-A +A

Aangifteplicht ambtenaren

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Art.29 al1 Sv. verplicht iedere ambtenaar die in de uitoefening van zijn ambt kennis krijgt van een misdaad of een wanbedrijf dit te melden aan de procureur des Konings. In tegenstelling tot de gewone aangifte door particulieren noemt men dit de ambtelijke aangifte. De verplichting tot ambtelijke aangifte slaat zowel op de misdrijven die ambtenaren persoonlijk hebben vastgesteld, als op de misdrijven die hen door de benadeelde (klacht) of door een derde (aangifte) zijn ter kennis gebracht.

 

Artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering voorziet in het algemeen in een meldingsplicht voor ambtenaren die in de uitoefening van zijn ambt kennis heeft van een misdrijf: « Iedere gestelde overheid, ieder openbaar officier of ambtenaar die in de uitoefening van zijn ambt kennis krijgt van een misdaad of van een wanbedrijf, is verplicht daarvan dadelijk bericht te geven aan de procureur des Konings bij de rechtbank binnen wier rechtsgebied die misdaad of dat wanbedrijf is gepleegd of de verdachte zou kunnen worden gevonden, en aan die magistraat alle desbetreffende inlichtingen, processen-verbaal en akten te doen toekomen. »

Doelstelling van de aangifteplicht is de centralisatie van alle klachten door de bevoegde overheid en het vermijden dat personen die een controlebevoegdheid hebben zaken op eigen beslissing door de vingers zouden kunnen zien en seponeren. Het seponeren is het monoplolie van de procureur des konings. Dit biedt de meeste garanties voor de burger, gelet op de rechten bij sepot, zoals de inzage in het bundel, het recht op reschtstreekse dagvaarding en de mogelijkheid tot klacht met burgerlijke partijstelling bij de onderzoeksrechter.

De aangifteverplichting bestaat echter niet alleen voor politiemensen of controleambtenaren, maar slaat ook op alle ambtenaren, op magistraten, gerechtsdeurwaarders, notarissen.

 

UItzondering: in fiscale misdrijven zijn de ambtenaren van de fiscus verplicht vooraf een machtiging te bekomen van de belastingsdirecteur waaronder zij ressorteren. Hierdoor lijkt het erop dat de belastingsdirecteur als filter voor het parket kan optrden en een eigen sepotbevoegdheid heeft.

Echter kan en mag niet vergeten worden dat de deze directeur ook een ambtenaar is.

De principiële aangifteverplichting van artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering kan hoe dan ook niet afgedwongen worden: de wet voorziet in geen enkele sanctie in geval van schending van deze verplichting, behoudens deontologische sancties.

Bepaalde ambtenaren moeten soms op hetzelfde moment voldoen aan het beroepsgeheim zoals bijvoorbeeld sociaal assistenten en psychologen. Ze zijn dus onderworpen aan twee tegengestelde wetteksten. Aan de ene kant artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering of Sv (zie hierboven) en aan de andere kant artikel 458 van het Strafwetboek (Sw) die geheimhouding verplicht ten aanzien van feiten die ze in hun hoedanigheid te weten zijn gekomen.

De rechtsleer is verdeeld over welke artikel primeert ten opzichte van het andere.

Sommigen laten artikel 29 Sv primeren ten opzichte van artikel 458 Sw. Voor hen kan de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit een beperking inhouden van het beroepsgeheim.

Anderen laten artikel 458 Sw primeren ten aanzien van artikel 29 Sv. Hierbij houden ze rekening met de volgende elementen.

Ten eerste hebben de twee normen dezelfde hiërarchische rang. Ze zijn alle twee wetten en hebben betrekking op verschillende categorieën van personen. Het probleem is er als een persoon behoort tot beide categorieën.

Ten tweede is, op het chronologisch niveau artikel 29 Sv ouder dan artikel 458 Sw. Vroeger werd de meldingsplicht als een uitzondering gezien op het beroepsgeheim. Door de invoering van artikel 458 Sw werd dit niet weerhouden.

Deze verschillende elementen geven aan dat het beroepsgeheim primeert op de meldingsplicht in de gevallen waar de ambtenaar tussen komt als dokter, psycholoog of sociaal werker. Dit werd bevestigd door een arrest van 29 mei 1986 van het Hof van Cassatie: «In de onderstelling dat, door een verkeerde toepassing van artikel 29 Wetboek van Strafvordering, tuchtoverheden, onder meer die van de Orde van Geneesheren, aan het openbaar ministerie bericht geven van misdaden of wanbedrijven waarvan zij kennis hebben gekregen in de uitoefening van hun ambt, zou die aangifte alleen tot gevolg hebben dat het openbaar ministerie gedwongen wordt een geheim te delen waarvan het in geen geval gewag mag maken bij de strafvervolging, die immers, nu zij op schending van een regel van openbare orde zou zijn gegrond, nietig zou zijn.»

In deze context kan men bijvoorbeeld verwijzen naar artikel 36 van de OCMW-wet van 8 juli 1976 die een soort van beroepsgeheim bevat voor OCMW-medewerkers.

OCMW-medewerkers zijn principieel verbonden aan het beroepsgeheim van artikel 458 Sw. Indien zij echter kennis hebben van een wanbedrijf, zoals het illegaal verblijf van een vreemdeling, geldt de zwijgplicht van artikel 458 Sw niet langer, aangezien er een wettelijke bepaling bestaat (namelijk artikel 29 Sv) die hen verplicht die geheimen bekend te maken.

OCMW-medewerkers zijn principieel verbonden aan het beroepsgeheim van artikel 458 Sw. Indien zij echter kennis hebben van een wanbedrijf, zoals het illegaal verblijf van een vreemdeling, geldt de zwijgplicht van artikel 458 Sw niet langer, aangezien er een wettelijke bepaling bestaat (namelijk artikel 29 Sv) die hen verplicht die geheimen bekend te maken.

Dit wil echter niet zeggen dat artikel 29 Sv voor hen volle uitwerking krijgt. Het bestaan van deze wettelijke bepaling die verplicht om bepaalde informatie bekend te maken, houdt voor personen die principieel gebonden zijn door het beroepsgeheim enkel in dat hun zwijgplicht verandert in een zwijgrecht (= spreekrecht), niet in een spreekplicht.

Dit blijkt uit een arrest van het Hof van Cassatie van 23 september 1986: «Een getuige die geroepen is om in rechte getuigenis af te leggen over feiten die door het beroepsgeheim gedekt zijn, mag die feiten bekend maken, indien hij oordeelt zulks te moeten doen. Hij kan niet tot spreken gedwongen worden indien hij meent het beroepsgeheim te moeten bewaren. Hij beoordeelt zelf de opportuniteit van zijn beslissing, zelfs indien hij van zijn beroepsgeheim ontslagen wordt.»

Aangezien voor getuigen geroepen in rechte eveneens een principiële spreekplicht geldt («de gehele waarheid en niets dan de waarheid», zie artikel 75 Sv), kunnen deze vaststellingen van het Hof van Cassatie in verband met het beroepsgeheim naar analogie uitgebreid worden op het geval van artikel 29 Sv.

De omstandigheid dat illegale vreemdelingen voor dringende medische hulp een beroep kunnen doen op het OCMW, is een bijkomend argument om in dit geval het beroepsgeheim te laten primeren op de aangifteverplichting van artikel 29 Sv. Uit de opsomming van artikel 458 Sw blijkt immers dat het beroepsgeheim bij uitstek geldt in verband met medische aangelegenheden. Dit wordt verder toegelicht in een arrest van het Hof van Cassatie van 23 juni 1958: «De verplichting (Desgevallend: het recht) tot geheimhouding berust op de noodzaak het volste veiligheidsgevoel te verzekeren aan degenen die zich aan een geneesheer moeten toevertrouwen, en aldus elke patiënt de zorgen te verzekeren die zijn gezondheidstoestand vereist, welke de oorzaak ervan ook zij.» Deze bekommernis, om aan elke patiënt de nodige zorgen te verzekeren, betekent dat eveneens het recht op terugbetaling door het OCMW door het beroepsgeheim gevrijwaard moet worden.

Zie Kamer van Volksvertegenwoordigers, Schriftelijke vragen en antwoorden, 5 - 10 - 2006, DO 2005200606769: Vraag nr. 881 van de heer Guido Tastenhoye van 9 januari 2006 (N.) aan de vice-eerste minister en minister van Justitie

 

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: di, 16/10/2012 - 12:39
Laatst aangepast op: zo, 28/06/2015 - 09:44

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.