiënte beteugeling. Deze laatste vereiste mag natuurlijk geen vrijgeleide betekenen voor bewuste en ernstige aantastingen van grondrechten.

6.1 Onrechtmatig verkregen bewijsmiddelen zijn bewijzen ofwel verkregen door een daad die door de wet is verboden, ofwel door een daad die onverenigbaar is met de substantiële regelen van de rechtspleging in strafzaken of met de algemene rechtsbeginselen (6).

De vereiste van formele legaliteit is ongetwijfeld van een lagere waardegradatie dan de eerbiediging van de menselijke waardigheid en de loyaliteit van de opsporingsmethoden.

6.2 Het staat buiten kijf dat in het strafrechtelijk bestel groot vertrouwen wordt gesteld in de integriteit van de opsporingsambtenaren (artikel 1, Wet op het politieambt). Maar zelfs de best opgeleide politiefunctionaris kan bij het uitvoeren van een opsporingshandeling in de fout gaan. Dit kan het gevolg zijn van een vergissing of van een onjuiste beoordeling in feite of in rechte. De mogelijkheid tot het stellen van een verkeerde handeling zal daarbij des te groter worden naarmate de op te volgen rechtsregels vaag, ingewikkeld of onderhevig aan vele opeenvolgende wetswijzigingen zijn.

6.3 Uit de feitelijke gegevens van de huidige zaak blijkt dat de politieambtenaren die de bekritiseerde zoeking hebben uitgevoerd, klaarblijkelijk in de mening verkeerden wetsconform te zijn opgetreden, al oordeelde a posteriori de strafrechter daar anders over.

Er is dan ook in hoofde van de politie te dezen geen sprake van ernstige verwijtbaarheid, maar wel van verontschuldigbare verwijtbaarheid. Onder die omstandigheden is het niet onredelijk noch geeft het blijk van een onjuiste rechtsopvatting als de rechter die vaststelt dat onbevoegd is gezocht, zich buigt over de vraag welke gevolgen daaraan moeten worden verbonden.

7. Bewijsmateriaal verkregen door schending van dit Statuut of van internationaal erkende mensenrechten is niet-ontvankelijk, indien: a) de schending ernstige twijfel doet rijzen ten aanzien van de betrouwbaarheid van het bewijs; of

7.1 Als bewijsuitsluiting geen automatische sanctie is op onrechtmatigheden zal de rechter het belang van bescherming tegen onrechtmatig politieoptreden kunnen afwegen tegen het belang van bescherming tegen misdrijven.

Bewijsuitsluiting die tot vrijspraak leidt is daarbij een sanctie die best slechts te rechtvaardigen is bij doelbewuste wetsschennis, grove onachtzaamheden of miskenning van beginselen van een behoorlijke procesorde.

7.2 Bewijsuitsluiting zal daarenboven eveneens toegepast worden wanneer de begane onrechtmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast.

Is het onrechtmatig verkregen bewijs evenwel zowel betrouwbaar als overtuigend, dan hoeft het niet buiten de rechterlijke oordeelsvorming te worden gehouden, op voorwaarde dat het gebruik van dit bewijs niet in strijd is met het recht van de beklaagde op een eerlijk proces in zijn geheel beschouwd.
Wanneer zoals in de voorliggende zaak, de feiten materieel vaststaan, de betrokkene ze ook toegeeft en daarop een contradictoire procesgang is gevolgd, valt niet in te zien waarom aan de feitenrechter alsdan de vrije appreciatie van het bewijs zou worden ontzegd.

7.3 Overigens vereenzelvigt in vele gevallen het bewijs van het misdrijf zich niet noodzakelijk met het bewijs van de schuld van de beklaagde. Een op welke wijze dan ook ontdekt misdrijf kan niet voor onbestaande worden gehouden, maar die vaststelling kan los staan van de bewijsverkrijging jegens de dader van dat misdrijf (7).

7.4 Het strafproces moet ertoe leiden de waarheid te ontdekken. Dit houdt in dat een onschuldige niet mag worden veroordeeld. Het Hof heeft reeds verscheidene malen beslist dat het recht van verdediging kan vereisen dat de feitenrechter toch acht slaat op de inhoud van nietig verklaarde, maar voor de beklaagde voordelige stukken (8).

7.5 De toekenning aan de rechter van een ruimere appreciatiebevoegdheid bij de sanctionering van onrechtmatig verkregen bewijs houdt bovendien de mogelijkheid in bij de strafoplegging rekening te houden met het geschonden belang.

Ofschoon te dezen de appèlrechters het niet uitdrukkelijk vermelden in de strafmotivering, heeft de vastgestelde onrechtmatigheid bij de opsporing allicht de strafmaat voor de beklaagde gunstig beïnvloed.

8.1 De hierbij door het bestreden arrest ingeslagen weg is in andere landen, zoals in Frankrijk (9) en zeker in Nederland (10) reeds geruime tijd gangbaar. Een tussen de verschillende landen meer uniforme bewijsregeling in strafzaken is ongetwijfeld bevorderlijk voor het tot stand komen van de Europese gerechtelijke ruimte, te meer nu het EVRM evenmin in alle gevallen tot uitsluiting van onrechtmatig verkregen bewijs dwingt (11).

8.2 Ter vergelijking kan ook nuttig verwezen worden naar het Statuut van het Internationaal Strafgerechtshof, dat in artikel 69 o.m. bepaalt:"4. Het Hof kan overeenkomstig het Reglement voor de proces- en bewijsvoering beslissen of het bewijs relevant of ontvankelijk is, waarbij het onder meer rekening houdt met de bewijskracht ervan en met de afbreuk die dit bewijs kan doen aan een eerlijk proces of aan een eerlijke afweging van de verklaring van een getuige.

 8. Wanneer het Hof beslist over de relevantie of de ontvankelijkheid van bewijs dat door een Staat is vergaard, doet het geen uitspraak over de toepassing van het nationale recht van die Staat".

8.3 Toekomstgericht dient ten slotte de aandacht gevestigd te worden op het Voorontwerp van Wetboek van Strafprocesrecht, opgesteld door de Commissie Strafprocesrecht waarvan Hoofdstuk 4 (artikelen 7 tot en met 10) handelt over de nietigheidsgronden (12).

Hierin zijn de nietigheidsgronden van openbare orde opgesomd die niet langer aan de beoordeling van de rechter overgelaten zouden zijn.
Vallen o.m. in die categorie, de bepalingen betreffende de huisvredebreuk, de huiszoeking, het afluisteren en de onderzoeksmaatregelen die een schending van de lichamelijke integriteit meebrengen.
Het zal de Belgische Wetgever behoren zich te beraden of het toch niet verkieslijk is dat de rechter armslag behoudt bij het beoordelen van de gevolgen van onrechtmatigheden in het strafgebeuren, nu deze het best geplaatst is om tot een concrete afweging van de in het geding zijnde belangen te komen.
Een algemeen en voldoende speelruimte latende wettelijk kader, gekoppeld aan de bestaande rechtsmiddelen zowel tijdens het vooronderzoek als bij de feitenrechter, moeten de rechtsbescherming afdoende kunnen waarborgen.

9. Het bestreden arrest komt mij zodoende cassatiebestendig voor; ik geef het Hof in overweging de voorziening te verwerpen.
___________________
(1) Recentelijk: Cass., 4 jan. 1994, AR nr 6388, nr 1, met conclusie van advocaat-generaal du Jardin, R.W. 1994-1995, 185, noot F. D'Hont; 24 april 1996, AR P.96.0350.F, nr 124; 9 dec. 1997, AR P.95.0610.N, nr 540; 13 jan. 1999, AR P.98.0412.F, nr 15, met conclusie van advocaat-generaal De Riemaecker.
(2) Zie Beroep Antwerpen, 20 feb. 1996, R.W., 1996-1997, 398 en de noten L. Arnou en M. Gelders.
(3) Art. 131, ,§ 1, Sv.: De raadkamer, spreekt, als daartoe grond bestaat, de nietigheid uit van de handeling en van een deel of het geheel van de erop volgende rechtspleging, wanneer zij een onregelmatigheid, verzuim of nietigheid vaststelt die invloed heeft op:
1° een handeling van het onderzoek;
2° de bewijsverkrijging.
(4) Zie o.m. B. De Smet, Le contrôle de la régularité de l'instruction et les mécanismes d'atténuation de la sanction de nullité, R.D.P., 2000, 772; J. de Codt, Les nullités de l'instruction préparatoire et le droit de la preuve. Tendances récentes, R.D.P., 2000, 3; F. Hutsebaut, Het onrechtmatig verkregen bewijs en zijn gevolgen, Strafrecht voor rechtspractici, L. Dupont en B. Spriet (eds.), IV, 47.
Algemeen: Ph. Traest, Het bewijs in strafzaken, Mys en Breesch, Gent, 1992.
(5) Cass., 17 jan. 1990, AR nr 7831, nr 310, R.W. 1990-1991, 463, noot L. Huybrechts; 30 mei 1995, A.R.
P.93.0946.N, nr 267 met conclusie van advocaat-generaal Goeminne; 14 feb. 2001, AR P.00.1350.F, P.00.1353.F en P.00.1363.F, nr 91, R.W. 2002-2003, 1624, noot J. Van Doninck; Ph. Traest, De rol van de particulier in het bewijsrecht in strafzaken: naar een relativering van de uitsluiting van onrechtmatig verkregen bewijs? in: Liber Amicorum Jean du Jardin, Kluwer, 61.
(6) Cass., 13 mei 1986, AR nr 9136, nr 558 met conclusie van advocaat-generaal du Jardin.
(7) M. De Swaef, Tapverbod en tapvergunning, Enkele kanttekeningen bij de "afluisterwet" van 30 juni 1994, R.W. 1995-1996, 449.
(8) Cass., 13 jan. 1998, AR P.97.1534.N, nr 23 en 3 nov. 1999, AR P.99.0295.F, nr 583, R.W. 2000-2001, 305, noot C. Idomon.
(9) Cass., fr., 15 juni 1993, B.S., 1994, 613, noot C. Mascala; 17 sept. 1996, Bull. nr 316; 15 juni 2000, ibid, nr 229.
(10) H.R., 31 mei 1994, N.J., 1995, nr 29; 13 mei 1997, ibid., 1998, nr 152; 27 jan 1998, ibid., 1998, nr 573.
Art. 359a, Wetboek van Strafvordering (NL) bepaalt:
1. De rechtbank kan, indien blijkt dat bij het voorbereidend onderzoek vormen zijn verzuimd die niet meer kunnen worden hersteld en de rechtsgevolgen hiervan niet uit de wet blijken, bepalen dat:
a. de hoogte van de straf in verhouding tot de ernst van het verzuim zal worden verlaagd, indien het door het verzuim veroorzaakte nadeel langs deze weg kan worden gecompenseerd;
b. de resultaten van het onderzoek die door het verzuim zijn verkregen niet mogen bijdragen aan het bewijs van het telastegelegde feit;
c. het openbaar ministerie niet ontvankelijk is, indien door het verzuim geen sprake kan zijn van een behandeling van de zaak die aan de beginselen van een behoorlijke procesorde voldoet.
2. Bij de toepassing van het eerste lid, houdt de rechtbank rekening met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt.
3. Het vonnis bevat de beslissingen vermeld in het eerste lid. Deze zijn met redenen omkleed (Sv 415, 581).
(14-09-1995, Stb. 441, i.w.tr. 02-11-1996/kamerstuknr 23705)
(11) EHRM, 12 juli 1988, Publ. ECHR, Serie A, Vol. 140, Schenk t. Zwitserland; 12 mei 2000, ibid., 2000-V, Kahn t. Verenigd Koninkrijk.
(12) Voorontwerp van Wetboek van Strafprocesrecht, Parl. St., 2043/001 (Kamer) en 2-1288/1 (Senaat).
 

TEKST VAN HET ARREST
D. Y.,
eiser, beklaagde,
met als raadsman Mr. Raymond Schroeyers, advocaat bij de balie te Antwerpen.

I. Bestreden beslissing

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 11 april 2003 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer.

II. Rechtspleging voor het Hof

Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

III. Cassatiemiddelen

Eiser stelt in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

IV. Beslissing van het Hof

A. Onderzoek van het middel

1. Eerste onderdeel

Overwegende dat de omstandigheid dat een bewijselement op onrechtmatige wijze werd verkregen, in de regel slechts tot gevolg heeft dat de rechter, bij het vormen van zijn overtuiging, dat gegeven rechtstreeks noch onrechtstreeks in aanmerking mag nemen:
- hetzij wanneer de naleving van bepaalde vormvoorwaarden voorgeschreven wordt op straffe van nietigheid;
- hetzij wanneer de begane onrechtmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast;
- hetzij wanneer het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces;

Overwegende dat artikel 29 van de Wet op het politieambt niet bepaalt welk gevolg er moet worden verleend aan het onrechtmatig doorzoeken van een voertuig;

Overwegende dat de appèlrechters vaststellen dat:
- "(eiser) op 29 september 2000 te 00 u 25 aan een veiligheidsfouille werd onderworpen waarbij in zijn jaszak autosleutels werden aangetroffen;
- vervolgens met deze sleutels het op straat geparkeerde voertuig van (eiser) werd geopend en grondig werd doorzocht waarbij een geladen pistool met weggevijld serienummer werd aangetroffen";

Overwegende dat de appèlrechters onaantastbaar oordelen dat op grond van de gegevens van het strafdossier er "op 29 september 2000 geen redelijke gronden waren om aan te nemen dat het voertuig van (eiser) gebruikt werd om één van de redenen, opgesomd in artikel 29 van de Wet op het politieambt" zodat de uitgevoerde zoeking onrechtmatig was;

Overwegende dat de appèlrechters oordelen dat de sanctie van de bewijsuitsluiting "moet worden gereserveerd voor de gevallen waarin door onrechtmatige opsporing de betrouwbaarheid van het bewijsmateriaal is aangetast" en dat de enkele omstandigheid dat eisers wapen slechts kon worden aangetroffen als gevolg van een onrechtmatige zoeking in zijn voertuig, niet van aard is om de betrouwbaarheid van het bewijsmateriaal aan te tasten;

Dat zij bovendien oordelen "dat het optreden van de politie evenmin aan te merken is als een ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van (eiser) aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan";
Dat zij tot slot eiser schuldig verklaren uitsluitend op basis van een onrechtmatige zoeking en de bewijzen die naar aanleiding daarvan zijn verzameld;

Dat zij aldus hun beslissing naar recht verantwoorden;
Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen;

2. Tweede onderdeel

Overwegende dat het onderdeel geheel is afgeleid uit het vergeefs aangevoerde eerste onderdeel;
Dat het onderdeel niet ontvankelijk is;

3. Derde onderdeel

Overwegende dat de appèlrechters niet enkel oordelen "dat de sanctie van de bewijsuitsluiting zou moeten gereserveerd worden voor de gevallen waarin door onregelmatige opsporing de betrouwbaarheid van het bewijsmateriaal is aangetast" maar ook wanneer het optreden van de politie aan te merken is als een ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van eiser aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan;
Dat het onderdeel dat op een onjuiste lezing van het bestreden arrest berust, feitelijke grondslag mist;
B. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;

OM DIE REDENEN,
HET HOF,

Verwerpt het cassatieberoep;
Veroordeelt eiser in de kosten.
Gezegde kosten begroot op de som van tweeënzeventig euro negenenzeventig cent verschuldigd.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel,iaensen.

Zie terzake ook: Onrechtmatig verkregen bewijs EHRM 11/07/2006 www.echr.coe.int RABG 2006/20. Een veroordeling kan niet steunen op het bewijsmiddel dat onder dwang werd toegediend en erin bestaat een braakmiddel toe te dienen. Onmenselijke of vernederende handeling, strijdig met het eerlijk proces. Het bewijs wordt immers aldus verkregen in strijd met het zwijgrecht. art. 3 en 6.1 ECRM.

• • Cass. 4 DECEMBER 2007

"1. Geen enkele wettelijke bepaling stelt dat het bewijs dat door een onregelmatige of onwettige huiszoeking is verkregen nietig is.

2. Het staat de rechter de toelaatbaarheid van onrechtmatig verkregen bewijs dat de wet niet uitdrukkelijk uitsluit, te beoordelen in het licht van de artikelen 6 EVRM en 14 IVBPR, rekening houdende met de elementen van de zaak in haar geheel genomen, inbegrepen de wijze waarop het bewijs verkregen werd en de omstandigheden waarin de onrechtmatigheid werd begaan.

Een dergelijk bewijs, behoudens het geval van miskenning van een op straffe van nietigheid voorgeschreven vorm, mag alleen worden geweerd wanneer de bewijsverkrijging is aangetast door een gebrek waardoor de betrouwbaarheid ervan wegvalt of waardoor het recht op een eerlijk proces in gevaar wordt gebracht.

De rechter kan bij zijn oordeel, onder meer, één of geheel van volgende omstandigheden in afweging nemen: hetzij dat de overheid die met de opsporing, het onderzoek en de vervolging van misdrijven is belast, al dan niet de onrechtmatigheid opzettelijk heeft begaan, hetzij dat de ernst van het misdrijf veruit de begane onrechtmatigheid overstijgt, hetzij dat het onrechtmatig verkregen bewijs alleen een materieel element van het bestaan van het misdrijf betreft.

3. De appelrechters oordelen “dat de zoeking in de betrokken loods nietnregelmatig werd verricht, vermits de verhuurder geen toestemming kon geven,voor de zoeking en een slotenmaker gevorderd werd teneinde zich toegang te,verschaffen tot de loods; dat de raadkamer dan ook terecht de nietigheid van deze zoeking en van een deel van de erop volgende rechtspleging uitgesproken heeft, vastgesteld heeft dat de rechtspleging niet kon worden geregeld, en de zaak naar de procureur des Konings verwezen heeft om te handelen als recht”.

4. De appelrechters, die op die gronden oordelen dat de bewijsmiddelen die uit de onregelmatige huiszoeking werden verkregen, niet ontvankelijk zijn, zonder dat uit hun motieven blijkt dat zij dit oordeel aan bovenvermelde criteria of omstandigheden hebben getoetst, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond."

•
• Hof van Cassatie, 2e Kamer – 4 december 2007, RW 2008-2009, 110

Onrechtmatig verkregen bewijs, waarbij geen regel is overtreden die op straffe van nietigheid is voorgeschreven, mag alleen worden geweerd wanneer de bewijsverkrijging is aangetast door een gebrek waardoor de betrouwbaarheid ervan wegvalt of waardoor het recht op een eerlijk proces in gevaar wordt gebracht

Procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Brussel t/ P.A.E.A.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 21 juni 2007.

...

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Middelen

Tweede middel

1. Geen enkele wettelijke bepaling schrijft voor dat het bewijs dat door een onregelmatige of onwettige huiszoeking is verkregen nietig is.

2. Het staat aan de rechter de toelaatbaarheid van onrechtmatig verkregen bewijs dat de wet niet uitdrukkelijk uitsluit, te beoordelen in het licht van art. 6 E.V.R.M. en art. 14 I.V.B.P.R., rekening houdende met de elementen van de zaak in haar geheel genomen, inbegrepen de wijze waarop het bewijs werd verkregen en de omstandigheden waarin de onrechtmatigheid werd begaan.

Een dergelijk bewijs mag, behoudens het geval van miskenning van een op straffe van nietigheid voorgeschreven vorm, alleen worden geweerd wanneer de bewijsverkrijging is aangetast door een gebrek waardoor de betrouwbaarheid ervan wegvalt of waardoor het recht op een eerlijk proces in gevaar wordt gebracht.

De rechter kan bij zijn oordeel, onder meer, één of het geheel van volgende omstandigheden in afweging nemen: hetzij dat de overheid die met de opsporing, het onderzoek en de vervolging van misdrijven is belast, al dan niet de onrechtmatigheid opzettelijk heeft begaan, hetzij dat de ernst van het misdrijf veruit de begane onrechtmatigheid overstijgt, hetzij dat het onrechtmatig verkregen bewijs alleen een materieel element van het bestaan van het misdrijf betreft.

3. De appelrechters oordelen «dat de zoeking in de betrokken loods niet regelmatig werd verricht, omdat de verhuurder geen toestemming kon geven voor de zoeking en een slotenmaker werd gevorderd teneinde zich toegang te verschaffen tot de loods; dat de raadkamer dan ook terecht de nietigheid van deze zoeking en van een deel van de erop volgende rechtspleging uitgesproken heeft, vastgesteld heeft dat de rechtspleging niet kon worden geregeld, en de zaak naar de procureur des Konings heeft verwezen om te handelen als recht».

4. De appelrechters, die op die gronden oordelen dat de bewijsmiddelen die uit de onregelmatige huiszoeking werden verkregen, niet ontvankelijk zijn, zonder dat uit hun motieven blijkt dat zij dit oordeel aan bovenvermelde criteria of omstandigheden hebben getoetst, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

NOOT – Criteria voor de beoordeling van onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal
 

 

rechtsleer: Hoe nietig is nietig, Beschouwingen omtrent het nietigheidsbegrip in het contractenrecht. J. Hijma, 1998 (Nederlands recht).

zie verder: (R. Declercq, La preuve en matière pénale, Brussel, Swinnen, 1988, 109 p.; P. Traest, Het bewijs in strafzaken, Gent, Mys & Breesch, 1992, 476 p.; D. Holsters, «Bewijsmiddelen in strafzaken», in Commentaar strafrecht en strafvordering, Mechelen, Kluwer, 1995, 5-9; J. de Codt, Des nullités de l‘instruction et du jugement, Brussel, Larcier, 2006, 233 p.; C. Van Den Wyngaert, Strafrecht, strafprocesrecht en internationaal strafrecht in hoofdlijnen, Antwerpen, Maklu, 2006, 1105-1106; S. Berneman, «L‘admissibilité dans un système continental: le modèle belge», R.D.P. 2007, 298-343; A. De Nauw, «Les règles d‘exclusion relatives à la preuve en matière pénale belge», R.D.P. 1990, 722; J. de Codt, o.c., 124; R. Declercq, Beginselen van strafrechtspleging, Mechelen, Kluwer, 2007, 837-838; M. Franchimont en C. Derenne-Jacobs, «Les nullités en procédure belge: une protection lacunaire de la régularité?», in Les nullités en droit belge, Luik, 1991, 119-184; B. De Smet, «Le contrôle de la régularité de l‘instruction et les mécanismes d‘atténuation de la sanction de nullité», R.D.P. 2000, 773-775; T. Schalken, «Schending van wettelijke procesvoorschriften en het redelijke belang van de verdachte», in In zijn verdediging geschaad, Arnhem, Gouda Quint, 1989, 6).



 

 

Franse term: 
Antigone
Nuttige tips: 

 

Marie Stillman "Antigone from 'Antigone' by Sophocles"

 

Commentaar: 

Zie NJW 144, p.505 met noot RABG 2004/6, 333.

 

Lytras nikiforos antigone polynices

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: zo, 06/01/2013 - 16:58
Laatst aangepast op: zo, 10/09/2017 - 07:14

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.