-A +A

hypothecair mandaat

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Een kredietgever eist meestal als voorwaarde tot kredietverstrekking zekerheid, deze kan bestaan uit inpandgeving van titels, in pandgeving van een handelszaak, borgstelling of hypotheek. In een aantal gevallen kan de bank die het krediet verstrekt ook genoegen nemen met een volmacht om een hypotheek te vestigen.

In dit geval geeft de lener een volmacht of mandaat aan de bank om op gelijk welk ogenblik over te gaan tot een bezwaring van het onroerend goed via een hypothecaire inschrijving.

De kredietgever bank kan daartoe op elk moment overgaan, naar goedvinden wanneer de vertrouwensrelatie stuk loopt; Dit kan ondermeer wanneer de verplichtingen tot het betalen niet worden nagekomen, maar ook wanneer bv. de kredietnemer bv. zijn loon niet meer laat storten op de rekening, of wanneer de bank indicies heeft mbt de verminderde solvabiliteit.

Het hypothecair mandaat is een gunst (verminderde kost tov een gewone hypotheekstelling) en is aldus gebaseerd op een vertrouwensrelatie.

Aldus is voorafgaand aan de omzetting geen voorafgaande ingebrekestelling vereist en dient de omzetting niet gemotiveerd. Het volstaat dat achteraf kan vastgesteld dat er voldoende grond was om het hypothecair mandaat om te zetten en er (aldus) geen sprake is van rechtsmisbruik.

Over de omzetting van de hypothecaire volmacht tijdens de verdachte periode: zie Cass. 24/10/2002, RW 2002-2003, p. 1344.

Hypothecair mandaat en rechtsmisbruik

Een hypothecaire volmacht verschaft een kredietinstelling het recht om onmiddellijk en onvoorwaardelijk de volmacht om te zetten in een effectieve hypotheek. Meestal wordt bedongen dat dit afhankelijk wordt gesteld aan de minste wijziging in de vermogenstoestand van de lener en/andere wijzigingen die aanleiding kunnen geven tot een verminderde solvabiliteit. Meestal wordt gestipuleerd dat dit mandaat onherroepelijk en onvoorwaardelijk is.

Aldus kan de kredietinstelling zelf bepalen wanneer zij tot omzetting van het hypothecair mandaat naar een hypotheek overgaan.

Behoudens anders luidend beding, is de kredietinstelling er niet toegehouden om op voorhand kennis te geven aan de kredietnemer van het voornemen om de hypotheek te vestigen, noch bestaat er een verplichting om de motieven hiervoor mee te delen of een recht van voorafgaand verweer te verlenen aan de kredietnemer.

Maar dit alles doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de rechter om achteraf na te gaan of deze omzetting beantwoord aan de contractuele voorwaarden en of zij geen rechtsmisbruik uitmaakt.

Het beginsel van art. 1134 3de lid van het Burgerlijk Wetboek, dat overeenkomsten te goeder trouw moeten worden uitgevoerd, verbiedt een partij misbruik te maken van rechten die de overeenkomst haar toekent.

Het uitoefenen van een recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van dit recht door een voorzichtig en bezorgde persoon, maakt rechtsmisbruik uit.

Er is ondermeer sprake van rechtsmisbruik wanneer men een recht gebruikt met geen ander oogmerk dan om een ander te benadelen of wanneer men recht uitoefent op een voor zichzelf nuttige maar voor een andere nadelige wijze, terwijl men een andere even nuttige maar voor de ander minder nadelige wijze had kunnen kiezen of wanneer men een recht uitoefent op een wijze die voor zichzelf meer voorbeeld dan een andere uitoefeningwijze inhoud, maar die aan een ander een disproportioneel groter nadeel berokken.

Indien een schuldeiser zijn rechten op een kennelijke onredelijke of onaanvaardbare wijze uitoefent, komt het de rechter toe deze wijze van rechtsuitoefening te matigen, dit is ze binnen de perken van een normale rechtsuitoefening te brengen, eventueel met toekenning van een schadevergoeding, indien de schuldenaar in gevolge de abnormale rechtsuitoefening schade heeft geleden.

Aldus zal de rechter na de omzetting van een hypothecair mandaat in een hypotheek, kunnen toetsen of de aangehaalde redenen voor de beslissing tot omzetting wel degelijk een rol hebben gespeeld.

De rechter zal dienen na te gaan op de omzetting van de hypothecaire volmacht in een hypothecaire volmacht in een hypothecaire inschrijving kon worden gemotiveerd door een na het toekennen van het krediet met hypothecaire volmacht ingetreden negatieve wijziging wat de vermogenstoestand en/of terugbetalingcapaciteit van de kredietnemer en/of van de borgen betreft.

Een vaststelling dat de ingeroepen motieven niet onmiddellijk na de beslissing tot omzetting, noch in het kader van de tussen partijen gevoerde briefwisseling werd medegedeeld en gestaafd, staat er niet aan in de weg dat zij in aanmerking mogen genomen worden in het kader van de beoordeling terzake.

De rechtbank mag zich evenwel niet stellen in de plaats van de kredietgever, die over een zekere beoordelingsvrijheid beschikt. De rechtbank mag dus enkel oordelen over de (abstracte) opportuniteit van de beslissing tot omzetting.

Bovendien is dit toetsingsrecht van de rechtbank slechts marginaal en moet er derhalve nagegaan worden of er door de kredietgever anders werd gehandeld dan een normaal zorgvuldig en redelijk kredietverlener, geplaatst in dezelfde concrete omstandigheden. Met andere woorden dient de vraag gesteld te worden hoe een normale zorgvuldige en redelijke kredietverlener zou hebben gehandeld in een zelfde zaak ten aanzien van zelfde feiten.

Toepasselijke rechtspraak:Brussel 8.04.2008, RABG, 2009/15, pg. 1044 met noot, rechtsmisbruik bij de uitoefening van een hypothecair mandaat.lees dit arrest met noot middels paswoord jurisquare

Over de verplichting van een voorafgaande kennisgeving aan de kredietnemer en de motiveringsplicht van de kredietgever tot omzetting van een hypothecaire machtiging in een hypotheek, zie Cass. 23/03/2006, R.W. 2006-2007, 874, met noot. Samengevat zou ook volgens het Hof van Cassatie er geen voorafgaande kennisgeving en motiveringsplicht zijn, onverminderd het toetsingsrecht van de rechter achteraf mbt de wijze van de uitoefening.

Het hypothecair mandaat wordt via een notaris vastgelegd in een notariële akte. Een hypothecair mandaat of hypothecaire volmacht wordt niet ingeschreven in het hypotheekkantoor, en de notaris rekent minder kosten aan.

Rechtspraak:

Rechtspraak:

• Gent 4 april 2005, RABG 2007/7 457.
• Cass. 24/10/2002, RW 2002-2003, p. 1344.
• Cass. 23/03/2006, R.W. 2006-2007, 874, met noot

 

• Rechtbank van Koophandel te Brussel, 29e Kamer – 29 juni 2007, RW 2007-2008, 1596


Feiten en retroacta

1. De relevante feiten kunnen als volgt worden samengevat.

Eiseres is sinds 1958 actief in het houtindustriebedrijf te Meulebeke.

Bij brief van 25 augustus 1997 werd door verweerster, bankinstelling, aan eiseres een commercieel krediet en investeringskrediet toegestaan voor de som van 15.000.000 fr. waarover kon worden beschikt in rekening-courant. Na het verlijden van een notariële akte, waardoor hypotheek werd verleend ten belope van voormeld bedrag, werd het krediet gebracht op 55.000.000 fr.

Naast een hypotheek in eerste rang van 15.000.000 fr. beschikte verweerster onder meer over een pand op handelszaak van 30.000.000 fr., een hypothecaire volmacht en een volmacht tot inpandname van de handelszaak.

De kredieten werden meermaals verhoogd. De laatste kredietbrief dateert van 29 november 2001, toen het krediet verhoogd werd tot 72.328.800 fr.

Bij aangetekende brief van 30 april 2004 gaf verweerster te kennen dat de mandataris van eiseres, de NV I., bij notariële akte van 28 april 2004 hypotheek had verleend.

Bij aangetekende brief van 11 mei 2004 deelde verweerster aan eiseres de omzetting van de volmacht tot inschrijving van het pand op de handelszaak mee, volgens akte van 10 mei 2004.

Betreffende de vordering

2. De vordering strekt ertoe om: a) te horen zeggen voor recht dat de door verweerster uitgevoerde omzettingen van de volmacht tot hypothekeren en tot inschrijving pand handelszaak onrechtmatig waren; (...).

Beoordeling

3. Het in art. 1134, derde lid, B.W. neergelegde beginsel verbiedt een contractpartij misbruik te maken van de rechten die een contract haar toekent. Leiden aldus tot een sanctie, de misbruiken in de uitoefening van contractuele rechten, waarbij aan de rechter slechts een marginaal toetsingsrecht wordt toegekend. Een recht wordt bijgevolg misbruikt wanneer het wordt uitgeoefend op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van dat recht door een voorzichtig en bezorgd persoon.

Dit betekent dat men de houder van een recht de uitoefening van dat recht niet kan ontzeggen, tenzij de uitoefening hiervan manifest de grenzen van een normale uitoefening van dit recht door een voorzichtig persoon te boven gaat.

Noch art. 1134 B.W., noch het beginsel van de uitvoering te goeder trouw van de overeenkomsten worden geschonden door degene die het recht hanteert dat hij haalt uit een wettig gesloten overeenkomst, zonder dat is aangetoond dat hij daarvan misbruik heeft gemaakt.

Er is sprake van rechtsmisbruik wanneer de rechtsuitoefening de grenzen overschrijdt van de normale rechtsuitoefening door een zorgvuldig persoon. Dit is onder meer het geval wanneer de uitoefening van een recht gebeurt met het uitsluitende oogmerk een ander schade toe te brengen of wanneer de uitoefening van een recht gebeurt zonder enig nut voor de houder van dat recht. Er is eveneens sprake van rechtsmisbruik wanneer de houder van een recht zijn recht op verschillende wijzen met gelijk nut voor hemzelf kan uitoefenen en hij de wijze kiest die het meest nadelig is voor de andere of wanneer er een wanverhouding is tussen het voordeel dat de rechtsuitoefening de houder van dat recht biedt en het nadeel dat daarmede aan een ander wordt berokkend.

4. De schuldeiser ten behoeve van wie een lastgever aan een derde een onherroepelijke volmacht geeft om in zijn naam een hypotheek te vestigen of een pand te verlenen op zijn handelszaak, kan zelf bepalen wanneer hij deze volmacht wenst uit te oefenen, zonder dat hierbij afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid voor de rechter om achteraf na te gaan of deze uitvoering beantwoordt aan de contractuele voorwaarden en of zij geen misbruik van recht oplevert.

Wanneer, zoals te dezen, de overeenkomst hierover niets bepaalt, kan de uitoefening ervan niet worden onderworpen aan een voorafgaande kennisgeving aan de lastgever van het voornemen de hypotheek te vestigen of het pand te verlenen.

5. Op verweerster rustte evenmin de verplichting de uitoefening van de mandaten vooraf met redenen te omkleden. Het verbod met misbruik van recht, of, meer algemeen, foutief, te handelen sluit niet in dat gedrag dat aan die norm kan worden getoetst met een uitgedrukte verantwoording gepaard moet gaan.

6. Verweerster trekt terecht de aandacht van de rechtbank op het feit dat op 24 maart 2004, dit is vóór de omzetting van de hypothecaire volmacht en van de volmacht tot het vestigen van een pand op de handelszaak, een negatief advies werd verleend met betrekking tot een aanvraag tot financiering van de aankoop van het onroerend patrimonium van het bedrijf van eiseres.

Er bestond met andere woorden een reëel gevaar dat eiseres een beroep zou doen op een derde bankinstelling, waardoor verweerster het risico liep dat deze financiële instelling een hypotheek of pand op de handelszaak zou kunnen vestigen, waardoor de aan verweerster verleende volmachten waardeloos zouden worden.

7. Het besluit is dan ook dat verweerster geen fout kan worden verweten. De vordering van eiseres kan bijgevolg in geen van haar onderdelen worden ingewilligd.
 


 

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:15
Laatst aangepast op: vr, 07/05/2010 - 11:56

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.