rechtszekerheid
Het recht is instrument van mens en maatschappij. Dit impliceert dat het niet alleen afhankelijk is van plaats en tijdstip, maar zelfs ook van perceptie. Meer zelfs aanleiding kan geven tot verschillende interpretaties, tegenstrijdige opvattingen of toepassingen en lacunes.
Het recht is vervat in verdragen, wetten, rechtspraak, rechtsleer en zelfs ongeschreven gewoonten, gebruiken en algemene rechtsbeginselen.
Daarrnaast wordt het recht getoest aan idelaen. Idealen die weliswaar nooit volledig kunnen bereikt worden door de menselijke beperkingen. Eén ervan is rechtszekerheidsbeginsel.
Dit beginsel behelst:
• dat de burger in elke situatie het recht kan kennen dat op zijn zaak of handelen toepasselijk is
• dat hij het vertrouwen kan hebben in medeburger of overheid dat dit recht zal gerespecteerd worden en bij gebreke hieraan door de rechterlijke macht kan afgedwongen worden
• dat hij in alle redelijkheid door de toegankelijke kennis van het recht de uitspraak van de rechter kan voorspellen
De rechtszekerheid is inherent aan de rule of law en staat tegenover rechtsonzekerheid of willekeur.
Bart Van Den Bergh, Recht zoekt zekerheid, RW 2010-2011, 346.
• Cass. 01/03/2010, RW 2010-2011, 1092
Samenvatting:
Het recht op rechtszekerheid kan principieel door de burger niet worden ingeroepen contra legem. Het legaliteitsbeginsel als uitgedrukt in art. 159 GW heeft een relatieve waarde, en impliceert dat er een afweging gemaakt moet worden ten aanzien van andere toepasselijke beginselen, waaronder het beginsel van rechtszekerheid en het vertrouwensbeginsel. De werking van algemene beginselen van behoorlijk bestuur is niet beperkt tot loutere aanvulling.
Stedenbouwkundig inspecteur van het Vlaamse Gewest, t/ V.F. en N.C.
I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 25 maart 2009 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen.
...
III. Beslissing van het Hof
Beoordeling
1. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur sluiten het recht op rechtszekerheid in. Dit houdt onder meer in dat de burger moet kunnen vertrouwen op de openbare diensten en erop moet kunnen rekenen dat zij regels in acht nemen en een standvastig beleid volgen dat de burger niet anders kan opvatten.
2. Het recht op rechtszekerheid kan echter door de burger niet worden ingeroepen indien dat beginsel leidt tot een beleid dat tegen de wettelijke bepalingen ingaat.
3. Wanneer het bestuur de onwettigheid opwerpt van een besluit waarop de rechtzoekende zich baseert tot staving van de door hem ingeroepen rechtszekerheid, moet de rechter nagaan in welke mate dit besluit redelijke verwachtingen heeft gecreëerd. De wettigheid van het betrokken besluit moet hij hierbij in zijn beoordeling betrekken.
4. Bij het onderzoek naar de actualiteit van de titel waarop het bestuur zich baseert om een veroordeling uit te voeren, kan de beslagrechter op grond van de rechtszekerheid een later genomen regularisatiebesluit dat nog niet vernietigd is, in zijn beoordeling betrekken. Dit laat hem evenwel niet toe om zonder meer de door het bestuur opgeworpen exceptie van onwettigheid van het regularisatiebesluit te verwerpen. De vraag naar de wettigheid van een regularisatiebesluit kan determinerend zijn voor de rechtszekerheid en voor de redelijke verwachtingen van de rechtzoekende.
5. De appelrechters oordelen, zonder enig onderzoek naar de wettigheid van de toegekende regularisatie, dat de exceptie van onwettigheid van de regularisatievergunning moet wijken voor de rechtszekerheid die in de hiërarchie van de normen op gelijke voet staat met de wettigheid van de norm.
Zij schenden aldus de in het onderdeel aangewezen wettelijke bepalingen.
Het onderdeel is gegrond.
Tweede onderdeel
...
7. De omstandigheid dat de gemachtigd ambtenaar geen hoger beroep heeft ingesteld tegen een regularisatiebeslissing van de bestendige deputatie van de provincie Limburg en de termijn heeft laten verstrijken om hoger beroep in te stellen bij de Vlaamse regering, houdt nog niet noodzakelijk in dat de overheid berust heeft en een toestand die indruist tegen de openbare orde heeft aanvaard. Dit is niet anders wanneer een zekere tijd verstreken is sedert de, volgens het bestuur onwettige, regularisatie werd verleend.
8. Het arrest kon uit de in het arrest gegeven omstandigheden niet afleiden dat de overheid heeft berust en derhalve misbruik van recht zou plegen of het beginsel van de rechtszekerheid miskennen door vooralsnog dwangsommen per dag vertraging te eisen.
Het onderdeel is gegrond.
...
NOOT – Beginselen van behoorlijk bestuur: eindelijk grondwettelijke waarde? Werner Vandenbruwaene, RW 2010-2011, 1092
- Doelgroep:
- Elfricon trefzinnen:
- Link rubrieken:
- Rechtstakken:
- Kernwoorden:
- Soort link:
- Toepassingsgebied:
Hebt u nog een vraag?
Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.
Andere zoekopties
U kan onze website eveneens doorzoeken met deze opties:
- A-Z index
- Chronologische lijst van recente aanpassingen
- Doelgroepen
- De zoekfunctie op trefwoord (beta)
- Op kernwoorden
- Rechtsleer
- Rapport van alle bijdragen op deze site
- Rechtspraak
- Wetgeving
- Modellen
- RSS feeds
Aanvulling
Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.
