DE EUROPESE COÖPERATIEVE VENNOOTSCHAP
|
NJW 156, 120 Europese coöperatieve vennootschap |
rechtsleer: de Europese vennootschap in de reeks |
28 NOVEMBER 2006. - Koninklijk besluit houdende
tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 1453/2003 van de Raad van
22 juli 2003 betreffende het statuut van de Europese Coöperatieve
Vennootschap.
Publicatie : 04-12-2006
Inwerkingtreding : 30-11-2006
Uittreksel uit de nieuwe ingevoegde bepaling in het wetboek van vennootschappen:
BOEK XVI. - DE EUROPESE COÖPERATIEVE VENNOOTSCHAP
TITEL I. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK I. - Definities
Art. 949. Voor de toepassing van dit boek wordt verstaan onder "
Verordening (EG) nr. 1435/2003 " : " Verordening (EG) nr. 1435/2003
van de Raad van 22 juli 2003 betreffende het statuut voor een
Europese coöperatieve vennootschap SCE ".
HOOFDSTUK II. - Inbreng en zetel
Art. 950. Met betrekking tot de inbreng in natura en quasi-inbreng
zijn de artikelen 443 tot 447 van toepassing op de SCE.
Art. 951. Wanneer, overeenkomstig artikel 73, 5, van Verordening
(EG) nr. 1435/2003, wordt vastgesteld dat enkel het hoofdbestuur in
België is gevestigd, brengt het openbaar ministerie onverwijld de
lidstaat waar de statutaire zetel van de SCE is gevestigd hiervan op
de hoogte.
HOOFDSTUK III. - Kapitaalverschaffers
Art. 952. Overeenkomstig artikel 14, 1, van Verordening (EG) nr.
1435/2003, kunnen de statuten toestaan dat personen die naar
verwachting geen gebruik zullen maken van de door de SCE aangeboden
goederen en diensten of geen goederen en diensten aan de SCE zullen
leveren, kunnen worden toegelaten in de hoedanigheid van
kapitaalverschaffers (niet-gebruikende leden)
HOOFDSTUK IV. - Rol van de werknemers
Art. 953. In het geval bepaald in artikel 11, 4, van Verordening
(EG) nr. 1435/2003, is de raad van bestuur of de directieraad
gemachtigd de statuten te wijzigen zonder dat de algemene
vergadering van aandeelhouders een nieuw besluit hoeft te nemen.
TITEL II. - Oprichting
HOOFDSTUK I. - Oprichting via fusie
Afdeling I. - Inleidende bepaling
Art. 954. Een coöperatieve vennootschap mag niet deelnemen aan de
oprichting van een SCE via fusie wanneer de Minister bevoegd voor
Economie zich daartegen overeenkomstig artikel 21 van Verordening
(EG) nr. 1435/2003 verzet, middels officiële kennisgeving aan de
betrokken vennootschap binnen de maand na de publicatie van de
aanwijzingen beoogd in artikel 24 van dezelfde Verordening. De
kennisgeving wordt gepubliceerd in overeenstemming met artikel 75.
Het attest beoogd in artikel 957 kan pas worden afgeleverd nadat het
verzet is ingetrokken of vernietigd of van een andersluidende
beslissing die in kracht van gewijsde is getreden.
De Koning bepaalt bij een in de ministerraad overlegd besluit de
versnelde procedure volgens welke het recht op verzet bedoeld in dit
artikel wordt uitgeoefend.
Afdeling II. - Procedure
Art. 955. Het fusievoorstel wordt opgesteld door de raad van bestuur
of door de directieraad.
Art. 956. Het fusievoorstel wordt overeenkomstig dit wetboek
neergelegd en de gegevens bepaald in artikel 24 van Verordening (EG)
nr. 1435/2003 worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 74.
Afdeling III. - Wettigheidscontrole
Art. 957. De wettigheidscontrole van de fusie en de afgifte van het
attest bepaald in artikel 29 van Verordening (EG) nr. 1435/2003
worden gedaan door de instrumenterende notaris overeenkomstig
artikel 700 of artikel 713, naargelang het geval.
Art. 958. De wettigheidscontrole van de fusie bepaald in artikel 30
van Verordening (EG) nr. 1435/2003 wordt uitgeoefend door de
instrumenterende notaris.
Afdeling IV. - Inschrijving en openbaarmaking
Art. 959. Na het vervullen van de openbaarmakingsvereisten eigen aan
elke lidstaat van het besluit tot fusie in elke betrokken
vennootschap, stelt de instrumenterende notaris de verwezenlijking
van de fusie vast op verzoek van de vennootschappen die fuseren, op
voorlegging van de attesten en andere documenten die de verrichting
rechtvaardigen.
Deze akte wordt neergelegd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel
74.
HOOFDSTUK II. - Omzetting van een coöperatieve vennootschap naar SCE
Art. 960. Het voorstel tot omzetting van een coöperatieve
vennootschap naar SCE wordt opgesteld door de raad van bestuur of de
enige bestuurder
Art. 961. Het voorstel tot omzetting wordt neergelegd overeenkomstig
artikel 75.
Art. 962. De onafhankelijke deskundige(n) bedoeld in artikel 35, 5,
van Verordening (EG) nr. 1435/2003, is hetzij de commissaris,
hetzij, bij ontstentenis van een commissaris, een bedrijfsrevisor of
een externe accountant aangewezen door de raad van bestuur of de
enige bestuurder.
HOOFDSTUK III. - Deelname aan een SCE door een vennootschap die haar
hoofdbestuur niet in de Europese Gemeenschap heeft
Art. 963. Een vennootschap die haar hoofdbestuur niet in de Europese
Gemeenschap heeft kan deelnemen aan de oprichting van een SCE, op
voorwaarde dat zij overeenkomstig het recht van een lidstaat is
opgericht, haar statutaire zetel in die lidstaat heeft en een
daadwerkelijk en duurzaam verband met de economie van een lidstaat
heeft.
TITEL III. - Openbaarmakingsformaliteiten
Art. 964. De inschrijving van een SCE gebeurt overeenkomstig artikel
67, § 2 en artikel 11 van Verordening (EG) nr. 1435/2003.
TITEL IV. - Organen
HOOFDSTUK I. - Bestuur
Afdeling I. - Voorschriften die het monistisch en het dualistisch
stelsel gemeen hebben
Art. 965. Onverminderd artikel 61, § 2, mogen de leden van de
leidinggevende, de toezichthoudende of de bestuursorganen
rechtspersonen zijn, indien de statuten dit toelaten.
Art. 966. De SCE is verbonden door de handelingen van de organen die
bevoegdheid hebben om haar te vertegenwoordigen, zelfs indien die
handelingen buiten haar doel liggen, tenzij zij bewijst dat de derde
daarvan op de hoogte was of er, gezien de omstandigheden niet
onkundig van kon zijn; bekendmaking van de statuten alleen is geen
voldoende bewijs.
Afdeling II. - Monistisch stelsel
Art. 967. Het bestuursorgaan is de raad van bestuur.
Art. 968. Onder voorbehoud van artikel 42, § 2, van Verordening (EG)
nr. 1435/2003 wordt het minimum aantal bestuurders bepaald op 3.
Afdeling III. - Dualistisch stelsel
Onderafdeling I. - Algemene bepalingen
Art. 969. Het leidinggevend orgaan is de directieraad die is
samengesteld uit één of meerdere leden.
Het toezichthoudend orgaan is de raad van toezicht die is
samengesteld uit ten minste drie leden.
Art. 970. Onder voorbehoud van de beperkingen die door Verordening
(EG) nr. 1435/2003, door dit wetboek of door de statuten gesteld
worden, zijn de bevoegdheden van de directieraad en van zijn leden
dezelfde als deze van de raad van bestuur en van de bestuurders.
Art. 971. Elk verslag dat krachtens dit wetboek is opgelegd aan de
raad van bestuur, wordt opgesteld door de directieraad. Behoudens
wettelijke afwijking of een strengere bepaling in de statuten, wordt
het verslag tijdig aan de raad van toezicht meegedeeld en
onderworpen aan dezelfde regels van openbaarmaking als deze die
gelden voor de verslagen van de raad van bestuur.
Art. 972. De directieraad is bevoegd om alle handelingen te
verrichten die nodig of dienstig zijn tot verwezenlijking van het
doel, behoudens die waarvoor volgens de wet alleen de algemene
vergadering of de raad van toezicht bevoegd zijn.
De statuten sommen de categorieën handelingen op die door de
directieraad aan een machtiging door de raad van toezicht moeten
worden onderworpen. De raad van toezicht kan zelf ook bepaalde
categorieën handelingen aan een machtiging onderwerpen.
Het ontbreken van een machtiging door de raad van toezicht kan niet
aan derden worden tegengeworpen.
Art. 973. Indien, op het ogenblik van zijn benoeming, een lid van de
directieraad lid is van de raad van toezicht, dan neemt zijn mandaat
als lid van laatstgenoemde raad van rechtswege een einde op zijn
indiensttreding. Hetzelfde geldt indien op het ogenblik van zijn
benoeming een lid van de raad van toezicht lid van de directieraad
is, dan neemt zijn mandaat als lid van de directieraad van
rechtswege een einde op zijn indiensttreding.
Onderafdeling II. - Directieraad
I. Statuut van de leden van de directieraad.
Art. 974. De leden van de directieraad worden benoemd en ontslagen
door de algemene vergadering.
De voorwaarden van hun benoeming en ontslag worden bepaald door de
statuten Zij kunnen voor de eerste keer benoemd worden bij de
oprichting.
Art. 975. Met toepassing van artikel 37, 3, van Verordening (EG) nr.
1435/2003 mag de raad van toezicht, in geval van een vacature, één
van zijn leden aanwijzen om de functie van lid van de directieraad
uit te oefenen, voor een maximumduur van één jaar.
II. Bevoegdheid en werking.
Art. 976. Indien er meerdere zijn, vormen de leden van de
directieraad een college.
In uitzonderlijke gevallen, wanneer de dringende noodzakelijkheid en
het belang van de vennootschap zulks vereisen, kunnen de besluiten
van de directieraad, ingeval de statuten dat toestaan, worden
genomen bij eenparig schriftelijk akkoord van de leden van de
directieraad.
Die procedure kan echter niet worden gevolgd voor de vaststelling
van de jaarrekening, de aanwending van het toegestane kapitaal of in
enig ander geval dat door de statuten is uitgesloten.
Art. 977. De bestuursbevoegdheden van de directieraad kunnen door de
statuten worden beperkt. Zodanige beperking kan, evenmin als de
eventuele verdeling van de taken door de leden van de directieraad
overeengekomen, aan derden worden tegengeworpen, ook al is die
beperking of verdeling openbaar gemaakt.
Art. 978. De directieraad vertegenwoordigt de vennootschap jegens
derden en in rechte, als eiser of als verweerder, onder voorbehoud
van de toepassing van artikel 39 (1) van Verordening (EG) 1435/2003.
De statuten kunnen aan een of meer leden van de directieraad
bevoegdheid verlenen om alleen of gezamenlijk de vennootschap te
vertegenwoordigen. Deze statutaire bepaling kan aan derden worden
tegengeworpen. De statuten kunnen aan deze
vertegenwoordigingsbevoegdheid beperkingen aanbrengen. Deze
beperkingen kunnen niet aan derden worden tegengeworpen, ook al zijn
ze openbaargemaakt.
Onderafdeling III. - Raad van toezicht
I. Statuut van de leden van de raad van toezicht.
Art. 979. De leden van de raad van toezicht kunnen te allen tijde
door de algemene vergadering worden ontslagen.
Zij zijn herkiesbaar tenzij de statuten anders bepalen.
Art. 980. Wanneer een plaats bij de raad van toezicht openvalt,
hebben de overblijvende leden van de raad van toezicht het recht om
voorlopig in de vacature te voorzien, indien de statuten niet anders
bepalen. In dat geval zal de algemene vergadering in haar
eerstvolgende bijeenkomst de definitieve benoeming doen.
In geval van voortijdige vacature doet het nieuw benoemde lid van de
raad van toezicht de tijd uit van degene die hij vervangt.
II. Bevoegdheid en werking.
Art. 981. De raad van toezicht vormt een college. Hij kiest uit zijn
midden een voorzitter.
De raad van toezicht controleert het bestuur waarmee de directieraad
belast is.
Art. 982. De raad van toezicht vergadert na oproeping door zijn
voorzitter. Hij doet dit ambtshalve, dan wel op verzoek van ten
minste één derde van zijn leden of op verzoek van de directieraad.
De raad van toezicht vergadert ten minste een maal per kwartaal.
De leden van de directieraad mogen de vergaderingen van de raad van
toezicht bijwonen, indien zij door deze raad uitgenodigd worden. Zij
hebben er raadgevende stem.
Onderafdeling IV. - Gemeenschappelijke regels voor de leden
van de directieraad en de leden van de raad van toezicht
I. Bezoldiging.
Art. 983. De leden van de directieraad en de leden van de raad van
toezicht worden al dan niet bezoldigd.
II. Aansprakelijkheid.
Art. 984. De leden van de directieraad en de leden van de raad van
toezicht zijn overeenkomstig het gemeen recht verantwoordelijk voor
de uitoefening van de hun opgedragen taak en aansprakelijk voor de
tekortkomingen begaan in het kader van de uitoefening van hun
functie.
Art. 985. De leden van de directieraad zijn, hetzij jegens de
vennootschap, hetzij jegens derden, hoofdelijk aansprakelijk voor
alle schade die het gevolg is van overtreding van de bepalingen van
Verordening (EG) nr. 1435/2003, van dit wetboek of van de statuten
van de vennootschap.
Het eerste lid is eveneens van toepassing op de leden van de raad
van toezicht.
Wat overtredingen betreft waaraan zij geen deel hebben gehad, worden
de leden van de directieraad en de leden van de raad van toezicht
slechts ontheven van de aansprakelijkheid bepaald in het eerste en
het tweede lid indien hen geen schuld kan worden verweten en zij die
overtredingen, naargelang van het geval, hebben aangeklaagd, wat
betreft de leden van de directieraad op de eerstkomende vergadering
van de raad van toezicht en wat betreft de leden van de raad van
toezicht, op de eerstkomende algemene vergadering, nadat zij er
kennis van hebben gekregen.
Art. 986. Indien bij faillissement van de vennootschap de schulden
de baten overtreffen, kunnen leden van de directieraad of leden van
de raad van toezicht, of gewezen leden van de directieraad of van de
raad van toezicht, alsook alle personen die ten aanzien van de zaken
van de vennootschap werkelijke bestuursbevoegdheid hebben gehad,
persoonlijk en al dan niet hoofdelijk aansprakelijk worden
vastgesteld voor het geheel of een deel van de schulden van de
vennootschap tot het beloop van het tekort, indien komt vast te
staan dat een door hen begane, kennelijk grove fout heeft
bijgedragen tot het faillissement.
De vordering kan zowel door de curator als door de benadeelde
schuldeisers worden ingesteld. De benadeelde schuldeiser die een
vordering instelt brengt de curator hiervan op de hoogte. In dat
geval wordt het door de rechter toegekende bedrag beperkt tot de
door de schuldeisers geleden schade en komt het hen toe, uitsluitend
in het belang van de boedel, ongeacht een mogelijke vordering van de
curatoren.
Als kennelijk grove fout wordt beschouwd iedere vorm van ernstige en
georganiseerde fiscale fraude in de zin van artikel 3, § 2, van de
wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het
financiële stelsel voor het witwassen van geld.
HOOFDSTUK II. - Algemene vergadering van aandeelhouders
Afdeling I. - Gemeenschappelijke bepalingen
Onderafdeling I. - Bijeenroeping van de algemene vergadering
Art. 987. De algemene vergadering kan worden bijeengeroepen door de
raad van bestuur, de directieraad, de raad van toezicht, of zo er
één is, de commissaris.
Onderafdeling II. - Verloop van de algemene vergadering en wijze van
de uitoefening van het stemrecht
Art. 988. De bestuurders, de leden van de directieraad en leden van
de raad van toezicht, geven ieder in functie van hun bevoegdheden
antwoord op de vragen die hen door de aandeelhouders worden gesteld
met betrekking tot de vervulling van hun taak en tot de
agendapunten, voor zover de mededeling van gegevens of feiten niet
van die aard is dat zij ernstig nadeel zou berokkenen aan de
vennootschap, aan haar aandeelhouders of aan haar personeel en onder
voorbehoud van de toepassing van artikel 49 van Verordening (EG) nr.
1435/2003.
Afdeling II. - Gewone algemene vergadering
Art. 989. De algemene vergadering vindt een maal per jaar plaats,
ten minste binnen zes maanden na de afsluiting van het boekjaar.
Evenwel mag de eerste algemene vergadering binnen achttien maanden
na de oprichting plaatsvinden.
Art. 990. In het dualistisch stelsel beslist de algemene vergadering
over de aan de leden van de raad van toezicht en van de directieraad
te verlenen kwijting overeenkomstig artikel 411.
Afdeling III. - Stemrecht
Art. 991. Overeenkomstig artikel 59, 2, van Verordening (EG) nr.
1435/2003 kunnen de statuten bepalen dat een lid beschikt over een
aantal stemmen naargelang zijn niet uit kapitaalinbreng bestaande
deelneming in het coöperatieve bedrijf. Per lid mogen niet meer dan
vijf stemmen of, indien dit lager is, 30 % van de totale stemrechten
worden toegekend.
De statuten van SCE's waarvan het bedrijf bestaat in financiële of
verzekeringswerkzaamheden, kunnen bepalen dat een lid beschikt over
een aantal stemmen naargelang zijn deelneming in het coöperatieve
bedrijf, inclusief zijn deelneming in het kapitaal van de SCE. Per
lid mogen niet meer dan vijf stemmen of, indien dit lager is, 20 %
van de totale stemrechten worden toegekend.
In SCE's waarvan een meerderheid van de leden coöperaties zijn,
kunnen de statuten bepalen dat een lid beschikt over een aantal
stemmen naargelang zijn deelneming in het coöperatieve bedrijf,
inclusief zijn deelneming in het kapitaal van de SCE, en/of
naargelang het aantal leden van elk rechtspersoon die er deel van
uitmaakt.
De kapitaalverschaffers bepaald in artikel 952 mogen over niet meer
dan 25 % van de totale stemrechten beschikken.
Afdeling IV. - Sector- en afdelingsvergaderingen
Art. 992. Overeenkomstig artikel 63, 1, van Verordening (EG) nr.
1435/2003 kunnen de statuten van de SCE voorzien in sector- en
afdelingsvergaderingen.
HOOFDSTUK III. - Vennootschapsvordering
en minderheidsvordering
Art. 993. De vennootschapsvordering en de minderheidsvordering
kunnen ingesteld worden tegen de bestuurders, de leden van de
directieraad en de leden van de raad van toezicht, overeenkomstig de
artikelen 415, 416 en 417.
TITEL V. - Verplaatsing van de statutaire zetel
Art. 994. Het voorstel tot zetelverplaatsing wordt opgesteld door de
raad van bestuur of door de directieraad.
Dit voorstel wordt neergelegd overeenkomstig artikel 75.
Art. 995. De raad van bestuur of de directieraad, stelt het verslag
op bepaald in artikel 7, § 3, van de Verordening 1435/2003.
Art. 996. Uiterlijk binnen twee maanden na de bekendmaking van het
verplaatsingsvoorstel in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad,
kunnen de schuldeisers en de houders van andere rechten jegens de
vennootschap wier vordering is ontstaan voor deze bekendmaking en
die nog niet is vervallen, een zekerheid eisen of elke andere
waarborg, niettegenstaande enig hiermee strijdig beding.
De vennootschap kan deze rechtsvordering afweren door de
schuldvordering te voldoen tegen haar waarde, na aftrek van het
disconto.
Indien geen overeenstemming wordt bereikt of indien de schuldeiser
geen voldoening heeft gekregen, wordt het geschil voorgelegd door de
meest gerede partij aan de voorzitter van de rechtbank van
koophandel van het rechtsgebied waar de vennootschap haar statutaire
zetel heeft. De rechtsvordering wordt ingesteld en behandeld zoals
in kortgeding; hetzelfde geldt voor de tenuitvoerlegging van de
genomen beslissing.
Onverminderd de rechten in de zaak zelf bepaalt de voorzitter de
zekerheid die de vennootschap moet stellen en de termijn waarbinnen
dit moet gebeuren, tenzij hij beslist dat geen zekerheid hoeft te
worden gesteld gelet op de waarborgen en voorrechten waarover de
schuldeiser beschikt of op de solvabiliteit van de vennootschap.
Indien de zekerheid niet binnen de bepaalde termijn is gesteld,
wordt de schuldvordering onverwijld opeisbaar.
De bepalingen van dit artikel beletten niet dat de overeenkomsten
worden toegepast waarin aan de schuldeiser de machtiging wordt
verleend om de onmiddellijke terugbetaling te eisen van zijn
schuldvordering in geval van zetelverplaatsing.
Art. 997. Overeenkomstig artikel 7, 8, van Verordening (EG) nr.
1435/2003 geeft de instrumenterende notaris met standplaats in
België een attest af waaruit afdoende blijkt dat de aan de
zetelverplaatsing voorafgaande handelingen en formaliteiten vervuld
zijn.
Art. 998. De zetelverplaatsing van een SCE met statutaire zetel in
België naar een andere lidstaat heeft geen rechtsgevolg wanneer de
Minister bevoegd voor Economie zich daartegen overeenkomstig artikel
7 § 14, van Verordening (EG) nr. 1435/2003 middels officiële
kennisgeving verzet binnen twee maanden na de bekendmaking van het
verplaatsingsvoorstel in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad. De
bekendmaking wordt gepubliceerd in overeenstemming met artikel 75.
Het attest bedoeld in artikel 997 mag enkel worden afgegeven nadat
het verzet is ingetrokken of vernietigd of na een tegengestelde
beslissing die in kracht van gewijsde is getreden.
De Koning bepaalt bij een in de Ministerraad overlegd besluit de
versnelde procedure volgens welke het recht op verzet bedoeld in dit
artikel wordt uitgeoefend.
Art. 999. De doorhaling in België van de oude inschrijving ten
gevolge van de verplaatsing van de statutaire zetel naar het
buitenland wordt overeenkomstig artikel 75 bekendgemaakt.
Art. 1000. De verplaatsing naar België van de statutaire zetel van
een SCE moet in een authentieke akte worden vastgesteld. Deze akte
kan pas worden opgesteld dan op voorlegging van het attest
afgeleverd door de bevoegde instantie in het land van oorsprong van
de SCE.
Deze akte alsook de daarmee gepaard gaande wijziging van de statuten
worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 74; zij worden van
kracht vanaf de inschrijving van de vennootschap.
TITEL VI. - Jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening, en
controle hierop - Specifieke bepalingen van toepassing op het
dualistisch stelsel
Art. 1001. De raad van toezicht deelt aan de algemene vergadering,
voorzien in artikel 92, een verslag met haar opmerkingen over de
rekeningen van het boekjaar, alsook, in voorkomend geval, over het
beleidsverslag van de directieraad.
Dit verslag wordt samen met de jaarrekening overeenkomstig artikel
100, 7°, neergelegd.
Art. 1002. In de gevallen bepaald in artikel 137, § 1, strekt het
vorderingsrecht van de commissarissen zich uit tot de raad van
toezicht.
Art. 1003. Het verslag van de commissarissen vermeldt in het
bijzonder of zij van de raad van toezicht de gevraagde uitleg en
informatie gekregen hebben.
TITEL VIII. - Ontbinding, vereffening, insolventie en staking van de
betalingen
Art. 1004. Op vraag van elke belanghebbende of van het openbaar
ministerie spreekt de rechtbank van koophandel de ontbinding van de
SCE uit die haar statutaire zetel in België heeft indien haar
hoofdbestuur er niet gevestigd is.
Alvorens de ontbinding uit te spreken, kan de rechtbank de SCE in de
gelegenheid stellen binnen een termijn haar situatie te
regulariseren overeenkomstig artikel 73, 1, van Verordening (EG) nr.
1435/2003.
Overeenkomstig artikel 73, § 4, van Verordening (EG) nr 1435/2003,
is deze beslissing niet vatbaar voor voorlopige tenuitvoerlegging.
Art. 1005. De openbaarmaking bedoeld in artikel 74 van Verordening
(EG) nr. 1435/2003 gebeurt overeenkomstig artikel 74.
Van het beginsel van de belangeloze verdeling bepaald in artikel 75
van Verordening (EG) nr. 1435/2003 kan worden afgeweken volgens een
in de statuten van de SCE bepaalde andere regeling.
TITEL IX. - Omzetting van een SCE in CV
Art. 1006. Het voorstel tot omzetting wordt opgesteld door de raad
van bestuur of door de directieraad. Dit voorstel wordt neergelegd
overeenkomstig artikel 75.
Art. 1007. De onafhankelijke deskundige(n) bedoeld in artikel 76, §
5, van Verordening (EG) nr. 1435/2003, is hetzij de commissaris,
hetzij, bij ontstentenis van een commissaris, een bedrijfsrevisor of
een externe accountant aangewezen door de raad van bestuur of door
de directieraad.
Art. 1008. De algemene vergadering besluit tot de omzetting
overeenkomstig artikel 781
TITEL X. - Strafbepalingen
Art. 1009. De strafbepalingen van dit wetboek betreffende de
coöperatieve vennootschappen zijn van toepassing op de SCE.
Art. 1010. In het dualistisch stelsel zijn de strafbepalingen
betreffende de leden van de raad van bestuur van toepassing op de
leden van de directieraad.
Art. 1011. Worden gestraft met de geldboete bepaald in artikel 126,
§ 1, leden van de raad van toezicht die het verslag bepaald in
artikel 1001 niet hebben opgesteld of voorgelegd.
De vennootschappen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor het
betalen van de geldboetes waartoe hun leden van de raad van toezicht
krachtens het eerste lid veroordeeld zijn. "
HOOFDSTUK II. - Wijzigende bepaling.
Art. 26. In de wet van 20 juli 1955 houdende instelling van een
Nationale Raad voor Coöperatie, wordt een artikel 5bis ingevoegd als
volgt :
" Art. 5bis. Voor de toepassing van artikel 5, wordt de Europese
coöperatieve vennootschap beschouwd als een coöperatieve
vennootschap. "
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen.
Art. 27. De bevoegde autoriteiten als bedoeld in de artikelen 7, §
8; 29, § 2, en 30, § 1, van Verordening (EG) nr. 1435/2003 zijn de
notarissen met standplaats in België.
De bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 21 van voormelde
verordening is de Minister bevoegd voor Economie.
De bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 54 van voormelde
verordening zijn de commissarissen.
De bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 73, § 5, van voormelde
verordening is de procureur des Konings.
Art. 28. Dit besluit treedt in werking op 30 november 2006.
Art. 29. Onze Minister van Justitie en Onze Minister van Economie
zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit
besluit.
Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 28 november 2006.
Hebt u nog een vraag?
Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.
Andere zoekopties
U kan onze website eveneens doorzoeken met deze opties:
- A-Z index
- Chronologische lijst van recente aanpassingen
- Doelgroepen
- De zoekfunctie op trefwoord (beta)
- Op kernwoorden
- Rechtsleer
- Rapport van alle bijdragen op deze site
- Rechtspraak
- Wetgeving
- Modellen
- RSS feeds
Aanvulling
Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.
