-A +A

Devolutieve kracht van het hoger beroep, machtsoverschrijding en WCO

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 28/01/2016
A.R.: 
C.15.0321.N

Uit de artikelen 19, eerste lid, en 1068, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek volgt dat het hoger beroep tegen een vonnis van de eerste rechter dat wordt gewezen na een voorafgaand vonnis, de eindbeslissingen van dit voorafgaand vonnis slechts bij de appelrechter aanhangig maakt, voor zover ook tegen dit laatste vonnis hoger beroep is aangetekend; de appelrechter die opnieuw uitspraak doet over een geschilpunt waarover de eerste rechter zijn rechtsmacht volledig had uitgeput en waarover geen hoger beroep werd ingesteld, begaat machtsoverschrijding.

Krachtens artikel 55 wet Continuïteit Ondernemingen beslist de rechtbank, binnen 14 dagen na de zitting, en in elk geval vóór de vervaldag van de met toepassing van de artikelen 24, § 2 en 38 van deze wet bepaalde opschorting, of zij al dan niet het reorganisatieplan homologeert. De homologatie kan slechts worden geweigerd in geval van niet-naleving van de pleegvormen of wegens schending van de openbare orde. In dat geval mag de rechtbank de schuldenaar toestaan een aangepast reorganisatieplan aan de schuldeisers voor te leggen. Het vonnis stelt dan de datum vast van de zitting waarop zal worden overgegaan tot de stemming over het plan.

Indien de rechter de homologatie van een reorganisatieplan heeft geweigerd omdat een bepaald onderdeel ervan in strijd is met de openbare orde en de schuldenaar wordt toegestaan om een aangepast reorganisatieplan aan de schuldeisers voor te leggen, kan de rechtbank de homologatie van dit aangepaste reorganisatieplan niet weigeren wegens onderdelen van het plan die niet het voorwerp waren van de weigeringsbeslissing en die ongewijzigd zijn gebleven.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2016/10
Pagina: 
726
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(A.V. BVBA - Rolnr.: C.15.0321.N)

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 1 juni 2015.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 8 december 2015 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste middel
Eerste onderdeel
1. Krachtens artikel 19, eerste lid Gerechtelijk Wetboek is een vonnis een eindvonnis in zoverre daarmee de rechtsmacht van de rechter over een geschilpunt is uitgeput, behoudens de rechtsmiddelen bij de wet bepaald.

Krachtens artikel 1068, eerste lid Gerechtelijk Wetboek maakt het hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen het geschil zelf aanhangig bij de rechter in hoger beroep.

2. Uit deze bepalingen volgt dat het hoger beroep tegen een vonnis van de eerste rechter dat wordt gewezen na een voorafgaand vonnis, de eindbeslissingen van dit voorafgaand vonnis slechts bij de appelrechter aanhangig maakt, voor zover ook tegen dit laatste vonnis hoger beroep is aangetekend. De appelrechter die opnieuw uitspraak doet over een geschilpunt waarover de eerste rechter zijn rechtsmacht volledig had uitgeput en waarover geen hoger beroep werd ingesteld, begaat machtsoverschrijding.

3. Krachtens artikel 55 wet Continuïteit Ondernemingen beslist de rechtbank, binnen 14 dagen na de zitting, en in elk geval vóór de vervaldag van de met toepassing van de artikelen 24, § 2 en 38 van deze wet bepaalde opschorting, of zij al dan niet het reorganisatieplan homologeert. De homologatie kan slechts worden geweigerd in geval van niet-naleving van de pleegvormen of wegens schending van de openbare orde. In dat geval mag de rechtbank de schuldenaar toestaan een aangepast reorganisatieplan aan de schuldeisers voor te leggen. Het vonnis stelt dan de datum vast van de zitting waarop zal worden overgegaan tot de stemming over het plan.

4. Indien de rechter de homologatie van een reorganisatieplan heeft geweigerd omdat een bepaald onderdeel ervan in strijd is met de openbare orde en de schuldenaar wordt toegestaan om een aangepast reorganisatieplan aan de schuldeisers voor te leggen, kan de rechtbank de homologatie van dit aangepaste reorganisatieplan niet weigeren wegens onderdelen van het plan die niet het voorwerp waren van de weigeringsbeslissing en die ongewijzigd zijn gebleven.

5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat:

de eiseres werd toegelaten tot de procedure van gerechtelijke reorganisatie;
de eiseres een reorganisatieplan opstelde dat door de meerderheid van de schuldeisers werd goedgekeurd;
bij vonnis van 8 oktober 2014 de homologatie uitsluitend werd geweigerd wegens een betwisting omtrent de schuldvordering van een werkneemster;
de eiseres een op dit punt aangepast plan heeft neergelegd dat op 18 november 2014 werd goedgekeurd door de meerderheid van de schuldeisers;
de rechtbank bij vonnis van 25 november 2014 de homologatie van het aangepaste plan heeft geweigerd wegens de schending van de openbare orde, meer bepaald de behandeling van de schuldvordering van de zaakvoerder van de eiseres die neerkomt op een onverantwoorde gedifferentieerde behandeling ten opzichte van de andere schuldeisers.
6. De appelrechter die oordeelt dat “de procedure tot gerechtelijke reorganisatie een geheel [vormt]” en “het bijgevolg niet [is] omdat een geschonden pleegvorm of een schending van de openbare orde niet bij een eerste beoordeling ter sprake is gekomen, de rechter naderhand deze schending niet meer mag ter sprake brengen” en vervolgens het beroepen vonnis van 25 november 2014 bevestigt wegens een disproportionele behandeling van de schuldvordering van de zaakvoerder van de eiseres, terwijl tegen het vonnis van 8 oktober 2014 geen hoger beroep werd ingesteld, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent, anders samengesteld.

Conclusie van Advocaat-Generaal Van Ingelgem

I. SITUERING
1. De betwisting kadert in de weigering door het bestreden arrest van de homologatie van het aangepaste reorganisatieplan van eiseres, wegens schending van de openbare orde.

2. Hiertegen voert eiseres twee middelen tot cassatie aan.

II. BESPREKING VAN DE MIDDELEN
1. In het eerste middel voert eiseres aan dat het bestreden arrest onwettig uitspraak heeft gedaan over een geschilpunt dat definitief beslecht was, en bijgevolg machtsoverschrijding heeft gepleegd.

2. Machtsoverschrijding wordt volgens uw Hof (Cass. 19 april 2001, AR C.00.0161.F, Arr.Cass. 2001, nr. 215) door een rechter gepleegd wanneer hij uitspraak doet over een geschilpunt dat bij hem niet langer aanhangig is omdat hij reeds vroeger in dezelfde zaak en tussen dezelfde partijen erover definitief uitspraak heeft gedaan.

3. De mate waarin de zaak bij de appelrechter aanhangig wordt gemaakt (de zgn. devolutieve kracht), is afhankelijk van de beschikkingen van de eerste rechter waartegen een ontvankelijk hoger beroep is ingesteld (Cass. 17 juni 2014, AR C.13.0288.F, Arr.Cass. 2014, nr. 41).

4. Hoewel, luidens artikel 1068, eerste lid Ger.W., het hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen het geschil zelf bij de rechter in hoger beroep aanhangig maakt, zijn het de partijen zelf die, door hun hoofdberoep of incidenteel beroep, de grenzen bepalen waarbinnen de rechter in hoger beroep uitspraak moet doen over de betwistingen die bij de eerste rechter aanhangig zijn gemaakt (Cass. 28 september 2009, AR S.09.0012.F, Arr.Cass. 2009, nr. 532).

5. Als dusdanig lijkt het principe van de devolutieve werking van het hoger beroep, die van rechtswege voortvloeit uit het instellen daarvan en die de openbare orde raakt, zodat de partijen hier niet van kunnen afwijken (P. Taelman, “De devolutieve werking van het hoger beroep” in Meester van het proces. Topics gerechtelijk recht, Brussel, Larcier, 2010, (223), 224, nr. 2), niet aan het beschikkingsbeginsel te kunnen ontsnappen. Om de rechtsmacht van de appelrechter te bepalen, dient dan ook eerst een onderzoek ingesteld te worden naar de omvang van het hoger beroep, rekening houdend met de regel van de relatieve werking van dit rechtsmiddel. Pas daarna is de toepassing van de devolutieve werking aan de orde. De rechtsmacht van de appelrechter wordt dus beperkt door de relatieve werking van het hoger beroep (in de mate dat hij slechts kennis neemt in zover het hem door appellant wordt voorgelegd) (B. Van Den Bergh, “De relatieve werking van het hoger beroep in een onsplitsbaar geschil” (noot onder Cass. 26 september 2014), RW 2014-15, 1343-1344, 1342).

6. Binnen voormeld kader dient de rechter aldus weliswaar - met eerbiediging van het recht van verdediging - een schending van de openbare orde ambtshalve te onderzoeken en op te werpen, maar dit neemt niet weg dat, wanneer de rechtbank van oordeel is dat het reorganisatieplan op een bepaald punt de openbare orde schendt en met toepassing van artikel 55, § 2 wet continuïteit ondernemingen (WCO) aan de schuldenaar toestaat om een aangepast reorganisatieplan voor te leggen aan de schuldeisers, zij noodzakelijkerwijze - weze het impliciet - heeft geoordeeld dat de overige bepalingen van het reorganisatieplan de openbare orde niet schenden en bijgevolg over die bepalingen een eindbeslissing heeft geveld, waardoor haar rechtsmacht om over die bepalingen te oordelen volledig is uitgeput.

7. Daaruit volgt m.i. dan ook dat de rechter vervolgens nog enkel kan beoordelen of het aangepaste reorganisatieplan - dat enkel is aangepast op het door de rechtbank aangewezen punt en voor het overige identiek is gebleven aan het oorspronkelijk voorgelegde reorganisatieplan - thans op dit punt voldoet aan de openbare orde, en zo ja, het aangepaste reorganisatieplan dient te homologeren met toepassing van artikel 55, § 3 WCO.

8. De rechter vermag aldus weliswaar na te gaan welke impact de doorgevoerde aanpassing heeft op het gehele reorganisatieplan en hij mag de homologatie weigeren indien blijkt dat, als gevolg van de doorgevoerde wijziging, de openbare orde of de pleegvormen alsnog worden miskend, maar wanneer hij - zoals in deze - bij de beoordeling van het aangepaste reorganisatieplan evenwel niet vaststelt dat de openbare orde of de pleegvormen worden miskend als gevolg van de impact van de doorgevoerde aanpassingen op de overige bepalingen van het plan, maar dat die schending voortvloeit uit een ongewijzigd gebleven bepaling van het plan waaromtrent hij eerder (weze het impliciet) geoordeeld heeft dat die bepaling geen schending van de openbare orde of de pleegvormen inhield, begaat hij m.i. wel degelijk een machtsoverschrijding.

9. Artikel 19, eerste en tweede lid Gerechtelijk Wetboek worden m.i. derhalve geschonden wanneer de rechtbank weigert het aangepaste reorganisatieplan te homologeren op grond van een strijdigheid met de openbare orde van een ander punt dat identiek is aan het oorspronkelijk aan de rechtbank voorgelegde reorganisatieplan en waaromtrent de rechter toen geen strijdigheid met de openbare orde had opgeworpen.

10. Vanuit deze benadering ben ik dan ook van oordeel dat het eerste onderdeel van het eerste middel gegrond is.

III. CONCLUSIE VERNIETIGING.
...

 

Noot: 

Vanlersberghe, P., « Devolutieve kracht van het hoger beroep, machtsoverschrijding en WCO », R.A.B.G., 2016/10, p. 730-734

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 12/07/2017 - 17:27
Laatst aangepast op: wo, 12/07/2017 - 17:27

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.