-A +A

De nietigheid van de betekening aan de procureur des Konings wegens kennis van de woon- of verblijfplaats van de geadresseerde

Publicatie
Auteur: 
Tom TOREMANS
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
163
Samenvatting

Betekening van een procesakte aan de procureur des Konings is nietig wanneer de betekenende partij de (gekozen) woonplaats of verblijfplaats van de ontvangende partij kende.

De auteur bespreekt dit kenniscriterium en meer bepaald de normatieve kennis (het behoren te kennen) ontleed zijn bijdrage in:

(I) uitvoerige casuïstiek aan de hand waarvan hij verder ingaat op

(Ii), de draagwijdte van de onderzoeksplicht van de betekenende partij

(III), de bewijslevering van de (normatieve) kennis

(IV) en de afweging van (on)zorgvuldigheden begaan door de betekenende en de ontvangende partij (IV).
 

Inhoudstafel tekst: 

I. Feitelijke en normatieve kennis
II. De onderzoeksplicht van de betekenende partij
III. Het bewijs en de bewijslast van de feitelijke en de normatieve kennis
IV. De afweging van (on)zorgvuldigheden
V. Besluit

Bronverwijzingen

• A. Smets, «Art. 40 Ger.W.» in Comm.Ger. (2009), p. 12-14, nrs. 10-13 en de verwijzingen aldaar.

• J. Laenens, «De civiele rechtsingang in Europees perspectief», RW 1995-96, p. 1176, nr. 27.

• Antwerpen 12 september 2011, NJW 2012, 428, noot AV;

• Beslagr. Luik 26 september 2005, JT 2005, 664;

• Beslagr. Brussel 11 juli 1996, P&B 1997, 116;

• Rb. Luik 4 oktober 1993, TBBR 1994, 434.

• B. Van den Bergh, «Omtrent het bewijs van kennis van de verblijfplaats in België bij betekening aan de woonplaats in het buitenland» (noot onder Cass. 15 juni 2012), verder in dit nummer opgenomen, nr. 5.

• T. Toremans, «Rechtsmisbruik en bedrog bij betekening van procesakten en de primauteit van de processtukken» (noot onder Cass. 10 mei 2012), RW 2012-13, p. 1214, nr. 8.

• Gent 21 maart 2006, TGR 2006, 174;

• Beslagr. Luik 26 september 2005, JT 2005, 664;

• Rb. Luik 22 maart 2004, JLMB 2005, 434 en 831, noot I. Bambust;

• Beslagr. Brussel 11 juli 1996, P&B 1997, 116;

• Rb. Luik 4 oktober 1993, JT 1994, 315;

• Rb. Brussel 16 maart 1982, Rev.trim.dr.fam. 1983, 152.

• Brussel 22 juni 2001, JLMB 2001, 1485, noot Ch. Vanheukelen;

• Luik 29 januari 2009, Ius & Actores 2010, 219).

• Cass. 22 oktober 1987, Arr.Cass. 1987-88, 227;

• Rb. Brussel 12 oktober 1994, TBBR 1995, 340,

• Rb. Brussel 16 maart 1982, Rev.trim.dr.fam. 1983, 152. 

• Cass. 29 april 2009, Arr.Cass. 2009, 1139.

• B. Tilleman, Proceshandelingen van en tegen vennootschappen, Antwerpen, Maklu, 1997, p. 173, nr. 351;

• K. Slabbaert, «De betekening aan de rechtspersoon» (noot onder Cass. 5 januari 2006), RW 2007-08, 404-405.

• A. Fettweis, Manuel de procédure civile, Luik, Faculté de droit de Liège, 1987, p. 176, nr. 208.

• A. Smets, Het recht op tegenspraak in civiele geschillen, Brugge, die Keure, 2009, 80 en de verwijzingen in voetnoot 284.

• Brussel 8 januari 1991, JLMB 1991, 718; Arbh. Luik 5 oktober 1983, JL 1984, 36;

• M. Donnay, «Code Judiciaire – Des significations et notifications», Rec.gén.enr.not. 1969, nr. 21227, p. 43;

• J. Laenens, K. Broeckx, D. Scheers en P. Thiriar, Handboek gerechtelijk recht, Antwerpen, Intersentia, 2012, p. 345, nr. 823;

• A. Smets, «Art. 35 Ger.W.» in Comm.Ger. (2009), p. 11, nr. 11.

• Gent 22 februari 2011, 2010-AR-0443, www.cass.be;

• Rb. Luik 4 oktober 1993, TBBR 1994, 434; 

• Gent 4 december 2007, TGR-TWVR 2008, 298, noot F. Moeykens.

• A. Smets, «Art. 38 Ger.W.» in Comm.Ger. (2009), p. 7-8, nr. 5; Rb.

• Luik 4 oktober 1993, TBBR 1994, 434.

• Cass. 15 september 1993, Arr.Cass. 1993, 700 

• Antwerpen 12 september 2011, NJW 2012, 428, noot AV (consultatie van het vennootschapsregister in Liberia).

• P. Vanlersberghe, «Adreswijzigingen en opzoekingsplicht van de initiatiefnemende partij» (noot onder Gent 19 maart 2004), RABG 2005, p. 258-259, nrs. 1-5.

• Antwerpen 6 september 2011, FJF 2012, 43.

• Smets, «Art. 40 Ger.W.» in Comm.Ger. (2009), p. 6-7, nr. 4.

• Brussel 10 oktober 1990, Pas. 1991, II, 38.

• F. Van Volsem, «Over de wijzen van betekening in strafzaken in het algemeen en aan een in een buitenlandse gevangenis opgesloten beklaagde in het bijzonder» (noot onder Cass. 4 november 2009), RABG 2010, p. 434, nrs. 9.2 en 9.3

• Cass. 14 april 1987, Arr.Cass. 1986-87, 1106.

• Cass. 1 april 2010, Pas. 2010, 1081, RABG 2011, 396.

• Arbh. Brussel 30 april 1990, Soc.Kron. 1991, 77.

• Cass. 24 september 1996, Arr.Cass. 1996, 795.

• B. Van den Bergh, «Omtrent het bewijs van kennis van de verblijfplaats in België bij betekening aan de woonplaats in het buitenland» (noot onder Cass. 15 juni 2012), 

• Gent 27 september 2000, FJF 2001, 315.

• Brussel 23 juni 1999, AJT 1999-2000, 528 

• Antwerpen 12 september 2011, NJW 2012, 428, noot AV;

• Rb. Turnhout 20 december 2005, RW 2007-08, 115 

• Gent 4 december 2007, TGR-TWVR 2008, 298, noot F. Moeykens.

• Gent 21 maart 2006, TGR-TWVR 2006, 174.

• Brussel 8 juni 2010, T.Not. 2010, 539).

• Gent 13 maart 2002, TGR-TWVR 2004, 136.

35 Verder in dit nummer opgenomen.

• Cass. 1 april 2010, Pas. 2010, 1081, RABG 2011, 396

• Gent 17 november 2009, P&B 2011, 136 

• Luik 29 januari 2009, Ius & Actores 2010, 219.

• Gent 4 december 2007, TGR-TWVR 2008, 298, noot F. Moeykens.

• Brussel 23 juni 1999, AJT 1999-2000, 528.

• Antwerpen 12 september 2011, NJW 2012, 428, noot AV 

• Gent 21 maart 2006, TGR-TWVR 2006, 174.

•  Antwerpen 23 januari 1996, T.Strafr. 2001, 206.

• Cass. 29 april 2009, Arr.Cass. 2009, 1139.

• Luik 29 januari 2009, Ius & Actores 2010, 219.

• Cass. 4 november 2009, www.cass.be, RABG 2010, 425, noot F. Van Volsem.

• Beslagr. Luik 26 september 2005, JT 2005, 664.

• Cass. 7 september 2000, Arr.Cass. 2000, 1317.

• Rb. Brussel 28 september 1995, Bull.Bel. 1997, 1807.

• Cass. 22 oktober 1987, Arr.Cass. 1987-88, 227; Cass. 4 november 2009, www.cass.be, RABG 2010, 425, noot F. Van Volsem.

•  Arbrb. Veurne 10 maart 2005, P&B 2005, 162 

• Beslagr. Gent 18 maart 2008, RW 2010-11, 124

•  Cass. 1 april 2010, Pas. 2010, 1081, RABG 2011, 396.

• Antwerpen 21 september 2005, NC 2006, 65 

• Kh. Brussel 26 mei 2005, JT 2005, 559 

• Cass. 1 april 2010, Pas. 2010, 1081, RABG 2011, 396.

• Antwerpen 30 april 2001, RHA 2001, 343.

• 58 Rb. Antwerpen 4 februari 2011, Fiscoloog 2011, 13 

• Gent 22 februari 2011, 2010-AR-0443, www.cass.be.

• Rb. Brussel 12 oktober 1994, TBBR 1995, 340 

• Cass. 24 september 1996, Arr.Cass. 1996, 795.

• Gent 27 september 2000, FJF 2001, 315.

• Rb. Brussel 28 september 1995, Bull.Bel. 1997, 1807 

•  Kh. Gent 9 juni 1999, TGR 1999, 164 

• Cass. 13 december 2000, Arr.Cass. 2000, 1976.

• Cass. 14 februari 1995, Arr.Cass. 1995, 175, P&B 1995, 181, noot F. D’Hont.

• Gent 13 maart 2002, TGR-TWVR 2004, 136 

• Gent 13 maart 2002, TGR-TWVR 2004, 136.

• K. Wagner, Sancties in het burgerlijk procesrecht, Antwerpen, Maklu, 2007, p. 194, nr. 154.

• Zie bv. Cass. 1 februari 1982, Arr.Cass. 1981-82, 712.

• Cass. 15 december 1993, Arr.Cass. 1993, 1070, RW 1993-94, 1458, R.Cass. 1994, 21, noot R. De Corte en K. Seyen.

• Cass. 4 maart 2008, Pas. 2008, 608, 

• Rb. Brussel 25 oktober 2011, Ius & Actores 2012, 123.

• Cass. 3 januari 1995, Arr.Cass. 1995, 3;

• Cass. 22 mei 1980, Arr.Cass. 1979-80, 1178.

• Cass. 14 februari 1995, Arr.Cass. 1995, 176, P&B 1995, 181, noot F. D’Hont.

• F. D’Hont, «Beter één beklaagde in de rechtszaal, dan tien verstekvonnissen op één zitting. Over adreswijzigingen, de wijzen van betekenen en het strafproces» (noot onder Cass. 14 februari 1995), P&B 1995, 183

• Gent 22 februari 2011, 2010-AR-0443, www.cass.be.

• Beslagr. Gent 18 maart 2008, RW 2010-11, 124.

• Cass. 7 september 2000, Arr.Cass. 2000, 1317.

• Cass. 13 december 2000, Arr.Cass. 2000, 1976).

• Cass. 10 mei 2012, RW 2012-13, 1212, noot T. Toremans, «Rechtsmisbruik en bedrog bij betekening van procesakten en de primauteit van de processtukken» , RABG 2012, 1229, noot N. Clijmans, «Ook het recht om niet op de gekozen woonplaats te betekenen, kan worden misbruikt» (rechtsmisbruik);

• Cass. 8 maart 2002, Arr.Cass. 2002, 753;

• Cass. 29 maart 2001, Arr.Cass. 2001, 531;

• Antwerpen 10 maart 2010, RW 2011-12, 703;

• Corr. Brussel 25 maart 1994, JLMB 1995, 851 (schending van het recht van verdediging).

• Gent 13 maart 2002, TGR-TWVR 2004, 136. 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 29/09/2013 - 12:35
Laatst aangepast op: zo, 29/09/2013 - 14:41

Belgisch mededingingsrecht wordt persoonlijk

Publicatie
Auteur: 
Wyckmans F
Auteur: 
Focquet A
Tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
122
Samenvatting

Bestuurders, zaakvoerders, management en personeelsleden zijn persoonlijk ansprakelijk geworden voor de kartelinbreuken die hun onderneming begaat. (Boek IV van het Wetboek Economisch Recht).

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding

A. Algemeen kader

B. Officieus startschot door OESO

C. Aanloop naar de wetswijziging

II. Persoonlijke aansprakelijkheid: wat, wie, hoe en wanneer?

A. Wat?

De verboden gedragingen worden gepreciseerd in art. IV.1, § 4 van Boek IV van het Wetboek Economisch Recht:

«Het is natuurlijke personen verboden in naam en voor rekening van een onderneming of ondernemingsvereniging met concurrenten te onderhandelen of met hen afspraken te maken over:

a) het vaststellen van de prijzen bij verkoop van producten of diensten aan derden;

b) het beperken van de productie of verkoop van producten of diensten;

c) het toewijzen van markten».

Het is nuttig om de bestanddelen van de omschrijving van de verboden gedragingen van naderbij te onderzoeken. Ieder van deze bestanddelen roept immers een reeks vragen op.

1° Onderhandelen of het maken van afspraken

2° Met concurrenten van een onderneming of ondernemingsvereniging

3° Over welbepaalde kartelinbreuken

Art. IV.1, § 4 van Boek IV van het Wetboek Economisch Recht preciseert de kartelinbreuken waarover de onderhandelingen of afspraken dienen te handelen.

1) hardcore restricties

2) De opsomming in art. IV.1, § 4 is limitatief.

B. Wie?

1° Natuurlijke personen

2° In naam en voor rekening

3° Onderneming of ondernemingsvereniging

4° Nederlands voorbeeld

C. Hoe?

1° Belgische procedure

2° Koppeling tussen de Europese en de Belgische procedure

3° Sancties

D. Vanaf wanneer?

III. Clementieregeling

A. Natuurlijke personen

B. Interactie met de clementieregeling voor ondernemingen

IV. Overzicht van de andere wijzigingen in Boek IV van het Wetboek Economisch Recht

V. Besluit

 

Wettelijke toelichting:

Boek IV van het Wetboek Economisch Recht, dat volledig in werking is getreden op 6 september 2013. De bepalingen van Boek IV zijn neergelegd in twee wetten van dezelfde datum: (1) wet van 3 april 2013 houdende invoeging van boek IV «Bescherming van de mededinging» en van boek V «De mededinging en de prijsevoluties» in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek IV en aan boek V en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek IV en aan boek V, in boek I van het Wetboek van economisch recht, BS 26 april 2013, 25.216, waarvan de bepalingen van Boek IV in werking getreden zijn gedeeltelijk op 28 mei 2013 (KB van 21 mei 2013 betreffende de inwerkingtreding van sommige bepalingen van de wet van 3 april 2013 houdende invoeging van Boek IV «Bescherming van de mededinging» en van Boek V «De mededinging en de prijsevoluties» in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek IV en aan boek V en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek IV en aan boek V, in boek I van het Wetboek van economisch recht, BS 27 mei 2013, 33.988) en gedeeltelijk op 6 september 2013 (KB van 30 augustus 2013 betreffende de inwerkingtreding van sommige bepalingen van de wet van 3 april 2013 houdende invoeging van Boek IV «Bescherming van de mededinging» en Boek V «De mededinging en de prijsevoluties» in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan Boek IV en Boek V en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan Boek IV en aan Boek V, in Boek I van het Wetboek van economisch recht, BS 6 september 2013, 63.089) en (2) wet van 3 april 2013 houdende invoeging van de bepalingen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, in boek IV «Bescherming van de mededinging» en boek V «De mededinging en de prijsevoluties» van het Wetboek van economisch recht, BS 26 april 2013, 25.248 waarvan de bepalingen van Boek IV in werking getreden zijn op 6 september 2013 (KB van 30 augustus 2013 betreffende de inwerkingtreding van sommige bepalingen van de wet van 3 april 2013 houdende invoeging van de bepalingen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, in Boek IV «Bescherming van de mededinging» en Boek V «De mededinging en de prijsevoluties» van het Wetboek van Economisch recht, BS 6 september 2013, 63.088).

Bronvermeldingen

• : Getting The Deal Through (ed.), Cartel Regulation Getting the Fine Down in 41 Jurisdictions Worldwide, Londen, Law Business Research, 2012, 351 p.

• F. Wijckmans en F. Tuytschaever, Distributieovereenkomsten in het Mededingingsrecht, Gent, Larcier, 2012, nrs. 171-188 en de aldaar vermelde rechtspraak.

• P. Lambrecht, N. Petit en C. Gheur, Informatie-uitwisseling en de mededingingsregels, Brussel, VBO, 2011, 32 p.;

• P. Lambrecht en C. Gheur (eds.), Les Fédérations d’entreprises et les règles de concurrence – Federaties van ondernemingen en mededingingsregels, Brussel, Larcier, 2009, 181 p.

• Memorie van toelichting bij Boek IV van het Wetboek Economisch Recht (memorie van toelichting, Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 53K2591/001 en nr. 53K2592/001, hierna: «memorie van toelichting»), p. 15, met verwijzing naar de studie van het OFT van november 2007, The Deterrent Effect of Competition Enforcement by the OFT, beschikbaar op http://www.oft.gov.uk/shared_oft/reports/Evaluating-OFTs-work/oft962.pdf.

• Zie R.Med. 25 januari 2008, nr. MEDE-I/O-04/0045, Vlaamse federatie van verenigingen van Brood- en Banketbakkers, IJsbereiders en Chocoladebewerkers, www.economie.fgov.be;

• R.Med. 15 april 2008, nr. MEDE-I/O-05/0074, Dierenartsenbelangen, www.economie.fgov.be;

• R.Med. 7 juli 2008, nr. CONC-I/O-98/0031 en CONC-P/K-05/0023, Autorijscholen, www.economie.fgov.be;

• R.Med. 25 juli 2008, nr. MEDE-P/K-06/0006, interieurarchitecten, www.econo mie.fgov.be.

• R.Med. 4 april 2008, nr. CONC-I/O-04/0051, Bayer AG – Ferro (Belgium) SPRL – Lonza S.p.A et Solutia Europe S.A., www.economie.fgov.be.

• R.Med. 26 augustus 2010, nr. CONC-I/O-01/0042, Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars, www.economie.fgov.be.

• R.Med. 20 mei 2010, nr. MEDE-I/O-04/0063 en MEDE-I/O-06/0032, Staalplaatradiatoren, www.economie.fgov.be.

• R.Med. 28 februari 2013, nr. MEDE-I/O-08/0009, Mededingingsbeperkende praktijken op de markt voor levering en verkoop van meel in België, www.economie.fgov.be.

• R.Med. 7 april 2011, nr. CONC-I/O-08/0010B, Hausses coordonnées chocolaterie, www.economie.fgov.be)

• Ger.EG T-587/08, Fresh Del Monte Produce t/ Commissie;

• Ger.EG T-588/08, Dole Food en Dole Germany t/ Commissie,;

• Med.Comm., Richtsnoeren inzake de toepasselijkheid van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op horizontale samenwerkingsovereenkomsten, Pb.C. 14 januari 2011, afl. 11, nrs. 59-61.

• Med.Comm., Richtsnoeren inzake de toepasselijkheid van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op horizontale samenwerkingsovereenkomsten, Pb.C. 14 januari 2011, afl. 11, nrs. 62-63.

• M. Siragusa en C. Rizza, EU Competition Law Volume III Cartel Law, Leuven, Claeys & Casteels, 2007, nr. 1.31.

• Med.Comm., Richtsnoeren inzake de toepasselijkheid van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op horizontale samenwerkingsovereenkomsten, Pb.C. 14 januari 2011, afl. 11, nr. 10.

• Mededeling van de Raad voor de Mededinging betreffende volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten in kartelzaken, BS 22 oktober 2007, p. 54.713, nr. 1.

 

 

Zie ook T. Schoors, Tinneke Baeyens en W. Decroe, Schadevergoedingsacties na kartelinbreuken, NJW 239, 198

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: vr, 20/09/2013 - 22:19
Laatst aangepast op: vr, 20/09/2013 - 22:19

Wensvaderschap over draagkind prenataal vastgesteld

Publicatie
Auteur: 
Gerd Verschelden
Tijdschrift: 
Juristenkrant
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2013/273
Pagina: 
1 en 9
Samenvatting

Bespreking van een baanbrekend vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde van 19 maart 2013 (nog niet gepubliceeerd), waardoor een biologische vader van een kind dat uit een draagmoeder zal worden geboren, erin geslaagd is om nog vóór de geboorte niet alleen het vaderschap van de echtgenoot van deze draagmoeder te betwisten, maar tegelijk zelf als vader te worden aangewezen.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 15/09/2013 - 17:12
Laatst aangepast op: di, 08/10/2013 - 23:52

Verzekeringsrecht kroniek 2011-2013

Publicatie
Auteur: 
Geert Jocqué
Tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2013/286
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 


Inleiding

I. De Wet Landverzekeringsovereenkomst

A. Bepalingen betreffende alle landverzekeringsovereenkomsten
1. Toepassingsgebied van de Wet Landverzekeringsovereenkomst
2. Voorwerp van de verzekeringsovereenkomst
3. Mededelingsplicht bij het sluiten van de verzekeringsovereenkomst
4. Opzet
5. Verval van dekking
6. Opzegging van de verzekeringsovereenkomst na een schadegeval
7. Verjaring
a. Verjaringstermijn
b. Stuiting van de verjaring
B. Brandverzekering
1. Overdracht onder de levenden van de verzekerde zaak
2. Wederopbouwverplichting
3. Indeplaatsstelling van de brandverzekeraar
C. Aansprakelijkheidsverzekeringen
1. Begrip
2. Het inlooprisico
3. Leiding van het geschil
4. Tegenwerpelijkheid van de verweermiddelen
5. Tussenkomst van de verzekeraar in de procedure
D. Persoonsverzekeringen
1. Arbeidsongevallenverzekering
2. Levensverzekering
3. Schuldsaldoverzekering
4. Ziektekostenverzekering

II. De WAM-verzekering

A. Het gedekte risico
1. Verkeersrisico versus exploitatierisico
2. Gewoonlijk in het buitenland gestald motorrijtuig
3. Uitsluiting bij diefstal
4. Uitbreiding dekking voor vervangingsvoertuigen en toevallig bestuurde voertuigen
5. Snelheidswedstrijden
6. Voertuigen toebehorend aan de staat of aan bepaalde instellingen
B. Vordering van de benadeelde
C. Vergoedingsregeling van artikel 29bis WAM
1. Deelneming aan het verkeer
2. Verkeersongeval met een aan spoorstaven gebonden voertuig
3. Betrokkenheid van het motorrijtuig
4. Uitsluiting van de bestuurder
5. Subrogatoir verhaal
6. Bijdrageplicht tussen verscheidene WAM-verzekeraars
D. Verhaal van de WAM-verzekeraar
1. Contractueel verhaal
2. Verhaal op grond van restitutie
E. Het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds
1. Aangifte bij het Fonds
2. Vergoeding bij toevallig feit
3. Vergoeding bij ongevallen veroorzaakt door een gestolen voertuig
4. Burgerlijke partijstelling van het Fonds

 

De auteur Geert Jocqué belicht in dit rechtspraakoverzicht eerst de rechtspraak met betrekking tot de Wet Landverzekeringsovereenkomst. De bespreking gebeurt in volgorde van de bepalingen van deze wet. Voorts besteedt hij aandacht aan de WAM-verzekering. Hij vertrekt vanuit de WAM om vervolgens de rechtspraak in verband met de Modelovereenkomst te behandelen.

Bron: legal world

 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: zo, 15/09/2013 - 16:32
Laatst aangepast op: zo, 15/09/2013 - 16:32

De contractuele achterstelling: modaliteit van een schuldvordering en derdenwerking

Publicatie
Auteur: 
Legrand W
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
83
Samenvatting

Een achtergestelde lening is een krediet waarbij de schuldeiser in het geval van faillissement van de schuldenaar wordt achtergesteld: de achtergestelde schuldeiser komt in een faillissement in de volgorde van schuldeisers dus achter de concurrente (dat wil zeggen gewone) schuldeisers, en heeft slechts voorrang ten opzichte van de aandeelhouders, vennoten of inbrengers. Achterstelling kan men bereiken door dit contractueel met elkaar af te spreken.

Door deze voorwaarden loopt de schuldeiser een hoger risico dat hij een deel van zijn verstrekte krediet niet terugbetaald krijgt. Om dit te compenseren wordt meestal een hoger rentepercentage vergoed. Soms is de rente zelfs winstafhankelijk. Over de ontvangen interest hoeft de verstrekker van de lening geen belasting te betalen aan de fiscus.

Achtergestelde leningen kunnen er vaak voor zorgen dat een onderneming extra aantrekkelijk wordt om in te investeren (lees: geld aan uit te lenen) voor banken en investeerders. Wanneer de onderneming failliet gaat zullen de achtergestelde schuldeisers de eerste klap opvangen. De lening werkt hierdoor als een soort "kussen". Daarbij is het een middel om vertrouwen te wekken bij bepaalde investeringstransacties. Een bank, investeringsmaatschappij of investment manager die de transactie heeft opgezet en er zelf via een achtergestelde lening instapt laat hiermee zien dat het hem ook "menens" is.

Achtergestelde leningen worden in de praktijk uitsluitend verstrekt door en aan ondernemingen. Door de aard van de lening kan deze soms bij het eigen vermogen gerekend worden. Verstrekkers van achtergestelde leningen zijn vaak het moederbedrijf van de onderneming of grote banken, die het risico beter kunnen inschatten. Ook overheden verstrekken vaak achtergestelde leningen als een vorm van subsidie.

In securitisatietransacties komt achterstelling zeer veel voor. Er worden dan door de uitgever verschillende aan elkaar achtergestelde obligaties uitgegeven. Deze obligaties zijn niet zozeer achtergesteld in geval van faillissement (securitisatievehikels zijn immers in de regel "bankruptcy remote" of "faillissementsproof"), maar de achterstelling geldt met name bij iedere rente- en aflossingsbetaling die wordt gedaan. Zo ontstaat een ranglijst, ook wel "waterfall" genoemd. Een voorbeeld van een "waterfall" zou kunnen zijn:
Betaling vindt eerst plaats aan alle dienstverleners (trustkantoren, accountants, advocatenhonoraria)
Daarna aan de transactiepartijen voor hun transactie-gerelateerde diensten
Daarna aan de A-obligatieshouders
Daarna aan de B-obligatiehouders
En alles wat overblijft, hoe veel of weinig dat ook is, aan de (meest achtergestelde) C-obligatiehouders.
 

(bron Wikipedia)

Inhoudstafel tekst: 

I. Begrip achterstelling

A. Wet

B. Omschrijving

A. Oorsprong

B. Temporeel

C. Partijen

1° Algemene en specifieke achterstelling 30

2° Aantal contractpartijen

a) Tweepartijenovereenkomst

b) Meerpartijenovereenkomst

III. Geldigheid achterstelling

IV. Kwalificatie achterstelling
A. Inleiding

B. Modaliteit van een schuldvordering

1° Algemeen

2° De achterstelling als modaliteit van een schuldvordering

C. De achterstelling als voorwaarde

1° Ontbindende voorwaarde

2° Opschortende voorwaarde

D. Derdenbeding

1° Gevolgen van de kwalificatie van de achterstelling als derdenbeding

2° Geldigheid van de kwalificatie van de achterstelling als derdenbeding

E. Afstand van recht

F. Rechtsfiguur sui generis

G. Besluit inzake de kwalificatie van de achterstelling

V. Derdenwerking van de achterstelling vormgegeven als een modaliteit van een schuldvordering

A. Faillissement 116

1° Faillissement van de debiteur

2° Faillissement van de junior

B. Schuldvergelijking

1° Algemeen

2° Verhouding schuldvergelijking en achterstelling

C. Cessie

1° Cessie van de (achtergestelde) vordering van de junior

2° Cessie van de vordering van de senior
D. Wijziging van de achterstelling

1° Actio pauliana

2° Onrechtmatige daad

a) Fout

b) Schade en causaal verband

3° Vertrouwensleer

4° Onverschuldigde betaling

5° Besluit inzake wijziging van de achterstelling

VI. Besluit

Rechtsleer

• A. Van Hees, De achtergestelde lening, in het bijzonder de achtergestelde geldlening, Deventer, Kluwer, 1989, 1-4;
• S. Velu-Spreutels, «La subordination de créance» in Les sûretés, Brussel, ULB-Feduci, 1984, C.1;
• B. Wessels, Achtergestelde vorderingen, Deventer, Kluwer, 2006, 1; P. Wood, The Law of Subordinated Debt, Londen, Sweet & Maxwell, 1990, 1.
• D. Calligar, «Subordinated Agreements», The Yale Law Journal 1960-61, 376 en http://home.heinonline.org;
• A. Verbeke en I. Peeters, «Negatieve zekerheden», DAOR 1996, 44; P. Wood, Project Finance, Securitizations, Subordinated Debt, Londen, Sweet & Maxwell, 2007, 37.
• R. Fransis, «Achterstelling» in Comm.Voorr., 12-14. Nederland: A. Van Hees, o.c., 13-43.
 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: za, 14/09/2013 - 02:24
Laatst aangepast op: za, 14/09/2013 - 02:35

Recidive en zendendelicten

Titel van het boek: 
Recidive bij subgroepen van zedendelinquenten in de ambulante forensische psychiatrie
Publicatie
Auteur: 
van Horn J
Auteur: 
Mulder J
Auteur: 
Scholing A
Uitgever: 
Universiteit Amsterdam

download dit artikel via deze link

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 12/09/2013 - 19:12
Laatst aangepast op: do, 12/09/2013 - 19:12

De collectieve schuldenregeling: enkele nieuwigheden toegelicht

Publicatie
Auteur: 
De Groote B,
Auteur: 
Van Brée S.
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
42
Samenvatting

De wet van 26 maart 2012 wijzigt de collectieve schuldenregeling.

• verduidelijking rechten en plichten schuldenaar, schuldeiser, arbeidsrechtbank, schuldbemiddelaar
• minimum leefgend tijdige uitbetaling van een leefgeld
• bevestiging recht op menswaardig te leven schuldenaar
• herziening statuut  van de schuldbemiddelaar
• uitgebreide informatieplicht schuldbemiddelaar
• beperking tijd betreffende de looptijd van een minnelijke aanzuiveringsregeling en de tijd waarover de schuldbemiddelaar beschikt om een regeling tot stand te brengen.

Bespreking van de de wet van 14 januari 2013 houdende diverse bepalingen inzake werklastvermindering binnen justitie

• de beëindiging CSR op initiatief van de schuldenaar
• lot van de gelden op de bemiddelingsrekening
• wachtperiode voor het indienen van een nieuw toelaatbaarheidsverzoek.
 

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding

II. Historisch overzicht

III. Bespreking van de nieuwe wet

A. De schuldbemiddelaar

1° Betaling in handen van de schuldbemiddelaar

2° Toezicht van de rechter op de schuldbemiddelaar

3° Verslag en kennisname van het verslag

4° Erkenning/opleiding

B. Het leefgeld

1° Algemene regeling

2° Leefgeld tijdens de gerechtelijke aanzuiveringsregeling

3° Aanpassing aan de gezondheidsindex

4° Tijdige uitbetaling van het leefgeld

C. Informatieverstrekking

1° Gedetailleerde en geactualiseerde staat van de inkomsten en de beschikbare middelen

2° Wijze van informatieverstrekking

D. Dynamiek van de procedure

1° Beperken van de voorbereidende fase

2° Aanvang van de aanzuiveringsregeling

3° Beperking van de duurtijd van de minnelijke aanzuiveringsregeling

E. Inwerkingtreding

IV. Wijzigingen Wet Werklastvermindering

A. Einde van de procedure

1° Op initiatief van de schuldenaar

2° Wachtperiode alvorens opnieuw te kunnen worden toegelaten

3° Lot van de gelden op de bemiddelingsrekening

B. De schuldbemiddelaar

1° Vereenvoudiging van de informatieverstrekking aan de schuldenaar

2° Vervanging van de schuldbemiddelaar

3° Bijkomende verplichtingen van de schuldbemiddelaar

C. Verhoging van de kostenefficiëntie van de procedure

V. Besluit

Bronnen

• B. De Groote en S. Voet, Collectieve schuldenregeling, Brussel, Larcier, 2009, 85.

• Cass. 27 januari 2011, RW 2010-11, 1755.

• E. Van Acker, C. Verbeke en B. Wylleman, Praktische gids voor schuldbemiddelaars, Mechelen, Kluwer, 2013, p. 122, nr. 191.

• Cass. 16 april 2012, AR S.11.0059.F, JLMB 2012, 1955

• Omzendbrief WEL/99/04 van 23 april 1999 betreffende de wet op de collectieve schuldenregeling – instellingen voor schuldbemiddeling, BS 18 mei 1999, 16.950.

• E. Van Acker, C. Verbeke en B. Wylleman, o.c., p. 127, nr. 200, gelezen in samenhang met p. 464).

 

 


Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: za, 07/09/2013 - 10:06
Laatst aangepast op: za, 07/09/2013 - 10:06

Het eeuwigdurend karakter van het eigendomsrecht. Oude materie, nieuwe perspectieven

Publicatie
Auteur: 
M. Muylle
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
4
Samenvatting

Het eeuwigdurend karakter van het eigendomsrecht geldt als een axioma van het zakenrecht. Maar wat betekent dit nu eigenlijk? Wat is de grondslag? Zijn er uitzonderigen. Bestaat er zoiets als tijdelijke eigendom en welke soorten voorwaardelijke eigendomsoverdracht zijn er?

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding

II. Het concept «duur» van zakelijke rechten

A. De duur theoretisch en praktisch: een dubbel concept

1o Abstracte duur

2o Concrete duur

3o Samenvattend

B. Afbakening tussen eeuwigdurende en tijdelijke zakelijke rechten

III. Het eigendomsrecht, een eeuwigdurend recht

A. Algemeen

B. het adagium «la propriété dure autant que son objet» en de verenigbaarheid met het eeuwigdurend karakter van het eigendomsrecht of beter «la propriété ne peut survivre son objet».

IV. De grondslag van het eeuwigdurende karakter van het eigendomsrecht

A. Tekstuele grondslag?

1o Vigerend recht?

2o Toekomstig recht?

B. Dertigjarig onbruik

1o Algemeen

2o Kritiek

C. De aard van goederen

D. De subjectieve wens om goederen naar volgende generaties over te dragen

E. Tussenbesluit

V. Uitzonderingen op het eeuwigdurende karakter?

A. De klassieke rechtsleer over tijdelijke eigendom

B. Beoordeling van de standpunten

C. Over tijdelijke eigendom

1° Absolute en relatieve tijdelijke eigendom

2° Tijdelijke eigendom op een a priori tijdelijk goed

3° Samenvattend

D. Praktische toepassingen van de verworven inzichten

1° De schenking of het legaat onder ontbindende termijn

2° De eigendomsoverdracht onder louter potestatieve ontbindende voorwaarde

3° Fiduciaire eigendomsoverdracht tot zekerheid

VI. Besluit

36. Het eigendomsrecht is een eeuwigdurend recht. Het is een gekende twee-eenheid. Met voorliggende bijdrage werd gepoogd duidelijkheid te scheppen in een aantal interpretatiekwesties betreffende deze twee-eenheid.

Bronvermeldingen

• L. Josserand, Cours de droit civil positif français, I, Parijs, 1932, nr. 1337;

• H. De Page en R. Dekkers, Traité élémentaire de droit civil belge, V, Brussel, Bruylant, 1952, nr. 825;

• C. Aubry, C. Rau en P. Esmein, Droit Civil Français, II, Parijs, Librairies Techniques, 1961, nr. 59;

• H. De Page, Traité élémentaire de droit civil belge, I, Brussel, Bruylant, 1962, nr. 130;

• W. Van Gerven, Algemeen Deel, I, in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, Antwerpen, Standaard Wetenschappelijke Uitgeverij, 1969, nr. 34;

• A. Weill, Droit civil, Les Biens, Parijs, Dalloz, 1970, nr. 10; R. Dekkers, Handboek Burgerlijk Recht, I, Brussel, Bruylant, 1972, nr. 842;

• H. Mazeaud, L. Mazeaud, J. Mazeaud en M. De Juglart, Leçons de Droit Civil, I, Parijs, 1972, nr. 163;

A. Pitlo en M. Bolweg, Het zakenrecht naar het Nederlands Burgerlijk Wetboek, Groningen, 1972, 3;

• R. Derine, F. Van Neste en H. Vandenberghe, Zakenrecht, I, A, in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, V, Antwerpen, Standaard Wetenschappelijke Uitgeverij, 1974, p. 59, nr. 30;

• F. Zenati, Droit Civil, Les biens, Parijs, PUF, 1988, p. 216, nr. 196; C. Larroumet, Droit Civil, Les Biens, Droits réels principaux, II, Parijs, Economica, 1997, p. 33, nr. 52;

• V. Sagaert, «Het goederenrecht als open systeem van verbintenissen? Poging tot een nieuwe kwalificatie van de vermogensrechten», TPR 2005, p. 987, nr. 3;

C. Asser, F. Mijnssen, A. Van Velten en S. Bartels, Mr. C. Asser’s Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht, Zakenrecht, Eigendom en beperkte rechten, V, Deventer, Kluwer, 2008, p. 2, nr. 2

•: J.-G. Locré, Législation civile, commerciale et criminelle ou commentaire et complément des codes français, VIII, Brussel, Librairie de Jurisprudence de H. Tarlier, 1836, 51; V. Sagaert, o.c., TPR 2005, p. 1033, nr. 51.

• M. Muylle, De duur en de beëindiging van zakelijke rechten, Antwerpen, Intersentia, 2012, 764 p.

• : V. Sagaert, Zakelijke subrogatie, Antwerpen, Intersentia, 2003, 793 p.

• M.E. Storme, «Van trust gespeend? Trusts en fiduciaire figuren in het Belgisch privaatrecht», TPR 1998, p. 710, nr. 6.

• C. Demolombe, Cours de Code Civil, V, Brussel, J. Stienon imprimeur-éditeur, 1854, p. 175, nr. 539 en p. 177, nr. 546;

• G. Baudry-Lacantinerie en M. Chauveau, Traité Théorique et Pratique de Droit Civil, V, Parijs, Librairie de la société du receuil J.-B. Sirey et du journal du Palais, 1905, p. 173, nr. 226;

• M. Planiol en G. Ripert, Traité Pratique de Droit Civil Français, III, Parijs, Librairie Générale de droit et de jurisprudence, 1952, p. 222, nr. 213;

• A. Colin, H. Capitant en L. Julliot de la Morandière, Traité de Droit Civil, II, Parijs, Librairie Dalloz, 1959, p. 133 e.v., nrs. 223 e.v.;

• C. Aubry, C. Rau en P. Esmein, o.c., p. 244, nr. 144;

• H. De Page en R. Dekkers, Traité élémentaire de droit civil belge, V, Brussel, Bruylant, 1975, p. 796, nr. 893B;

• H. Mazeaud, L. Mazeaud, J. Mazeaud en F. Chabas, Leçons de Droit Civil, II, Parijs, Montchrestien, 1989, p. 94, nr. 1347; C. Larroumet, Droit Civil, II, Parijs, Economica, 2004, p. 134, nr. 250;

• P. Malaurie en L. Aynes, Les biens, Parijs, Defrénois, 2005, 133; F. Zenati-Castaing en T. Revet, Droit Civil, Les biens, Parijs, PUF, 2008, p. 379, nr. 232; J.-

• P. Levy en A. Castaldo, Histoire du droit civil, Parijs, Dalloz, 2002, p. 445, nr. 326.

• A. Kluyskens, Zakenrecht in Beginselen van Burgerlijk Recht, V, Antwerpen, Standaard boekhandel, 1940, p. 100, nr. 88.

• F. Laurent, Principes de droit civil, VI, Brussel, Bruylant, 1871, p. 139, nr. 104.

• A. Pitlo, Het zakenrecht naar het Nederlands Burgerlijk Wetboek, Haarlem, H.D. Tjeenk Willink, 1949, 152.

• G. Baudry-Lacantinerie, Précis de Droit Civil, I, Parijs, Sirey, 1922, p. 662, nr. 1330; M. Chauffardet, Le problème de la perpétuité de la propriété, Aix-en-Provence, Thèse, 1933, 90;

• J. Carbonnier, Droit civil. Les biens, la monnaie, immeubles, meubles, II, Parijs, PUF, 1990, p. 124, nr. 68;

• F. Terré en P. Simler, Droit Civil, Les biens, Parijs, Dalloz, 1992, p. 99, nr. 137;

7 P. Malaurie, L. Aynes en P. Thery, Droit civil. Les biens, Parijs, Cujas, 1998, p. 134, nr. 460; C. Pourquier, Propriété et perpétuité. Essai sur la durée du droit de propriété, Aix-en-Provence, Presses Universitaires d’Aix-Marseille, 2000, p. 45, nr. 38;

• J.-L. Bergel, M. Bruschi en S. Cimamonti, Traité de Droit Civil, Les Biens, Parijs, L.G.D.J., 2010, p. 111, nr. 97;

• M. De Vareilles-Sommières, «La définition et la notion juridique de la propriété», RTDciv. 1905, p. 457, nr. 24; F. Danos, Propriété, possession et opposabilité, Parijs, Economica, 2007, p. 43 e.v., nrs. 39 e.v.;

• P. Crocq, Propriété et garantie, Parijs, L.G.D.J., 1995, p. 89, nr. 111. Vgl. ook met S. Van Erp en B. Akkermans, «Property Rights: a Comparative View» in B. Bouckaert (ed.), Property Law and Economics, Cheltenham, Edward Elgar Publishing, 2010, 34.

• G. Marty en P. Raynaud, Les Biens, Parijs, Sirey, 1980, p. 57, nr. 50; F. Zenati-Castaing en T. Revet, o.c., p. 380, nr. 233.

• J.-P. Levy en A. Castaldo, Histoire du droit civil, Parijs, Dalloz, 2002, p. 445, nr. 326.

• C. Pourquier, ibid.; G. Marty en P. Raynaud, o.c., p. 56, nr. 50; F. Zenati-Castaing en T. Revet, o.c., p. 379, nr. 233.

en vele andere verwijzingen

 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: zo, 01/09/2013 - 16:29
Laatst aangepast op: zo, 01/09/2013 - 16:29

Burgerlijk bewjsrecht APR)

Publicatie
Auteur: 
Cattoir Bart
Tijdschrift: 
APR
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2013
ISBN nummer: 
9789046549995
Samenvatting

bespreking van dit werk door de uitgever

Het burgerlijk bewijsrecht speelt in de rechtspraktijk een kapitale rol. Toch wordt in de rechtsleer, vooral aan Nederlandstalige kant, aan dat bewijsrecht tot op vandaag een tweederangs rol toebedeeld.

Dit boek vormt een volledige, diepgaande en praktijkgerichte studie van het bewijsrecht dat geldt in burgerlijke zaken en in handelszaken. Er wordt grondig ingegaan op de drie hoofdvragen van het burgerlijk bewijsrecht : wat moet worden bewezen, wie moet bewijzen en hoe kan/mag worden bewezen, inbegrepen de nieuwe technologieën. Bovendien wordt uitvoerig aandacht besteed aan de Antigoonrechtspraak van het Hof van Cassatie inzake ongeoorloofde bewijsmiddelen en aan de kwestie van de bewijsovereenkomsten.

Ook de meest recente wetgeving inzake de overlegging van schriftelijke verklaringen van derden (Wet van 16 juli 2012) en de door de advocaten van de partijen medeondertekende onderhandse akte (Wet van 29 april 2013) worden behandeld.

Inhoudstafel tekst: 

INHOUD V
AFKORTINGEN EN CITEERWIJZEN XV
LITERATUURLIJST XVII
Nrs.
TITEL I INLEIDING. AFBAKENING VAN HET ONDERWERP 1-43
Hfdst. I HET BEGRIP ‘‘BEWIJZEN’’ 2-15
Afd. I DEFINITIE 2-6
Afd. II HET OVERTUIGEN VAN DE WAARACHTIGHEID VAN EEN FEIT 7
Afd. III HET OVERTUIGEN VAN DE RECHTER 8-12
Afd. IV HET OVERTUIGEN OVEREENKOMSTIG DE WET 13
Afd. V BEWIJZEN EN INTERPRETEREN 14-15
Hfdst. II HET BEWIJSRECHT 16-25
Afd. I DEFINITIE 16-17
Afd. II SOORTEN BEWIJSRECHT: FORMEEL EN MATERIEEL BE-
WIJSRECHT 18-21
Afd. III BELANG VAN HET BEWIJSRECHT 22-25
Hfdst. III HET BURGERLIJK BEWIJSRECHT 26-33
Afd. I HET VERMOGENSRECHTELIJK BEWIJSRECHT 27-28
Afd. II GEEN BEWIJSRECHT IN STRAFZAKEN 29-31
Afd. III GEEN BEWIJSRECHT IN FISCALE, SOCIALE EN ADMINI-
STRATIEFRECHTELIJKE ZAKEN 32-33
Hfdst. IV HET GEMEEN BURGERLIJK BEWIJSRECHT 34-43
Afd. I DE BRONNEN 35-41
Afd. II TALRIJKE AFWIJKENDE WETTELIJKE BEPALINGEN 42
Afd. III DE STRUCTUUR VAN DE STUDIE 43
TITEL II DE BASISKENMERKEN VAN HET GEMEEN BURGERLIJK BEWIJSRECHT 44-71
Hfdst. I EEN GEREGLEMENTEERD BEWIJSSTELSEL 45-53
Afd. I EEN VRIJ OF EEN GEREGLEMENTEERD BEWIJSSTELSEL 45-49
Afd. II HET GEREGLEMENTEERD KARAKTER VAN HET GEMEEN BURGERLIJK BEWIJSSTELSEL 50-51
Afd. III DE RATIO LEGIS: RECHTSZEKERHEID EN CONFLICTBESLECHTING 52-53
Hfdst. II DE VASTSTELLING VAN DE JURIDISCHE WAARHEID 54-61
Afd. I DE OBJECTIEVE TEGENOVER DE JURIDISCHE WAARHEID 54
Afd. II DE VOORRANG VAN DE JURIDISCHE WAARHEID 55-60
Afd. III TEMPERINGEN 61
Hfdst. III HET BEGINSEL VAN DE LIJDELIJKHEID VAN DE RECHTER 62-67
Afd. I HET UITGANGSPUNT VAN HET BURGERLIJK WETBOEK 62-64
Afd. II EVOLUTIE NAAR EEN MEER ACTIEVE RECHTER 65-67
Hfdst. IV NIET VAN OPENBARE ORDE, NOCH VAN DWINGEND RECHT 68-71
Afd. I ENKEL BESCHERMING VAN LOUTER PRIVATE BELANGEN 68
Afd. II AFSTAND EN AFWIJKENDE OVEREENKOMSTEN 69-70
Afd. III NIET VOOR HET EERST VOOR HET HOF VAN CASSATIE 71
TITEL III HET FORMEEL BURGERLIJK BEWIJSRECHTDE OBJECTIEVE BEWIJSLAST: WAT MOET WORDEN BEWEZEN? 72-116
Hfdst. I DE FEITEN 73-83
Afd. I ALLEEN DE FEITEN. NIET HET OBJECTIEVE RECHT 74-77
Afd. II NIET HET VREEMD RECHT 78-79
Afd. III NIET HET GEWOONTERECHT, WEL DE CONVENTIONELE GEBRUIKEN 80-83
Hfdst. II DE DOOR DE PARTIJEN AANGEVOERDE FEITEN 84-91
Afd. I HET AANVOERINGSRECHT VAN DE PARTIJEN 85-89
Afd. II DE AANVOERINGSPLICHT VAN DE PARTIJEN 90-91
Hfdst. III ALLE AANGEVOERDE FEITEN, ONGEACHT DE AARD 92-110
Afd. I SOORTEN FEITEN 93-96
Afd. II OOK NEGATIEVE FEITEN 97-102
Afd. III VRIJGESTELDE FEITEN 103-110
§ 1. De niet-pertinente of ter zake dienende feiten 104-106
§ 2. De algemeen bekende feiten en de algemene ervaringsregels 107
§ 3. De processuele feiten 108
§ 4. Feiten die het voorwerp uitmaken van een wettelijke vermoeden 109
§ 5. Feiten die het voorwerp uitmaken van een gedingbeslissende eed 110
Hfdst. IV ALLEEN DE BETWISTE FEITEN 111-116
Afd. I HET PRINCIPE 111-113
Afd. II BETWISTEN EN NIET-BETWISTEN 114-115
Afd. III DE AANVOERINGSLAST EN DE OBJECTIEVE BEWIJSLAST 116
TITEL IV HET FORMEEL GEMEEN BURGERLIJK BEWIJSRECHT. DE SUBJECTIEVE BEWIJSLAST:
WIE MOET BEWIJZEN? 117-253
Hfdst. I DE VERDELING VAN DE SUBJECTIEVE BEWIJSLAST 118-220
Afd. I ARTIKEL 1315 BW 119-121
Afd. II ARTIKEL 870 GER.W. 122-123
Afd. III DE RATIO LEGIS 124-127
Afd. IV HET TOEPASSINGSGEBIED 128-148
§ 1. Wettelijke bevestigingen 129-130
§ 2. Ook voor negatieve feiten 131-135
§ 3. Ongeacht de wijze waarop verweer wordt gevoerd 136-138
§ 4. Uitzonderingen 139-148
A. Daadwerkelijk voorhanden? 139-140
B. Afwijkende overeenkomsten 141-142
C. Bijzondere wetsbepalingen 143-145
D. Weerlegbare wettelijke vermoedens 146-148
Afd. V OVERZICHT VAN ENKELE CONCRETE TOEPASSINGEN 149-220
§ 1. Bestaan en inhoud van de ingeroepen verbintenis 150-163
A. Verbintenis uit overeenkomst of rechtshandeling 151-155
B. Oneigenlijke contracten 156-158
C. Andere 159-163
§ 2. Uitvoering van de verbintenis 164
§ 3. Onvolledige of slechte uitvoering 165-177
A. Contractuele, delictuele of quasi-delictuele aansprakelijkheid 166-168
B. Het onderscheid tussen resultaatsverbintenissen en inspanningsverbintenissen 169-173
C. De exceptie van niet-uitvoering van een wederkerige overeenkomst 174-175
D. Gerechtelijke ontbinding en eenzijdige buitengerechtelijke ontbinding 176-177
§ 4. Tenietgaan van de verbintenis (anders dan door uitvoering) 178-184
§ 5. Enkele bijzondere overeenkomsten 185-207
A. De huurovereenkomst 185-188
B. De pachtovereenkomst 189
C. De aannemingsovereenkomst 190-191
D. De verkoopovereenkomst 192-198
1. Bestaan van de verkoopovereenkomst 193
2. De leveringsplicht van de verkoper 194-197
3. De stilzwijgende aanvaarding van de (aankoop)factuur 198
E. De bewaargeving 199
F. De verzekeringsovereenkomst 200-207
1. Omschrijving van het verzekerd risico en gronden van uitsluiting en verval 201-205
2. Regresvordering 206
3. Duurtijd van de overeenkomst
§ 6. Enkele bijzondere rechtsdomeinen 208-220
A. Het zakenrecht 208-212
B. Het huwelijksvermogensrecht en erfrecht 213
C. Het consumentenrecht 214-215
1. Overeenkomsten gesloten buiten de lokalen van de onderneming 214
2. Consumentenkrediet 215
D. Het bankrecht 216-217
E. Het merkenrecht 218-219
F. De dwangsom 220
Hfdst. II HET BEWIJS VAN AFDOENDE WAARSCHIJNLIJKHEID 221-223
Hfdst. III DE SUBJECTIEVE BEWIJSLAST EN DE BEWIJSGARING 224-247
Afd. I PROBLEEMSTELLING 224
Afd. II EVOLUTIE IN DE WETGEVING 225
Afd. III DE ACTIEVE ROL VAN DE RECHTER IN DE BEWIJSGARING 226-243
§ 1. De overlegging van bewijsmateriaal 227-230
§ 2. Onderzoeksmaatregelen 231-234
§ 3. Mogelijke sancties 235-243
A. Het beschikkingsbeginsel 235
B. Feitelijk vermoeden tegen de onwillige partij 236-237
C. Veroordeling tot een geldboete en/of tot schadevergoeding
wegens misbruik van procesrecht 238
D. Veroordeling tot de gedingkosten 239
E. Opleggen van een dwangsom 240
F. Toepassing van artikel 882 Ger.W. 241
G. Herroeping van het gewijsde 242
H. Strafrechtelijke veroordeling 243
Afd. IV DE VERPLICHTING VAN DE PARTIJEN TOT SAMENWERKING AAN DE BEWIJSGARING 244-247
Hfdst. IV DE SUBJECTIEVE BEWIJSLAST EN HET BEWIJSRISICO 248-253
TITEL V HET MATERIEEL GEMEEN BURGERLIJK BEWIJSRECHT. HOE MAG/MOET WORDEN BEWEZEN? 254-988
Hfdst. I HET ONDERSCHEID TUSSEN BURGERLIJKE ZAKEN EN HANDELSZAKEN 255-266
Afd. I DE DRAAGWIJDTE VAN HET ONDERSCHEID 256-257
Afd. II HET ONDERSCHEIDINGSCRITERIUM 258-261
Afd. III HET GEMENGD BEWIJSSTELSEL 262-265
Afd. IV BINDEND VOOR DE PARTIJEN EN VOOR DE RECHTER 266
Hfdst. II HET BEWIJSSTELSEL IN BURGERLIJKE ZAKEN 267-847
Afd. I HET TOEPASSINGSGEBIED 267-278
§ 1. Enkel voor rechtshandelingen 268-271
§ 2. Enkel tussen en door de partijen 272-276
§ 3. Niet in handelszaken 277-278
Afd. II DE TOEGELATEN BEWIJSMIDDELEN 279-282
Afd. III DE HIE¨ RARCHIE TUSSEN DE TOEGELATEN BEWIJSMIDDELEN 283-299
§ 1. De hie¨rarchie op grond van de toelaatbaarheid 284-289
A. Het begrip toelaatbaarheid 284-286
B. De hie¨rarchie 287-289
§ 2. De hie¨rarchie op grond van de bewijskracht/bewijswaarde 290-299
A. Het begrip bewijswaarde/bewijskracht 290-294
. De hie¨rarchie 295-299
Afd. IV DE BEWIJSMIDDELEN MET AFDOENDE BEWIJSKRACHT 300-421
§ 1. De bekentenis 201-378
A. Definitie 301
B. Essentie¨ le bestanddelen 302-334
1. Een eenzijdige daad waaruit een bewijs kan worden gehaald 303-312
2. Daad die uitgaat van de persoon tegen wie ze wordt ingeroepen 313-317
3. Aangaande een betwist en persoonlijk feit met nadelige
gevolgen 318-323
4. Geen vormvoorwaarden 324-334
C. Soorten 335-342
1. De gerechtelijke bekentenis 336-339
2. De buitengerechtelijke bekentenis 340-341
3. Belang van het onderscheid 342
D. Het bewijs van de bekentenis 343-349
1. De subjectieve bewijslast 344
2. De toegelaten bewijsmiddelen 345-349
E. De toelaatbaarheid 350-358
1. Het principe: altijd toegelaten 350-351
2. Uitzonderingen 352-358
F. De bewijskracht 359-376
1. Volle bewijskracht 361-365
2. Enkel tegen degene die bekend heeft 366-368
3. Onsplitsbaar ten nadele van degene die bekend heeft 369-373
4. Onherroepelijk 374-376
G. Controle door het Hof van Cassatie 377-378
§ 2. De gedingbeslissende eed 379-421
A. Definitie 379-380
B. Essentiële bestanddelen 383-401
1. Een gerechtelijk karakter 384-385
2. Uitgaan van een procespartij 386-387
3. Betrekking hebben op een betwist en persoonlijk feit dat gunstig is voor degene die de eed aflegt 388-395
1. De subjectieve bewijslast 344
2. De toegelaten bewijsmiddelen 345-349
E. De toelaatbaarheid 350-358
1. Het principe: altijd toegelaten 350-351
2. Uitzonderingen 352-358
F. De bewijskracht 359-376
1. Volle bewijskracht 361-365
2. Enkel tegen degene die bekend heeft 366-368
3. Onsplitsbaar ten nadele van degene die bekend heeft 369-373
4. Onherroepelijk 374-376
G. Controle door het Hof van Cassatie 377-378
§ 2. De gedingbeslissende eed 379-421
A. Definitie 379-380
B. Essentie¨ le bestanddelen 383-401
1. Een gerechtelijk karakter 384-385
2. Uitgaan van een procespartij 386-387
3. Betrekking hebben op een betwist en persoonlijk feit dat gunstig is voor degene die de eed aflegt 388-395
4. Gedingbeslissend 396-397
5. Strikte vormwaarden 398-401
C. De toelaatbaarheid 402-411
1. In principe: altijd toegelaten 402
2. Uitzonderingen 403-411
D. De bewijskracht 412-421
1. Volledige, definitieve en onherroepelijke bewijskracht 413-418
2. Relatieve werking 419-421
Afd. V DE BEWIJSMIDDELEN MET EEN BEPAALDE BEWIJSKRACHT 422-662
§ 1. De wettelijke vermoedens 423-447
A. Definitie 423-424
B. Essentiële bestanddelen 425-430
1. Gevolgtrekking gebaseerd op een bekend feit om te besluiten tot een onbekend feit 425-428
2. Gevolgtrekking door de wetgever 429-430
C. Soorten 431-432
D. Toepassingen 433-442
1. Vermoedens van wetsontduiking 434
2. Vermoedens van eigendomsrecht of van bevrijding van schuld 435
3. Het gezag van gewijsde 436-437
4. De bewijskracht van de bekentenis en van de eed 438
5. Andere toepassingen 439-442
E. De bewijskracht 443-447
§ 2. De akten 448-648
A. Definitie 448-449
B. Essentie¨ le bestanddelen 450-526
1. Algemeen 450-452
2. Het geschrift 453-459
3. De volledigheid 460
4. De handtekening 461-515
5. Geen andere vormvoorwaarden aan de akte 516-526
C. Soorten 527-600
C. Soorten 527-600
1. De authentieke akte 528-545
2. De onderhandse akte 546-600
D. De bewijskracht 601-648
1. Algemeen 601-604
2. De bewijskracht van de akte tussen de partijen onderling 605-621
3. De bewijskracht van de akte tegenover derden 622-644
4. De bewijskracht van de akte en uitlegging 645-648
§ 3. De met onderhandse akten gelijkgestelde geschriften 649-662
A. De ondertekende onregelmatige authentieke akte 650-654
B. De ondertekende brieven en e-mails 655-662
Afd. VI DE BEWIJSMIDDELEN MET EEN VRIJE BEWIJSWAARDE 663-847
§ 1. Het getuigenbewijs 664-783
A. Definitie 664-667
B. De toelaatbaarheid 668-781
1. Dubbele begrenzing 668-670
2. De eerste grens: de dubbele regel van artikel 1341 BW 671-771
3. De tweede grens: soevereine appreciatie door de rechter 772-780
4. Beperkte controle door het Hof van Cassatie 781
C. De bewijswaarde 782-783
1. Geen bewijskracht 782
2. Tegenbewijs steeds mogelijk 783
§ 2. Het bewijs door feitelijke of rechterlijke vermoedens 784-809
A. Definitie 784
B. Essentiële bestanddelen 785-798
1. Een redenering door afleiding van de rechter 786-788
2. Uitgaan van een vaststaand feit in het geding 789-790
3. Een plausibele gevolgtrekking 791-794
4. Zekerheid omtrent het onbekende feit 795-797
5. Controle door het Hof van Cassatie 798
C. De toelaatbaarheid 799-802
1. Enkel wanneer getuigenbewijs toegelaten is 800
2. Steeds in geval van bedrog 801
3. Een rechtskwestie 802
D. De bewijswaarde 803-809
1. Geen bewijskracht 803-805
2. Enkel concrete werking 806
3. Vrijstelling van bewijslast 807
4. Tegenbewijs steeds mogelijk 808
5. Ruime toepassing 809
§ 3. Andere geschriften dan de (authentieke en onderhandse) akten, de met onderhandse akten gelijkgestelde geschriften en het begin van bewijs door geschrift 810-847
A. Een overzicht 810-812
B. Huishoudelijke registers en papieren (art. 1331 BW) 813-815
1. Definitie 813
C. Aantekeningen op titels (art. 1332 BW) 816-818
1. Definitie 816
2. Bewijsrechtelijke betekenis 817-818
D. Afschriften van titels (art. 1334-1336 BW) 819-838
1. Definitie 819
2. Essentiële bestanddelen 820-824
3. Bewijsrechtelijke betekenis 825-828
4. Enkele bijzondere toepassingsgevallen 829-835
5. Niet van openbare orde 836
6. Kritische beoordeling 837-838
E. Akten van erkenning (art. 1337 BW) 839-847
INHOUD XI
1. Definitie 839-840
2. Bewijsrechtelijke betekenis 841-847
Hfdst. III HET BEWIJSSTELSEL IN HANDELSZAKEN 848-988
Afd. I DE VRIJHEID VAN BEWIJS IN HANDELSZAKEN 849-885
§ 1. Het principe: artikel 25, eerste lid W.Kh. 849-851
§ 2. Eerste regel: de principie¨ le toepasselijkheid van de bewijsregels in burgerlijke zaken 852-876
A. De toepasselijkheid van de bewijsregels in burgerlijke zaken 852-857
B. Belangrijke uitzonderingen 858-876
1. Ook andere bewijsmiddelen toegelaten 858-859
2. Artikel 1341 BW geldt niet 860-861
3. Uitzonderingen inzake akten 862-875
4. Artikel 1353 BW 876
§ 3. Tweede regel: de soevereine appreciatiebevoegdheid van de rechter 877-879
§ 4. Uitzonderingen op de vrijheid van bewijs in handelszaken 880-885
A. Het geschrift vereist als bewijsmiddel 881
B. Het geschrift vereist als geldigheidsvoorwaarde 882
C. Verplichte vermeldingen 883
D. Specifieke regelingen 884-885
Afd. II DE WETTELIJK GEREGELDE BIJZONDERE EWIJSMIDDE-
LEN IN HANDELSZAKEN 886-986
§ 1. De aanvaarde factuur 888-943
A. Definitie 891
B. Algemene (vorm)voorwaarden 892-895
C. Bijzondere voorwaarden 896-931
1. Primaire verbintenissen en meer bepaald een schuldvordering in geld uit een vooraf bestaande overeen-
komst tot voorwerp hebben 897-900
2. Een handelskoop-verkoop betreffen 901-902
3. Gericht zijn aan een handelaar 903-906
4. Aanvaard zijn door de bestemmeling 907-931
D. De bewijskracht 932-943
1. Een wettelijk vermoeden 932
2. Bewijs van het bestaan van de verkoopovereenkomst en van zijn essentiële bestanddelen 933
3. Bewijs van de factuurvoorwaarden 934-937
4. Weerlegbaar of onweerlegbaar vermoeden? 938-939
5. Andere bewijsmiddelen toegelaten 940
6. Uitzonderingen 941
7. Bewijs tegen de handelaar-verzender 942-943
§ 2. De regelmatig gehouden boekhouding 944-981
A. Definitie 945-947
B. De voorwaarde: regelmatige boekhouding betreffende een
commerciële verrichting 948-951
C. De bewijskracht 952-968
1. In principe geen bewijskracht, doch enkel bewijswaarde 952-953
2. De bewijskracht van de boekhouding tegen de handelaar die ze bijhoudt 954-957
3. De bewijskracht van de boekhouding ten gunste van de handelaar die ze bijhoudt 958-968
D. De aanwending in rechte van de boekhouding 969-981
1. Vrijwillig of gedwongen 969-971
2. De ‘‘overlegging’’ van de boekhouding (art. 21 W.Kh.) 972-977
3. De ‘‘openlegging’’ van de boekhouding (art. 22-24 W.Kh.) 978-981
§ 3. De andere wettelijk geregelde bijzondere bewijsmiddelen 982-986
Afd. III HET BEWIJSRECHT IN HANDELSZAKEN EN HET BEWIJSRECHT IN BURGERLIJKE ZAKEN. EEN VERGELIJKING 987-988
TITEL VI DE GRENZEN VAN HET GEMEEN BURGERLIJK BEWIJSRECHT 989-1092
Hfdst. I HET GEOORLOOFD KARAKTER VAN DE AANGEWENDE BEWIJSMIDDELEN 990-1055
Afd. I DE VEREISTE VAN DE GEOORLOOFDHEID VAN DE AANGEWENDE BEWIJSMIDDELEN 991-995
Afd. II DE SOORTEN ONGEOORLOOFDE BEWIJSMIDDELEN 996-1022
§ 1. De onrechtmatige bewijsmiddelen 997-1004
A. De wettelijke bewijsverboden 1000-1001
B. De bewijsverboden die voortvloeien uit de bescherming van grondrechten of mensenrechten 1002-1003
C. De bewijsverboden die het gevolg zijn van algemene (procesrechtelijke) beginselen 1004
§ 2. De onrechtmatig verkregen bewijsmiddelen 1005-1021
A. Verkrijging door een strafrechtelijk misdrijf 1007
B. Verkrijging door schending van wetten die de fundamentele rechten van elke burger waarborgen 1008
C. Verkrijging door schending van het recht op eerbiediging van het prive´leven 1009-1014
D. Verkrijging door miskenning van een regel van het strafprocesrecht 1015
E. Verkrijging door miskenning van het recht van verdediging 1016
F. Verkrijging door miskenning van het recht op menselijke waardigheid 1017
G. Verkrijging door immorele of deloyale middelen 1018-1021
§ 3. Belang van het onderscheid 1022
Afd. III DE SANCTIE OP DE AANWENDING VAN ONGEOORLOOFDE
BEWIJSMIDDELEN 1023-1055
§ 1. De Antigoonrechtspraak van het Hof van Cassatie 1023-1025
§ 2. De aard van de sanctie: de uitsluiting van de ongeoorloofde bewijsmiddelen 1026-1027
§ 3. Het principe van de niet-uitsluiting van de ongeoorloofde bewijsmiddelen 1028-1032
§ 4. De uitzonderingen op het principe van de niet-uitsluiting van de ongeoorloofde bewijsmiddelen 1033-1053
A. De verplichte uitsluitingen 1034
B. De facultatieve uitsluitingen 1035-1053
1. Enkel in drie gevallen 1035-1040
2. Belangenafweging op grond van bijkomende criteria 1041-1052
3. De toepassing van de Antigoontest door de feitenrechters 1053
§ 5. Kritiek in de rechtsleer 1054-1055
Hfdst. II BEWIJSOVEREENKOMSTEN EN BEWIJSCLAUSULES 1056-1092
Afd. I DE PRINCIPIELE GEOORLOOFDHEID EN HET BINDEND KARAKTER VAN BEWIJSOVEREENKOMSTEN EN BEWIJSCLAUSULES 1057-1061
Afd. II DE SOORTEN BEWIJSOVEREENKOMSTEN EN BEWIJS
CLAUSULES 1062-1075
§ 1. Bewijsovereenkomsten en bewijsclausules betreffende de bewijslast 1063-1065
§ 2. Bewijsovereenkomsten en bewijsclausules betreffende de toege-
laten bewijsmiddelen 1066-1069
§ 3. Bewijsovereenkomsten en bewijsclausules inzake de bewijskracht 1070-1072
§ 4. Bewijsovereenkomsten en bewijsclausules inzake de geoorloofdheid van de aangewende bewijsmiddelen 1073
§ 5. Bewijsovereenkomsten en bewijsclausules inzake de bewijsgaring 1074
§ 6. Allesomvattende bewijsovereenkomsten 1075
Afd. III DE BEPERKINGEN AAN DE CONTRACTVRIJHEID VAN DE
PARTIJEN OP BEWIJSRECHTELIJK VLAK 1076-1092
§ 1. De gemeenrechtelijke beperkingen 1077-1081
A. De gevallen waarin de wet een welbepaald bewijsmiddel
oplegt of verbiedt 1078-1079
B. Artikel 1326 BW 1080
C. De basisprincipes van het privaatrechtelijk procesrecht 1081
§ 2. De beperkingen ingevolge bijzondere wetsbepalingen 1082-1092
A. De weerlegbare wettelijke vermoedens 1083
B. De wettelijke bepalingen die de gemeenrechtelijke subjec-
tieve bewijslastverdeling bevestigen 1084
C. Bijzondere wetsbepalingen in specifieke materies 1085-1092
1. De wet marktpraktijken 1086-1088
2. De wet van 2 augustus 2002 betreffende de misleidende en vergelijkende reclame, de onrechtmatige bedingen en de op afstand gesloten overeenkomsten inzake de vrije beroepen 1089-1091
3. De wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens 1092

ZAAKREGISTER

 

 

 

 

 

 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: vr, 30/08/2013 - 11:37
Laatst aangepast op: vr, 30/08/2013 - 17:13

Feestnummer 10 jaar RABG

Publicatie
Auteur: 
Steven Brouwers
Auteur: 
et alia
Tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2013/12
ISBN nummer: 
9782804458638
Samenvatting

Bespreking door de uitgever:

De diverse deelredacties hebben gezocht naar themata die actueel zijn, bijzondere aandacht vragen of eens speciaal onder het voetlicht kunnen gebracht worden. Het gerechtelijk recht, het burgerlijk recht, het strafrecht, het handels-economisch en financieel recht, het sociaal recht, het fiscaal recht, het publiek en administratief recht: alle staan ze in een evoluerende maatschappij die steeds complexer wordt, zich steeds opnieuw vernieuwt, internationaliseert en daardoor steeds opnieuw aandacht vereist in het rijke spectrum van het recht.

• Is er modernisering op komst in het gerechtelijk recht? In de goede zin en in welke richting?
• Kunnen er lijnen uitgetekend worden wat de kinderalimentatie betreft?
• En wat met art. 19bis 11§2 WAM?
• Wat met de straftoemeting indien een schuldige beklaagde ontkent?
• Zijn stemafspraken in het vennootschapsrecht mogelijk
• En hoe evolueerden de intellectuele rechten de laatste 10 jaar?
• Collectieve conflicten in het sociaal recht: kan/mag de rechter nog tussenkomen?
• Art. 1382 BW, onverschuldigde betaling en het recht op terugbetaling: wat is de stand van zaken desbetreffend op fiscaalrechtelijk gebied en gelet op de Europese en nationale rechtspraak?
• En ten slotte: reeds jaren wordt gesproken over een hervorming van de Raad van State. Welke hervormingsvoorstellen liggen vandaag op tafel en komt er eindelijk iets van?

Op al deze vragen wordt in dit feestnummer door de diverse deelredacties op deskundige wijze een antwoord gegeven, waarbij kanttekeningen worden geplaatst, een aanzet tot oplossing of een analyse wordt aangereikt. Een verrijkende verkenningstocht in het boeiende rechtslandschap waartoe het RABG u al 10 jaar lang in 20 nummers per jaargang toegang geeft.

Inhoudstafel tekst: 

inhoud Feestnummer (RABG 2013/12 ):

Gerechtelijk recht

Bruno Maes : Civiel procesrecht 2013 : echte modernisering op komst ?

 

Burgerlijk recht
- Familierecht : Steven Brouwers : Kinderalimentatie in vier stappen

- Niet persoonsgebonden burgerlijk recht : Stéphane Vereecken : art 19bis 11 §2 WAM

Strafrecht
Filip Van Volsem : De straftoemeting ingeval van een ontkennende maar schuldige beklaagde

Handels-, economisch en financieel recht

- Vennootschapsrecht: Elke Janssens : Zijn stemafspraken op het niveau van het bestuursorgaan van een NV of BVBA mogelijk ?
- Intellectuele rechten : 10 jaar duiding en al heel wat evoluties: Christian Dekoninck, Sofie Cubitt, Jan Janssen, Emmelie Wijckmans en Diego Noesen onder leiding van Flip Petillion

Sociaal recht
Patrick Humblet : Behoort de tussenkomst van de rechter in collectieve conflicten tot het verleden ?

Fiscaal recht
Joke Vanden branden en Michel Cornette : Stand van zaken Europese en nationale rechtspraak aangaande vorderingen op grond van art. 1382 B.W., de onverschuldigde betaling en het recht op terugbetaling

 

Publiek en administratief recht
Sabien Lust: De Raad van State hervormd ? Een eerste verkenning van enkele hervormingsvoorstellen

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: do, 22/08/2013 - 20:35
Laatst aangepast op: do, 22/08/2013 - 20:35
Inhoud syndiceren

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.