-A +A

Hoelang onderhoudsgeld voor de kinderen betalen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Indien een kind hogere studies onderneemt blijft de onderhoudsplicht voortduren. Maar welke hogere studies, hoeveel hogere studies en wat met de bijkomende opleidingen.

Volgens bepaalde rechtspraak neemt de onderhoudsverplichting een einde bij de verwerving van een einddiploma hoger onderwijs dat toegang verschaft tot de arbeidsmarkt.

Bepaalde opleidingen zijn zeer theoretisch gericht en verschaffen weinig werkgelegenheid. Veel studenten volgen vandaag bijkomende opleidingen om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten of om zich verder te specialiseren. Indien de rechtbank oordeelt dat de bijkomende opleiding een aanvulling uitmaakt op de basisopleiding en niet kan aanzien worden als een luxestudie zal de onderhoudsplicht blijven voortduren voor de bijkomende studie.

zie terzake rechtbank Leuven 29/04/05 RABG 2006/07, 533, met noot Vergauwen.

De onderhoudsplicht van art. 203 BW loopt slechts tot het beëindigen van de opleiding en niet totdat de betrokken minderjarige een eigen inkomen heeft. In de praktijk is dit evenwel anders door de bepaling van art. 205 BW die de onderhoudsplicht in rechte lijn voorziet voor alle leeftijden in geval van behoeftigheid.

rechtspraak:

De opleiding van een kind is niet per se voltooid na het behalen van één diploma. Rekeninghoudende met de maatschappelijke en fiinanciële situatie van de ouders kan de plicht van de ouders behouden blijven conform art. 203 B.W.teneinde een tweede opleiding mogelijk te maken, wanneer deze tweede studie het gevolg is van een normale evolutie en deze een normale voortzetting kend. Zie Rb. Gent, 9° kamer, 03/11/2005, R.W. 2006-2007, 69

In een bijdrage van David van Lierde in het tijdschrift voor familierecht 2009/3 pagina 47 heeft deze auteur getracht de voorwaarden om aanspraak te maken op een onderhoudsgeld van de ouders samen te vatten in een aantal regels:

1. de studie moeten normale voortgang kennen waarbij de student voldoende ijver bekwaamheid en inzicht aan de dag gelegd zodat de studies succesvol zouden kunnen worden beëindigd. Een en ander wordt onmiddellijk gerelativeerd, door te stellen dat het kind na een gestrande poging opnieuw recht op onderhoudsgeld bekomt voorzover het kind blijk geeft van een doorgedreven intentie om zich te "herpakken".

2. De plicht vervalt wanneer het kind een einddiploma bekomt van het hoger onderwijs en dit op basis van de overweging dat het op dat ogenblik beschikt over alle troeven om een toegang te krijgen op de arbeidsmarkt. Evenwel wordt deze regel door de rechtspraak gerelativeerd waarbij er onder meer wordt rekening gehouden met de mogelijkheden van de ouders maar vooral met de initiële keuze van de student. Er wordt meer en meer uitgegaan van het principe van de voltooiing van de opleiding die in deze huidige crisissituatie kan bestaan uit het behalen van meerdere diploma's waarbij er dan wel vereist wordt dat deze diploma's een onderlinge samenhang hebben. In elk geval is er overeenstemming dat er na de opleiding gemaakt humaniora nog zeker plaats dient te zijn voor een verdere voortgezette opleiding, gezien meer en meer een gewone humaniora opleiding onvoldoende waarborgen biedt op de arbeidsmarkt. Meer en meer wordt aanvaard dat een kind zelfs naar hogere studies recht geeft om zich verder te specialiseren voorzover deze specialisatie aansluit bij de eerder gevolgde opleiding. Maar het principe van deze aansluiting wordt zeer breed geïnterpreteerd althans door de lagere rechtbanken. Zo oordeelde de vrederechter te Roeselare die gekend is voor controversiële en vaak innoverende rechtspraak dat een met succes een gevolgde lerarenopleiding kon gevolgd worden door een opleiding in de rechten omdat het de initiële bedoeling was een van de student om een masterdiploma te behalen. De burgerlijke rechtbank te Gent in graad van beroep oordeelde op 3 november 2005 (rechtskundig weekblad 2006-2007,69) in zelfde zin.

• rb. Gent 3 november 2005, RW 2006-2007,69:

V. t/ D....

4. Beoordeling

A.D. werd op 17 oktober 1982 geboren uit het huwelijk tussen partijen.

De partijen zijn uit de echt gescheiden met onderlinge toestemming.

Bij vonnis van de jeugdrechter te Gent van 29 december 1993 werd het hoederecht aan de geïntimeerde toegekend.
(...)

A.D. begon na de middelbare school een opleiding aan de Economische Hogeschool. Zij brak deze opleiding voortijdig af.

Hierna vatte A.D. de opleiding tot leraar aan en beëindigde deze succesvol in augustus 2004.

Voor het academiejaar 2004-2005 liet A.D. zich inschrijven voor de opleiding in de rechten aan de Universiteit te Gent en dit met studieduurverkorting.

Art. 203, § 1, B.W. houdt in dat de verplichting van de ouders om – naar evenredigheid van hun middelen – te zorgen voor de opleiding van hun kinderen ook doorloopt na de meerderjarigheid van het kind indien de opleiding niet voltooid is.

De opleiding van een kind is niet per definitie beëindigd met het behalen van één diploma. Terecht oordeelde de eerste rechter dat in concreto moet worden nagegaan of het verder studeren het gevolg is van een normale evolutie dan wel de uiting is van een soort misbruik, daarbij ook de maatschappelijke en financiële positie van de ouders in aanmerking nemend.

Ter zake dient te worden vastgesteld dat A.D. aanvankelijk een opleiding tot licentiaat in de handelswetenschappen ambieerde.

Om de een of andere reden stopte zij midden het eerste jaar deze opleiding en schakelde zij over op een lerarenopleiding die zij succesvol wist af te ronden in 2004.

De daarna aangevatte opleiding in de rechten beoogt finaal het behalen van het diploma «master» (licenciaat) in de rechten. Dit sluit aan bij de initiële doelstelling van A.D., in die zin dat zij aanvankelijk met haar studie aan de E.H.S.A.L. eveneens het behalen van een licentiaatdiploma voor ogen had. In die zin kan worden gesteld dat de opleiding die thans wordt gevolgd kadert in wat initieel als een passende opleiding voor het kind A. werd beschouwd.

Daar bovendien de studie in de rechten gevolgd wordt met een verkort programma, mag gesteld worden dat de opleiding van de dochter van partijen een normale voortzetting kent.

De rechtbank sluit zich aan bij de overweging van de eerste rechter, namelijk dat het A.D. niet ten kwade geduid kan worden dat zij – na een aanvankelijke mislukking – niet onmiddellijk het op heden beoogde diploma nastreefde. In ieder geval is het gevolgde studieverloop niet van aard om de appellante van de verplichting te ontslaan om mee in te staan voor het verzekeren van de opleiding van A.D.

Tot slot dient te worden vastgesteld dat er geen bewijzen voorliggen van enig gedrag van de dochter A. ten aanzien van de appellante dat van aard zou zijn een weerslag te hebben op de onderhoudsaanspraak van art. 203 B.W.
 

Misschien toch een kritische bedenking

 

De universiteiten voorzien in heel wat faciliteiten voor studenten die een voortgezette opleiding wensen te vormen tijdens hun lopende carrière onder het statuut van de zogenaamde jobstudenten. Er dient vastgesteld dat deze jobstudenten aan de universiteiten in de regel goede resultaat halen en mede door de begeleiding van de universiteit zelf instaat zijn om terzelfdertijd te werken en terzelfdertijd verdere studies door te voeren.  De inkomsten waarover het kind zelf beschikt dienen evenzeer in rekening gebracht te worden bij de bepaling van het onderhoudsgeld en het onderhoudsgeld, lees dat de onderhoudsplicht afhankelijk is van de behoeftigheid van het kind.

De vrederechter te Roeselare is evenwel tegen deze algemeen erkende opvatting en stelde hij reeds geen rekening te willen houden met inkomsten uit de pakkans die arbeid of weekendwerk die de student zou kunnen gebruiken om zijn studies te financieren. Onmiddellijk dient hieraan toegevoegd dat dit een minderheidsstandpunt is.


4. De ouders dienen niet in te staan voor bijkomende luxe uitgaven van de student maar enkel in de strikt noodzakelijke kosten die nodig zijn voor de studie opleiding, die hiermee gepaard gaande huisvesting, voeding en dergelijke. Supplementaire reizen, uitstapjes en sport ontspanning behoren hier niet toe.

5. De onderhoudsbijdragen is principieel forfaitair met uitzondering van de buitengewone kosten.

6. Wanneer het kind onvoldoende eerbied opbrengt voor zijn ouders (onder verwijzing naar artikel 371 burgerlijk wetboek) door zijn ouders niet meer op te zoeken, door deze te beledigen, door de studieresultaten niet mede te delen, en dergelijke meer dan het kind het recht op onderhoud verliezen. Hierbij wordt verwezen naar de uitvoerige rechtspraak in het tijdschrift voor familierecht 2009/3 op pagina 48, zo onder meer naar het arrest van het hof van beroep te Brussel van 6 juni 2006 tijdschrift familierecht 2007 waarbij de zoon veroordeeld werd tot een gevangenisstraf voor het toebrengen van slagen en verwondingen aan zijn adoptieve vader; naar het arrest van het hof van beroep te Brussel d.d.10 oktober 2006, tijdschrift familierecht 2007,7, naar de rechtspraak van de rechtbank van Kortrijk van 3 december 1968, rechtskundig weekblad de 1969 - 1970, 1060 waarin een eerbiedige houding wordt geëist maar anderzijds ook naar het vredegerecht te Torhout 2 december 2003, tijdschrift voor vrederechters 2007,279 waarbij een gebrek aan respect door de kinderen verschoond wordt door een gebrek aan interesse van de vader. Voorlopig kan gesteld worden dat enkele geval van zeer ernstige omstandigheden, lees zeer zware conflicten en fouten in hoofde van het kind en het kind alleen kunnen leiden tot de afschaffing van de onderhoudsplicht wegens ondankbaarheid.

zie ook: onderhoudsgeld en onwaardigheid

 

Nog dit: 

Vredegerecht te Zomergem, 20 april 2012, RW 2012-2013, 1038

M.A. t/ P.V.

...

De ouderlijke alimentatieplicht eindigt bij het verwerven van een einddiploma dat toegang geeft tot de arbeidsmarkt. Het is dus geenszins zo, zoals de verweerder laat uitschijnen, dat de ouderlijke alimentatieplicht eindigt met de meerderjarigheid van een kind. De verplichting tot opvoeding en onderhoud krachtens art. 203 BW is van openbare orde en heeft dus absolute prioriteit op elke andere plicht.

De vraag of de studie een normale voortgang kent, moet zeer in concreto worden beantwoord. Van ieder kind mag worden verwacht dat het de nodige inspanningen levert om de studie met vrucht en binnen redelijke termijn af te werken en om een plaats op de arbeidsmarkt te verwerven.

Concreet in dit dossier beschikt J. enkel over een diploma hoger secundair onderwijs technische-sociale wetenschappen en het is zeer zeker aanvaardbaar dat de mogelijkheden om met een dergelijk diploma een plaats te verwerven op de arbeidsmarkt eerder beperkt zijn. Het is algemeen bekend dat een aanvullend diploma van hoger onderwijs de arbeidskansen flink doet toenemen. In elk geval kan met een diploma uit het hoger onderwijs een arbeidsbetrekking worden gevonden die zal bijdragen tot een verdere doorstroming op de arbeidsmarkt en tot het verwerven van een betere levenskwaliteit. Van ouders mag worden verwacht dat zij hun kinderen aanmoedigen om, uiteraard indien de verstandelijke mogelijkheden en motivatie er zijn, een aan hun talenten aangepaste opleiding te volgen.

J. startte aan de hogeschool de opleiding voor sociaal werker. Ontmoedigd na een tweede zittijd in zijn tweede bachelor, en na een relatiebreuk, besloot hij de studie voorlopig stop te zetten. Het is geenszins zo dat de jongen intussen op zijn lauweren heeft gerust. Wel integendeel, hij genereerde, via het systeem van uitzendkracht, gedurende een zeventiental maanden inkomsten. Begin 2011 besloot hij zijn studie te hervatten. Ten onrechte meent de verweerder dat hij geen alimentatie meer verschuldigd is, omdat zijn zoon een diploma secundair onderwijs verkreeg en inmiddels effectief meer dan tien maanden arbeid heeft verricht. Zeer specifiek in dit dossier is immers dat J. te kampen heeft met functiebeperkingen, in het bijzonder aandachtstekortstoornissen, cognitieve impulsiviteit, dyslexie, licht autisme. Deze beperkingen worden door de eiseres duidelijk bewezen met attesten. (...). Al die attesten bevestigen de voormelde functiebeperkingen en om die reden werd voor J. voorheen en ook op heden een geïndividualiseerd studietraject toegestaan in het raam van de studievoortgangsbewaking. Dit is gebaseerd op de “Sticordi-maatregelen”. Een van de aandachtspunten daarbij is dat de student tijd moet worden gegund. Een en ander komt ook tot uiting in een aangepast systeem van studiepunten. Hij kon zich immers voor 45 studiepunten per jaar inschrijven in plaats van de gebruikelijke 60 studiepunten. Dat impliceert hoe dan ook dat J. meer tijd gegund wordt om zijn diploma te verwerven.

In de geschetste omstandigheden aanvaardt de vrederechter dat de slechts tijdelijke stopzetting van de studie, die toch niet zonder succes was, verklaarbaar is door de functiebeperkingen van het kind. In de persoon van dat kind zijn die functiebeperkingen evident een overmachtsituatie. Uit niets blijkt dat J. lui is of zijn studietijd aanwendt om zich te uiten als een gepatenteerd fuifnummer. Wel integendeel moet worden geconcludeerd dat de al afgelegde examens toch vrij behoorlijk zijn verlopen en tijdens zijn sabbatperiode heeft J. gewerkt.

Het is in die omstandigheden niet verantwoord J. niet te ondersteunen in zijn te waarderen opzet om een diploma in het hoger onderwijs te verwerven en dit spijts zijn functiebeperkingen. Aldus misbruikt hij geenszins zijn recht op alimentatie van de verwerende partij. Ouders dienen hun kind aan te moedigen om een passende opleiding te volgen en dat geldt des te meer in de moeilijke economische periode die de kinderen vandaag de dag gedwongen tegemoetgaan.

Het gebrek aan contact tussen vader en zoon is geen reden tot uitsluiting van de op de verweerder rustende alimentatieplicht.

De verweerder is de alimentatie dus nog steeds verschuldigd, namelijk vanaf het moment dat J. de studies opnieuw heeft aangevat.

...

4.2.2.4. Uit de voorgelegde stukken moet toch worden begrepen dat J. in 2010 gemiddeld netto per maand – vóór aftrek van de beroepskosten – een bedrag van 1.643,25 euro verdiende. In 2009 verdiende hij 3.134,99 euro netto, maar daarin zijn de opbrengsten van een vakantiejob begrepen.

Een dergelijk inkomen overstijgt de gebruikelijke opbrengst van studentenjobs, vakantiewerk waarvan aanvaard mag worden dat de student deze kan behouden tot persoonlijk nut en gebruik, zonder dat die van invloed zijn op de alimentatieplicht.

De voormelde inkomsten dienen enigszins gerelativeerd te worden om de volgende redenen:

– Over een periode van zeventien à achttien maanden bedroeg het inkomen van J. gemiddeld netto per maand ongeveer 1.400 euro.

– J. ontvangt thans geen inkomsten meer uit arbeid, omdat hij opnieuw voltijds dagonderwijs volgt.

– Zoals hierboven vermeld, is het aanvaardbaar dat een student zelf wat inkomsten verwerft uit een studentenjob/vakantiejob. De ouders moeten immers niet bijdragen in niet-noodzakelijke meeruitgaven van de student. Inkomsten uit een studentenjob stellen de jongere in staat dergelijke uitgaven te doen. Het is immers logisch dat jongeren inkomsten trachten te verwerven voor een “surplus”, een uitgave die de ouders niet bereid zijn te doen of niet kunnen doen, zoals de aanschaf van een muziekinstallatie, een laptop, een I-pod, een vervoermiddel, ...

– Indien, zoals in dit dossier, de middelen van de ouders dat mogelijk maken, moet worden aanvaard dat een jongere wat inkomsten opspaart.

– Zonder twijfel heeft J. zijn inkomsten aangewend tot persoonlijk nut in een periode dat de verweerder niets betaalde voor zijn zoon. De facto stond J. dus zelfstandig in voor het bestrijden van de kost van de persoonlijke lotsverzachting, zij het dat hij bleef inwonen in het gezin van de eiseres. Het is niet bekend – en het wordt ook niet beweerd – of J. aan de eiseres een bijdrage voor kost en inwoon diende te betalen.

– J. gebruikt een 21 jaren oude Nissan, wat eveneens kosten meebrengt.

De verworven inkomsten overtreffen echter de gebruikelijke bijkomende inkomsten van een student. Het zou, om de voormelde redenen, echter fout zijn te concluderen dat die inkomsten gedurende een periode van zeventien maanden de alimentatieplicht voor alle komende studiejaren zwaar moeten beïnvloeden. Als de studieperiode mag worden bepaald op een viertal jaren, zijnde 48 maanden, dan zou het niet ernstig zijn te concluderen dat J. zijn destijds verworven inkomsten maar moet gebruiken voor de bestrijding van alle kosten voor die periode. Omgerekend over 48 maanden zou hij per maand over ongeveer 500 euro beschikken, maar van dat bedrag dienen te worden afgetrokken: de aanvaardbare inkomsten uit studentenjobs en vakantiewerk, de in het verleden gedragen kosten voor persoonlijke lotsverzachting en onderhoud, de kosten eigen aan het voertuig, ... Dit zou zijn belang al te ernstig kunnen hypothekeren. Maar van de andere kant mag van hem toch een financiële inspanning worden verwacht die, omdat een cijfermatig nauwkeurige begroting onmogelijk is, naar redelijkheid en billijkheid kan worden bepaald op 10% op maandbasis van het in aanmerking te nemen budget voor zijn onderhoud.

...

4.2.2.8. Uit studies is gebleken dat een pendelende niet-beursstudent maandelijks gemiddeld 210 euro studiekosten moet dragen. Daarin worden dan begrepen: het studiegeld, de boeken en het studiemateriaal, het socio-cultureel leven, voeding en transport. Een kost voor persoonlijk vervoer met een auto is geen luxe-uitgave indien de student niet op kot zit.

Daarbij komen dan nog de kosten van onderhoud, huisvesting e.d.m. ten huize van de eiseres.

Rekening houdende met de leeftijd van J., de gevolgde studie en daaraan verbonden kosten dient forfaitair rekening te worden gehouden met een onderhoudskost van ongeveer 550 euro per maand in een gezin met nog één kind ten laste.

Daarvan dient 120 euro kinderbijslag te worden afgetrokken, zodat 430 euro overblijft.

Hierboven werd al aangegeven dat van J. een inbreng van 10% per maand mag worden verwacht, zijnde 43 euro, gelet op het hierboven vermelde forfait.

...

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:15
Laatst aangepast op: vr, 15/02/2013 - 21:45

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.