Ontbinding overeenkomst en stilzwijgende aanvaarding
Van zodra er kan geoordeeld worden dat beide partijen de overeenkomst als ontbonden aanzien, is er geen sprake meer van een eenzijdige of buitengerechtelijke ontbinding maar wel van een stilzwijgend akkoord om de contractuele relatie te beëindigen. Een en ander kan ook beschouwd worden als een eenzijdige afstand van contractuele rechten. door elk van de partijen
Buitengerechtelijke ontbinding of akkoord tot beëindiging van de contractuele relatie.
De meeste contracten tussen partijen houden wederzijds rechten en verplichtingen in.
De uitoefening van deze wederzijdse rechten en verplichtingen kan tot heel wat conflicten aanleiding geven.
Wanneer één van de partijen haar verplichtingen niet nakomt of haar rechten niet gerealiseerd ziet, gebeurt het meermaals dat deze eenzijdig een einde stelt aan de overeenkomst en de overeenkomst als ontbonden acht.
Maar al te vaak wordt hieruit een eenzijdige verbreking van de overeenkomst afgeleid met alle gevolgen van de buitengerechtelijke ontbinding hieraan gekoppeld. Maar of een en ander een buitengerechtelijke ontbinding is, hangt vooral af van de houding van de wederpartij.
In heel wat, zo niet het merendeel van de gevallen zal de andere partij expliciet of impliciet de ontbinding aanvaarden.
Van zodra er kan geoordeeld worden dat beide partijen de overeenkomst als ontbonden aanzien, is er geen sprake meer van een eenzijdige of buitengerechtelijke ontbinding maar wel van een stilzwijgend akkoord om de contractuele relatie te beëindigen. Een en ander kan ook beschouwd worden als een eenzijdige afstand van contractuele rechten door elk van de partijen.
Zie ter zake, Orde van Advocaten te Kortrijk, Sancties en Nietigheden, Larcier, Vormingsprogramma 2002-2003, pagina 249 en Gent, 22.04.1998, AJT 1998-1999, 670; Koophandel Brussel, 18.10.1977, BRH 1978, 201.
De expliciete aanvaarding van de ontbinding kan blijken uit elk document waarin de betrokkene nota neemt van de ontbinding, deze met zoveel woorden stelt dat zij ook de ontbinding vaststelt dan wel de verbreking, kortom, elk document waaruit zelfs impliciet kan afgeleid worden dat de opgezegde partij de contractuele relatie niet wenst voor te zetten. Een en ander kan ook blijken uit feitelijke daden, bijvoorbeeld doordat de opgezegde partij plots geen prestaties meer levert, de werkplaats of de werf verlaat, …
Deze daden, feitelijkheden of geschriften kunnen aanzien worden als een stilzwijgend akkoord ter beëindiging van de contractuele relatie.
De contractuele relatie dooft uit en alle rechten en verplichtingen verbonden aan deze contractuele relatie worden hiermee eveneens mede uitgedoofd, met uitzondering van die contractuele bepalingen met temporele werking, zijnde die bepalingen die volgens overeenkomst tussen de partijen ook nog zouden blijven gelden na de beëindiging van de overeenkomst.
In andere situaties zullen partijen die opgezegd worden of met een mededeling van ontbinding geconfronteerd worden gewoonweg niet reageren.
De zaken op hun louter beloop laten, niet onmiddellijk in de pen schieten of daden stellen maar in tegendeel een afwachtende (verstandige en doordachte) houding in nemen, waarbij ze zich op geen enkele wijze uitspreken over de contractuele relatie.
Enkel in dit geval blijven de partijen hun rechten behouden en kunnen zij deze rechten blijven uitoefenen zolang de verjaring niet is ingetreden. Concreet betekent dit dat zowel de opzeggende partij als de opgezegde partij zich alsdan nog voor de rechtbank kunnen voorzien om schadevergoedingen en vorderingen in te stellen.
In een arrest van het Hof van Cassatie van 02.05.2002 werd impliciet erkend dat partijen kunnen verzaken aan artikel 1184 B.W. waarbij dus een partij aan een andere partij kan laten weten dat de overeenkomst beëindigd wordt en dat deze beëindiging als definitief en onherroepelijk met verzaking aan rechten geschiedt van zodra er met deze ontbinding expliciet of impliciet wordt ingestemd.
Bij gebrek aan een dergelijke instemming zullen de hoven en rechtbanken dienen te beslissen of de ontbinding al dan niet terecht was waarbij de rechter bevoegd is te oordelen of een contractpartij al dan niet een fout heeft begaan door het eenzijdig beëindigen van de overeenkomst.
Nu een en ander vaak gebeurt in vrij verwarrende omstandigheden stelt zich meermaals de vraag wie heeft opgezegd of beter wie precies het contract heet verbroken. Niet alleen de fouten die door een van de partijen worden ingeroepen, kunnen door de rechter worden beoordeeld maar eveneens de omstandigheden waarin de verbreking gebeurt en de omstandigheden die met de verbreking gepaard gaan of er onmiddellijk op volgt.
Men mag de verbreking van een overeenkomst niet aanzien als een partijbeslissing. Principieel is de gerechtelijke controle mogelijk door artikel 1184 B.W.
Maar dit belet niet dat partijen na het ontstaan van het geschil expliciet of overeenkomsten kunnen afsluiten waardoor de ontbinding aanvaard wordt en vervangen door een geschreven of ongeschreven overeenkomst van beëindiging van de relaties.
Anderzijds strekt het tot aanbeveling om in een overeenkomst uitdrukkelijke ontbindende bedingen te bepalen waarbij tekortkomingen worden omschreven die van rechtswege de beëindiging van het contract inhouden.
Bovendien mag men niet uit het oog verliezen dat een opzeggende partij, lees: verbrekende partij geen fout kan verweten worden wanneer hij ruimte laat tot onderhandeling, wanneer hij zich uit op voorwaardelijke wijze, wanneer zijn uiting gepaard gaat met bepaalde opengelaten vragen, wanneer alternatieven worden voorgesteld.
De rechter zal dus in concreto het onherroepelijke, onverbiddelijke, onmiddellijke, zonder enige mogelijkheid van discussie geuite gedrag van de verbreking dienen te beoordelen.
Indien er geen sprake is van een dergelijke assertiviteit bij de onmiddellijke beëindiging, kan de mededeling aanzien worden als een dispuut eerder dan als een ontbinding, waarbij de wederpartij al dan niet en vaak ten onrechte niet op dit dispuut en de mogelijkheid tot regularisatie is ingegaan.
Toch zijn er mogelijkheden waarop een wederkerige overeenkomst zonder enig respijt, ultiem onderhandelingsvoorstel, uitstel, mogelijkheid tot dialoog (artikelen 1184 en 1244 B.W.) kan worden beëindigd. Dit met name wanneer er sprake is van extreme hoogdringendheid, met andere woorden dermate zware tekortkomingen waardoor elke verdere samenwerking of gezamenlijke uitvoering van het contract onmogelijk is worden.
- Doelgroep:
- Elfricon trefzinnen:
- Link rubrieken:
- Rechtstakken:
- Kernwoorden:
- Soort link:
- Status homepage:
- Toepassingsgebied:
- Topics:
Hebt u nog een vraag?
Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.
Andere zoekopties
U kan onze website eveneens doorzoeken met deze opties:
- A-Z index
- Chronologische lijst van recente aanpassingen
- Doelgroepen
- De zoekfunctie op trefwoord (beta)
- Op kernwoorden
- Rechtsleer
- Rapport van alle bijdragen op deze site
- Rechtspraak
- Wetgeving
- Modellen
- RSS feeds
Aanvulling
Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.
