-A +A

beperking vergoedende interest voor nalatige schadelijder

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Op het vlak van de zogenaamde schadebeperkingsplicht moet worden gewezen op het cassatiearrest van 14 mei 1992 (R.W. 1993-94, 1395, met noot A. Van Oevelen).

Een vordering tot schadevergoeding is aquiliaans en geen contractuele vordering. Ter zake van aquiliaanse aansprakelijkheid bestaat geen algemene schadebeperkingsverplichting. Alleen mag de schadelijder zich niet schuldig maken aan een schuldig verzuim, d.w.z. een eigen fout.

Dit neemt niet weg dat wanneer een nalatigheid of passiviteit aan de benadeelde kan worden toegeschreven, de omstandigheden en redenen moeten worden aangegeven waarom eventueel nog vergoedende interest wordt toegekend (J. Petit, Interest, A.P.R., 1995, p. 158, nr. 157, met verwijzing naar de rechtspraak van het Hof van Cassatie).

Bij nalatigheid van de schadelijder kan de rechtbank de loop van de interest in de tijd beperken of een lagere interestvoet toepassen (J. Petit, o.c., nr. 159). Omdat de vergoedende interest een onderdeel van de schadevergoeding is, bepaalt de rechtbank deze interest immers op onaantastbare wijze.

toepassing:

Politierechtbank te Gent, 8e Burgerlijke Kamer – 8 mei 2006, RW 2009-2010, 203, voor integrale tekst van dit vonnis zoals in kracht van gewijsde klik hier

 

Rechtspraak:

In casu dateert de minnelijke medische expertise van 8 januari 1997. Die expertise bevatte alle nodige gegevens om een volledige burgerlijke vordering te formuleren. Onderhavige vordering en beslissing zijn trouwens op die expertise gebaseerd.

Ook de strafrechter releveerde in zijn vonnis van 13 januari 1999 reeds de afwezigheid van vordering op de thans gevorderde punten (zie boven).

De medische expertise houdt niets in dat buiten de dagelijkse praktijk valt. Het opstellen van een volledige en correcte schadevordering week niet af van de dagelijkse routine en vergde slechts een normale beslagenheid.

Eiseres beschikt dan ook over geen enkel excuus om de totaliteit van haar vordering niet ineens te formuleren. De vordering voor de strafrechter getuigt niet van de zorgvuldigheid die van een normaal zorgvuldige procespartij mag worden verwacht en beantwoordde niet aan het vereiste van art. 1383 B.W. De gevolgen van die onzorgvuldigheid kunnen niet op de aansprakelijke worden afgewenteld.

Verweerster vraagt de opschorting van de interest vanaf 13 januari 1999 (datum van het vonnis van de strafrechter over de burgerlijke vordering) tot 25 juli 2003 (datum van de dagvaarding voor onderhavige vordering). Verweerster moet daarin om bovengenoemde redenen bijgevallen worden.

Uitzondering op wat hierboven werd gezegd moet worden gemaakt voor de posten medische kosten en verplaatsingen, die wel gevorderd werden en waarvoor het vonnis van 13 januari 1999 voorbehoud verleende.

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: ma, 28/09/2009 - 22:52
Laatst aangepast op: vr, 15/01/2010 - 18:57

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.