-A +A

Bewijs van een GSM contract

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Vredegerecht te Zomergem, 11 maart 2011, RW 2011-2012, 1348

 

NV M. t/ N.N.

De eis strekt tot de veroordeling van de verweerster in betaling aan de eiseres van 259,34 euro, te vermeerderen met de conventionele interesten gelijk aan de wettelijke rentevoet vanaf de respectieve factuurdata op de respectieve factuurbedragen. Bovendien vraagt de eiseres om de verweerster te veroordelen tot de betaling van de gerechtelijke interesten op elk in de dagvaarding vermeld bedrag. (...).

Bij conclusie neergelegd ter griffie van 16 november 2010 betwist de verweerster het gevorderde. Zij verwijt de eiseres de schending van eerlijke handelspraktijken.

De eiseres legt een lijvig bundel met zogeheten “algemene abonnementsvoorwaarden” voor.

Een schriftelijk en ondertekend contract ligt niet voor. Overeenkomsten kunnen weliswaar mondeling tot stand komen. Nochtans moet uit art. 108, § 1 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie worden afgeleid dat de klant een contract materieel ter beschikking moet krijgen. Daarin moet de klant kunnen terugvinden voor welke duurtijd hij is verbonden, wat de aard van het abonnement is, welke kosten kunnen worden aangerekend als een ander abonnement wordt aangevraagd of als het contract wordt beëindigd.

Het spreekt echter nogal voor zich dat personen hoe dan ook daadwerkelijk en vooraf aan de contractsluiting kennis moeten hebben of redelijkerwijze kennis moeten kunnen nemen van de inhoud en de draagwijdte van alle bedingen van de overeenkomst die ten aanzien van hen afdwingbaar zullen worden.

De verweerster ontkent echter ooit te hebben gecontracteerd onder de voorwaarden die de eiseres nu toegepast wil zien, terwijl de eiseres niet bewijst dat dit wel zo gebeurde. De betaling van vroegere facturen bewijst niet dat wel onder die voorwaarden werd gecontracteerd. De facturatie en de betaling ervan vallen immers te situeren in de fase van de uitvoering van een contract en niet in de fase van de totstandkoming ervan. Dat die verkoopsvoorwaarden op het internet te raadplegen zijn, bewijst niet dat het contract werd aangegaan onder gelding daarvan.

Bovendien worden deze verschillende voorwaarden, lopende de dienstverlening, eenzijdig gewijzigd door de eiseres, wat uiteraard ongehoord is in een contractuele relatie, waar de wilsovereenstemming voorop moet blijven staan.

Overigens strijdt de handelwijze van de eisende partij met art. 4 van de wet van 6 april 2010 betreffende de marktpraktijken en de consumentenbescherming dat bepaalt dat, ten laatste op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst, de onderneming, te goeder trouw, aan de consument de behoorlijke en nuttige informatie moet geven betreffende de belangrijkste kenmerken van het product en betreffende de verkoopsvoorwaarden, rekening houdende met de door de consument uitgedrukte behoefte aan informatie en rekening houdende met het door de consument meegedeelde of redelijkerwijze voorzienbaar gebruik. De eiseres bewijst de naleving van deze bepaling niet.

Als de eiseres ervoor opteert om in haar contractuele relaties zo vaag mogelijk te blijven, dan kan de klant daar evident niet het slachtoffer van worden. Daar anders over oordelen zou impliceren dat aan één contractpartij de volstrekte vrijheid wordt gelaten om eenzijdig bedingen toe te voegen en derhalve om partijbeslissingen te nemen.

De contractrelatie tussen de eiseres en de verwerende partij wordt dus niet beheerst door de algemene voorwaarden waarop de eiseres zich baseert.

Uit de door de verweerster neergelegde conclusie kan wel worden begrepen dat zij een gsm-abonnement onderschreef bij de eiseres, zij het dan dat zij beweert er “serieus ingeluisd” (citaat) te zijn.

Gelet op de hierboven vermelde motivering is het van belang te controleren waarop de thans ingevorderde facturatie betrekking heeft. Uit het nazicht van de door de eiseres voorgelegde stukken blijkt wat volgt:

(a) een factuur van 13 juli 2009 ten bedrage van 15,79 euro: het betreft de facturatie van het basisabonnement met de cryptische benaming “My15” en een buitenlandse oproep alsook een buitenlands sms’je;

(b) een factuur van 13 augustus 2009 ten bedrage van 27,60 euro: benevens de facturatie van het voormelde basisabonnement, een oproep naar het buitenland en een sms’je naar het buitenland, worden 9 euro aanmaningskosten alsook 3 euro kosten voor een herinneringsbrief gefactureerd;

(c) een factuur van 10 november 2009 ten bedrage van 167,99 euro: deze facturatie betreft een vergoeding van 150 euro die wordt aangerekend wegens de stopzetting van het contract, alsook een vergoeding van 18 euro wegens de schorsing van de sim-kaart.

De factuur van 13 juli 2009 betreft de werkelijke dienstverlening, welk verbruik op zich niet wordt betwist. Het bedrag van 15,79 euro is derhalve toewijsbaar.

Van de factuur van 13 augustus 2009 moet 12 euro worden afgetrokken. Het betreft de aanmaningskosten en de kosten voor een herinneringsbrief, voor de vordering waarvan geen enkele conventionele of wettelijke grondslag wordt aangeduid.

Het in de factuur van 10 november 2009 vermelde bedrag van 167,99 euro kan niet worden toegekend. Die factuur betreft louter en alleen hoge schadevergoedingen. Niet enkel verbaast het dat de eiseres schadevergoedingen factureert, bovendien bestaat hiervoor geen enkele wettelijke of conventionele grondslag.

Besluit: eiseres maakt aanspraak op 31,39 euro waarbij de rechtbank de gerechtelijke rente enkel vanaf heden toekent omdat de initiële eisen werkelijk exorbitant waren.

...

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: za, 17/03/2012 - 18:49
Laatst aangepast op: za, 17/03/2012 - 18:51

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.