-A +A

minnelijke expertise

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

deskundigenonderzoek in der minne

MME en de lichamelijke schade

Rechtspraak: Hof van Beroep Antwerpen
23/02/2005 RW Jaargang : 2007-2008
Pagina : 31
 

De minnelijke expertise, waarbij partijen die tegenstrijdige belangen hebben, gezamenlijk beslissen één of meer deskundigen met een door hen omschreven opdracht te gelasten, wordt wegens haar consensueel karakter, geregeld door de bepalingen van het burgerlijk recht met betrekking tot de totstandkoming, uitlegging en uitvoering van contracten.

De overeenkomst tot aanstelling van de deskundige(n) moet door de rechter worden gerespecteerd. Zo kan, als werd overeengekomen een minnelijke medische expertise nopens de lichamelijke schade te organiseren, de rechtbank naderhand geen gerechtelijk expert aanstellen, omdat die aanstelling de overeenkomst tussen partijen zou schenden.

Het is echter niet voldoende dat de partijen aan de tussenkomst van de aangezochte derde de naam «deskundigenonderzoek» geven, opdat de rechter hierdoor gebonden zou zijn. De feitenrechter oordeelt immers op onaantastbare wijze over de ware bedoeling van partijen.

Bij een minnelijke expertise wordt de inhoud van de opdracht van de deskundige – evenals de gevolgen die aan diens optreden en het door hem te redigeren verslag zullen worden gehecht – door de partijen in onderling overleg bepaald.

Kenmerkend voor deze minnelijke expertise – althans in haar klassieke vorm – is dat de opdracht van de expertise beperkt blijft tot het verrichten van materiële vaststellingen, al dan niet gekoppeld aan het geven van technisch advies. Om deze reden moet het «klassieke» minnelijk deskundigenonderzoek worden onderscheiden van aanverwante rechtsfiguren, zoals de bindende derdenbeslissing en de arbitrage.

Eén van de meer stringente verschijningsvormen van de minnelijke expertise op tegenspraak is die waarbij in de overeenkomst tussen partijen wordt gestipuleerd dat zij gebonden zullen zijn door de bevindingen en het daarop geënte advies of besluit van de gerechtsdeskundige. Dit is de zogenaamde bindende expertise.

Het optreden van de expert kan dan worden gekwalificeerd als een bindende derdenbeslissing. Deze rechtsfiguur, die stoelt op art. 1134 B.W. is wezenlijk een contractuele regeling, waarbij partijen zich (vooraf) verbinden door een derde één of meer aspecten van hun rechtsverhouding – die ter vrije beschikking staat van de partijen – een bindende en onherroepelijke invulling, aanvulling of uitlegging te geven. De aangezochte derde is in dat geval noch rechter, noch arbiter.

Deze bindende derdenbeslissing kan echter ruimer zijn dan de bindende minnelijke expertise: ze is niet noodzakelijk beperkt tot het vaststellen van feiten of het geven van een advies van technische aard. De bindende derdenbeslissing wordt ook vaak aangewend als een snelle en efficiënte methode om eventuele geschillen bijvoorbeeld over bepaalde aspecten van de rechtsverhouding van partijen, van de baan te helpen.

Hét typevoorbeeld van een minnelijke expertise met het karakter van een bindende derdenbeslissing is de minnelijke medische expertise. Uit de inhoud van het tussen partijen gesloten protocol van aanwijzing van medische experts, is zonder meer duidelijk dat het hier een minnelijke medische expertise betreft met het karakter van een bindende derdenbeslissing.

Het bindend deskundigenonderzoek dient wel te worden onderscheiden van een aanverwante rechtsfiguur, namelijk de dading. In beginsel komt via de bindende derdenbeslissing immers geen einde aan de betwisting, het geschil tussen partijen, laat staan dat dit einde er zou komen doordat partijen over en weer toegevingen doen met het oog op het bereiken van het akkoord dat een einde maakt aan hun betwisting. Wel kan een dergelijk deskundigenonderzoek gebeurlijk uitlopen in een dading.

Het bindend deskundigenonderzoek dient evenzeer te worden onderscheiden van arbitrage. De derdenbeslisser heeft immers niet tot opdracht zich bij wegen van rechtsprekende handeling uit te spreken over de rechten en plichten van partijen. Bij arbitrage daarentegen, zal de deskundige niet enkel optreden om op (bindende wijze) feitelijke vaststellingen te doen, maar tevens om op basis hiervan het tussen partijen gerezen geschil te beslechten bij wege van een rechtsprekende handeling («arbitraal vonnis» genaamd).

De bindende derdenbeslissing schakelt, in tegenstelling tot de arbitrage, de tussenkomst van de rechter m.b.t. wat het voorwerp van de bindende derdenbeslissing zelf betreft, niet uit. Immers, de partij die zich niet kan verenigen met de beslissing, kan deze aanvechten voor de rechter, hetzij omdat de beslisser de concrete maatstaven die hem waren meegegeven niet heeft nageleefd en daardoor zijn bevoegdheid heeft overschreden, hetzij – wanneer aan de bindende derdenbeslisser geen maatstaf of blanco-maatstaf (bv. de billijkheid) werd meegegeven – omdat de beslissing kennelijk of klaarblijkelijk onredelijk of onjuist is, of genomen in strijd met de goede trouw.

Dit laatste houdt in dat, wat de inhoud van de beslissing betreft, zal dienen nagegaan te worden of de aanstelling van de derde en het voorwerp van de bindende derdenbeslissing rechtsgeldig zijn, d.i. niet aangetast door dwaling of bedrog, zijn beslissing volledig is, hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan bevoegdheidsoverschrijding of schending van de plicht tot onpartijdigheid. Op het vlak van de vorm betekent dit dat zal worden nagegaan of de derdenbeslisser het recht van verdediging, de gelijke behandeling van partijen en het recht om te worden gehoord, heeft gerespecteerd.

De vraag die hier rijst, is te weten welke regels dienen te worden gevolgd als de overeenkomst niets bepaalt over de wijze waarop het onderzoek plaatsvindt.

Vast staat dat bij een minnelijke expertise de regels van het Gerechtelijk Wetboek niet dienen gevolgd te worden. Wel lijkt het respect voor de algemene beginselen van behoorlijke procesvoering noodzakelijk te zijn.
 

De bindende derdenbeslissing wordt ook vaak aangewend bij de vereffening verdeling van een huwgemeenschap of andere gemeenschap, alwaar bij de opening van werkzaamheden kan beslist worden dat deze of gene deskundige gelast worden met de schatting van onroerend goed en dit op een voor partijen bindende wijze.Voor een toepassing zie van beroep van Brussel en 9 februari 2005, rechtskundig weekblad 2007-2008, 27


 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 14:15
Laatst aangepast op: za, 24/04/2010 - 11:51

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.