Tontine en beding van aanwas
|
rechtspraak en rechtsleer tontine en aanwas:
TPR 2004, 653-683 en 983
Familie op maat verslagboek van het |
Soames Maes, Bedingen van
D. Michiels, commentaar huwelijksvermogensrecht, titel X, |
WAT IS EEN TONTINE
&
WAT IS EEN BEDING VAN AANWAS
Bij de aankoop van een onroerend goed kan het de wens zijn van
gehuwde of samenwonende partners dat bij het overlijden van één van
hen het goed in het vermogen in het genot valt van de overlevende
partner op een zo fiscaal gunstig mogelijke wijze. Hiertoe worden de
tontine en het beding van aanwas gebruikt.
DE EIGENDOM-TONTINE
De eigendomstontine wordt in een verkoopscontract van een onroerend
goed vastgelegd. Beide partners verklaren dat de eerst stervende
geacht zal worden nooit eigenaar te zijn geweest. Terzelfdertijd
verklaren beide partners dat de overlevende geacht zal worden steeds
eigenaar te zijn geweest.
DE VRUCHTGEBRUIK-TONTINE
De vruchtgebruiktontine wordt eveneens in de verkoopakte vastgelegd.
De beide partners verwerven elk de onverdeelde helft van het goed.
Zij komen verder overéén dat de langstlevende het vruchtgebruik van
de andere helft bekomt na het overlijden van de eerst stervende. In
dit geval zullen de erfgenamen van de eerst stervende slechts het
genot verkrijgen van hun helft op het ogenblik van het overlijden
van de langstlevende.
Een tontine kan slechts tot stand komen door tussenkomst van een
verkoper. Het nadeel van de tontine is dan ook dat deze verkoper zal
dienen tussen te komen bij eventuele wijzigingen van de tontine b.v.
ingevolge relatiebreuk.
Wanneer er tussen de partners een belangrijk leeftijdsverschil
bestaat of wanneer één van de partners ernstig ziek is op het
ogenblik van het afsluiten van de tontine dient deze ongelijkheid
gecompenseerd te worden b.v. door het betalen van een hogere prijs
van diegene die het meeste kansen heeft om het goed uiteindelijk te
verwerven. Doet men dit niet dan is de kans groot dat de tontine
aanzien wordt als een schenking. Het gevaar hiervan is dat een
schenking tussen echtgenoten steeds kan herroepen worden en dat
anderzijds de erfgenamen wel degelijk hun rechten kunnen laten
gelden onder meer door de inkorting. Ook wanneer schuldeisers zich
benadeeld zouden voelen doordat zij geen beslag meer zouden kunnen
leggen op een onroerend goed bij een ongelijke tontine, zou de
tontine kunnen nietig verklaard worden.
Nochtans oordeelde de rechtbank dat een leeftijdsverschil van 20
jaar op zichzelf nog geen ongelijkheid uitmaakt van de kansen van de
partners. De rechtspraak is dus op dit punt zeer toegeeflijk.
Een groot probleem stelt zich bij een relatiebreuk anders dan door
overlijden. Algemeen wordt wel aanvaard dat een onroerend goed dat
middels een tontine gekocht werd met wederzijdse instemming van
beide partijen kan verdeeld worden. Maar wanneer één van de partijen
niet akkoord gaat met de verdeling, kan volgens het merendeel van de
rechtsleer niet tot verdeling worden overgegaan waardoor de
tontinepartners veroordeeld blijven tot de bepalingen van de
tontine. Om dit te vermijden kan u het beding van aanwas verkiezen
boven de tontine (zie verder).
Tontines worden meestal bedongen tussen samenwonenden. Maar ook
tussen echtgenoten die gehuwd zijn onder een stelsel van scheiding
van goederen worden zij vaak gehanteerd. Doordat de goederen die het
voorwerp uitmaken van de tontine niet in de nalatenschap vallen van
de eerst stervende, zullen de erfgenamen bij een correct uitgevoerde
tontine geen inbreng of inkorting kunnen vorderen. Dit is vooral van
belang bij een tweede huwelijk waardoor alsdan de rechten van de
langstlevende gevrijwaard blijven. In de praktijk wordt bij een
tweede huwelijk meestal de tontine in vruchtgebruik gehanteerd.
EIGENDOM-TONTINE EN FISCUS
Bij aankoop worden de registratierechten geheven op het aandeel van
ieder der deelgenoten (zonder hierbij rekening te houden met het
tontinebeding dat stelt dat men bij vooroverlijden geacht wordt
nooit eigenaar te zijn geweest).
Bij het overlijden van de eerststervende worden de rechten geheven
op het bijkomende gedeelte dat de langstlevende verwerft. Volgens
het tarief toepasselijk op het ogenblik van de aankoop en op basis
van de waarde van het goed op het moment van het overlijden.
VRUCHTGEBRUIK-TONTINE EN FISCUS
Bij de aankoop wordt het verschuldigde recht geheven op ieders
aandeel, zonder rekening te houden met het tontinebeding dat men
geacht wordt geen rechten te verwerven voor zover men eerst komt te
overlijden. Bij het overlijden van de eerststervende wordt het recht
geheven op het bijkomende deel in vruchtgebruik dat de langstlevende
verwerft ingevolge het overlijden van de eerststervende.
Sinds 2001 worden samenwonende in het vlaamse gewest fiscaal gelijk
gesteld met gehuwden. De vraag stelt zich dan ook of in Vlaanderen
er nog belang kan bestaan bij een tontine, anders dan in Wallonië en
in Brussel. Tontine blijft interessant in Vlaanderen wanneer de
partners nog ouders hebben of kinderen teneinde aldus te bekomen dat
de goederen overgaan naar de langstlevende.
Maar ook voor echtgenoten en samenwonenden kan de tontine fiscaal
interessant zijn. Hiertoe is het aangewezen u goed fiscaal te laten
bijstaan afhankelijk van uw eigen situatie.
DISCRIMINATIE DOOR FISCUS VAN AANWAS EN TONTINE SINDS 2007
Vanaf 1 januari 2007 zijn de successierechten op de
gezinswoning in Vlaanderen afgeschaft voor de rechten die
langstlevende echtgenoot in deze woning verkrijgt. Dit voordel
bestaat niet ten aanzien van de gezinswoning die door samenwonenden
middels de tontine of het beding van aanwas wordt aangekocht.
Bij het overlijden van de eerststervende dient de langstlevende dan,
binnen de vier maanden, een verklaring ter registratie aan te bieden
en de registratierechten (reken op 10 %) te betalen op de rechten
die hij verkrijgt (in de regel is dit op de waarde van de helft van
de woning die aanwast).
De vrijstelling van de successierechten op de gezinswoning telt dus
niet voor de meeste samenwonenden, namelijk voor zij die gekocht
hebben met een beding van tontine of aanwas.
Het vervangen van een tontinebeding of een beding van aanwas door
een gewone onverdeeldheid, waarvoor de vrijstelling van
successierechten wel geldt lost het probleem wel fiscaal op maar
biedt geen geen zekerheid dat de gezinswoning naar de langstlevende
gaat. Dit omdat de feitelijk samenwonenden niet van mekaar erven.
Vanaf 18 mei 2007 erven wettelijk (dus geen feitelijke samenwonenden wel van mekaar, zonder dat er in een testament dient voorzien te worden.
De langstlevende wettelijk samenwonende partner erft
het vruchtgebruik van de gemeenschappelijke verblijfplaats en de
daarin aanwezige inboedel.
Dit vruchtgebruik kan net zoals bij echtgenoten enkel worden
omgezet (in volle eigendom, kapitaal of in een rente) met de
goedkeuring van de langstlevende wettelijk samenwonende partner.
De langstlevende wettelijk samenwonende partner heeft evenwel geen
reservatair recht op de gezinswoning, waardoor de wettelijk
samenwonende partner middels testament kan onterfd worden.
Samenwonenden
kunnen wel een (steeds herroepbaar) testament opmaken, docht dit
testament kan niet de rechten van de reservataire erfgenamen
ongedaan maken maken, zoals deze van eventuele kinderen of van de
ouders van ongehuwden samenwonenden die elk ¼ van de nalatenschap
kunnen opeisen.
Dit probleem kan opgelost worden door een huwelijk tussen de
samenwonenden (al zou er binnenkort een wet gestemd worden die één
en ander zou verhelpen, doch zekerheid kan terzake niet geboden).
Let wel: ook feitelijk samenwonenden worden in Vlaanderen vanaf een jaar samenwonen (en het voeren van een gemeenschappelijke huishouding) op het vlak van successierechten gelijkgesteld met gehuwden. Er bestaat voor deze feitelijke samenwonenden geen eigenlijk erfrecht, maar een testamentair legaat tvv de overlevende wordt niet zwaarder meer belast dan tussen gehuwden.
De wettelijke samenwoners genieten net zoals de gehuwden een vrijstelling van successierechten voor de gezinswoning. Deze vrijstelling bestaat ook voor de feitelijke samenwoners maar niet onmiddellijk zoals voor de gehuwden of de wettelijk samenwonenden. De feitelijke samenwoners dienen minstens drie jaar samen te wonen en een gemeenschappelijke huishouding te voeren alvorens van dit voordeel te kunnen genieten (artikel 48 paragraaf twee derde lid van wetboek van successierechten).
Heeft een tontine of een beding van aanwas tussen
samenwonenden dan nog wel een belang?
Jazeker, en dit zowel voor wettelijk als feitelijk
samenwonenden. Men mag vooreert niet vergeten dat er tussen de
feitelijke samenwonenden geen erfrecht bestaat. De voordelige
successierechten bestaan dus enkel ingeval van een testamentair
legaat hetgeen het initiatief verondersteld van de feitelijk
samenwonenden. Bovendien is een testament steeds herroepbaar en
wordt de overige samenwonende niet verwittigd van de herroeping.
Vergeet ook niet dat voor de wettelijk samenwonen het erfrecht niet reservatair is, hetgeen betekent dat de wettelijke samenwonende, bij testament, zonder dat de overlevende wettelijk samenwonende iets weet dit erfrecht kan ontnemen. In aanwezigheid van reservataire erfgenamen, kan het erfrecht van de wettelijke samenwonende ook aanleiding geven tot inkorting.
Het erfrecht van de langstlevende wettelijke samenwonende blijft dus steeds onzeker hetgeen kan opgelost worden door een contractuele zekerheid onder de vorm van een tontine of beding van aanwas.
BEDINGEN VAN AANWAS
De tontine heeft als belangrijkste nadeel de problemen om uit
onverdeeldheid te treden. Het beding van aanwas verhelpt hieraan.
Bij het beding van aanwas wordt bepaald dat bij het overlijden het
aandeel van de eerst stervende van rechtswege toekomt aan de
langstlevende. In praktijk wordt het beding van aanwas thans heel
wat meer gebruikt dan de ietwat verouderde tontine.
Bij het beding van aanwas staan de partners de volle eigendom van
hun deel af aan de andere partners onder opschortende voorwaarde van
hun vooroverlijden. Als tegenprestatie verkrijgt dan deze overdrager
de kans om de volle eigendom van het deel van de andere partner te
verkrijgen voor zover hij of zij langer leeft. Een beding van aanwas
wordt afgesloten voor een periode van twee jaar en wordt nadien
telkemale stilzwijgend verlengd met periodes van twee jaar behoudens
indien één van de partners de wil kenbaar heeft gemaakt om de aanwas
te beëindigen. Dit kan dan gebeuren met een gewone aangetekende
brief te versturen minstens drie maanden voor het einde van de
lopende periode van twee jaar. De langstlevende van beide partners
die ingevolge aanwas het volledige goed heeft verworven zal geen
vergoeding verschuldigd zijn aan de erfgenamen van de eerst
stervende. Aldus wordt zonder de overige nadelen van de tontine
hetzelfde resultaat bereikt. Bij een beding van aanwas wordt in de
regel gestipuleerd dat bij een relatiebreuk de partner die in de
woning blijft een vergoeding zal betalen aan de andere partner ten
belope van de helft van de normale huurwaarde die bij gebreke aan
akkoord door een deskundige wordt bepaald.
Het bereikte resultaat van het beding van aanwas is eigenlijk
hetzelfde als bij de tontine. De langstlevende verwerft het goed in
volle eigendom og in vruchtgebruik na het overlijden van de
eerststervende. Maar zolang beide partijen leven is het beding van
aanwas opzegbaar en kunnen de modaliteiten van de beëindiging
geregeld worden.
De fiscale aspecten van de bedingen van aanwas en de tontine zijn
dezelfde.
Hoe kan een tontinebeding verbroken
worden ?
Men kan een tontine afsluiten voor een bepaalde duur, eens de
duurtijd verstreken kan er een nieuw beding worden afgesloten, bij
gebreke waaraan de rechten verlopen.
Problemen kunnen zich stellen bij de beëindiging van een relatie
waarin een tontine werd verleend, of wanneer de modaliteiten van een
tontine dienen gewijzigd.
Een tontine kan in onderling akkoord verbroken
worden, deze verbreking dient dan in een notariële akte opgenomen te
worden, om tegenstelbaar te zijn aan derden.
Aangezien de oorspronkelijke verkoper een partij was bij de
overeenkomst is het princpieel noodzakelijk dat deze
oorspronkelijke verkoper mee de verbrekingsovereenkomst of de
wijzigingsoverenkomst ondertekent.
Hier wringt vaak het schoentje, soms weigert deze
verkoper zijn tussenkomst of kan hij niet meer terruggevoinden
worden. Dit probleem kan vooraf vermeden worden door gebruik te
maken van het beding van aanwas (zie hoger) dan wel door in de
verkoopakte te stipuleren dat de verkoper een onherroepelijke
volmacht verleent aan de kopers om het tontinebeding te beëindigen.
De fiscale administratie aanvaardde reeds dat de samenwonende
partners onderling het tontinebeding kunnen verbreken, zonder
tussenkomst van de verkoper, omdat die er normalerwijze geen belang
bij heeft om de verbreking van het beding te betwisten. Hierbij
behoudt de administratie zich het recht voor haar standpunt te
herzien ingeval van latere betwisting van de verbreking (Besliss. 14
december 1992, Rec. Gén. Enr. Not., 1993, nr. 24.238; Besliss. 4
augustus 1995, Rec. Gén. Enr. Not., 1996, nr. 24.558).
Het beding van aanwas met optie
Wanneer er een beding van aanwas met optie wordt afgesloten, krijgt het beding van aanwas en geen automatische uitwerking. Wanneer de eerststervende overlijdt heeft de langstlevende echtgenoot het optierecht om van het beding van aanwas gebruik te maken binnen een bepaalde termijn na het overlijden.
Wanneer zal de langstlevende dit doen? De langstlevende zal dit doen wanneer er na het overlijden van de eerststervende komt vast te staan dat het testament in zijn of haar voordeel is of voor zover het erfrechtelijk vruchtgebruik niet herroepen of ongedaan gemaakt werd en wanneer er ook vaststaat dat de reservataire erfgenamen bereid zijn om afgifte te doen van het legaat in volle eigendom of in vruchtgebruik.
zouden we niet beter trouwen??
Deze vragen dient steeds gesteld gezien het
huwelijk heel wat problemen kan oplossen maar waarbij men rekening
moet houden dat een huwelijk betekent dat een band wordt afgesloten
waarbij een economisch zwakkere een recht op onderhoudsgeld bekomt
ten aanzien van een economisch sterkere voor de duur van het
huwelijk en voor zover er een staat van behoeftigheid bestaat
bestaande uit een economisch verlies ten opzichte van de periode
tijdens het huwelijk.
Het risico op een blijvend onderhoudsgeld na echtscheiding is zeer
realistisch wanneer partijen huwen met een groot verschil aan
inkomen. Het schuldcriterium speelt momenteel niet meer (sinds 1
september 2007, enkel het economisch criterium).
Degelijke huwelijkscontracten kunnen ruzies met kinderen uit een vorig huwelijk vermijden en de erfrechten van de langstlevende uitbreiden of beperken, maar kunnen het recht op persoonlijk onderhoudsgeld nooit inperken, laat staan vastleggen.
Rechtspraak:
Antwerpen 10 februari 1988, Rev. not. b. 1988, 437;
, T. Not. 1989, 320.
Opdat een tontineovereenkomst geldig zou zijn is niet vereist dat de
contractanten het goed ab initio, door verkoop of schenking,
gemeenschappelijk van een derde verkrijgen; de verkrijging voor
gemene rekening kan eveneens geschieden door middel van een
verenigingscontract 'sui generis' tussen de contractanten, dat het
ermee gepaard gaand beding van aanwas voorafgaat. Dergelijk geldig
tontinebeding is geen verboden erfovereenkomst.
De tontine is in principe een kansovereenkomst die niet uit
vrijgevigheid gesloten wordt. In casu blijkt het leeftijdsverschil
tussen de contractanten niet van die aard te zijn dat de gelijkheid
van de (overlevings)kansen erdoor teniet gaat.
Als een volmacht op een rekening bepaalt dat de lasthebber de
rekening in zijn voordeel mag salderen, is hij gemachtigd gelden aan
zichzelf te schenken.
Het beding van aanwas - ook tontine genoemd - maakt geen beding uit
over een toekomstige nalatenschap (art. 1130, lid 2 B.W.), indien
overeengekomen werd dat bij overlijden van de ene echtgenoot, diens
aandeel in de gemeenschap in vruchtgebruik zal toekomen aan de
mede-echtgenoot.
Rb. Gent (14e k.) 2 september 2003, T. Not. 2005,
afl. 7-8, 409, noot BOUCKAERT, F. .
met noot BOUCKAERT, F., Hoe tontine- en aanwasbedingen kunnen worden
beëindigd? Bedenkingen bij het vonnis van de rechtbank te Gent van 2
september 2003, bij het arrest van het Hof van Beroep te Gent van 24
maart 2005 en bij het vonnis van de rechtbank te Brugge van 16
januari 2004
Een beding waarbij elke partij een voorwaardelijk recht verwerft op
het volledige goed (hetzij in eigendom, hetzij in vruchtgebruik)
onder voorwaarde van het vooroverlijden van de andere partij, kan
niet worden omgezet in de uitonverdeeldheidtreding, zolang de
voorwaarde van het vooroverlijden van een van hen niet is vervuld.
Door middel van een tontinebeding wordt een bepaald goed voorbestemd
om bij overlijden van de partner de toekomst van de langstlevende
van de partners veilig te stellen door hem of haar de zekerheid te
geven dat hij/zij het goed zal kunnen blijven bewonen, zonder te
worden verontrust door de aanspraken van de erfgenamen van de
eerststervende.
De tontine brengt dan een doelvermogen tot stand dat van het
persoonsbegrip wordt losgeweekt zodat de deelgenoten er eenzijdig
geen eind kunnen aan maken. Uitonverdeeldheidtreding is derhalve,
onder gelding van het tontinebeding, uitgesloten.
Volgens cassatierechtspraak vervalt een gift of een testament
wanneer de oorzaak (lees beweegreden) is komen te verdwijnen. Niets
staat eraan in de weg dat die leer wordt toegepast op
rechtshandelingen onder bezwarende titel, inzonderheid wanneer, in
het kader van een tontineovereenkomst, de relatie tussen de partners
verbroken is. Een overeenkomst onder bezwarende titel aangegaan
zoals een tontine- of aanwasbeding of een van haar bedingen vervalt,
wanneer ze ingevolge gewijzigde omstandigheden geen reden van
bestaan meer heeft. De partij die onder die omstandigheden aandringt
op de uitvoering van de overeenkomst, handelt niet te goeder trouw.
Uitonverdeeldheidtreding moet dan ook in die hypothese worden
toegestaan.
Het feit dat een partij zich verzet tegen de
uitonverdeeldheidtreding omdat verweerder de woning deels met eigen
geld gefinancierd heeft en de hypothecaire lening heeft afbetaald,
ook al heeft de eiseres huishoudelijke lasten gedragen, is niet van
die aard dat daardoor de eis om uit onverdeeldheid te treden, kan
worden afgewend. Verrekeningen tussen echtgenoten kunnen
plaatshebben tijdens de verrichtingen van de verdeling van de gelden
na openbare verkoping van het onroerend goed.
Parlementaire vragen
Parlementaire Vraag nr. 839 van de heer Van Biesen dd.
14.06.2005
Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 086, blz. 15000-15001
Tontine en aanwas - Roerende goederen
VRAAG
Het gebruik van de tontine en/of bedingen van aanwas tussen
ongehuwde samenwoners, (en in bepaalde omstandigheden) tussen
echtgenoten is reeds lang ingeburgerd bij verwerving van onroerende
goederen.
In de juridische doctrine is men ervan overtuigd dat de tontine
en/of het beding van aanwas ook mogelijk moet zijn met betrekking
tot roerende goederen.
Bij mijn weten heeft de fiscale administratie tot op heden nog geen
officieel standpunt ingenomen inzake tontine- en aanwasbedingen met
betrekking tot roerende goederen.
Immers, uit de aanhef van de administratieve aanschrijving nr. 17
van 22 oktober 1992 over deze materie blijkt dat deze enkel van
toepassing is op onroerende goederen.
1. Kan u bevestigen dat de fiscus de fiscaal gunstige werking -
inzonderheid afwezigheid van schenkingsen successierechten -
eveneens aanvaardt bij tontineen/ of bedingen van aanwas die
roerende goederen tot voorwerp hebben?
2. Kan u meedelen hoe de fiscale administratie concreet de fiscale
behandeling ziet van de tontine- en/of aanwasbedingen die roerende
goederen tot voorwerp hebben, zowel in de hypothese dat de tontine/aanwas
op de volle eigendom slaat als in de hypothese dat deze enkel op het
vruchtgebruik betrekking heeft?
3.
a) Is de fiscale behandeling verschillend naar gelang de
begunstigden van het beding al dan niet gehuwd zijn?
b) Zo ja, op grond waarvan wordt een eventuele verschillende
behandeling tussen gehuwden en ongehuwden verantwoord?
ANTWOORD (minister van Financiën, 08.07.2005)
1. Ik kan u bevestigen dat de principes die gelden voor bedingen van
tontine en/of aanwas die betrekking hebben op onroerende goederen
ook gelden voor bedingen van tontine en/of aanwas die roerende
goederen betreffen.
2. Voor de concrete fiscale behandeling van tontine-en/of
aanwasbedingen verwijs ik het geachte lid naai de aanschrijving nr.
17 van 22 oktober 1992. De in deze aanschrijving uiteengezette
principes zijn mutatis mutandis van toepassing op tontine- en/of
aanwasbedingen betreffende roerende goederen
3. De kwalificatie van een tontine- en/of aanwasbeding als een
verrichting ten bezwarende titel of als een verrichting ten
kosteloze titel hangt af van de bedoeling van de partijen. Deze
bedoeling wordt nagegaan rekening houdend met alle omstandigheden
van de zaak en onder meer met de hoedanigheid van partijen en met de
tussen hen bestaande banden.
Voor de kwalificatie van een aanwasbeding tussen echtgenoten gaat de
administratie uit van een feitelijk vermoeden van vrijgevigheid. Er
wordt aangenomen dat deze aanwas normaal voortkomt uit wederkerige
bevoordelingen. Vanzelfsprekend mag dit vermoeden van vrijgevigheid,
zowel door de administratie als door de partijen, weerlegd worden.
De fiscale
behandeling is bijgevolg niet verschillend naar gelang de
begunstigden van het beding al dan niet gehuwd zijn. In elke
hypothese wordt er uiteindelijk rekening gehouden met de bedoeling
van de partijen.
Vraag nr. 840 van de heer Van Biesen dd.
14.06.2005
Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 086, blz. 15001-15003
Beding van aanwas - Familiebedrijfsaandelen
VRAAG
Onder impuls van het verlaagd schenkingsrecht voor roerende goederen
(in Vlaanderen en Brussel) gaan bedrijfsleiders alsmaar vaker over
tot schenking van de aandelen van het familiebedrijf aan hun
kinderen-opvolgers.
Stel dat de kinderen-opvolgers niet gehuwd zijn (bijvoorbeeld twee
ongehuwde broers) en de bedrijfsleider hen zijn aandelen in
onverdeeldheid schenkt.
Stel dat vervolgens de begiftigden - die per hypothese min of meer
leeftijdsgenoten zijn - onderling overgaan tot de opmaak van een
contract van beding van aanwas waardoor bij het overlijden van één
van hen de langstlevende het volledige aandelenpakket bekomt ten
titel van kanscontract onder bezwarende titel.
1. Is het dan correct dat op deze aanwas door de langstlevende van
de begiftigden geen successierecht moet betaald worden en evenmin
enig schenkingsrecht?
2. Kan u bevestigen dat het in casu om een verkrijging buiten
erfenis gaat die ten bezwarende titel is waardoor er noch
verkooprechten, noch schenkingsrechten, noch successierechten moeten
betaald worden?
ANTWOORD (minister van Financiën, 08.07.2005)
Vooraf wens ik erop te wijzen dat, zoals door het geachte lid in
zijn vraag werd gesteld, mijn antwoord enkel betrekking heeft op de
in het Vlaams en het Brussels Gewest toepasselijke wetgeving.
Aangezien de titel van de aanwas, die plaatsheeft bij het overlijden
van de eerststervende, gelegen is in een overeenkomst onder de
levenden, valt de aanwas in beginsel in het toepassingsgebied van
het registratierecht en niet in dat van het successierecht.
De kwalificatie van een aanwasbeding als een verrichting ten
bezwarende titel of als een verrichting ten kosteloze titel hangt af
van de bedoeling van de partijen. Deze bedoeling wordt nagegaan
rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak en onder meer
met de hoedanigheid van partijen en met de tussen hen bestaande
banden.
Ik kan u bevestigen dat indien de overeenkomst van aanwas een
werkelijk kanscontract is, en bijgevolg ten bezwarende titel, de
aanwas niet aan een evenredig registratierecht onderworpen is en
evenmin aan het successierecht.
Wanneer er evenwel een bevoordelingsbedoeling aanwezig is, wordt het
aanwasbeding als een schenking gekwalificeerd. In dat geval zal in
beginsel het schenkingsrecht verschuldigd zijn indien het contract
van aanwas bij een in België verleden notariële akte werd
vastgesteld of in een vrijwillig ter registratie aangeboden
onderhandse akte. Voor schenkingen gelokaliseerd in het Vlaams en
het Brussels Gewest is dit schenkingsrecht evenwel niet van
toepassing wanneer deze schenking met een legaat wordt gelijkgesteld
(artikel 131, § 2, laatste lid, in fine van het Wetboek van
registratie juncto artikel 4, 3°, van het Wetboek van
successierechten). Door deze gelijkschakeling is het successierecht
verschuldigd op de aanwas.
Indien het contract van beding van aanwas niet bij een in België
verleden notariële akte werd vastgesteld of niet in een vrijwillig
ter registratie aangeboden onderhandse akte, is artikel 7 van het
Wetboek van successierechten toepasselijk indien de schenker
overlijdt binnen de drie jaar te
rekenen vanaf de datum van de overeenkomst van aanwas.
Hebt u nog een vraag?
Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier.
Andere zoekopties
U kan onze website eveneens doorzoeken met deze opties:
- A-Z index
- Chronologische lijst van recente aanpassingen
- Doelgroepen
- De zoekfunctie op trefwoord (beta)
- Op kernwoorden
- Rechtsleer
- Rapport van alle bijdragen op deze site doorzoekbaar met Ctrl-F op uw pc
- Rechtspraak
- Wetgeving
- Modellen
Aanvulling
Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.









