-A +A

aanranding en verkrachting bescherming privacy slachtoffer

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Wetgevende bepaling: uittreksel uit het strafwetboek

Art. 378bis. <W 2000-11-28/35, art. 12, 029; Inwerkingtreding : 27-03-2001> Publicatie en verspreiding door middel van boeken, pers, film, radio, televisie of op enige andere wijze, van teksten, tekeningen, foto's, enigerlei beelden of geluidsfragmenten waaruit de identiteit kan blijken van het slachtoffer van een in dit hoofdstuk genoemd misdrijf (aanranding op de eerbaarheid en verkrachting) zijn verboden, tenzij met schriftelijke toestemming van het slachtoffer of met toestemming, ten behoeve van het opsporingsonderzoek of het gerechtelijk onderzoek, van de procureur des Konings of van de met het onderzoek belaste magistraat.
Overtredingen van dit artikel worden gestraft met gevangenisstraf van twee maanden tot twee jaar en met geldboete van driehonderd frank tot drieduizend frank of met een van die straffen alleen.
 

Commentaar:

dit artikel is bijzonder duidelijk. Voor elk interview van een verkrachte of aagerande persoon is steeds een voorafgaande schriftelijke toestemming nodig. Deze toestemming mag niet afgeleid worden uit het feit dat de betrokkene een interview toestaat. Er dienen duidelijk vooraf schriftelijke documenten opgesteld waarin bijvoorbeeld de voorwaarden van de publicatie op de uitzending worden vermeld.

Door de bekendmaking van de identiteit van de verkrachte of aangebrande persoon leidt deze een schade doordat deze persoon zich in een minder gunstige positie bevindt dan wanneer de fouten niet zou zijn begaan. Door de fout wordt de maatschappij en de omgeving bekendgemaakt dat deze of gene persoon aangeland of verkracht is hetgeen de betrokkene in een minder gunstige positie brengt dan de positie die het slachtoffer voorheen had bestaande uit de anonymi tijd en het behoud van de privacy inzake de verkrachting of de aanranding. Een slachtoffer van een seksueel misdrijf heeft het recht om in anonimiteit te blijven en zich in deze anonymi tijd beschermd te voelen. Dit belang is rechtmatig precies omdat de wetgever met het oog op de bescherming van dit belang de toepassingsvoorwaarden van een schriftelijke toestemming heeft opgelegd.

Een ander probleem is de begroting van de schade. Het slachtoffer is inderdaad publiekelijk te grabbel gegooid en kan daardoor een dramatische ervaring hebben opgelopen. Maar hoe dan ook mag de schadevergoeding niet bestraffend zijn. Tegen het recht op schadevergoeding kan niet worden ingeroepen dat de informatie die verspreid werd toch juist was. De essentie van de zaak is dat er een misdrijf gepleegd wordt wanneer zonder schriftelijke toestemming tot publicatie over uitzending wordt overgegaan en hierdoor de privacy wordt geschonden.

De schadevergoeding dient de integrale schade te omvatten en gebeurt in concreto in elke zaak afzonderlijk. Het heeft dus weinig steun om naar bepaalde zaken te verwijzen omdat elke zaak anders is en elke persoon anders is waardoor de schade zich van persoon tot persoon anders voordoet. Dergelijke schade wordt in de regel naar billijkheid begroot waarbij de bedragen variëren tussen de 1000 en de 10.000 euro.

Rechtspraak

Voor een interessant toepassingsgevallen kan verwezen worden naar een uitspraak van het hof van beroep te Antwerpen van 15 april 2009 verschenen in het nieuw juridisch weekblad nummer 211 van 25 november 2009 pagina 817 met noot.

In deze zaak had een dame zich laten verleiden door een interview voor het programma telefacts op VTM waarin zij vrijuit praten voor de camera over haar verkrachting. Noch de Journalist, noch de naamloze vennootschap Vlaamse mediamaatschappij, hadden vooraf schriftelijke toestemming gevraagd. Hun standpunt was dan ook dat door deel te nemen aan het interview deze dame impliciet instemming had gegeven met de uitzending ervan. De hoge Raad voor de journalistiek had zich over deze zaak reeds gebogen en oordeelde dat er geen inbreuk was op de ethische norm omdat ook volgens haar de instemming met een interview de instemming met de uitzending betekende.

Deze zaak maakte het voorwerp uit van een vordering door deze dame ingesteld voor de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen die strekt het standpunt innam dat artikel 378 bis van het strafwetboek in alle gevallen een schriftelijke toestemming vereist en kende een schadevergoeding toe van 1000 euro. De journalisten en VTM tekenden beroep aan en de dame in kwestie stelde incidenteel beroep in teneinde een hogere schadevergoeding te eisen. Het hof van beroep te Antwerpen oordeelde op 15 april 2009 dat er wel degelijk een inbreuk gepleegd was die een misdrijf uitmaakte en die schade veroorzaakt had. Zij deelde in niet het standpunt van de journalist en VTM met betrekking tot de impliciete toestemming door deelname aan het interview maar verwees naar de letterlijke termen van de wet. De dame eiste een schadevergoeding van € 10.000 waarbij zij verwees naar bepaalde rechtspraak. Het hof van beroep weerhield de verantwoordelijkheid van de journalist en VTM en bepaalde de schadevergoeding op € 2500.

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: vr, 27/11/2009 - 03:09
Laatst aangepast op: vr, 15/01/2010 - 18:58

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.