-A +A

Nieuwe regels met betrekking tot hoger beroep sinds 1 september 2014

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Vanaf 1 september 2014 werden regels met betrekking tot de aanleg gewijzigd, in die zin dat de grenzen die de mogelijkheid bepalen om hoger beroep aan te tekenen werden opgetrokken. Daar waar de grens om hoger beroep aan te tekenen tegen een vonnis van de Vrederechter vroeger 1.240,00 EUR bedroeg, wordt deze na 1 september 2014 op 1.860,00 EUR gebracht. Voor vonnissen van de rechtbank van eerste aanleg en de rechtbank van koophandel, wordt de grens opgetrokken van 1.860,00 EUR naar 2.500,00 EUR.

Beslissingen van de vrederechter over vorderingen die het bedrag van 1.860,00 EUR niet overschrijden, worden vanaf 1 september 2014 in laatste aanleg gewezen worden, dus zonder mogelijkheid tot hoger beroep.

Vonnissen van de rechtbank van eerste aanleg en de rechtbank van koophandel die handelen over vorderingen die het bedrag van 2.500,00 EUR niet overschrijden.worden vanaf 1 september 2014 in laatste aanleg gewezen worden, dus zonder mogelijkheid tot hoger beroep.

Sinds 1 september 2014 is de Rechtbank van Koophandel niet meer bevoegd om kennis te nemen van beroepen tegen vonnissen van de Vrederechter. De bevoegde rechter in hoger beroep tegen vonnissen van de Vrederechter is sinds 1 september 2014 de Rechtbank van eerste aanleg

Uittreksel uit het gerechtelijk wetboek

TITEL II. - Aanleg.

Art. 616. Tegen ieder vonnis kan hoger beroep worden ingesteld, tenzij de wet anders bepaalt.

Art. 617.<W 29-11-1979 , art. 4> (De vonnissen van de rechtbank van eerste aanleg en van de rechtbank van koophandel, waarbij uitspraak wordt gedaan over een vordering waarvan het bedrag [1 2.500 euro]1 niet overschrijdt, worden gewezen in laatste aanleg. Hetzelfde geldt voor de vonnissen waarbij de vrederechter en, inzake de geschillen bedoeld in artikel 601bis, de politierechtbank uitspraak doet over een vordering waarvan het bedrag [1 1.860 euro]1 niet overschrijdt.) <W 1994-07-11/33, art. 37, 048; Inwerkingtreding : 1995-01-01> <KB 2000-07-20/57, art. 1, 088; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
De vonnissen van de arbeidsrechtbank zijn steeds vatbaar voor hoger beroep.
(De door de rechtbank van eerste aanleg uitgesproken vonnissen over geschillen met betrekking tot de toepassing van een belastingwet, zijn steeds vatbaar voor hoger beroep.) <W 1999-03-23/30, art. 6, 072; Inwerkingtreding : 06-04-1999>
[1 De Koning kan de in het eerste lid bepaalde bedragen aanpassen, zonder dat de aangepaste bedragen de hieronder beschreven indexeringsbedragen mogen overtreffen.
Als de in het eerste lid bepaalde bedragen worden aangepast, worden deze aangepaste bedragen ten laatste in de maand november bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. De nieuwe bedragen worden van kracht vanaf 1 januari van het jaar volgend op de aanpassing ervan en zijn niet van toepassing op vorderingen die voor die datum zijn ingesteld.
Elke verhoging of verlaging van het indexcijfer brengt een verhoging of verlaging van de indexeringsbedragen met zich mee, overeenkomstig de volgende formule : het nieuwe indexeringsbedrag is gelijk aan het basisbedrag, vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door het aanvangsindexcijfer. Het resultaat wordt afgerond tot de hogere euro.
De indexeringsbedragen worden berekend rekening houdend met het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand oktober van elk jaar. Het aanvangsindexcijfer is dat van de maand oktober 2013.]1
----------
(1)<W 2013-07-30/23, art. 136, 233; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. 618. De regels gesteld bij de artikelen 557 tot 562 gelden voor het bepalen van de aanleg.
Indien de vordering in de loop van het geding gewijzigd is, wordt de aanleg bepaald door de som die in de laatste conclusie wordt gevorderd.

Art. 619. Bij gebreke van grondslagen voor de bepaling van de waarde van het geschil, zoals zij omschreven zijn in de artikelen 557 tot 562, wordt het geschil in eerste aanleg berecht.

Art. 620. <W 1999-02-10/38, art. 2, 071; Inwerkingtreding : 27-03-1999> Wanneer de tegenvordering en de vordering tot tussenkomst, strekkende tot het uitspreken van een veroordeling, ontstaan uit het contract of het feit dat aan de oorspronkelijke rechtsvordering ten grondslag ligt, of wanneer de tegenvordering ontstaat uit de tergende of roekeloze aard van deze vordering, wordt de aanleg bepaald door samenvoeging van het bedrag van de hoofdvordering en het bedrag van de tegenvordering en de vordering tot tussenkomst.

Art. 621. Met uitzondering van de beslissingen (...), tegenvorderingen en vorderingen tot tussenkomst strekkend tot het uitspreken van een veroordeling, wordt met betrekking tot de ontvankelijkheid van het hoger beroep tegen de vonnissen op tussengeschil en tegen de onderzoeksvonnissen gehandeld zoals inzake de hoofdvorderingen. <W 1992-08-03/31, art. 9, 034; Inwerkingtreding : 1993-01-01>

 

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: di, 28/10/2014 - 13:08
Laatst aangepast op: wo, 16/09/2015 - 11:47

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.