-A +A

Motivering van uitspraken arresten van het hof van assisen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg heeft België bij arrest van 13 januari 2009 veroordeeld. Het Hof oordeelde dat in de zogenaamde zaak Cools Richard Taxquet geen eerlijk proces wegens een gebrek aan motivering van de uitspraak van het Luikse hof van assisen.

Naar luid van het met eenparigheid van stemmen gewezen arrest van het Hof Mensenrechten van 13 januari 2009 in de zaak Richard Taxquet tegen het Koninkrijk België, houdt het door artikel 6.1, E.V.R.M. gewaarborgde recht op een eerlijk proces voortaan de verplichting in voor het hof van assisen om in zijn uitspraak over de beschuldiging melding te maken van de overwegingen die de jury van de schuld of onschuld van de beschuldigde hebben overtuigd en om derhalve melding te maken van de concrete redenen waarom op alle vragen ja of neen werd geantwoord; wegens het gezag van gewijsde van dat uitleggend arrest en de voorrang, op het intern recht, van de internationale rechtsregel die vervat is in een door België geratificeerd verdrag, is het Hof verplicht de artikelen 342 en 348, Sv. buiten toepassing te laten, in zoverre die artikelen de regel vastleggen die het Europees Hof thans heeft veroordeeld en volgens welke de verklaring van de jury niet met redenen moet worden omkleed Hof Mensenrechten, 13 jan. 2009, Taxquet t/ België, www.echr.coe.int.; Cass., 10 juni 2009, AR P.09.0547.F, A.C., 2009, nr ... met concl. O.M. in Pas.

Wettelijke basis art. 6 EVRM

 

 

Volgens het huidige wetboek van strafvorderingen worden arresten van het Hof van assisen niet gemotiveerd. Het volstaat de jury te stellen dat zij in gemoede overtuigd tot een beslissing is gekomen.

Terecht werd de Belgische staat door Europa teruggefloten en gewezen op de miskenning van enkele fundamentele rechten bij de assisenprocedure:

In een echte democratie moet enkel God en klein pierke hun beslissingen niet motiveren. God, omdat hij oneindig wijs en almachtig is en zelfs ondoorgrondelijk, klein pierke omdat zijn beslissingen van nul en generlei waarde zijn door zijn eigen onbenulligheid.


Wie zich een verdediger van de volksjury noemt moet de moed hebben te geloven dat een jury niet alleen een beslissing kan nemen maar ook rationeel kan uitleggen waarom zij die beslissing heeft genomen en niet door zich ervan af te maken met de onzin dat zij "in gemoede overtuigd is".

“in gemoede”, staat juist in contradictie met de rede. Het gemoed is de vertaling van de emotie, zelfs de vertaling van volkswoede, het intuïtieve.

Het doet mij denken aan een uitspraak die ik meermaals als advocaat mocht horen:

“Ik kan niet bewijzen dat hij schuldig is… maar ik weet het…. Ik voel het…. en ik heb de gave om dit soort zaken te voelen….bovendien, onschuldigen worden door mij nooit veroordeeld, ze zijn misschien niet schuldig aan datgene voor wat ze veroordeeld zijn, maar wees gerust, met dit soort volk, weet je zeker dat ze nog aan honderd andere dingen schuldig zijn waarvan we zelfs het bestaan niet weten... dus hun straf is hoe dan ook verdiend...."


Verlos ons heer van dit soort zieners en rechtspraak.


Bovendien is het recht op een gemotiveerde veroordeling een essentieel recht van verdediging. Net zoals men het recht heeft te weten waarvoor men vervolgd wordt en welk misdrijf dit volgens het parket uitmaakt, zoals door de wetgever strafbaar gesteld (nullum crimen sine lege). Heeft elke beschuldigde het recht te weten waarom hij veroordeeld werd. Zoniet kan hij geen verhaal uitoefenen, kunnen latere fouten niet rechtgezet (bv. indien de jury zegt gelet op bewijs X en bewijs X blijkt 2 jaar later vals).

Zou Guy Jespers veroordeeld zijn indien er een motiveringsplicht bestond? En Alex Vercauteren? En Rozie?

Het is niet te verdedigen dat iedereen in België recht heeft op een motivering bij zijn veroordeling met uitzondering van de persoon die voor de ernstigste misdrijven vervolgd en veroordeeld wordt en de zwaarste straffen riskeert.


De motivering komt ook de burgerlijke partijen in hun eventueel verhaal tegen het arrest of in de verwerking van een lichte straf tegemoet.

Een arrest van het EHRM heeft een “declaratoir”,karakter. Dit wil zeggen dat het arrest een loutere vaststelling uitmaakt en aldus België niet kan opleggen zijn wetgeving te wijzigen. Dit neemt niet weg dat België na een dergelijke veroordeling als "goede huisvader", lees voorbeeldige lidstaat na een dergelijk arrest de wet kan wijzigen.

Na een veroordelend arrest van het EHRM komt het aan het Comité van Ministers (van de Raad van Europa) toe zich uit te spreken over de maatregelen die België moet nemen om het arrest uit te voeren. België zal vermoedelijk zelf aangeven welke maatregelen het zal nemen en het Comité van Ministers zal oordelen of dit volstaat of niet.

Tegen het arrest van het EHRM zou de Belgische minister nog beroep kunnen aantekenen, hetgeen te verwachten valt, doch de kans dat dit beroep wordt ingewilligd is zo goed als onbestaande. Hierdoor mogen we wellicht in de komende maanden massa's procedures verwachten van de veroordeelden door het Hof van Assisen in de laatste jaren.

Deze discussie is niet nieuw. Er waren terzake de hervorming van de Assisenprocedure reeds verschillende wetgevende initiatieven, die overigens momenteel op het parlementair agenda staan.

In de thans besproken voorstellen beraadslagen de voorzitter van het Hof van Assisen en de jury samen over de schuldvraag én komt er voor de schuldvraag een motiveringsplicht. In dit concept zijn er geen assessoren (beroepsrechters) meer die de voorzitter bijstaan.

Door het arrest van het EHRM zal deze hele discussie wellicht versneld worden gevoerd en zal er wellicht op korte termijn een herziening te verwachten zijn van de assisenprocedure.

Nog dit: 

Cassatie 10/02/2010 AR P09.1697F

II. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
In geval van wijziging van de wetgeving inzake de rechtsmiddelen, regelt de wet die op de dag van de beslissing van kracht is, de rechtsmiddelen die daartegen openstaan.
Niettegenstaande haar gedeeltelijke inwerkingtreding op 21 januari 2010 is de wet van 21 december 2009 tot hervorming van het hof van assisen dus niet op de zaak toepasselijk. De hierna bedoelde wettelijke bepalingen zijn die welke van kracht waren vooraleer zij bij de voormelde wet werden opgeheven of gewijzigd.
A. Cassatieberoep van de eiseres I
Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
De bestreden beschikking die met toepassing van artikel 358 Wetboek van Strafvordering is gewezen, stelt vast dat uit de verklaring van de jury blijkt dat de verweerster niet schuldig is en spreekt haar vrij van de tegen haar uitgebrachte beschuldiging.
Krachtens de artikelen 373 en 412 Wetboek van Strafvordering, kan de burgerlijke partij alleen cassatieberoep instellen tegen de beschikkingen betreffende haar burgerlijke belangen en kan zij in geen geval de vernietiging vorderen van een beschikking van vrijspraak.
Het cassatieberoep is niet ontvankelijk.
Grieven
De memorie van de eiseres die geen betrekking heeft op de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, behoeft geen antwoord.
B. Cassatieberoep van de procureur-generaal bij het hof van beroep te Luik
Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
Krachtens artikel 350 Wetboek van Strafvordering kan tegen de verklaring van de jury in geen geval enig rechtsmiddel worden ingesteld.
Naar luid van artikel 409 van hetzelfde wetboek kan het openbaar ministerie, wanneer de beschuldigde wordt vrijgesproken, de vernietiging van de beschikking van vrijspraak en van hetgeen daaraan is voorafgegaan slechts vorderen in het belang van de wet en zonder nadeel voor de vrijgesproken partij.
Het cassatieberoep van de eiser II, procureur-generaal bij het hof van beroep, werd niet in het belang van de wet ingesteld.
Het cassatieberoep is niet ontvankelijk.
Grieven
Het middel van de eiser II dat geen betrekking heeft op de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, behoeft geen antwoord.
C. Het cassatieberoep dat de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie op de rechtszitting van 13 januari 2010 heeft ingesteld overeenkomstig de artikelen 409 en 442 Wetboek van Strafvordering
Tegen de beschikking wordt aangevoerd dat zij de vrijspraak niet met redenen omkleedt en aldus artikel 6.1 EVRM schendt.
Naar luid van het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 13 januari 2009 inzake Richard Taxquet tegen het Koninkrijk België, houdt het door artikel 6.1 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces de verplichting in voor het hof van assisen om in zijn beslissing over de beschuldiging melding te maken van de overwegingen die de jury van de schuld of onschuld van de beschuldigde hebben overtuigd en derhalve van de concrete redenen waarom op alle vragen ja of neen werd geantwoord.
Wegens het gezag van gewijsde dat het interpreterend arrest thans heeft en de voorrang, op het interne recht, van de internationale rechtsregel die vervat is in een door België geratificeerd verdrag, is het Hof verplicht de artikelen 342 en 348 Wetboek van Strafvordering buiten toepassing te laten, in zoverre die de regel vastleggen die het EHRM thans heeft veroordeeld en volgens welke de verklaring van de jury niet met redenen moet worden omkleed.
De beschikking van 14 oktober 2009 die de verweerster vrijspreekt van de beschuldiging, op de enige grond dat uit de verklaring van de jury blijkt dat zij niet schuldig is, maakt geen melding van de concrete redenen waarom neen werd geantwoord op de vragen gesteld overeenkomstig de artikelen 337 tot 339 Wetboek van Strafvordering en schendt aldus de in het middel bedoelde verdragsbepaling.
Het middel is gegrond.
Dictum
Het Hof,
Verwerpt de cassatieberoepen van S. B. en van de procureur-generaal bij het hof van beroep te Luik.
Veroordeelt S. B. in de kosten van haar cassatieberoep en laat de kosten van het cassatieberoep van de procureur-generaal bij het hof van beroep te Luik ten laste van de Staat.
En uitspraak doende over het cassatieberoep van de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie,
Vernietigt de bestreden beschikking, maar alleen in het belang van de wet.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beschikking.
Zegt dat er geen grond is tot verwijzing.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 14:13
Laatst aangepast op: za, 09/09/2017 - 08:45

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.