-A +A

Indicatieve tabel 2012

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

De nieuwe indicatieve tabel 2012 werd gepubliceerd op 09/10/2012 door het Nationaal Verbond  van magistraten van eerste aanleg en het Koninklijk verbond van vrede- en politierechters (Integrale publicatie in T. Pol 2012, 93).

Deze lijst is bedoeld als leidraad voor de raming van schade die men niet in concreto (schade
waarvan men geen bewijs kan aanvoeren) kan begroten (bijv. de morele schade).

Krachtlijnen indicatieve tabel 2012

• aandacht aan het deskundig verslag
• nieuwe accenten
• aanpassing aan recente rechtspraak en rechtsleer
• wijziging van de structuur van de tabel
• beperking tot de lijst van de gerechtigden op schadevergoeding tot het kerngezin, schrapping van stiefouders en -kinderen, feitelijk gescheiden partners, schoonouders en -kinderen, verloofden in de indicatieve tabel.
• Beperking van het kerngezin tot partners, ouders, kinderen, broers en zussen, grootouders en kleinkinderen.
• forfaitaire bedragen voor morele schadevergoeding blijven minimum 1.250 euro, maximum 12.500 euro.


Inhoudstafel INDICATIEVE TABEL 2012
Inhoudstafel
Voorwoord
Hoofdstuk I. Schade aan voorwerpen en kosten
1. Voertuigschade
1.1. Basisbedrag
1.2. De btw
1.3. Takel- en stallingskosten :
1.4. Gebruiksderving
1.4.1. Wachttijd
1.4.2. Herstellingsduur
1.4.3. Vervangdagen
1.4.4. Vergoeding wegens gebruiksderving
1.4.5. Financiering
2. Verplaatsingskosten
3. Administratiekosten
4. Kledijschade
5. Medische kosten voor en na de consolidatie
Hoofdstuk II. Schade aan personen
I. De deskundigenopdracht
1. Nieuwe structuur
2. De opdracht
1. Procedure
1.1. De oproepingen
1.2. De werkzaamheden
2. De voorafbestaande toestand
3. De tijdelijke schade 3.1. Hulpmiddelen
3 .2. Persoonlijke tijdelijke ongeschiktheid
3.3. Tijdelijke huishoudelijke ongeschiktheid
3.4. Tijdelijke economische ongeschiktheid
3.5. Specifieke schade
4. Blijvende schade
4.1. Consolidatie
4.2. Hulpmiddelen
4.3. Persoonlijke blijvende ongeschiktheid
4.4. Blijvende huishoudelijke ongeschiktheid
4.5. Economische ongeschiktheid
4.6. Specifieke schade
4.7. Voorbehoud
4.8. Verzorging en uitgaven na de consolidatie
5. Voorlopig verslag en eindverslag
6. Voorschotten en ereloon
7. Verzaking aan de deskundige opdracht en beroep
8. Inwerkingstelling van de deskundige (facultatief)
IL De tijdelijke schade
2.1. De hulpmiddelen
2.1.1. Materiële hulpmiddelen
2.1.2. Hulp van derden
2.2. Persoonlijke ongeschiktheid
2.3.Huishoudelijke ongeschiktheid
2.4. Economische ongeschiktheid
2.4.1. Verlies van inkomen
2.4.2. Verhoogde inspanningen
2.5. Specifieke schade
2.5.1. De pijn
2.5.2. De esthetische schade
2.5.3. De seksuele schade
2.5.4. De genoegenschade
2.6.Het verlies van een schooljaar
2.6.1. Materiële schade
2.6.2. Morele schade
2.6.3. Achterstand in de loopbaan
2.7. Schade geleden door de naastbestaande
III. De blijvende schade
3.0. Voorwoord: de wijzen van vergoeding (rente, kapitalisatie, forfait)
1. Herzienbare en geïndexeerde rente
2. Kapitalisatie
3. Forfaitaire vergoeding
3 .1. De hulpmiddelen
3 .1.1. De materiële hulpmiddelen
3.1.2. Hulp van derden
3 .2. De persoonlijke, huishoudelijke, economische ongeschiktheid
3 .2.1. De persoonlijke ongeschiktheid
3.2.2. De huishoudelijke ongeschiktheid
3.2.3. De economische ongeschiktheid
3.2.3.1. Inkomensverlies
3.2.3.2. Verhoogde inspanningen
3.2.3.3. Postprofessionele schade
3.3.De specifieke schade
3.3.1. De pijn
3.3.2. De esthetische schade
3.3.3. De seksuele schade
3.3.4. De genoegenschade
3.4. Schade door weerkaatsing
3.5. Voorbehoud (reserves)
IV. Het overlijden
4.1. Begrafeniskosten
4.2. Schade ex haerede
4.3. Schade van de naastbestaande
4.3 .1. Morele schade
4.3.2. Materiële schade
4.3.2.1. Schade wegens het verlies van inkomsten van de overledene
4.3.2.2. Schade geleden door verlies van huishoudelijke taken geleverd door het slachtoffer
Hoofdstuk III. Interest en provisie
1. De vergoedende interest
2. De moratoire interest
3. Provisie
Bijlage: drie voorbeelden



 

Tekstweergave Indicatieve tabel 2012


INDICATIEVE TABEL 2012
Inhoudstafel
Voorwoord
Hoofdstuk I. Schade aan voorwerpen en kosten
1. Voertuigschade
1.1. Basisbedrag
1.2. De btw
1.3. Takel- en stallingskosten :
1.4. Gebruiksderving
1.4.1. Wachttijd
1.4.2. Herstellingsduur
1.4.3. Vervangdagen
1.4.4. Vergoeding wegens gebruiksderving
1.4.5. Financiering
2. Verplaatsingskosten
3. Administratiekosten
4. Kledijschade
5. Medische kosten voor en na de consolidatie
Hoofdstuk II. Schade aan personen
I. De deskundigenopdracht
1. Nieuwe structuur
2. De opdracht
1. Procedure
1.1. De oproepingen
1.2. De werkzaamheden
2. De voorafbestaande toestand
3. De tijdelijke schade 3.1. Hulpmiddelen
3 .2. Persoonlijke tijdelijke ongeschiktheid
3.3. Tijdelijke huishoudelijke ongeschiktheid
3.4. Tijdelijke economische ongeschiktheid
3.5. Specifieke schade
4. Blijvende schade
4.1. Consolidatie
4.2. Hulpmiddelen
4.3. Persoonlijke blijvende ongeschiktheid
4.4. Blijvende huishoudelijke ongeschiktheid
4.5. Economische ongeschiktheid
4.6. Specifieke schade
4.7. Voorbehoud
4.8. Verzorging en uitgaven na de consolidatie
5. Voorlopig verslag en eindverslag
6. Voorschotten en ereloon
7. Verzaking aan de deskundige opdracht en beroep
8. Inwerkingstelling van de deskundige (facultatief)
IL De tijdelijke schade
2.1. De hulpmiddelen
2.1.1. Materiële hulpmiddelen
2.1.2. Hulp van derden
2.2. Persoonlijke ongeschiktheid
2.3.Huishoudelijke ongeschiktheid
2.4. Economische ongeschiktheid
2.4.1. Verlies van inkomen
2.4.2. Verhoogde inspanningen
2.5. Specifieke schade
2.5.1. De pijn
2.5.2. De esthetische schade
2.5.3. De seksuele schade
2.5.4. De genoegenschade
2.6.Het verlies van een schooljaar
2.6.1. Materiële schade
2.6.2. Morele schade
2.6.3. Achterstand in de loopbaan
2.7. Schade geleden door de naastbestaande
III. De blijvende schade
3.0. Voorwoord: de wijzen van vergoeding (rente, kapitalisatie, forfait)
1. Herzienbare en geïndexeerde rente
2. Kapitalisatie
3. Forfaitaire vergoeding
3 .1. De hulpmiddelen
3 .1.1. De materiële hulpmiddelen
3.1.2. Hulp van derden
3 .2. De persoonlijke, huishoudelijke, economische ongeschiktheid
3 .2.1. De persoonlijke ongeschiktheid
3.2.2. De huishoudelijke ongeschiktheid
3.2.3. De economische ongeschiktheid
3.2.3.1. Inkomensverlies
3.2.3.2. Verhoogde inspanningen
3.2.3.3. Postprofessionele schade
3.3.De specifieke schade
3.3.1. De pijn
3.3.2. De esthetische schade
3.3.3. De seksuele schade
3.3.4. De genoegenschade
3.4. Schade door weerkaatsing
3.5. Voorbehoud (reserves)
IV. Het overlijden
4.1. Begrafeniskosten
4.2. Schade ex haerede
4.3. Schade van de naastbestaande
4.3 .1. Morele schade
4.3.2. Materiële schade
4.3.2.1. Schade wegens het verlies van inkomsten van de overledene
4.3.2.2. Schade geleden door verlies van huishoudelijke taken geleverd door het slachtoffer
Hoofdstuk III. Interest en provisie
1. De vergoedende interest
2. De moratoire interest
3. Provisie
Bijlage: drie voorbeelden
Voorwoord
De huidige bijdrage is al de zesde editie van de Indicatieve tabel die tot stand is gekomen met de bestendige bekommernis tot actualisering, hierbij rekening houdend met de sociaaleconomische omstandigheden en de evolutie zowel op wetgevend gebied als in de rechtsleer en de rechtspraak. De Indicatieve tabel bewijst hiermee niet verankerd te zijn in de tijd.
Zijn regelmatige update (1995-1998-2001-2004-2008) bevestigt deze noodzakelijke en wenselijke evolutie.
Alvorens de Indicatieve tabel te ontdekken dient meer dan ooit zijn kenmerkend indicatief karakter te worden benadrukt, wat ook zijn grootste verdienste uitmaakt.
Alvorens de evaluatie en het herstel van de schade aan te pakken, dient de in aanmerking te nemen schade nader te worden omschreven. De schade is het resultaat van het verschil tussen twee situaties: de toestand waarin het slachtoffer zich bevindt ingevolge de onrechtmatige daad en deze waarin het slachtoffer zich zou bevonden hebben indien de onrechtmatige daad niet was gepleegd. Deze schade doet zich voor als een verlies, een krenking van belangen of een aantasting van waarden.
De schade heeft bovendien een tijdsdimensie en een ruimtelijke of sociale dimensie die, samen met de aangetaste waarden, toelaten deze te begroten.
Het herstel van de hierboven bedoelde schade, zijnde het verschil tussen de twee in aanmerking te nemen situaties, is maar mogelijk voor wat betreft de persoonlijk geleden schade, die gewettigd is en vaststaat (rechterlijke zekerheid en geen absolute zekerheid).
In eerste instantie dient een herstel in natura van de schade te worden nagestreefd teneinde het slachtoffer in een toestand terug te plaatsen die zo dicht mogelijk aansluit bij deze die bestond voor het ongeval.
Slechts indien dit niet mogelijk is kan de schade het voorwerp uitmaken van een "financiële compensatie".
Voorafgaandelijk dient te worden benadrukt dat alleen de reële schade moet worden vergoed: "alle schade maar niets meer dan de schade", hetgeen de noodzaak bevestigt om de schade in concreto te begroten teneinde het integraal herstel ervan te verzekeren.
Het past vervolgens het niet-limitatief karakter te beklemtonen van de opsomming van de te vergoeden schadeposten. Noch de huidige, noch de vorige Indicatieve tabel kunnen alle mogelijke situaties voorzien die een recht doen ontstaan op schadevergoeding.
Zoals zijn naam het aangeeft is de Indicatieve tabel slechts een aanbeveling, een richtlijn, een rode draad, een werkinstrument waarop kan worden teruggevallen telkens wanneer de omvang van de schade niet exact kan worden begroot.
Het is geen wet, noch een dwingend voorschrift.
Opnieuw moet nadrukkelijk herinnerd worden aan de soevereine appreciatiemacht van de rechter ten gronde.
De huidige tabel brengt geen omwenteling teweeg in de algemene beginselen van het herstel van de schade. Zijn vernieuwing moet de gebruikers toelaten blijvend te beschikken over een kwaliteitsvol hulpmiddel in de zoektocht naar de vergoeding van de slachtoffers, voor zover deze gebruikers zich voortdurend vragen stellen over de grenzen van dit hulpmiddel dat tot hun beschikking wordt gesteld.

Hoofdstuk I. Schade aan voorwerpen en kosten
1. Voertuigschade
l.1. Basisbedrag
In principe wordt de schade, voortvloeiend uit het verlies van een voertuig of de noodzaak om het te laten herstellen, vergoed op basis van het proces-verbaal van de deskundige dat tot stand is gekomen op initiatief van de verzekeraar van de benadeelde (toepassing van de RDR-conventie) of van de verzekeraar van de aansprakelijke. Deze processen-verbaal verbinden enkel de ondertekenaars.
In bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld bij een nieuw voertuig of een oldtimer, kan wegens een waardevermindering na de herstelling een forfaitaire vergoeding van 10 % worden toegekend op de waarde van het zwaar gehavende voertuig, bij ontstentenis van concrete elementen om deze schade te begroten.
1.2. De btw
In het geval van een totaal verlies heeft de schadelijder, die niet btw-plichtig is toch recht op de btw, zelfs wanneer hij het vernielde voertuig niet vervangt of wanneer hij de schadevergoeding aanwendt voor de aankoop van een tweedehandswagen waarop bij de aankoop geen btw verschuldigd is of slechts btw op het verschil tussen de verkoop- en de inkoopprijs van de garagist. De btw-aanslagvoet is deze op het ogenblik van de vervanging van het voertuig. Indien het voertuig van een niet-btw-plichtige bij een ongeval wordt beschadigd, heeft de schadelijder recht op de btw, ongeacht of hij al dan niet de herstelling laat uitvoeren.
1.3. Takel- en stallingskosten
De takelkosten maken deel uit van de vergoedbare schade.
De stallings- of bergingskosten die aangetoond worden door stukken moeten eveneens ten laste van de aansprakelijke worden gelegd voor de volledige periode gedurende welke het voertuig ter beschikking moet blijven van de deskundige en vervolgens gedurende de tijd nodig voor de verkoop van het wrak ofin afwachting van de uit te voeren herstellingen.
1. 4. Gebruiksderving
1.4.1. Wachttijd
De duur van de wachttijd stemt overeen met de tijd nodig om de voertuigschade te bepalen en te begroten.
Hierbij dient een onderscheid gemaakt te worden naargelang het een totaal verlies betreft, dan wel een herstelling mogelijk is.
Als het voertuig niet buiten gebruik is, wordt 1 dag toegekend voor de expertiseverrichtingen.
Indien bij de herstelling het voertuig geïmmobiliseerd is, wordt de wachttijd verlengd tot de dag waarop de benadeelde kennis krijgt van de kostprijs van de herstelling.
In het geval van een totaal verlies wordt de wachttijd verlengd tot de dag waarop de benadeelde in kennis wordt gesteld van het totale verlies en, in het voorkomend geval van de waarde van het wrak, behalve indien het slachtoffer het bewijs levert van een grotere schade.
1.4.2. Herstellingsduur
Onder de herstellingsduur wordt begrepen de tijd die nodig is om de herstellingen uit te voeren aan het voertuig, in beginsel conform de gegevens van het deskundig verslag.
1.4.3. Vervangdagen
De vervangings- of mutatieduur betreft de tijd die nodig is om het vernielde voertuig te vervangen; deze duur moet concreet worden bewezen. Bij gebrek aan concrete elementen ter zake kan er een forfait worden toegekend van 15 dagen.
1.4.4. Vergoeding wegens gebruiksderving
Indien de benadeelde een vervangwagen huurt heeft hij recht op de terugbetaling van de gemaakte kosten op voorwaarde dat de vervangwagen van hetzelfde type is.
Bovendien kan als besparing voor het niet-gebruik van het eigen voertuig een bedrag worden aangerekend gelijk aan 10 % van de huurfactuur.
Indien geen vervangvoertuig wordt gehuurd kunnen de hierna vermelde forfaitaire bedragen worden toegekend.
Voertuig Vergoeding/dag
fiets € 5,-
bromfiets(< 50 cc) € 6,50
moto
> 50 cc € 9,-
> 450 cc € 15,-
aanhangwagen personenwagen
< 500 kg € 10,-
> 500 kg € 15,-
personenwagen ( ook voor € 20,-
professioneel gebruik en leasing)
stationwagen € 25,-
mobilhome € 50,-
taxi grote maatschappijen € 46,-
Voertuig Vergoeding/dag
taxi zelfstandige uitbater € 59,50
huurwagen ( exclusief leasing) € 46,-
lichte vrachtwagen
< 2 ton nettolaadvermogen € 37,50
> 2 ton nettolaadvermogen € 37,50 + € 7,50 per ton
vrachtwagen
< 3 ton nettolaadvermogen € 46,-
> 3 ton nettolaadvermogen € 46,- + € 10,- per ton
eigenaar van één vrachtwagen € 62,-
tankwagen
< 3,5 ton nettolaadvermogen € 112,-
> 3,5 ton nettolaadvermogen € 112,-+€ 10,-per ton
kraanwagen € 149,-
betonwagen € 174,-
landbouwtractor € 37,50
trekker van oplegger (163 pk) € 112,-
oplegger vrachtwagen € 87,-
ziekenwagen € 87,-
kampeeraanhangwagen/caravan € 24,-
autobus of autocar
< 50 plaatsen € 45,-
:=:: 50 plaatsen € 89,50
> 60 plaatsen € 112,-
> 70 plaatsen € 136,50
> 80 plaatsen € 174,-
1.4.5. Financiering
Indien het slachtoffer voor de aanschaf van een ander voertuig of voor de uitvoering van de herstellingskosten een lening aangaat, maken de kosten van deze financiering met inbegrip van de interesten een vergoedbare schade uit.
2. Verplaatsingskosten
Het is aan het slachtoffer om een precies overzicht te verschaffen van zijn verplaatsingen. Indien de verplaatsingskosten forfaitair worden berekend, wordt een vergoeding van 0,33 euro/km aanvaard, ongeacht het type van voertuig.
3. Administratiekosten
Een forfaitaire tegemoetkoming van 100,00 euro kan toegekend worden uit hoofde van de administratie, de correspondentie- en de telefoonkosten.
4. Kledijschade
Wanneer een dergelijke schade wordt aangetoond maar de omvang ervan niet exact kan worden bewezen, kan ex aequo et bono een vergoeding van 375,00 euro worden toegekend voor de gehele kledij, de vetusteit inbegrepen.
5. Medische kosten voor en na de consolidatie
Het komt aan het slachtoffer toe een volledig overzicht te verschaffen van de medische en farmaceutische kosten die te wijten zijn aan het ongeval; bij dit overzicht dienen de bewijsstukken van deze kosten gevoegd te worden, evenals een overzicht van de tussenkomsten van de mutualiteit.
Zowel de kosten voor als na de consolidatie worden in aanmerking genomen.
De deskundige opdracht, zoals nader omschreven in een volgend hoofdstuk, nodigt de deskundige expliciet uit zich over deze kosten uit te spreken.
Indien het kosten betreft die zich voordoen na de rechterlijke uitspraak zullen deze vergoed worden, hetzij door ze te integreren in de rente, hetzij door een kapitalisatie of, bij gebrek daaraan, forfaitair.
Hoofdstuk Il. Schade aan personen
I. De deskundigenopdracht
1. Nieuwe structuur
Met het oog op een betere voorstelling van de medische evaluatie en de vergoeding van de lichamelijke schade, hebben de auteurs van de tabel in 2008 een nieuwe deskundigenopdracht voorgesteld aan de medische experten, teneinde de tabel van de lichamelijke letsels te verfijnen en een meer billijke vergoeding mogelijk te maken.
Voortaan wordt de deskundige uitgenodigd om in de aanvang van zijn verslag het geheel van de letsels en de aantasting van de fysische en psychische integriteit van het slachtoffer ingevolge het ongeval te beschrijven. Deze aantasting van de fysische en psychische integriteit zal niet gekwantificeerd worden; zij maakt de basis uit op grond waarvan de verschillende graden van de ongeschiktheid en de bijzondere schade daarna worden bepaald.
De deskundige wordt vervolgens uitgenodigd, in het voorkomend geval, een beschrijving te geven van een eventueel voorafbestaande toestand die in het gemeen recht niet vergoedbaar is.
De opdracht nodigt de deskundige bovendien verder uit alle mogelijke wijzen om de schade te herstellen te onderzoeken, hetzij via technische en materiële hulpmiddelen, hetzij onder de vorm van hulp van derden. Deze hulpmiddelen moeten van aard zijn het slachtoffer terug te brengen in een situatie die zo dicht mogelijk aanleunt bij deze die de zijne was vóór het ongeval.
Het is maar in dit stadium dat de deskundige wordt verzocht de tijdelijke en de blijvende ongeschiktheden van het slachtoffer te beoordelen, rekening houdend met de in aanmerking genomen hulpmiddelen.
Voortaan wordt de deskundige uitgenodigd zich uit te spreken over het bestaan en de omvang van de gevolgen die zowel in het verleden als in de toekomst op verschillende wijzen de integriteit van het slachtoffer aantasten.
Het leven van het slachtoffer omvat in feite drie wel onderscheiden domeinen: het persoonlijke-extrapatrimoniale leven, de verschillende huishoudelijke activiteiten en het professionele leven. Elke aantasting heeft zijn eigen spectrum van activiteiten dat zich vertaalt in een persoonlijke, huishoudelijke en/of economische ongeschiktheid.
De persoonlijke ongeschiktheid kan worden omschreven als "het geheel" van de gevolgen van de aantasting van de fysieke en de psychische integriteit op de handelingen en de gedragingen in het dagelijks extrapatrimoniale leven, met inbegrip van de pijnen die volgens de medisch deskundige normalerwijze verbonden zijn aan het letsel, evenals de psychische schade die hier gewoonlijk mee gepaard gaat.
Het percentage persoonlijke ongeschiktheid is geen meeteenheid maar wel een waardemeter. De deskundige geeft nadere toelichting over de weerslag van deze letsels op het dagelijkse leven alvorens een percentage te bepalen. De weergave in "barema's" sluit niet uit dat een zekere aanpassing gebeurt in functie van de persoonlijke situatie.
De huishoudelijke schade kan omschreven worden als de aantasting van het energetisch of functioneel potentieel van het slachtoffer met een economisch waardeerbare weerslag op zijn geschiktheid tot het vervullen van de huishoudelijke taken, wat zich uit in een gedeeltelijke of een totale onmogelijkheid, dan wel het leveren van verhoogde inspanningen; hierbij wordt rekening gehouden met zijn actuele familiale situatie en de voorzienbare evolutie ervan.
Ten slotte kan de economische ongeschiktheid omschreven worden als het geheel van de gevolgen van de aantasting van de fysieke en de psychische integriteit op de handelingen en de gedragingen in het professioneel en lucratief leven van het slachtoffer, alsook de aantasting van de concurrentiekracht van het slachtoffer op de arbeidsmarkt.
Indien de deskundige vaststelt dat bepaalde letsels niet kunnen ondergebracht worden in een persoonlijke, een huishoudelijke of een economische ongeschiktheid (tijdelijk of blijvend), dient hij hiervan melding te maken onder de rubriek "bijzondere schade" (pijnen, esthetische schade, seksuele schade of genoegenschade ), hierbij rekening houdend met hun specifiek belang.
Indien de deskundige ten slotte een bepaalde evolutie of complicatie voorziet waarvan het niet zeker is dat ze zich zal voordoen, zal hij deze vermelden onder de vorm van een voorbehoud.
De bovenstaande benadering inzake de nieuwe opdracht waartoe de deskundige wordt uitgenodigd deze te volgen, strekt ertoe zijn verslag zo volledig mogelijk te maken, zonder te omslachtig te zijn.
2. De opdracht
1. Procedure
De rechtbank stelt aan als deskundige:
Dokter ... , met de hierna volgende opdracht waarvan alleen kan afgeweken worden met het akkoord van de partijen:
1.1. De oproepingen
De deskundige zal binnen de 15 dagen na de kennisgeving van zijn opdracht door de griffie of, in het voorkomend geval, na de kennisgeving van de consignatie van de provisie overeenkomstig artikel 987 Ger.W., de plaats, de dag en het uur van de eerste expertisebijeenkomst meedelen. In geen geval kan de eerste expertisebijeenkomst later vallen dan twee maanden na de datum van een van de hierboven vermelde kennisgevingen.
Behoudens de vrijstelling door de partijen voor een andere wijze van oproeping zullen de oproepingen gebeuren als volgt:
bij een ter post aangetekende brief, de partijen in zake; bij gewone brief:
* de respectieve raadslieden;
* de raadgevende artsen van de partijen in zake;
de rechtbank wordt bij gewone brief op de hoogte gebracht.
In ieder geval worden de verstekmakende partijen bij een ter post aangetekende brief opgeroepen.
1.2. De werkzaamheden
De aangestelde deskundige:
hoort de partijen en hun juridische en medische raadslieden in hun toelichting; neemt kennis van de dossiers en de medische stukken waarover de partijen al beschikken en die hem ten laatste 8 dagen vóór de eerste bijeenkomst worden bezorgd;
maakt een verslag van de eerste bijeenkomst waarin voorkomen de datum van de ontvangst van de kennisgeving van de opdracht, de datum van de kennisgeving van de consignatie van de provisie, de wijze waarop het ereloon zal worden bepaald (art. 990 Ger.W.) en de raming van de totale kost van de expertise. Dit verslag wordt binnen de maand bij gewone brief meegedeeld aan de partijen, hun raadslieden en de rechtbank;
vermeldt (bovenaan het verslag) de opgave van alle identiteitsgegevens van het slachtoffer, zijn burgerlijke stand, zijn persoonlijke toestand, zijn familiale toestand, zijn schoolse opleiding, zijn vroegere en zijn actuele professionele toestand, zijn medische voorgaande en, in het voorkomend geval, zijn vrijetijdsbesteding waarvan melding werd gemaakt;
beschrijft, op basis van een omstandige anamnese en van een grondig klinisch onderzoek, indien nodig aangevuld met gespecialiseerde onderzoeken, nauwkeurig de vastgestelde letsels en aandoeningen, hun evolutie, de ondergane behandelingen, de eventuele verwikkelingen en de geformuleerde klachten en hij zal hierbij verduidelijken in welke mate ze toe te schrijven zijn aan het ongeval;
kan een beroep doen op het advies van specialisten.
2. De voorafbestaande toestand
Indien aangetoond wordt dat het slachtoffer voorafgaandelijk getroffen is of was door een fysiologische afwijking of door een ziekte zonder verband met het ongeval, gaat de deskundige na of en in welke mate het ongeval die voorafgaande toestand beïnvloedde of er de gevolgen van wijzigde.
3. De tijdelijke schade
3.1. Hulpmiddelen
De deskundige geeft aan of prothesen, orthesen, technische hulpmiddelen, aanpassingen van de woning of van het voertuig van aard waren/zijn het leven van het slachtoffer te vergemakkelijken op persoonlijk vlak, op gezinsvlak in de ruime betekenis van het woord of op professioneel vlak.
In het voorkomend geval berekent hij daar de kosten van.
De deskundige geeft eveneens aan of de toestand van het slachtoffer tijdens deze periode van de tijdelijke schade al dan niet hulp van derden (gekwalificeerd of niet) noodzakelijk maakte.
In het bevestigend geval geeft de deskundige er de aard en de in uren uitgedrukte omvang van aan, rekening houdend met de bestaande en de beschikbare hulpmiddelen.
Bij de evaluatie van de verschillende graden van invaliditeit zal er met deze verschillende hulpmiddelen rekening worden gehouden.
3.2. Persoonlijke tijdelijke ongeschiktheid
De deskundige, die daarbij de periodes met hospitalisatie onderscheidt van de periodes zonder hospitalisatie, bepaalt op een schaal van O tot 100 de graden van de persoonlijke tijdelijke, gehele en gedeeltelijke ongeschiktheid die de aantasting van deze fysieke of psychische integriteit heeft op het dagelijkse leven van het slachtoffer, en dit onafhankelijk van de eventuele huishoudelijke en de economische ongeschiktheid, die afzonderlijk worden geëvalueerd (zie punten 3.3 en 3.4 hierna).
3.3. Tijdelijke huishoudelijke ongeschiktheid
De deskundige bepaalt op een schaal van O tot 100 de eventuele invloed- die hij beschrijft - van deze tijdelijke volledige of gedeeltelijke aantasting van de fysieke of psychische integriteit op de huishoudelijke taken van het slachtoffer.
3.4. Tijdelijke economische ongeschiktheid
De deskundige bepaalt op een schaal van O tot 100 de eventuele invloed- die hij beschrijft - van deze tijdelijke volledige of gedeeltelijke aantasting van de fysieke en/of psychische integriteit op de voorbije of actuele professionele activiteit van het slachtoffer (hierbij rekening houdend met de door hem te preciseren mogelijke verhoogde inspanningen van het slachtoffer in het geval van een gehele of een gedeeltelijke werkhervatting).
3.5. Specifieke schade
De deskundige geeft aan of er specifieke fysieke, psychische of sociale schade is vóór de consolidatie. In de mate dat hiermee geen rekening werd gehouden bij het bepalen van de verschillende graden van de tijdelijke ongeschiktheid, beschrijft hij die specifieke schade ( esthetische schade, seksuele schade, genoegenschade) en verduidelijkt hij de aard ervan.
De deskundige geeft bovendien aan of er een bijzonder fysisch lijden (quantum doloris) was dat niet begrepen is in de bepaalde graden van de persoonlijke ongeschiktheid en in het bevestigend geval beschrijft hij dat lijden en evalueert hij het in de tijd. Indien deze kunnen geëvalueerd worden van 1 tot 3 in de schaal van l tot 7, zal hij ze integreren in de graden van de persoonlijke ongeschiktheden. Indien dit lijden 3 overschrijdt in de schaal van 1 tot 7, beschrijft de deskundige dit fysisch lijden alvorens het te begroten tussen 4 en 7. Bij deze evaluatie zal de deskundige tevens rekening houden met de gebruikte pijnstillers.
4. Blijvende schade
4.1. Consolidatie
De deskundige geeft een gemotiveerd advies over de datum van de genezing of van de consolidatie van de letsels; hij beschrijft nauwkeurig de blijvende letsels en de overblijvende klachten; hij geeft aan in welke mate deze aantasting van de fysieke of psychische integriteit toe te schrijven is aan het ongeval.
4.2. Hulpmiddelen
De deskundige bepaalt of er na de consolidatie van de letsels prothesen, orthesen, technische hulpmiddelen, aanpassing van de woning of van een voertuig nodig zijn om de persoonlijke, huishoudelijke (sensu fata) of professionele activiteiten van het slachtoffer te vergemakkelijken.
Hij zal er de kostprijs van bepalen, alsook de frequentie van vernieuwing en onderhoud. In het bevestigend geval houdt hij er rekening mee bij het bepalen van de verschillende graden van de blijvende arbeidsongeschiktheid.
De deskundige bepaalt of er na de consolidatie van de letsels hulp van derden nodig is en preciseert daarvan de aard evenals de vereiste kwalificaties van de hulpverstrekkers en de in uren uitgedrukte omvang van de nodige hulp, rekening houdend met de bestaande en beschikbare hulpmiddelen.
In het bevestigende geval houdt de deskundige er rekening mee bij het bepalen van de verschillende graden van de blijvende ongeschiktheid.
In het voorkomend geval zullen de partijen de aanstelling van een technisch deskundige vragen indien uit het verslag van de medisch deskundige blijkt dat een aanpassing van de woning en/ of van het voertuig noodzakelijk zijn.
4.3. Persoonlijke blijvende ongeschiktheid
Sub verba "Persoonlijke ongeschiktheid" bepaalt de deskundige:
of en in welke mate ( op een schaal van O tot 100) de aan het ongeval toe te schrijven blijvende letsels een invloed hebben op het dagelijkse leven van het slachtoffer, en dit onafhankelijk van de eventuele huishoudelijke en economische ongeschiktheid die afzonderlijk worden bepaald (zie punten 4.4 en 4.5 hierna).
4.4. Blijvende huishoudelijke ongeschiktheid
Sub verba "Huishoudelijke ongeschiktheid" bepaalt de deskundige:
of en in welke mate ( op een schaal van O tot 100) de aan het ongeval toe te schrijven blijvende letsels een invloed hebben op de huishoudelijke geschiktheid van het slachtoffer.
4.5. Economische ongeschiktheid
Sub verba "Economische ongeschiktheid" bepaalt de deskundige:
of en in welke mate ( op een schaal van O tot 100) de aan het ongeval toe te schrijven blijvende letsels op een blijvende wijze een aantasting van de arbeidsgeschiktheid van het slachtoffer uitmaken, meer bepaald rekening houdend met zijn vroegere beroepsactiviteiten, zijn actueel beroep en de andere winstgevende bezigheden die redelijkerwijze binnen zijn mogelijkheden blijven in acht genomen zijn reële en met zijn leeftijd verenigbare aanpassingsmogelijkheden, zijn kwalificaties en zijn vroegere beroepsoriëntatie. Hij zal eveneens aandacht hebben voor de mogelijke door het slachtoffer te leveren verhoogde inspanningen in het geval van een gedeeltelijke of volledige werkhervatting.
4.6. Specifieke schade
In de mate dat daarmee geen rekening werd gehouden bij het bepalen van de verschillende graden van de blijvende ongeschiktheid, bepaalt de deskundige onder de noemer "Specifieke schaden":
of en in welke mate de door het ongeval teweeggebrachte blijvende letsels voor het slachtoffer de volgende schade met zich meebrengen:
esthetische schade.
In het bevestigend geval beschrijft de deskundige die blijvende esthetische schade en evalueert hij ze op een schaal van 1 tot 7, met de vermelding van de criteria waarmee hij rekening hield.
Indien er een mogelijkheid tot verbetering van de esthetische schade bestaat, vermeldt de deskundige de aan deze ingreep of ingrepen verbonden risico's, de eraan verbonden kosten, de periodes van ongeschiktheid die uit deze operatie(s) voortvloeien en, in het voorkomend geval, de schade die na deze operatie(s) nog zou overblijven;
seksuele schade.
In het bevestigend geval beschrijft hij nauwkeurig de diverse aspecten van deze schade;
genoegenschade.
Het betreft een aantasting van de activiteiten die het slachtoffer bewijst voor het ongeval op een doorgedreven wijze te hebben beleefd op sociaal, cultureel of sportief vlak.
In het bevestigend geval beschrijft hij nauwkeurig de verschillende aspecten van die schade;
bijzonder blijvend fysiek lijden.
Het betreft een lijden dat niet begrepen is in de graad van de blijvende persoonlijke ongeschiktheid.
In het bevestigend geval beschrijft de deskundige dit fysiek lijden en geeft hij de eventuele medicatie en behandelingen aan die dat lijden kunnen verzachten. 4.7. Voorbehoud
De deskundige bepaalt of er, rekening houdend met het beeld van de letsels, een voorbehoud moet worden voorzien en in dat geval geeft hij er in de mate van het mogelijke het voorwerp en de duur van aan.
4.8. Verzorging en uitgaven na de consolidatie
De deskundige bepaalt of er, rekening houdend met het beeld van de letsels, moet worden voorzien in een blijvende verzorging en blijvende uitgaven en geeft er in dat geval de duur en de frequentie van aan.
5. Voorlopig verslag en eindverslag
De deskundige licht de rechtbank in het algemeen in over de toestand van het slachtoffer, meer bepaald over alle schadelijke gevolgen van het ongeval, zowel voor als na de consolidatie.
De deskundige deelt aan de partijen een voorlopig verslag mee en laat hen toe, binnen de bepaalde termijn, hun opmerkingen te formuleren.
Zowel in het voorlopig als in het eindverslag antwoordt de deskundige op alle dienende opmerkingen die de partijen hem binnen de toegekende termijn, desgevallend in de vorm van bijgevoegde nota's, ter kennis hebben gebracht.
De deskundige tracht de partijen te verzoenen (art. 977 Ger.W.).
Indien de voor het indienen van het eindverslag bepaalde termijn de zes maanden te boven gaat, zendt de deskundige om de zes maanden een tussentijds verslag over de stand van zijn werkzaamheden aan de rechtbank, aan de partijen en aan de raadslieden, met naleving van artikel 974 Ger.W.
Indien het dossier taken, opzoekingen of bijkomende onderzoeken vergt die het de deskundige niet mogelijk maken zijn verslag binnen de oorspronkelijk vastgelegde termijn in te dienen of indien de consolidatie zeer ver in de toekomst wordt verwacht, richt de deskundige een gemotiveerd verzoek tot de verlenging van de termijn met naleving van artikel 974 Ger.W.
De deskundige zal zijn beëdigd eindverslag ter griffie van de rechtbank neerleggen binnen de ... maanden na de kennisgeving van zijn opdracht.
De deskundige voert zijn opdracht uit onder het toezicht van de rechter, die te allen tijde ambtshalve of op verzoek van de partijen de verrichtingen kan bijwonen (art. 973, § 1 Ger.W.). De partijen en de deskundige kunnen zich daartoe te allen tijde bij een gemotiveerde brief tot de rechter wenden (art. 973, § 2 Ger.W.). 

6. Voorschotten en ereloon
Het bedrag van het voorschot wordt bepaald op ... euro. Het moet binnen de maand vanaf de datum van het onderhavig vonnis gestort worden.
Overeenkomstig artikel 987 Ger.W. wordt dat voorschot geconsigneerd ter griffie of bij een door de partijen overeengekomen kredietinstelling.
Dat voorschot kan onmiddellijk vrijgegeven worden ten voordele van de deskundige tot beloop van ... euro.
Onverminderd de einduitspraak van de rechtbank over de kosten, zullen de expertisekosten voorgeschoten worden door ...
De door de deskundige op basis van de omvang en de vordering van zijn werkzaamheden gevraagde bijkomende voorschotten zullen worden geconsigneerd overeenkomstig artikel 987 Ger.W.
Indien hij het opportuun acht, kan de deskundige zijn werkzaamheden opschorten of uitstellen tot wanneer hij in kennis wordt gesteld van de consignatie van het voorschot (art. 989 Ger.W.).
7. Verzaking aan de deskundige opdracht en beroep
De partij die aan de deskundige opdracht verzaakt, verwittigt daarvan binnen de maand na de datum van het onderhavig vonnis per gewone brief de deskundige, de rechtbank en de andere partijen. De door de deskundige reeds gemaakte kosten vallen ten laste van de verzakende partij.
De partij die beslist een rechtsmiddel aan te wenden tegen het onderhavig vonnis moet daarvan per gewone brief de deskundige, de rechtbank en de andere partijen in kennis stellen binnen de 8 dagen na haar beslissing.
8. Inwerkingstelling van de deskundige (facultatief)
Geeft akte aan de verschijnende partijen van hun verzoek om vrijstelling van de kennisgeving overeenkomstig het Gerechtelijk Wetboek.
II. De tijdelijke schade
2.1. De hulpmiddelen
2.1.1. Materiële hulpmiddelen
De materiële hulpmiddelen zoals orthesen, prothesen, aanpassingen aan de woning en aan het voertuig dienen er veeleer toe de schade te herstellen door het slachtoffer terug te plaatsen in zijn situatie die zo dicht mogelijk aanleunt bij deze vóór het ongeval, dan wel hem een compensatie voor dit bewezen gedeelte toe te kennen. Deze hulpmiddelen moeten in rekening gebracht worden voor de bepaling van de graad van de persoonlijke ongeschiktheid, de huishoudelijke en/of economische ongeschiktheid. Deze uitgaven worden vergoed op basis van stavende stukken.
2.1.2. Hulp van derden
Op dezelfde wijze zal er, in het voorkomend geval, rekening gehouden worden met de hulp van derden voor de bepaling van de graad van de persoonlijke ongeschiktheid, de huishoudelijke en/of de economische ongeschiktheid van het slachtoffer.
De noodzaak om een beroep te doen op de hulp van een derde, diens kwalificatie en het belang van zijn prestaties moeten steeds in concreto worden omschreven. De vergoeding van het uurloon zal worden vastgesteld in functie van de kwalificatie van de hulpverlener. De omstandigheid dat deze hulp wordt verleend door een naaste van het slachtoffer vormt op zich geen beletsel om deze te vergoeden. Bij gebrek aan stavende stukken kan de hulp van een niet-gekwalificeerde hulpverlener worden vergoed middels een forfaitair bedrag van 10 euro per gepresteerd uur.
2.2. Persoonlijke ongeschiktheid
De persoonlijke tijdelijke ongeschiktheid kan worden vergoed middels een bedrag van 31 euro per gewone dag hospitalisatie en middels 25 euro per dag tijdelijke ongeschiktheid aan 100 % en vervolgens pro rata.
2.3. Huishoudelijke ongeschiktheid
De huishoudelijke ongeschiktheid kan worden vergoed mits een forfaitair bedrag van 20 euro per dag tijdelijke ongeschiktheid aan 100 %, zowel voor een alleenstaande als voor een gezin zonder kinderlast. Dit bedrag wordt verhoogd met 5 euro per kind ten laste zolang dit gerechtigd is op kinderbijslag.
Deze vergoedingen kunnen worden aangepast in functie van de bijdrage die elke partner in het huishouden levert. Bij gebrek aan concrete gegevens wordt de bijdrage gesplitst tot beloop van 65 % voor de vrouw en 35 % voor de man.
2.4. Economische ongeschiktheid
2.4.1. Verlies van inkomen
Het verlies aan inkomen moet steeds in concreto bewezen worden.
In aanmerking te nemen: het nettoloon tenzij aangetoond wordt dat op de toe te kennen vergoeding gelijkwaardige fiscale en sociale lasten rusten als deze die het inkomen bezwaren. Als het nettoloon als basis gebruikt wordt, kunnen reserves worden toegekend voor de fiscale en sociale lasten op voorwaarde dat dit gevraagd wordt. De schadevergoeding strekt ertoe steeds hetzelfde nettoloon te verkrijgen als vóór het ontstaan van de schade.
2.4.2. Verhoogde inspanningen
Indien verhoogde inspanningen worden geleverd en deze niet in concreto begrootbaar zijn, kunnen zij worden vergoed middels een bedrag van 20 euro per gepresteerde dag aan 100 % ongeschiktheid vanaf de dag van de herneming van de professionele activiteit. Per analogie moeten de verhoogde inspanningen geleverd door een student op dezelfde wijze worden gewaardeerd.
2.5. Specifieke schade
2.5.1. De pijn
Ter herinnering, de door de deskundige begrote pijnen van 1 tot 3 op de schaal van 1 tot 7 zijn door hem geïntegreerd in de graden van de persoonlijke ongeschiktheid (zie punt 2.2) en maken geen voorwerp uit van een afzonderlijke vergoeding.
Het quantum doloris dat door de deskundige weerhouden wordt groter dan 3 op een schaal van 1 tot 7, zal afzonderlijk forfaitair worden vergoed per punt en per dag als volgt:
4/7: 25 euro+ 2,50 euro x 4 = 35 euro;
5/7: 25 euro+ 3,00 euro x 5 = 40 euro;
6/7: 25 euro+ 3,50 euro x 6 = 46 euro;
7/7: 25 euro+ 4,00 euro x 7 = 53 euro.
2.5.2. De esthetische schade
Behoudens uitzonderlijke omstandigheden wordt de tijdelijke esthetische schade niet afzonderlijk vergoed. Hiermee zal rekening gehouden worden in het kader van vergoeding van de blijvende esthetische schade.
2.5.3. De seksuele schade
Rekening houdend met de verschillende wijzen waarop deze specifieke schade kan tot uiting komen, wordt de vergoeding ervan overgelaten aan het oordeel van de rechter.
2.5.4. De genoegenschade
Als de deskundige het bestaan van een tijdelijke genoegenschade heeft weerhouden wordt de vergoeding ervan overgelaten aan het oordeel van de rechter. 2.6. Het verlies van een schooljaar
Deze schade bestaat uit een materiële schade, een morele schade en een financieel verlies naar de toekomst toe.
Eerst en vooral is er de schade bestaande uit de kosten van het verloren schooljaar. Het verlies van een schooljaar gaat bovendien gepaard met specifieke morele schade wegens het verlies van bijzondere schoolactiviteiten en de frustratie van de leerling/student als "zittenblijver" te worden beschouwd.
Wanneer er een vergoeding forfaitair wordt toegekend, kan deze als volgt begroot worden.
2.6.1. Materiële schade
Schadepost Vergoeding
lager onderwijs € 390,00
Middelbaar onderwijs (ASO- € 1.000,00
TSO-BSO)
hoger onderwijs
- op kot € 4.300,00
- thuis € 2.500,00
universiteit
- op kot € 4.000,00
- thuis € 2.000,00
2.6.2. Morele schade
Voor alle onderwijstypes: 3.750,00 euro.
2.6.3. Achterstand in de loopbaan
Het verlies van een schooljaar kan een schade aan de toekomstige beroepsactiviteit of loopbaan teweegbrengen. Indien de achterstand in de loopbaan wordt bewezen, bestaat de schade uit de actuele waarde van het eerste jaar beroepsinkomen.
2. 7. Schade geleden door de naastbestaande
Indien een naaste aantoont dat hij uitgaven heeft gedaan in causaal verband met het ongeval dat het slachtoffer is overkomen, kan hij hiervoor vergoed worden.
Op dezelfde wijze kan deze naaste aanspraak maken op een vergoeding wanneer de fysieke, de psychische of de geestelijke toestand van het slachtoffer een fatale of bijzonder verontrustende afloop laat vrezen.
III. De blijvende schade
3.0. Voorwoord
De wijzen van vergoeding (rente, kapitalisatie, forfait)
Voor de medische evaluatie van de blijvende letsels is de scharnierdatum de consolidatie van de letsels.
Als scharnierdatum voor de vergoeding van deze schade geleden in het verleden en de toekomstige schade, dient de datum van de rechterlijke beslissing of de minnelijke regeling in aanmerking te worden genomen. Het is immers slechts de toekomstige schade die onderhevig is aan een onvoorzienbare en onzekere evolutie.
1. Herzienbare en geïndexeerde rente
De geïndexeerde en herzienbare rente is de meest volledige en passende vorm van vergoeding van de schade voortvloeiend uit de blijvende ongeschiktheid. Het komt erop neer dat het slachtoffer voor de toekomst een herzienbaar en/of geïndexeerd periodiek bedrag ontvangt. Een dergelijke vergoeding is gunstig voor het slachtoffer omdat het aldus toegekende bedrag het dichtst aansluit bij de reëel geleden schade.
2. Kapitalisatie
De tweede methode van vergoeding is deze door kapitalisatie. Het betreft een manier van berekenen van toekomstige schade. Het is de omzetting in een kapitaal van alle jaarlijkse of maandelijkse bedragen over de periode waarover de vergoeding na de rechterlijke uitspraak verschuldigd is.
De te hanteren kapitalisatiecoëfficiënt wordt bepaald in functie van de gegevens op het ogenblik van de uitspraak of de minnelijke regeling, niet van de consolidatiedatum of een andere voorgaande datum.
Indien de kapitalisatiemethode wordt weerhouden moet het kapitaal zo berekend worden dat het slachtoffer niet geconfronteerd wordt met een uitputting van zijn vergoeding vooraleer de vergoedbare periode verstreken is. De logica gebiedt te opteren voor tabellen met dezelfde periodiciteit als de schade.
Rekening houdend met de recente en de voorzienbare evolutie van het rendement van de beleggingen, bevelen de auteurs van de tabel aan om rekening te houden met een rentevoet van 1 % voor de 4 volgende jaren, behoudens een belangrijke heropleving van de economische conjunctuur.
Het wordt aanbevolen de recentste levensduur- of overlijdenstabellen te gebruiken (zie voor verdere info www.statbel.fgov.be).
3. Forfaitaire vergoeding
Het betreft een derde manier van vergoeden waarop wordt teruggevallen indien het niet mogelijk is een van de twee hogervermelde methoden te gebruiken. De begroting van deschade gebeurt aan de hand van een forfaitair bedrag gekoppeld aan een bepaald barema. Indien de rechter deze ondergeschikte manier van vergoeding hanteert moet hij zijn beslissing in dit verband nader motiveren.
3.1. De hulpmiddelen
3 .1.1. De materiële hulpmiddelen
De materiële hulpmiddelen zoals orthesen, prothesen, aanpassingen aan de woning en aan het voertuig dienen er veeleer toe de schade te herstellen door het slachtoffer terug te plaatsen in zijn situatie die zo dicht mogelijk aanleunt bij deze voor het ongeval dan wel hem een compensatie voor dit bewezen gedeelte toe te kennen.
Deze hulpmiddelen moeten in rekening gebracht worden voor de bepaling van de graad van de blijvende persoonlijke, de huishoudelijke en/of de economische ongeschiktheid. Deze uitgaven worden vergoed op basis van stavende stukken en wat betreft de toekomstige schade wordt in principe een beroep gedaan op de kapitalisatie.
3.1.2. Hulp van derden
Op dezelfde wijze zal er, in het voorkomend geval, rekening gehouden worden met de hulp van derden voor de bepaling van de graad van de persoonlijke ongeschiktheid, de huishoudelijke en/of de economische ongeschiktheid.
De noodzaak om een beroep te doen op de hulp van een derde, diens kwalificatie en het belang van zijn prestaties moeten steeds in concreto worden omschreven.
De vergoeding van het uurloon zal worden vastgesteld in functie van de kwalificatie van de hulpverlener.
De omstandigheid dat deze hulp wordt verleend door een naaste van het slachtoffer vormt op zich geen beletsel om deze te vergoeden. Bij gebrek aan stavende stukken kan de hulp van een niet-gekwalificeerde hulpverlener worden vergoed middels een forfaitair bedrag van 10 euro per gepresteerd uur.
Wat de toekomstige schade betreft kan deze worden vergoed door een rente of bij gebrek hieraan kan deze schade het voorwerp uitmaken van een kapitalisatieberekening.
3.2. De persoonlijke, huishoudelijke, economische ongeschiktheid
Het komt passend voor eraan te herinneren dat de toekomstige schade wordt vergoed op basis van een herzienbare en/of geïndexeerde rente; deze methode wordt bij voorkeur aangewend bij zware ongeschiktheden.
De schadevergoeding via kapitalisatieberekening is aangewezen voor percentages gelijk aan of hoger dan 15 %.
Wanneer de eerste twee methodes van vergoeding niet passend zijn, meer bepaald wegens het niet-lineaire en niet-terugkerende karakter van de schade, kan worden teruggegrepen naar de forfaitaire vergoedingswijze.
Deze forfaitaire bedragen houden rekening zowel met het belang van de graad van de ongeschiktheid als met de leeftijd van het slachtoffer op de datum van de consolidatie van de letsels, maar deze methode maakt geen onderscheid tussen de schade geleden in het verleden en de toekomstige schade.
De voorgestelde forfaitaire bedragen worden geacht de blijvende schade vanaf de consolidatie te vergoeden voortvloeiend zowel uit de persoonlijke, de huishoudelijke als de economische ongeschiktheid en dit in gelijke delen en in verhouding tot de door de deskundige weerhouden graden.
Teneinde het globale forfaitaire bedrag dat aan het slachtoffer toekomt te berekenen dienen de hieronder vermelde forfaits gedeeld te worden door 3 en, in functie van de door de deskundige toegekende percentages per ongeschiktheid (persoonlijke, huishoudelijke en economische), dienen de aldus bekomen resultaten opgesteld te worden. Wij verwijzen naar de 3 voorbeelden in de bijlage van de Indicatieve Tabel op blz. 35.
Het komt vervolgens passend voor een onderscheid te maken tussen enerzijds de persoonlijke, de huishoudelijke en de economische ongeschiktheid van minder dan 6 % en anderzijds de graden van ongeschiktheid boven 6 % .
De forfaitaire bedragen worden voorgesteld in de volgende tabellen:
Tabellen van de forfaitaire vergoeding voor de blijvende ongeschiktheid
ONGESCHIKTHEID ONGESCHIKTHEID
MINDER DAN 6 % VANAF6 %
tot vijftien jaar € 1.500 € 3.600
16 jaar € 1.485 € 3.555
17 jaar € 1.470 €3.510
18 jaar € 1.455 € 3.465
19 jaar € 1.440 € 3.420
20jaar € 1.425 € 3.375
21 jaar € 1.410 € 3.330
22 jaar € 1.395 € 3.285
23 jaar € 1.380 € 3.240
24 jaar € 1.365 € 3.195
25jaar € 1.350 € 3.150
26 jaar € 1.335 € 3.105
27 jaar € 1.320 € 3.060
28 jaar € 1.305 € 3.015
29 jaar € 1.290 € 2.970
30 jaar € 1.275 € 2.925
31 jaar € 1.260 € 2.880
32 jaar € 1.245 € 2.835
33 jaar € 1.230 € 2.790
34 jaar € 1.215 € 2.745
35 jaar € 1.200 € 2.700
36 jaar € 1.185 € 2.655
37 jaar € 1.170 € 2.610
38 jaar € 1.155 € 2.565
39 jaar € 1.140 € 2.520
40jaar € 1.125 € 2.475
41 jaar € 1.110 € 2.430
42 jaar € 1.095 € 2.385
43 jaar € 1.080 € 2.340
44 jaar € 1.065 € 2.295
45jaar € 1.050 € 2.250
46 jaar € 1.035 € 2.205
47 jaar € 1.020 € 2.160
48 jaar € 1.005 € 2.115
49 jaar € 990 € 2.070
50 jaar € 975 € 2.025
51 jaar € 960 € 1.980
52 jaar € 945 € 1.935
53 jaar € 930 € 1.890
54 jaar € 915 € 1.845
55 jaar €900 € 1.800
56 jaar € 885 € 1.755
57 jaar € 870 € 1.710
58 jaar € 855 € 1.665
59 jaar € 840 € 1.620
60 jaar € 825 € 1.575
61 jaar € 810 € 1.530
62 jaar € 795 € 1.485
63 jaar € 780 € 1.440
64 jaar € 765 € 1.395
65jaar € 750 € 1.350
66 jaar € 735 € 1.305
67 jaar € 720 € 1.260
68 jaar € 705 € 1.215
69 jaar € 690 € 1.170
70jaar € 675 € 1.125
71 jaar € 660 € 1.080
72 jaar € 645 € 1.035
73 jaar € 630 € 990
74 jaar € 615 € 945
75jaar € 600 €900
76 jaar € 585 € 855
77 jaar € 570 € 810
78 jaar € 555 € 765
79 jaar € 540 € 720
80jaar € 525 € 675
81 jaar € 510 € 630
82 jaar €495 € 585
83 jaar €480 € 540
84 jaar €465 €495
85jaar €450 €450
3.2.1. De persoonlijke ongeschiktheid
Indien de persoonlijke ongeschiktheid wordt vergoed via de kapitalisatiemethode is het aangewezen een bedrag van 25 euro per dag als basis voor de berekening van de vergoeding in aanmerking te nemen.
Wanneer deze schade forfaitair wordt vergoed, wordt verwezen naar de bedragen voorgesteld in de bijlagen van deze tabel.
Er wordt aan herinnerd dat slechts een derde van het voorgestelde bedrag de schade voortvloeiende uit de persoonlijke ongeschiktheid vergoedt.
3.2.2. De huishoudelijke ongeschiktheid
Indien de huishoudelijke ongeschiktheid wordt vergoed via de kapitalisatiemethode is het aangewezen als basis voor de berekening van de vergoeding de voorgestelde bedragen per dag voor de tijdelijke ongeschiktheid te weerhouden.
Bij de toepassing van kapitalisatie zal evenwel rekening gehouden worden met de voorzienbare evolutie van de gezinssamenstelling van het slachtoffer.
Wanneer deze schade forfaitair wordt vergoed, wordt er verwezen naar de bedragen voorgesteld in de bijlagen van deze tabel.
Er wordt aan herinnerd dat slechts een derde van het voorgestelde bedrag de schade voortvloeiend uit de huishoudelijke ongeschiktheid vergoedt.
3.2.3. De economische ongeschiktheid
3.2.3.1. Inkomensverlies
Het basisloon waarop de berekening gebaseerd wordt, moet in concreto worden begroot. Aan jonge slachtoffers die nog geen of een gering loon verdienen moet speciale aandacht worden besteed.
Het netto-inkomen moet in aanmerking genomen worden, tenzij wordt aangetoond dat de fiscale en sociale lasten op de toe te kennen vergoeding gelijkwaardig zijn aan deze die het verdiende inkomen belasten.
Als het nettoloon als basis wordt gebruikt, kunnen reserves worden toegekend voor de hogergenoemde fiscale en sociale lasten indien dit wordt gevraagd.
Het inkomen kan verhoogd worden als toekomstige loonsverhogingen los van de indexering kunnen aangetoond worden.
Het is aangewezen, indien het slachtoffer een zelfstandige is, rekening te houden met een referentieperiode gespreid over meerdere jaren.
3.2.3.2. Verhoogde inspanningen
Indien door middel van de kapitalisatiemethode het economisch nadeel voortvloeiend uit de noodzaak verhoogde inspanningen te leveren wordt vergoed, is het aanbevolen als basis voor de berekeningen de dagelijkse vergoedingen te weerhouden die zijn voorgesteld bij de tijdelijke ongeschiktheden.
Indien deze schade forfaitair wordt vergoed, wordt er verwezen naar de bedragen die zijn voorgesteld in de tabellen. Ter herinnering, slechts een derde van dit bedrag vergoedt de schade voortvloeiend uit de economische ongeschiktheid.
3.2.3.3. Postprofessionele schade
Postprofessionele schade is een patrimoniale schade geleden bij de gedeeltelijke of volledige ongeschiktheid om na de pensioengerechtigde leeftijd lucratieve activiteiten uit te oefenen, andere dan deze uitgeoefend tijdens de professionele loopbaan en andere dan de huishoudelijke.
Tevens moet er rekening gehouden worden met de gebeurlijke weerslag van de gevolgen van het ongeval op de rechten op een rustpensioen van het slachtoffer.
3.3. De specifieke schade
3.3.1. De pijn
Indien de deskundige het bestaan van uitzonderlijke blijvende pijnen weerhoudt, zal deze schade afzonderlijk worden vergoed.
3.3.2. De esthetische schade
Deze schade heeft niets te maken met de economische schade die voortvloeit uit een esthetische ontsiering. De (arts-)deskundige baseert zich op de gebruikelijke schaal van 1 tot 7 (schaal van Jul in) en hij wordt uitgenodigd de criteria te preciseren waarmee hij rekening heeft gehouden. De rechter moet rekening houden met de plaats van de ontsiering, het geslacht, de leeftijd en de activiteiten van het slachtoffer. Met activiteiten worden bedoeld niet alleen de professionele activiteiten maar ook de sociale activiteiten zoals deelname aan een toneelkring, muziekgroep of andere socioculturele activiteiten, die een mens confronteren met anderen.
Wijze van vergoeding

 
Leeftijd
01/07
02/07
3/7
4/7
5/7
6/7
7/7
 
miniem
zeer licht
licht
middel-
ernstig
zeer
uitzonder-
 
matig
ernstig
lijk
0-10
€ 540
€ 2.150
€ 4.850
€ 8.625
€ 10.000 *
€ 15.000 *
€ 25.000 *
11-20
€ 520
€ 2.075
€ 4.700
€ 8.300
 
 
 
21-30
€ 490
€ 2.000
€ 4.400
€ 7.850
 
 
 
31-40
€ 450
€ 1.800
€ 4.100
€ 7.250
 
 
 
41-50
€ 400
€ 1.600
€ 3.600
€ 6.500
 
 
 
51-60
€ 350
€ 1.400
€ 3.100
€ 5.550
 
 
 
61-70
€ 275
€ 1.100
€ 2.600
€ 4.400
 
 
 
71-80
€ 200
€ 800
€ 1.750
€ 3.100
 
 
 
81 en
€ 115
€ 450
€ 1.050
€ 1.850
 
 
 
ouder
 
 
 
 
 
 
 
* minimum (geen maximum)
 
 
 
 
 

 

3.3.3. De seksuele schade
Deze schade is als zeer specifieke schade te vergoeden afzonderlijk van de overige schadeposten. Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds de schade door verlies aan seksueel leven (bv. impotentie, anorgasmie, aantasting van libido en gevoelloosheid) en anderzijds het verlies van zekerheid op nageslacht, waaronder steriliteit valt te catalogeren.
De kosten verbonden aan de noodzaak van bijvoorbeeld een keizersnede of kunstmatige inseminatie worden vergoed. Zowel de materiële schade ( o.m. de aankoop van medicatie, medisch materiaal, medische ingrepen ... ) als de uit de noodzakelijke ingrepen spruitende morele schade moeten vergoed worden.
De partner die bij weerkaatsing schade heeft geleden kan om vergoeding ervan verzoeken.
3.3.4. De genoegenschade
Indien niet vervat in de graad van de persoonlijke schade kan deze vergoeding worden voorbehouden voor uitzonderlijke gevallen waarin het slachtoffer als gevolg van het bewezen schadeverwekkende feit een doorgedreven sport of hobby geheel of gedeeltelijk moet stopzetten.
3.4. Schade door weerkaatsing
Het betreft een schade die de naastbestaanden lijden door het aanzien van het slachtoffer waarvan de dagelijkse en langdurige toestand gekenmerkt wordt door een uitzonderlijke psychische, fysieke of mentale aftakeling.
3.5. Voorbehoud (reserves)
Zowel de door de deskundige weerhouden medische reserves als de fiscale reserves, die een weerslag hebben op de toegekende vergoedingen uit hoofde van het verlies van loon of inkomen, worden vermeld in de rechterlijke uitspraak.
IV. Het overlijden
4.1. Begrafeniskosten
Indien de begrafeniskosten in principe een last uitmaken van de nalatenschap moeten deze door de aansprakelijke terugbetaald worden aan de persoon die deze kosten effectief heeft betaald.
Buitensporige uitgaven worden herleid.
Bij vergoeding van grafkelders, grafzerken, grafmonumenten en concessies wordt eventueel rekening gehouden met het aantal voorziene plaatsen.
Er moet rekening mee gehouden worden dat deze uitgaven meestal vervroegde betalingen ZIJn:
indien de waarschijnlijke overlevingsduur van degene die de schade draagt korter is dan deze van het slachtoffer, zou deze schadelijder de kosten nooit hebben moeten maken zodat hij recht heeft op integrale vergoeding (bv. de ouder voor zijn kind);
indien de waarschijnlijke overlevingsduur van het slachtoffer minder lang is dan deze van de rechthebbende, zou deze laatste in ieder geval de begrafeniskosten hebben moeten dragen en bestaat de schade enkel in de vervroegde uitgave ervan. Met andere woorden de schade bestaat uit het verschil tussen de huidige uitgave en de contante waarde van het bedrag dat normaal uitgegeven zou zijn op de vermoedelijke toekomstige datum van het overlijden, gesteld dat er geen ongeval is gebeurd.
4.2. Schade ex haerede
Het betreft een schade die het geheel van de morele en materiële nadelen omvat die het slachtoffer lijdt tussen de datum van het ongeval en deze van zijn overlijden.
Deze schade, waarvan de vergoeding een schuldvordering uitmaakt van de nalatenschap, mag niet worden verward met de schade van de naastbestaande.
Indien bewezen wordt dat het slachtoffer zich bewust was van zijn nakend overlijden, kan hiervoor als vergoeding voor morele schade aan de rechthebbende een forfaitair bedrag van 75 euro per dag toegekend worden.
4.3. Schade van de naastbestaande
4.3.1. Morele schade
Het overlijden van het slachtoffer raakt de naastbestaande emotioneel in die mate dat elke mogelijkheid om een affectieve band te beleven met deze persoon wordt tenietgedaan. Het daaruit voortvloeiende lijden moet worden vergoed.
De hierna voorziene forfaitaire vergoeding van dit lijden, dat onschatbaar is in concreto, heeft niet de pretentie deze schade op precieze wijze te vergoeden.
De bedragen die in de onderstaande tabel worden weerhouden betreffen forfaitaire vergoedingen in functie van de vermoede affectieve band met het slachtoffer.
Elk schadegeval is bijzonder zodat deze bedragen kunnen worden aangepast rekening houdend met de specifieke omstandigheden.
Overleden slachtoffer Begunstigde Vergoeding
Gehuwd/samenwonend/ Gehuwd/samenwonend/ € 12.500
samenlevingscontract samenlevingscontract
Inwonende ouder Inwonend kind € 12.500
Inwonende ouder Inwonend weeskind € 20.000
Niet-inwonende ouder Niet-inwonend kind € 5.000
Inwonend kind Ouder € 12.500
Zelfstandig wonend kind Ouder € 5.000
Miskraam Ouder € 2.500
Inwonende broer/zuster Inwonende broer/zuster € 2.500
Niet-inwonende broer/zuster Niet-inwonende broer/zuster € 1.500
Inwonende grootouders Inwonende kleinkinderen € 2.500
Niet-inwonende grootouders Niet-inwonende kleinkinderen € 1.250
Inwonende kleinkinderen Inwonende grootouders € 2.500
Niet-inwonende kleinkinderen Niet-inwonende grootouders € 1.250
De andere ouders of naastbestaande van het slachtoffer moeten het bewijs
aanbrengen van een specifieke affectieve band die desgevallend recht geeft op
een vergoeding gelegen in de vork van 1.500 tot 5.000 euro.
4.3.2. Materiële schade
Het overlijden van het slachtoffer kan voor de naastbestaande een economisch verlies uitmaken.
4.3.2.1. Schade wegens het verlies van inkomsten van de overledene
Dit is onder andere maar zeker het geval voor de nabestaanden die voordeel haalden uit het beroepsinkomen van de overledene. Zij kunnen aanspraak maken op dat deel van het inkomen waaruit ze persoonlijk voordeel genoten. Het is dan ook belangrijk het aandeel van het persoonlijk onderhoud van het slachtoffer te bepalen.
Het aandeel van het persoonlijke onderhoud van het slachtoffer wordt berekend op basis van de gezamenlijke gezinsinkomsten.
Dit aandeel is niet steeds exact te berekenen.
De aftrek voor de eigen onderhoudskosten kan dan ook in een aantal gevallen forfaitair gebeuren indien dit op een andere wijze niet mogelijk is.
Bij de begroting van het aandeel voor het eigen onderhoud moet onder meer rekening gehouden worden met de leeftijd van de partner en de kinderen, de vaststelling dat het om een eenverdienersgezin dan wel om een tweeverdienersgezin gaat, het inkomenspeil, de levensstandaard van het gezin, het beroep van de overledene, de vraag of het echtpaar een gemeenschappelijk vermogen zou opbouwen, de gemeenschappelijke lasten.
Bij gebrek aan concrete elementen voor de berekening van het eigen aandeel in de gezinsuitgaven kan de volgende formule als vuistregel gehanteerd worden:
gezinsinkomen 100 %
totaal aantal gezinsleden vóór overlijden + 1
Bij het vaststellen van het aantal gezinsleden kan rekening gehouden worden met het feit dat de kinderen op een bepaalde leeftijd het ouderlijke huis verlaten, waardoor het eigen aandeel van de overledene zal vergroten. Men kan dus voor de toekomst in verschillende periodes met onderscheiden percentages voorzien. Bij gebreke aan criteria wordt het verlaten van de ouderlijke woonst aanvaard op de leeftijd van 25 jaar.
4.3 .2.2. Schade geleden door verlies van huishoudelijke taken geleverd door het slachtoffer
De huishoudelijke schade die door de overlevende partner wordt geleden kan worden berekend op basis van het aandeel in de huishoudelijke arbeid dat het slachtoffer tot dan voor zijn rekening nam, hetzij 20 euro voor een huishouden zonder kinderlast, te verhogen met 5 euro per kind ten laste, met een aandeel van 65 % voor de vrouw en 35 % voor de man, tenzij zich een andere verdeling opdringt.
Dit forfait wordt vervolgens gekapitaliseerd in hoofde van diegene die de minst lange levensduurverwachting heeft.
Er zal tevens rekening gehouden worden met de voorzienbare evolutie van de samenstelling van het kerngezin.
De rechter moet rekening houden met het persoonlijk onderhoud van het slachtoffer. In de regel wordt dit aandeel berekend in functie van de globale economische waarde van het gezin en vervolgens in mindering gebracht van de economische waarde van het slachtoffer. Bij gebrek aan concrete beoordelingselementen kan dit aandeel forfaitair geraamd worden op 20 % in het geval van een gezin zonder kinderlast en op 15 % indien het gezin minstens één kind telt.
Voorbeeld: De man overlijdt op de leeftijd van 40 jaar, gezin zonder kinderen.
Berekenen van de huishoudelijke schade in hoofde van de weduwe 35 jaar oud:
1. Berekening verlies aandeel in huishouden is forfaitair 35 % (zie punt 2.3) of 35 % van 20 € = 7 €.
2. Berekening besparing persoonlijk onderhoud man:
20 % (aandeel zonder kinderen) van 20 €(forfait)= 4 euro.
3. Eindberekening en kapitalisatie
Forfait 7 € - 4 € = 3 € x 365 dagen= 1.095 € x coëff.kap. *33,390 = 36.562,05 euro.
* Betreft de huidige waarde van een levenslange lijfrente van 1 euro per jaar met jaarlijkse betalingen (tafel Schryvers 2012 - mannen - nettorentevoet 1 % - man van 40 jaar).
Hoofdstuk III. Interest en provisie
1. De vergoedende interest
De vergoedende interest maakt een bestanddeel uit van de schade en vergoedt zowel de schade voortvloeiend uit de vertraging van de betaling van de schadevergoeding als het nadeel van de muntontwaarding.
Indien de toegekende bedragen werden geactualiseerd wordt alleen de schade voortvloeiend uit de vertraging in betaling van de schadevergoeding in rekening gebracht.
De rechter moet de rentevoet in concreto begroten.
De schuldenaar van de schadevergoeding is ertoe gehouden in de kortst mogelijke termijn de provisies te voldoen.
Het slachtoffer, die zijn situatie niet foutief mag verzwaren (schadebeperkingsplicht), heeft op zijn beurt de verplichting zijn eisen te laten kennen zodra hij in het bezit is van de noodzakelijke stavingsstukken.
Het slachtoffer heeft bovendien geen recht op vergoedende interesten wanneer de vertraging in de betaling van de schadevergoeding te wijten is aan zijn fout of nalatigheid en dit voor de duur van de periode ingevolge die fout of die nalatigheid.
De aanvangsdatum voor de berekening van de verschuldigde vergoedende interest kan worden bepaald als volgt:
voor de kosten of de schade die zich gespreid voordoen over een bepaalde periode voorafgaand aan het vonnis: vanaf een gemiddelde datum;
voor de schade aan goederen: vanaf de datum van het ongeval;
voor de schade voortvloeiend uit de tijdelijke ongeschiktheden: vanaf de gemiddelde datum;
voor de schade voortvloeiend uit de specifieke blijvende ongeschiktheden: vanaf de datum van het ongeval; in het geval er een tijdelijke schade werd erkend, is de aanvangsdatum van de interest de consolidatiedatum van de letsels;
voor de schade ingevolge het verlies van een schooljaar: vanaf de datum van het niet slagen;
wat betreft de vergoeding van de persoonlijke, de huishoudelijke of de economische blijvende ongeschiktheden:
a. bij kapitalisatie: geen interest op het gekapitaliseerde bedrag; op de vergoeding die de periode dekt tussen de consolidatie en de uitspraak: interest vanaf een gemiddelde datum;
b. bij forfait: wanneer de schade in haar geheel wordt begroot op het ogenblik van de consolidatie: vanaf die datum;
voor de schade voortvloeiend uit het overlijden: vanaf datum van het overlijden behoudens berekening door kapitalisatie;
voor de schade ex haerede: vanaf de gemiddelde datum tussen het ongeval en het overlijden.
2. De moratoire interest
De moratoire interest (berekend aan de wettelijke rentevoet) zal worden toegekend op de hoofdsom vermeerderd met de vergoedende interest voor de periode na het vonnis en dit tot de datum van de algehele betaling.
3. Provisie
De logica gebiedt dat de interest op de provisie op dezelfde wijze behandeld wordt als het hoofdbedrag.

Bijlage: drie voorbeelden

1. Man 30 jaar
 
 
 
Persoonlijke ongeschiktheid
2%
850 euro
(1.275: 3) X 2
Huishoudelijke ongeschiktheid
4%
1.700 euro
(1.275 : 3) X 4
Economische ongeschiktheid
0%
0 euro
 
2. Vrouw 30 jaar
 
 
 
Persoonlijke ongeschiktheid
12 %
11.700 euro
(2.925 : 3) X 12
Huishoudelijke ongeschiktheid
10%
9.750 euro
(2.925: 3) X 10
Economische ongeschiktheid
14%
13.650 euro
(2.925: 3) X 14
3. Man 30 jaar
 
 
 
Persoonlijke ongeschiktheid
25 % forfait 24.375 euro
(2.925 : 3) X 25
Persoonlijke ongeschiktheid
25 % kap'
90.109 euro
(25 X 365 j) 25 % X 39,500
Huishoudelijke ongeschiktheid
10 % forfait
9.750 euro
(2.925: 3) X 10
Huishoudelijke ongeschiktheid
10 % kap2
29.170 euro
(20 X 365) X 10 % X 39,959
Economische ongeschiktheid
40%VP
55.029 euro
(20 X 240) X 40 % X 28,661
Economische ongeschiktheid
40 % IV4
247.631 euro
(1.800 X 12) X 40 % X 28,661
1 365 dagen/25 euro/dag à 1 % interest jaarlijkse lijfrente/tafels Schryvers 2012 (39,500).
2 365 dagen/20 euro/dag à 1 % interest maandelijkse lijfrente/tafels Schryvers 2012 (39,959).
3 Verhoogde inspanningen 240 werkdagen/20 euro/dag à 1 % interest tijdelijke maandelijkse lijfrente tot 65 jaar/tafels Schryvers 2012 (28,661).
4 Inkomensverlies/maandelijks loon netto 1.800 euro à 1 % interest tijdelijke lijfrente tot 65 jaar/tafels Schryvers 2012 (28,661). 

 

De Vlaamse Orde stelt de indicatieve tabel beschikbaar op haar website:

pdfIndicatieve tabel 2012 8.1.2013 *.pdf

Indicatieve tabel 2012 in Orde Express

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: vr, 12/10/2012 - 10:50
Laatst aangepast op: di, 12/09/2017 - 06:52

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.