-A +A

De persoonlijke verschijning van partijen in de echtscheidingsprocedure

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend


De wet bepaalt in welke gevallen partijen in persoon aanwezig moeten zijn (artikel 1255 § 6 Ger.W).

De persoonlijke verschijning van de eisende partij is vereist in de volgende gevallen:

− bij de behandeling van de vordering op grond van onherstelbare ontwrichting gesteund op artikel 229 § 1 Bw

− bij de behandeling van de vordering op grond van onherstelbare ontwrichting gesteund op artikel 229 § 3 Bw, dit is de zitting waarop de feitelijke scheiding van 1 jaar wordt vastgesteld,

− wanneer op de zitting waarop de eisende partij verschijnt, wordt vastgesteld dat de vereiste termijn van feitelijke scheiding van 1 jaar nog niet is bereikt, dient de eisende partij opnieuw te verschijnen op de zitting waarop de zaak wordt verdaagd om het verzoek te herhalen.

De persoonlijke verschijning van eisende en verwerende partij is vereist in de volgende gevallen:

− bij de behandeling van de vordering op grond van onherstelbare ontwrichting gesteund op artikel 229 § 2 Bw, dit is de zitting waarop de feitelijke scheiding van 6 maanden wordt vastgesteld,

− wanneer op de zitting waarop de beide partijen verschijnen, wordt vastgesteld dat de vereiste termijn van feitelijke scheiding van 6 maanden nog niet is bereikt, dienen de beide partijen opnieuw te verschijnen op de zitting waarop de zaak wordt verdaagd om hun verzoek te herhalen.

De persoonlijke aanwezigheid is enkel vereist bij de behandeling van de vordering tot echtscheiding.

De aanwezigheid van de partijen is volgens de wet niet vereist bij de behandeling van bijkomende vorderingen, bvb. de onderhoudsuitkering na echtscheiding.

Evenwel zal door de Rechtbank, bij betwiste vorderingen inzake onderhoudsuitkering na echtscheiding, de aanwezigheid van partijen gevraagd worden.

De aanwezigheid van partijen is niet vereist wanneer een uitstel wordt gevraagd om toe te laten het dossier te vervolledigen, besluiten en stukken te wisselen....
Indien derhalve de ambtelijke stukken niet volledig zijn op het ogenblik van de inleidingzitting, is het volkomen nutteloos dat de persoon waarvan de persoonlijke verschijning is vereist, persoonlijk aanwezig is.

Dit impliceert dat wanneer niet alle stukken zijn neergelegd bij een eerste verschijning van partij(en), zij op een latere zitting en bij verdere neerlegging der stukken opnieuw persoonlijk aanwezig moeten zijn.
Wanneer een partij in uitzonderlijke omstandigheden niet aanwezig kan zijn en hierom om vrijstelling van verschijning verzoekt, dienen hiervan bewijsstukken te worden voorgelegd (artikel 1255 § 6 Ger.W).

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:14
Laatst aangepast op: vr, 22/01/2010 - 18:53

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.