gelijkheidsbeginsel tussen de schuldeisers
wettelijke basis:
Art. 7. (hyotheekwet). Ieder die persoonlijk verbonden is, is gehouden zijn
verbintenissen na te komen, onder verband van al zijn goederen,
hetzij roerende, hetzij onroerende, zo tegenwoordige als
toekomstige.
Art. 8. (hyotheekwet). De goederen van de schuldenaar strekken tot
gemeenschappelijke waarborg voor zijn schuldeisers, en de prijs
ervan wordt onder hen naar evenredigheid van hun vordering verdeeld,
tenzij er tussen de schuldeisers wettige redenen van voorrang
bestaan.
Bij de samenloop tussen de schuldeisers geldt principieel het gelijkheidsbeginsel tussen de schuldeisers. Dit beginsel impliceert dat schuldeisers die zich in dezelfde situatie bevinden, gelijk moeten worden behandeld. Niettegenstaande dit beginsel fundamenteel is in ons rechtsstelsel heeft het Hof van Cassatie geoordeeld dat het principe niet van openbare orde is maar slechts een regel is van dwingend recht waardoor een schuldeiser afstand kan doen van een hogere rang om een lagere rang in te nemen. Niets belet ook dat schuldeisers afspraken maken met betrekking tot hun positie ingeval van samenloop, zonder dat zij hiermee de positie van derde schuldeisers tot nadeel moge strekken.
zie Bijzondere overeenkomsten, XXXIVste Postuniversitaire cyclus Wully Delva, Bijzondere Overeenkomsten, Gandaius, Kluwer 2008.
Hebt u nog een vraag?
Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.
Andere zoekopties
U kan onze website eveneens doorzoeken met deze opties:
- A-Z index
- Chronologische lijst van recente aanpassingen
- Doelgroepen
- De zoekfunctie op trefwoord (beta)
- Op kernwoorden
- Rechtsleer
- Rapport van alle bijdragen op deze site
- Rechtspraak
- Wetgeving
- Modellen
- RSS feeds
Aanvulling
Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.

