Faillissementsrecht wettelijke bepalingen
basiswet: 08/08/1997
aanpassingswet 04/09/02
zie ook programmawet 08/04/03
voorwaarden tot faillietverklaring:
• De koopman die op duurzame wijze heeft opgehouden te
betalen en wiens krediet geschokt is, bevindt zich in staat van
faillissement.
• Degene die geen handel meer drijft kan failliet worden verklaard
indien hij heeft opgehouden te betalen toen hij nog koopman was.
• De natuurlijke persoon die overleden is nadat hij op duurzame wijze
had opgehouden te betalen en wiens krediet geschokt was, kan failliet
worden verklaard tot zes maanden na zijn overlijden.
• De ontbonden rechtspersoon kan failliet worden verklaard tot zes
maanden na het sluiten van de vereffening.
Faillissementsprocedure
De faillietverklaring geschiedt bij vonnis van de
rechtbank van koophandel waarbij de zaak aanhangig is gemaakt,
hetzij op aangifte van de koopman, hetzij op dagvaarding van een of
meer schuldeisers of van het openbaar ministerie.
Zowel in geval van aangifte als in geval van vordering tot
faillietverklaring kan de rechtbank van koophandel haar beslissing
opschorten voor een termijn van vijftien dagen tijdens welke de
koopman of het openbaar ministerie een gerechtelijk akkoord kunnen
aanvragen.
Verplichting tot aangifte van staking van betaling
De koopman is verplicht, binnen een maand nadat hij heeft
opgehouden te betalen, daarvan aangifte te doen ter griffie van de
bevoegde rechtbank. Deze bepaling is niet van toepassing op de
schuldenaar bedoeld in artikel 3, §§ 1 en 2.
Van deze aangifte wordt door de griffier akte opgemaakt.
Uiterlijk op dat moment moeten de aangifte alsmede de gegevens tot staving van de staat van faillissement worden meegedeeld aan de ondernemingsraad of, indien er geen is, het comite´ voor preventie en bescherming op het werk of, indien er geen is, de vakbondsafvaardiging ingeval er een is opgericht of, indien er geen is, een werknemersafvaardiging. Deze aangifte en deze gegevens worden daar besproken.
Bij faillissement van een vennootschap onder firma moet de aangifte
de naam en de woonplaats of zetel van elk der hoofdelijk verbonden
vennoten vermelden. Zij moet eveneens de woonplaatsen of zetels
vermelden waar zij gevestigd waren gedurende de laatste twaalf
maanden en e´e´n dag, en de inschrijvingsdata in de burgerlijke stand of
het handelsregister; zij wordt gedaan ter griffie van de rechtbank van
het rechtsgebied waarbinnen de hoofdvestiging van de vennootschap
zich bevindt.
De koopman voegt bij zijn aangifte :
Wanneer u betalingsmoeilijkheden heeft, gebeurt het wel eens dat de boekhouder onbetaald blijft en deze uw boeken in het bezit houdt of dat niet alle boeken perfect gehouden zijn. Meldt dit dan bij de aangifte.
1° de balans van zijn zaken of een nota waarin de redenen worden
opgegeven die hem beletten de balans neer te leggen;
2° de boeken voorgeschreven in hoofdstuk I van de wet van
17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen;
die registers worden afgesloten door de griffier, die vaststelt in
welke staat zij zich bevinden of nog, een nota met opgaaf van de
redenen die hem beletten die stukken neer te leggen.datum en vermoeden staking van betaling
Door beroep in te stellen tegen het faillissementsvonnis wordt het faillissement niet opgeschort.
leder vonnis van faillietverklaring of ieder vonnis waarbij
het tijdstip van staking van betaling wordt vastgesteld, is bij voorraad
en op de minuut vanaf de uitspraak uitvoerbaar.
Verzet tegen een faillissementsvonnis bij verstek
De balans bevat een staat van activa en passiva zoals bepaald door de
wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de
ondernemingen alsmede een opgave en een schatting van alle roerende
en onroerende goederen van de schuldenaar, de staat van de schuldvorderingen
en de schulden, een tabel van de winsten en verliezen, de
laatste behoorlijk afgesloten resultatenrekening en een tabel van de
uitgaven; zij moet door de schuldenaar echt verklaard, gedagtekend en
ondertekend zijn.
De griffier bevestigt onderaan op de aangifte van de koopman en
onderaan op de bijgevoegde stukken de datum waarop zij ter griffie zijn
neergelegd, en geeft desgevraagd een ontvangstbewijs af.
De afgifte ter griffie van alle andere stukken betreffende het
faillissement wordt op dezelfde wijze vastgesteld, zonder dat daarvan
een andere akte van neerlegging behoeft te worden opgemaakt.
3° indien hij personeel tewerkgesteld heeft gedurende de laatste 18 maanden, het personeelsregister, de gegevens betreffende het sociaal secretariaat en de sociale kassen waarvan de onderneming lid is evenals de identiteit van de leden van het comité voor preventie en veiligheid op het werk en van de leden van de syndicale afvaardiging;
4° de lijst met de naam en het adres van klanten en leveranciers
Rechter-commisaris en curator
Bij het vonnis van faillietverklaring benoemt de rechtbank
van koophandel onder haar leden, de voorzitter uitgezonderd, een
rechter-commissaris. De rechtbank van koophandel stelt een of meer
curators aan, al naar de belangrijkheid van het faillissement. Zij beveelt
in voorkomend geval een plaatsopneming door de rechtercommissaris,
de curators en de griffier.
Aangifte schuldvorderingen
De rechtbank van Koophandel beveelt dat de schuldeisers
van de gefailleerde ter griffie aangifte van hun vordering zullen doen
binnen een termijn van ten hoogste dertig dagen, te rekenen van het
vonnis van faillietverklaring.
Hetzelfde vonnis wijst plaats, dag en uur aan waarop het procesverbaal
van verificatie van de schuldvorderingen zal worden afgesloten.
Dit tijdstip wordt zo gekozen dat er ten minste vijf en ten hoogste
dertig dagen verlopen tussen het verstrijken van de termijn van
aangifte van de schuldvorderingen en de sluiting van het procesverbaal
van verificatie. De gefailleerde kan rechten laten gelden ten aanzien van aangiften die hem niet correct lijken.
De gefailleerde wordt geacht op te houden te betalen vanaf
het vonnis van faillietverklaring of vanaf de dag van zijn overlijden
wanneer de faillietverklaring nadien is uitgesproken.
Dit tijdstip mag door de rechtbank alleen worden vervroegd wanneer
ernstige en objectieve omstandigheden ondubbelzinnig aangeven dat
de betalingen voor het vonnis hebben opgehouden; deze omstandigheden
moeten in het vonnis worden vermeld.
Op dagvaarding van de curators betekend aan de gefailleerde of op
dagvaarding van iedere belanghebbende betekend aan de gefailleerde
en aan de curators, kan de rechtbank, bij een later vonnis, beslissen die
datum te wijzigen.
Het vonnis vermeldt de gegevens op basis waarvan de rechtbank het
tijdstip bepaalt waarop de betalingen hebben opgehouden.
Een vordering om te doen vaststellen dat de gefailleerde heeft
opgehouden te betalen op een ander tijdstip dan blijkt uit het vonnis
van faillietverklaring of uit een later vonnis, is niet meer ontvankelijk
meer dan zes maanden na de datum van het vonnis van faillietverklaring,
onverminderd evenwel de rechtsmiddelen die openstaan tegen
het vonnis van faillietverklaring zelf.
Het vonnis mag het tijdstip van staking van betaling niet vaststellen
op meer dan zes maanden voor het vonnis van faillietverklaring, tenzij
dit vonnis het faillissement betreft van een meer dan zes maanden voor
de faillietverklaring ontbonden rechtspersoon waarvan de vereffening
al dan niet werd afgesloten, en waarvoor aanwijzingen bestaan dat
deze is of wordt bewerkstelligd met de bedoeling nadeel te berokkenen
aan de schuldeisers. In dat geval kan het tijdstip van de staking van
betaling worden vastgesteld op de dag van het ontbindingsbesluit.
Betekening van het faillisementsvonnis
Het vonnis van faillietverklaring wordt in opdracht van de curators aan de gefailleerde betekend.Het exploot van betekening bevat op straffe van nietigheid, de aanmaning om aanwezig te zijn bij de sluiting van het proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen en er, in voorkomend geval, te vernemen op welke dag of dagen
de rechter-commissaris de debatten over de betwiste schuldvorderingen vaststelt.
Tegen de vonnissen bedoeld in het eerste lid kan verzet worden
gedaan door de verstekdoende partijen en derden verzet door de
belanghebbenden die daarbij geen partij zijn geweest.
Het verzet is slechts ontvankelijk indien het wordt gedaan binnen
vijftien dagen na de betekening van het vonnis. Het derden verzet is
slechts ontvankelijk indien het wordt gedaan binnen vijftien dagen na
de opneming van het uittreksel van het vonnis in het Belgisch Staatsblad.
Hoger beroep tegen een faillissementsvonnis
De termijn om hoger beroep in te stellen tegen de vonnissen bedoeld
in het eerste lid, is vijftien dagen te rekenen van de opneming in het
Belgisch Staatsblad van het uittreksel bedoeld in artikel 38 of van de
betekening van het vonnis, indien het hoger beroep door de gefailleerde
is ingesteld.
Hoger beroep, verzet of derdenverzet tegen het vonnis van
faillietverklaring of tegen het vonnis dat de faillietverklaring afwijst,
worden zonder verwijl in staat gesteld. Op verzoek van de meest
gerede partij wordt de zaak vastgesteld om gepleit te worden binnen
een maand volgend op het verzoek tot bepaling van de rechtsdag.
Gevolgen van het faillissement
Te rekenen van de dag van het vonnis van faillietverklaring
verliest de gefailleerde van rechtswege het beheer over al zijn goederen,
zelfs over de goederen die hij mocht verkrijgen terwijl hij zich in staat
van faillissement bevindt. Alle betalingen, verrichtingen en handelingen
van de gefailleerde en alle betalingen aan de gefailleerde gedaan
vanaf de dag van het vonnis, kunnen niet aan de boedel worden
tegengeworpen.
onbeslagbare goederen
De goederen bedoeld in artikel 1408 van het Gerechtelijk Wetboek,
met uitzondering van de goederen die de beslagene volstrekt nodig
heeft voor zijn beroep, bedoeld in het 3° van dat artikel, worden uit het
actief van het faillissement gesloten en blijven onder het beheer en ter
beschikking van de gefailleerde.
onbeslagbare inkomsten
Uit het actief van het faillissement worden eveneens uitgesloten, de
bedragen, sommen en uitkeringen die de gefailleerde ontvangt sinds de
faillietverklaring voor zover zij krachtens de artikelen 1409 tot en
met 1412 van het Gerechtelijk Wetboek of krachtens bijzondere wetten
niet voor beslag vatbaar zijn.
Uit het actief van het faillissement worden eveneens uitgesloten, de
vergoeding voor schade die aan de persoon is verbonden en die aan de
gefailleerde toekomt uit onrechtmatige daad.
De curator is niet verplicht alle voorafgaande handelingen van de gefailleerde te erkennen. Is niet tegenstelbaar aan het faillissement:
Aan de boedel kunnen niet worden tegengeworpen, wanneer
zij door de schuldenaar zijn verricht sinds het door de rechtbank
bepaalde tijdstip van staking van betaling :
1° alle handelingen waarbij om niet wordt beschikt over roerende of
onroerende goederen, alsmede handelingen, verrichtingen of overeenkomsten,
vergeldend of onder bezwarende titel, indien de waarde van
hetgeen de gefailleerde heeft gegeven, de waarde van hetgeen hij
daarvoor heeft ontvangen, aanmerkelijk overtreft;
2° alle betalingen, hetzij in geld, hetzij bij overdracht, verkoop,
schuldvergelijking of anderszins, wegens niet vervallen schulden, en
alle betalingen anders dan in geld of in handelspapier, wegens
vervallen schulden;
3° alle bedongen hypotheken en alle rechten van gebruikspand of van
pand, op de goederen van de schuldenaar gevestigd wegens voordien
aangegane schulden.
Alle andere betalingen door de schuldenaar wegens vervallen
schulden gedaan, en alle handelingen onder bezwarende titel door
hem aangegaan na de staking van betaling en voor het vonnis van
faillietverklaring, kunnen niet-tegenwerpbaar verklaard worden, indien
zij die van de schuldenaar iets hebben ontvangen of met hem hebben
gehandeld, kennis hadden van de staking van betaling.
De rechten van hypotheek en van voorrecht die op geldige
wijze verkregen zijn, kunnen ingeschreven worden tot de dag van het
vonnis van faillietverklaring.
De inschrijvingen die na het tijdstip van de staking van betaling zijn
genomen, kunnen niet-tegenwerpbaar verklaard worden, wanneer
meer dan vijftien dagen verlopen zijn tussen de datum van de akte
waaruit de hypotheek of het voorrecht volgt, en de datum van de
inschrijving.
Handelingen of betalingen verricht met bedrieglijke benadeling
van de rechten van de schuldeisers kunnen niet worden
tegengeworpen onverschillig op welke datum zij hebben plaatsgehad.
Ingeval een wisselbrief betaald is na het tijdstip bepaald als
het tijdstip van de staking van betaling en voor het vonnis van
faillietverklaring, kan de vordering tot teruggave slechts worden
ingesteld tegen hem voor wiens rekening de wisselbrief is uitgegeven;
betreft het een orderbriefje, dan kan de vordering slechts worden
ingesteld tegen de eerste endossant.
In beide gevallen moet het bewijs worden geleverd dat hij tegen wie
de teruggave wordt gevorderd, ten tijde van de uitgifte van het stuk
kennis had van de staking van betaling.
Het vonnis van faillietverklaring heeft tot gevolg dat de niet
vervallen schulden opeisbaar worden ten aanzien van de gefailleerde.
Is gefailleerde ondertekenaar van een orderbriefje, acceptant van een
wisselbrief, of trekker bij gebreke van acceptatie, dan zijn de andere
schuldenaars gehouden borg te stellen voor de betaling op de
vervaldag, tenzij zij verkiezen dadelijk te betalen.
Niet vervallen schulden die geen rente geven en waarvan de
vervaldag meer dan een jaar na het vonnis ligt, worden in het passief
echter niet opgenomen dan onder aftrek van de wettelijke rente voor de
tijd die nog moet verlopen sedert het vonnis van faillietverklaring en
tot de vervaldag.
Ingeval een van de medeschuldenaars een niet vervallen en niet
rentegevend orderbriefje of zodanige wisselbrief onmiddellijk betaalt,
geschiedt zulks onder aftrek van de wettelijke rente voor de tijd die nog
moet verlopen tot de vervaldag.
De rente van schuldvorderingen die niet gewaarborgd zijn
door een bijzonder voorrecht, pand of hypotheek, houdt op te lopen
vanaf het vonnis van faillietverklaring, doch alleen ten aanzien van de
boedel.
De rente van de gewaarborgde schuldvorderingen kan niet worden
gevorderd dan van de opbrengst van de goederen die verbonden zijn
voor het voorrecht, het pand of de hypotheek.
Na hetzelfde vonnis kan een roerende of onroerende
rechtsvordering of een middel van tenuitvoerlegging op de roerende of
onroerende goederen niet voortgezet, ingesteld of aangewend worden
dan tegen de curators. De rechtbank kan de gefailleerde niettemin als
tussenkomende partij toelaten.
De beslissingen die worden gewezen omtrent de rechtsvorderingen
voortgezet of ingesteld tegen de gefailleerde persoonlijk, kunnen niet
aan de boedel worden tegengeworpen.
Het vonnis van faillietverklaring doet elk beslag gelegd ten
verzoeke van de gewone en algemeen bevoorrechte schuldeisers
ophouden.
Indien de dag van de gedwongen verkoop van de in beslag genomen
roerende of onroerende goederen reeds voor dat vonnis was bepaald en
door aanplakking bekendgemaakt, geschiedt die verkoop voor rekening
van de boedel.
Wanneer evenwel het belang van de boedel het vereist, kan de
rechter-commissaris op verzoek van de curators uitstel of afstel van de
verkoop toestaan.
Alle middelen van tenuitvoerlegging strekkende tot betaling
van de schuldvorderingen die bevoorrecht zijn op de roerende
goederen die tot de failliete boedel behoren, worden geschorst tot aan
de sluiting van het proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen,
behoudens alle maatregelen tot bewaring van recht en het door
de eigenaar verkregen recht om verhuurde goederen weer in bezit te
nemen.
In dit laatste geval houdt de bij dit artikel bepaalde schorsing van de
middelen van tenuitvoerlegging van rechtswege op ten voordele van
de eigenaar.
Wanneer evenwel het belang van de boedel het vereist en op
voorwaarde dat een tegeldemaking van de roerende goederen kan
worden verwacht die de bevoorrechte schuldeisers niet benadeelt, kan
de rechtbank op verzoekschrift van de curators, na de betrokken
bijzonder bevoorrechte schuldeiser bij gerechtsbrief te hebben opgeroepen,
de schorsing van de tenuitvoerlegging bevelen en dit voor een
maximumtermijn van een jaar te rekenen van de faillietverklaring.
Beheer en vereffening van de failliete boedel
lijst der curatoren
De curators worden gekozen uit de personen ingeschreven
op een lijst opgesteld door de algemene vergadering van de rechtbank
van koophandel.
Alleen advocaten ingeschreven op het tableau van de orde van een
Belgische balie kunnen op de in het eerste lid bedoelde lijst worden
geplaatst. Zij moeten een bijzondere opleiding hebben genoten en
waarborgen inzake bekwaamheid bieden op het gebied van vereffeningsprocedures.
De lijst vermeldt tevens voor iedere ingeschrevene de faillissementen
waarvoor hij reeds als curator is aangesteld. In ieder geval vermeldt de
lijst de naam van de gefailleerde, de datum van de benoeming van de
curator en, in voorkomend geval, de datum van de beëindiging van zijn
opdracht. De lijst kan kosteloos worden geraadpleegd.
huisraad en levensonderhoud
De curators kunnen, met toestemming van de rechtercommissaris,
aan de gefailleerde natuurlijke persoon en aan zijn gezin
het huisraad en de voorwerpen nodig voor eigen gebruik afgeven. De
curators maken van die zaken een staat op. Zij kunnen eveneens met
toestemming van de rechter-commissaris, levensonderhoud toekennen
aan de gefailleerde natuurlijke persoon en aan zijn gezin.
Iedere betwisting betreffende de toepassing van dit artikel moet bij
verzoekschrift aan de rechtbank worden gericht.
Verkoop van aan bederf onderhevige zaken
De curators kunnen, zelfs indien het faillietverklarend
vonnis wordt bestreden, met machtiging van de rechter-commissaris
dadelijk overgaan tot de verkoop van de activa die onderhevig zijn aan
spoedig bederf of snelle waardevermindering.
Briefwisseling
De aan de gefailleerde gerichte brieven of berichten worden
afgegeven aan de curators en door hen geopend; indien de gefailleerde
aanwezig is, woont hij de opening bij. De brieven en berichten die niet
uitsluitend betrekking hebben op de handelsactiviteit van de gefailleerde,
worden door de curators aan de gefailleerde bezorgd of
medegedeeld op het adres door de gefailleerde aangewezen.
Na de sluiting van het proces-verbaal van verificatie van de
schuldvorderingen kan de gefailleerde natuurlijke persoon de rechtercommissaris
verzoeken zelf de aan hem gerichte brieven of berichten te
mogen openen.
Bij weigering moet de rechter-commissaris zijn beslissing motiveren.
Sluiting
Nadat de rechtbank in voorkomend geval de betwistingen
betreffende de rekening heeft beslecht en de rekening zo nodig heeft
verbeterd, beveelt zij, op verslag van de rechter-commissaris, de
sluiting van het faillissement.
De rechter-commissaris doet, aan de rechtbank in raadkamer mededeling
van de beraadslaging van de schuldeisers over de verschoonbaarheid
van de gefailleerde en brengt verslag uit over de omstandigheden
van het faillissement. De rechtbank beslist of de gefailleerde al
dan niet verschoonbaar is. Tegen die laatste beslissing over de
verschoonbaarheid kan binnen een maand te rekenen van de bekendmaking
derdenverzet worden gedaan door de individuele schuldeisers,
of door de gefailleerde binnen een maand te rekenen van de kennisgeving
van het vonnis tot sluiting van het faillissement.
De rechtbank kan beslissen dat het vonnis waarbij de sluiting van het
faillissement wordt bevolen, bij uittreksel wordt bekendgemaakt in het
Belgisch Staatsblad. Het vonnis moet bekendgemaakt worden wanneer
de rechtbank de gefailleerde verschoonbaar verklaart.
De sluiting van het faillissement maakt een einde aan de opdracht
van de curators, behalve wat de uitvoering van de sluiting betreft, en
houdt een algemene kwijting in.
Verschoonbaar
Wanneer de gefailleerde verschoonbaar is verklaard, kan hij
niet meer worden vervolgd door zijn schuldeisers.
Wanneer de gefailleerde niet verschoonbaar is verklaard, verkrijgen
de schuldeisers opnieuw het recht om ieder afzonderlijk hun rechtsvordering
tegen zijn goederen uit te oefenen.
Gevolgen van het faillissement
van de ene echtgenoot ten opzichte van de andere
De curators kunnen de roerende en onroerende goederen uit
het eigen vermogen van een gefailleerde echtgenoot zowel als uit hun
gemeenschappelijk vermogen verkopen zonder de voorafgaande toestemming
van de andere echtgenoot of de rechterlijke machtiging,
voorgeschreven bij de artikelen 215, § 1, 1418 en 1420 van het Burgerlijk
Wetboek.
Indien het huwelijksvermogensstelsel van de echtgenoten
wordt ontbonden na de faillietverklaring en voor de sluiting van het
faillissement, kunnen noch de echtgenoot van de gefailleerde, noch de
curators aanspraak maken op de voordelen die in het huwelijkscontract
zijn bepaald.
De gemeenschappelijke schulden die de gefailleerde bij de
uitoefening van zijn beroep heeft gemaakt en die niet voldaan zijn door
de vereffening van het faillissement, kunnen niet worden verhaald op
het eigen vermogen van de echtgenoot van de gefailleerde.
Rehabilitatie
De niet verschoonbaar verklaarde gefailleerde die alle door
hem verschuldigde bedragen, hoofdsom, interesten en kosten, geheel
heeft voldaan, kan rehabilitatie verkrijgen.
Indien hij vennoot is van een vennootschap onder firma, kan hij geen
rehabilitatie verkrijgen dan na te hebben bewezen dat alle schulden van
de vennootschap, hoofdsom, interesten en kosten, geheel zijn voldaan.
De gefailleerde kan na zijn overlijden worden gerehabiliteerd.
De verschoonbaar verklaarde gefailleerde wordt geacht
gerehabiliteerd te zijn.
Elk verzoek tot rehabilitatie wordt gericht aan het hof van
beroep van het rechtsgebied waarbinnen de gefailleerde zijn woonplaats
heeft. De verzoeker voegt bij zijn verzoekschrift de kwijtingen en
andere bewijsstukken.
Nadat het verzoekschrift aan de procureur-generaal bij het hof van
beroep is meegedeeld, zendt deze daarvan door hem voor eensluidend
verklaarde expedities aan de procureur des Konings en aan de
voorzitter van de rechtbank van koophandel van de woonplaats van de
verzoeker en, indien deze sedert het faillissement van woonplaats
veranderd is, aan de procureur des Konings en aan de voorzitter van de
rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waarbinnen het
faillissement zich heeft voorgedaan, en hij gelast hen alle mogelijke
inlichtingen in te winnen omtrent de echtheid van de uiteengezette
feiten.
Te dien einde draagt de procureur des Konings er zorg voor dat een
afschrift van bedoeld verzoek bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad
wordt opgenomen.
Iedere schuldeiser wiens schuldvordering, hoofdsom, interesten
en kosten, niet geheel is voldaan, en iedere andere belanghebbende
kan binnen een maand na de bekendmaking in het Belgisch
Staatsblad, tegen de rehabilitatie bij eenvoudige akte ter griffie verzet
doen onder overlegging van bewijsstukken. De schuldeiser die verzet
doet, kan nooit als partij optreden in de procedure tot rehabilitatie.
Na verloop van de termijn bepaald in artikel 112 zenden de
procureur des Konings en de voorzitter van de rechtbank van
koophandel, ieder afzonderlijk, de door hen ingewonnen inlichtingen
en de ingediende akten van verzet aan de procureur-generaal bij het hof
van beroep; zij voegen er hun advies over het verzoek aan toe.
De procureur-generaal bij het hof van beroep vordert dat op dit alles
een arrest wordt gewezen waarbij het rehabilitatieverzoek wordt
toegestaan of geweigerd. Wordt het verzoek geweigerd, dan kan het
niet opnieuw worden ingediend dan na verloop van een jaar.
Het arrest waarbij de rehabilitatie wordt toegestaan, wordt
toegezonden aan de procureur des Konings en aan de voorzitter van de
rechtbanken aan wie het verzoek gezonden is. Deze rechtbanken
beve!en dat het arrest in hun registers zal worden overgeschreven.
Het strafwetboek en het faillissement
« Art. 489. — Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met
geldboete van honderd frank tot honderdduizend frank of met een van
die straffen alleen worden gestraft de kooplieden die zich in staat van
faillissement bevinden in de zin van artikel 2 van de faillissementswet,
of de bestuurders », in rechte of in feite, van handelsvennootschappen
die zich in staat van faillissement bevinden, die :
1° zonder voldoende tegenprestatie, ten behoeve van derden met
inachtneming van de financie¨le toestand van de onderneming te
aanzienlijke verbintenissen hebben aangegaan
2° zonder wettig verhinderd te zijn, verzuimd hebben de verplichtingen
gesteld bij artikel 53 van de faillissementswet na te leven. »
« Art. 489bis. — Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en
met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank of met
een van die straffen alleen worden gestraft de personen bedoeld in
artikel 489 die :
1° met het oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen, aankopen
hebben gedaan tot wederverkoop beneden de koers of toegestemd
hebben in leningen, effectencirculaties en andere al te kostelijke
middelen om zich geld te verschaffen;
2° verdichte uitgaven of verliezen hebben opgegeven of geen
verantwoording hebben verschaft van het bestaan of van de aanwending
van de activa of een deel ervan, zoals zij uit de boekhoudkundige
stukken blijken op de datum van staking van betaling, en van alle
goederen van welke aard ook, die zij naderhand zouden hebben
verkregen;
3° met het oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen, een
schuldeiser ten nadele van de boedel betaald of bevoordeeld hebben;
4° met hetzelfde oogmerk, verzuimd hebben binnen de bij artikel 9
van de faillissementswet gestelde termijn aangifte te doen van het
faillissement; wetens verzuimd hebben naar aanleiding van de aangifte
van het faillissement de inlichtingen vereist bij artikel 10 van dezelfde
wet te verstrekken; wetens naar aanleiding van de aangifte van het
faillissement of naderhand, op de vragen van de rechter-commissaris of
van de curators, onjuiste inlichtingen hebben verstrekt.»
« Art. 489ter. — Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en
met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank worden
gestraft de in artikel 489 bedoelde personen die met bedrieglijk opzet of
met het oogmerk om te schaden :
1° een gedeelte van de activa hebben verduisterd of verborgen;
2° de boeken of bescheiden bedoeld in hoofdstuk I van de wet van
17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen,
geheel of gedeeltelijk hebben doen verdwijnen; poging tot die
wanbedrijven wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot
drie jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend
frank.
Zij die zich aan die wanbedrijven of poging daartoe schuldig hebben
gemaakt, kunnen bovendien worden veroordeeld tot ontzetting van
rechten overeenkomstig artikel 33. »
« Art. 489quater. — De strafvordering terzake van de strafbare feiten
omschreven in de artikelen 489, 489bis en 489ter wordt vervolgd los van
enige vordering die bij de rechtbank van koophandel mocht zijn
ingesteld. Nochtans kan de staat van faillissement voor de strafrechter
niet worden betwist wanneer hij vastgesteld is bij een in kracht van
gewijsde gegane beslissing van de rechtbank van koophandel of van
het hof van beroep aan het slot van een procedure waarbij de beklaagde
partij was, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger van de
gefailleerde vennootschap. »
«Art. 489quinquies. — Met gevangenisstraf van een maand tot twee
jaar en met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank
of met een van die straffen alleen worden gestraft zij die bedrieglijk :
1° in het belang van de failliet verklaarde koopman of handelsvennootschap,
zelfs zonder de medewerking van de koopman of van de
bestuurders, in rechte of in feite, van de vennootschap, de activa geheel
of ten dele wegnemen, verbergen of helen;
2° verdichte of overdreven schuldvorderingen bij het faillissement
indienen en bevestigen in eigen naam of door tussenpersonen. »
« Art. 489sexies.—Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en
met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank wordt
gestraft de curator die zich schuldig maakt aan ontrouw in zijn beheer.
Hij wordt daarenboven veroordeeld tot teruggave en schadeloosstelling
die aan de boedel is verschuldigd. De schuldige kan bovendien
veroordeeld worden tot ontzetting van rechten overeenkomstig artikel
33. »
« Art. 490bis. —Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en
met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank of met
een van die straffen alleen wordt gestraft hij die bedrieglijk zijn
onvermogen heeft bewerkt en aan de op hem rustende verplichtingen
niet heeft voldaan.
Dat de schuldenaar zijn onvermogen heeft bewerkt, kan worden
afgeleid uit enige omstandigheid waaruit blijkt dat hij zich onvermogend
heeft willen maken.
Ten aanzien van de derde die mededader of medeplichtig is, vervalt
de strafvordering wanneer hij de hem overhandigde goederen teruggeeft».
« Art. 492bis. — Met gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en
met geldboete van honderd frank tot vijfhonderdduizend frank worden
gestraft de bestuurders, in feite of in rechte, van burgerlijke en
handelsvennootschappen, alsook van verenigingen zonder winstoogmerk,
die met bedrieglijk opzet en voor persoonlijke rechtstreekse of
indirecte doeleinden gebruik hebben gemaakt van de goederen of van
het krediet van de rechtspersoon, hoewel zij wisten dat zulks op
betekenisvolle wijze in het nadeel was van de vermogensbelangen van
de rechtspersoon en van die van zijn schuldeisers of vennoten.
De schuldigen kunnen daarenboven veroordeeld worden tot ontzetting
van hun rechten overeenkomstig artikel 33. »
gecoördineerde versie van de faillissementswet

- Elfricon trefzinnen:
- Rechtstakken:
- Kernwoorden:
- Topics:
Hebt u nog een vraag?
Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.
Andere zoekopties
U kan onze website eveneens doorzoeken met deze opties:
- A-Z index
- Chronologische lijst van recente aanpassingen
- Doelgroepen
- De zoekfunctie op trefwoord (beta)
- Op kernwoorden
- Rechtsleer
- Rapport van alle bijdragen op deze site
- Rechtspraak
- Wetgeving
- Modellen
- RSS feeds
Aanvulling
Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.
