-A +A

jachtdecreet

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

Artikel 1. Dit decreet regelt een aangelegenheid zoals bedoeld in artikel 107quater van de Grondwet.

Art. 2. Dit decreet beoogt het verstandig gebruik van wildsoorten en hun leefgebieden. De jachtdaad is de handeling waarbij het wild gedood of gevangen wordt, alsmede de handeling waarbij dat wild met dat doel opgespoord en achtervolgd wordt. In dit decreet wordt het woord jagen gebruikt in de betekenis van het stellen van een jachtdaad.

Art. 3. Dit decreet verstaat onder wild alle dieren die behoren tot de in dit artikel bepaalde soorten. Het wild wordt in de volgende categorieën gerangschikt : a) Grof wild : edelherten (Cervus elaphus), reeën (Capreolus capreolus), damherten (Dama dama), moeflons (Ovis musimon), wilde zwijnen (Sus scrofa); b) Klein wild : hazen (Lepus europaeus), fazanten (Phasianus colchicus), korhoenders (Lyrurus tetrix), patrijzen (Perdix, perdix); c) Waterwild : wilde eenden (Anas platyrhynchus), krakeenden (Anas strepera), slobeenden (Anas clypeata), kuifeenden (Aythya fuligula), tafeleenden (Aythya ferina), pijlstaarten (Anas acuta), wintertalingen (Anas crecca), smienten (Anas penelope), grauwe ganzen (Anser anser), rietganzen (Anser fabalis), watersnippen (Gallinago gallinago), meerkoeten (Fulica atra), toppereenden (Aythya marila), kolganzen (Anser albifrons), kleine rietganzen (Anser brachyrhynchus), Canadaganzen (Branta canadensis), waterhoenen (Gallinula chloropus), kieviten (Vanellus vanellus), zomertalingen (Anas querquedula), bokjes (Lymnocryptes minimus), goudplevieren (Pluvialis apricaria); d) Overig wild : houtduiven (Columba palumbus), konijnen (Oryctolagus cuniculus), vossen (Vulpes vulpes), verwilderde katten (Felis catus), bunzings (Putorius putorius), hermelijnen (Mustela erminea), wezels (Mustela nivalis), boommarters (Martes martes), steenmarters (Martes foina).

HOOFDSTUK II. - Jachttijden.

Art. 4. De Vlaamse Executieve bepaald minstens vijfjaarlijks na advies van de Vlaamse Hoge Jachtraad, de Vlaamse Hoge Raad door Natuurbehoud en de in artikel 10 derde lid van het koninklijk besluit van 15 september 1924 tot inrichting van de officiële vertegenwoordiging van de landbouw zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 12 april 1977 bedoelde gewestelijke sectie van de Nationale Landbouwraad, voor het gehele of een gedeelte van het grondgebied van het Gewest, voor elke categorie, soort, type of geslacht van wild en voor elke jachtwijze de data van de opening van de sluiting van de jacht. De besluiten betreffende de opening en de sluiting van de jacht worden ten minste dertig dagen voor de op grond van het eerste lid bepaalde datum bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Art. 5. De Vlaamse Executieve kan het jagen op de door aan te duiden wildsoorten per beheerseenheid zoals bedoeld in artikel 12 of per jachtterrein, afhankelijk stellen van het bezit van een door of namens haar goedgekeurd afschotplan. Voor het jagen op grof wild is een afschotplan verplicht. Zij bepaalt de inhoud, de vorm en de voorwaarden van toekenning of weigering van het afschotplan, evenals de maatregelen vereist voor het toezicht op de naleving van het goedgekeurde afschotplan. Elke overtreding van de bepalingen van dit artikel wordt gestraft met een geldboete van honderd frank tot tweehonderd frank.

Art. 6. Het is verboden op straffen van een geldboete van honderd frank, te jagen tussen de officiële zonsondergang en de officiële zonsopgang. De Vlaamse Executieve kan echter het schieten van wild in het kader van een door of namens haar goedgekeurd afschotplan toestaan van één uur voor de officiële zonsopgang tot één uur na de officiële zonsondergang. De Vlaamse Executieve kan evenwel in het gehele of een gedeelte van het grondgebied van het Gewest de jacht op door haar bepaalde eendesoorten één uur na de officiële zonsondergang en één uur voor de officiële zonsopgang toestaant buiten de gebieden, die op grond van de internationale verdragen vermeld in artikel 36 van dit decreet en van de krachtens die verdragen tot stand gekomen internationale akten, werden aangewezen.

HOOFDSTUK III. - Houder van het jachtrecht. - Jachtterreinen.

Art. 7. Het is verboden te eniger tijd en op enigerlei wijze te jagen op andermans grond zonder uitdrukkelijke toestemming van de eigenaar of zijn rechthebbende, op straffe van een geldboete van vijftig frank, onverminderd schadevergoeding indien daartoe reden bestaat.

In geval van betwisting inzake het jachtrecht op hetzelfde perceel heeft hij die een schriftelijk akkoord van de eigenaar kan voorleggen het jachtrecht. De geldboete wordt verhoogd tot honderd frank wanneer de grond met muren of hagen is afgesloten. Op straffe van een geldboete van vijftig franks is elke houder van het jachtrecht die op welke wijze ook van zijn recht gebruik maakt verplicht een door hem opgemaakt plan van zijn jachtterrein met aanduiding van de percelen waarbinnen hij geen jachtrecht heeft in te dienen bij de arrondissementscommissaris of de door de Vlaamse Executieve aan te wijzen ambtenaar, in wiens ambtsgebied het jachtterrein of het grootste gedeelte ervan is gelegen. Het plan wordt door die ambtenaren en door andere door de Vlaamse Executieve aan te wijzen ambtenaren ter inzage gehouden.

De Vlaamse Executieve bepaalt de vorm het tijdstip en de wijze waarop deze plannen worden neergelegd bij de in het derde lid aangewezen ambtenaar en de bijkomende informatie die moet worden verstrekt. Met een geldboete van vijftig frank; wordt eveneens bestraft, de houder van het jachtrecht die een plan heeft neergelegd dat de toestand van zijn jachtterrein niet juist weergeeft en die, op verzoek van de arrondissementscommissaris of van de door de Vlaamse Executieve aan te wijzen ambtenaar, binnen de gestelde termijn geen juiste gegevens neerlegt, en de houder van het jachtrecht die aan deze ambtenaar de voorgeschreven informatie niet mededeelt.

Art. 8. § 1. De jacht met het geweer is verboden op elk terrein waarvan de aaneengesloten oppervlakte minder bedraagt dan veertig hectaren. Voor de toepassing van het eerste lid worden ook als aaneengesloten terreinen beschouwd waarop over geheel hun uitgestrektheid mag worden gejaagd de jachtterreinen die doorsneden worden door een openbare of privé-weg, een niet bevaarbare waterloop of een spoorweg. Niet als aaneengesloten worden echter alleen beschouwd, de terreinen :

1° die hetzij door een autoweg hetzij door een bevaarbare waterloop hetzij door een spoorweg met een breedte, bermen inbegrepen van meer dan vijftig meter worden doorsneden;

2° die verbonden zijn door delen waarin omwille van hun afmetingen geen cirkel met een straal van ten minste vijfentwintig meter kan worden getrokken. De jacht met het geweer is eveneens verboden op elk gedeelte van een terrein, welke ook de oppervlakte van dit laatste zij, waarin omwille van zijn afmetingen geen cirkel met een straal van ten minste vijfentwintig meter kan worden getrokken. Het is verboden op minder dan honderdvijftig meter van woningen of gebouwen vuurwapens af te vuren in de richting van deze laatstse.

§ 2. De jacht met het geweer op waterwild is evenwel toegestaan op terreinen van geringere oppervlakte dan bepaald in § 1, mits deze terreinen, op het ogenblik dat de jacht wordt uitgeoefend, een minimum aaneengesloten wateroppervlakte van drie hectare omvatten waarop de jacht toegestaan is. Voor de toepassing van het eerste lid worden als aaneengesloten beschouwd alle ononderbroken wateroppervlakten evenals de watervlakten die onderling op natuurlijke of kunstmatige wijze door een watergang zijn verbonden.

§ 3. De inbreuken op de bepalingen van dit artikel worden bestraft met een geldboete van honderd frank tot tweehonderd frank en met een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand.

Art. 9. Het is verboden, op straffe van geldboete van vijftig frank, te jagen op de spoorwegen en hun aanhorigheden. Op straffe van dezelfde geldboete is het aan ieder ander dan de aangelande eigenaar of zijn rechthebbende verboden te jagen op de openbare wegen en op de spoorwegbermen. De aangelande eigenaar of zijn rechthebbende mag op de spoorwegbermen van dit recht echter alleen gebruik maken om met buidels en fretten op konijnen te jagen.

Art. 10. Met een geldboete van tien frank tot vijfentwintig frank; worden gestraft degenen die wetens en willens hun honden laten jagen of rondlopen op gronden waarvan het jachtrecht aan een ander toebehoort. Het feit dat honden over andermans erf lopen bij het vervolgen van grof wild of ander wild dat op het eigendom of het jachtrecht van hun meester respectievelijk werd opgejaagd of aangeschoten wordt geacht niet onder toepassing te vallen van dit artikel noch van artikel 7 behoudens de burgerlijke rechtsvordering in geval van schade.

Art. 11. Het jagen op de domeinen van de Staat, het militair domein inbegrepen, het Gewest, de provincies, de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de kerkfabrieken is alleen geoorloofd ingevolge een openbare aanbesteding van het jachtrecht. De zittende jager en een wildbeheerseenheid zoals bedoeld in artikel 12, hebben het recht bij een aanbesteding voor zover zij deelgenomen hebben aan de aanbesteding een hoger bod te doen. Het jachtrecht moet worden toegekend aan de hoogst biedende zo dit hoger bod, gedaan binnen de tien dagen volgend op de aanbesteding meer dan één tiende hoger ligt dan de bij de openbare aanbesteding verkregen prijs. Bij gelijk hoger bod geniet de zittende jager de voorkeur zo hij geen inbreuk heeft gepleegd op de vroegere verpachtingsvoorwaarden. Het recht tot jagen in het Zoniënbos is voorbehouden aan de Kroon.

Art. 12. De Vlaamse Executieve kan de voorwaarden bepalen waaronder afzonderlijke jachtterreinen vrijwillig tot grotere beheerseenheden kunnen worden samengelegd ten behoeve van het wildbeheer het natuurbehoud en het verbeterd toezicht. Zij kan daartoe een subsidie verlenen.

HOOFDSTUK IV. - Het jachtverlof.

Art. 13. Hij die jagend met het geweer wordt aangetroffen en geen jachtverlof bij zich heeft, wordt gestraft met een geldboete van honderd frank, tenzijn hij binnen achtenveertig uur na de vaststelling van de feiten, het bewijs levert dat hij op het ogenblik houder was van een regelmatig jachtverlof. Het jachtverlof is persoonlijk; het is maar geldig voor één jaar, te rekenen van 1 juli. De Vlaamse Executieve regelt de wijze de vorm en de voorwaarden van hun afgifte. Zolang de Vlaamse Executieve ter zake geen nieuwe regelen heeft gesteld blijven de bestaande regelen geldig. De Vlaamse Executieve kan het deelnemen aan het jachtexamen of aan een gedeelte ervan afhankelijk stellen van de betaling van een inschrijvingsgeld waarvan zij het bedrag, de betalingsplichtige en de wijze van betaling vaststelt. Hij die jagend met het geweer wordt aangetroffen en geen jachtverlof kan voorleggen wordt behalve tot de geldboete bij dit artikel bepaald, ambtshalve veroordeeld tot betaling van het bedrag van de belasting die verschuldigd is voor het jachtverlof en door het strafbare feit is ontdoken.

Art. 14.

§ 1. Het jachtverlof bedoeld in artikel 13 wordt afgegeven door de daartoe door de Vlaamse Executieve aangewezen ambtenaar.

§ 2. De in het Waalse Gewest en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest geldig afgegeven jachtverloven kunnen door de Vlaamse Executieve onder de door haar te bepalen voorwaarden gelijkgesteld worden met de in het Vlaamse Gewest geldige jachtverloven mits ook de in het Vlaamse Gewest geldig afgegeven jachtverloven door het Waalse Gewest respectievelijk het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest gelijkgesteld worden met de door hen afgegeven geldige jachtverloven.

Art. 15.

§ 1. De houders van een jachtverlof afgegeven in het Vlaamse Gewest kunnen als gastheer een jachtvergunning verkrijgen voor hun niet in het Vlaamse Gewest wonende genodigden. De jachtvergunning, die wordt afgegeven door de ambtenaar bedoeld in artikel 14, § 1, is slechts geldig voor de vijf vooraf bepaalde data van het jachtseizoen vermeld op de jachtvergunning. De Vlaamse Executieve regelt de wijze, de vorm en de voorwaarden van de afgifte van de jachtvergunningen.

§ 2. De genodigde die jagend wordt aangetroffen, evenals de gastheer die samen met de genodigde jagend wordt aangetroffen zonder dat een voor de genodigde geldige jachtvergunning kan worden voorgelegd worden gestraft met de straffen bepaald in artikel 13.

Art. 16. De belasting op de afgifte van de jachtverloven en de jachtvergunningen wordt vanaf het jachtseizoen 1992-1993 als volgt vastgesteld : 1. voor het jachtverlof dat elke dag van het jachtseizoen geldig is : (150 euro); 2. voor het jachtverlof dat elke zondag van het jachtseizoen geldig is : (105 euro); 3. voor de jachtvergunning die vijf vooraf bepaalde dagen in het jachtseizoen geldig is : (40 euro).

Art. 17. De vastgestelde belasting wordt betaald door storting of overschrijving van het verschuldigde bedrag op het daartoe bestemde rekeningnummer van de bevoegde dienst van de Vlaamse Executieve. De opbrengsten hiervan worden rechtstreeks en integraal toegewezen aan de gewestdienst met afzonderlijk beheer Fonds voor Preventie en Sanering inzake Leefmilieu en Natuur.

Art. 18. De op grond van artikel 16 geïnde belasting wordt niet terugbetaald.

HOOFDSTUK V. - De jachtmiddelen.

Art. 19. Het is te allen tijde verboden, op straffe van een geldboete van honderd frank tot tweehonderd frank en van een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand, gebruik te maken van netten, stroppen, lokaas, giftige stoffen en van enig ander tuig geschikt om jaagbaar wild te vangen, te doden of om het vangen of doden van dat wild te vergemakkelijken. Het vervoer en het bij zich houden van de voormelde tuigen worden gestraft met een geldboete van honderd frank tot tweehonderd frank. Het gebruik en het vervoer van diezelfde tuigen worden gestraft met een geldboete van tweehonderd frank tot vierhonderd frank en met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee maanden, indien de schuldigen gewapend verkleed of gemaskerd zijn, ofwel wanneer de feiten in bende of bij nacht worden gepleegd. De arrondissementscommissaris kan het jachtverlof voorlopig intrekken ongeacht de reglementaire bepalingen betreffende de afgifte van de jachtverloven.

Art. 20. De bepaling van artikel 19 is niet toepasselijk : 1. op de buidels voor het vangen van konijnen; 2. op tuigen die de eigenaar of zijn rechthebbende met machtiging van de Vlaamse Executieve gebruikt om in zijn bossen voor de teelt bestemde fazanten te vangen; 3. om met wetenschappelijke doeleinden gebruikte vangtuigen binnen de perken en onder de voorwaarden die door de Vlaamse Executieve worden vastgesteld.

Art. 21. Onverminderd de bepalingen van artikel 19 kan de Vlaamse Executieve in het gehele of een gedeelte van het grondgebied van het Gewest een regeling treffen voor het gebruik van projectielen, tuigen, toestellen of procédés ter uitvoering van de jacht na advies van de Vlaamse Hoge Jachtraad en de Vlaamse Hoge Raad voor Natuurbehoud. Overtreding van een regeling getroffen ter uitvoering van het vorige lid wordt gestraft overeenkomstig artikel 19, eerste lid. HOOFDSTUK VI. - Bestrijding van wild.

Art. 22. Het is, op straffe van een geldboete van vijftig frank, verboden op enigerlei wijze te jagen buiten de door de Vlaamse Executieve bepaalde tijden onverminderd het recht van de eigenaar of de grondgebruiker om jaagbaar wild dat schade toebrengt aan zijn gewassen, teelten, bossen of eigendommen terug te drijven. De eigenaar of de grondgebruiker mag zijn inwonende familieleden daarmede belasten. Indien de eigenaar of de grondgebruiker kan aantonen dat geen andere bevredigende oplossing bestaat kan hij het jaagbaar wild eveneens doden of laten doden onder de in het voorgaande lid vermelde voorwaarden. Het doden mag alleen gebeuren : - door personen die voldoen aan de voorwaarden opgelegd door de Vlaamse Executieve tot het verkrijgen van een jachtverlof; - met vuurwapens en andere door de Vlaamse Executieve te bepalen middelen, eventueel zonder jachtverlof op voorwaarde dat de eigenaar of de grondgebruiker een verzekering tegen burgerlijke aansprakelijkheid heeft afgesloten, waarvan de waarborg gelijk is aan de waarborg opgelegd door de reglementering inzake de verplichte aansprakelijkheidsverzekering voor het verkrijgen van een jachtverlof. De gebruikte vuurwapens moeten voldoen aan dezelfde voorschriften als de voorschriften opgelegd voor de wapens gebruikt voor de jacht op grond van artikel 21 van dit decreet; - tussen het officiële uur van zonsopgang en het officiële uur van zonsondergang; - na voorafgaande schriftelijke ingebrekestelling van de houder van het jachtrecht op de grond waarop de bestrijding gebeurt en na voorafgaande schriftelijke verwittiging van de ambtenaar die daartoe door de Vlaamse Executieve is aangewezen. Deze laatste kan, bij gemotiveerde beslissing, de bestrijding zo nodig beperken of verbieden. Het gedode wild dient aan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de gemeente waarin de bestrijding plaatsvindt te worden overhandigd.

Art. 23. De grondgebruiker en de personen aan wie hij daartoe de opdracht geeft, mogen te allen tijde wilde konijnen vangen en doden, mits wordt voldaan aan de voorwaarden bepaald in artikel 22. Bovendien wordt bij besluit van de Vlaamse Executieve bepaald welke verdelgingsmiddelen en -tuigen de grondgebruiker, in afwijking van artikel 19 mag aanwenden. Elk beding dat strijdig is met de door dit decreet aan de grondgebruiker toegekende rechten is nietig. De houder van het jachtrecht of zijn gemachtigde mag, indien hij voorzien is van een jachtverlof, te allen tijde, één uur voor de officiële zonsopgang en één uur na de officiële zonsondergang konijnen op de loer schieten. Het is verboden, behoudens machtiging van de Vlaamse Executieve, levende wilde konijnen of vossen uit te zetten te verkopen, te kopen, te koop te stellen, te vervoeren of te venten met welk middel ook, op straffe van een geldboete van tweehonderd frank tot duizend frank en van een gevangenisstraf van acht dagen of van een van die straffen alleen. Met dezelfde straffen wordt gestraft degene die afsluitingen, geplaatst om het in- en uitgaan van wilde konijnen te beletten, kwaadwillig vernielt beschadigt of daarin een opening maakt, ofwel het doorgaan van konijnen door, onder of boven de afsluitingen op enigerlei wijze vergemakkelijkt.

HOOFDSTUK VII. - Wildschade.

Art. 24. De vergoeding van de belangrijke wildschade, behoudens de schade die veroorzaakt wordt door konijnen, wordt vastgesteld volgens de gewone rechtsregels. Onder wildschade wordt verstaan : de volledige schade veroorzaakt door de dieren die behoren tot de in artikel 3 bedoelde soorten. Op verzoek van eigenaars van gronden waarvan de aaneengesloten oppervlakte kleiner is dan veertig hectare, kan de houder van het jachtrecht van het aangrenzende jachtterrein bij afwezigheid van een minnelijke regeling, verplicht worden het jachtrecht op eerstvernoemde gronden te verwerven, zulks nadat de Vlaamse Executieve of de door haar aangestelde ambtenaar of de beheerder van de wildbeheerseenheid deze verwerving opportuun oordeelt in het kader van de doelstellingen van dit decreet en de voorwaarden heeft vastgesteld.

Art. 25. De schade veroorzaakt door wild waarop de jacht sinds meer dan vijf jaar niet meer geopend is of dat afkomstig is uit een bosreservaat of een natuurresenaat waarin de jacht door de overheid volledig verboden is, wordt vergoed door de gewestdienst met afzonderlijk beheer Fonds voor Preventie en Sanering inzake Leefmilieu en Natuur. Een proces-verbaal van plaatsbezoek dat vermeldt dat de voorwaarden die in het eerste lid worden gesteld, zijn vervuld, geldt voor de schadelijder als titel om de vergoeding van schade door voormeld Fonds te verkrijgen.

HOOFDSTUK VIII. - Vervoer en handel in wild.

Art. 26. In het gehele of een gedeelte van het grondgebied van het Gewest is het verboden grof wild, klein wild, waterwild en de door de Vlaamse Executieve aangewezen soorten van het overig wild levend of dood te vervoeren of in de handel te brengen, behalve vanaf de opening tot en met de tiende dag volgend op de sluiting van de jacht op dit wild. Het verbod van het eerste lid slaat niet op wildpreparaten met bedoelde wildsoorten, wanneer het wild dat er in is verwerkt volledig onherkenbaar is.

De Vlaamse Executieve kan jaarlijks bepalen dat het vervoeren of het in de handel brengen van levend of dood wild eveneens verboden is of alleen onder door haar te stellen voorwaarden geoorloofd is in de periode vanaf de opening tot en met de tiende dag volgend op de sluiting van de jacht op dit wild. Wanneer de jacht in een beperkt gebied geopend is, kan de Vlaamse Executieve tijdens de betrokken periode machtiging verlenen tot het vervoer van geschoten wild en de voorwaarden bepalen waaronder dit vervoer mag geschieden.

De Vlaamse Executieve kan eveneens de voorwaarden bepalen waaronder het vervoer en de handel van wildsoorten of delen van wildsoorten waarvoor zij een afschotplan gesteld heeft, mogen plaatshebben. Het is eveneens verboden aan handelaars in eetwaren, traiteurs en restaurateurs het in het eerste lid genoemde wild bij zich te houden, zelfs buiten hun woning, en het is aan iedereen verboden de genoemde wildsoorten te verbergen of bij zich te houden voor rekening van handelaars of trafikanten.

Onder de door de Vlaamse Executieve voorgeschreven voorwaarden en het door haar geregelde toezicht, is het vervoer, de opslag en de handel van diepgevroren wild geoorloofd buiten de periode vanaf de opening tot en met de tiende dag volgend op de sluiting van de jacht op dit wild. Elke overtreding van de bepalingen van dit artikel wordt gestraft met een geldboete van vijftig frank tot honderd frank.

Art. 27. Het wild mag alleen worden opgespoord en in beslag genomen bij handelaars in eetwaren of wild, in eetgelegenheden, op openbare plaatsen en in openbare voertuigen. In andere plaatsen mag het opsporen en in beslag nemen alleen dan geschieden, indien het wild er geplaatst is om in de handel te worden gebracht. Het in beslag genomen wild wordt door de verbalisanten tegen bewijs van ontvangst onmiddellijk ter beschikking gesteld van het dichtsbij gelegen Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn.

Art. 28. Het vervoer van het in artikel 26, eerste lid, bedoelde levend wild en van de in artikel 35, bedoelde eieren, kan in gesloten jachttijd door de Vlaamse Executieve worden toegestaan onder de voorwaarden die zij voorschrijft.

Art. 29. Het is ten allen tijde en overal verboden wild uit te zetten. De Vlaamse Executieve kan hierop met het oog op het behoud van wildsoorten, uitzonderingen toestaan na advies te hebben ingewonnen van de Vlaamse Hoge Jachtraad, de Vlaamse Hoge Raad voor Natuurbehoud en de in artikel 10, derde lid, van het koninklijk besluit van 15 september 1921 tot inrichting van de officiële vertegenwoordiging van de landbouw, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 12 april 1977, bedoelde gewestelijke sectie van de Nationale Landbouwraad. In voorkomend geval stelt zij regels op met betrekking tot het aantal en de soorten wild, alsook met betrekking tot de terreinen. Overtreding van dit artikel evenals van de daaruit volgende besluiten van de Vlaamse Executieve worden bestraft met een geldboete van honderd frank tot tweehonderd frank.

HOOFDSTUK IX. - Het toezicht.

Art. 30. In de uitoefening van hun opdracht mogen de overheidspersonen bedoeld in artikel 24 van de jachtwet van 28 februari 1882, het open veld, bossen, fabrieken, magazijnen, bergplaatsen, kantoren, boten, bedrijfsgebouwen, stallen, stapelhuizen, stations, wagons, voertuigen en de in open lucht gelegen bedrijven betreden.

Art. 31. Op aanvraag van de aansteller, met akkoord van de aansteller van de andere bijzondere wachters en van de provinciegouverneur en mits begeleid door de houder van het jachtrecht, mag de bijzondere wachter zich laten bijstaan door één of twee bijzondere wachters van omliggende gebieden. De identiteit en hoedanigheid van de bijzondere wachters die bijstand mogen verlenen en de aard en de ligging van de goederen die in groepen van ten hoogste drie wachters mogen worden bewaakt, dienen op de aanstellingsakte te worden vermeld en te worden goedgekeurd door de provinciegouverneur. Bijzondere wachters zijn wachters aangesteld door bijzondere personen zoals bedoeld in de artikelen 61 tot 63 van het Veldwetboek en in artikel 110 van het Bosdecreet.

Art. 32. De jagers mogen niet worden ontwapend, behalve in de volgende gevallen : 1. wanneer de verdachte verkleed of gemaskerd is, of weigert zijn naam kenbaar te maken of geen bekende woonplaats heeft; 2. wanneer het misdrijf bij nacht wordt gepleegd; 3. wanneer de verdachte bedreigingen, smaad of geweld pleegt tegen de agenten van het openbaar gezag of van de openbare macht.

HOOFDSTUK X. - Bijzondere bepalingen.

Art. 33. De Vlaamse Executieve kan, ten behoeve van wetenschappelijk onde

rzoek verricht door wetenschappelijke instellingen, universiteiten en instellingen van het hoger onderwijs buiten de universiteit of ten behoeve van het natuurbeheer, afwijken van de bepalingen van dit decreet onder de door haar te bepalen voorwaarden en toezicht.

Art. 34. De Vlaamse Executieve kan alle maatregelen treffen die zij nuttig acht voor de bescherming van alle in het wild levende vogelsoorten andere dan deze vermeld in artikel 3, evenals hun eieren, zelfs uitgeblazen, en van hun jongen. Deze maatregelen kunnen zowel op levende als op dode of geprepareerde vogels betrekking hebben. De feiten verboden door de maatregelen getroffen op grond van het vorige lid worden gestraft met een geldboete van vijftig frank tot honderd frank.

Art. 35. Op straffe van een geldboete van vijftig frank is het verboden nesten en broedsels van vogels, gerangschikt bij het wild, weg te nemen of opzettelijk te vernielen, te vervoeren of in de handel te brengen.

Art. 36. De Vlaamse Executieve kan inzake jacht en vogelbescherming alle vereiste maatregelen treffen voor de uitvoering van bepalingen die voortvloeien uit het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, gesloten te Rome op 25 maart 1957, uit het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie, ondertekend te 's-Gravenhage op 3 februari 1958, uit het Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten, gedaan te Bonn op 23 juni 1979 en uit het Verdrag inzake het behoud van wilde planten en dieren en hun natuurlijk leefmilieu, ondertekend te Bern op 19 september 1979, en de krachtens die verdragen tot stand gekomen internationale akten. Deze maatregelen kunnen de opheffing en de wijziging van wets- en decreetbepalingen inhouden.

HOOFDSTUK XI. - Algemene strafbepalingen.

Art. 37. De misdrijven, in de artikelen 7, eerste lid, 9, 13, 22 en 35 omschreven, worden gestraft met een geldboete van 200 tot 4.000 frank en met een gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar, wanneer zij worden gepleegd door middel van een verboden wapen, wanneer de schuldigen verkleed of gemaskerd zijn of wanneer de feiten in bende of bij nacht worden gepleegd.

Art. 38. De straffen worden verdubbeld ten aanzien van de overheidsbeambten vermeld in artikel 21 van de jachtwet van 28 februari 1882 die zich schuldig maken aan één van de misdrijven bij dit decreet omschreven, zonder dat hierdoor de gevangenisstraf meer kan bedragen dan vijf jaar.

Art. 39. De misdrijven omschreven in de artikelen 7, eerste lid en 10 van dit decreet verjaren door verloop van zes maanden.

Art. 40. De overtreding van de bepalingen genomen tot uitvoering van de in artikel 36 bedoelde verdragen of akten, alsmede van de verordeningen van de Europese Economische Gemeenschap die van toepssing zijn op de jacht en de vogelbescherming in het Vlaamse Gewest, wordt indien zij geen misdrijf vormt volgens andere wetten of decreten, bestraft met een geldboete van honderd frank tot tweehonderd frank wanneer het jachtfeiten betreft, en overeenkomstig artikel 34 van dit decreet wat de bescherming van vogels betreft.

HOOFDSTUK XII. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen. Art. 41. 1. ; 2. ; 3. ; 4. ; 5. ; 6. ; 7. ; 8. . Art. 42. Art. 43. Art. 44. Art. 45. Wat het Vlaamse Gewest betreft, worden in de wets- en verordeningsbepalingen inzake de jacht, de vermeldingen " de wet van 30 juli 1922 waarbij het zegelrecht gesteld op de verlofbrieven voor het dragen van jachtwapens en voor het jagen met de hazewind verhoogd wordt en waarbij een verlofbrief voor het vogelvangen met netten en een taxe op de inrichtingen van eendekooien ingevoerd wordt " de artikelen 184-186 van het wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen " als " het van 24 juli 1991 " gelezen. Art. 46.

Art. 47. De reglementaire bepalingen getroffen in uitvoering van de Jachtwet van 28 februari 1882 blijven geldig voor zover zij niet in strijd zijn met de bepalingen van dit decreet en zolang zij door de Vlaamse Executieve niet worden opgeheven.

HOOFDSTUK XIII. - Slot- en overgangsbepalingen.

Art. 48. Elk beding strijdig met een bepaling van dit decreet is nietig. Art. 49. § 1. Dit decreet treedt in werking op 1 juli 1992. § 2. Bij wijze van overgangsmaatregel is het in afwijking van artikel 8, § 1, eerste lid, tot 30 juni 1995 geoorloofd te jagen met het geweer op terreinen waarvan de aaneengesloten oppervlakte ten minste vijfentwintig hectare bedraagt. § 3. In afwijking van artikel 29, eerste lid is het bij wijze van overgangsbepaling tot de datum van de officiële opening van de jacht in 1996 slechts verboden wild uit te zetten vanaf dertig dagen voor de opening van de jacht op dit wild en tot en met de laatste dag van de opening van de jacht.

Wijziging(en)

DECREET VLAAMSE RAAD VAN 16-06-2006 GEPUBL. OP 14-11-2006 (GEWIJZ. ART: 25) nader te bepalen datum BEELD DECREET VLAAMSE RAAD VAN 07-05-2004 GEPUBL. OP 11-06-2004 (GEWIJZ. ART: 12;17;25) nader te bepalen datum BEELD DECREET VLAAMSE RAAD VAN 30-04-2004 GEPUBL. OP 08-06-2004 (GEWIJZ. ART: 4;21;29) nader te bepalen datum BEELD DECREET VLAAMSE RAAD VAN 21-12-2001 GEPUBL. OP 29-12-2001 (GEWIJZ. ART: 6)

24 juli 1991

Het jachtdecreet

28 februari 1882

De jachtwet

UITVOERINGSBESLUITEN

17 augustus 1964

Koninklijk besluit tot regeling van het gebruik van jachtkansels met het oog op de uitoefening van de jacht

28 oktober 1987

Besluit van de Vlaamse regering betreffende het gebruik van vuurwapens en munitie bij de jacht in het Vlaamse gewest

10 mei 1989

Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van artikel 4 van de jachtwet van 28 februari 1882 voor het Vlaamse gewest

14 juni 1989

Ministeriële omzendbrief betreffende de neerlegging van een plan der jachtterreinen

13 juli 1994

Besluit van de Vlaamse regering tot invoering van een afschotplan voor reewild

10 april 1995

Ministerieel besluit tot vaststelling van het model van overeenkomst zoals bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 1994 tot invoering van een afschotplan voor reewild

1 december 1998

Besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van de voorwaarden waaronderafzonderlijke jachtterreinen vrijwillig tot grotere beheereenheden kunnen worden samengevoegd en van de criteria waaronder beheereenheden kunnen worden erkend

18 juli 2003

Besluit van de Vlaamse regering betreffende de jacht in het Vlaamse Gewest voor de periode van 1 juli 2003 tot 30 juni 2008

28 oktober 2005

Ministerieel besluit tot vaststelling van de gegevens die in het wildbeheerplan moeten worden opgenomen

18 november 2005

Besluit van de Vlaamse Regering houdende machtiging van de Vlaamse minister bevoegd voor de landinrichting en het natuurbehoud om een tijdelijk verbod van jacht op, bestrijding en vervoer van sommige wildsoorten in te stellen

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: ma, 19/10/2009 - 20:58
Laatst aangepast op: vr, 15/01/2010 - 17:57

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.