-A +A

Echtscheiding op grond van feitelijke scheiding

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Niemand kan verplicht worden gehuwd te blijven: na 1 jaar of 6 maand feitelijke scheiding kan elke partner de echtscheiding instellen en doorvoeren. De nieuwe echtscheidingswet voorziet in een recht op scheiding zonder dat degelen die de echtscheiding aanvraagt schuldt treft of schuld dient te bewijnen.
 

echtscheiding op grond van feitelijke scheiding en schuldvermoeden
nieuwe wet echtscheiding

 

De echtscheiding op grond van feitelijke scheiding van meer dan 1 jaar of 6 maand indien de tegenpartij met de echtscheiding instemt

Eens de huwelijkspartners 1 jaar feitelijk afzonderlijk wonen (of 6 maanden en akkoord gaan met de scheiding) kan één van hen (zonder dat enige medewerking van de andere nodig is) de echtscheidingsprocedure instellen op grond van feitelijke scheiding van meer dan twee jaar. Deze procedure is vrij eenvoudig.

De huwelijkspartner die deze procedure instelt dient slechts te bewijzen aan de hand van een attest van woonst dat hij minstens 1jaar of 6 maand op een ander adres woont dan zijn huwelijkspartner. Middels een eenvoudige dagvaarding kan op zeer korte termijn aldus de echtscheiding definitief zijn.

 

Deze procedure had voorheen onder de oude wet een belangrijk nadeel. Er bestond namelijk een weerlegbaar vermoeden dat de echtgenoot die deze procedure instelde de schuldige echtgenoot is. Wie deze procedure instelde kon dit vermoeden evenwel ontkrachten met alle middelen van recht.
De rechtspraak is de laatste tijd op dit punt bijzonder toegeeflijk. Het feit dat de andere echtgenoot geen inzet heeft vertoond om het huwelijksleven te hervatten kan reeds voldoende zijn om dit vermoeden te ontkrachten. Mar de ieuwe wet houdt hiermee geen rekening maar en beschouwt de aanvrager niet langer las schuldige.
 
Het reht op echtscheiding is aldus een even absoluut recht geworden als het recht op huwelijk.
 
De overeenkomst tot feitelijke scheiding 
De feitelijke scheiding is op zichzelf geen echtscheiding. Met dit begrip wordt het feitelijk uiteengaan bedoeld, de scheiding naar de feiten. Na 2 jaar kan dan de scheiding in rechte plaats vinden.
Over de wijze waarop dit feitelijk uiteengaan (in afwachting van de echtscheidingsprocedure) gebeurt  kunnen partijen  een overeenkomst afsluiten. Zij kunnen deze overeenkomst zelf afsluiten of middels de tussenkomst van een bemiddelaar in familiezaken.
De overeenkomst houdt dus het feitelijk afzonderlijk wonen in van de partijen. Gelet op het gehuwd karakter van de partijen zal deze overeenkomst steeds voorlopig zijn. Toch brengt een dergelijke overeenkomst belangrijke gevolgen met zich mede die niet onmiddellijk in een wetboek terug te vinden zijn. Welke?
-         Wanneer deze regeling een zekere periode heeft gewerkt zal de rechter bij latere betwisting eerder geneigd zijn om bestaande goed werkende  regelingen ongewijzigd te laten hoogstens te verfijnen.
-         Bij latere hoogoplopende conflicten waarbij de politie een onmiddellijke beslissing dient te nemen zal deze wellicht aandringen dat er beroep wordt gedaan op de rechtbank. Maar als strikt voorlopige regeling zal de politie wellicht aansturen op het tijdelijk behoud van de bestaande feitelijke toestand zoals deze in een geschrift tussen de partijen werd vastgelegd.
-         Geen van beide huwelijkspartners  kan na het ondertekenen  van een dergelijk degelijk opgestelde overeenkomst  nog een echtscheiding starten op grond van feiten gebaseerd op  ‘kwaadwillige verlating”. Dit is overigens ook maar normaal gezien de scheidenden samen hebben ingestemd met het uiteengaan. In de volksmond wordt terecht gezegd dat men zijn rechten kan in het gedrang brengen wanneer men zonder de machtiging van de rechtbank de gezinswoning verlaat. Een dergelijke radicale beslissing zou inderdaad gevolgen kunnen hebben inzake persoonlijk onderhoudsgeld of zelfs omgangswijze met de kinderen. Het afsluiten van een overeenkomst tot feitelijke scheiding kan dit gevaar ondervangen.
-         Na 1 jaar (of 6 maand in geval van akkoord) feitelijke scheiding kunnen de feitelijk gescheiden huwelijkspartners via een eenvoudige vrij goedkope procedure de echtscheidingsprocedure instellen op grond van feitelijke scheiding. Deze procedure had vroeger  echter een belangrijk nadeel. Zij werd namelijk door één van de partners tegen de andere ingesteld, waarbij vermoed wordt dat degene die de procedure instelt de schuldige echtgenoot is, die veroordeeld kan worden tot een persoonlijk onderhoudsgeld. Maar dit vermoeden was weerlegbaar. Door een correct opgestelde overeenkomst van feitelijke scheiding zou dit vermoeden moeten kunnen ontkracht worden en aldus op termijn EEN SCHULDLOZE  ECHTSCHEIDING bekomen waardoor geen van beiden aanspraak kan maken op persoonlijk onderhoudsgeld. De schriftelijke overeenkomst tot feitelijke scheiding  zou dan immers gebruikt kunnen worden als bewijs dat beide partijen tot afzonderlijk wonen hebben beslist en dus  “(mede)schuldig” zijn in de juridische zin van het woord aan het apart wonen en/of het voortduren ervan. Let wel volgens bepaalde rechtspraak is het louter bestaan van een dergelijke overeenkomst op zichzelf onvoldoende. Terzake zal de tekst van de overeenkomst eventueel samen met de begeleidende omstandigheden doorslaggevend zijn.
 
LET WEL: De NIIEWE WET WEERHOUDT GEEN SCHUKDCRITERUM MEER 
BIJ DIT SOORT ECHTSCHEIDINGEN,
Elke huwekijkspoartnzer kan vandaag zonder schukdvriteriuum uit het huwelijk stappen. 

Het recht op huwen is even absoluut als het recht op scheiden, zonder dat schuld nog een rol speelt.


Om voorheen in het kader van een echtscheiding op grond van feitelijke scheiding aanspraak te kunnen maken op een persoonlijk onderhoudsgeld, dient men te kunnen bewijzen dat de feitelijke scheiding uitsluitend te wijten is aan de fouten en tekortkomingen van de de tegenpartij. Het meewerken aan een overeenkomst van feitelijke scheiding werd reeds als argument aangehaald om hieruit af te leiden dat beiden meegewerkt hebben aan de feitelijke scheiding waardoor er geen recht meer zou zijn op een persoonlijk onderhoudsgeld. Evenwel is er ook rechtspraak die stelt dat een loutere overeenkomst van feitelijke scheiding, zelfs met vereffeing-verdeling terzake onvoldoende is, zeker wanneer een van de partijen deze regeling wenst om met een andere persoon samen te wonen, terwijl de andere de breuk nog niet als definitief aanziet. Zie Hof van Beroep Antwerpen 06/10/2004 NJW 14 december 2005 p. 1349.

Even doorslaggevend zal de correcte begeleiding en advies van uw advocaat zijn. Raadpleeg derhalve in elk geval uw advocaat bij de opstelling van een dergelijk subtiel op te stellen overeenkomst.
 

 
0
Aangemaakt op: wo, 25/11/2009 - 05:26
Laatst aangepast op: vr, 03/09/2010 - 22:39

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.