-A +A

internetgidsen, faxgidsen en andere bedrijvengidsen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
oplichting middels oneerlijke handelspraktijken een geval van acquisitiefraude Zie ook juristenkrant 12 september 2007, p. 7

Internetgidsen, faxgidsen, telefoongidsen, websitegidsen en andere listings, zijn de laatste jaren een ware plaag aan het worden voor handelaars. Voelt u zich ook een slachtoffer van oplichting?

U kant wellicht het scenario. U ontvangt een formulier waarbij u verzocht wordt uw adresgegevens, e-mailadres, website, telefonnummer na te zien en eventueel te verbeteren met oog op correcte opname in één of andere gids. Als goede bedrijfsleider meent u dat u hierbij alle belang heeft, teneinde te verhinderen dat uw gegevens verkeerd verspreid worden. Maar zonder te beseffen waarvoor u zich engageert plaatst u uw handtekening op een formulier dat er op het eerste zicht vrijblijvend uitziet om later te beseffen dat u zich vaak voor jaren in kleine of verborgen lettertjes geëngageerd heeft om buitensporige bedragen te betalen die in totale wanverhouding staan met de kosten van opname in de gidsen, die overigens in de praktijk een zeer twijfelachtige  commerciële waarde hebben.

Korte tijd nadien krijgt u de verrassing: een fenomenale factuur voor de opname van uw gegevens in de zogeheten gids. U voelt zich terecht opgelicht.

Zelfs na schriftelijke betwistingen, blijft het aanmaningen regenen of wordt u geconfronteerd met incassokantoren.

Hoe gaat u te werk wanneer u van deze praktijken het slachtoffer bent?

Tip 1: betaal nooit.
Tip 2: ga nooit in op een minnelijke schikking uitgaande van deze bedrijven waarbij ze bv. voorstellen om slechts voor 1 jaar te betalen.
Tip 3: betwist de factuur onmiddellijk middels een aangetekend schrijven.
Tip 4: signaleer de feiten onmiddellijk aan de FOD economie, dienst controle en bemiddeling,

Tip 5: Leg klacht neer bij de politie, vraag een kopie van het proces-verbaal en leg nadien een verklaring van benadeling af bij het parket (of laat dit neerleggen door uw advocaat), zodat u op de hoogte blijft van de zaak.
Tip 6: Indien u gedagvaard wordt in betaling, raadpleeg dan onmiddellijk een advocaat tot betwisting van de zaak en geef de opdracht een tegeneis in te stellen.
Tip 7: Indien u nog verder wilt gaan en ook uw collega's en uzelf wilt beschermen tegen verdere verontrusting in die zin, kan u een vordering tot staking door uw advocaat laten instellen tegen dergelijke praktijken.
Tip 8: Indien u toch reeds betaald heeft, leg dan klacht neer met burgerlijke partijstelling bij de onderzoeksrechter
North Gate III, Koning Albert II laan 16 te 1000 Brussel

Rechtspraak:

 
De Correctionele rechtbank te Brussel veroordeelde op 8 maart 2007 reeds een bedrijf dat in die zin handelde tot de betaling van maar liefst 275.000 euro, wegens leugenachtige reclame, oplichting en poging tot oplichting. Deze zelfde firma werd reeds in Spanje voor het Catalaanse Hof van Beroep veroordeeld. In Nijvel loopt eveneens een correctionele procedure tegen een dergelijke firma.

De rechtbank van Koophandel te Gent veroordeelde op 14 augustus 2007 een gelijkaardige firma aan wie het verbod werd opgelegd om documenten te gebruiken waarop de prijs voor een registratie in een bedrijvengids dienstig voor het internet slechts onderaan het formulier vermeld is en waarop niet duidelijk en in tenminste dezelfde grootte en dikte van lettertype als gelijk welke vermelding van gelijk welke aangeboden dienst,de prijs van deze dienst is aangegeven,onder verbeurte van een dwangsom per overtreding van dit verbod. De rechtbank stelde een inbreuk vast op de artikelen 23,2 en 93 WHPC. De beklaagde werd eveneens veroordeeld om op haar kosten een samenvatting van het vonnis in vier dagbladen te publiceren en op haar website te plaatsen.

zie ook Vred. 24 mei 2007 te vinden op de website van unizo en waarnaar verwezen in de juristenkrant 12 september 2007, p. 7 

• Brussel 18 november 2010, RABG, 2011/16, 1152. Het versturen naar ondernemingen van een uitnodiging tot het invullen van gegevens en het ondertekenen van een formulier  om opgenomen te worden in een internetgids waarbij in kleine lettertjes op dezze brief een betalingsverbintenis wordt vermekd, zonder dat de onderneming goed beseft een bestelling tegen betaling te plaatsen, maakt een inbreuk uit tegen artikel 96 WMPC en is aldus verboeden misleidende reclame.. Zie ook D. Gillet, noot onder dit arrest, Wijziging van de wet marktpraktijken met het oog op het bestrijden van reclameronselaars, RABG 2011-2012, 1161.

 

Nog dit: 

 

Opgepast !
Wij raden u aan uiterst voorzichtig te zijn wanneer u aanbiedingen (voorbeeld 1 (PDF, 65.86 Kb), voorbeeld 2 (PDF, 49.1 Kb)) ontvangt van de volgende maatschappijen lijst aangeboden  door de FOD economie):
  • BMS / XL Media
  • BPS (Belgium Packet Service)
  • Call Center Vlaanderen BVBA 
  • Construct Data
  • Custom Contact Nederland (bedrijvenonline.nu)
  • DAD - Deutscher Adressdienst / Registre Internet belge
  • Easy Pages Ltd / European www register
  • Edition Hekking Cornélis
  • EMS European Marketing Service -  Pages Jaunes Belgique
  • Euro Business Guide
  • Euro Media Conseil / Ema Web Vision
  • Euroguide.de
  • European City Guide
  • Expo Guide
  • GCS - Global Call Services
  • Global Earth Register
  • Globe Trade Control
  • Guide pour la ville
  • IBR International Business register - Pages Jaunes Belgique
  • Index-Entreprise / Etude Grivière SAO France
  • Inet Biz Solutions
  • Intercable Verlag
  • IRD
  • MCF - Services des Professionels
  • MCH Printing Services / International Publicity Services (IPS)
  • Media Belgique Design
  • Media Connect
  • Media Group Vlaanderen
  • Media Print
  • Media Service AS
  • Media Service Verlag
  • Nederland Media Register
  • Nieuwe Bedrijvengids / Belga Marketing / Internet Bedrijvengids / Annuaire pro / Bedrijvengids Belgie
  • Pan World Life
  • Print Media Group / Plattegrond (Let op : mag niet verward worden met PrintMedia Group uit Genk, een onderneming die weliswaar bijna dezelde naam draagt, maar niets te maken heeft met reclameronseling)
  • Registre des Branches professionnelles
  • Service-pro / Eurl Media Press
  • TM - Collections
  • TVV - Tele Verzeichnis Verlag / Ondernemings Portaal
  • United Lda / Nova Channel / Temdi / Med1web
  • World Business Guide
  • World Company Register / World Company Directory
  • WZD - Wolf SW / Banque Centrale des données économiques
  • Yellow-Pages

 

Commentaar: 

 

Rechtbank van Koophandel te Hasselt, Zoals in kort geding – 14 september 2012, RW 2013-2014, 1069


Samenvatting:
Verkoop van zo goed als waardeloze reclame is op zich geen schending WMPC. Maar het verschaffen van verkeerde info over de kenmerken, oplage en verspreiding van het product en over de partij die de adverteerders door middel van de advertentie menen te steunen, schendt art. 96, 1o en art. 97, 2o WMPC (misleidende reclame) en art. 95 WMPC (oneerlijke marktpraktijken).
Art. 97/1 WMPC verbiedt niet alle mogelijke vormen van reclame ronselen. Het artikel viseert uitsluitend de uitgevers van telefoongidsen en van soortgelijke lijsten waar adverteerders, zonder dat zij er zich terdege van bewust zijn dat zij door hun gegevens ter beschikking te stellen, zich tegen betaling voor een niet nader bepaalde periode verbinden tot opname in deze gidsen. Het gaat om gidsen die uitsluitend adressenbestanden bevatten zonder redactionele teksten, en dus niet om tijdschriften, ook al zijn deze van bedenkelijke kwaliteit.
Tekst vonnis:



Belgische Staat, Minister van Economie, Consumenten en Noordzee t/ BVBA XL M.
Antecedenten
1. XL M. (voorheen “B.M.S.” genaamd) is sinds 2004 actief als verkoper van publiciteitsruimte in een aantal publicaties die zij laat drukken. In eerder oneerbiedige termen uitgedrukt is de activiteit van XL M. die van reclameronselaar (...). Het gaat telkens om driemaandelijkse tijdschriften die worden afgedrukt op gewoon printpapier. De bladzijden worden geplooid en samen geniet waardoor men een boekje krijgt van formaat dinA5.
In 2009 en 2010 factureerde B.M.S. voor de desbetreffende publiciteit een bedrag van 205 euro per advertentie van de grootte van 1/10 bladzijde, en 181 euro voor 1/12 bladzijde. Noch de bestelbonnen, noch de brochures zelf vermelden iets over de oplagen. Volgens XL M. worden de tijdschriften verstuurd aan de leden van de vzw’s en aan de adverteerders.
...
De Belgische Staat verwijt XL M. meer bepaald de volgende wederrechtelijke praktijken:
(1) In haar bestelbonnen die zij ter ondertekening aan de ondernemers voorlegt, wordt in de tekst verwezen naar een “telefonisch akkoord”. Hierdoor doet dit document de indruk bij de kandidaat-adverteerders ontstaan dat de betreffende publiciteit reeds eerder telefonisch of anderzijds was doorgegeven, hoewel dit niet het geval is. Hierdoor zouden medewerkers van de onderneming zonder veel argwaan de bestelbon ondertekenen.
(2) XL M. Iaat na om uiterlijk vóór de ondertekening van de bestelbon aan de kandidaat-adverteerders de essentiële informatie betreffende dit aanbod mee te delen, nl. de oplage van de advertentie, de wijze, de hoeveelheid of werkelijke oplage en het territoriaal of kwalitatief gebied van de verspreiding, de duur van de overeenkomst, het formaat en de vorm van de advertentie. XL M. zou daarentegen de indruk wekken of zelfs verzekeren dat de bestelde publiciteit zal worden verspreid op geografisch of kwalitatief zeer uitgestrekte basis en in massale hoeveelheden, terwijl in werkelijkheid de ledentijdschriften met de advertentie nauwelijks of in zeer beperkte hoeveelheid verspreid worden;
(3) de agenten en de koeriers die voor XL M. optreden, wekken de indruk of verzekeren bij de kandidaat-adverteerders dat zij optreden in naam en voor rekening van officiële of lokale diensten van brandweer, politie, btw- en inkomstenbelastingen, economische inspectiediensten, dat het advertentieaanbod zal ten goede komen aan deze diensten of eraan verbonden verenigingen, en dat, door in te gaan op het aanbod tot advertentie, de ondernemer zich zou kunnen verzekeren van de welwillendheid van de betrokken ambtenaren of diensten of hun tegenkanting zou kunnen vermijden;
(4) deze agenten en koeriers wekken eveneens de indruk of verzekeren dat zij optreden in naam en voor rekening van officiële of lokale diensten van brandweer, politie, btw- en inkomstenbelastingen, economische inspectie, terwijl de werkelijke opdrachtgever, uitgever en begunstigde van het advertentiecontract, de BVBA XL M. is waarvoor deze agenten uitsluitend optreden, of verenigingen die geen werkelijke vertegenwoordigers zijn van politie, brandweer of hun ambtenaren;
(5) ten slotte zouden tal van klachten hebben aangetoond dat XL M. stelselmatig de adverteerders misleidt door hen na een eerste bestelling vervolgens nogmaals een bestelbon te laten ondertekenen voor een advertentie in een ander tijdschrift onder het voorwendsel dat het om een proefdruk zou gaan van de eerste advertentie die de adverteerder voor akkoord moet ondertekenen. De adverteerders zijn in dat geval aan twee advertenties gebonden, zonder dat zij er zich bewust van waren.
Voormelde praktijken zouden schendingen uitmaken van de artikelen 96, 1o, c), 96, 4o juncto 95, 97, 1o en 97, 2o WMPC. Ook zou een schending voorliggen van het recentelijk ingevoerde art. 97/1 WMPC dat ondernemers die zich rechtstreeks of via formulieren tot adverteerders wenden verplicht voor opname in lijsten, gidsen, bestanden, enz. om in alle duidelijkheid aan te duiden dat het om een aanbod tegen betaling gaat en in het vet en in het grootst gebruikte lettertype de duur en de prijs van de overeenkomst te vermelden. XL M. zou zich niet aan de verplichtingen van dit artikel houden.
De Belgische Staat vraagt de staking van deze wetsschendingen op straffe van verval van een dwangsom van 5.000 euro per vastgestelde schending. Hij vraagt tevens de aanplakking van het vonnis binnen en buiten de lokalen van XL M. evenals de publicatie in een dag- en weekblad.
...
De beoordeling
...
Het feit dat XL M. een eerder waardeloos product verkoopt, maakt op zich nog geen inbreuk op de WMPC uit. Niettemin is bijzondere waakzaamheid geboden, omdat handelaars onder normale omstandigheden voor waardevolle en niet voor waardeloze publiciteit zullen kiezen. Zelfs als de adverteerders zich bewust zijn van de beperkte return van de advertentie, en zij eerder sponsoren uit sympathie, zoals uit een aantal verklaringen blijkt, blijft het primordiaal dat de verkoper correcte en volledige informatie verstrekt over de kenmerken van het product en over de partij die de adverteerders door middel van de advertentie menen te steunen.
10. Ook de aard van de verloning van de telefonisten en van de bodes, die betaald worden op grond van het aantal aangebrachte contracten, kan misbruiken in de hand werken. Voorts blijkt er een enorm personeelsverloop bij de diensten van XL M.
Dat XL M. ook effectief een zeer groot aantal ontevreden klanten is tegemoetgekomen, blijkt uit de ellenlang “lijst overschrijvingen ten gevolge van annulaties”. Voor deze adverteerders zou XL M. de reeds ontvangen betalingen hebben teruggestort. Dat XL M. genoodzaakt was voor een dermate groot aantal klanten de annulering van de bestelling te aanvaarden, is volgens de rechtbank een belangrijke aanwijzing van het bestaan van misbruiken.
...
A. “Afgedwongen verkopen” – art. 97, 1o MWPC
...
14. In het licht van het bovenstaande acht de rechtbank niet bewezen dat XL M. doorgaans beschikt over een voorafgaand mondeling akkoord op het ogenblik dat de bode de ingevulde bestelbon ter ondertekening voorlegt.
Verschillende ondernemingen verklaarden aan ADCB dat zij telefonisch geen akkoord hadden verleend, maar ook in die gevallen had XL M. de bestelbon reeds ingevuld met verwijzing naar een mondeling akkoord.
Voorts staat op de bestelbonnen hetzelfde betalingsverzoek vermeld (“u mag in volle vertrouwen het volledige bedrag bij ondertekening betalen”). Dergelijke bestelbonnen dienen als documenten met eenzelfde strekking als een factuur in de zin van art. 97, 1o WMPC te worden beschouwd. Ook de zaakvoerder van XL M. heeft dit tijdens zijn verhoor op 21 november 2011 uitdrukkelijk bevestigd.
Door de wijze waarop XL M. de bestelbonnen heeft opgemaakt, vooraf ingevuld, de indruk wekkend dat een voorafgaand mondeling akkoord bestaat en met verzoek te betalen, overtreedt zij art. 97, 1o WMPC.
B. Misleidende reclame (art. 96, 1o WMPC) – Reclame die essentiële informatie of de eigenlijke commerciële bedoeling verbergt (art. 97, 2o WMPC) – Oneerlijke marktpraktijken (art. 95 WMPC)
15. Er is sprake van misleidende reclame zodra een verkeerde voorstelling van zaken wordt gegeven die het economisch gedrag van de geadresseerde kan beïnvloeden (R. Steennot, Handboek Consumentenbescherming en Handelspraktijken, Antwerpen, Intersentia, 2007, p. 41, nr. 71).
Gelet op het groot aantal klachten en uit de verklaringen van de adverteerders die op eigen initiatief van de ADCB werden verhoord, acht de rechtbank het bewezen dat XL M. doelbewust verkeerde informatie verspreidt over de kenmerken van het goed, de hoedanigheid en kwaliteiten van haarzelf als contractant en over de eigenlijke commerciële bedoeling van de transactie.
...
Deze misleiding wordt in de hand gewerkt door de benaming van de verenigingen (“vzw De Brandweer” of ook “vzw Nationale brandweer” en “interpolitie en veiligheid”) en dit in combinatie met het gebruik van een embleem dat associatie met de officiële brandweer- en politiediensten oproept.
De rechtbank neemt op basis van de talrijke verklaringen aan dat XL M. zich ook daadwerkelijk regelmatig bij de kandidaat-adverteerders heeft aangediend als vertegenwoordiger van de nationale of lokale politie- of brandweerdiensten, minstens verklaarde op te treden namens deze diensten. Uit geen enkel van de verhoren kan worden afgeleid dat XL M. aan de klanten meedeelde dat de bedoelde verenigingen niets te maken hadden met de reguliere politie- en brandweerdiensten.
Uit de bijgebrachte verhoren blijkt dat XL M. tijdens de telefonische contacten in de regel haar identiteit niet kenbaar maakt, maar daarentegen wel verklaarde te handelen voor de brandweer, de politie of zelfs de economische inspectie. Doorgaans merkten de adverteerders slechts bij ontvangst van de factuur dat zij met XL M. hadden gecontracteerd en niet met de vzw die zogenaamd verbonden was met de overheidsinstantie.
Zelfs XL M. schrijft in haar conclusie dat “vele ondernemers menen dat de handelsagenten die telefonisch contact opnemen en ter plaatse komen, lid zijn van of vertegenwoordiger zijn van de verenigingen-opdrachtgevers”. Ook de door XL M. gebruikte bestelbonnen werken deze verwarring en misleiding omtrent de identiteit van de contractpartij in de hand. De naam en het embleem van de vzw is op de bestelbonnen op zeer prominente wijze aanwezig, terwijl de eigen bedrijfsgegevens van XL M. in een veel kleiner lettertype zijn afgedrukt.
16. Uit de verhoren blijkt tevens dat de adverteerders geen dan wel foutieve informatie verkregen over de verspreiding van de brochures. De oplage en de verspreiding van de brochures is volgens de rechtbank nochtans dermate essentiële informatie over haar product dat XL M. deze informatie uitdrukkelijk vóór de contractsluiting moet meedelen.
17. Uit het bovenstaande en uit het omvangrijke stukkenbundel van de Belgische Staat blijkt dat de meerderheid van de ondervraagde adverteerders meenden door hun advertentie de lokale of nationale overheidsdiensten te steunen en een goede dienst te bewijzen en wellicht sympathie bij hen op te wekken, terwijl in werkelijkheid de ontvangsten van de advertenties helemaal niet bij deze diensten terechtkwamen, hoogstens een klein gedeelte bij een vriendenkring.
...
19. De rechtbank erkent dat ook op de kandidaat-adverteerders een verplichting tot informatiewinning rust. Dit doet echter geen afbreuk aan de positieve informatieverplichting van XL M.
Ook zullen ondernemingen minder snel geneigd zijn om bijkomende informatie te vragen naar de oplage en de kwaliteit van de uitgave als zij menen te adverteren uit sympathie voor de brandweer of de politie.
Bovendien heeft XL M. zelfs geen website beschikbaar waar informatie over de verschillende brochures te verkrijgen is. Voor bijkomende informatie over het aangeboden product zijn de kandidaat-adverteerders volledig overgeleverd aan de welwillendheid en oprechtheid van de bodes/agenten. Deze bodes/agenten hebben zelfs niet steeds een voorbeeldexemplaar ter beschikking.
...
21. De verkoopspraktijken van XL M. dienen ook als oneerlijk te worden beschouwd in de zin van art. 95 WMPC. Uit de door de Belgische Staat bijgebrachte stukken blijkt dat in een onaanvaardbaar groot aantal gevallen ondernemingen door het handelen van XL M. misleid waren omtrent de daadwerkelijke economische waarde van hun aankoop.
Voor de rechtbank staat het vast dat XL M. opzettelijk de kandidaat-adverteerders in het ongewisse laat over de eigenlijke commerciële bedoeling van de transactie door het verstrekken van foutieve of onvoldoende informatie.
Door de wijze waarop XL M. een in essentie waardeloos product verkoopt, handelt zij niet zoals een gemiddelde voorzichtige en vooruitziende ondernemer geplaatst in dezelfde omstandigheden zou doen. De gemiddeld voorzichtige onderneming die publiciteit verkoopt, neemt de nodige maatregelen, via het verstrekken van volledige informatie, die eventuele misleiding bij de prospecten over het daadwerkelijke commerciële nut van de advertenties zo veel als mogelijk uitsluit. De wijze waarop XL M. haar handel heeft georganiseerd, werkt misbruiken in de hand. Zij maakt misbruik van de onoplettendheid en goedgelovigheid van de adverteerders.
Door haar onethisch handelen worden de belangen van andere ondernemingen geschaad.
...
C .Verboden advertentiewerving – art. 97/1 WMPC
23. Volgens de rechtbank heeft dit artikel niet de strekking dat het zich richt tot alle mogelijke vormen van reclame ronselen. Het artikel viseert de uitgevers van telefoongidsen en van soortgelijke lijsten waar adverteerders, zonder dat zij er zich terdege van bewust zijn, door hun gegevens ter beschikking te stellen, zich tegen betaling voor een niet nader bepaalde periode verbinden tot opname in deze gidsen. Het gaat om gidsen die uitsluitend adressenbestanden bevatten zonder redactionele teksten. De rechtbank verwijst dienaangaande naar art. 28a van de Oostenrijkse wet inzake Ongeoorloofde Mededinging waarop de Belgische wetgever zich bij het ontwerp van art. 97/1 WMPC heeft geïnspireerd (wetsvoorstel van 30 november 2010, DOC 53 0735/001, p. 4).
De publicaties die XL M. uitgeeft, worden niet geviseerd door art. 97/1 WMPC. Het zijn tijdschriften, ook al zijn die van bedenkelijke kwaliteit, waar de adverteerders zich via de bestelbonnen slechts eenmalig verbinden tot opname.
Een schending op dit artikel is niet bewezen.
 
Noot onder dit vonnis in het RW D. Mertens, Bedrog met (internet)gidsen en reclameronselarij
 

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:15
Laatst aangepast op: za, 29/03/2014 - 01:14

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.