-A +A

Wet & Duiding Kids-Codex Boek I

Titel van het boek: 
Kinderrechten in de Grondwet, Implementatie van het IVRK, Wet betreffende familie- en jeugdrechtbanken, Jeugdrecht, Minderjarigen en het procesrecht
Publicatie
Auteur: 
Lien De Geyter
Auteur: 
et alia
Uitgever: 
larcier
Jaargang: 
2014
ISBN nummer: 
9782804469382
Samenvatting

In dit eerste deel van de KIDS-Codex komen de thema’s kinderrechten in de grondwet en de implementatie van het IVRK in België en in Vlaanderen aan bod. Verder wordt ook de positie van de minderjarige in het procesrecht toegelicht, alsook de Wet betreffende familie- en jeugdrechtbanken.

In Hoofdstuk 1 (kinderrechten in de Grondwet) worden de totstandkoming en de draagwijdte van de Grondwetsbepaling over kinderrechten geschetst.

In Hoofdstuk 2 (implementatie van het IVRK) wordt de directe werking van het IVRK in de Belgische rechtsorde onderzocht. Daarna wordt aandacht besteed aan de diverse kinderrechteninstrumenten in België en in Vlaanderen.

In Hoofdstuk 3 (jeugdrecht) wordt ingegaan op de positie van de minderjarige dader. Ook de relevante regelgeving met betrekking tot jeugdhulp en jeugdbijstand komt aan bod.

Hoofdstuk 4 (minderjarigen en het procesrecht) tenslotte belicht de procesbekwaamheid van minderjarigen en hun recht op een advocaat.

 

* De vijfdelige KIDS-Codex bundelt op unieke wijze de belangrijkste regelgeving in verband met minderjarigen: het is het allereerste wetboek dat specifiek de invalshoek van minderjarigen hanteert.

Deze teksten betreffen steeds de positie, de rechten en de plichten van minderjarigen. Per thema wordt niet alleen de relevante – Internationale én Belgische – wetgeving weergegeven.

Deze worden tevens voorzien van een commentaar, met de meeste zorg opgesteld door experten in de specifieke deelmateries.
Deze commentaren vormen een waardevolle duiding bij de wetteksten, doordat ze zowel de toepassing ervan in rechtspraak als de opvattingen in de rechtsleer belichten.

De Codex kent volgende thematische opdeling:
I Kinderrechten in de Grondwet, Implementatie van het IVRK, Wet betreffende familie- en jeugdrechtbanken, Jeugdrecht, Minderjarigen en het procesrecht
II Personen- en Familierecht
III Onderwijsrecht, Vrijetijdsrecht, Vreemdelingenrecht
IV Strafrecht, Strafprocesrecht
V Arbeidsrecht, Socialezekerheidsrecht, Gezondheidsrecht

Inhoudstafel tekst: 

verkorte inhoud:

 

I. KINDERRECHTEN IN DE GRONDWET

II. DE IMPLEMENTATIE VAN HET KINDERRECHTENVERDRAG

A. De directe werking van het Kinderrechtenverdrag

B. Kinderrechteninstrumenten in België en

1. Rapportage

a) Rapportage aan het VN-Kinderrechtencomité

b) Rapportage op federaal niveau

3. Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind

4. Kinderrechtencommissariaat

5. Instrumenten Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid

III WET BETREFFENDE FAMILIE- EN JEUGDRECHTBANKEN

IV. JEUGDRECHT

A. Internationaal recht

1. Jeugddelinquentie

2. Jeugdhulp

B. Intern recht

1. Bevoegdheden inzake jeugdbeschermingsrecht

2. Jeugddelinquentie

3. Administratieve sancties

4. Jeugdhulp

v. MINDERJARIGEN EN HET PROCESRECHT

A. Procesbekwaamheid van minderjarigen

1. Internationaal recht

2. Intern recht

a) (Proces)bekwaamheid algemeen

b) Procesbekwaamheid in het burgerlijk recht

i. Huwelijk

ii. Afstamming

iii. Ouderlijk gezag

iv. Adoptie

v. Voogdij

vi. Ontvoogding

c) Procesbekwaamheid in het jeugdrecht

i. Jeugdbescherming

ii. Jeugdhulp

d) Procesbekwaamheid in het publiek recht

e) Procesbekwaamheid in het sociaal recht

i. Arbeidsrecht

ii. Socialezekerheidsrecht

B. Advocaten voor minderjarigen

Integrale inhoudstafel in pdf

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 17/11/2014 - 21:23
Laatst aangepast op: ma, 17/11/2014 - 21:23

Wet & Duiding Kids-Codex Boek IV

Titel van het boek: 
Strafrecht en strafprocesrecht
Publicatie
Auteur: 
Van Bossuyt Hans
Auteur: 
et alia
Uitgever: 
larcier
Jaargang: 
2014
ISBN nummer: 
9782804469405
Samenvatting

* De vijfdelige KIDS-Codex bundelt op unieke wijze de belangrijkste regelgeving in verband met minderjarigen: het is het allereerste wetboek dat specifiek de invalshoek van minderjarigen hanteert.

Deze teksten betreffen steeds de positie, de rechten en de plichten van minderjarigen. Per thema wordt niet alleen de relevante – Internationale én Belgische – wetgeving weergegeven.

Deze worden tevens voorzien van een commentaar, met de meeste zorg opgesteld door experten in de specifieke deelmateries.
Deze commentaren vormen een waardevolle duiding bij de wetteksten, doordat ze zowel de toepassing ervan in rechtspraak als de opvattingen in de rechtsleer belichten.

De Codex kent volgende thematische opdeling:
I Kinderrechten in de Grondwet, Implementatie van het IVRK, Wet betreffende familie- en jeugdrechtbanken, Jeugdrecht, Minderjarigen en het procesrecht
II Personen- en Familierecht
III Onderwijsrecht, Vrijetijdsrecht, Vreemdelingenrecht
IV Strafrecht, Strafprocesrecht
V Arbeidsrecht, Socialezekerheidsrecht, Gezondheidsrecht

Inhoudstafel tekst: 

verkorte inhoud:

HOOFDSTUK I. MINDERJARIGEN EN HET STRAFRECHT

A. Internationaal recht

1. Algemeen

2. Misdrijven tegen de orde van de familie en tegen de openbare zedelijkheid

a. Abortus

b. Misdrijven inzake de burgerlijke staat van

kinderen

c. Zedenmisdrijven

d. Familieverlating

e. Adoptiemisdrijven

3. Misdrijven tegen personen

a. Opzettelijk doden of verwonden, onmenselijke of onterende behandeling

b. Schuldig verzuim

c. Aantasting van de persoon van de

minderjarige

d. Exploitatie van bedelarij

e. Kinderhandel

f. Schending van het beroepsgeheim

4. Drugwetgeving

HOOFDSTUK II. MINDERJARIGEN EN HET STRAFPROCESRECHT

A. Internationaal recht

B. Intern recht

1. Bekwaamheid

2. Verjaring Strafvordering

3. Verhoor van minderjarigen als getuige of slachtoffer van een misdrijf

a. Algemeen

b. Verhoor van minderjarigen bij zedenmisdrijven, geweldmisdrijven of mishandeling

c. Kopie van de tekst van het verhoor

4. Verschijning van de minderjarige voor het gerecht

5. Salduz

6. Huiselijk geweld

HOOFDSTUK III. MINDERJARINGEN IN HET VERKEER

Integrale inhoudstafel in pdf

In dit uitgebreide boek staan alle mogelijke wetteksten die verband houden met jeugdbeschermingsrecht. Naast de bevoegdheidsverdeling van jeugdbeschermingsrecht worden wordt zowel de buitengerechtelijke als de gerechtelijke jeugdbescherming uit de doeken gedaan. Dankzij de logisch opgebouwde inhoudsopgave kunt u makkelijk vinden wat u zoekt.

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 17/11/2014 - 21:15
Laatst aangepast op: ma, 17/11/2014 - 21:15

Wet & Duiding Kids-Codex Boek III

Titel van het boek: 
Onderwijsrecht, Vrijetijdsrecht, Vreemdelingenrecht
Publicatie
Auteur: 
Van Bossuyt Hans
Auteur: 
et alia
Uitgever: 
larcier
Jaargang: 
2014
ISBN nummer: 
9782804464684
Samenvatting

In dit derde deel van de KIDS-Codex worden alle relevante bepalingen uit het onderwijsrecht, vrijetijdsrecht en vreemdelingenrecht behandeld en becommentarieerd.

Zie inhoudstafel

* De vijfdelige KIDS-Codex bundelt op unieke wijze de belangrijkste regelgeving in verband met minderjarigen: het is het allereerste wetboek dat specifiek de invalshoek van minderjarigen hanteert.

Deze teksten betreffen steeds de positie, de rechten en de plichten van minderjarigen. Per thema wordt niet alleen de relevante – Internationale én Belgische – wetgeving weergegeven.

Deze worden tevens voorzien van een commentaar, met de meeste zorg opgesteld door experten in de specifieke deelmateries.
Deze commentaren vormen een waardevolle duiding bij de wetteksten, doordat ze zowel de toepassing ervan in rechtspraak als de opvattingen in de rechtsleer belichten.

De Codex kent volgende thematische opdeling:
I Kinderrechten in de Grondwet, Implementatie van het IVRK, Wet betreffende familie- en jeugdrechtbanken, Jeugdrecht, Minderjarigen en het procesrecht
II Personen- en Familierecht
III Onderwijsrecht, Vrijetijdsrecht, Vreemdelingenrecht
IV Strafrecht, Strafprocesrecht
V Arbeidsrecht, Socialezekerheidsrecht, Gezondheidsrecht

Inhoudstafel tekst: 

Verkorte inhoud

I. ONDERWIJSRECHT

II. MINDERJARIGEN EN HET

VRIJETIJDSRECHT

A. Vrije tijd

1. Internationaal recht

2. Intern

a) Bevoegdheden inzake vrijetijdsrecht

b) Jeugdbeleid

c) Jongeren en uitgaan

B. Minderjarigen en het sportrecht

1. Internationaal recht

2. Intern recht

a) Bevoegdheden inzake sport

b) Georganiseerde sport

i) Sport op school

ii) Bloso

iii) Erkenning en subsidiëring van sportverenigingen

c) Sport en doping

d) Het statuut van de sporter

C. Minderjarigen en het mediarecht

1. Internationaal recht

2. Intern recht

a) Grondwet

b) Bevoegheden inzake media

c) Strafbepalingen m.b.t. media

d) Filmkeuring

e) Belspelletjes

f) Radio en televisië

III. MINDERJARIGEN EN HET

VREEMDELINGENRECHT

A. Bevoegdheden inzake het

vreemdelingenrecht

B. Begeleide minderjarige vreemdelingen

1. Gezinshereniging

a) Internationaal recht

b) Intern recht

2. Verwijdering en detentie

a) Internationaal recht

b) Intern recht

3. Opvang en sociale bescherming

a) Intern recht

C. Niet-begeleide minderjarige

vreemdelingen

1. Afbakening: NBMV als rechtsobject

a) Internationaal recht

b) Intern recht

2. De voogdijregeling

a) Intern recht

3. Verblijfsmogelijkheden

a) Intern recht

i) In het kader van de asielprocedure

ii) In het kader van het bijzonder statuut voor NBMV

iii) In het kader van het bijzonder verblijfsstatuut voor

slachtoffer van mensenhandel

4. Verwijdering en detentie

a) Internationaal recht

b) Intern recht

5. Opvang en sociale bescherming

a) Intern recht

D. Regelgeving met relevantie voor

begeleide en niet-begeleide minderjarige

vreemdelingen

1. Nationaliteit

a) Internationaal recht

b) Intern recht

2. Inburgering

3. Toegang tot het onderwijs

Integrale inhoudstafel in pdf

In dit uitgebreide boek staan alle mogelijke wetteksten die verband houden met jeugdbeschermingsrecht. Naast de bevoegdheidsverdeling van jeugdbeschermingsrecht worden wordt zowel de buitengerechtelijke als de gerechtelijke jeugdbescherming uit de doeken gedaan. Dankzij de logisch opgebouwde inhoudsopgave kunt u makkelijk vinden wat u zoekt.

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 17/11/2014 - 21:12
Laatst aangepast op: ma, 17/11/2014 - 21:12

Si judicas, (semper) cognosce? Over de (afstand inzake de) toepassing van art. 779 Ger.W. in geval van heropening van het debat

Publicatie
Auteur: 
Van den Bergh
Tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2014-2015
Pagina: 
458
Samenvatting

“Si judicas, (semper) cognosce”? Over de (afstand inzake de) toepassing van art. 779 Ger.W. in geval van heropening van het debat

Art. 779 Ger.W. bepaalt dat de rechters, die het vonnis wijzen, alle zittingen over de zaak

Kuty, “Le principe de continuité de la composition du siège ou le devoir d’assistance à toutes les audiences de la cause” in Liber Amicorum Paul Martens. L’humanisme dans la résolution des conflits. Utopie ou réalité?, Brussel, Larcier, 2007, (331), p. 335, nr. 4).

De rechter wordt verondersteld te weten over welke zaak hij oordeelt: : “Si judicas, cognosce”. Kennis van zaken (Sachverständnis): cfr doelstelling 779 Ger.W. n (K. Wagner, Sancties in het burgerlijk procesrecht, Antwerpen, Maklu, 2007, p. 560, nr. 591).

De zetel die uitspraak verleent moet principieel uit die rechters zijn samengesteld die alle vorige rechtszittingen in deze zaak bijwoonden (Cass. 4 oktober 2000, JLMB 2001, 456).

Het beginsel van de continuïteit van de samenlling van de zetel impliceert een verbod tot  beraadslaging voor de rechter die geen volledige kennis van zaken heeft doordat hij niet alle zittingen van de betreffende zaak heeft bijgewoond.

Recnhters kunne dus niet zomaar tijdelijk invallen, op straffe van nietigheid van de uitspraak.

Bron: art. 779 Ger.W.en art. 20 Ger.W.

Maar deze bepalingen voorzien niet in een nietigheid van rechtswege, mede gelet op het vermoeden van  procedurele regelmatigheid .

Art. 860 e.v. Ger.W. is niet van toepassing op vonnissen en arresten: een vonnis of arrest is een rechtsprekende handeling (acte juridictionnel) en wordt niet als een proceshandeling (acte judiciaire) beschouwd (Cass. 23 december 1996, RW 1997-98, 439; Cass. 17 mei 1984, RW 1985-86, 525; H. Lenaerts, “Cassatierechtspraak vandaag”, RW 1991-92, (137), p. 139, nr. 13; voor een meer kritische visie, zie o.a.: K. Wagner, o.c., p. 295, nrs. 262 e.v.).

Toch kan de schending van art. 779 Ger.W. door de rechters in eerste aanleg, volstaan de nietigheid uit te spreken van het vonnis; een onderzoek van de overige middelen heeft dan geen verder voorwerp (Brussel 2 maart 2009, RW 2010-11, 1443).

Een del van de rechtsleer heeft bedenkingen bijh de strikte toepassing van art. 20 Ger.W. stellende dat de nietigverklaring enkel kan worden gevorderd door het aanwenden van een rechtsmiddel.

Deze rechtsleer argumenteert dat zowel het hervormingsberoep als het vernietigingsberoep twee onderscheiden rechtsmiddelen zijn met elk een autonoom toepassingsgebied en eigen gevolgen (zie o.a.: K. Broeckx, Het recht op hoger beroep en het beginsel van de dubbele aanleg in het civiele geding, Antwerpen, Maklu, 1995, p. 89, nrs. 166 e.v.).

In de rechterlijke praktijk die door mensen met hun beperkingen wordt gepleegd en die dus ondermeer ziek en ook zwanger kunnen worden, is het meer dan denkbaar, zoniet noodzakelijk dat depannage noodzakelijk is, waardor  in de loop van een hangende procedure de zetelsamenstelling wijzigt.

Wijziging kan zich in de procedure voordoen:

1. alvorens het debat wordt gesloten;

2. na de sluiting van het debat, tijdens het beraad;

3. bij de uitspraak zelf .

Enkel in deze derde hypothese is probleem oplosbaar door Art. 782bos Ger. W. met uitsluiting van 779 Ger.W, waarbij kan onderstreept dat deze bepaling enkel de samenstelling van de zetel tot en met het beraad regent .

Voor de loutere uitspraak in openbare zitting kan de rechter zich conform 782 bis Ger. W. laten vervangen:

Art. 782bis Ger.W. be^paalt dat  enkel de voorzitter van de kamer die het vonnis of het arrest gewezen heeft de uitspraak doet, zelfs in afwezigheid van de andere rechters.

zie ook art. 1109 Ger.W.: “De arresten worden in openbare terechtzitting uitgesproken door de voorzitter...”)  

Door deze bepaling is vor de uitspraak de aanwezigheid van de andere rechters (of assessoren) is niet langer vereist (S. Voet, “Knelpunt collegiale uitspraak in strafzaken opgelost” (noot onder Cass. 7 mei 2008), RW 2008-09, (323), p. 325, nr. 6; J.L. Funck, “Le délibéré et le jugement” in J. Englebert (ed.), Le procès civil accéléré?, Brussel, Larcier, 2007, 193-194).

En wat gebeurt er wanneerr de samenstelling van het rechtscollege wijzigt in de loop van de procedure, door ziekte, overlijden pensioen, zwangerschap, schrapping of ontslag van een maistraat?

In dit geval geldt principieel een hernemingsplicht. (art. 779 Ger.W).

Let wel er bestaat geen vermoeden van rechtsgeldigheid, of van naleving van art. 779 Ger.W. door de rechter.

Uit de stukken van de rechtspleging zal dienen te blijken dat de beslissing is gewezen door rechters die alle zittingen over de betreffende zaak hebben bijgewoond, zoniet is de besissing van de rechters vernietigbaar (Cass. 15 maart 2006, Pas. 2006, I, 609 en Cass. 23 november 2007, Pas. 2007, nr. 580; Cass. 19 april 2007, Pas. 2007, nr. 192; Cass. 21 oktober 1986, Arr.Cass. 1986-87, 235. Cass. 19 mei 2011, RABG 2011, 1197. Cass. 19 september 2011, RABG 2011, 1195; Cass. 19 mei 2011, RABG 2011, 1197; Cass. 12 december 2008, RW 2010-11, 1473; Cass. 7 september 2009, RABG 2009, 1212; Cass. 21 maart 2003, RW 2003-04, 183; K. Beirnaert en S. Descheemaeker, “Cassatie herstelt recht van verdediging: vermoeden van herneming conclusie bij gewijzigde samenstelling zetel” (noot onder Cass. 7 februari 2012), T.Strafr. 2012, 330; A. Kohl, “Implications des exigences du principe de l’immutabilité du siège après ordonnant la réouverture des débats ou une mesure d’instruction en matière civile”, JLMB 1992, 867; S. Berneman, “Heropening en herneming van het debat: opgelet slipgevaar!” (noot onder Cass. 19 november 2009), RABG 2010, (303), p. 307, nr. 8). Cass. 15 juni 1993, Pas . 1993, I, 571; zie ook: D. De Wolf, Handboek correctioneel procesrecht, Antwerpen, Intersentia, 2013, p. 38, nr. 33; P. Arnou, “Nietigheden in het strafprocesrecht” in Sancties & Nietigheden, Brussel, Larcier, 2003, (1), p. 17, nr. 44). Cass. 30 mei 1991, Pas. 1991, I, 850; Cass. 5 mei 1988, Arr.Cass. 1987-88, 1134, conclusie procureur-generaal E. Krings, Pas. 1988, I, p. 1075; P. Dauw, “De nieuwe artikelen 700, 865 en 867 van het Gerechtelijk Wetboek: blikopeners inzake nietigheden en termijnen” in Actualia Gerechtelijk recht, Gent, Larcier, 2008, 222). Brussel 2 maart 2009, RW 2010-11, 1443. S. Raes, “Artikel 779 van het Gerechtelijk Wetboek: de verplichting om alle zittingen over de zaak bij te wonen”, Jura Falc. 1989-90, (233), p. 259, nr. 55; E. Krings, conclusie voor Cass. 5 mei 1988, Arr.Cass. 1988, 1134. Cass. 7 februari 2012, T.Strafr. 2012, 329, noot K. Beirnaert en S. Descheemaeker).. S. Jansen, “Afstand van recht: een eenzijdige rechtshandeling” (noot onder Cass. 24 december 2009), TBBR 2011, (333), p. 339, nr. 13). L. Cornelis, Algemene theorie van de verbintenis, Antwerpen, Intersentia, 2000, 907-908). l. B. Allemeersch, Taakverdeling in het burgerlijk proces, Antwerpen, Intersentia, 2007, p. 297, nr. 179; F. Moline, “L’article 700 du code judiciaire: l’esprit et la lettre” (noot onder GwH 21 juni 2006), JLMB 2006, 1484 e.v.). .B. Maes, Overzicht van het gerechtelijk privaatrecht, Brugge, die Keure, 2001, 8-9).; J. Laenens, K. Broeckx, D. Scheers en P. Thiriar, Handboek gerechtelijk recht, Antwerpen, Intersentia, 2012, p. 42, nr. 61). C. Robbe, “Sancties en nietigheden in het burgerlijke geding” in Sancties & Nietigheden, Brussel, Larcier, 2003, (391), p. 17, nr. 44); B. Van den Bergh, “De noodzaak van een beschikkend gedeelte in een vonnis of arrest” (noot onder Cass. 11 mei 2012), RW 2012-13, (1536), p. 1538, nr. 8; contra: P. Dauw, Burgerlijk procesrecht. Basis met schema’s, Antwerpen, Intersentia, 2010, 317; G. Closset-Marchal, “Les accords procéduraux et le procès civil”, TBBR 2012, 126 e.v.); Cass. 13 mei 2013, P&B 2013, 215); S. Berneman, “Heropening en herneming van het debat: opgelet slipgevaar!” (noot onder Cass. 19 november 2009), RABG 2010, (303), p. 307, nr. 7; P. Vanlersberghe, “Heropening der debatten over een bepaald onderwerp: toepasselijkheid in strafzaken” (noot onder Cass. 28 oktober 2003), P&B 2006, (160), p. 160-161, nr. 1); Cass. 13 mei 2013, P&B 2013, 215; Cass. 8 februari 2010, RW 2011-12, 646; Cass. 19 november 2009, RABG 2010, 301; Cass. 12 december 2008, RW 2010-11, 1473; Cass. 31 maart 2000, Arr.Cass. 2000, 215); K. Wagner, Burgerlijk procesrecht, Antwerpen, Maklu, 2014, p. 664, nr. 777; P. Taelman, “Uitputting van rechtsmacht, gebrek aan rechtsmacht en gezag van gewijsde”, R.Cass. 1994, (106), p. 108, nr. 11; P. Taelman, Het gezag van het rechterlijk gewijsde. Een begrippenstudie, Diegem, Kluwer, 2001, 95-130). 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: za, 15/11/2014 - 00:34
Laatst aangepast op: do, 20/11/2014 - 02:21

Kroniek vereffening en verdeling van de huwelijksgemeenschap 2009-2013

Publicatie
Auteur: 
Van Thienen A
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2014-2015
Pagina: 
442
Samenvatting

In deze kroniek wordt een overzicht gegeven van de recente rechtspraak (2009-2013) met betrekking tot de materiële vereffening en verdeling van de huwelijksgemeenschap in het kader van het wettelijk stelsel. De vereffening, met opmaak van vergoedingsrekeningen en verrekening van de lasten, komt eerst aan bod. Daarna wordt verder ingegaan op de verdeling.

Inhoudstafel tekst: 

 I. Inleiding
bewerkingen (art. 1430, tweede lid BW):
– vaststelling van de aanwezige gemeenschappelijke en eigen goederen en schulden;
– opmaak van vergoedingsrekeningen;
– verrekening van de gemeenschappelijke lasten;
– verrekening van de vergoedingen. 2
->Na de vereffening
(gebeurlijk de beheersrekening)
->volgt de verdeling. Deze bestaat uit de verdeling van de nettobaten of de betaling van het passief dat overblijft na de verdeling.

Behalve in geval van akkoord van de echtgenoten om de vereffening en verdeling minnelijk te laten verlopen, zal deze gerechtelijk geschieden.
II. Vereffening van de huwelijksgemeenschap
A. Vergoedingsrekeningen
1° Art. 1432-1434 BW
2° Art. 1435 BW
3°o Art. 1436, eerste lid BW
4° Art. 1436, tweede lid BW
B. Verrekening van de lasten en van de vergoedingen
III. Verdeling
A. Beginsel
B. Recht van toewijzing bij voorrang
C. Heling
D. Kosten van vereffening en verdeling

Bronvermeldingen

• W. Pintens, C. Declerck, J. Du Mongh en K. Vanwinkelen, Familiaal vermogensrecht, Antwerpen, Intersentia, 2010, 276-277;
• G. Verschelden, Handboek Belgisch Familierecht, Brugge, die Keure, 2010, 550.
• C. De Wulf m.m.v. J. Bael en S. Devos, Notarieel familierecht en familiaal vermogensrecht. Het opstellen van Notariële Akten, Mechelen, Kluwer, 2011, p. 1158-1159, nr. 1522).
• W. Pintens, C. Declerck, J. Du Mongh en K. Vanwinkelen, o.c., 276-277.
• K. Boone, «Commentaar bij art. 1436 BW” in A. Heyvaert, P. Senaeve, F. Swennen en G. Verschelden (eds.), Personen- en familierecht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer , Mechelen, Kluwer, 2003, 2.
• Antwerpen 29 april 2009, NFM 2010, 152, noot J. Verstraete.
• J. Verstraete, «Postcommunautaire kwellingen”, NFM 2010, 156.
• Ph. De Page, Le régime matrimonial,Brussel, Bruylant, 2008, 186-188.
• Y.-H. Leleu, «Liquidation-partage après divorce: jurisprudence récente” in Y.-H. Leleu, Actualités de droit familial – Le point en 2008, Luik, Anthemis, 2008, 116, voetnoot 48.
• C. Declerck en V. Allaerts, «Grondslag en waardering van vergoedingsrechten en schuldvorderingen tussen partners – Ontwikkelingen 2011-2013” in Themis, Brugge, die Keure, 2013, 68,
• Brussel 9 november 2010, TBBR2013, 508.
• Cass. 21 januari 2011, Act.dr.fam. 2012, 62, Pas. 2011, 246, RABG 2011, 946, noot A. Reniers, RW 2011-12, 1087, TGR-TWVR 2011, 328, noot F. Moeykens.
• A. Reniers, «Vergoedingsrekeningen tussen echtgenoten: moet de echtgenoot die een vergoeding eist van het gemeenschappelijk vermogen aantonen dat dit laatste voordeel heeft gehaald uit de verrijking?” (noot onder Cass. 21 januari 2011), RABG 2011, 948;
• C. Declerck, «Secundair huwelijksvermogensstelsel” in W. Pintens en C. Declerck, Patrimonium 2011, Antwerpen, Intersentia, 2011, 38-39.
• Brussel 9 november 2010, TBBR2013, 508.
• Cass. 29 mei 2008, Pas. 2008, 1348, RTDF2010, 1270, noot J.-L. Renchon, RW2009-10, 1052, TBBR 2009, 424, noot M.-A. Masschelein, T.Fam.2008, 139, noot F. Buyssens;
• H. Casman, «Geld vlak voor de echtscheiding afgehaald” (noot onder Cass. 14 november 2013), NFM2014, 51.
19 Cass. 29 mei 2008, Pas. 2008, 1348, RTDF2010, 1270, noot J.-L. Renchon, RW2009-10, 1052, TBBR 2009, 424, noot M.-A. Masschelein, T.Fam.2008, 139, noot F. Buyssens.
• M.-A. Masschelein, «Het afhalen van gelden vóór het inleiden van de eis tot echtscheiding”, TBBR2009, 425.
• Cass. 14 november 2013, NFM 2014, 47, RW 2014-15, 141.
• C. Declerck, «Secundair huwelijksvermogensstelsel” in W. Pintens en C. Declerck, Patrimonium 2014, Brugge, die Keure, 2014, 8.
• 25 Brussel 9 november 2010, TBBR2013, 508.
• GwH 16 september 2010, nr. 101/2010, Act.dr.fam. 2011, 4, noot C. Declerck, JT 2011, 724, noot I. Schuermans en A. Verbeke, JLMB 2011, 340, noot J. Laruelle, RABG 2011, 359, RNB 2011, 915, noot Y.-H. Leleu en J. Laruelle, RW 2010-11, 1469, noot A. Aydogan-Altunbay, T.Fam. 2011, 189, noot K. Boone.
• A. Aydogan-Altunbay, «De interpretatie en het toepassingsgebied van art. 1435 BW”, RW2010-11, 1471;
• C. Declerck, «L’article 1435 du Code civil sous la loupe de la Cour constitutionnelle”, Act.dr.fam. 2011, 7.
• Arbitragehof 15 mei 1996, nr. 32/96; Arbitragehof 19 april 2006, nr. 52/2006.
• K. Boone, «Het venijn zit in de staart: over de herwaardering van vergoedingen in gemeenschapsstelsels”, T.Fam.2011, 201;
• C. Declerck, ibid.; C. Declerck en S. Mosselmans, «Vereffening en verdeling in vraag gesteld”, NFM2012, 172.
• C. Declerck, o.c., Act.dr.fam. 2011, 7; C. Declerck, «Secundair huwelijksvermogensstelsel” in W. Pintens en C. Declerck, Patrimonium 2011, Antwerpen, Intersentia, 2011, 42-43.
• Cass. 24 februari 2011, Act.dr.fam. 2012, 62, noot D. Pignolet, JT 2011, 729, noot I. Schuermans en A. Verbeke, Pas. 2011, 648, RABG 2012, 329, noot A. Reniers, RNB 2011, 881, noot Y.-H. Leleu en J. Laruelle, T.Fam. 2011, 190, noot K. Boone.
• Cass. 18 maart 2011, Act.dr.fam. 2012, 65, noot D. Pignolet, JT 2011, 725, noot I. Schuermans en A. Verbeke, Pas. 2011, 844, RABG 2012, 336, noot A. Reniers, RNB 2011, 887, noot Y.-H. Leleu en J. Laruelle, T.Fam. 2011, 193, noot K. Boone, RW 2012-13, 1583.
• Antwerpen 5 oktober 2011, RTDF2013, 826, T.Not. 2013, 99.
• H. Casman en M. Van Look, Huwelijksvermogensrecht,I, Huwelijksvermogensrecht – Algemeen, Antwerpen, Kluwer, losbladig, I.10-5;
• A. Van Thienen, «Is de klussende echtgenoot vergoeding verschuldigd aan het gemeenschappelijk vermogen voor werken die hij uitvoert aan een eigen onroerend goed?” (noot onder Cass. 5 september 2013 en Cass. 30 januari 2014), NFM2014, 144).
• Brussel 9 november 2010, TBBR2013, 508.
• Cass. 28 november 2013, Arr.Cass. 2013, 2562, conclusie advocaat-generaal C. Vandewal.
• Brussel 30 november 2010, NFM 2013, 52, noot H. Goret, RTDF 2011, 785, T.Not. 2011, 34.
• H. Goret, «Huwelijksvermogensrechtelijk vraagstuk: is een bebouwde grond minder waard dan een onbebouwde grond? Illustratie aan de hand van acht voorbeelden”, NFM2013, 48.
• Cass. 5 september 2013, Arr.Cass. 2013, 1731, conclusie advocaat-generaal C. Vandewal, NFM 2014, 136, noot A. Van Thienen, Pas. 2013, 1567, RTDF 2014, 368, TBBR 2014, 202, noot N. Torfs.
• Cass. 30 januari 2014, NFM2014, 138, noot A. Van Thienen.
• C. Gimenne, «L’indemnisation de l’industrie personnelle d’un époux déployée au profit d’un bien du patrimoine conjugal”, RTDF 2001, 419;
• M. Puelinckx-Coene, R. Barbaix en N. Geelhand, «Overzicht van rechtspraak. Giften 1999-2011”, TPR 2013, 368;
• Verslag-Hambye, Parl.St. Senaat 1975-76, nr. 683-2, p. 40-41;
• L. Sauveur, «Quand le bricolage fait rage et la rénovation déchaïne les passions” (noot onder Luik 28 november 2012), RTDF2014, 378.
• K. Boone, «Commentaar bij art. 1432-1434 BW” in Comm.Pers., 12;
• N. Torfs, «Zijn werken uitgevoerd door een van de echtgenoten aan een eigen onroerend goed te beschouwen als zijn «bijdrage in de lasten van het huwelijk”?”, TBBR2014, 207.
• Cass. 18 maart 2011, Arr.Cass. 2011, 821, Act.dr.fam. 2012, 65, noot D. Pignolet, JT 2011, 725, noot I. Schuermans en A. Verbeke, Pas. 2011, 844, RABG 2012, 336, noot A. Reniers, RNB 2011, 887, noot Y.-H. Leleu en J. Laruelle, T.Fam. 2011, 193, noot K. Boone, RW 2012-13, 1583.
•  Brussel 11 januari 2011, T.Not.2011, 215.
• Antwerpen 29 april 2009, NFM 2010, 152, noot J. Verstraete; Brussel 15 mei 2012, RTDF2013,331, T.Not. 2012, 351.
• Antwerpen 29 april 2009, NFM 2010, 152, noot J. Verstraete; Luik 17 november 2010, RTDF 2012, 1083.
• Brussel 11 januari 2011, T.Not.2011, 215.
• Rb. Dendermonde 18 juni 2009, RABG 2010, 782.
• Cass. 6 mei 2005, Arr.Cass. 2005, 1001, Pas. 2005, 996, RTDF 2007, 248, T.Not. 2007, 307.
• Antwerpen 4 december 2006, NjW 2007, 514, noot G. Verschelden.
• K. Boone, «Commentaar bij art. 1436 BW” in Comm.Pers., 10-14;
• Verschelden, noot onder Antwerpen 4 december 2006, NjW 2007, 515;
• Brussel 9 november 2010, TBBR2012, 223.
• Arbh. Antwerpen 27 april 2011, NFM 2012, 157, noot R. Barbaix.
• M. De Coster en M. Carbone, «Samenloop van procedures”, NFM2012, 153.
• R. Barbaix, «Vereffeningsperikelen na de toelating van een van de ex-echtgenoten tot een collectieve schuldenregeling” (noot onder Arbh. Antwerpen 27 april 2011), NFM 2012, 161.
• E. Van Acker, C. Verbeke en B. Wylleman, Praktische gids voor schuldbemiddelaars, Mechelen, Kluwer, 2013, 281-282 en 334-335.
• Cass. 28 februari 1985, Arr.Cass. 1984-85, 887, Pas. 1985, I, 795, RW1985-86, 997, noot E. Dirix, JT1986, 578, noot F. ’tKint, TBH 1985, 377.
• Brussel 15 december 2009, RTDF2011, 784, TBBR 2012, 221, T.Not. 2011, 41.
• Rb. Mechelen 13 februari 2008, T.Not.2009, 148, noot L. Weyts;
• Cass. 24 februari 2011, Arr.Cass. 2011, 633, Act.dr.fam. 2012, 62, noot D. Pignolet, JT 2011, 729, noot I. Schuermans en A. Verbeke, Pas. 2011, 648, RABG 2012, 329, noot A. Reniers, RNB 2011, 881, noot Y.-H. Leleu en J. Laruelle, T.Fam. 2011, 190, noot K. Boone.
• Brussel 22 juni 2010, RTDF 2011, 784, T.Not. 2011, 151.
• Brussel 11 januari 2011, T.Not.2011, 215.
• Brussel 30 november 2010, NFM 2013, 52, noot H. Goret, RTDF 2011, 785, T.Not. 2011, 34.
• Brussel 15 mei 2012, RTDF 2013,331, T.Not. 2012, 351.
• L. Weyts, «De preferentiële toewijzing is eerst werk voor de notaris en dan voor de rechter” (noot onder Antwerpen 19 december 2007), T.Not.2009, 151;
•Antwerpen 12 mei 2004, RABG 2005, 1787, noot C. Vergauwen, RW 2005-06, 261, T.Not. 2007, 11, noot M. De Clercq; Antwerpen 5 januari 2005, NJW 2006, 220, noot G. Verschelden.
• Cass. 2 februari 2012, Arr.Cass. 2012, 265, Act.dr.fam. 2013, 63, Pas. 2012, 243, RABG 2012, 817, noot A. Reniers, RW2012-13, 1212, T.Fam. 2012, 207, noot L. Voet, T.Not. 2012, 537, noot S. Van Oosthuyse.
• C. Declerck, «Secundair huwelijksvermogensstelsel” in W. Pintens en C. Declerck, Patrimonium 2013, Antwerpen, Intersentia, 2013, 26.
• Rb. Aarlen 25 augustus 2010, RTDF 2012, 1102, noot J.-L. Renchon.
•J.-L. Renchon, «L’attribution et l’évaluation d’un fonds de commerce lors du partage du patrimoine commun” (noot onder Rb. Aarlen 25 augustus 2010), RTDF2012, 1110-1111).
• Brussel 15 december 2009, RTDF 2011, 784, TBBR 2012, 221, T.Not. 2011, 41.
• Gent 1 maart 2010, RTDF 2011, 244, T.Not. 2010, 467, noot L. Weyts.
• L. Weyts, «Ruzie in het huishouden en ruzie in de familiale onderneming”, T.Not.2010,470-472.
• GwH 7 maart 2013, nr. 28/2013, Act.dr.fam. 2013, 61, Arr.GwH 2013, 501, RABG 2013, 947, Rec.gén.enr.not. 2013, 167, RW 2013-14, 59, noot, T.Not. 2013, 415, noot J. Verstraete.
• S. Mosselmans, «Het recht van preferentiële toewijzing overeenkomstig art. 1447 BW ten voordele van echtgenoten, vóór 28 september 1976 gehuwd onder een bedongen gemeenschapsstelsel”, RW1997-98, 404;
• M. De Clercq, «De preferentiële toewijzing: ook voor onverdeelde goederen die niet tot de gemeenschap behoorden?” (noot onder Antwerpen 12 mei 2004), T.Not. 2007, 20-29;
• N. Geelhand, «Rariteiten in successieplanningland”, TEP 2009, 7-8; J. Verstraete, noot onder GwH 7 maart 2013, T.Not. 2013, 417-418.
• Y.-H. Leleu, «L’attribution préferentielle du logement familial” in P. Delnoy, Y.-H. Leleu en E. Vieujean (eds.) Le logement familial, Diegem, Kluwer, 1999, 210-211;
• K. Boone, «Commentaar bij art. 1447 BW” in Comm.Pers., 12;
• Antwerpen 12 mei 2004, RABG 2005, 1787, noot C. Vergauwen, RW 2005-06, 261, T.Not. 2007, 11, noot M. De Clercq.
• Brussel 28 mei 2013, T.Not. 2013, 424.
• Rb. Dendermonde 18 juni 2009, RABG 2010, 782.
• Brussel 11 januari 2011, T.Not.2011, 215.
• Brussel 11 januari 2011, T.Not.2011, 215.
• Rb. Aarlen 25 augustus 2010,

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: vr, 14/11/2014 - 21:36
Laatst aangepast op: vr, 14/11/2014 - 21:38

Sociale huur

Publicatie
Auteur: 
Hanselaer A
Uitgever: 
die Keure
Jaargang: 
2011
ISBN nummer: 
9789048607228
Samenvatting

Bespreking door de uitgever

Bestaan er verschillen tussen de wetgevingen van de drie gewesten in verband met sociale huur?

Er zijn inderdaad belangrijke verschillen die betrekking hebben zowel op de termijnen, als op de inschrijvings- en toelatingsvoorwaarden, de toewijzingsregels, de verhaalprocedures en de beëindiging van de sociale huurovereenkomst.

Daarnaast is er in het nieuwe kaderbesluit sociale huur in het Vlaamse Gewest dan ook aandacht voor aspecten, zoals leefbaarheid en is er een waaier aan mogelijkheden om de kwetsbare huurder te begeleiden, maar ook te sanctioneren.

 

Inhoudstafel tekst: 

HOOFDSTUK I. BEGRIPSOMSCHRIJVING
Afdeling 1. Sociale woninghuur
Afdeling 2. Institutionele aspecten bij de sociale woninghuur
Afdeling 3. Doelstellingen van de sociale woninghuur
Afdeling 4. Karakter van de betrekkingen tussen de huurder en de sociale verhuurder

HOOFDSTUK II. TOEPASSELIJK RECHT
Afdeling 1. De juridische grondslag van de sociale huurovereenkomst
Afdeling 2. De specifieke bepalingen
Afdeling 3. De relatie met en de toepassing van de regels van gemeen recht
Afdeling 4. Het juridische karakter van de bepalingen met betrekking tot de sociale huur
Afdeling 5. De partijen bij de sociale huurovereenkomst

HOOFDSTUK III. DE SOCIALE HUUR EN HET GRONDRECHT OP BEHOORLIJKE HUISVESTING
Afdeling 1. Algemene situering
Afdeling 2.De internationale inbedding van het grondrecht op wonen
Afdeling 3.Een omschrijving van het sociaal grondrecht op wonen in de Belgische context
Afdeling 4. Het recht op behoorlijke huisvesting in de grondwettelijke bepaling over het recht een
menswaardig leven te leiden
Afdeling 5.De doorwerking van het grondrecht op behoorlijke huisvesting in de wet- en decreetgeving
Afdeling 6.De doorwerking van het recht op behoorlijke huisvesting in de rechtspraktijk

HOOFDSTUK IV. DE REGLEMENTAIRE ASPECTEN IN DE SOCIALE HUUR IN HET VLAAMSE GEWEST
Inleiding: de regel voor het Vlaamse Gewest
Afdeling 1. Voorafgaand aan de sociale huurovereenkomst
Afdeling 2. De rechten en de plichten van de verhuurder en de huurder tijdens de huurovereenkomst
Afdeling 3. De staat van het gehuurde goed
Afdeling 4. De financiële aspecten
Afdeling 5. De duur en de beëindiging van de sociale huurovereenkomst
Afdeling 6. De sancties
Afdeling 7. Aspecten van toezicht

HOOFDSTUK V. DE VERKOOP VAN DE SOCIALE HUURWONING AAN DE ZITTENDE HUURDER
Afdeling 1. Het voorkooprecht van de zittende sociale huurder
Afdeling 2. De voorgeschiedenis van het kooprecht: van gunst naar recht
Afdeling 3. Enkele cijfers

HOOFDSTUK VI. BETWISTINGEN
Afdeling 1. Openbaarheid van bestuur
Afdeling 2. Intern en extern klachtrecht
Afdeling 3. De verhaalprocedure bij de toezichthouder voor de sociale huisvesting
Afdeling 4. De weg naar de rechter

HOOFDSTUK VII. DE SOCIALE HUUR IN HET BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Afdeling I. De toegang tot de sociale huur
Afdeling II. De financiële aspecten van de sociale woninghuur
Afdeling III. De verplichtingen in hoofde van de verhuurder en de huurder tijdens de huurovereenkomst
Afdeling IV. Het einde van de huurovereenkomst voor een sociale woning
Afdeling V. Mutaties in het sociaal huurwoningenpark

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 13/11/2014 - 22:51
Laatst aangepast op: do, 13/11/2014 - 22:53

Handelshuur

Publicatie
Auteur: 
Dambre M
Auteur: 
Beyaert S
Uitgever: 
die Keure
Jaargang: 
2012
ISBN nummer: 
9789048615667
Samenvatting

Dit handboek omvat een wetenschappelijk onderbouwde en zo objectief mogelijke beschrijving van het geldende Belgische handelshuurrecht, met oog voor de behoeften van de rechtspracticus.

In dit boek wordt dan ook aandacht besteed aan enkele geselecteerde actuele topics, zoals het toepassingsgebied van de handelshuurwet, de duur en beëindiging van de handelshuur, de huurprijsherziening, de huuroverdracht en onderhuur en de handelshuurhernieuwing.

Inhoudstafel tekst: 

Hoofdstuk I. Algemene situering van het handelshuurrecht in het huurrecht
Afdeling 1. Wetsgeschiedenis
Afdeling 2. Toepassingsgebied
Afdeling 3. Rechtskarakter van de handelshuurwet

Hoofdstuk II. Duur en beëindiging van de handelshuur
Afdeling 1. Duur van negen jaar
Afdeling 2. Beëindiging in onderling akkoord
Afdeling 3. Opzegging door de huurder
Afdeling 4. Opzegging door de verhuurder
Afdeling 5. Andere oorzaken van beëindiging van de handelshuur

Hoofdstuk III. Herziening van de huurprijs
Afdeling 1. Aanvankelijke huurprijs
Afdeling 2. Wijziging tijdens de overeenkomst
Afdeling 3. Wijziging naar aanleiding van de handelshuurhernieuwing
Afdeling 4. Indexatie van de huurprijs
Afdeling 5. Wettelijke herziening van de huurprijs

Hoofdstuk IV. Verbouwingswerken door de huurder
Afdeling 1. Inleiding
Afdeling 2. Toepassingsvoorwaarden
Afdeling 3. Procedurele aspecten en formaliteiten
Afdeling 4. Sancties
Afdeling 5. Uitvoering van de werken
Afdeling 6. Gevolgen van de verbouwingen op de financiële aspecten van de handelshuur
Afdeling 7. Lot van de werken op het einde van de huur
Afdeling 8. Besluit

Hoofdstuk V. Onderhuur en huuroverdracht
Afdeling 1. Onderhuur en huuroverdracht in het gemeen recht
Afdeling 2. Overdracht en onderhuur van een handelshuurovereenkomst
Afdeling 3. De gevolgen van de huuroverdracht of de onderhuur van een handelshuurovereenkomst

Hoofdstuk VI. Huurhernieuwing
Afdeling 1. Recht op hernieuwing van de handelshuur
Afdeling 2. Aanvraag huurhernieuwing
Afdeling 3. Mogelijke antwoorden van de verhuurder
Afdeling 4. Vergoeding wegens uitzetting

Hoofdstuk VII. Overdracht of vervreemding van het gehuurde goed
Afdeling 1. Het wettelijk kader
Afdeling 2. Inhoud en omvang van de bijdrage
Afdeling 3. De bijzondere regeling van artikel 12 handelshuurwet
Afdeling 4. De aard en de grondslag van artikel 12 handelshuurwet
Afdeling 5. De omschrijving van de relevante begrippen
Afdeling 6. De onderscheiden gevallen bepaald in artikel 12 handelshuurwet
Afdeling 7. Bijzondere toepassingen van artikel 12 handelshuurwet
Afdeling 8. De vergoedingen wegens uitzetting
Afdeling 9. Andere verhaalsrechten
Afdeling 10. Het recht op uitzettingsvergoeding (het ontstaan en de eisbaarheid) en het sluiten van een overeenkomst over de verschuldigdheid of omvang van de uitzettingsvergoeding
Afdeling 11. Retentierecht van de huurder
Afdeling 12. De termijn voor het instellen van de rechtsvordering tot betaling van een vergoeding wegens uitzetting
Afdeling 13. De procedure
Afdeling 14. Besluit

Hoofdstuk VIII. De uitzettingsvergoeding
Afdeling 1. Het verschuldigd zijn, de omvang en de verdeling van de uitzettingsvergoeding
Afdeling 2. Het retentierecht van de afgaande huurder tot betaling van de uitzettingsvergoeding
Afdeling 3. Verjaring van de vordering tot betaling van de vergoeding wegens uitzetting: ontstaan, opeisbaarheid en verval van de uitzettingsvergoeding

Hoofdstuk IX. Bevoegdheid, procedure en bewijsrecht
Afdeling 1. De bevoegdheid
Afdeling 2. De procedure
Afdeling 3. Bewijsrecht en interpretatie

Hoofdstuk X. Fiscale aspecten van de handelshuurovereenkomst
Afdeling 1. Registratierechten
Afdeling 2. De onroerende voorheffing
Afdeling 3. De personenbelasting
Afdeling 4. Vennootschapsbelasting
Afdeling 5. Btw
Afdeling 6. Leegstandsheffingen
Afdeling 7. Belasting op niet-residentiële oppervlakten (Brussel)

Hoofdstuk XI. Specifieke administratief rechtelijke aspecten
Afdeling 1. Stedenbouwkundige vergunning en informatieplicht
Afdeling 2. Milieuvergunning
Afdeling 3. Bodemsanering
Afdeling 4. Sociaaleconomische vergunning
Afdeling 5. Onteigening
Afdeling 6. Domeingoederen
Afdeling 7. Onroerend erfgoed

Lijst van verkort geciteerde literatuur Handelshuur

Wet van 21 maart 1804 (BS 3.IX.1870); Wet van 30 december 1961 tot invoering van de Nederlandse tekst van het Burgerlijk Wetboek (BS 18.V.1962) - uittreksel Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, Afdeling 2bis

Overzichtstabel van de belangrijkste termijnen of vervaldagen m.b.t. de handelshuurwet

Trefwoordenregister

Gerelateerd
Modellen: 
Aangemaakt op: do, 13/11/2014 - 22:32
Laatst aangepast op: do, 13/11/2014 - 22:56

Meerderjarige beschermde personen

Titel van het boek: 
Publicatie
Auteur: 
Senaeve P
Auteur: 
Swennen F
Auteur: 
Verschelden G
Auteur: 
Bael J
Uitgever: 
die Keure
Jaargang: 
2014
ISBN nummer: 
9789048605309
Samenvatting

Beschrijving:door de uitgever

Dit verslagboek van een reeks studiedagen in het voorjaar van 2014 is gewijd aan de wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid. Die wet heeft de diverse statuten voor beschermde meerderjarigen vervangen door één enkel beschermingsstatuut – voor zogenaamde beschermde personen – en de rechterlijke bescherming aangevuld met een wettelijke regeling van buitengerechtelijke bescherming, via lastgeving.

Het boek kwam tot stand op basis van een samenwerking van de professoren familierecht van de drie grote Vlaamse rechtsfaculteiten (Patrick Senaeve, Instituut voor Familierecht en Jeugdrecht, KU Leuven; Frederik Swennen, Onderzoeksgroep Persoon & Vermogen, Universiteit Antwerpen en Gerd Verschelden, Instituut voor Familierecht, UGent) met het Koninklijk Verbond van Vrede- en Politierechters (KVVP) en de Nederlandstalige Raad van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat (KFBN).

Dit boek bevat naast grondige rechtsgeleerde bijdragen ook modellen en de gecoördineerde wettekst. Het vormt aldus een referentiewerk dat als basis kan dienen om de nieuwe beschermingsregels in overeenstemming met de bedoeling van de wetgever toe te passen.
 

Inhoudstafel tekst: 

DEEL 1. INLEIDING EN HISTORIEK VAN DE WET
Hoofdstuk I. Historiek
Hoofdstuk II. Hoofdtrekken

DEEL 2. TOEPASSINGSGEBIED VAN DE WET
Hoofdstuk I. Inleiding
Hoofdstuk II. Beschermde personen
Hoofdstuk III. Wilsonbekwaamheid
Hoofdstuk IV. Besluit

DEEL 3. BUITENGERECHTELIJKE BESCHERMING
Hoofdstuk I. Situering
Hoofdstuk II. De lastgeving als instrument van de buitengerechtelijke bescherming
Hoofdstuk III. De inhoud van de lastgeving bedoeld als buitengerechtelijke bescherming
Hoofdstuk IV. De uitvoering van de lastgeving bedoeld als buitengerechtelijke bescherming
Hoofdstuk V. Einde van de buitengerechtelijke bescherming
Hoofdstuk VI. Sanctieregeling
Hoofdstuk VII. Evaluatie
Hoofdstuk VIII. Model

DEEL 4. ONBEKWAAMHEID – DE PERSOON
Hoofdstuk I. Inleiding
Hoofdstuk II. Rechterlijke bescherming m.b.t. de persoon
Hoofdstuk III. Onbekwaamverklaring voor persoonlijke rechtshandelingen in een afzonderlijk deel van de beschikking
Hoofdstuk IV. De verwezenlijking van persoonlijke rechtshandelingen door of voor de beschermde persoon
Hoofdstuk V. Conclusie

DEEL 5. ONBEKWAAMHEID – DE GOEDEREN
Hoofdstuk I. Beginselen
Hoofdstuk II. Definities
Hoofdstuk III. Vermogensbeheer onder rechterlijke bescherming

DEEL 6. HET BEWIND: WERKING EN ORGANISATIE
Hoofdstuk I. Situering
Hoofdstuk II. Het bewind
Hoofdstuk III. De werking van het bewind
Hoofdstuk IV. Het einde van het bewind
Hoofdstuk V. Conclusie

DEEL 7. SANCTIONERING BIJ ONBEKWAAMHEID EN BEWIND
Hoofdstuk I. Inleiding
Hoofdstuk II. Sanctionering van handelingen gesteld door de beschermde persoon
Hoofdstuk III. Sanctionering bij miskenning van een pleegvorm door de bewindvoerder
Hoofdstuk IV. Sanctionering van tekortkomingen in de uitoefening van de opdracht van bewindvoerder en vertrouwenspersoon

DEEL 8. DE RECHTSPLEGINGEN
Hoofdstuk I. Bijzondere rechtspleging in het Gerechtelijk Wetboek
Hoofdstuk II. Buitengerechtelijke bescherming
Hoofdstuk III. Voor de rechterlijke bescherming
Hoofdstuk IV. De rechterlijke bescherming
Hoofdstuk V. Catalogus van procedures
Hoofdstuk VI. Modellen

DEEL 9. DE INWERKINGTREDING EN HET OVERGANGSRECHT
Hoofdstuk I. Inwerkingtreding
Hoofdstuk II. Overgangsrecht

DEEL 10. HET OPSTELLEN VAN GENEESKUNDIGE VERKLARINGEN
Hoofdstuk I. Inleiding
Hoofdstuk II. De omstandige geneeskundige verklaring
Hoofdstuk III. De arts-deskundige
Hoofdstuk IV. Artikel 492/5 van het Burgerlijk Wetboek
Hoofdstuk V. Slotbeschouwingen

DEEL 11. HET OPSTELLEN VAN DE VERSLAGEN
Hoofdstuk I. Algemeen
Hoofdstuk II. Bijstand en verslaggeving
Hoofdstuk III. Vertegenwoordiging en verslaggeving
Hoofdstuk IV. De verslaggeving door de ouder(s)-bewindvoerder
Hoofdstuk V. Kort besluit
Hoofdstuk VI. Tabellen
Hoofdstuk VII. Modellen

DEEL 12. ASPECTEN VAN VERMOGENSPLANNING
Hoofdstuk I. Het testament
Hoofdstuk II. De schenking
Hoofdstuk III. Andere uiterste wilsbeschikkingen dan het testament
Hoofdstuk IV. Het huwelijkscontract en de wijziging aan het huwelijksvermogensstelsel

BIJLAGE. GECOORDINEERDE WETTEKST

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 13/11/2014 - 22:21
Laatst aangepast op: do, 13/11/2014 - 22:22

Handboek Gezondheidsrecht

Publicatie
Auteur: 
Vansweevelt T
Auteur: 
Dewallens F
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2014
ISBN nummer: 
9789400005457
Samenvatting

Bespreking van dit werk door de uitgever 

Met dit opus magnum komen de auteurs tegemoet aan de toenemende vraag naar een globaal overzicht van het gezondheidsrecht. Zorgverleners, advocaten, magistraten en, last but not least, studenten vragen om een breed, grondig en volledig Handboek Gezondheidsrecht.

Het unieke aan dit Handboek Gezondheidsrecht is dat de positie van de zorgverlener, niet alleen klassiek t.a.v. de patiënt, maar ook t.a.v. allerlei andere zorgverleners (andere beroepsbeoefenaars en gezondheidszorginstellingen) én de overheid aan bod komt, en dit op een zéér grondige wijze.

Het gezondheidsrecht is de laatste jaren uitgegroeid tot een bloeiende rechtstak met veel uitlopers naar andere rechtsdomeinen. Daarom werd besloten om de krachten en talenten van verschillende specialisten te bundelen. Per onderwerp werd een specialist aangezocht waarbij een kruisbestuiving tussen de verschillende universiteiten, de balie en de ziekenhuiswereld werd nagestreefd.

Handboek Gezondheidsrecht bestaat uit twee apart verkrijgbare delen

Volume I: Zorgverleners: statuut en aansprakelijkheid
september 2014 | ISBN 978-94-0000-537-2 | lii + 1688 blz. | gebonden
Prijs: 195 euro

Volume II: Rechten van patiënten: van embryo tot lijk
september 2014 | ISBN 978-94-0000-538-9 | l + 1632 blz. | gebonden
Prijs : € 195

In Volume I draait alles rond het zorgaanbod en het statuut van de zorgverleners. Hier worden teksten verzameld over de organisatie van de gezondheidszorg, met inbegrip van de rechtsbeginselen van het gezondheidsrecht en de ziekteverzekering.
Niet alleen wordt de klassieke arts-patiëntrelatie besproken, maar ook minder belichte statuten van artsen in de niet-curatieve sector, zoals: de arbeidsarts, de controlearts, de ziekenfondsarts en de verzekeringsarts.
Verder wordt uitvoerig ingegaan op het juridisch statuut van de arts in ziekenhuisverband, de professionele samenwerkingsverbanden, maar ook op het statuut van voorzieningen in de ouderenzorg, de palliatieve zorg, de geestelijke gezondheidszorg, en de jeugdgezondheidszorg. Daarnaast wordt voor de eerste maal in een handboek specifieke en grondige aandacht besteed aan het statuut van andere beroepsbeoefenaars, zoals de tandarts, de apotheker, de kinesitherapeut, de vroedvrouw, de verpleegkundige, de paramedische beroepen, beoefenaars van niet-conventionele behandelwijzen, naast de zopas wettelijk geregelde beroepen van de klinisch psychologen, de klinisch orthopedagogen en psychotherapeuten.
Naast de rechten van de beroepsbeoefenaars (diagnostische en therapeutische vrijheid, recht op reclame en mededinging, op honorarium en op medewerking van de patiënt) worden vanzelfsprekend ook hun plichten uiteengezet. Noblesse oblige.
Procedures voor de Orde van Geneesheren, het RIZIV, de provinciale geneeskundige commissies passeren de revue. Last but not least bevat dit eerste volume het meest volledige actuele overzicht, méér dan 400 pagina’s, van de aansprakelijkheid van elk van de hierboven opgesomde zorgverleners.
Het eerste volume wordt afgesloten met de producten in de gezondheidzorg: geneesmiddelen, medische hulpmiddelen, bloed en bloedderivaten en gentechnologie.

In Volume II van dit handboek wordt de rechten van patiënten tijdens de levensloop van de persoon gevolgd: van embryo tot lijk.
In het deel over het begin van het leven staat het recht op voortplanting, de medische begeleide voortplanting, het draagmoederschap, het statuut van en het onderzoek om embryo’s, en de zwangerschapsafbreking centraal.
De patiëntenrechten zelf spelen een steeds belangrijkere rol in de rechtspraak en worden dus uitvoerig uiteengezet: recht op gezondheidszorg, op vrije keuze van beroepsbeoefenaar, op geïnformeerde toestemming, op inzage en afschrift van het patiëntendossier, op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en zeer uitvoerig het beroepsgeheim, het klachtrecht en de ombudsfunctie, en zelfs de medische expertise!
Ook de rechten van de minderjarige patiënten, de meerderjarige onbekwamen en de rechten bij dwangopname van geesteszieke patiënten passeren de revue.
Het menselijk lichaam staat van langsom meer in het middelpunt van de belangstelling van de wetgever; aldus worden ook de Wet Medische Experimenten, de Wet Transseksualiteit, de Wet Orgaantransplantatie, en de Wet Menselijk Lichaamsmateriaal bestudeerd.
Tot slot concentreert het boek zich op de rechten bij het levenseinde: medische beslissingen bij het levenseinde (levensbeëindiging zonder verzoek, euthanasie, hulp bij zelfdoding, pijnbestrijding, palliatieve zorg, staken of niet instellen van een behandeling), de voorafgaande wilsverklaringen, de vaststelling en de publiciteit van het overlijden, en het statuut van het lijk (grafschennis, persoonlijkheidsrechten, lijkbezorging, autopsie).

Dit Handboek Gezondheidsrecht bevat een ongekende rijkdom aan onderwerpen die allemaal sterk worden uitgewerkt. Het resultaat is een weldoordacht handboek dat vertrekt vanuit de noden van de praktijk en tegelijk didactisch sterk onderbouwd is. Bovendien is dit boek ook uitermate correct geprijsd!
Dit boek is dan ook hét onmisbare referentiewerk voor iedereen die met het gezondheidsrecht wordt geconfronteerd. Een betrouwbaar naslagwerk voor advocaten, magistraten, artsen en al wie betrokken is in de gezondheidszorg.

Inhoudstafel tekst: 

ORGANISATIE VAN DE GEZONDHEIDSZORG

I. Rechtsbronnen en rechtsbeginselen in de gezondheidszorg 5

1. België
2. Europa en de wereld 6

Il De ziekteverzekering

1. Actoren in de ziekteverzekering 1
2 Verhoudingen tussen de actoren toegelicht 2
3 Het gedekte pakket
4 Kostenbeheersing: drie actoren

III De gezondheidszorgvoorzieningen 3

1. Ziekenhuizen 4
2 Ouderenzorg 5
3 Instellingen in de palliatieve zorg
4 Instellingen in de geestelijke gezondheidszorg 1
5 Instellingen in de jeugdgezondheidszorg 2
6 Dringende medische hulp
7 Preventie: profylaxe van besmettelijke ziekten, dwangbehandeling en afzondering 4

IV De Orde van geneesheren

1. Historiek
2 Statuut en lidmaatschap
3 Structuur en werking van de Orde van geneesheren
4. De deontologische normering
5. Het tuchtrecht
6. De toekomst van de Orde

V. De Orde der apothekers

1. Inleiding
2. De inrichting
3. Bevoegdheid
4. De werking

VI. De provinciale geneeskundige commissies

1. Inleiding
2. Opdrachten
3. De procedures
4. De rechtsmiddelen

DEEL Il DE BEROEPSBEOEFENAAR IN DE GEZONDHEIDSZORG

I. De arts

1.. Toegang en uitoefeningsvoorwaarden
2. Het misdrijf van onwettige uitoefening van de geneeskunde
3. Professionele samenwerkingsverbanden tussen artsen
4. Juridisch statuut van artsen met een niet-curatieve opdracht
5. De arbeidsarts
6.De controlearts
7. De ziekenfondsarts
8. De verzekeringsarts

II. De apotheker

Inleiding
De voorwaarden om het beroep uit te oefenen
De taken, plichten en bevoegdheden van de apotheker
De verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de apotheker
De voor het publiek opengestelde apotheek
De ziekenhuisapotheek

III. De tandarts

De beroepsopleiding tandheelkunde binnen de Europese Unie
De diplomavereisten en het visum voor de uitoefening van de tandheelkunde in België
De bijzondere beroepstitels
De dentaaltechnicus
Het voorbehouden beroepsdomein van de tandarts

IV. De kinesitherapeut

Het juridisch statuut: algemeen
Toepasselijke bepalingen van de Wet Uitoefening Gezondheidszorgberoepen
De rechtspositie van de kinesitherapeut t.o.v. de arts
De rechtspositie van de kinesitherapeut t.o.v. de paramedicus
De erkenning als kinesitherapeut

V. Het verpleegkundig beroep

Het verpleegkundig beroep ten overstaan van andere zorgondersteunende beroepen
Toegang tot het verpleegkundig beroep
Verpleegkundige bevoegdheden
Verpleegkundige commissies en raden

VI. De zorgkundige

De vroedvrouw
De toegang tot het beroep van vroedvrouw
Wettelijke bevoegdheden van de vroedvrouw

VII De paramedische beroepen

De toegang tot het paramedisch beroep
Wettelijke bevoegdheden van paramedici

VIII De klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen

De toegang tot het beroep van klinisch psycholoog en klinisch orthopedagoog
Wettelijke bevoegdheden van klinische psychologen en klinische orthopedagogen

IX De psychotherapie

De toegang tot het beroep van psychotherapeut
Wettelijke bevoegdheden van de psychotherapeut

X. De beoefenaars van niet-conventionele behandelwijzen

Begripsomschrijving
Het wettelijke kader

DEEL III PRODUCTEN IN DE GEZONDHEIDSZORG

I Geneesmiddelen

1 Het begrip geneesmiddel
2 Vergunning voor het in de handel brengen van geneesmiddelen
3 Prijsbepaling en terugbetaling van geneesmiddelen
4 Vervaardiging en distributie van geneesmiddelen
5 Promotie van geneesmiddelen

Il Bloed en bloedderivaten

1 Medische inleiding: volbloed en bloedderivaten
2 Juridisch kader
3 Voorwaarden voor de afname van bloed
4 Commerciële aspecten uitgesloten
5 Nade afname

III Medische hulpmiddelen

1 Het begrip medisch hulpmiddel
2 Het in de handel brengen van medische hulpmiddelen
3 De promotie van medische hulpmiddelen

IV Gentechnologie en geavanceerde therapie

1 Definities
2 Wettelijk kader

DEEL IV RECHTEN VAN BEOEFENAARS IN DE GEZONDHEIDSZORG

I Diagnostische en therapeutische vrijheid

1 Inleiding: diagnostische en therapeutische vrijheid versus professionele autonomie
2 Diagnostische en therapeutische vrijheid
3 Richtlijnen voor kwaliteitsvolle zorg
4 Gewetensbezwaren

Il Het recht op een honorarium

1 Het recht op een honorarium
2 De bepaling van het honorarium
3 Ereloonverdeling, gebruiksvergoeding en onrechtmatige voordelen
4 De verjaring van de vordering tot betaling van het honorarium
5 Beslag, overdracht en inpandgeving
6 Schenkingen en testamentaire voordele aan zorgverleners vanwege patiënten (art. 909 BW)

III Recht op mededinging en het maken van reclame

1 De toepasselijkheid van het mededingingsrecht in de gezondheidssector
2 Uit het mededingingsrecht voortvloeiende recht om reclame te maken

IV Het recht van de beroepsbeoefenaar op medewerking van de patiënt

de eigen fout van de patiënt
Wettelijke basis medewerkingsplicht patiënt en doel wetgever
De verschillende medewerkingsplichten / de eigen fout van de patiënt

DEEL V RECHTSVERHOUDINGEN, AANSPRAKELIJKHEID EN SCHADEVERGOEDING IN DE GEZONDHEIDSZORG

I Rechtsverhoudingen tussen arts/ ziekenhuis en patiënt

De contractuele rechtsverhouding tussen arts/ziekenhuis en patiënt
De buitencontractuele rechtsverhouding tussen arts/ziekenhuis en patiënt

Il De aansprakelijkheid van de arts en het ziekenhuis voor eigen gedrag
1. De aard van de verbintenissen van de arts en het ziekenhuis
2 Aansprakelijkheid van het ziekenhuis voor gebrekkige organisatie
3 Voorwaarden van de aansprakelijkheid van de arts / het ziekenhuis voor medisch handelen

III De aansprakelijkheid van de arts en het ziekenhuis voor andermans daad

1. De patiënt contracteert noch met het ziekenhuis noch met de arts
2. De patiënt contracteert enkel met de arts, niet met het ziekenhuis
3 De patiënt contracteert enkel met het ziekenhuis, niet met de arts
4 De patiënt contracteert zowel met het ziekenhuis als met de arts
5 De centrale aansprakelijkheid van het ziekenhuis
6 De aansprakelijkheid van en voor ziekenhuisorganen
7 Aansprakelijkheid bij plaatsvervanging
8 Aansprakelijkheid bij consult van een collega-arts

IV De aansprakelijkheid van de arts en het ziekenhuis voor schade veroorzaakt door gebrekkige zaken

De contractuele aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken
2 De Wet Productenaansprakelijkheid
3 De buitencontractuele aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken

V De aansprakelijkheid van de tandarts

1. De beroepsuitoefening
2 Aansprakelijkheidsvoorwaarden

VI De aansprakelijkheid van de apotheker

1. De beroepsuitoefening
2 Aansprakelijkheidsvoorwaarden:
3. typologie van fouten

VII De aansprakelijkheid van de kinesitherapeut

1 De beroepsuitoefening
2 Aansprakelijkheidsvoorwaarden

VIII De aansprakelijkheid van de vroedvrouw

1 De beroepsuitoefening
2 Aansprakelijkheidsvoorwaarden

IX De aansprakelijkheid van de verpleegkundige

1 De beroepsuitoefening
2 Aansprakelijkheidsvoorwaarden

X Specifieke verweermiddelen

1 De verjaring van de aansprakelijkheidsvordering
2 Contractuele aansprakelijkheidsregelingen

XI De Wet Medische Ongevallen

1 De uitgangspunten en doelstellingen van de wet
2 Het toepassingsgebied
3 De voorwaarden voor vergoeding door het fonds
4 Het Fonds Medische Ongevallen
5 De procedure voor het fonds
6 De inwerkingtreding van de Wet Medische Ongevallen
VOLUME Il

DEEL I HET BEGINNEND LEVEN

I Het recht op voortplanting

1 Juridische aard van de aanspraak op voortplanting en op het krijgen van kinderen
2 Het recht op voortplanting in het nationale gezinsrecht, het gezondheidsrecht en het strafrecht
3 Het recht op voortplanting en de grond- en mensenrechten

Il Medisch begeleide voortplanting en draagmoederschap

1 Medisch begeleide voortplanting
2 Draagmoederschap

III Het statuut van en het wetenschappel ijk onderzoek op embryo's

1 Het statuut van het embryo
2 Wetenschappelijk onderzoek op een embryo

IV Abortus

1 Begripsomschrijving en terminologie
2 Constitutieve bestanddelen van het misdrijf abortus
3 De niet-beoogde abortus door geweld( art. 349 Sw.)
4 Doodslag als gevolg van het gebruik of de aanwijzing van abortusmiddelen (art. 352 Sw.)
5 Reclame over zwangerschapsafbreking
6 Het bewijs van het misdrijf abortus
7. Verhouding Wet Zwangerschapsafbreking met het EVRM en met de Wet Patiëntenrechten
8. Voorwaarden voor een rechtmatige abortus vóór twaalf weken na de bevruchting
9. Voorwaarden voor een rechtmatige abortus vanaf de dertiende week van de zwangerschap
10 Gewetensbezwaar arts, verpleegkundige en paramedisch personeel
11 Rol van de noodtoestand als rechtvaardigingsgrond
12 De Nationale Evaluatiecommissie Zwangerschapsafbreking

DEEL Il RECHTEN VAN PATIËNTEN

Recht op gezondheidszorg
Recht op gezondheidszorg als sociaal grondrecht
Recht op grensoverschrijdende gezondheidszorg
Wet Patiëntenrechten: definities en toepassingsgebied
Inleiding en doelstellingen
Definities
Toepassingsgebied
Het recht op een kwaliteitsvolle dienstverstrekking
Wettelijke basis en doel wetgever
Overbodige wetsbepaling: doublure met het zorgvuldigheidscriterium
Het recht op vrije keuze van beroepsbeoefenaar
De Wet Patiëntenrechten
De grondslagen van het recht op vrije keuze van beroepsbeoefenaar
De draagwijdte van het vrije keuzerecht van de patiënt
De vrije keuze van beroepsbeoefenaar buiten België
Het recht op gezondheidstoestandinformatie en geïnformeerde toestemming
Situering
Het recht op gezondheidstoestandinformatie
Het recht op geïnformeerde toestemming
Bewijs en sanctionering van een schending van het recht op geïnformeerde toestemming
Het recht op informatie over de nazorg of na een behandeling
Rechten met betrekking tot het patiëntendossier
De functies van en het recht op een patiëntendossier
De soorten, de inhoud en de vorm van het patiëntendossier
De verwerking van persoonsgegevens en het patiëntendossier
Het recht op toegang tot, kennis van en inzage in het patiëntendossier
Het recht op een afschrift van het patiëntendossier
De bewaring van het patiëntendossier VII Het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, het medisch beroepsgeheim en de verwerking van persoonsgegevens
Het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer
Het medisch beroepsgeheim

VIII Klachtrecht en ombudsfunctie

1. Inleiding
2 Organisatie van het klachtrecht op drie niveaus
3 Wie kan klacht neerleggen?
4 Welke klachten kunnen ingediend worden?
5 De opdracht van de ombudspersoon
6 Het statuut van de ombudspersoon
7 De ombudsfunctie en het patiëntendossier
8 Het beroepsgeheim van de ombudsfunctionaris
9. Het gebruik van het ombudsdossier in rechte?
10 Besluit

IX Rechten met betrekking tot de medische expertise
1. Algemene kenmerken van het gerechtelijk deskundigenonderzoek
2 Het deskundigenonderzoek in burgerlijke zaken
3 Het deskundigenonderzoek in strafzaken
4 De aansprakelijkheid van de deskundige

DEEL III DE HANDELINGS- EN WILSONBEKWAMEN

I Minderjarigen
1. De niet-ontvoogde minderjarige
2 De ontvoogde minderjarige

Il Meerderjarige onbekwamen
1. De handelingsonbekwamen
2 De wilsonbekwamen

III De dwangopneming van geesteszieken

1. Inleiding
2 De materiële voorwaarden voor een dwangopneming
3 De beschermingsmaatregelen
4 Geesteszieken onder drang en dwang
5 Het toezicht op de naleving van de wet

DEEL IV HET MENSELIJK LICHAAM EN HET LICHAAMSMATERIAAL

I. De Wet Experimenten op de Menselijke Persoon

1. Ontstaan van de Wet Experimenten Menselijke Persoon
2 Toepassingsgebied
3 Actoren betrokken bij een experiment
4 Aansprakelijkheid
5 Verzekering
6 Strafbepalingen

Il Transseksualiteit

1. Genderidentiteitsstoornis en transseksualiteit
2 De fundamentele rechten van transseksuelen
3 De nationaalrechtelijke erkenning van de rechten van transseksuelen

III Orgaantransplantatie

1. Toepassingsgebied
2 Algemene regels
3 Orgaanwegneming bij levenden
4 Orgaanwegneming bij overledenen
5 Toewijzing van organen

IV Lichaamsmateriaal voor geneeskundige toepassingen op de mens

1. Inleiding
2 Toepassingsgebied Wet Menselijk Lichaamsmateriaal
3 Veiligheid en kwaliteit van wegneming tot toepassing
4 De toestemmingsvereiste
5 Uitgesteld allogeen en autoloog gebruik
6 Non-commercialiteit

V Menselijk lichaamsmateriaal voor wetenschappelijk onderzoek

1. Wet Menselijk Lichaamsmateriaal
2 Embryowet en Wet Medisch Begeleide Voortplanting
3 "Vrij" lichaamsmateriaal - Niet langer vrij voor wetenschappelijk onderzoek

DEEL V HET EINDIGEND LEVEN

I Levensbeëindiging zonder verzoek

1. Juridische kwalificatie
2 Levensbeëindiging zonder verzoek versus therapiebeperking

Il Euthanasie
1. De legalisering van euthanasie: verenigbaarheid met de grondrechten en wetstechniek
2 Actueel euthanasieverzoek
3 Euthanasieverklaring
4 Uitvoering van euthanasie
5 Verplichting tot aangifte van euthanasie
6 Verzekerings- en sociaalrechtelijke gevolgen van euthanasie

III Hulp bij zelfdoding

1. Juridische kwalificatie
2 De beperking van de geoorloofdheid van levensbeëindigende hulp tot het medische model
3 Levensbeëindigende hulp en psychiatrische patiënten
4 Levensbeëindigende hulp en levens¬moeheid

IV Pijnbestrijding met mogelijk levensverkortend effect en continue diepe sedatie

1. Juridische kwalificatie
2 Voorwaarden voor geoorloofde pijnbestrijding en continue diepe sedatie
3 Continue diepe sedatie zonder vocht-toediening

V Palliatieve zorg

1. Voorwaarden
2 Palliatieve zorg als medische handeling en het recht op toestemming en informatie

VI Staken of niet instellen van een medische behandeling

1. Therapiebeperking en DNR
2 Juridische kwalificatie
3 Toestemmingsweigering van de wilsbekwame patiënt
4 Therapiebeperking en de wilsonbekwame patiënt
5 Weigering van de arts om te behandelen wegens medische zinloosheid

VII Voorafgaande wilsverklaringen

1. Inleiding
2 Het begrippenkader en enkele algemene beschouwingen
3 De voorafgaande negatieve wilsverklaring
4 De voorafgaande positieve wilsverklaring
5 De voorafgaande euthanasieverklaring
6 De voorafgaande machtiging van een vertegenwoordiger

VIII De vaststelling en de publiciteit van het overlijden

1. Inleiding
2 De vaststelling van het overlijden
3 De publiciteit van het overlijden

IX Het juridische statuut van het lijk

1. De wettelijke bescherming van het lijk
2 De juridische kwalificatie van het lijk
3 Het beslissingsrecht bij leven over het lijk en de lijkbezorging
4 Autopsie
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 13/11/2014 - 21:29
Laatst aangepast op: do, 13/11/2014 - 22:12

De Vrederechter en het bewind

Titel van het boek: 
Procedure na de wet van 17 maart 2013
Publicatie
Auteur: 
Scheers D
Auteur: 
Wuyts T
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2014
ISBN nummer: 
9789400005525
Samenvatting

Bespreking door de uitgever

De wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid, is een belangrijke stap ter verbetering en vernieuwing van de oude onbekwaamheidsstatuten van meerderjarigen.

Deze wetswijziging brengt niet alleen een grondige hervorming met zich mee van het onbekwaamheidsstatuut op zich, dat volledig op maat van de beschermde persoon kan worden vastgesteld, maar ook de rechtspleging wordt volledig herzien. Daarbij rijzen er heel wat vragen bij vrederechters, griffiers, advocaten, notarissen, OCMW’s en al diegenen die met een bewind te maken hebben. Het zal moeten blijken of deze nieuwe regelgeving een antwoord kan bieden op de vele knelpunten van de huidige regeling.

Deze vragen zijn nu reeds acuut en worden op een overzichtelijke en praktijkgerichte manier behandeld in dit handige en snel consulteerbare boek:
• Wat zijn de procesrechtelijke vernieuwingen?
• Hoe zit het met het overgangsrecht?
• Hoe verlopen de procedures tijdens de rechterlijke bescherming?
• Op welke wijze wordt beslist wie tot bewindvoerder wordt aangesteld?
• Wat behelst de verplichte evaluatie van het bewind na twee jaar?
• Wat is de plaats van de vertrouwenspersoon?
• Hoe dient de vrederechter zijn opdracht te vervullen, m.n. een kwaliteitsvolle beslissing verzekeren op maat van de beschermde persoon?
• Kan de vrederechter controle uitoefenen tijdens en bij beëindiging van het bewind?

Deze en tal van andere vragen worden in dit boek beantwoord. De verschillende modellen die in dit boek zijn opgenomen evenals de volledig gecoördineerde wetteksten maken van dit werk een praktisch en onmisbaar naslagwerk.

Dirk Scheers is vrederechter te Antwerpen en doceert gerechtelijk recht aan de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen. Hij heeft talrijke publicaties verzorgd over gerechtelijk recht en is een van de coauteurs van het Handboek gerechtelijk recht.
Tim Wuyts was als adjunct-adviseur Justitie van de Kamerfractie CD&V nauw betrokken bij het tot stand komen van de wet van 17 maart 2013. Hij heeft tal van boeken en artikelen over het personen- en gezinsrecht geschreven en in september 2012 doctoreerde hij aan de KU Leuven met een proefschrift over ouderlijk gezag.

 

Inhoudstafel tekst: 

Woord vooraf v
Hoofdstuk 1.
Beschermde personen: nieuwe bijzondere rechtspleging in het Gerechtelijk Wetboek .
Hoofdstuk 2.
Buitengerechtelijke bescherming. .3
2.1. Geschillen aangaande de uitvoering van de lastgeving 3
2.1.1. Wilsonbekwaamheid van de lastgever. 3
2.1.2. De alarmbelprocedure 4
2.2. Geschillen aangaande de lasthebbers.5
2.2.1. Aanstelling lasthebber ad hoc 5
2.2.2. Betwistingen tussen de lasthebbers .5
Hoofdstuk 3.
Vóór de rechterlijke bescherming .7
3.1. De verklaring van voorkeur 7
3.2. De verklaring van voorkeur bij vervanging of opvolging.8
Hoofdstuk 4.
De rechterlijke bescherming. 11
4.1. Bevoegdheid . 11
4.1.1. Materiële bevoegdheid 11
4.1.2. Nabijheidsrechters en reizende dossiers 12
4.2. Het verzoek tot rechterlijke bescherming .13
4.2.1. De verzoekende partij.13
4.2.1.1. De belanghebbenden 13
4.2.1.2. Ambtshalve 14
4.2.2. De te beschermen persoon 15
4.2.3. Het verzoekschrift 15
4.2.3.1. Vermeldingen 15
4.2.3.2. Bijlagen. 18
4.2.3.2.1. Attest van woonplaats.18
4.2.3.2.2. Omstandige geneeskundige verklaring .18
4.3. De behandeling van het verzoek tot rechterlijke bescherming. 21
4.3.1. Voorafgaande handelingen 21
4.3.1.1. De bijstand van een advocaat 21
4.3.1.2. De raadpleging van het register 23
4.3.2. De zitting 23
4.3.2.1. Oproepingen 23
4.3.2.2. Wie wordt er gehoord? 25
4.3.2.3. Voorafgaand onderzoek door de vrederechter 25
4.3.2.4. Plaats van de zitting 26
4.3.3. De aan te stellen bewindvoerder 26
4.3.4. Het Openbaar Ministerie 28
4.4. De beschikking inzake rechterlijke bescherming 29
4.4.1. Behandeling in raadkamer en openbare uitspraak 29
4.4.2. Inhoud van de beschikking 30
4.4.2.1. Partijen 30
4.4.2.2. Noodzakelijkheid 30
4.4.2.3. Bepaling van de onbekwaamheid 31
4.4.2.3.1. Over de persoon 31
4.4.2.3.2. Over de goederen. 32
4.4.2.3.3. Bijstand of vertegenwoordiging. 33
4.4.2.3.4. Bepalingen aangaande bijstand 35
4.4.2.4. Aanduiding van bewindvoerder en vertrouwenspersoon 35
4.4.2.5. Duurtijd 36
4.4.2.6. Taken van de bewindvoerder 36
4.4.2.7. Permanente machtiging tot afname spaargelden 36
4.4.3. Uitvoerbaarheid 37
4.5. Handelingen onmiddellijk na de aanstelling van de bewindvoerder . 37
4.5.1. Kennisgeving beschikking en aanvaarding opdracht bewindvoerder 37
4.5.2. Publiciteit 38
4.5.3. Leefsituatie- en patrimoniumverslag. 39
4.5.4. Vrijstellingsprocedure voor de ouders-bewindvoerders 39
4.6. Het administratief dossier 40
4.6.1. Inhoud 40
4.6.2. Bewaring 41
4.6.3. Inzage in het dossier 41
4.6.4. Afschriften 42
4.7. Procedures tijdens de rechterlijke bescherming 42
4.7.1. Algemeen 42
4.7.2. Machtigingsprocedure met oproeping (art. 1246 Ger.W.) 42
4.7.3. Machtigingsprocedure zonder oproeping (art. 1250 Ger.W.) 44
4.7.4. Geschillen tussen bewindvoerders (art. 1252 Ger.W.) 46
4.7.5. Toekenning bezoldiging bewindvoerder 48
4.7.6. De vrederechter en de openbare verkoop van onroerende goederen . 49
4.8. Bijzondere procedure na rechterlijke beëindiging van de rechterlijke bescherming . 50
4.8.1. Toepassingsgebied 50
4.8.2. Procedure 51
4.8.3. De ondraaglijke lichtheid van de procedure. 52
4.9. Betekening en kennisgeving bij rechterlijke bescherming . 52
4.10. Rechtsmiddelen 54
4.10.1. Hoger beroep en verzet 54
4.10.2. Termijnen 54
Hoofdstuk 5.
Catalogus van procedures.55
5.1. De verzoekprocedure (art. 1240 Ger.W.) 55
5.1.1. Toepassingsgebied.55
5.1.2. Verloop in een notendop 55
5.2. De machtigingsprocedure met oproeping (art. 1246 Ger.W.) 56
5.2.1. Toepassingsgebied 56
5.2.2. Verloop in een notendop 57
5.3. De machtigingsprocedure zonder oproeping (art. 1250 Ger.W.) .57
5.3.1. Toepassingsgebied 57
5.3.2. Verloop in een notendop 58
5.4. De geschillenprocedure (art. 1252 Ger.W.) 58
5.4.1. Toepassingsgebied 58
5.4.2. Verloop in een notendop 58
5.5. De procedure na beëindiging rechterlijke bescherming (art. 499/17, § 2 BW) 59
5.5.1. Toepassingsgebied 59
5.5.2. Procedure in een notendop 59
Hoofdstuk 6.
Toezicht op het bewind: de jaarlijkse verslaggeving . 61
6.1. In geval van bijstand 61
6.2. In geval van vertegenwoordiging . 62
Hoofdstuk 7.
Evaluatie .65
Hoofdstuk 8.
Overgangsrecht .67
8.1. Inkanteling van bestaande voorlopige bewinden 67
8.2. Inkanteling van bestaande verlengde minderjarig verklaarden 68
Hoofdstuk 9.
Modellen .69
Hoofdstuk 10.
Wetteksten . 85

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: do, 13/11/2014 - 17:47
Laatst aangepast op: do, 13/11/2014 - 17:49
Inhoud syndiceren

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.