-A +A

Herroeping van schenking

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

uittreksel uit het B.W.

AFDELING II. - UITZONDERINGEN OP DE REGEL VAN DE ONHERROEPELIJKHEID DER SCHENKINGEN ONDER DE LEVENDEN.
Art. 953. Een schenking onder de levenden kan niet worden herroepen dan wegens niet-vervulling van de voorwaarden waaronder zij gedaan is, wegens ondankbaarheid en wegens geboorte van kinderen.
Art. 954. In geval van herroeping wegens niet-vervulling van de voorwaarden, keren de goederen in handen van de schenker terug, vrij van alle lasten en hypotheken waarmee zij door de begiftigde mochten zijn bezwaard; en de schenker heeft tegen derden, houders van de geschonken onroerende goederen, alle rechten die hij tegen de begiftigde zelf zou hebben.
Art. 955. Een schenking onder de levenden kan alleen in de volgende gevallen wegens ondankbaarheid herroepen worden :
1° Indien de begiftigde een aanslag op het leven van de schenker heeft gepleegd;
2° Indien hij zich tegenover hem heeft schuldig gemaakt aan mishandelingen, misdrijven of grove beledigingen;
3° Indien hij weigert hem levensonderhoud te verschaffen.
Art. 956. Herroeping wegens niet-vervulling van de voorwaarden of wegens ondankbaarheid heeft nooit van rechtswege plaats.
Art. 957. De eis tot herroeping wegens ondankbaarheid moet ingesteld worden binnen een jaar, te rekenen van de dag van het misdrijf waarvan de schenker de begiftigde beschuldigt, of van de dag waarop het misdrijf de schenker bekend kon zijn.
Die herroeping kan niet gevorderd worden door de schenker tegen de erfgenamen van de begiftigde, noch door de erfgenamen van de schenker tegen de begiftigde, tenzij, in dit laatste geval, de eis reeds door de schenker was ingesteld, of deze overleden is binnen het jaar van het misdrijf.
Art. 958. Herroeping wegens ondankbaarheid doet geen afbreuk aan de door de begiftigde gedane vervreemdingen, noch aan de hypotheken en andere zakelijke lasten waarmee het geschonken goed door hem mocht zijn bezwaard, mits een en ander geschied is vooraleer het uittreksel uit de eis tot herroeping is ingeschreven op de kant van de bij artikel 939 bevolen overschrijving.
In geval van herroeping wordt de begiftigde veroordeeld tot teruggave van de waarde der vervreemde goederen, gelet op het tijdstip van de eis, en tot teruggave van de vruchten, te rekenen van de dag van deze eis.
Art. 959. Schenkingen ten voordele van het huwelijk kunnen niet wegens ondankbaarheid worden herroepen.

Herroeping schenking tussen (ex) geliefden. Heel wat schenkingen gebeuren in het kader van een liefdesrelatie. Wanneer de determinerende reden van de echtscheiding bestaat in de liefdesrelatie en tot behoud van de liefdesrelatie kan de schenking herroepen worden.

rechtspraak:

Hof van beroep Gent 24 november 2005, rechtskundig weekblad 2007-2008, 241:

Van zodra de determinerende beweegreden om te schenken vervallen is, verdwijnt de oorzaken van de schenking waardoor de schenking op zichzelf verdwijnt. Door dit verval zal de schenking met terugwerkende kracht vervallen tot op het ogenblik waarop de gebeurtenis die de determinerende beweegreden van de schenking deed vervallen zich voordeed.

tekst van het arrest:

De feiten werden correct en uitvoerig uiteengezet in het bestreden vonnis. Om nutteloze herhaling te voorkomen, beschouwt het Hof deze uiteenzetting hier als volledig hernomen.

Het volstaat hier te zeggen dat appellant het kwestieus onroerend goed, dat hij van zijn ouders heeft geërfd, voor 2.500.000 fr. aan geïntimeerde verkocht tijdens het bestaan van een liefdesrelatie tussen partijen.

Toen de relatie aan het wankelen ging, heeft appellant geïntimeerde bij aangetekende brief van 25 november 1998 aangemaand om de prijs te betalen. Hij beweerde dat geïntimeerde niet de nodige liquiditeiten had om de prijs te betalen en dat hij de akte met kwijting voor de prijs liet verlijden, erop vertrouwend dat er nadien betaald zou worden.

Daarop volgde een aanmaning op 4 december 1998, waarbij geïntimeerde appellant aanmaande om het huis te ontruimen en te harer beschikking te stellen.

Volgens appellant was het de bedoeling van partijen geweest dat hij een levenslang recht van bewoning zou voorbehouden/krijgen en was er daarvoor zelfs een afspraak belegd op het notariskantoor van A.D. op maandag 23 november 1998, maar zou geïntimeerde niet opgedaagd zijn.

Appellant heeft echter van notaris A.D. alleen maar de bevestiging gekregen dat er een afspraak was gevraagd. Hij verklaarde in een brief van 18 december 1998 dat hij de bedoeling van deze afspraak niet kende.

...

4. Bij de persoonlijke verschijning heeft geïntimeerde niet meer beweerd dat zij de verkoopprijs heeft betaald, maar zegde ze dat appellant de prijs, die ze zinnens was te betalen, kwijtschold uit liefde. Volgens haar zeggen heeft appellant altijd gezegd dat «ik dat huis kreeg uit liefde». Ze heeft op die manier toegegeven dat de betaling van de prijs geveinsd was en dat het onroerend goed het voorwerp is geweest van een vermomde schenking.

Appellant beroept zich op de verdwijning van de oorzaak, waardoor de schenking zou komen te vervallen. Op dat argument werd niet geantwoord door geïntimeerde.

Hij verwees naar het arrest-«Wiche» dat het Hof van Cassatie op 16 november 1989 heeft uitgesproken en waarbij werd aangenomen dat de oorzaak van een rechtshandeling gelegen is in de hoofdzakelijke beweegreden die heeft voorgezeten bij diegene die de rechtshandeling stelde. De verdwijning van het determinerende motief voor de gift leidt tot het verval van de schenking, mits het voorval of de gebeurtenis die de oorzaak doet verdwijnen zich heeft voorgedaan buiten de wil om van de schenker.

De schenking zou niet gebeurd zijn zonder het bestaan van de wederzijdse liefdesrelatie en zonder het vooruitzicht van een huwelijk in mei 1999, maar het determinerende motief van appellant om te schenken heeft bestaan uit de wil om daarmee geïntimeerde onmiddellijk aan hem te binden, nog vóór het sluiten van een huwelijk en om het sluiten van het huwelijk zoveel mogelijk te verzekeren. Het is een feit dat geintimeerde op 4 december 1998 appellant aanmaande om het huis te ontruimen en te harer beschikking te stellen tegen ten laatste 31 december 1998. Los van de vraag hoe geïntimeerde daartoe is gekomen, gaat het om een feit dat appellant overkomen is en waardoor hij ook geen banden meer wilde hebben met geïntimeerde.

Het Hof aanvaardt derhalve dat de schenking is vervallen door de verdwijning van de oorzaak. De vraag van appellant om te zeggen voor recht dat het onroerend goed opnieuw behoort tot het patrimonium, wordt ingewilligd.

5. In zover de tegeneis gebaseerd is op het door geintimeerde aangevoerde feit dat er door appellant een bezetting van de woning gebeurde zonder recht of titel, wordt deze ongegrond verklaard. Tot 4 december 1998 liet geïntimeerde aan appellant toe dat hij de woning kosteloos bewoonde.

Het verval van de schenking heeft terugwerkende kracht tot op het ogenblik waarop de gebeurtenis die de determinerende beweegreden deed vervallen, zich voordeed. In casu is dat 4 december 1998.

zie ook: verbreking van verloving: schadevergoeding en herroeping van schenking

...

rechtspraak:

Burgerllijke Rechtbank te Gent ,14e Kamer – 16 juni 2009, R.W. 2009-2010, 886

samenvatting: Een schrijven dat voor voor de schenker kwetsend overkomt gericht aan een derde, waaruit de animus iniurandi blijkt, kort na de schenking, is een grove belediging in de zin van art. 955, 2o, B.W., zodat de schenking wegens ondankbaarheid kan  worden herroepen.

tekst van het vonnis:

II. Relevante elementen van het onderhavige geval

1. Bij notariële akte van 10 maart 2007 doen de eiser en zijn (toenmalige) echtgenote een schenking aan de verweerder/hun zoon, buiten erfdeel, (elk ten belope van hun onverdeelde helft) van de blote eigendom van een onroerend goed te 9000 Gent, (...).

Deze titel van blote eigendomsoverdracht wordt op 29 maart 2007 overgeschreven in de registers van de bevoegde hypotheekbewaarder te Gent.

De eiser en zijn (toenmalige) echtgenote behouden zich het vruchtgebruik voor derwijze dat het pas aan de verweerder zal toevallen na het overlijden van de langstlevende van beide schenkers.

2. Op 25 augustus 2007 treedt de verweerder in het huwelijk, zonder de eiser daartoe uit te nodigen.

3. De eiser is intussen uit de echt gescheiden. De vereffening-verdeling is nog hangende.

III. De vordering

De vordering van de eiser strekt tot ongedaanmaking van voormelde schenking (ten belope van de onverdeelde helft van de blote eigendom van het onroerend goed te 9000 Gent, (...), wegens ondankbaarheid/grove beledigingen van de verweerder (art. 955, 2o, B.W.).

De eiser liet deze vordering, met toepassing van art. 3, Hyp.W., op 19 augustus 2008 melden in de kant van voormelde overschrijving in de registers van de bevoegde hypotheekbewaarder te Gent.

IV. Beoordeling

1. Art. 955 B.W. verleent de schenker de mogelijkheid de schenking te «herroepen» (ontbinden) indien de begunstigde zich ondankbaar gedraagt. De mogelijkheid tot herroeping (ontbinding) van de schenking wegens ondankbaarheid is de civielrechtelijke sanctie voor een onheuse gedraging van de begunstigde ten aanzien van de schenker (R. Barbaix, «Art. 955 B.W.», in Commentaar Erfrecht, 2005, p. 2-3, nr. 1).

Art. 955 B.W., somt de gevallen van ondankbaarheid limitatief op (Luik 13 februari 2002, J.L.M.B. 2002, 1013, Rev. not. b. 2002, 300, Rev. trim. dr. fam. 2004, 479; P. Delnoy, Les libéralités et les successions – Précis de droit civil, Brussel, De Boeck & Larcier, 2006, p. 55, nr. 29; J. Sace, «Réflexions sur la révocation des donations», in Liber amicorum Paul Delnoy, Brussel, De Boeck & Larcier, 2005, 481-483); ze zijn bovendien restrictief te interpreteren (G. Deknudt, «Kroniek familiaal vermogensrecht», in W. Pintens en J. Du Mongh (red.), Patrimonium 2006, p. 219-220, nr. 371; anders: F. Debucquoy, «De gronden tot herroeping van een schenking onder levenden wegens ondankbaarheid (art. 955 B.W.)», T.B.B.R. 2004, p. 535-536, nr. 6).

Art. 955, 2o, B.W. behelst een tweede reeks gevallen van ondankbaarheid: de mishandelingen, misdrijven of grove beledigingen (Gent 11 oktober 2004, J.T. 2005, 100, Rev. not. b. 2005, 124, noot; R. Barbaix, «Art. 955 B.W.», in Commentaar Erfrecht, 2005, p. 5-8, nrs. 8-13). «Mishandeling» duidt niet enkel op fysieke gewelddaden, zoals vrijwillige slagen en verwondingen, maar ook op morele mishandeling (Luik 13 februari 2002, J.L.M.B. 2002, 1013, Rev. not. b. 2002, 300, Rev. trim. dr. fam. 2004, 479; Brussel 23 oktober 1987, J.L.M.B. 1989, 5; Rb. Kortrijk 9 november 1950, T. Not. 1952, 62). «Misdrijf» duidt op elke als zodanig in het Strafwetboek omschreven handeling, ongeacht de aard van het misdrijf en ongeacht of het misdrijf gericht is tegen de persoon van de schenker dan wel tegen diens vermogen. Een «grove belediging» is iedere gedraging van de begunstigde, die een beledigend of kwetsend karakter heeft en de morele integriteit, eer en waardigheid van de schenker aantast (Bergen 15 juni 2004, Rev. not. b. 2005, 121, noot J. Sace; Rb. Kortrijk 9 november 1950, T. Not. 1952, 62). Het vereiste van een animus injurandi staat centraal (Antwerpen 16 juni 2003, R.A.B.G. 2005, 725): de begunstigde moet de bijzondere intentie hebben gehad de schenker te beledigen; niet zozeer of de schenker zich beledigd voelde is van belang, maar wel de intentie van de begunstigde om de schenker te beledigen (Luik 16 februari 1983, Jur. Liège 1983, 393; Bergen 7 oktober 2003, Rev. trim. dr. fam. 2005, 623, T.B.B.R. 2005, 71; Bergen 15 juni 2004, Rev. not. b. 2005, 121, noot J. Sace; Rb. Luik 7 mei 1990, J.L.M.B. 1990, 1210; Rb. Bergen 13 april 2005, Rev. not. b. 2006, 54; E. De Wilde D‘Estmael, «Les donations», in Rép. not., III, Successions, donations et testaments, VII, Brussel, Larcier, 1995, p. 213-215, nr. 237; W. Pintens, B. Van der Meersch en K. Vanwinckelen, Inleiding tot het familiaal vermogensrecht, Leuven, Universitaire Pers, 2002, p. 558, nr. 1182).

Zoals gezegd, is de herroeping (ontbinding) de civielrechtelijke sanctie van het onbetamelijke gedrag van de begunstigde ten aanzien van de schenker. Deze sanctie treedt, in tegenstelling tot de erfrechtelijke onwaardigheid (art. 727 B.W.), niet van rechtswege in werking. De herroeping (ontbinding) onderstelt een vordering in rechte (art. 956 B.W.), en wel binnen de in art. 957 B.W. bepaalde (verval)termijn van één jaar (R. Barbaix, «Art. 957 B.W.», in Commentaar Erfrecht, 2005, 9 p.).

De rechtbank beoordeelt de toelaatbaarheid van de vordering, de ernst van de ondankbaarheid en de opportuniteit van de eventuele herroeping (ontbinding), die in voorkomend geval terugwerkt, althans tussen de partijen. De terugwerking geldt niet als zodanig ten aanzien van derden.

2. De eiser beroept zich (in de gedinginleidende dagvaarding van 7 augustus 2008 en zodoende binnen het jaar) op de naar zijn aanvoelen openbare/publieke vernedering door de verweerder met een e-mail/bericht aan een bevriend echtpaar op 24 augustus 2007 (met kopie aan de broer van de verweerder), daags vóór het huwelijk van de verweerder.

De eiser was bovendien niet uitgenodigd op het huwelijk van de verweerder/zijn zoon, volgens deze laatste wegens de hangende (v)echtscheiding tussen de eiser en zijn (toenmalige) echtgenote/zijn ouders.

Op een vraag van het bevriende echtpaar dienaangaande antwoordt de verweerder in de volgende bewoordingen:

«Dank je wel voor de wensen en je e-mail.

«Wat mijn rol tussen mijn ouders betreft... I‘m very sorry maar daar zijn ze oud en wijs genoeg voor. Ten tweede mag dit wereldje van schijn en mooipraterij ook eens stoppen. Jullie en andere mensen zien alleen de buitenkant en de kortstondige omgang met mijn ouders. Wat mijn ma betreft, ja... die zal ik steunen zoveel ik kan, want dit komt haar na al die jaren ook toe. Wat mijn pa betreft... als jullie 5% van de waarheid kennen, dan is het veel. Zijn autoritaire, egoïstische en ordinaire houding en omgang met ons allen kent dus uiteindelijk zijn einde. Wat moet komen, komt. Je kan de feiten niet blijven ontlopen en je bovenop nog eens als God de Vader, de eeuwige weldoener en allesweter voordoen.

«Wat mij persoonlijk betreft... ik wil een vredevol en respectvol huwelijksfeest. Daar hoort hij nu eenmaal niet meer bij. Tot op late leeftijd heeft hij mij weten de les te spellen, mij met zijn principes de laan in gestuurd, met zijn overtuigingen opgevoed en met zijn harde hand aangepakt. Dit mag ook eens geweten zijn (laat staan dat ik hier nu enkele details ga kenbaar maken).

«Dat hij is blijven hangen in een web van zelfovertuiging en geen enkele vorm van geestelijke evolutie kenbaar maakt, is zijn probleem. Maar in mijn leven en dat van (I) willen we enkel en alleen mensen toelaten die een bepaalde bereidwilligheid vertonen om zich geestelijk te willen verrijken.

«Wat je zaait, zal je oogsten. Ik heb hem tienmaal gevraagd om tot verzoening te komen en de feiten in heel dit relaas toe te geven en met een nieuwe lei te starten, maar uiteraard is hij de vader en vaders hebben altijd gelijk – zo denkt hij – maar niets is minder waar... hij heeft gelijk... daar in zijn eentje op zijn 72ste... maar hier in mijn leven en met (I) denken we er anders over.

«De keuze lag bij hem, hij heeft nu ook gekozen... zo gaat dat nu eenmaal in ‘t leven.

«Trouwens... zijn we allemaal vergeten hoe ik de laatste vijftien jaar mijn eigen boontjes heb moeten doppen wegens zijn principes? De tijd dat ik geen geld had om mijn dokter te betalen en dat ik in de Quick ging werken omdat ik daar ook gratis kon eten, ... zijn we die vergeten? Is er toen iemand op tafel gaan kloppen in mijn voordeel...? Neen want B. wou niet studeren en had geen diploma... Wie ging er met B. dus rekening houden?

«Van mijn part kan hij nu de hoogste boom in die hij in zijn miljoenenkwartiertje in Ooigem kan vinden? Met al zijn «geld» en overtuigingen en dan alleen eindigen... Triestig... maar ja... meneer diploma en meester geldwolf zal nu ook niet meer toegeven natuurlijk... De liefde voor uw medemens (...), de vergevingsgezindheid en de bereidwilligheid... bestaan er nog mooiere woorden? Liefde... warmte... gevoelens... genegenheid... oprechtheid... openheid... een vader en een zoon, een moeder en een dochter... aan gezin... een relatie... maar neen... hij koos voor het negatieve, ik laat hem genieten van zijn keuze».

Met de eiser is de rechtbank van oordeel dat het voormelde (zeer rauwe/brute) schrijven (dat hierboven niet selectief maar in extenso wordt weergegeven en waarbij de verweerder niet betwist dat het volledig en exclusief van hem afkomstig is), daags vóór het huwelijk van de verweerder, die de eiser/zijn vader daartoe niet uitnodigt (al dan niet los van de context van (v)echtscheiding met zijn moeder), een «grove belediging» in de zin van art. 955, 2o, B.W. uitmaakt. Een en ander beledigt en kwetst de eiser zonder meer. Een en ander tast zonder meer de morele integriteit, eer en waardigheid van de eiser aan. Een en ander geeft bovendien blijk van voormelde animus injurandi aan de zijde van de verweerder, bij wie duidelijk de bijzondere intentie voorzat om de eiser/zijn vader grovelijk te beledigen. Dat deze laatste zich dan ook grovelijk beledigd voelt, wat in het licht van voormelde rechtspraak/rechtsleer minder van belang is, spreekt vanzelf.

De (recente) schenking is voldoende belangrijk, de (kort daaropvolgende) belediging is voldoende zwaarwegend en de (tijdig gevraagde) herroeping komt opportuun voor, mede gelet op de blijkbaar manifest verstoorde verstandhouding tussen de partijen en het gebrek aan berouw. De door de verweerder in de context van de verstoorde verstandhouding (met beweerdelijk seksueel grensoverschrijdend gedrag) beweerde (maar allerminst bewezen) pogingen tot verzoening doen daaraan geen afbreuk.

Het al dan niet openbare/publiekelijke karakter van het voormelde schrijven is daarbij van minder tel. Punt is dat de verweerder zonder meer de bedoeling tot uitdrukking brengt om de eiser/zijn vader te beledigen/ kwetsen. De (minstens mede) door de verweerder gewenste daaropvolgende afwezigheid van de eiser/zijn vader op het huwelijk van de verweerder/zijn zoon kent hoe dan ook een publiekelijk karakter....

• Rb. Gent 14e Kamer – 16 december 2008, RW 2009 -2010, 884

Samenvattig van het vonnis:

Een begiftigde die als blote eigenaar het door een brand vernielde geschonken onroerend goed niet wederopbouwt, schendt zijn verplichtingen als blote eigenaar, zodat de schenking moet worden herroepen wegens niet-vervulling van de lasten. De herroeping werkt ex tunc en leidt tot een teruggaveverplichting in natura.

Tekst van het vonnis:

...

Relevante elementen van het onderhavige geval

1. Bij notariële akte van 16 mei 1994 doen de eisers een schenking aan de verweerder (hun zoon – die de schenking aanvaardt) als voorschot op diens erfdeel en met vrijstelling van inbreng in natura van de blote eigendom van een onroerend goed (een handelspand) te 9960 Assenede/Boekhoute, (...).

Deze titel van overdracht van de blote eigendom wordt op 28 juni 1994 overgeschreven in de registers van de bevoegde hypotheekbewaarder te Gent.

De eisers behouden zich het vruchtgebruik voor, zodat het pas aan de verweerder zal toevallen na het overlijden van de langstlevende van beide eisers.

In die optiek sluiten de eisers en de verweerder een notariële handelshuurovereenkomst, eveneens op 16 mei 1994, voor een basisduur van twintig jaar, behoudens handelshuurhernieuwing.

Ook deze huur van lange duur wordt op 28 juni 1994 overgeschreven in de registers van de bevoegde hypotheekbewaarder te Gent.

2. Op 25 juni 2001 wordt het bedoelde handelspand nagenoeg volledig vernield ingevolge een zware brand.

Begin 2006 betaalde de brandverzekeraar ongeveer 80% van de contractueel bedongen vergoeding (aan de verweerder als verzekeringnemer). De resterende uitbetaling is pas opeisbaar wanneer de verweerder als verzekeringnemer het handelspand wederopbouwt.

3. De verweerder blijkt in gebreke te blijven om tot wederopbouw over te gaan.

Intussen is ook voormelde handelshuurovereenkomst gerechtelijk ontbonden door een procedure via de vrederechter te Zelzate.

Naar aanleiding van deze procedure stellen de eisers vast dat de verweerder het handelspand heeft verlaten met achterlating van aanzienlijke schade.

III. Vordering

De vordering van de eisers strekt tot ongedaanmaking van voormelde schenking, in de eerste plaats wegens de niet-uitvoering van de aan de schenking verbonden voorwaarden/lasten.

De eisers lieten deze vordering, met toepassing van art. 3 Hyp.W., melden in de kant van voormelde overschrijving in de registers van de bevoegde hypotheekbewaarder te Gent.

IV. Beoordeling

1. Art. 954 B.W. verleent de schenker de mogelijkheid de schenking te «herroepen» (ontbinden) indien de begunstigde de aan de schenking verbonden voorwaarde niet (behoorlijk) vervult. De term «voorwaarde» slaat hier niet op de voorwaarde in haar technisch-juridische betekenis (een toekomstige, onzekere gebeurtenis waarvan de uitvoering of het voortbestaan van een verbintenis afhankelijk is), maar wel op alles wat de schenker van de begunstigde wil gedaan krijgen: een last of een voorwaarde/last (R. Barbaix, «Art. 954 B.W.», in Commentaar Erfrecht, 2005, p. 4, nr. 4; M. Puelinckx-Coene, «Overzicht van rechtspraak (1985-1992): Giften», T.P.R. 1994, p. 1734, nr. 232). Art. 954 B.W. wordt algemeen beschouwd als een toepassing sui generis van het gemeenrechtelijke art. 1184 B.W., dat de partijen bij een wederkerige overeenkomst, naast de gedwongen uitvoering (in natura of bij equivalent), een extra middel ter beschikking stelt, namelijk de mogelijkheid de herroeping (ontbinding) van de overeenkomst te vragen: de herroeping (ontbinding) wegens wanprestatie (R. Barbaix, «Art. 954 B.W.», in Commentaar Erfrecht, 2005, p. 3, nr. 1). De herroeping (ontbinding) is zelfs mogelijk, niet alleen ingeval de niet-uitvoering van de voorwaarde/last te wijten is aan de begunstigde, maar ook indien er sprake is van toeval of overmacht (A. Masschelein, De schenking bij notariële akte, Brussel, Larcier, 2007, p. 138-139, nr. 216).

Bij gebrek aan een uitdrukkelijk ontbindend beding in de schenkingsakte, wat mogelijk is (R. Barbaix, «Art. 956 B.W.», in Commentaar Erfrecht 2005, p. 2-4, nrs. 3-8), moet de herroeping (ontbinding) in de regel in rechte worden gevorderd (art. 956 B.W.).

Het komt aan de rechtbank toe de gegrondheid van de vordering tot ontbinding te appreciëren.

2. Welnu, blijkens de dagvaarding en de conclusie van de eisers, de verklaringen van de advocaat van de eisers ter terechtzitting van 2 december 2008 en de door de eisers aan de rechtbank overgelegde stukken, komt de gevorderde ontbinding in zoverre gegrond voor.

De verweerder voert overigens geen (omstandig) verweer.

Voormelde schenking aan de verweerder met voorbehoud van vruchtgebruik voor de eisers, onderstelt (als voorwaarde/last) dat de verweerder zijn verplichtingen als blote eigenaar nakomt en er zodoende voor zorgt dat de eisers hun vruchtgebruik kunnen genieten.

De verweerder blijft in gebreke zijn verplichtingen als blote eigenaar na te komen, inzonderheid zijn verplichtingen in het licht van art. 605-606 B.W.

De verweerder blijkt manifest in gebreke te blijven bij de wederopbouw van het hem in blote eigendom geschonken handelspand, dat hij bovendien heeft verlaten met achterlating van aanzienlijke schade.

3. De vraag rijst naar de gevolgen van de ontbinding.

Art. 954 B.W. preciseert de gevolgen van de herroeping (ontbinding) van de schenking en bepaalt dat deze ontbinding in principe terugwerkt tot op het ogenblik van de schenking, zowel tussen partijen als ten aanzien van derden: de schenking wordt geacht nooit te hebben plaatsgevonden (H. De Page, Traité élémentaire de droit civil belge, VIII, I, Les libéralités (Généralités), Les donations, Brussel, Bruylant, 1962, p. 753-761, nrs. 639-652; A. Masschelein, o.c., p. 141, nr. 220; J. Sace, «Les libéralités – Dispositions générales», in Rép. Not., III, Successions – Donations et testaments, VI, Brussel, Larcier, 1993, p. 273-274, nr. 259; E. De Wilde D‘Estmael, «Les donations», in Rép. not., III, Successions, donations et testaments, VII, Brussel, Larcier, 1995, p. 208-210, nrs. 231-232).

De herroeping (ontbinding) leidt zodoende tussen de partijen tot een teruggaveverplichting in natura of bij equivalent, met inbegrip van een eventuele vergoedingsverplichting (R. Barbaix, «Art. 954 B.W.», in Commentaar Erfrecht, 2005, p. 20-23, nrs. 41-45; H. De Page, o.c., VIII, I, 754-756; W. Pintens, B. Van der Meersch en K. Vanwinckelen, Inleiding tot het familiaal vermogensrecht, Leuven, Universitaire Pers, 2002, p. 555, nrs. 1173-1174). De in voorkomend geval reeds (gedeeltelijk) uitgevoerde voorwaarde/last, desnoods ten behoeve van een derde, moet evenzeer worden hersteld. Het voorwerp van de schenking keert naar de schenker terug, vrij van alle lasten en hypotheken waarmee het door de begunstigde zou zijn bezwaard. De schenker blijft wel gebonden door de daden van beheer die door de begunstigde zijn gesteld (Luik 20 december 1851, Pas. 1854, II, 364; R. Barbaix, «Art. 954 B.W.», in Commentaar Erfrecht, 2005, p. 20- 21, nr. 42; H. De Page, o.c., VIII, I, p. 759, nr. 649; E. De Wilde D‘Estmael, o.c., in Rép. not., III, Successions, donations et testaments, VII, p. 210, nr. 232; A. Kluyskens, Beginselen van burgerlijk recht, III, De schenkingen en testamenten, Antwerpen, Standaard, 1947, p. 241-242, nr. 176; Y. Hannequart, «La condition», in Les Novelles – Droit civil, IV-2, Brussel, Larcier, 1958, p. 442-444, nrs. 297-309; W. Pintens, B. Van der Meersch en K. Vanwinckelen, o.c., p. 556-557, nr. 1179).

Uit het voormelde volgt dat de verweerder de hem geschonken blote eigendom van het handelspand moet teruggeven.

De verweerder van zijn kant eist geen herstel van de mate waarin hij in voorkomend geval de op hem drukkende voorwaarde/last reeds (gedeeltelijk) uitvoerde.

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:15
Laatst aangepast op: ma, 10/05/2010 - 14:17

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.