-A +A

Burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter doet de verjaring van de burgerlijke vordering van het slachtoffer ophouden te lopen tot de beëindiging van het geding

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Art. 26 van de Voorafgaande Titel Sv. bepaalt dat de burgerlijke rechtsvordering volgend uit een misdrijf verjaart volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek of van de bijzondere wetten die van toepassing zijn op de rechtsvordering tot vergoeding van schade, maar dat zij echter niet kan verjaren vóór de strafvordering.

De burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter is een wijze waarop de burgerlijke rechtsvordering in de zin van art. 2244 B.W. wordt ingeleid.

Wanneer het slachtoffer voor de strafrechter zijn vordering vóór de verjaring van de strafvordering instelt, houdt de verjaring van de burgerlijke rechtsvordering op te lopen tot de beëindiging van het geding.

Rechtspraak:

Cassatie 12 maart 2008, R.W. 2009-2010,928

Het arrest stelt vast dat de eiser zich burgerlijke partij heeft gesteld voor de onderzoeksrechter op 22 februari 2005, i.e. vooraleer de verjaringstermijn van de strafvordering verstreek, op 16 maart 2005.

Bijgevolg verantwoorden de appelrechters hun beslissing dat de burgerlijke rechtsvordering van de eiser tegen de verweerders is verjaard en dat het hof van beroep niet bevoegd is om over deze vordering uitspraak te doen, niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

 

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: zo, 24/01/2010 - 19:25
Laatst aangepast op: zo, 24/01/2010 - 19:25

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.