-A +A

bedrog kilometerstand voertuigen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Het stereotiep foefelen aan de kilometerteller van een voertuig wordt eindelijk beteugeld.

Kilometertellers eindelijk wettelijk beschermd

stand wetgeving 19/11/05
 


11 JUNI 2004. - Wet tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen (1)

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
1° voertuig : de personenauto, de auto voor dubbel gebruik, de minibus, de lichte vrachtauto en de kampeerauto, zoals omschreven in artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen;
2° werken aan een voertuig : elke onderhoudsbeurt en nazicht, elke mechanische, elektrische, elektronische of koetswerkherstelling, elke vervanging en montage van onderdelen, bestanddelen of toebehoren;
3° vakman : elke natuurlijke of rechtspersoon die gewoonlijk en in het kader van zijn beroepsactiviteit of met het oog op de verwezenlijking van zijn statutair doel voertuigen aankoopt en verkoopt of werken aan voertuigen uitvoert.
De Koning kan de definitie van het begrip voertuig uitbreiden tot andere categorieën voertuigen. Hij kan bepaalde werken aan een voertuig op grond van de aard of het bedrag ervan uitsluiten van het toepassingsveld van deze wet.
Art. 3. § 1. Het is verboden de op de kilometerteller van een voertuig aangegeven kilometerstand te wijzigen of de correcte registratie van de kilometers te vervalsen of verhinderen.
§ 2. Bij defect van de kilometerteller laat de eigenaar van het voertuig hem onmiddellijk herstellen of vervangen.
Art. 4. § 1. Bij de verkoop van een reeds ingeschreven voertuig door een vakman aan een particulier of aan een andere vakman, maakt de vakman-verkoper een document op waarbij de verkoop wordt vastgesteld en dat de volgende gegevens vermeldt :
1° het merk en het model van het voertuig;
2° het jaar van de eerste inschrijving;
3° het chassisnummer van het voertuig;
4° de op het ogenblik van de verkoop op de kilometerteller aangegeven kilometerstand;
5° de verkoopsprijs;
6° de datum van de verkoop;
7° de identiteit en het adres en de handtekening van de koper en de verkoper; de handtekening is niet vereist wanneer de verkoper een factuur opstelt.
Bij de verkoop van een reeds ingeschreven voertuig door een particulier aan een vakman, stelt de vakman een aankoopborderel op dat de in het eerste lid bedoelde gegevens bevat.
§ 2. De in § 1 bedoelde documenten worden opgemaakt in tweevoud. Beide partijen ontvangen een exemplaar.
§ 3. Bij de verkoop van een reeds in België ingeschreven voertuig bezorgt de verkoper aan de koper een document dat uitgaat van de in artikel 6 bedoelde vereniging en dat alle bij deze vereniging beschikbare gegevens tot op een recente datum weergeeft betreffende de kilometerstand van het betrokken voertuig. Deze bepaling vindt geen toepassing wanneer het voertuig verkocht wordt aan een vakman.
§ 4. De Koning kan nadere regels voor de toepassing van dit artikel vaststellen.
Art. 5. Indien de Koning het bepaalt, vermeldt elke vakman die naar aanleiding van werken aan een voertuig een factuur of enig ander document opmaakt, hierop het chassisnummer van het voertuig en de kilometerstand die de kilometerteller aangeeft op het ogenblik van de uitvoering van de werken.
Art. 6. § 1. De Koning erkent, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, een vereniging die wordt opgericht op initiatief van beroepsorganisaties die de vaklui vertegenwoordigen en die tot opdracht heeft de kilometerstand van de voertuigen te registreren. Deze vereniging heeft de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk.
De Koning keurt de statuten van de vereniging goed en regelt de controle op de activiteiten ervan. Hij bepaalt eveneens de financieringswijze van de vereniging en legt de maximale vergoeding vast die derden voor het verkrijgen van informatie aan de vereniging betalen.
§ 2. De vereniging deelt de gegevens van een voertuig waarover zij beschikt, mee aan derden op hun vraag. Deze vraag vermeldt het chassisnummer van het betrokken voertuig en mag enkel tot doel hebben de juiste kilometerstand van dit voertuig te kennen.
§ 3. Volgens de door de Koning vastgestelde nadere regels verschaffen de vaklui en de erkende instellingen voor automobielinspectie alle informatie over de kilometerstand van de voertuigen en dragen ze bij aan de werking van de vereniging.
De Koning bepaalt de inlichtingen die de dienst bevoegd voor de inschrijving van voertuigen aan de vereniging verstrekt, alsook de nadere regels inzake de medewerking die de dienst aan de vereniging verleent.
De Koning kan andere instellingen, verenigingen en beroepssectoren aanwijzen die deelnemen aan de werking van de vereniging, en de nadere regels bepalen inzake hun bijdrage aan de werking ervan.
De besluiten die worden genomen met toepassing van deze paragraaf, worden vooraf voorgelegd aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
§ 4. De erkenning wordt ingetrokken indien de vereniging niet handelt overeenkomstig de wetten, de verordeningen of haar statuten.
De beslissing tot intrekking van de erkenning legt de nadere regels vast van de kosteloze overdracht van alle gegevens waarover de vereniging beschikt.
Art. 7. Niettegenstaande elk strijdig beding en onverminderd de toepassing van artikel 1116 van het Burgerlijk Wetboek geeft elke inbreuk op de bepalingen van de artikelen 3 en 4 aanleiding tot de ontbinding van de verkoop, indien de koper hierom verzoekt.
Art. 8. Onverminderd de toepassing van strengere straffen waarin het Strafwetboek voorziet, worden de overtredingen van de artikelen 3, 5 en 6, § 3, gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van 10 euro tot 3.000 euro of met een van die straffen alleen.
De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing op die overtredingen.
Art. 9. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie zijn de door de minister bevoegd voor economische zaken aangestelde ambtenaren bevoegd om de in deze wet bedoelde inbreuken op te sporen en vast te stellen.
De door deze ambtenaren opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Een afschrift ervan wordt bij een ter post aangetekende brief met ontvangstmelding binnen dertig dagen na de datum van de vaststellingen aan de overtreder toegezonden.
§ 2. In de uitoefening van hun ambt mogen de in § 1 bedoelde ambtenaren :
1° binnentreden tijdens de gewone openings- of werkuren in de lokalen en vertrekken waar zij voor het vervullen van hun opdracht toegang moeten hebben;
2° alle dienstige vaststellingen doen, zich op eerste vordering ter plaatse de documenten, stukken of boeken die zij voor hun opsporingen en vaststellingen nodig hebben, doen voorleggen en daarvan afschrift nemen;
3° tegen ontvangstbewijs, beslag leggen op documenten, stukken of boeken noodzakelijk voor het bewijs van een inbreuk of om de mededaders of medeplichtigen van de overtreders op te sporen; bij ontstentenis van een bevestiging door de procureur des Konings binnen tien werkdagen is het beslag van rechtswege opgeheven;
4° indien zij redenen hebben te geloven in het bestaan van een inbreuk, in bewoonde lokalen binnentreden met voorafgaande machtiging van de rechter in de politierechtbank. De bezoeken in bewoonde lokalen moeten tussen acht en achttien uur en door minstens twee ambtenaren gezamenlijk geschieden. De woning wordt echter niet geschonden door degene die er met de voorafgaande, schriftelijke instemming van de bewoner binnentreedt.
§ 3. In de uitoefening van hun ambt kunnen de in § 1 bedoelde ambtenaren de bijstand van de politiediensten vorderen.
§ 4. De gemachtigde ambtenaren oefenen de hun door dit artikel verleende bevoegdheden uit onder het toezicht van de procureur-generaal, onverminderd hun ondergeschiktheid aan hun meerderen in het bestuur.
§ 5. In geval van toepassing van artikel 10, wordt het in § 1 bedoeld proces-verbaal pas toegezonden aan de procureur des Konings, wanneer aan de waarschuwing geen gevolg is gegeven.
In geval van toepassing van artikel 11, wordt het proces-verbaal pas toegezonden aan de procureur des Konings wanneer de overtreder niet is ingegaan op het voorstel tot minnelijke schikking. De binnen de aangegeven termijn uitgevoerde betaling doet de strafvordering vervallen, behalve indien tevoren een klacht werd gericht aan de procureur des Konings, de onderzoeksrechter werd verzocht een onderzoek in te stellen of indien het feit bij de rechtbank aanhangig werd gemaakt. In deze gevallen worden de betaalde bedragen aan de overtreder teruggestort.
Art. 10. Wanneer is vastgesteld dat een handeling een inbreuk vormt op deze wet of op een uitvoeringsbesluit ervan, kan de minister bevoegd voor economische zaken of de door hem met toepassing van artikel 9 aangestelde ambtenaar aan de overtreder een waarschuwing richten waarbij die tot stopzetting van deze handeling wordt aangemaand.
De waarschuwing wordt de overtreder ter kennis gebracht binnen een termijn van drie weken vanaf de vaststelling van de feiten, bij een ter post aangetekende brief met ontvangstmelding of door de overhandiging van een afschrift van het proces-verbaal waarin de feiten zijn vastgesteld.
De waarschuwing vermeldt :
1° de ten laste gelegde feiten en de geschonden wetsbepaling of -bepalingen;
2° de termijn waarbinnen zij dienen te worden stopgezet;
3° dat, indien aan de waarschuwing geen gevolg wordt gegeven, de met toepassing van artikelen 9 en 11 aangestelde ambtenaren respectievelijk de procureur des Konings kunnen inlichten, of de in artikel 11 bepaalde regeling in der minne kunnen toepassen.
Art. 11. De hiertoe door de minister bevoegd voor economische zaken aangestelde ambtenaren kunnen, in het licht van de processen-verbaal die een inbreuk vaststellen op de bepalingen bedoeld in artikel 8, en die opgemaakt zijn door de in artikel 9, § 1, eerste lid, bedoelde ambtenaren, aan de overtreders een som voorstellen waarvan de betaling de strafvordering doet vervallen.
Deze som mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de in artikel 8 bepaalde geldboete, verhoogd met de opdeciemen. De tarieven alsmede de wijze van betaling en inning worden vastgesteld door de Koning, op voorstel van de minister bevoegd voor economische zaken.
Art. 12. De wet van 12 maart 2000 tot beteugeling van bepaalde vormen van bedrog met de kilometerstand van voertuigen wordt opgeheven.
Art. 13. Deze wet treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 11 juni 2004.

Uitvoeringsbesluit

30 SEPTEMBER 2004
Koninklijk besluit betreffende de inwerkingtreding van de wet van 11 juni 2004 tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen en betreffende de documenten opgemaakt door een vakman naar aanleiding van werken aan een voertuig

ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 11 juni 2004 tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen, inzonderheid op de artikelen 5 en 13;
Gelet op het advies nr. 37.637/1/V van de Raad van State, gegeven op 2 september 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Werk, belast met Consumentenzaken, Onze Minister van Economie en Onze Minister van Mobiliteit,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Elke vakman die naar aanleiding van werken aan een voertuig een factuur of enig ander document opmaakt, vermeldt hierop het chassisnummer van het voertuig en de kilometerstand die de kilometerteller aangeeft op het ogenblik van de uitvoering van de werken.
Art. 2. De wet van 11 juni 2004 tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen, met uitzondering van de artikelen 4, § 3, en 6, §§ 2, 3 en 4, en dit besluit treden in werking op de eerste dag van de tweede maand na die waarin ze zijn bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 3. Onze Minister van Werk, belast met Consumentenzaken, Onze Minister van Economie en Onze Minister van Mobiliteit zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 30 september 2004.
ALBERT

3 NOVEMBER 2004
Ministerieel besluit tot aanstelling van de ambtenaren die belast zijn met de opsporing en de vaststelling van de inbreuken op de wet van 11 juni 2004 tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen

De Minister van Economie,
Gelet op wet van 11 juni 2004 tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen, inzonderheid op artikel 9,
Besluit :
Enig artikel. De ambtenaren van de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie zijn bevoegd tot het opsporen en het vaststellen van de inbreuken bepaald in artikel 8 van de wet van 11 juni 2004 tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen.
Brussel, 3 november 2004.





17 SEPTEMBER 2005
Koninklijk besluit betreffende de minnelijke schikking bij inbreuken op de wet van 11 juni 2004 tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen


ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op artikel 108 van de Grondwet;
Gelet op de wet van 11 juni 2004 tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen, inzonderheid artikel 11, tweede lid;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 14 februari 2005;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 31 maart 2005;
Gelet op advies 38.434/1 van de Raad van State, gegeven op 2 juni 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Economie,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. De processen-verbaal houdende vaststelling van inbreuken bedoeld bij artikel 8 van de wet van 11 juni 2004 tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen en opgemaakt door de ambtenaren aangesteld door de Minister tot wiens bevoegdheid de Economische Zaken behoren, worden overgezonden aan de directeur-generaal van de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.
Art. 2. De bedragen die bij wijze van minnelijke schikking in de zin van artikel 11 van dezelfde wet ter betaling worden voorgesteld aan de overtreder, mogen niet lager zijn dan 50 euro, en niet hoger dan 7.500 euro.
Bij samenloop van verscheidene van deze inbreuken worden de sommen samengeteld zonder dat het totale bedrag 15.000 euro mag overschrijden.
Art. 3. Vooraleer het voorstel tot betaling toe te zenden aan de overtreder wordt hem een afschrift van het proces-verbaal waarbij de inbreuk wordt vastgesteld, ter kennis gebracht bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs, en dit uiterlijk de dertigste dag na de datum van het proces-verbaal.
Art. 4. Elk voorstel tot betaling wordt, vergezeld van een stortings- of overschrijvingsformulier, binnen zes maanden te rekenen vanaf de datum van het proces-verbaal, aan de overtreder toegezonden bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs.
Het voorstel vermeldt de termijn waarbinnen de betaling moet worden gedaan. Deze termijn is ten minste acht dagen en ten hoogste drie maanden.
Art. 5. Indien geen voorstel tot betaling wordt gedaan binnen de termijn bepaald in artikel 4, eerste lid, wordt het proces-verbaal overgezonden aan de procureur des Konings.
Art. 6. Bij niet-betaling binnen de termijn vermeld in het voorstel tot betaling, wordt het proces-verbaal overgezonden aan de procureur des Konings.
Art. 7. Onze Minister van Economie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 17 september 2005.

19 SEPTEMBER 2005
Ministerieel besluit houdende aanstelling van de ambtenaren die ermee belast zijn de daders van inbreuken op de wet van 11 juni 2004 tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen, de minnelijke schikking bedoeld in artikel 11 voor te stellen


De Minister van Economie,
Gelet op de wet van 11 juni 2004 tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen, inzonderheid op artikel 11, eerste lid;
Gelet op het koninklijk besluit van 17 september 2005 betreffende de minnelijke schikking bij inbreuken op de wet van 11 juni 2004 tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 14 februari 2005;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 31 maart 2005;
Gelet op advies 38.435/1 van de Raad van State, gegeven op 2 juni 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State,
Besluit :
Enig artikel. De directeur-generaal, en zo hij afwezig of verhinderd is, de adviseur-generaal van de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, worden aangesteld om aan de daders van inbreuken op de wet van 11 juni 2004 tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen, de minnelijke schikking bedoeld in artikel 11 van de wet voor te stellen.
Brussel, 19 september 2005.
M. VERWILGHEN




 

Deze wetgeving biedt heel wat meer mogelijkheden dan vroeger, waarbij vaak tevergeefs vorderingen werden gesteld wegels dwaling of verborgen gebrek. Zie terzake Rechtbank Koophandel te Brussel, 23 mei 2005, R.W., 2007-2008, 321 waarbij een verhaal tegen een bedrog met kilometerstand zowel op basis van dwaling als op grond van verborgen gebrek werd afgewezen.

Nochtans oordeelde het hof van beroep te Antwerpen op 24 juni 2002 dat de verkoop van een tweedehands wagen met een om juiste kilometerstand op de teller, waarbij contractueel was bepaald dat de wagen werd verkocht in de staat waarin hij zich bevindt en gekend door de koper niet kan resulteren tot de conclusie dat voormelde clausule de dwaling niet onverschoonbaar maakt, waarna op basis van artikel 1110 Burgerlijk Wetboek tot nietigverklaring van de koop werd overgegaan. Zie Antwerpen, 24 juni 2002, TBBR 2004,48, met noot en zoals ook geciteerd in het handboek wilsgebreken van Raf Van Ransbeeck, Die Keure 2006.

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:16
Laatst aangepast op: za, 20/07/2013 - 16:04

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.