-A +A

loonbescherming

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

12 APRIL 1965. - Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers.
 

HOOFDSTUK I. _ Werkingssfeer
Artikel 1. Deze wet is van toepassing op de werknemers en op de werkgevers.
Voor de toepassing van deze wet worden gelijkgesteld
1° met werknemers: de leerlingen, alsook de personen, die, anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst, tegen loon arbeid verrichten onder het gezag van een ander persoon;
2° met werkgevers: de personen die de onder 1° bedoelde personen tewerkstellen.
Ieder die geheel of gedeeltelijk beloond wordt met fooien of bedieningsgeld wordt, behoudens tegenbewijs, geacht werknemer te zijn in de zin van dit artikel.
Deze wet doet geen afbreuk aan gunstiger bijzondere regelingen die voor bepaalde categorieën van werknemers zijn of zullen worden getroffen door of krachtens een andere wet.
Art. 1bis. <Ingevoegd bij W 1999-04-07/32, art. 23; Inwerkingtreding : 01-01-2000> Deze wet is niet van toepassing op de werknemers aangeworven in het kader van een PWA-arbeidsovereenkomst.
Art. 2. Deze wet verstaat onder "loon" :
1° het loon in geld waarop de werknemer ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste van de werkgever;
2° de fooien of het bedieningsgeld waarop de werknemer recht heeft ingevolge zijn dienstbetrekking of krachtens het gebruik;
3° de in geld waardeerbare voordelen waarop de werknemer ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste van de werkgever.
De Koning kan, op voorstel van de Nationale Arbeidsraad, het begrip "loon", zoals omschreven in het eerste lid, uitbreiden.
(Voor de toepassing van deze wet, moeten evenwel niet als loon worden beschouwd :
1° de vergoedingen rechtstreeks of onrechtstreeks door de werkgever betaald :
a) als vakantiegeld;
b) die moeten worden beschouwd als een aanvulling van de vergoedingen verschuldigd tengevolge van een arbeidsongeval of een beroepsziekte;
c) die moeten worden beschouwd als een aanvulling van de voordelen toegekend voor de verschillende takken van de sociale zekerheid;
2° de uitkeringen in speciën of in aandelen, of deelbewijzen aan de werknemers, overeenkomstig de toepassing van de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen.) <W 2001-05-22/33, art. 32, 010; Inwerkingtreding : 29-12-2001, met dien verstande dat de eerste verdeelbare winst deze is van het boekjaar met afsluitdatum ten vroegste op 31 december 2001>
HOOFDSTUK II. _ Bescherming van het loon
Art. 3. Het is de werkgever verboden de vrijheid van de werknemer om naar goeddunken over zijn loon te beschikken, op enigerlei wijze te beperken.
Art. 3bis. <Ingevoegd bij W 2002-06-26/55, art. 81; ED : onbepaald> De werknemer heeft recht op de betaling, door de werkgever, van het hem verschuldigde loon. Dit recht op de betaling van het loon heeft betrekking op het loon, vooraleer de in artikel 23 bedoelde inhoudingen in mindering zijn gebracht.
Art. 4. Het loon in geld moet worden uitbetaald in munt die wettelijk gangbaar is in België, wanneer de werknemer er zijn activiteit uitoefent.
Wanneer deze activiteit wordt uitgeoefend in het buitenland, moet het loon in geld, op verzoek van de werknemer, geheel of gedeeltelijk worden uitbetaald, hetzij in munt die wettelijk gangbaar is in België, hetzij in munt die wettelijk gangbaar is in het land waar de werknemer zijn activiteit uitoefent.
De werkgever dient ervoor te waken dat de wisselwaarborg die hij verkrijgt voor zijn bestelling of aanbesteding, uitgebreid wordt tot het loon van de werknemer.
Art. 5. <W 1985-06-27/32, art. 1, 003> § 1. De uitbetaling van het loon in geld moet gebeuren hetzij van hand tot hand, hetzij in giraal geld.
(Indien de uitbetaling van het loon van hand tot hand gebeurt, moet de werkgever een kwitantie van deze uitbetaling aan de werknemer ter ondertekening voorleggen.) <W 1992-06-26/30, art. 110, 007; Inwerkingtreding : 10-07-1992>
§ 2. Voor de werknemers tewerkgesteld in de openbare sector gebeurt de uitbetaling van het loon in geld, in giraal geld mits de schriftelijke toestemming van de werknemers.
§ 3. Voor de werknemers tewerkgesteld in de privé-sector wordt de beslissing genomen door de ondernemingsraad om de uitbetaling van het loon in geld te laten gebeuren volgens een van de bij § 1 voorziene modaliteiten.
Bij ontstentenis van een ondernemingsraad of een eenparige beslissing die door deze raad is genomen, kan de uitbetaling volgens de bij § 1 voorziene modaliteiten voortvloeien uit een akkoord tussen de werkgever enerzijds en de syndicale afvaardiging anderzijds, of bij ontstentenis van deze laatste, de meerderheid van de werknemers.
Bij ontstentenis van een beslissing genomen in toepassing van de vorige leden gebeurt de uitbetaling van het loon in geld, met de schriftelijke toestemming van de werknemers, in giraal geld. Bij ontstentenis van dergelijk akkoord gebeurt de uitbetaling van hand tot hand.
§ 4. De bij § 3 bedoelde beslissingen en akkoorden moeten de uitbetalingswijzen die in de onderneming van toepassing zijn, de modaliteiten en de termijnen van verandering van de uitbetalingswijze aanduiden.
De post- of banktaks mag niet worden afgetrokken van het loon.
§ 5. Bij uitbetaling in giraal geld stelt de Koning de toegelaten uitbetalingswijzen vast alsmede het ogenblik vanaf wanneer het loon geacht wordt te zijn uitbetaald aan de werknemer.
§ 6. Wanneer het loon van de werknemer of zijn bank- of postcheckrekening waarop zijn loon wordt gestort het voorwerp uitmaakt van beslag of overdracht, gebeurt de uitbetaling van het gedeelte van het loon dat niet voor overdracht of beslag vatbaar is (op verzoek van de werknemer) van hand tot hand, door middel van een postassignatie of volgens een andere wijze van betaling die door de Koning wordt bepaald. <W 2004-06-14/37, art. 2, 013; Inwerkingtreding : onbepaald au plus tard 01-07-2005>
Na het advies van de Nationale Arbeidsraad te hebben ingewonnen, stelt de Koning de procedure vast waarmee de werkgever van de overdracht van of het beslag op de rekening van de werknemer in kennis wordt gesteld.
Art. 6. § 1. Een gedeelte van het loon mag in natura worden uitbetaald, wanneer deze wijze van betaling gebruikelijk of wenselijk is wegens de aard van de betrokken bedrijfstak of het betrokken beroep.
Dit gedeelte wordt schriftelijk geschat en ter kennis van de werknemer gebracht bij zijn indienstneming.
Het mag een vijfde van het totale bruto-loon niet overschrijden.
Het mag twee vijfde niet overschrijden, wanneer de werkgever een huis of een appartement ter beschikking van de werknemer stelt.
Het mag de helft niet overschrijden wanneer het de volgende werknemers betreft, die volledig bij de werkgever gehuisvest en gevoed worden:
1° het huispersoneel;
2° de huisbewaarders;
3° de leerlingen of de stagiairs.
§ 2. Als loon in natura mogen alleen worden verstrekt:
1° huisvesting;
2° gas, elektriciteit, water, verwarming en brandstof;
3° het genot van een grond;
4° voedsel gebruikt op de plaats waar de arbeid wordt verricht;
5° gereedschap, dienst- of werkkleding en het onderhoud ervan, voor zover de werkgever krachtens een wets- of reglementsbepaling niet verplicht is die te verstrekken of te onderhouden:
6° het voor de arbeid nodige materieel of materiaal dat ten laste van de werknemer is overeenkomstig zijn dienstbetrekking of het gebruik.
Het loon in natura mag geen sterke drank en geen voor de gezondheid van de werknemer en zijn gezin schadelijke produkten omvatten.
§ 3. Bij de betaling in natura mag de werkgever geen winst nastreven.
De voordelen genoemd in § 2, 2°, 5° en 6°, moeten worden geraamd tegen de kostprijs, die in geen geval meer dan de normale handelswaarde mag bedragen.
De waarde van de voeding alsook van de huisvesting behalve die waarvan sprake in § 1, vierde lid, moet forfaitair worden geraamd op de bedragen, bepaald voor de berekening van de bijdragen voor de sociale zekerheid. In dat geval is de levering van elektriciteit, verwarming en water begrepen in de forfaitaire raming.
Behalve voor de in het vorige lid bedoelde voeding en huisvesting, is het bewijs dat het bepaalde in deze paragraaf in acht is genomen, ten laste van de werkgever.
§ 4. Op voorstel van het bevoegde paritair comité, (...) of van de Nationale Arbeidsraad kan de Koning voor bepaalde categorieën van werknemers of ingevolge de in sommige beroepen gevestigde gewoonten, afwijken van het bepaalde in § 1, derde, vierde en vijfde lid, en in § 2, eerste lid. <KB 1-3-1971, art. 16, 1°>
Art. 7. De werkgever en zijn aangestelden mogen tegen de werknemer slechts een rechtsvordering tot betaling instellen voor leveringen gedaan of diensten verleend:
1° overeenkomstig de hiernavolgende bepalingen van de wet van 15 mei 1956 betreffende de diensten voor personeelszorg:
a) artikel 1, b), voor de werknemers der openbare diensten;
b) artikel 3, tweede lid, voor de andere werknemers;
2° voor de door de werknemer uitgeoefende handel.
Art. 8. Behoudens tegenbewijs worden de leveringen en de diensten aan de werknemer in het kader van artikel 7 gedaan of verleend door de echtgenoot of de kinderen van de werkgever of van diens aangestelden of door enig persoon die bij de werkgever, bij diens aangestelden of onderaannemers inwoont, vermoed door de werkgever zelf of zijn aangestelden te zijn gedaan of verleend.
Worden evenzo vermoed aan de werknemer te zijn gedaan of verleend, de leveringen en de diensten aan zijn echtgenoot en aan zijn kinderen alsmede aan de personen die bij hem inwonen.
Art. 9. Het loon moet op gezette tijden, ten minste tweemaal in de maand, met een tussenpoos van ten hoogste zestien dagen, worden uitbetaald, behalve wat betreft:
1° het loon van de bedienden, dat ten minste om de maand moet worden uitbetaald;
2° het commissieloon van de handelsvertegenwoordigers, uitbetaald volgens de bepalingen van de wet tot instelling van het statuut van de handelsvertegenwoordigers;
3° het commissieloon van andere werknemers dan de handelsvertegenwoordigers, dat ten minste om de drie maanden moet worden uitbetaald.
4° de aandelen in de winst en andere gelijksoortige prestaties, waarvan de betaling geschiedt overeenkomstig het akkoord tussen partijen, het werkplaatsreglement of enig ander vigerend reglement.
Bij vooruitbetaling moet het bedrag bij benadering overeenstemmen met het verschuldigde netto-loon.
In de gevallen waarin het loon ten minste tweemaal in de maand moet betaald worden, moet een van die betalingen een definitieve betaling uitmaken van het loon van de maand.
Voor de werknemers die betaald worden tegen tariefloon, taakloon of akkoordloon moet evenwel een gedeeltelijk of definitieve betaling ten minste om de maand geschieden.
(Van het bepaalde in het eerste lid kan worden afgeweken bij beslissing van het bevoegde paritair comité door de Koning algemeen verbindend verklaard.) <KB 1-3-1971, art. 16, 2°>
(Onverminderd het bepaalde in het eerste en derde lid, moet het loon worden uitbetaald op de tijdstippen en binnen de termijnen die worden bepaald door een collectieve arbeidsovereenkomst.
Bij ontstentenis van een collectieve arbeidsovereenkomst, moet het loon worden uitbetaald op de tijdstippen en binnen de termijnen die zijn vastgesteld in het arbeidsreglement of in enig ander vigerend reglement; de bepalingen van deze reglementen mogen de datum van uitbetaling van het loon niet later vaststellen dan de zevende werkdag na de arbeidsperiode waarover de uitbetaling geschiedt.
Bij ontstentenis van een collectieve arbeidsovereenkomst of van bepalingen in het arbeidsreglement of in enig ander vigerend reglement, moet het loon uiterlijk worden uitbetaald op de vierde werkdag na de arbeidsperiode waarvoor de uitbetaling geschiedt.) <W 1985-06-27/32, art. 2, 003>
Art. 9bis. <KBN225 7-12-1983,art. 13> § 1. Bij toepassing van artikel 26bis van de Arbeidswet van 16 maart 1971 moet het gewone loon voor elk uur dat verricht werd boven de grens van 40 uren of boven een lagere grens, zoals vastgesteld ingevolge een collectieve arbeidsovereenkomst, betaald worden op hetzelfde ogenblik en vastgesteld worden op dezelfde manier als het loon dat verschuldigd is voor de betaalperiode gedurende dewelke de inhaalrust is toegekend geworden.
Wanneer de inhaalrust wegens het bepaalde in artikel 26bis, § 3, vierde lid, van dezelfde wet niet wordt toegekend, wordt het loon dat verschuldigd blijft betaald op het einde van de in dat lid bepaalde termijn van zes maanden en wordt het op dezelfde manier vastgesteld als het loon dat op dat ogenblik zou verschuldigd geweest zijn.
Wanneer de inhaalrust niet kan worden toegekend vóór het einde van de opzeggingstermijn of vóór het einde van de overeenkomst voor een bepaalde tijd of een duidelijk omschreven werk of wanneer zonder opzegging een einde wordt gemaakt aan een overeenkomst voor onbepaalde tijd, moet het loon overeenkomstig artikel 11 worden betaald en moet het op dezelfde manier worden vastgesteld als het loon dat verschuldigd is of zou verschuldigd geweest zijn op het ogenblik van het einde van de arbeidsovereenkomst.
§ 2. In geval overwerk wordt verricht dat recht geeft op overloon overeenkomstig artikel 29 van dezelfde wet, moet het overloon betaald worden volgens de bepalingen van artikel 9 van deze wet.
Art. 9ter. <W 1985-01-22/30,art. 85, 002> In geval van toepassing van artikel 20bis van de arbeidswet van 16 maart 1971, heeft de werknemer bij elke betaalperiode recht op het gewone loon voor de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur vastgesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomst.
Wanneer op de dag dat de arbeidsovereenkomst een einde neemt of op het einde van de bij collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde periode, de werknemer minder heeft gewerkt dan de overeengekomen gemiddelde arbeidsduur, blijft het hem uitbetaalde loon verworven en kan het niet in mindering worden gebracht van het nog verschuldigde loon.
Heeft hij daarentegen meer uren gepresteerd, dan is hem het loon voor die meer gepresteerde arbeidsuren verschuldigd.
Art. 9quater. <W 1985-01-22/30, art. 84, § 1, 002> Bij toepassing van een arbeidsstelsel op basis van artikel (20, § 2, 20bis, en 26bis van de arbeidswet van 16 maart 1971) (en van artikel 11bis, derde lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten), moet de werknemer worden ingelicht over de staat van zijn prestaties met betrekking tot de dagelijkse en de wekelijkse arbeidsduur die hij moet verrichten. <W 1985-01-22/30, art. 84, § 2, 002> <W 1989-12-22/31, art. 184, 004; Inwerkingtreding : 09-01-1990>
(De Koning stelt de nadere regelen voor de toepassing van dit artikel vast.) <W 1985-01-22/30, art. 84, § 3, 002>
Art. 9quinquies. (ingevoegd bij W 1989-12-22/31, art. 185) De bepalingen van artikel 9ter zijn eveneens van toepassing op de werknemer die deeltijds is tewerkgesteld in een variabele werkregeling zoals bedoeld bij artikel 11bis, derde lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
De bepalingen van het vorige lid hebben evenwel enkel betrekking op de betaling van het gewone loon voor de arbeidsduur zoals overeengekomen in de arbeidsovereenkomst.
Art. 10. <W 2002-06-26/55, art. 82, 011; Inwerkingtreding : onbepaald> Voor het loon is van rechtswege rente verschuldigd met ingang van het tijdstip waarop het eisbaar wordt.
Die rente wordt berekend op het loon, vooraleer de in artikel 23 bedoelde inhoudingen in mindering zijn gebracht.
Art. 11. Wanneer de dienstbetrekking een einde neemt, moet het nog verschuldigde loon onverwijld worden uitbetaald en uiterlijk op de eerste betaaldag die volgt op de datum waarop de dienstbetrekking eindigt, onverminderd, wat betreft de handelsvertegenwoordigers, het bepaalde in de wet tot instelling van hun statuut.
In zodanig geval moet de uitbetaling van het nog verschuldigde loon, indien de werknemer het verzoekt, door tussenkomst van (DE POST) of een bank worden uitbetaald. <W 1991-03-21/30, art. 130, 005; Inwerkingtreding : 01-10-1992>
De post- of banktaks mag niet worden afgetrokken van het loon.
Art. 12. De kwijting voor afrekening door de werknemer afgegeven bij het einde van de dienstbetrekking, sluit generlei afstand van zijn rechten in.
Zij geldt slechts als ontvangstbewijs.
Art. 13. Het loon moet derwijze worden uitbetaald dat de werknemer zich niet tijdens een gewone rustdag moet verplaatsen.
Art. 14. De uitbetaling van hand tot hand moet, behoudens akkoord van partijen, gedaan worden op de plaats waar de arbeid wordt verricht of in de onmiddellijke nabijheid ervan.
Behalve voor de daarin te werk gestelde werknemers, mag de uitbetaling in geen geval geschieden:
1° in een kantine, in een lokaal waar dranken, eetwaren of enigerlei goederen worden verkocht;
2° in vermaakgelegenheden;
3° in lokalen palend aan de onder 1° en 2° genoemde plaatsen of in de aanhorigheden daarvan.
Art. 15. Bij elke definitieve betaling wordt aan de werknemer een afrekening overhandigd.
Binnen zes maanden na de inwerkingtreding van deze wet bepalen de paritaire comités welke gegevens dat stuk moet bevatten.
Deze beslissingen van de paritaire comités kunnen door de Koning algemeen verbindend worden verklaard (...) <KB 1-3-1971, art. 16, 3°.>
Wanneer de paritaire comités in gebreke blijven, of wanneer er geen paritair comité bestaat, neemt de Koning de in het tweede lid bedoelde maatregelen op advies van de Nationale Arbeidsraad.
Art. 16. Zelfs op grond van een volmacht of van een mondelinge of schriftelijke, algemene of bijzondere, al dan niet beloonde lastgeving, is het verboden:
1° aan de werkgever, aan zijn echtgenoot, aan zijn kinderen of de personen die bij hem inwonen, of aan zijn aangestelden het loon van de werknemer te overhandigen aan:
a) de exploitant, de houder, de zaakvoerder of de vergunninghouder van een kantine, van een lokaal waar dranken, eetwaren of enigerlei goederen worden verkocht, of van een vermaakgelegenheid;
b) de echtgenoot, de kinderen of de personen die bij hem inwonen, of de aangestelden van de onder a) bedoelde personen;
c) ieder die bij een van de onder a) genoemde personen inwoont;
2° aan de onder 1°, a), b) en c), bedoelde personen het loon van de werknemer in ontvangst te nemen.
Art. 17. Het is aan een ieder verboden, zelfs indien hij handelt op grond van een volmacht of van een mondelinge of schriftelijke, algemene of bijzondere lastgeving:
1° er een gewoonte van te maken aan de werknemer zelfs om niet een geldvoorschot te geven en vervolgens van de werkgever of van zijnentwege het loon van die werknemer in ontvangst te nemen;
2° er een gewoonte van te maken tegen vergoeding het loon van de werknemer in ontvangst te nemen.
Art. 18. (.....) Het is de werkgever verboden aan de geheel of gedeeltelijk met fooien of bedieningsgeld betaalde werknemer, bij zijn indiensttreding, tijdens zijn dienstbetrekking of bij het beëindigen ervan, onder enige benaming van kosten of anderzins, en voor welk doel ook, stortingen op de te zijnen behoeve overhandigde fooien of bedieningsgeld op te leggen of hierop andere dan wettelijke toegelaten inhoudingen te doen, of de dienstbetrekking of de voortzetting ervan afhankelijk te stellen van enigerlei storting. <KB 1-3-1971, art. 16, 4° en 5°.>
§ 2. (.....) <KB 1-3-1971, art. 16, 5°.>
HOOFDSTUK III. _ Meting van de arbeid.
Art. 19. <W 16-6-1970/27, art. 32, § 7, 1°> Wanneer bij het meten van de arbeid der werknemers voor de bepaling van hun loon gebruik wordt gemaakt van lengte-, vlakte-, inhouds- of volume-eenheden, is het verboden andere eenheden te bezigen dan die welke zijn vastgesteld bij of krachtens de wet betreffende de meeteenheden, de meetstandaarden en de meetwerktuigen.
Overeenkomstig de bepalingen van die wet en de bepalingen die ter uitvoering ervan zijn vastgesteld, worden de gebezigde meetwerktuigen geijkt en voorzien van merken of tekens, of zijn zij vergezeld van getuigschriften ten bewijze van die ijking.
Art. 20. <W 16-6-1970/27, art. 32, § 7, 2°> Met het oog op de bepaling van het loon der werknemers kan de Koning, na advies van de Nationale Arbeidsraad:
a) voor bepaalde bedrijfstakken het gebruik verbieden van meeteenheden die niet behoren tot het wettelijk stelsel van de meeteenheden;
b) de ijking voor andere dan de in artikel 19 vermelde meetwerktuigen, alsook het aanbrengen van merken of tekens of het afgeven van getuigschriften ten bewijze van die ijking voorschrijven;
c) voor bepaalde bedrijfstakken het gebruik van bijzondere meetwerktuigen opleggen.
De wijze van ijking van de werktuigen, bedoeld in het eerste lid, b en c, alsook de eisen waaraan zij moeten voldoen, worden door de Koning vastgesteld.
Art. 21. <W 16-6-1970, art. 32, § 7, 3°> De in de artikelen 19 en 20 bedoelde verrichtingen worden gedaan door hen die belast zijn met de uitvoering van de wet betreffende de meeteenheden, de meetstandaarden en de meetwerktuigen.
Art. 22. Niettegenstaande elke strijdige overeenkomst heeft de werknemer altijd het recht toezicht uit te oefenen op het meten, het wegen of elke andere verrichting dienend om de hoeveelheid of de hoedanigheid van de verrichte arbeid vast te stellen en alzo het bedrag van het loon te bepalen.
HOOFDSTUK IV. - Inhoudingen op het loon.
Art. 23. Op het loon van de werknemer mogen alleen in mindering worden gebracht:
1° de inhoudingen krachtens de belastingwetgeving, de wetgeving op de sociale zekerheid en krachtens particuliere of collectieve overeenkomsten betreffende bijkomende voordelen inzake sociale zekerheid;
2° de krachtens het werkplaatsreglement opgelegde geldboeten;
(3° de vergoedingen en schadeloosstellingen, verschuldigd ter uitvoering van artikel 18 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, en van artikel 24 van de wet van 1 april 1936 op de arbeidsovereenkomst wegens dienst op binnenschepen en van artikel 5 van de wet van 10 februari 2003 betreffende de aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen.) <W 2003-02-10/34, art. 7, 012; Inwerkingtreding : 09-03-2003>
4° de voorschotten in geld verstrekt door de werkgever;
5° de gestelde borg voor het nakomen der verplichtingen van de werknemer.
Het totaal van de inhoudingen mag niet meer bedragen dan één vijfde van het bij elke uitbetaling verschuldigde loon in specie na aftrek van de inhoudingen op grond van de belastingwetgeving, van de wetgeving op de sociale zekerheid en van particuliere of collectieve overeenkomsten betreffende bijkomende voordelen inzake sociale zekerheid.
Deze beperking is echter niet van toepassing wanneer de werknemer bedrog heeft gepleegd of vóór de afrekening van de in het eerste lid, 3°, bedoelde vergoedingen en schadeloosstellingen vrijwillig zijn dienstbetrekking heeft beëindigd.
HOOFDSTUK V. - (.....) <W 10-10-1967, art. 2, art. 35, 31°>.
Art. 24. (.....) <W 10-10-1967, art. 2, art. 35, 31°>.
Art. 25. (.....) <W 10-10-1967, art. 2, art. 35, 31°>.
Art. 26. (.....) <W 10-10-1967, art. 2, art. 35, 31°>.
HOOFDSTUK VI. - Procedure betreffende de overdracht van het loon.
Art. 27. De overdracht van het loon moet gebeuren bij een akte onderscheiden van die welke de hoofdverbintenis waarvan zij uitvoering waarborgt, bevat.
Die akte wordt opgemaakt in zoveel exemplaren als er partijen zijn met een onderscheiden belang.
(In de gevallen waarin de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet toepasselijk is, moeten de bepalingen van de artikelen 28 tot 32 in de akte voorkomen.) <W 1991-06-12/30, art. 113, 006; Inwerkingtreding : onbepaald>
De bepalingen van dit artikel zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid.
Art. 28. Bij gebreke van verzet door de overdrager overeenkomstig artikel 29 heeft de overdracht gevolg, nadat de overnemer:
1° aan de overdrager kennis heeft gegeven van zijn voornemen de overdracht uit te voeren;
2° aan de gecedeerde schuldenaar een afschrift van de onder 1° bedoelde kennisgeving heeft gezonden;
3° na het verstrijken van de termijn van verzet, aan de gecedeerde schuldenaar een eensluidend verklaard afschrift van de akte van overdracht heeft gezonden.
++++++++++++++++++++
TOEKOMSTIGE WETTEKST
--------------------
Art. 28bis. <Ingevoegd bij KB 2004-12-27/41, art. 6; Inwerkingtreding : onbepaald> De aanzegging bedoeld in artikel 28, 1°, bevat, op straffe van nietigheid, het aangifteformulier voor kind ten laste, waarvan het model bepaald is door de Minister van Justitie.
++++++++++++++++++++
Art. 29. Binnen tien dagen na de verzending van de in artikel 28, 1°, bedoelde kennisgeving kan de overdrager zich verzetten tegen het voornemen tot uitvoering van de overdracht, mits hij daarvan kennis geeft aan de gecedeerde schuldenaar.
Binnen vijf dagen na de verzending van de brief van de overdrager moet de gecedeerde schuldenaar de overnemer daarvan in kennis stellen.
In geval van verzet mag de gecedeerde schuldenaar niets inhouden van het loon ter uitvoering van de overdracht, zolang deze niet bekrachtigd is overeenkomstig artikel 31.
++++++++++++++++++++
TOEKOMSTIGE WETTEKST
--------------------
Art. 29. Binnen tien dagen na de verzending van de in artikel 28, 1°, bedoelde kennisgeving kan de overdrager zich verzetten tegen het voornemen tot uitvoering van de overdracht, mits hij daarvan kennis geeft aan de gecedeerde schuldenaar.
(Binnen dezelfde termijn, kan de overdrager de verhoging doen gelden van de bedragen die niet mogen worden overgedragen overeenkomstig artikel 1409, § 1, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek door het formulier terug te zenden naar de overgedragen schuldenaar waarvan sprake in artikel 28bis vergezeld van de relevante bewijsstukken.) <KB 2004-12-27/41, art. 7, 014; Inwerkingtreding : onbepaald>
Binnen vijf dagen na de verzending van de brief van de overdrager moet de gecedeerde schuldenaar de overnemer daarvan in kennis stellen.
In geval van verzet mag de gecedeerde schuldenaar niets inhouden van het loon ter uitvoering van de overdracht, zolang deze niet bekrachtigd is overeenkomstig artikel 31.
++++++++++++++++++++
Art. 30. Op straffe van nietigheid geschieden alle in de artikelen 28 en 29 bedoelde kennisgevingen, bij ter post aangetekende brief of bij deurwaardersexploot, waarvan de kosten ten bezware blijven van degene die ze gemaakt heeft.
Art. 31. In geval van verzet roept de overnemer de overdrager bij aangetekende brief, toegezonden door een deurwaarder, voor de vrederechter van het kanton van de woonplaats van de overdrager, ten einde de overdracht te horen bekrachtigen.
De vrederechter beslist in laatste aanleg, ongeacht het bedrag van de overdracht. Bij bekrachtiging kan de overdracht door de gecedeerde schuldenaar worden uitgevoerd op eenvoudige kennisgeving die hem door de griffier wordt gedaan binnen vijf dagen te rekenen van het vonnis.
++++++++++++++++++++
TOEKOMSTIGE WETTEKST
--------------------
Art. 31bis. <Ingevoegd bij KB 2004-12-27/41, art. 8; Inwerkingtreding : onbepaald> Bij aangifte van een kind ten laste, gaat de overgedragen schuldenaar te werk als volgt.
Wanneer de overdrager een stuk aanbrengt dat tot genoeg van recht de hoedanigheid van kind ten laste anntoont, wordt hier rekening mee gehouden bij de inhouding van het loon, behoudens de mogelijkheid van de overnemer om de zaak aanhangig te maken bij de beslagrechter als bedoeld in het volgende lid.
Als de overdrager zijn aangifte staaft met andere bewijsmiddelen, beoordeelt de overnemer de relevantie ervan. Als hij de aanspraken van de overdrager niet kan erkennen, doet hij hiervan aangifte bij de griffie van de beslagrechtbank. Voor de verdere rechtspleging, wordt gehandeld overeenkomstig artikel 1408, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek.
++++++++++++++++++++
Art. 32. Wanneer de dienstbetrekking van de overdrager eindigt voordat de inhoudingen het bedrag van de door de vrederechter bekrachtigde overdracht hebben bereikt, zendt de gecedeerde schuldenaar de in artikel 31, tweede lid, bedoelde kennisgeving door aan de overnemer, met vermelding van het totaal der ingehouden bedragen.
De bekrachtiging behoudt haar gevolgen en de overdracht kan door iedere nieuwe werkgever worden uitgevoerd ten belope van het oorspronkelijke bedrag, verminderd met de reeds ingehouden bedragen, mits de overnemer bij een ter post aangetekende brief de bekrachtigingsbeslissing van de vrederechter en de opgave van de reeds ingehouden bedragen ter kennis van de nieuwe werkgever brengt.
Art. 33. Wanneer de dienstbetrekking van de overdrager eindigt voordat de inhoudingen het bedrag van de overdracht hebben bereikt of wanneer het bedrag van de overdracht is bereikt, bezorgt de gecedeerde schuldenaar een staat van de periodieke inhoudingen en het totale bedrag aan de overdrager.
Art. 34. Dit hoofdstuk is niet van toepassing wanneer de overdracht van het loon in een authentieke akte is vastgesteld.
Art. 35. De bepalingen in hoofdstukken V en VI zijn van toepassing op de prestaties, bedoeld in artikel 2, laatste lid, 1°.
De bepalingen van artikel 8 van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders zijn toepasselijk op de in artikel 2, laatste lid, 2° en 3°, vermelde prestaties.
HOOFDSTUK VII. - Toezicht
Art. 36. De werkgevers, met uitzondering van de door artikel 1, tweede lid, 2°, bedoelde personen, moeten zich schikken naar de bepalingen van de besluiten genomen ter uitvoering van (het koninklijk besluit nr 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten). <W 1998-02-13/32, art. 59, 009; Inwerkingtreding : 01-03-1998>
De Koning kan het geheel of een deel van de bepalingen van (het voormelde koninklijk besluit nr 5 van 23 oktober 1978) en van de uitvoeringsbesluiten ervan toepasselijk maken op de door artikel 1, tweede lid, 2°, bedoelde personen. <W 1998-02-13/32, art. 59, 009; Inwerkingtreding : 01-03-1998>
Art. 37. <W 1989-12-22/31, art. 205, 004; Inwerkingtreding : 09-01-1990> Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, houden de door de Koning aangewezen ambtenaren toezicht op de naleving van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie.
Art. 38. <W 1989-12-22/31, art. 205, 004; Inwerkingtreding : 09-01-1990> Bovendien mogen deze ambtenaren bij de uitoefening van hun opdracht op elk ogenblik van de dag of van de nacht, zonder voorafgaande verwittiging, vrij binnengaan in alle werkplaatsen of andere plaatsen waar het loon wordt uitbetaald, evenals in de lokalen waar men gebruik maakt van toestellen onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 19 en 20.
Tot de bewoonde lokalen hebben zij evenwel enkel toegang wanneer de rechter in de politierechtbank vooraf toestemming heeft verleend.
Art. 39. (opgeheven) <W 1989-12-22/31, art. 205, 004; Inwerkingtreding : 09-01-1990>
Art. 40. (opgeheven) <W 1989-12-22/31, art. 205, 004; Inwerkingtreding : 09-01-1990>
Art. 41. Zullen door de keurders der maten en gewichten worden in beslag genomen en zullen worden verbeurd verklaard en vernietigd, de valse maten en gewichten en alle valse meet- of weegtoestellen alsook de gewichten, maten en toestellen die niet voldoen aan de eisen van deze wet.
Zullen door de ambtenaren voor de keuring of het toezicht aangesteld, worden in beslag genomen en teruggegeven na het vonnis, de toestellen die geen andere onregelmatigheden dan het ontbreken der keurmerken zouden vertonen.
HOOFDSTUK VIII. - Strafbepalingen.
Art. 42. Onverminderd de artikelen 269 tot 274 van het Strafwetboek, worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met geldboete van 26 tot 500 frank of met een van die straffen alleen:
1° (de werkgever,zijn aangestelden of lasthebbers die zich schuldig hebben gemaakt aan overtreding van de artikelen 3, 4, 5, 6, (9 tot 9quinquies), 11, 13, 14, 15, eerste lid, 18, 23 en 27 tot 34 (of van de besluiten ter uitvoering van de artikelen 6, § 4, 9quater en 15, vierde lid,) of van een beslissing van het bevoegde paritair comité, algemeen verbindend verklaard door de Koning bij toepassing van artikel 15, derde lid.) <KB5 23-10-1978, art. 16> <W 1989-12-22/31, art. 186, 004; Inwerkingtreding : 09-01-1990> <W 1998-02-13/32, art. 60, 009; Inwerkingtreding : 01-03-1998>
2° ieder in artikelen 16 en 17 bedoelde persoon die deze artikelen heeft overtreden;
3° ieder die de werknemer heeft gehinderd in de uitoefening van het hem bij artikel 22 verleende recht van toezicht;
4° de werkgever, zijn aangestelden of lasthebbers en de werknemers die het krachtens deze wet geregelde toezicht hebben verhinderd.
Art. 43. Bij herhaling binnen een jaar na een vorige veroordeling kan de straf het dubbele van het maximum bedragen.
Art. 44. De werkgever is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboeten waartoe zijn aangestelden of lasthebbers zijn veroordeeld.
De exploitant, de houder, de zaakvoerder of de vergunninghouder van een kantine, van een lokaal waar dranken, eetwaren of enigerlei goederen worden verkocht, of van een vermaakgelegenheid is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboeten waartoe zijn echtgenoot, zijn kinderen die bij hem inwonen en zijn aangestelden zijn veroordeeld.
Art. 45. <W 1998-02-13/32, art. 96, 009; Inwerkingtreding : 01-03-1998> § 1. Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met uitzondering van hoofdstuk V maar met inbegrip van hoofdstuk VII, zijn toepasselijk op de bij deze wet bepaalde misdrijven.
§ 2. Artikel 85 van voormeld wetboek is toepasselijk op de in deze wet bepaalde misdrijven zonder dat het bedrag van de geldboete lager mag zijn dan 40 % van het bij deze wet bepaalde minimumbedrag.
Art. 46. De publieke rechtsvordering wegens overtreding van de bepalingen van deze wet en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten verjaart door verloop van (vijf jaar) na het feit waaruit de vordering is ontstaan. <W 1994-03-23/30, art. 25, 008; Inwerkingtreding : 01-04-1994>
HOOFDSTUK IX. _ Algemene bepalingen.
Art. 47. De nietigheid van de overeenkomst kan niet worden ingeroepen ten aanzien van loonaanspraken die steunen op het verrichten van arbeid:
1° ingevolge een overeenkomst nietig wegens overtreding van bepalingen die de regels van de arbeidsverhoudingen tot voorwerp hebben;
2° in speelzalen.
Art. 47bis. <W 16-3-1971, art. 61> Overeenkomstig artikel 119 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, goedgekeurd bij de wet van 2 december 1957, kan iedere werknemer bij het bevoegde rechtscollege een vordering instellen om het beginsel van gelijke beloning voor mannelijke en vrouwelijke werknemers te doen toepassen.
Art. 48. De bepaling van artikel 3 van deze wet doet geen afbreuk aan de bepalingen van artikel 6 van de wet van 27 november 1891 tot beteugeling der landloperij en der bedelarij.
Art. 49. <Wijzigingsbepalingen>.
Art. 50. <Wijzigingsbepaling>.
Art. 51. <Wijzigingsbepalingen>.
Art. 52. <Wijzigingsbepalingen>.
Art. 53. De Koning kan de bestaande wetsbepalingen wijzigen om de tekst ervan in overeenstemming te brengen met de bepalingen van deze wet.
Art. 54. Opgeheven worden:
1° de wet van 16 augustus 1887 tot regeling van de uitbetaling der bezoldiging van de bij een arbeidsovereenkomst verbonden werknemers,gewijzigd bij de wetten van 17 juni 1896,7 juni 1936 en 22 maart 1940,bij de besluitwet van 20 september 1945,bij de wet van 22 juni 1953 en bij het koninklijk besluit van 13 oktober 1953;
2° <Opheffingsbepaling>
3° de wet van 11 april 1896 houdende uitvoering van de wet van 16 augustus 1887,waarbij de betaling van de lonen aan de werklieden wordt geregeld;
4° <Opheffingsbepaling>
5° de wet van 30 juli 1901 tot regeling van de berekening van de arbeid der werklieden,gewijzigd bij koninklijk besluit van 15 maart 1954;
6° De wet van 21 ventôse jaar IX.
Art. 55. (.....) <W 21-11-1969, art. 70>
Art. 56. Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de vierde maand volgend op die gedurende welke zij in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Evenwel zijn de bepalingen van de hoofdstukken V en VI niet toepasselijk op de overdrachten met vaste datum vóór de bekendmaking van deze wet.

© copyright Elfri De Neve 1984-2005
δ disclaimer


www.elfri.be
elfri@elfri.be
 

Advocatenkantoor Elfri De Neve
Stationsstraat 29
9700 Oudenaarde

voor afspraak 055/31.86.47
Fax. 055/31.14.03

Heeft u een concrete vraag in dit verband
klik dan hier

Wenst u meer informatie over dit of een ander juridisch onderwerp, typ dan uw zoekwoord(en)  in het hieronder staand vakje en klik op "zoek".

Zoeken:

binnen deze website www.elfri.be
 

U kan verder zoeken via onze overzichtspagina.
Zoekt u een woord of een term op een bepaalde pagina dan kan u op die pagina de zoekfunctie van uw browser selecteren via Ctrl-F.
Voor nog verdere opzoekingen klik hier

 


 

   

 

 

Modellen loonoverdracht:

U kan de hierna vermelde modellen bij ons bestellen tegen een voorafgaande storting van 50 euro per model op rekening 000-0172957-06 met vermelding van referte "1259 gevolgd door de referte van het model". Hierna dient u een mail te sturen naar elfri@elfri.be met vermelding van het gewenste model en referentienummer en het betalingsbewijs als bijlage. U kan het betalingsbewijs ook faxen naar 055/31.14.03. De prijs van een model is 50 euro.

U ontvangt het model dan per kerende.

• model van verzetsakte tegen een loonoverdracht  (model GMODLO1)"
 

• model van loonoverdracht en overdracht van schuldvordering als bijkomende overeenkomst ter waarborging van een onderliggende overeenkomst (model GMODLO2)

• model van aanzegging van de loonoverdracht  (model GMODLO3)

• model van betekening van voornemen tot  loonoverdracht (model GMODLO4)

uittreksel uit de arbeidsovereenkomstenwet:

Art. 36bis. <ingevoegd bij W 1991-06-12/30, art. 112, Inwerkingtreding : onbepaald, uiterlijk op 09-07-1992> Nietig zijn alle bedingen van de arbeidsovereenkomst waarbij de werkgever ertoe wordt gemachtigd de arbeidsovereenkomst zonder opzegging of vóór het verstrijken van de termijn te beëindigen wanneer beslag gelegd is op het loon van de werknemer ten gevolge van een kredietovereenkomst bepaald door de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet.

 

strafbepalingen op wanbetaling loon

loonafstand

loonoverdracht

beslag op inkomen

loonbescherming

de wet op de loonbescherming

bescheiden voetbalpremies maken geen loon uit waarop sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn

loon in het sportrecht

dienstencheques

vakantiegeld bij ontslag

interest op achterstallig loon

leefloon

terugvordering leefloon door het OCMW

terugvordering leefloon door het OCMW

loonbescherming

 

     

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 14:16
Laatst aangepast op: vr, 22/01/2010 - 17:58

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.