-A +A

Makelaarsovereenkomst en consumentenbescherming

Publicatie
Auteur: 
Heeb C
Tijdschrift: 
DCCR
Jaargang: 
april-mei-juni 2013
Pagina: 
19
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

1. Inleiding
1.1. Algemene inleiding
2. Plan van behandeling
2.1. Toepasselijkheid WMPC op makelaarsovereenkomst
A. Toepasselijkheid WHPC
3. WHPC van toepassing op makelaarsovereenkomsten met consumenten
4. Onduidelijkheid voor toepassing op vastgoedbemiddelingsovereenkomsten
5. WMPC: integraal van toepassing op makelaarsovereenkomsten met consumten
6. Herroepingsbeding
6.1. Algemeen: makelaarsovereenkomsten met consumenten
B. Principe: verzakingsrecht met dienstverleningsverbod
7. Verzakingsrecht (overeenkomsten buiten de onderneming afgesloten)
8. Dienstverleningsverbod (tijdens de duurtijd van het verzakingbeding.
9. Begrip “Overeenkomst buiten de lokalen van de onderneming”
10. Overeenkomsten afgesloten ten huize van de consument of van een andere consument alsook op de arbeidsplaats
11. Verkopen tijdens een door de onderneming buiten haar verkoopsruimte georganiseerde excursie
C. Uitzondering op het toepassingsgebied voorafgaandelijk en uitdrukkelijk verzoek met de bedoeling te onderhandelen over de aankoop van de dienst
12. Uitzondering op verplichte opname herroepingsbeding
13. Bewijs
D. Sanctie op niet opnemen herroepingsbeding
14. Sanctie: absolute of relatieve nietigheid?
14.1. Vastgoedbemiddeling
15. Principe: verzakingbeding zonder dienstverleningsverbod
16. Onduidelijke santie
17. Conflict tussen de WRPC en het KB algemene contractvoorwaarden vastgoedmakelaar
3. Verboden en verplichte bedingen omtrent de inhoud van de makelaarsopdracht
3.1. Informatieplicht in hoofde van de makelaar (A) algemene informatieplicht
18. Algemene verplichtingen tot informatie van de consument
19. Geen misleidende publiciteit
20. Vastgoedbemiddeling (B) specifieke informatieplicht: verplichte reisaanduiding (I) verplichte reisaanduiding in de WMPC
21. Verplichte prijsaanduiding
22. Niet noodzakelijk vaste prijs (ii) verplichte prijsaanduiding inzake vastgoedbemiddeling
23. Verplichte prijsaanduiding
24. Onduidelijke sanctie
3.2 Duur, verlenging en opzegging makelaarsovereenkomst (A) duur (i) makelaarsovereenkomsten met consumenten.
25. Geen specifieke bepalingen omtrent initiële duur van de overeenkomst (ii) vastgoedbemiddelingsovereenkomsten
26. Verplicht beding omtrent de duur van de vastgoedbemiddelingsovereenkomst
27. Niet-exclusieve overeenkomst: verplichte bepaalde en vaste duur
28. Exclusieve overeenkomst: verplichte maximumduur (B) Verlenging (i) makelaarsovereenkomsten met consumenten
29. Onrechtmatige verlengingsbedinen
30. Verplichte informatie over verlenging (ii) vastgoedbemiddelingsovereenkomsten
31. Onrechtmatige verlengingsbedingen (c) opzegging (i) makelaarsovereenkomsten met consumenten
32. Verplicht opzeggingsbeding met precisering redelijke termijn (ii) vastgoedbemiddelingsovereenkomsten
33. Verplicht opzegginsbeding zonder motiveringsplicht (D) schade en opzeggingsbedingen
34. Algemeen
35. Kwalificatie als schade- of opzegbeding (i) gemeenrecht
36. Beteugeling van schadebedingen
37. Beteugeling van opzegbedingen
38. Beteugeling van schade- en opzegbedingen (ii)makelaarsovereenkomsten met consumenten
39. Beteugeling van schadebedingen
40. Beteugeling van opzegbedingen
41. Beteugeling van schade- en opzegbedingen
42. Sanctie: nietigheid (iii) vastgoedbemiddelingsovereenkomsten
43. Beteugeling van schadebedingen
44. Beteugeling van opzegbedingen
4. Stakingsvordering
45. Juridische grondslag: oneerlijke marktpraktijken
46. BIV kan optreden voor de stakingsrechter ter behartiging van de collectieve belangen van haar leden
47. BIV kan optreden voor de stakingsrechten ter behartiging van individuele belangen.
5. Besluit
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 08/05/2014 - 15:16
Laatst aangepast op: do, 08/05/2014 - 15:16

De hervorming van de Raad van State 2014

Titel van het boek: 
een eerste analyse van de voornaamste nieuwigheden mbt de hervorming van de Raad van State 2014
Publicatie
Auteur: 
Debersaques G
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
1403
Samenvatting

Deze bijdrage biedt een kritische bespreking van de belangrijkste wijzigingen die bij de wet van 20 januari 2014 werden aangebracht aan de rechtsmacht en de bevoegdheid van de Raad voor State, alsook aan de rechtspleging voor dit rechtscollege.

De wetswijziging betreft ondermeer:

• verloop van het administratief kort geding

• invoering van de bestuurlijke lus

• betere afstemming op de bemiddelingsopdrachten van de ombudsmannen

• de wet waarbij de Raad van State de bevoegdheid krijgt om schadevergoeding toe te kennen (niet behandeld in de bijdrage).

 
Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding

II. «Reparaties» inzake de rechtsmacht van de Raad van State

III. Fundamentele wijzigingen aan de bevoegdheden van de Afdeling Bestuursrechtspraak

A. De modernisering van het administratief kort geding

1° Situering

2° Het vereiste van «moeilijk te herstellen ernstig nadeel» is vervangen door de eis van «spoedeisendheid»

3° De afschaffing van de «enige akte»

4° De cumulatie van opeenvolgende vorderingen

5° In principe geen vordering tot schorsing meer mogelijk na het auditoraatsverslag

6° De inhoud van het verzoekschrift

7° Belangenafweging in het kort geding

8° Procedurele wijzigingen inzake de uiterst dringende noodzakelijkheid

9° De tussenkomst in kort geding

B. Volle rechtsmacht

C. Maatregelen ter finale geschillenbeslechting

1° Handhaving van de gevolgen van de vernietigde akte of reglement (art. 14ter RvS-wet)

2° Verduidelijkend arrest

3° Injunctie

4° Dwangsom

5° Bestuurlijke lus

a) Situering

b) Voorwaarden om de bestuurlijke lus te gebruiken

c) Procedure om de bestuurlijke lus in te zetten

d) Uitvoering van het tussenarrest

6° En bemiddeling?

IV. De bevordering van de toegang tot de Raad van State

A. Situering

B. Juridisch-technische aanpassing van de formulering inzake de verlenging van de termijn bij gebrekkige mededeling

C. De schorsing van de beroepstermijn bij klacht bij een ombudsman

1° De voorwaarden tot schorsing van de beroepstermijn

a) Een klacht moet zijn ingediend

b) Bij «een persoon die door een wet, een decreet of een ordonnantie bekleed is met de functie van ombudsman»

c) Tegen een beslissing die vatbaar is voor een beroep in de zin van art. 14, § 1 RvS-wet

d) Binnen één van de verjaringstermijnen bedoeld in art. 19, tweede lid RvS-wet

2° De gevolgen van het indienen van een klacht bij een ombudsman

a) Gevolgen wat de toegang tot de Raad van State betreft: de opschorting van de verjaring

b) De (gedeeltelijke) afstemming van de procedure bij de Raad van State en de bemiddeling

D. Het bewijs van het mandaat ad litem of de vereenvoudiging van de voorwaarden tot toegang van rechtspersonen tot de Raad van State

V. De beoordeling van de vernietigingsgronden in het vernietigingsberoep: het belang bij het middel

VI. Enkele aanpassingen in de procedure voor de Afdeling Bestuursrechtspraak

A. De tussenkomst

B. Uitbreiding van de mogelijkheid tot regeling van de procedure in het algemeen procedurereglement

C. De kortedebattenprocedure ingeleid op verzoek van de partijen

D. De procedure betreffende de bestuurlijke lus wordt verder geregeld in het algemeen procedurereglement

E. Een compleet novum: de rechtsplegingsvergoeding voor de Raad van State

VII. Een nieuwe adviestermijn van zestig dagen voor de Afdeling Wetgeving

A. Het invoeren van een adviestermijn van zestig dagen

B. Een verlenging van rechtswege van de termijn tijdens de gerechtelijke vakantie

VIII. Besluit

Bronverwijzingen

• Wet van 20 januari 2014 (inwerkingtreding op 1 juli 2014).

2 BS 3 februari 2014, err. BS 13 februari 2014.

• Wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, BS 6 oktober 2006 (hierna: hervormingswet van 15 september 2006).

• Memorie van toelichting bij het wetsontwerp houdende hervorming van de bevoegdheid, de procedureregeling en de organisatie van de Raad van State, Parl.St. Senaat 2012-13, nr. 5-2277/1.

• Verslag over het wetsontwerp houdende hervorming van de bevoegdheid, de procedureregeling en de organisatie van de Raad van State, Parl.St. Senaat 2013-14, nr. 5-2277/3.

• Advies van de Raad van State nr. 53.317/AV van 11 juni 2013 over een wetsontwerp «houdende hervorming van de bevoegdheid, de procedureregeling en de organisatie van de Raad van State», Parl.St. Senaat 2012-13, nr. 5-2277/1..

• J. Jaumotte, J. Salmon en E. Thibaut, Le conseil d’Etat de Belgique, I, Brussel, Bruylant, 2012

• G. Debersaques, «De rechtsmacht van de Raad van State inzake de onteigening ten algemene nutte», TBP 2000, 12-14).

• RvS 20 oktober 1971, nr. 14.955, COO Borgerhout; J. Jaumotte, J. Salmon en E. Thibaut, Le conseil d’Etat, 1416-1418).

• GwH 10 maart 2011, nr. 36/2011, RW 2011-12, 1462;

• GwH 20 oktober 2011, nr. 161/2011, RW 2011-12, 1555; GwH 1 juli 2012, nr. 79/2010.

• GwH nr. 79/2010 van 1 juli 2010

• GwH 18 februari 2009, nr. 27/2009, overwegingen B.2.5 en B.2.6.

• S. Lust, «De Raad van State hervormd? Een eerste verkening van enkele hervormingsvoorstellen», RABG 2013, (884) 890.

• G. Closset-Marchal, «L’appel de référé en questions», RCJB 2012, p. 403, nr. 16).

• Cass. 23 september 2011, Arr.Cass. 2011, 1905.

• Cass. 13 september 1990, Arr.Cass. 1990-91, 42.

• Cass. 19 januari 2006, Arr.Cass. 2006, 182;

• Cass. 9 juni 2000, Arr.Cass. 2000, 1067.

• Cass. 4 februari 2000, RW 2000-01, 813, noot M. Storme.

• S. Lust, «De Raad van State hervormd?», RABG 2013, 889.

• GwH 21 februari 2013, nr. 14/2013.

• S. Verstraelen, «Artikel 14ter RvS-wet als alternatief voor legislatieve validatie? Of hoe het ene probleem door het andere vervangen wordt», TBP 2012, 109.

• RvS 29 december 2011, nr. 217.085, Assuralia.

• F. Eggermont, «Enkele beschouwingen inzake de toepassing van art. 14ter RvS-Wet», RW 2012-13, 254-257.

• F. Eggermont, «Schending van vormvereisten in het kader van een oplossingsgerichte rechtspraak: de bestuurlijke lus bekeken vanuit een rechtsvergelijkend perspectief» in Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht van België en Nederland, Preadviezen 2013, Den Haag, Boom Juridische uitgevers, 2013, 44-48.

• T. Barkhuysen, «Nieuw procesrecht en «deresponsabel» bestuur», NJB 2013, 2855.

•. GwH 12 juli 2012, nr. 88/2012

• GwH 13 juni 2013, nr. 85/2013

• GwH 31 juli 2013, nr. 112/2013

• EHRM 24 februari 2009, L.A. t/ België,

• RvS 28 mei 2013, nr. 223.610, NV Kon. Beerschot AC;

• RvS 4 juli 2013, nr. 224.260, Van Hooydonk;

• RvS 22 oktober 2013, nr. 225.196, BVBA Vastgoed Ieper I).

• GwH 30 mei 2013, nr. 76/2013, overwegingen B.4 en B.5.

• G. Debersaques en G. Laenen, «De verjaring in het bestuursrecht» in CBR (ed.), De verjaring. Vierde

• GwH 10 november 2011, nr. 172/2011

• RvS 26 november 2012, nr. 221.509, Van Isterdael).

• RvS 19 september 2008, nr. 186.383, Foncke.

• GwH 10 november 2011, nr. 172/2011

• M. Vanderhelst, «Y a-t-il notification et notification d’un acte administratif (selon en particulier qu’elle est obligatoire ou non?» (noot onder RvS 15 mei 2012, nr. 219.358, gemeente Elsene), APT 2012, 644-652.

• GwH 10 november 2011, nr. 172/2011, RW 2011-12, 1765..

• RvS 19 maart 1991, nr. 36.683,

• De Bruycker; G. Debersaques en G. Laenen, «De verjaring in het bestuursrecht» in De verjaring, 217

• A. Mast, J. Dujardin, M. Van Damme en J. Vande Lanotte, Overzicht van het Belgisch administratief recht, Mechelen, Kluwer, 2012, 842.

• T. De sutter, «Eerstelijnsklachtenbehandeling in Vlaanderen», AJT 2000-01, 331-334;

• B. Hubeau, «Een klachtrecht voor de burger op Vlaams niveau», TBP 2001, 524-540.

• Arbitragehof 24 november 2004, nr. 191/2004, RW 2005-06, 254.

• RvS (AV) 19 juli 2004, nr. 134.024, Lecocq;

• RvS 30 oktober 1997, nr. 69.295, Adam.

• M. Leroy, «Comment agencer médiation et juridiction?» in B. Bléro en F. Schram (eds.), Een federale ombudsman voor de 21ste eeuw: verankering door vernieuwing?, Limal, Anthemis-Intersentia, 2011, 73-82;

• M.-J. Chidiac, «A propos des recours administratifs et démarches préalables précédant la saisine du médiateur: analyse des articles 9, 10 et 11 du décret du 22 décembre 1994 portant création de l’institut de Médiateur de la région wallonne», CDPK 2004, 150-155.

• C ass. 9 februari 1978, Arr.Cass. 1978, 688.

• Cass. 18 december 1984, Arr.Cass. 1984-85, 551

• Arbitragehof 22 april 1998, nr. 42/98, RW 1998-99, 250, noot G. Debersaques.

• K. Geens, M. Wyckaert, C. Clottens, F. Parrein, S. De Dier, S. Cools, F. Jenné en A. Steeno, «Overzicht van rechtspraak. Vennootschappen 1999-2000», TPR 2012, (73)

• Cass. 9 januari 2007, Arr.Cass. 2007, 43, JDSC 2009, 139, noot M. Ernotte, RPS 2008, 76, noot A. Decroes, RW 2008-09, 362, noot, P&B 2007, 349, noot D. Lindemans, TRV 2008, 667, noot C. Clottens.

• Denef en S. Verschaeve, «Kroniek verenigingen en stichtingen 2009-2010», TRV 2012, (186) 201.

• RvS (FR) 23 december 2011, nr. 335.033, Danthony

• I. Opdebeek en A. Coolsaet, «Sancties bij schending van de Wet Motivering Bestuurshandelingen» in I. Opdebeek en A. Coolsaet (eds.), Formele motivering van bestuurshandelingen in Administratieve rechtsbibliotheek, Brugge, die Keure, 2013, (183) 189-195).

• GwH 12 juli 2012, nr. 88/2012

• EHRM 14 oktober 2010, Pedro Ramos t/ Zwitserland.
 

Zie ook:

• Eric Breaeyw, Raad van State Procesrechtelijke vernieuwingen Deel 1 NJW 2014/303, p.426
• Eric Breaeyw, Raad van State Procesrechtelijke vernieuwingen Deel 2 NJW 2014/304, p.482

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: ma, 05/05/2014 - 17:15
Laatst aangepast op: ma, 25/08/2014 - 20:22

De meldingsplicht wegens witwassen ten aanzien van de ontvangstlidstaat in het licht van de vrijheid van dienstverrichting: een Spaanse armada tussen droom en daad?

Publicatie
Auteur: 
Incalaz Thomas
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013 - 2014
Pagina: 
1362
Samenvatting

Europese financiële en kredietinstellingen die diensten in het buitenland diensten aanbieden moeten verdachte transacties melden aan de lidstaat waar zij gevestigd zijn (home country control). Dit beginsel lijkt genuanceerd door het arrest-Jyske van 25 april 2013. Deze bijdrage biedt een kritische analyse van deze recente ontwikkeling en schetst de gevolgen ervan voor het witwaspreventiebeleid van morgen.

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding

II. Probleemstelling

III. Analyse van de rechtspraak van het Hof van Justitie

A. Geen schending van de anti-witwasrichtlijn (art. 22, tweede lid juncto art. 5 richtlijn 2005/60)

1° Geen verplichting tot invoering van een meldingsplicht voor in het buitenland gevestigde instellingen die in het binnenland diensten aanbieden (art. 22, tweede lid richtlijn 2005/60)

2° Geen verbod van invoering van een meldingsplicht voor in het buitenland gevestigde instellingen die in het binnenland diensten aanbieden (art. 5 richtlijn 2005/60)

B. Geen schending van de vrijheid van dienstverrichting (art. 56 VWEU)

1° Formele grondslag van de rechtvaardigingsgrond: pretoriaans of wettelijk?

2° Inhoudelijke toetsing aan de rechtvaardigingsgrond

a) Dwingende reden van algemeen belang

b) Geschiktheid van de nationale regeling

c) Evenredigheid van de nationale regeling

IV. Besluit

Schematische weergave van de mogelijke meldingsplicht wegens witwassen ten aanzien van de ontvangstlidstaat in het licht van de vrijheid van dienstverrichting

Bronvermeldingen

• N. Bonaparte, Mémoires: manuscrit venu de Sainte-Hélène, Parijs, Baudouin, 1821, 12.

• Richtlijn 91/308/EEG van de Raad van 10 juni 1991 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, Pb.L. 28 juni 1991, afl. 166, p. 77.

• J. García Sanz en G. San Pedro, «Spain» in W. Muller, C. Kalin en J. Goldsworth (eds.), Money Laundering: International Law and Practice, Chichester, John Wiley & Sons, 2007, (513) 515;

• C. Sahuquillo en A. Tomás, «Spain» in T. Graham (ed.), Butterworths International Guide to Money Laundering Law and Practice, Londen, Butterworths, 2003, (562) 579.

• Art. 2, eerste lid van de wet 19/1993 van 28 december 1993 houdende bepaalde maatregelen ter voorkoming van het witwassen van geld, BOE 29 december 1993, afl. 311, 37327 (officieuze vertaling van het originele, Spaanstalige opschrift: «ley 19/1993 de 28 de diciembre de 1993 sobre determinadas medidas de prevención del blanqueo de capitales, BOE de 29 de diciembre de 1993, no. 311, 37327»).

• Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, BS 9 februari 1993, 2828).

• Art. 3, eerste en tweede lid, f, van richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, Pb.L. 25 november 2005, afl. 309, p. 15

• Art. 1, eerste lid van richtlijn 2001/97/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2001 tot wijziging van Richtlijn 91/308/EEG van de Raad tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, Pb.L. 28 december 2001, afl. 344, p. 76;

• Art. 1 van richtlijn 91/308/EEG van de Raad van 10 juni 1991 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, Pb.L. 28 juni 1991, afl. 166, p. 77).

• HvJ 25 april 2013, C-212/11, Jyske Bank Gibraltar, Pb.C. 15 juni 2013, afl. 171, p. 5.

• Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking), Pb.L. 30 juni 2006, afl. 177, p. 1.

• Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG, Pb.L. 27 juni 2013, afl. 176, p. 338 (hierna: «richtlijn 2013/36»).

• Besluit van de Raad 2000/642/JBZ van 17 oktober 2000 inzake een regeling voor samenwerking tussen de financiële inlichtingeneenheden van de lidstaten bij de uitwisseling van gegevens, Pb.L. 24 oktober 2000, afl. 271, p. 4.

• Conclusie van advocaat-generaal Y. Bot voor HvJ 25 april 2013, C-212/11, Jyske Bank Gibraltar, Pb.C. 15 juni 2013, afl. 171, p. 5

• HvJ 9 maart 1999, C-212/97, Centros, Jur. 1999, I-01459;

• HvJ 5 november 2002, C-208/00, Überseering, Jur. 2002, I-09919;

• HvJ 30 september 2003, C-167/01, Inspire Art, Jur. 2003, I-10155;

• V. Korom en P. Metzinger, «Freedom of Establishment for Companies: The European Court of Justice Confirms and Refines its Daily Mail Decision in the Cartesio Case C-210/06», ECFR 2009, afl. 1, (125) 125; F. Mucciarelli, «Company «emigration» and EC Freedom of Establishment: Daily Mail Revisited», EBOR 2008, (267) 295.

• J. Jansen, Fiscal Sovereignty of the Member SStates in an Internal Market: Past and Future, Alphen aan den Rijn, Wolters Kluwer Law International, 2011, 238; P. Ryan, «Will There Ever Be a «Delaware of Europe»?», Columbia Journal of European Law 2004-05, 187.

• G. Stessens, «De wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van het terrorisme», Comm.Fin. 2008, afl. 28, (123) 140).

• T. van Aquino, Summa contra gentiles, II:34, Rationes sumptae ex parte factionis, 1258-1264, 1°: «Quod enim ab omnibus communiter dicitur, impossibile est totaliter falsum».

• Tweede richtlijn 89/646/EEG van de Raad van 15 december 1989 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen, alsmede tot wijziging van richtlijn 77/780/EEG, Pb.L. 30 december 1989, afl. 386, 1

• Tweede lid van richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen, Pb.L. 26 mei 2000, afl. 126, p. 1

• C. Tietje, «Freedom of Establishment» in D. Ehlers (ed.), European Fundamental Rights and Freedoms, Berlijn, De Gruyter, 2007, (281) 304;

• M. Dahlberg, Direct Taxation in Relation to the Freedom of Establishment and the Free Movement of Capital, Den Haag, Kluwer, 2005, 139-140;

• L. Woods, Free movement of Goods and Services within the European Community, Aldershot, Ashgate, 2004, 182.

• Europese Commissie, Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, COM(2013) 45 final, 2013/0025 (COD), Straatsburg, 5 februari 2013, http://eur-lex.europa.eu.

• A. Lecocq, «Arrêt «Jyske Bank Gibraltar»: le contrôle exercé sur la libre prestation de services financiers au titre de la lutte contre le terrorisme et le blanchiment de capitaux», JDE 2010, (231) 233.

• Financial Action Task Force, The FATF Recommendations: international standards on combating money laundering and the financing of terrorism & proliferation, February 2012, http://www.fatf-gafi.org, 76, interpretative note 2 to R.17 (reliance on third parties).

• European Commission, Final Study on the Application of the Anti-Money Laundering Directive (Deloitte), 24 januari 2011, http://ec.europa.eu, 26; House of Lords: European Union Committee, Money Laundering and the Financing of Terrorism, II, Evidence, HL Paper 132-II, 19th Report of Session 2008-09, 42.

• M. Tison, «Europese Bankintegratie en het Algemeen Belang», Bank Fin. 1993, (211) 223

• G. Vossestein, Modernization of European Company Law and Corporate Governance: Some Considerations on its Legal Limits, Alphen aan den Rijn, Kluwer, 2010, 13;

• K. Mortelmans, «The functioning of the internal market: the freedoms» in P. Kapteyn (ed.), The Law of the European Union and the European Communities, Alphen aan den Rijn, Kluwer, 2008, (575) 581;

• S. Fazio, The Harmonization of international Commercial Law, Alphen aan den Rijn, Kluwer, 2007, 158;

• M. Björkland, «The Scope of the General Good Notion in the Second Banking Directive According to Recent Case-law», EBLR 1998, 227-243;

• Commissie van de Europese Gemeenschappen, Interpretatieve mededeling van de Commissie: Vrij verrichten van diensten en algemeen belang in de Tweede Bankrichtlijn, SEC(97) 1193 def, Brussel, 20 juni 1997, http://eur-lex.europa.eu, 22-23; R. Folsom, R. Lake en V. Nanda, European Union Law after Maastricht: A Practical Guide for Lawyers Outside the Common Market, Den Haag, Kluwer, 1996, 422).

• HvJ 23 november 1999, C-369/96 en C-376/96, Arblade e.a., Jur. 1999, 8453, rechtsoverweging 33;

• HvJ 19 december 2012, C-577/10, Commissie t/ België (nog niet gepubliceerd), rechtsoverweging 38 (zie HvJ 25 april 2013, C-212/11, Jyske Bank Gibraltar, Pb.C. 15 juni 2013, afl. 171, p. 5, rechtsoverweging 60).

• W. Van Gerven, «La deuxième directive bancaire et la jurisprudence de la Cour de Justice», Bank Fin. 1991, (39) 40-43.

• M. Tison, De interne markt voor bank- en beleggingsdiensten: een rechtsvergelijkende juridische analyse van de wederzijdse erkenning als techniek van marktunificatie in de Europese interne markt, Antwerpen, Intersentia, 1999, 633.

• L. Dragomir, European Prudential Banking Regulation and Supervision: The Legal Dimension, Abingdon, Routledge, 2010, 171;

• M. Dassesse, S. Isaacs en G. Penn, EC Banking Law, Londen, Lloyd’s of London Press, 1994, 122.

• A. Gkoutzinis, Internet Banking and the Law in Europe: Regulation, Financial Integration and Electronic Commerce, Cambridge, Cambridge University Press, 2010, 239.

• G. Stessens, De nationale en internationale bestrijding van het witwassen: onderzoek naar een meer effectieve bestrijding van de profijtgerichte criminaliteit, Antwerpen, Intersentia, 1997, 380 en p. 182

• Nationale Bank van België, Verslag 2012: Preambule – Economische en financiële ontwikkelingen – Prudentiële regelgeving en prudentieel toezicht, http://www.nbb.be, 241.

• Verslag aan de Koning voor het KB van 3 maart 2011 betreffende de evolutie van de toezichtsarchitectuur voor de financiële sector, BS 9 maart 2011, (15623) 15626;

• T. Incalza, «Toezicht op de financiële sector volgens het bipolaire twin peaks-model: ander en beter? Kritische bedenkingen bij de nieuwe toezichtsarchitectuur voor de financiële sector, ingevoerd door de wet van 2 juli 2010 en het KB van 3 maart 2011», TRV 2012, (173) 175.

• Richtlijn 91/308/EEG van de Raad van 10 juni 1991 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, Pb.L. 28 juni 1991, afl. 166, p. 77.

• HvJ 20 februari 1979, C-120/78, Cassis de Dijon, Jur. 1979, 649, rechtsoverweging 14.

• HvJ 25 juli 1991, C-288/89, Stichting Collectieve Antennevoorziening Gouda, Jur. 1991, I-04007, rechtsoverweging 13; HvJ 25 juli 1991, C-76/90, Säger, Jur. 1991, I-04221, rechtsoverweging 15.

• J. Stuyck, «Vrije vestiging en vrije dienstverlening in de Europese economische gemeenschap» in J. Laffineur (ed.), Les prestations de services et le consommateur in Droit et Consommation, XXIV, Brussel, Story-Scientia, 1990, 150.

• Commissie van de Europese Gemeenschappen, Interpretatieve mededeling van de Commissie: Vrij verrichten van diensten en algemeen belang: de Tweede Bankrichtlijn, SEC(97) 1193 def, Brussel, 20 juni 1997, http://eur-lex.europa.eu, 21.

• L. Dragomir, European Prudential Banking Regulation and Supervision: The Legal Dimension, Abingdon, Routledge, 2010, 171; M. Dassesse, S. Isaacs en G. Penn, EC Banking Law, Londen, Lloyd’s of London Press, 1994, 122.

• Tison, o.c., 682;

• A. Gkoutzinis, Internet Banking and the Law in Europe: Regulation, Financial Integration and Electronic Commerce, Cambridge, Cambridge University Press, 2010, 243;

• S. Mohamed, European Community Law on the Free Movement of Capital and the EMU, Cambridge, Kluwer, 1999, 202;

• L. Radicati di Brozolo, «L’ambito di applicazione della legge del paese di origine nella libera prestazione dei servizi bancari nella CEE», Foro it. 1990, (454) 457;

• HvJ 21 september 2006, C-168/04, Commissie t/ Oostenrijk, Jur. 2006, I-9041,

• HvJ 23 november 1999, C-369/96 en C-376/96, Arblade e.a., Jur. 1999, 8453,

• HvJ 28 maart 1996, C-272/94, Guiot, Jur. 1996, I-1905;

• HvJ 9 augustus 1994, C-43/93, Vander Elst, Jur. 1994, I-3803;

• HvJ 25 juli 1991, C-76/90, Säger, Jur. 1991, I-04221;

• HvJ 26 februari 1991, C-198/89, Commissie t/ Griekenland, Jur. 1991, I-727,

• HvJ 26 februari 1991, C-180/89, Commissie t/ Italië, Jur. 1991, I-709,

• HvJ 17 december 1981, C-279/80, Webb, Jur. 1981, 3305, rechtsoverweging 17.

• Crime (Money Laundering and Proceeds) Act 2007, Act No. 1995-14, http://www.gibraltarlaws.gov.gi.

• HvJ 30 juni 2011, C-212/08, Zeturf.

• HvJ 24 maart 1994, C-275/92, H.M. Customs and Excise t/ Schindler, Jur. 1994, I-01039,

• HvJ 4 december 1986, C-220/83, Commissie t/ Frankrijk, Jur. 1986, 3663;

• HvJ 8 september 2010, C-316/07, C-358/07, C-360/07, C-409/07 en C-410/07;

• HvJ 6 maart 2007, C-338/04, Placanica, Jur. 2007, I-01891,

• HvJ 11 september 2003, C-6/01, Anomar e.a., Jur. 2003, I-8621

• HvJ 21 oktober 1999, C-67/98, Zenatti, Jur. 1999, I-07289

• HvJ 21 september 1999, C-124/97, Läärä e.a., Jur. 1999, I-0607 .

• J. Pardon, «Liberté d’établissement et libre prestation dans le domaine bancaire», Revue de Droit Bancaire et de la Bourse 1991, (219) 222-223, terecht bekritiseerd door M. Tison, o.c., Bank Fin. 1993, 217-218.

• Europese Commissie, Verslag van de Commissie over de uitvoering van Besluit 2000/642/JBZ van de Raad van 17 oktober 2000 inzake een regeling voor samenwerking tussen de financiële inlichtingeneenheden van de lidstaten bij de uitwisseling van gegevens, COM(2007) 827 def, Brussel, 20 december 2007, http://eur-lex.europa.eu, randnr. 11.

• C. Sahuquillo en A. Tomás, «Spain» in T. Graham (ed.), Butterworths International Guide to Money Laundering Law and Practice, Londen, Butterworths, 2003, (562) 564-565; infra, nr. 26, voetnoot 123).

• A. Kaczorowska, European Union Law, Abingdon, Routledge, 2013, 685.

• HvJ 25 juli 1991, C-76/90, Säger, Jur. 1991, I-04221, rechtsoverweging 13.

• HvJ 26 februari 1991, C-198/89, Commissie t/ Griekenland, Jur. 1991, I-727,

• HvJ 4 december 1986, C-205/84, Commissie t/ Duitsland, Jur. 1986, 3755,

• Commissie van de Europese Gemeenschappen, Interpretatieve mededeling van de Commissie: Vrij verrichten van diensten en algemeen belang in de Tweede Bankrichtlijn, SEC(97) 1193 def, Brussel, 20 juni 1997, http://eur-lex.europa.eu, 27.

• Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie, Pb.L. 15 december 2010, afl. 331, p. 12.

• E. Guild en F. Geyer, Security Versus Justice? Police and Judicial Cooperation in the European Union, Aldershot, Ashgate, 2013, 206; H. Hoffmann, G. Rowe en A. Türk, Administrative Law and Policy of the European Union, Oxford, Oxford University Press, 2011, 111).

• W. Elsschot, “Het huwelijk” (Rotterdam, 1910)» in P. de Bruijn (ed.), Willem Elsschot Verzameld werk, Amsterdam, Athenaeum, 2012, 755.

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 30/04/2014 - 13:04
Laatst aangepast op: wo, 30/04/2014 - 13:04

Kroniek wegverkeersrecht 2010-2013: overzicht van de belangrijkste evoluties in wetgeving en rechtspraak

Publicatie
Auteur: 
De Roy C.
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
1322
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding

II. Recente ontwikkelingen inzake de misdrijven omschreven in de Wegverkeerswet

A. Rijden onder invloed van strafbare alcoholintoxicatie (art. 34 Wegverkeerswet)

1° Het gebruik van sampling

2° De procedure tot vaststelling van misdrijven inzake strafbare alcoholintoxicatie

a) Het tijdstip van de eigenlijke vaststelling

b) Verwijzing naar een opgeheven koninklijk besluit in het aanvankelijk proces-verbaal

c) Mededeling van de rechten

d) De reglementering van het wettelijk voorgeschreven bewijs van de ademanalyse en de sanctie bij niet-naleving ervan

e) De bloedproef

B. Rijden onder invloed van drugs (art. 37bis Wegverkeerswet) en de bloedproef

C. Verboden uitrusting (art. 62bis Wegverkeerswet)

D. Verplichting tot het mededelen van de identiteit van de bestuurder (art. 67ter Wegverkeerswet)

III. Recente ontwikkelingen inzake de misdrijven omschreven in het Wegverkeersreglement

A. Overtredingen inzake snelheid en bewijsmiddelen

B. Inzake de medische rechtvaardigingsgrond

C. Het cirkelvormige groene verkeerslicht en de rode pijl

D. Het rode verkeerslicht en het konvooi uitzonderlijk vervoer

E. Reglementaire afbouw van het toepasselijke snelheidsregime en naleving van het MB van 11 oktober 1976

F. Links afdraaien: voornemen kenbaar maken en zich naar links begeven

IV. Recente ontwikkelingen inzake straftoemeting en straffen in het raam van het wegverkeersrecht

A. Bijzondere herhalingsregimes

B. De verzwarende omstandigheid van de beginnende bestuurder

C. Art. 163, vierde lid Sv.

D. Het verval van het recht tot sturen van een motorvoertuig en de herstelexamens

1° De bestraffing bij het niet aanbieden van het rijbewijs ter griffie en de verlenging van rechtswege van het verval van het recht tot sturen

2° Het niet aanbieden van het rijbewijs en het attest van verlies van het rijbewijs

3° Modaliteiten inzake het rijverbod in combinatie met herstelexamens

4° Het vervangende verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig

E. Nieuwe sanctie in de vorm van het alcoholslot

V. Recente ontwikkelingen inzake bepaalde beschermingsmaatregelen in het wegverkeersrecht

A. De onmiddellijke intrekking van het rijbewijs en de verlenging van deze maatregel

B. Medisch en psychologisch herstelexamen in verhouding tot de medische rijongeschiktheid op grond van art. 42 Wegverkeerswet

VI. Recente ontwikkelingen inzake de reglementering van het voorlopig rijbewijs B

VII. Recente ontwikkelingen inzake het efficinter afhandelen van overtredingen van het Wegverkeersreglement

A. Het bevel tot betalen

B. Overtredingen inzake stilstaan en parkeren en automatisch vastgestelde overtredingen van de bepalingen betreffende de verkeersborden C3 en F103 afhandelen via gemeentelijke administratieve sancties

VIII. Het verhoor van verdachten inzake bepaalde zwaardere overtredingen van de Wegverkeerswet: ongrondwettigheid van de uitzondering in de Salduz-wetgeving

IX. Misdrijven inzake ADR-vervoer 124

Bronvermeldingen

• Cass. 20 september 2011, Arr.Cass. 2011, 1845.

• Cass. 4 april 2012, Arr.Cass. 2012, 877, VAV 2012, 278.

• Cass. 22 september 2010, Arr.Cass. 2010, 2251.

• C. Van Den Wyngaert, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Antwerpen, Maklu, 2003, 1002.

• Ph. Traest, «Het bewijs in het wegverkeerrecht en Antigoon» in P. Lecocq en M. Dambre, Rechtskroniek voor de vrede- en politierechters, Brugge, die Keure, 2012, 199.

• Cass. 26 november 2008, RW 2010-11, 450.

• A. Masset, «Preuves pnales irrgulières ou illgales: quelles consquences en droit de la circulation routière?» in P. Lecocq en M. Dambre, Rechtskroniek voor de vrede- en politierechters, Brugge, die Keure, 2012, 151-190.

• Cass. 4 april 2012, Arr.Cass. 2012, 877, VAV 2012, 278;

• Luik 10 september 2012, VAV 2012, 417.

• Cass. 9 juni 2010, Arr.Cass. 2010, 1678.

• Cass. 11 december 2012, Arr.Cass. 2012, 2807, VAV 2013, 31.

• GwH 23 juni 2010, nr. 77/2010 VAV 2011, 42, RW 2010-11, 86.

• Cass. 24 september 2013, AR nr. P.13.0928.N, te raadplegen op www.juridat.be.

• Cass. 22 december 2009, RW 2009-10, 1601, conclusie eerste advocaat-generaal M. De Swaef.

• P. Arnou en M. De Busscher, Misdrijven en sancties in de Wegverkeerswet, Antwerpen, Kluwer, 1999, nr. 137.

• Corr. Dendermonde 26 juni 2002, RW 2002-03, 469

• Bestendig Handboek Verkeer, Mechelen, Kluwer, III.11-11;

• A. Vandeplas, «Over de nummerplaat van motorvoertuigen» (noot onder Pol. Turnhout 19 december 1997), RW 1998-99, p. 269, nr. 4,

• Pol. Turnhout 19 december 1997, RW 1998-99, 269, noot A. Vandeplas; Corr. Dendermonde 26 juni 2002, RW 2002-03, 468, noot P. Arnou.

• Cass. 29 november 2011, RW 2011-12, 1598, noot C. De Roy. 

• Corr. Antwerpen 28 juni 2010, RW 2010-11, 812, noot C. De Roy.

• Cass. 29 november 2011, VAV 2012, 331; Cass. 6 februari 2001, Arr.Cass. 2001, 220.

• GwH 19 december 2013, nr. 178/2013, overweging B.9, te raadplegen op www.const-court.be.

• GwH 26 januari 2005, nr. 24/2005 BS 11 maart 2005.

• Cass. 30 november 2010, Arr.Cass. 2010, 2862, T.Pol. 2011, 4.

• Cass. 3 mei 2011, T.Strafr. 2013, 104, met noot S. Stallaert.

• Cass. 10 december 2013, AR nr. P.12.1727.N, te raadplegen op www.juridat.be.

• KB van 11 oktober 1997 betreffende de goedkeuring en homologatie van de automatisch werkende toestellen gebruikt om toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten, BS 24 oktober 1997.

• KB van 12 oktober 2010 betreffende de goedkeuring, de ijking en de installatie van de meettoestellen gebruikt om toezicht te houden op de naleving van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten, BS 25 oktober 2010.

• Cass. 6 november 2013, AR nr. P.12.1905.F, te raadplegen op www.juridat.be.

• Cass. 2 maart 2011, RW 2012-13, 577.

• Cass. 28 november 2012, Arr.Cass. 2012, 2683, VAV 2013, 89.

• Cass. 15 september 2010, Arr.Cass. 2010, 2191.

• Cass. 7 december 2011, Arr.Cass. 2011, 2581, RDP 2012, 407.

• Cass. 24 februari 2010, VAV 2010, 214.

• Cass. 24 mei 2011, T.Pol. 2011, 162.

http://www.standaard.be/cnt/dmf20100406_116,

• D. Simoens, T.Pol. 2011, 163).

• KB van 2 juni 2010 betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen, BS 14 juni 2010.

• Cass. 20 maart 2012, Arr.Cass. 2012, 709.

• MB van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald, BS 14 oktober 1976.

• Cass. 10 januari 2012, RW 2013-14, 697.

• Cass. 4 april 2012, Arr.Cass. 2012, 880.

• GwH 20 oktober 2009, nr. 163/2009, RW 2009-10, 598;

• GwH 23 december 2009, nr. 203/2009, BS 18 december 2010, 12049.

56 GwH 1 juli 2010, nr. 81/10, BS 11 oktober 2010, 60966.

• GwH 13 januari 2011, nr. 5/11, VAV 2011, 122;

• GwH 16 februari 2012, nr. 24/12, T.Pol. 2013, 4

• GwH 3 mei 2012, nr. 62/12

• Cass. 22 mei 2012, RW 2012-13, 990.

• Cass. 17 oktober 2012, VAV 2013, 41, noot C. De Roy.

• Cass. 5 juni 2012, Arr.Cass. 2012, 1544, NC 2012, 316.

• Cass. 3 januari 2012, RW 2012-13, 105, noot E. Van Dooren.

• Cass. 10 december 2013, AR nr. P.13.0980, te raadplegen op www.juridat.be.

http://www.mobilit.belgium.be/nl/binaries/26%20Verval%2 026ozbn_tcm466-223969.pdf.

• Corr. Antwerpen 1 april 2010, T.Pol. 2011, 12, VAV 2011, 49.

• Corr. Antwerpen 27 mei 2010, VAV 2011, 52.

• Cass. 18 oktober 2011, Arr.Cass. 2011, 2129, RABG 2012, 518, noot L. Delbrouck; Cass. 9 oktober 2012, AR nr. P.12.0367.N, onuitgegeven.

• Wet van 15 juli 2013 tot wijziging van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer wat betreft de termijn bij een vervangend verval van het recht tot sturen, BS 31 januari 2014.

• Cass. 2 juni 2010, Arr.Cass. 2010, 1593; Cass. 4 april 2012, Arr.Cass. 2012, 880.

• Pol. Sint-Niklaas 11 oktober 2010, T.Pol. 2011, 18.

• EHRM 28 oktober 1999, Escoubet t/ Belgi;

• Arbitragehof 22 september 2004, nr. 154/2004, RW 2004-05, 936.

• Cass. 1 maart 2006, Arr.Cass. 2006, 469.

• GwH 14 juli 2011, nr. 131/2011, VAV 2012, 173.

• GwH 14 juli 2011, nr. 131/2011, VAV 2012, 173, 

• Cass. 30 januari 2007, NC 2007, 426, met verwijzing naar de bijlage 6 KB Rijbewijzen, i.h.b. art. N.6.IV.2.1.tot N.6.IV.2.3.

• Cass. 30 november 2010, Arr.Cass. 2010, 2859.

 

• D. Van Daele, «Het bevel tot betalen in het verkeersstrafrecht. Een analyse van de wet van 22 april 2012», Vigiles 2012, 359-371;

• T. Papart, «L’ordre de paiement version 2012: quand la montagne accouche d’une souris…» in Rechtskroniek voor de Vrede- en Politierechters 2013, Brugge, die Keure, 2013, 175-204.

http://www.presscenter.org/files/ipc/media/source6892/PB-GAS-sancties_pa...

• L. Van Puyenbroeck, ««Salduz» en de politierechtbank. De toepassing van de wet van 13 augustus 2011 op het gebied van verkeersgerelateerde misdrijven» in P. Lecocq en M. Dambre, Rechtskroniek voor de vrede- en politierechters, Brugge, die Keure, 2012, 213-225.

• GwH 14 februari 2013, nr. 7/2013, VAV 2013, 66, RW 2012-13, 1119, i.h.b. overweging B.26.2.

• Cass. 26 juni 1991, RW 1991-92, 539, noot B. Spriet).

• Turnhout 28 juni 2012 (11T009821); Pol. Tongeren 25 april 2012 (11T001822); Pol. Gent 5 september 2011 (11G002599); Pol. Antwerpen 24 november 2011 (2011/29750), alle onuitgegeven.

• Cass. 10 september 2013, VAV 2013, 72, noot C. De Roy.

 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: ma, 28/04/2014 - 15:35
Laatst aangepast op: di, 29/04/2014 - 15:08

De (on)grondwettelijkheid van de vervaltermijn tot betwisting van juridisch vaderschap

Publicatie
Auteur: 
Quirynen A
Tijdschrift: 
Tijdschrift voor Familierecht
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2014/2
Pagina: 
34
Samenvatting

De auteur bespreekt de verwarring die bestaat in rechtspraak van de hoogste rechtscolleges met betrekking tot de vervaltermijn tot betwisting van het juridisch vaderschap.

Zij bespreekt en vergelijkt voornamelijk de arresten van het grondwettelijk hof van 31.05.2011 (A.R. 96/2011), 28.02.2013, (A.R. 46/2013), 17.10.2013 (A.R. 139/2013) en 05.12.2013 (A.R. 165/2013).

Deze arresten worden in een vergelijkende tabel geplaatst. Voormelde arresten werden ook opgenomen in het Tijdschrift voor Familierecht 2014/2, pagina 34 en volgende.
 

Inhoudstafel tekst: 


I.                    Inleiding
 
II.                  Vergelijkende tabel betreffende de recente arresten van het grondwettelijk hof inzake de vervaltermijnen tot betwisting van het juridisch vaderschap.
 
III.                De vervaltermijn van het kind en de echtgenoot voor de betwisting van vaderschap van de echtgenoot
 
A.      De gelijkenissen en verschillen tussen te arrest nr. 96/211 van 31.05.2011 en het arrest 46/213 van 28.03.2013
 
B.      De beoordeling door het grondwettelijk hof in het arrest nr. 96/2011 van 31.05.2011 en het arrest nr. 46/2013 van 28.03.2013
 
C.      Het vertrekpunt van de (eenjarige vervaltermijn)
 
D.      De toetsing aan de artikelen 10 en 11 van de grondwet in het arrest nr. 96/2011 van 31.05.2011
 
E.       Het absolute karakter van de vervaltermijn
 
IV.                De vervaltermijn van de genetische vader voor de betwisting van het vaderschap van de erkenner.
 
A.      De situering van het arrest 139/2013 van 17.10.2013 en het arrest nr. 165/2013 van 05.12.2013
 
B.      De beoordeling door het Grondwettelijk Hof in het arrest nr. 139/2013 van 17.10.2013 en het arrest nr. 165/2013 van 05.12.2013
C.      De toetsing en het belang van het kind
 
V.                  (voorlopig) Besluit
 
Opmerking: voormelde arresten kunnen met deze vermelde referenties worden opgezocht via Juridat rechtspraak (www.juridat.be).

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: za, 19/04/2014 - 17:57
Laatst aangepast op: za, 19/04/2014 - 17:57

De berekening van de schorsing van de verjaring van de strafvordering

Publicatie
Auteur: 
Anou P.
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
1317
Samenvatting

De auteur wijst op art. 7 van de wet van 14 januari 2013 houdende fiscale en andere bepalingen betreffende justitie, waarbij aan art. 24 Voorafgaande Titel Sv. een aantal nieuwe wettelijke schorsingsgronden van de verjaring van de strafvordering worden toegevoegd.

Hij tracht het licht in de duisternis te laten schijnen over deze materie die op het eerste zicht eenvoudig is, maar bij nader toezien meer dan ingewikkeld wordt.

 

Inhoudstafel tekst: 

Bronverwijzingen in deze bijdrage:

• J. Meese, “De berekening van de schorsing van de verjaring van de strafvordering: Sudoku voor gevorderden”, NC 2007, 362-365

• F.-A. Vazeille, Traité des prescriptions, Brussel, Tarlier, 1834, p. 93, nr. 255

• Cass. 15 maart 2000, Arr.Cass. 2000, 587; Les Novelles, Procédure pénale, I-1, p. 298, nr. 66

• R. Declercq, Beginselen van strafrechtspleging, Mechelen, Kluwer, 2010, p. 131, nr. 231

• De Page, Traité élémentaire de droit civil belge, VII, Brussel, Bruylant, 1957, p. 1054-1055, nr. 1159 in fine;

• R. Dekkers en E. Dirix, Handboek burgerlijk recht, II, Antwerpen, Intersentia, 2005, p. 507, nr. 1215 in fine

• G. Beltjens, Code d’instruction criminelle, I, Brussel, Bruylant, 1903, 172;

• J. D’Haenens, Belgisch strafprocesrecht, I-A, Gent, Story, 1980, 135;

• F. Discepoli, “La prescription de l’action publique” in La prescription, Limal, Anthemis, 2011, 322-323;

• M. Franchimont e.a., Manuel de procédure pénale, Brussel, Larcier, 2012, 154, voetnoot 337;

• A. Jacobs, “La loi du 11 décembre 1998 relative à la prescription de l’action publique”, JT 1999, 179, voetnoot 31;

• A. Jacobs, “La prescription de l’action publique ou quand le temps ne passe plus...” in Actualités de droit pénal et de procédure pénale, Brussel, Jeune Barreau, 2001, 294, voetnoot 114; Les Novelles, Procédure pénale, I-1, p. 298, nr. 66

• F. Close, “O temps! Suspends ton vol...”, JLMB 2000, 1811

• Cass. 11 oktober 2005, NC 2007, 361

• Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 53-2430/001, p. 11, nr. 53-2430/003, p. 3 en nr. 53-2430/005, p. 9

• Cass. 29 juni 1931, Pas. 1931, I, 200;

• Cass. 5 mei 1987, Arr.Cass. 1986-87, 1163;

• J. Meese, “De berekening van de verjaring van de strafvordering” in De verjaring, Antwerpen, Intersentia, 2007, p. 75, nr. 38;

• W. Wilms, De verjaring van de burgerlijke vordering voortspruitend uit een misdrijf, Antwerpen, Kluwer, 1987, p. 70, nr. 85

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: vr, 18/04/2014 - 14:01
Laatst aangepast op: vr, 18/04/2014 - 14:01

Recht op bijstand van een advocaat tijdens een navolgend verhoor van een aangehouden verdachte

Publicatie
Auteur: 
De Smet Bart
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
1305
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

Bronvermeldingen en verwijzingen in deze bijdrage:

• EHRM 27 november 2008, Salduz t/ Turkije, JLMB 2009, 196, § 55

• EHRM 31 maart 2009, Plonka t/ Polen, § 35; EHRM 13 oktober 2009, Dayanan t/ Turkije, § 30.

• “Rechtsbijstand voor de (aangehouden) verdachte” in Liber amicorum Luc Huybrechts, Antwerpen, Intersentia, 2010, 285-317

• EHRM 19 november 2009, Dayanan t/ Turkije.

• J. Meese, “Het probleem Dayanan” in Het strafrecht bedreven. Liber amicorum Alain De Nauw, Brugge, die Keure, 2011, 641-649

• EHRM 11 december 2008, Panovits t/ Cyprus, NC 2009, 101-108;

• EHRM 24 september 2009, Pischchalnikov t/ Rusland, NC 2010, 63;

• EHRM 12 januari 2012, Trymbach t/ Oekraïne, T.Strafr. 2012, 135, noot C. Van Deuren en M. Colette

• EHRM 28 oktober 2010, Lazarenko t/ Oekraïne, § 57

• EHRM 19 januari 2012, Smolik t/ Oekraïne, § 54.

• EHRM 13 oktober 2009, Dayanan t/ Turkije, § 31

• EHRM 28 oktober 2010, Lazarenko t/ Oekraïne, www.echr.coe.int, § 49

• Cass. 5 mei 2010, Arr.Cass. 2010, nr. 314;

• Cass. 23 november 2010, NC 2011, 64, conclusie advocaat-generaal P. Duinslaeger en noot C. Van Deuren;

• Cass. 7 december 2010, NC 2011, 74).

• Parl.St. Senaat 2010-11, nr. 5-663/1, p. 20-21

• J. Huysmans, “Het bevel tot verlenging: een stille revolutie in de voorlopige hechtenis?”, RW 2011-12, 1707-1708).

• T. Decaigny, M. Colette en P. De Hert, “Wet consultatie- en bijstandrecht. Wet van 13 augustus 2011 als antwoord op de Salduz-rechtspraak”, NJW 2011, 522-531;

• J. Meese en P. Tersago, “Het recht voor elkeen die wordt verhoord op consultatie en bijstand door een advocaat na de “Salduz-wet”, RW 2011-12, 934-952;

• M. Minnaert, “De Salduz-wet”, NC 2011, 273-309;

• C. Van Deuren, “De Salduz-wet: enkele kritische bedenkingen”, NC 2011, 310-319;

• L. Kennes, “La loi du 13 août 2011 conférant des droits à toute personne auditionnée et à toute personne privée de liberté”, RDP 2012, 5-67;

• M. Minnaert, “Salduz: een eerste inventaris van cassatierechtspraak”, NC 2012, 187-219;

• C. Van Deuren en T. Decaigny, “Bijstandsrecht en voorlopige hechtenis: de invalshoeken van het Hof van Cassatie en het EHRM”, NC 2012, 467-470;

• F. Goossens (e.a.), De Salduzregeling: theorie en praktijk, vandaag en morgen,

• Brussel, Politeia, 2012, 770 p.; B. De Smet, Nietigheden in het strafproces, Antwerpen, Intersentia, 2011, 29-34).

• GwH 14 februari 2013, arrest nr. 7/2013, www.const-court.be, overweging B.17.1, BS 11 maart 2013

• G. Warson, “De samenvattende ondervraging en het recht van verdediging”, RW 2002-03, 98-100;

• B. De Smet, “Samenvattende ondervraging” in Comm.Straf. 2008, 1-14

• EHRM 27 november 2008, Salduz t/ Turkije, § 55

• Parl.St. Senaat 2010-11, nr. 5-663/1, p. 26

• GwH 14 februari 2013, nr. 7/2013, www.const-court.be, overweging B.45

• Cass. 15 februari 2006, RW 2006-07, noot

• F. Goossens en Ph. Traest. Zie: R. Verstraeten, Handboek Strafvordering, Antwerpen, Maklu, 2012, 968 en 982

 

 

 

 

Deze noot werd gepubliceerd onder een errest van het Hof van Cassatie

• Cass. 09/03/2013, RW 2013-2014, 1305

AR nr. P.12.2018.N

M.F.D. t/ Openbaar ministerie

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 14 november 2012.

...

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Middel

Eerste en tweede onderdeel

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: vr, 18/04/2014 - 13:01
Laatst aangepast op: vr, 18/04/2014 - 13:01

Verzekeringsfraude: burgerrechtelijke neutralisatie en strafrechtelijke beteugeling

Publicatie
Auteur: 
Wuyts D
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
1282
Samenvatting

Deze bijdrage in het RW is een samenvatting van een doctoral onderzoek gevoerd aan de Universiteit Antwerpen van 2008 tot 2013, onder promotorschap van prof. dr. Britt Weyts. Het proefschrift is gepubliceerd bij Intersentia: D. Wuyts, Verzekeringsfraude, Antwerpen, Intersentia, 2014, 644 p.

In dit onderzoek werd nagegaan of het Belgische recht over een afdoend normenkader beschikt om verzekeringsfraude zowel op burgerrechtelijk als strafrechtelijk vlak adequaat te bestrijden en of bepaalde wijzigingen daarvoor wenselijk dan wel noodzakelijk zijn.

In de bijdrage weergeven in het RW wordt stilgestaan bij de kern van deze centrale onderzoeksvraag. Meer bepaald wordt geanalyseerd wat de draagwijdte is van het begrip «verzekeringsfraude», welke rechtsgevolgen de wetgever daaraan hecht, of die gevolgen volstaan om de verschillende fraudevormen op burgerrechtelijk vlak te neutraliseren en of het strafrecht voldoende kwalificaties aanreikt om verzekeringsfraude te beteugelen.

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding

II. Een juridische afbakening van het begrip «verzekeringsfraude»

A. Fraude in het burgerlijk recht

B. Fraude in het verzekeringsrecht

C. Verzekeringsfraude in het strafrecht

III. Precontractuele verzekeringsfraude

A. Frauduleuze schending van de spontane mededelingsplicht

1° Burgerrechtelijke gevolgen

2° Combinatiepolissen

3° Tussenpersonen

4° Fraude door derden

B. Frauduleuze oververzekering

C. Strafrechtelijke kwalificatie(s) van precontractuele verzekeringsfraude

1° Oplichting

2° Valsheid in geschriften

IV. Contractuele verzekeringsfraude

A. Frauduleuze verzwijging van een risicoverzwaring

1° Burgerrechtelijke gevolgen

2° Strafrechtelijke kwalificaties

B. Frauduleuze schadeaangifte

1° Burgerrechtelijke gevolgen

2° Strafrechtelijke kwalificaties

V. Conclusie

Bronvermeldingen:

• D. Wuyts, Verzekeringsfraude, Antwerpen, Intersentia, 2014, 644 p.

• J.P. Van Niekerk, The Development of the Principles of Insurance law in the Netherlands from 1500 to 1800, Cape Town, Jutta & Co., 1998, 1546 p.;

• R.J.M. Smit, Enige beschouwingen over verzekeringsbedrog, Utrecht-Nijmegen, Dekker & Van De Vegt, 1954, 2.

• S. Viaene en G. Dedene, «Insurance Fraud: Issues and Challenges», The Geneva Papers on Risk and Insurance 2004, nr. 2, 313.

• T. Hartlief, «Maatschappelijk verantwoord ondernemen en verzekerbaarheid van aansprakelijkheid» in Vereniging voor verzekeringswetenschap (ed.), Maatschappelijk verantwoord verzekeren in de 21ste eeuw, Deventer, Kluwer, 2004, p. 3, nr. 7.

• P.M. Liedtke, «What’s Insurance to a Modern Economy?», The Geneva Papers on Risk and Insurance 2007, nr. 32, 216.

• J.-L. Bacher, «Insurance, Fraud and Justice», European Journal on Criminal Policy and Research, vol. 3, 88-89;

• J.-L. Fagnart, «La justice commutative dans le contrat d’assurance» in J. Rogge (ed.), Liber amicorum René Van Gompel: studies in verzekeringen, Diegem, Story-Scientia, 1998, 204.

• S. Viaene en G. Dedene, l.c., The Geneva Papers on Risk and Insurance 2004, nr. 2, 314.

• K. Barrezeele, «Rood alarmsignaal voor fraude floept vaker aan», De Verzekeringswereld 2010, nr. 1, 44;

• L. Lekeux, «Fraude: de achillespees van verzekeringen», De Verzekeringswereld 2007, 38. 

• M. Clarke, «The Control of Insurance Fraud», The British Journal of Criminology, vol. 30, nr. 1, 3;

• L.L. Colquitt en R.E. Hoyt, «An Empirical Analysis of the Nature and Cost of Fraudulent Life Insurance Claims», Journal of Insurance Regulation 1997, 452.

• H. Keuzenkamp, «Moreel risico en fraude in verzekeringsmarkten» in M.L. Hendrikse en J.G.J. Rinkes (eds.), Juridische en economische aspecten van verzekeringsfraude, Zutphen, Paris, 2009, p. 102-104, nr. 5.3.3).

• C. Van Schoubroeck, «Fraude in verzekeringen lichtjes anders bekeken», TBH 2004, 7-11.

• B. Dubuisson, «La faute intentionelle en droit des assurances – L’éclairage du droit pénal», RGAR 2010, nr. 14.586, randnr. 9.

• Voor een grondige analyse, zie: A. Lenaerts, Fraus omnia corrumpit: autonome rechtsfiguur of miskend correctiemechanisme?, doctoraatsthesis rechten, KULeuven, 2013, p. 60-61, nrs. 84-85 en de verwijzingen daar.

• Cass. 23 januari 1968, Pas. 1968, I, 649, noot.

16 W.J. Ganshof van der Meersch, «Propos sur le texte de la loi et les principes généraux du droit», JT 1970, 594.

• X. Dieux, «Développements de la maxime «fraus omnia corrumpit» dans la jurisprudence de la Cour de Cassation de Belgique» in P.A. Foriers (ed.), Actualité du droit des obligations, Brussel, Bruylant, 2005, 127;

• A. Van Oevelen, «Algemene rechtsbeginselen in het verbintenissen- en het contractenrecht» in M. Van Hoecke (ed.), Algemene rechtsbeginselen, Antwerpen, Kluwer, 1991, p. 138, nr. 35;

• P. Van Ommeslaghe, «Un principe général du droit: fraus omnia corrumpit» in Liber amicorum Paul Martens, Brussel, Larcier, 2007, p. 593-594, nr. 3.

• A. Lenaerts, «Fraus omnia corrumpit: autonome rechtsfiguur of miskend sanctiemechanisme?», RW 2013-14, p. 364, nr. 4 en de verwijzingen daar.

• Cass. 3 oktober 1997, Arr.Cass. 1997, 918, Pas. 1997, I, 386.

•  J.-F. Romain, Théorie critique du principe général de bonne foi en droit privé, Brussel, Bruylant, 2000, p. 270, nr. 147 en p. 754, nr. 320.

• A. Bossuyt, «Algemene rechtsbeginselen in de rechtspraak van het Hof van Cassatie», TPR 2004, p. 1620, nr. 36;

• X. Dieux, l.c., in P.A. Foriers (ed.), Actualité du droit des obligations, p. 143, nr. 13;

• P. Van Ommeslaghe, l.c., in Liber amicorum Paul Martens, p. 609, nr. 12 en W. Van Gerven en S. Covemaeker, Verbintenissenrecht, Leuven, Acco, 2006, 82-83.

• A. Van Oevelen, l.c., in M. Van Hoecke (ed.), Algemene rechtsbeginselen, p. 97, nr. 1;

• Van Ommeslaghe, l.c., in Liber amicorum Paul Martens, p. 595, nr. 3.

• L. Cornelis, «Ongeschikt voor gevoelige juristen: over de intieme verhouding tussen schade en causaal verband» in Aansprakelijkheidsrecht: actuele tendensen, Brussel, Larcier, 2005, p. 184, nr. 45.

• J. Gijssels, «Rechtsbeginselen zijn nog geen recht» in M. Van Hoecke (ed.), Algemene rechtsbeginselen, Antwerpen, Kluwer, 1991, 38-39.

• L. Cornelis, l.c., in Aansprakelijkheidsrecht: actuele tendensen, p. 184, nr. 45;

• C. Van Schoubroeck, l.c., TBH 2004, p. 9-10, nrs. 7-9.

• Brussel 26 mei 1994, Verkeersrecht 1995, 6;

• Rb. Brugge 8 mei 2000, RW 2001-02,

• P. Colle, Algemene beginselen van het Belgische verzekeringsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2011, nrs. 59, 107, 192 en 213;

• C. Van Schoubroeck, l.c., TBH 2004, p. 10-11, nr. 10;

• B. Weyts, «Lucratieve fouten in het aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht. The winner takes it all», RW 2005-06, p. 1646, nr. 19.

• M. Van Hoecke, «De algemene rechtsbeginselen als rechtsbron» in M. Van Hoecke (ed.), Algemene rechtsbeginselen, Antwerpen, Kluwer, 1991, 5;

• Van Ommeslaghe, l.c., in Liber amicorum Paul Martens, p. 606, nr. 10 en p. 608-609, nr. 12.

• M.L. Hendrikse, Privaatrechtelijke aspecten van verzekeringsfraude, Deventer, Kluwer, 2013, nr. 1.1.

• J. Beauchard, «La répression de la fraude à l’assurance, aspects de droit civil» in La lutte contre la fraude à l’assurance, Parijs, Assurance Française, 1991, 64;

• C. Van Schoubroeck, l.c., TBH 2004, p. 11, nr. 10.

• Art. 8 Wet Landverzekeringsovereenkomst

• A. Lenaerts, «Lessen uit het verzekeringsrecht voor de rechtsgevolgen van Fraus omnia corrumpit: kan de dader een onrechtstreeks voordeel halen uit zijn bedrieglijke fout?» (noot onder Cass. 3 maart 2011), RW 2012-2013, p. 1100, nr. 5;

• D. Wuyts, «De definiëring van het opzettelijk veroorzaakt schadegeval in de zin van artikel 8 WLVO», RABG 2010, 1313-1324 

• Bergen 23 mei 2008, JLMB 2010, 1162, noot P. Colson.

• B. Dubuisson, l.c., RGAR 2010, nr. 14.586, randnr. 9.

• J. Beauchard, l.c., in La lutte contre la fraude à l’assurance, 62.

• R. Soetaert, «Rechtsbeginselen en marginale toetsing in cassatie» in M. Van Hoecke (ed.), Algemene rechtsbeginselen, Antwerpen, Kluwer, 1991, 51.

• J. Beauchard, l.c., in La lutte contre la fraude à l’assurance, 62-63.

• P. Van Ommeslaghe, l.c., in Liber amicorum Paul Martens, p. 593, nr. 3 en p. 612, nr. 13.

• art. 6, 21, § 2, 14,  26, § 3, c), 43, 45, 55 Wet Landverzekeringsovereenkomst 

• Brussel 26 mei 1994, Verkeersrecht 1995, 6;

• Rb. Brugge 8 mei 2000, RW 2001-02, 34;

• L. Vael, «Opzettelijke schending van de informatieplicht bij het sluiten van een landverzekeringsovereenkomst» in Liber amicorum Michel Mahieu, Brussel, Larcier, 2008, 327-328;

• B. Weyts, «Wat moet uw verzekeraar weten?» (noot onder Gent 12 februari 2009), T.Verz. 2010, 163.

• J. Gijssels, l.c., in Algemene rechtsbeginselen, p. 48-52; M. Van Hoecke, l.c., in Algemene rechtsbeginselen, p. 4.

• W.J. Ganshof van der Meersch, l.c., JT 1970, 567; J. Gijssels, l.c., in Algemene rechtsbeginselen, 52;

• M. Van Hoecke, l.c., in Algemene reechtsbeginselen, 5.

• A. Lenaerts, o.c., p. 305-306, nrs. 323-324.

• C. Cauffman, «Naar een punitief Europees verbintenissenrecht? Een rechtsvergelijkende studie naar de draagwijdte, de grondwettigheid en de wenselijkheid van het bestraffend karakter van het verbintenissenrecht», TPR 2007, p. 804, nr. 4.

• Cass. 3 maart 2011, Pas. 2011, 688, conclusie advocaat-generaal A. Henkes, RCJB 2012, 19, noot J. Kirkpatrick, TBH 2012, 290, noot J. Binon, RW 2012-13, 1097, noot A. Lenaerts.

• J.M. Berger-Bos, «Verzekering: contractus uberrimae fidei of niet?» in Verzekeringen van vriendschap: rechtsgeleerde opstellen aangeboden aan prof. mr. T.J. Dorhout Mees, Deventer, Kluwer, 1974, 109 e.v.;

• H. Cousy, «De rol van de goede trouw in het verzekeringscontract» in Liber amicorum Jan Ronse, Gent, Story-Scientia, 1986, 11-12.

• L. Huybrechts, «Fraudebestrijding», AFT 1996, p. 426, nr. 2.3.

• D. Ormerod, «The Fraud Act 2006 – Criminalising Lying?», Criminal Law Review 2007, 193-219.

• Model Insurance Fraud Act die werd uitgewerkt door de Coalition Against Insurance Fraud: www.insurancefraud.org/downloads/Model%20fraud%20act.pdf.

• Bvvo, Verzekeringsfraude voorkomen: een zaak van algemeen belang, Brussel, BVVO, 1998, 45.

• Art. 496 e.v. Sw.

• Art. 193 e.v. Sw.

• Art. 510-512 Sw.

• M. Fontaine, Droit des assurances, Brussel, Larcier, 2011, p. 166, nr. 236;

• L. Schuermans, Grondslagen van het Belgisch verzekeringsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2008, p. 312, nr. 425.

• Cass. 20 juni 1983, Arr.Cass. 1982-83, 1298; Antwerpen 10 februari 1997, TAVW 1997, 190;

• Pol. Verviers 24 juni 1999, T.Vred. 2004, 306;

• Brussel 21 februari 2000, T.Verz. 2001, 753;

• Gent 13 februari 2003, RW 2006-07, 685 en TGR-TWVR 2004, 323, noot;

• Gent 10 juni 2004, TBH 2005, 869, noot;

• Antwerpen 22 juni 2011, NJW 2012, 255, noot D. Wuyts;

• Luik 8 januari 2013, RGAR 2013, nr. 14.990.

• L. Cornelis en R. Geelen, «Toetsing aan het algemeen (verbintenissen)recht van de gemeenschappelijke bepalingen met betrekking tot de totstandkoming van de landverzekeringsovereenkomsten (art. 4-10 van de Wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst)», TBH 1994, 402-403. 

• J.-L. Fagnart, Droit privé des assurances terrestres. Principes généraux in Traité pratique de droit commercial, Waterloo, Kluwer, 2011, p. 150-151, nr. 266.

• Brussel 10 mei 2004, RGAR 2007, nr. 14.251;

• Luik 24 november 2006, JLMB 2007, 437, noot J. Tinant;

• Brussel 15 april 2008, RGAR 2009, nr. 14.547;

• Brussel 29 april 2008, RGAR 2009, nr. 14.507;

• Luik 2 maart 2009, RGAR 2010, nr. 14.599;

• Antwerpen 22 juni 2011, NJW 2012, 255, noot D. Wuyts;

• Bergen 28 juni 2011, T.Verz. 2012, 400.

• Cass. 9 juni 2006, TBH 2007, 98, noot J.-L. Fagnart en NJW 2007, 511, noot G. Jocqué.

• Luik 9 december 2008, T.Verz. 2010, 63, noot J. Muyldermans.

• Luik 24 november 2006, JLMB 2007, 437, noot J. Tinant;

• Brussel 14 maart 2007, T.Gez. 2008-09, 304, noot F. Blockx;

• Antwerpen 19 december 2007, RW 2010-11, 325;

• Brussel 29 april 2008, RGAR 2009, nr. 14.507;

• Antwerpen 14 januari 2009, T.Verz. 2009, 414, noot R. Hiernaux;

• Gent 12 februari 2009, T.Verz. 2009, 284, noot R. Hiernaux;

• Luik 2 maart 2009, RGAR 2010, nr. 14.599;

• Rb. Luik 21 december 2010, VAV 2012, 238;

• Antwerpen 22 juni 2011, NJW 2012, 255, noot D. Wuyts.

•J.-C. André-Dumont, noot onder Bergen 11 februari 1997, T.Verz. 1998, 77.

• C. Van Schoubroeck, G. Jocqué, A. De Graeve, M. De Graeve en H. Cousy, «Overzicht van rechtspraak (1992-2003): Wet op de landverzekeringsovereenkomst», TPR 2003, p. 1831, nr. 15.1.

• Memorie van toelichting bij de Wet Landverzekeringsovereenkomst, Parl.St. Kamer 1990-91, nr. 1586/1, p. 17.

• Cass. 25 februari 2005, TBH 2005, 861, RW 2005-06, 1585, noot G. Jocqué; Brussel 29 april 2008, RGAR 2009, nr. 14.507. 

• Cass. 28 september 2012, For.Ass. 2013, 28, conclusie advocaat-generaal Chr. Vandewal, noot C. Verdure, T.Verz. 2013, 177, noot J. Fagnart.

• L. Cornelis en R. Geelen, l.c., TBH 1994, 396;

• C. Paris, «Conclusion et validité du contrat d’assurance» in C. Paris en B. Dubuisson, Actualités en droit des assurances, Luik, Anthemis, 2008, p. 25, nr. 23;

• J. Van Doninck, «Bedrog bij het aangaan van de verzekering in de wet op de landverzekeringsovereenkomst en de Principles of European Insurance Contract Law: lies have no legs», RABG 2010, p. 1354, nr. 6;

• E. Vieujean, «La loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre. Principes et questions spéciales en relation avec la pratique des juges de paix et de police» in Chronique de droit à l’usage des juges de paix et de police, Luik, Faculté de droit de l’université de Liège, 1993, p. 38, nr. 46.

• Cass. 21 mei 2007, Arr.Cass. 2007, 1066, T.Verz. 2008, 49, VAV 2007, 325, noot. 

• F. Longfils, «La «fragmentation» de la police d’assurances combinées: une règle aux conséquences inopinées?» in Liber Amicorum Bernard Glansdorff, Brussel, Bruylant, 2008, p. 448-449, nrs. 3-6.

• Antwerpen 19 januari 1998, TAVW 1999, 108; Gent 10 april 2002, RGAR 2003, nr. 13.677, noot M. Maréchal;

• Brussel 3 januari 2008, T.Verz. 2008, 382, noot R. Hiernaux.

• J.-L. Fagnart, «La segmentation des polices combinées et ses effets inattendus» (noot onder Cass. 9 juni 2006), DCCR 2007, p. 104, nr. 4; 

• Cass. 9 juni 2006, TBH 2007, 98, noot J.-L. Fagnart, NJW 2007, 511, noot G. Jocqué.

• Bergen 7 november 2005, RGAR 2008, nr. 14.418, noot C. Paris.

• Luik 10 mei 2006, T.Verz. 2010, 183; Luik 21 juni 2011, T.Verz. 2012, 230.

• Brussel 24 februari 2000, RGAR 2002, nr. 13.618.

• J.-L. Fagnart, «La preuve» in C. Paris en B. Dubuisson, Actualités en droit des assurances, Luik, Anthemis, 2008, p. 101-102, nrs. 162-164;

• C. Paris, l.c., in C. Paris en B. Dubuisson, Actualités en droit des assurances, p. 19-21, nrs. 17-19.

• J.-L. Fagnart, «Dispositions communes: formation et exécution du contrat» in M. Fontaine en J.-M. Binon (eds.), La loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre, Brussel, Bruylant, 1993, p. 84-85, nr. 58;

• Gent 10 april 2002, RGAR 2003, nr. 13.677, noot M. Marchal;

• Luik 24 november 2006, JLMB 2007, 439, noot J. Tinant, T.Verz. 2008, 22, noot P. Fontaine;

• Antwerpen 5 september 2007, RABG 2008, 1240, noot R. Sierens; Antwerpen 22 juni 2011, NJW 2012, 255, noot D. Wuyts.

• Cass. 6 november 2002, Arr.Cass. 2002, 2383, conclusie advocaat-generaal J. Spreutels, JT 2003, 579, noot J. Kirkpatrick, RCJB 2004, 267, noot F. Glansdorff, RW 2002-03, 1629, noot B. Weyts, T.Verz. 2003, 815, noot P. Graulus;

• Cass. 6 november 2007, RW 2007-08, 1716, noot B. Weyts.

• Luik 24 november 2006, JLMB 2007, 439, noot J. Tinant, T.Verz. 2008, 22, noot P. Fontaine.

• Cass. 2 oktober 2009, JT 2010, 538, noot A. Lenaerts, JT 2011, 291, noot T. De Haan, NJW 2010, 318, noot I. Boone, RW 2010-11, 487, noot S. Guiliams, T.Verz. 2010, 440, noot B. Weyts;

• Cass. 16 mei 2011, NJW 2012, 23, noot I. Boone.

• E. De Kezel, «Opzet, aansprakelijkheid en intern regres: verandert het Hof van Cassatie het geweer van schouder?» (noot onder Cass. 18 maart 2010), RABG 2010, 1298-1299;

• S. Guiliams, «De verdeling van de schadelast bij samenloop van een opzettelijke en een onopzettelijke fout», RW 2010-11, p. 484, nr. 23;

• A. Lenaerts, «Le recours contributoire entre coobligés in solidum et l’influence de la faute intentionnelle: fraus omnia corrumpit?», JT 2010, p. 534, nr. 13;

• B. Weyts, «Geen toepassing van Fraus omnia corrumpit bij in solidum aansprakelijkheid: un accident de parcours?», T.Verz. 2010, 448.

• Bergen 28 december 1995, RGAR 1998, nr. 13.023;

• Rb. Luik 29 juni 2007, RGAR 2009, nr. 14.488.

• Rb. Luik 29 juni 2007, RGAR 2009, nr. 14.488.

• Bergen 28 december 1995, RGAR 1998, nr. 13.023; Gent 16 september 2004, RW 2006-07, 371.

• RvS 12 november 1996, nr. 63.016, TBP 1997, 504.

• P. Wéry, Le Mandat, Brussel, Larcier, 2000, p. 241-242, nr. 203.

• Cass. (fr.) 8 oktober 1985, nr. 83-12.903, www.lexisnexis.com.

• G. Jocqué, «Excepties, nietigheid en verval van recht in de aansprakelijkheidsverzekering» in Rechtskroniek voor de vrede- en politierechters 2006, Brugge, die Keure, 2006, p. 180, nr. 12;

• R. Sierens, «Opzettelijke verzwijging leidt tot nietigheid van de verzekeringsovereenkomst» (noot onder Antwerpen 5 september 2007), RABG 2008, p. 1246, nr. 4.

• Cass. 6 november 2002, RW 2002-03, 1629, noot B. Weyts;

• Cass. 6 november 2007, RW 2007-08, 1716, noot B. Weyts.

• M. Clarke «Article 8:103, Adjustment of Terms in Case of Overinsurance» in Principles of European Insurance Contract Law, Munchen, Sellier, 2009, 238, C4.

• G. Schoorens, «Verzekeringen en verzwaring van het risico» (noot onder Gent 7 februari 1996), AJT 1997-98, p. 75, nr. 13.

• Cass. 17 maart 1987, Arr.Cass. 1986-87, 940;

• Cass. 20 november 2001, Arr.Cass. 2001, 1968.

• Cass. 8 mei 1979, Arr.Cass. 1978-79, 1062.

• A. De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2010, p. 371-372, nr. 461

•  J. Vanheule, Strafbare deelneming, Antwerpen, Intersentia, 2010, p. 185-187, nr. 143.

• Gent 19 februari 2009, RABG 2010, 1338, noot J. Van Doninck.

• L. Huybrechts, «Oplichting» in Comm.Straf., p. 13, nr. 20;

• J. Spreutels, F. Roggen en E.R. France, Droit pénal des affaires, Brussel, Bruylant, 379-380.

• Cass. 8 mei 2007, Pas. 2007, 865.

• Cass. 5 april 1996, Arr.Cass. 1996, 247. Zie ook: L. Huybrechts, l.c., in Comm.Straf., p. 5, nr. 6.

• A. Maron, M. Véron en J.-H. Robert, «Chronique: Droit pénal et procédure penale», La Semaine Juridique éd. gén. 2007, p. 112, nr. 5.

• L. Huybrechts, l.c., in Comm.Straf., p. 20, nr. 36.

• Cass. 6 februari 2001, RW 2001-02, noot A. Vandeplas;

• B. Spriet, «Recente rechtspraak omtrent fraudemisdrijven» in Themis: straf(proces)recht 2006-2007, Brugge, die Keure, 2007, p. 44, nr. 16.

• Cass. 4 maart 1997, Arr.Cass. 1997, 300;

• Cass. 22 september 1999, Arr.Cass. 1999, 1149;

• Brussel 27 februari 1997, JLMB 1997, 1442.

• Cass. 5 november 1974, Arr.Cass. 1975, 302.

• Cass. 5 januari 1953, Arr.Cass. 1953, 260.

• M-L. Rassat, «Escroquerie» in JurisClasseurs Pénal Code 31 december 2013, nr. 95, www.lexis nexis.com.

• Gent 29 januari 2004, TBBR 2006, 486;

• Gent 16 september 2004, RW 2006-07, 371.

• Cass. 26 april 1936, Pas. 1936, I, 270.

• Cass. crim. 29 september 1999, JurisData no 1999-004572, www.lexisnexis.com. 

• Cass. 28 november 2006, Arr.Cass. 2006, 2445.

• Cass. 27 januari 2010, RW 2011-12, 607, noot D. Wuyts..

• D. Wuyts, «De rol van het misdrijf valsheid in geschriften in de strijd tegen verzekeringsfraude» (noot onder Cass. 27 januari 2010), RW 2011-12, 608-613.

• S. Van Dyck, Valsheid in geschriften en gebruik van valse geschriften, Antwerpen, Intersentia, 2007, 193-194.

• Cass. 8 december 1999, Arr.Cass. 1999, 1594.

• Cass. 23 april 2002, RW 2004-05, 461, noot J. Vanheule.

• Cass. 16 juni 1999, Arr.Cass. 1999, 845.

• Cass. 21 oktober 2008, Pas. 2008, 2325.

• Cass. 25 september 2001, RW 2002-03, 1669;

• Antwerpen 22 januari 1988, RW 1987-88, 1031).

• Gent 29 januari 2004, TBBR 2006, 486;

• Gent 16 september 2004, RW 2006-07, 371.

• Cass. 27 januari 2010, RW 2011-12, 607, noot D. Wuyts.

• S. Van Dyck, «Valsheid in geschriften opnieuw in de kijker» (noot onder Cass. 18 april 2006), RW 2006-07, p. 1276, nr. 4;

• J. Vanhalewijn en L. Dupont, Valsheid in geschriften in APR, Gent, Story-Scientia, 1975, p. 23, nrs. 68-72.

• Cass. 14 december 2010, RABG 2011, 588, noot L. Delbrouck;

• Cass. 5 mei 2004, RDP 2004, 1076;

• Brussel 24 januari 2012, Dr.pén.entr. 2012, 191, noot F. Lugentz.

• Cass. 27 januari 2010, RW 2011-12, 607, noot D. Wuyts.

• Bergen 16 januari 2008, For.Ass. 2008, nr. 83, p. 66, noot C. Verdure.

• G. Schoorens, l.c., AJT 1997-98, p. 75, nr. 13.

• P. Colle, «Enkele bedenkingen bij de nieuwe Modelovereenkomst van 14 december 1992 inzake de verplichte motorrijtuigenverzekering», T.Verz. 1993, 537;

• G. Schoorens, l.c., AJT 1997-98, p. 76, nr. 15.

185 Art. 27, 2° Modelovereenkomst

• M. Clarke, «Article 4:203, Sanctions» in Principles of European Insurance Contract Law, Munchen, Sellier, 2009, 186, C3.

• Cass. 20 september 2005, Pas. 2005, 1676, RW 2007-08, 1541, T.Verz. 2006, 407

• Cass. 8 december 1999, Arr.Cass. 1999, 1594.

• Cass. 4 maart 1997, Arr.Cass. 1997, 300;

• Cass. 22 september 1999, Arr.Cass. 1999, 1149).

• H.-D. Bosly, «L’escroquerie» in Les infractions contre les biens, Brussel, Larcier, 2008, 254-255;

• M. Véron, Droit pénal spécial, Parijs, Dalloz, 2008, p. 279, nr. 413.

• Brussel 26 mei 1994, Verkeersrecht 1995, 6;

• Brussel 30 mei 1995, Verkeersrecht 1996, 224;

• Rb. Brugge 8 mei 2000, RW 2001-02, 34;

• Bergen 4 maart 2008, RGAR 2009, nr. 14.496).

• Hoge Raad 3 december 2004, NJ 2005, 160, noot M.M. Mendel.

• M.L. Hendrikse, «Juridische aspecten van fraude bij de vaststelling van de verzekeringsuitkering» in M.L. Hendrikse en J.G.J. Rinkes (eds.), Juridische en economische aspecten van verzekeringsfraude, Zutphen, Paris, 2009, p. 57, nr. 3.2.

• Voorz. Kh. Brussel 16 juni 2003, DCCR 2004, 69, noot L. Kerzmann, TBH 2003, 883, noot.

• Cass. 20 september 2005, Pas. 2005, 1676, RW 2007-08, 1541, T.Verz. 2006, 407.

• Cass. 26 mei 1936, Pas., 1936, I, 270.

• Bergen 20 mei 2009, VAV 2009, 322;

• Kh. Charleroi 7 november 2007, VAV 2008, 119.

• Cass. 28 november 2006, Arr.Cass. 2006, 2445.

• A. Maron, M. Véron en J.-H. Robert, «Chronique: Droit pénal et procédure penale», La Semaine Juridique éd. gén. 2007, p. 112, nr. 5.

• B. Keulen, «Voorbereiding» in Het strafrecht bedreven. Liber amicorum Alain De Nauw, Brugge, die Keure, 2011, 471-481.

• Crim. 1 juni 1994, Rev.sc.crim. 1995, 102, noot R. Ottenhof;

• Crim. 22 februari 1996, Rev.sc.crim. 1996, 846, noot B. Bouloc;

• Crim. 8 september 2004, Dr.pén. 2005, nr. 13, noot M. Véron;

• Crim. 7 oktober 2009, LexisNexis.

• Cass. 3 november 2004, RW 2005-06, 1583, noot C. De Roy;

• Cass. 24 maart 2010, Pas. 2010, 983).

• Cass. 20 september 2005, Pas. 2005, 1676, RW 2007-08, 1541, T.Verz. 2006, 407.

 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: zo, 13/04/2014 - 11:26
Laatst aangepast op: zo, 13/04/2014 - 12:17

Het nieuwe statuut van de gerechtsdeurwaarders onder de loep

Publicatie
Auteur: 
Lombardi P
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
1243
Samenvatting

Door de wet van 7 januari 2014 werd het statuut van de gerechtsdeurwaarder hervormd.

Opzet

• verjonging en kwaliteitsverbetering van de dienstverlening
• modernisering en objectivering van het ambt

Krachtlijnen:

• nieuwe begrips- en taakomschrijving,
• de invoering van een vergelijkend examen,
• de invoering van een benoemingscommissie,
• een nieuw tuchtregime,

 

Inhoudstafel tekst: 

Inleiding

I. Nieuwe begrips- en taakomschrijving

II. De modernisering en objectivering van de benoemingsprocedure

III. Opwaardering van het statuut van de kandidaat-gerechtsdeurwaarder

IV. Continuïteit van de kantoren en de dienstverlening wordt gewaarborgd

V. Deontologie en tucht

Conclusie

Bronvermeldingen:

• Wetsontwerp tot wijziging van het statuut van de gerechtsdeurwaarders, Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 53 2937/001.

• Wet van 7 januari 2014 tot wijziging van het statuut van de gerechtsdeurwaarders, BS 22 januari 2014.

Het nieuwe statuut wordt opgenomen in de artikelen 509 tot 555 van het Gerechtelijk Wetboek onder Deel II, «Rechterlijke Organisatie», Boek IV, «Gerechtsdeurwaarders».

• Memorie van toelichting bij het wetsontwerp tot wijziging van het statuut van de gerechtsdeurwaarders, Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 53 2937/001, p. 4.

• E. Dirix en K. Broeckx, Beslag in APR, Mechelen, Kluwer, 2010, 102.

• J. Laenens, «L’obligation de l’huissier de justice de prêter son ministère», JT 1974, 732;

• E. Dirix, “De gerechtsdeurwaarder in het executierecht”, De Gerechtsd. 1994, 1-19.

• Rb. Hasselt 25 juli 1923, Pas. 1923, III, 175; .

• Cass. 28 maart 2012, Ius & Actores 2012/2, 69-70, RW 2013-14, 735.

• B. Allemeersch, P. Londers en S. Sroka (eds.), Bewijsrecht, Brussel, Larcier, 2007, nr. 45;

• M. Storme, «De bewijswaarde van het proces-verbaal van vaststelling van materiële feiten door een gerechtsdeurwaarder op verzoek van particulieren (art. 516 Ger.W.) en aanverwante vragen», RW 1994-95, 345-348.

• Wet van 20 december 2002 betreffende de minnelijke invordering van de schulden van de consument, BS 29 januari 2003;

• I. Goeyens, N. Decock en C. Voet, De gerechtsdeurwaarder en de minnelijke invordering, Herentals, Knopspublishing, 2013, 87 p.

• P. De Puydt, De aansprakelijkheid van de gerechtsdeurwaarder, Brussel, 2009, nr. 114; E. Dirix en K. Broeckx, o.c., nr. 573.

• Brussel 25 juni 2010, RW 2012-13, 858; Brussel 4 april 2011, RW 2013-14, 25.

• Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders van België, Jaarverslag 2012, 34, http://www.gerechtsdeurwaarders.be/images/pdffiles/rapportnl2012.pdf.

Het nieuwe statuut wordt opgenomen in de artikelen 509 tot 555 van het Gerechtelijk Wetboek onder Deel II, «Rechterlijke Organisatie», Boek IV, «Gerechtsdeurwaarders».

BOEK IV. - Gerechtsdeurwaarders(1)
----------
(1)<W 2014-01-07/06, art. 2, 178; Inwerkingtreding : 01-02-2014>

HOOFDSTUK I. - Titel, statuut, benoeming, eed en vestiging(1)
----------
(1)<W 2014-01-07/06, art. 2, 178; Inwerkingtreding : 01-02-2014>

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: wo, 09/04/2014 - 20:06
Laatst aangepast op: wo, 09/04/2014 - 20:20

Continuïteit voor de Wet Continuïteit Ondernemingen

Publicatie
Auteur: 
Van Hoe A
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
1202
Samenvatting

Wijzigingen en aandachtspunten in de WCO procedure ingevolge de wetswijziging van 27 mei 2013

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding en overzicht

II. Algemene bepalingen

A. Het personele toepassingsgebied

B. De partijhoedanigheid

C. (Elektronische) kennisgeving

III. De gegevensverzameling en het handelsonderzoek

IV. Algemene bepalingen van de procedure van gerechtelijke reorganisatie

A. Het verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie

B. Voorwaarden voor de opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie

C. Beoordeling van het verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie

D. Begeleidende maatregelen

E. De verlenging van de opschorting

F. De wijziging van het doel van de procedure

G. De voortijdige beëindiging van de procedure

H. De gevolgen van de beslissing tot reorganisatie

V. De gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord

VI. De gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag

VII. Overgangsbepalingen en inwerkingtreding

VIII. Algemeen besluit

Bronvermeldingen

• M. Sénéchal, L’effet réel de la procédure collective: essai sur la saisie collective du gage commun des créanciers, Parijs, LexisNexis (Bibliothèque de droit de l’entreprise), 2002, p. 3, nr. 1.

• E. Dirix, «Het insolventierecht op nieuwe wegen», RW 2011-12, (74), p. 74, nr. 1.

• F. Georges en C. Musch, «Développements récents en matière de garanties mobilières et de cautionnement» in L’entreprise en difficulté, Brussel, Larcier, 2012, (67), p. 68, nr. 1: «Le droit de l’insolvabilité et des garanties de paiement ne connaït guère de période de stabilité».

• P.M. Veder, «Europese ontwikkelingen in het insolventierecht», TvI 2013, (187) 187: «Insolventierecht heeft politieke prioriteit in de Europa».

• K. Byttebier en M. Gesquière, Insolventierecht. Algemene Beginselen, Gent, Story Publishers, 2012, 7:

• H. Cousy, «Paradigmawijzigingen in het insolventierecht?» in H. De Wulf, R. Steennot, M. Tison en C. Van der Elst (ede evolutie ten grondslag liggen:s.), Van alle markten. Liber Amicorum Eddy Wymeersch, Antwerpen, Intersentia, 2008, 283-294;

• B. Oppetit, «L’endettement et le droit» in Mélanges en hommage à André Breton et Fernand Derrida, Parijs, Dalloz, 1991, 295-310.

• M. Vanmeenen, «De wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van ondernemingen», RW 2008-09, 1282-1321.

• Wetsontwerp tot wijziging van verschillende wetgevingen inzake de continuïteit van de ondernemingen, Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 2692/003, p. 4.

• M. Grégoire, «Le point de vue des créanciers face à la réorganisation de l’entreprise de leur débiteur» in N. Thirion (ed.), Réorganisation judiciaire, faillite, liquidation judiciaire. Actualités et pratique, Luik, Anthemis, 2010, (207) 209: 

• Wet van 27 mei 2013 tot wijziging van verschillende wetgevingen inzake de continuïteit van de ondernemingen, BS 22 juli 2013, 45.665.

•  B. Michaux, «Faillites et entreprises en difficulté. Considérations économiques sur le role de l’avocat» in L’entreprise en difficulté, Brussel, Jeune Barreau, 1981, (13) 18: .

• C. Verbruggen en S. Van Ommeslaghe, «Abus de droit et loi sur la continuité des entreprises» in A. Zenner en M. Dal (eds.), Actualité de la continuité, continuité de l’actualité, Brussel, Larcier, 2012, 99-140.

• N. Thirion, T. Delvaux, A. Fayt, D. Gol, D. Pasteger en M. Simonis, Droit de l’entreprise, Brussel, Larcier, 2013, p. 663, nr. 1079;

• E. Dirix, «De hoedanigheid van koopman in het insolventierecht» in Handels- en economisch recht. Deel 1: Ondernemingsrecht. Volume A in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, Mechelen, Kluwer, 2011, 497-508.

• B. Inghels, «La loi relative à la continuité des entreprises – Questions de procédure, Questions d’ouverture» in M. Grégoire en B. Inghels (eds.), La loi relative à la continuité des entreprises, Brussel, Larcier, 2012, 10-12.

• M. Tison, «De Wet Continuïteit Ondernemingen: het portaal naar een nieuw insolventierecht?» in A. Bossuyt,

•. Deconinck, E. Dirix, A. Fettweis en E. Forrier (eds.), Liber Spei et Amicitiae Ivan Verougstraete, Gent, Larcier, 2011, (379) 380.

• J. Vananroye en K.-J. Vandormael, «Once More unto the Breach – het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel en de muren rond collectieve insolventieprocedures» (noot onder GwH 28 februari 2013), TRV 2013, (630), p. 634, nr. 7.

• GwH 28 februari 2013, TRV 2013, 625, noot J. Vananroye en K.-J. Vandormael, JT 2013, 309, noot B. Inghels.

• S. Fredericq, De eenmaking van het burgerlijk recht en het handelsrecht, Antwerpen, De Sikkel, 1957, p. 342, nr. 296

• H. Boularbah, Requête unilatérale et inversion du contentieux, Brussel, Larcier, 2010, p. 67, nr. 64.

• P. Théry, «Droit judiciaire privé. Sources. Organisation judiciaire et juridiction. Compétence. Action», RTDciv. 2005, (625) 626-627: 

• Luik 24 juni 2010, JT 2012, 138; Brussel 16 december 2010, DAOR 2011, 436, TBH 2011, 916.

• J.-F. Van Drooghenbroeck, S. Brijs en S. Jacmain, «Un peu de droit judiciaire» in A. Zenner en M. Dal (eds.), Actualité de la continuité, continuité de l’actualité. généraux de la continuité des entreprises, Brussel, Larcier, 2012, (193) 215-217.

• Gent 14 november 2011, TBH 2012, 475.

• A. Van Hoe, «Caveat creditor: wolfijzers en schietgeweren in de Wet Continuïteit Ondernemingen» (noot onder Cass. 31 mei 2012), RW 2012-13, 1332-1337.

• L. De Keyser, T. Delwiche, J.-J. Ackaert en J. Malekzadem, «Wijzigingen aan de wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen», TRV 2013, (740), p. 748, nr. 14.

• Cass. 31 mei 2012, RW 2012-13, 1331, noot A. Van Hoe.

• Cass. 15 april 2013, TBH 2013, 789, noot A. Van Hoe.

• M. Vanmeenen, «Het Hof van Cassatie komt tussen in de procedure van gerechtelijke reorganisatie», TBH 2012, (851) 856-858.

• T. Lysens, De gewijzigde wet continuïteit van ondernemingen: een eerste commentaar, Mechelen, Kluwer, 2013, 12.

• D. Mougenot, «Quelques plumes de phénix... Réflexions sur l’entrée en vigueur de certaines dispositions des lois sur la procédure électronique», JT 2013, 489-495.

• M. Vanmeenen, De juridische efficiëntie van het handelsonderzoek: toetsing van de rechtspraktijk aan de preventiedoelstelling van de wetgeving en de vereisten van de economische en maatschappelijke realiteit, proefschrift KULeuven, 2006, 69-104.

• Graydon, «Gezondheidsbarometer van de Belgische ondernemingen», In Foro 2013, 19-36.

• B. Leyman, K. Schoors en P. Coussement, Court-supervised Restructuring: Pre-bankruptcy Dynamics, Debt Structure and Debt Rescheduling, 2008, http://www.feb.ugent.be/nl/Ondz/wp/Papers/wp_ 08 _507.pdf, 44 p.

• I. De Poorter, Controle van financiële verslaggeving: revisoraal en overheidstoezicht, Antwerpen, Intersentia, 2007, 98-104.

• F. Mourlon Beernaert en P. Sabrana Gennari Curlo, «Les enquêtes commerciales et le fonctionnement des chambres d’enquêtes» in L’entreprise en difficulté, Brussel, Larcier, 2012, (7), p. 15, nr. 29:  

• J.-L. Duplat, «Détection des entreprises en discontinuité ou menacées de le devenir» in A. Zenner en M. Dal (eds.), Actualité de la continuité, continuité de l’actualité, Brussel, Larcier, 2012, (421) 435.

• M. Castermans, Gerechtelijk Privaatrecht, Gent, Story Publishers, 2009, p. 563, nr. 876.

• T. Lysens, o.c., 18: «De bedoeling is om herhaalde uitstellen te voorkomen en de opvolging van bedrijven in moeilijkheden korter te houden».

• D. Pasteger, «Actualités du droit des entreprises en difficulté» in N. Thirion (ed.), Chronique d’actualités en droit commercial, Brussel, Larcier, 2013, (180), p. 194, nr. 14.

• J.-F. Van Drooghenbroeck, S. Brijs en S. Jacmain, o.c., in A. Zenner en M. Dal (eds.), Actualité de la continuité, continuité de l’actualité. A. généraux de la continuité des entreprises, 194-197.

• M. Vanmeenen, «Drie jaar Wet Continuïteit Ondernemingen – Over kleine en grote knelpunten en misverstanden» in CBR (ed.), CBR Jaarboek 2011-12, Antwerpen, Intersentia, 2012, (385), p. 411, nr. 32: 

• M.-C. Ernotte en B. Inghels, «La loi du 27 mai 2013 modifiant diverses législations en matière de continuité des entreprises: ajustement ou rétrécissement?», JT 2013, (637), p. 639, nr. 3.

• P. della Faille, «La loi du 27 mai 2013 modifiant diverses législations en matière de continuité des entreprises: plus qu’une simple réparation?» in J. Malherbe en E.-J. Navez (eds.), Droit des affaires et sociétés, Limal, Anthemis, 2013, (217), p. 234, nr. 40.

• A. Zenner en C. Alter, La loi sur la continuité des entreprises revisitée par la loi du 27 mai 2013, Brussel, Larcier, 2013, p. 30, nr. 19).

• B. Windey en L. Quintiens, «Rechtspraakoverzicht WCO: de voornaamste tendensen na twee jaar rechtspraak», Limb.Rechtsl. 2011, (299), p. 311, nr. 8.

•.A. Bossuyt, B. Deconinck, E. Dirix, A. Fettweis en E. Forrier (eds.), Liber Spei et Amicitiae Ivan Verougstraete, 384-385.

• Kh. Nijvel 22 augustus 2013, JT 2013, 654.

• Brussel 2 oktober 2012, RW 2012-13, 1188 (de in deze bepaling bedoelde wachttermijn van drie jaar begint te lopen vanaf de opening van de eerdere procedure en niet vanaf de beëindiging ervan).

• J. Vananroye, «Quis curabit ipsos curatores?», TRV 2013, 209-210; A. Van Hoe, «De reikwijdte van de vestigingsvrijheid in het vennootschapsrecht en het insolventierecht: convergentie of divergentie?», TRV 2012, 65-80. 

• UNCITRAL Legislative Guide on Insolvency Law. Part Four: Directors’ Obligations in the Period Approaching Insolvency, New York, 2013, http://www.uncitral.org/pdf/english/texts/insolven/Leg-Guide-Insol-Part4..., 3, nr. 2: «Often directors will be displaced from ongoing involvement in the company’s affairs by an insolvency representative, although under some insolvency laws they may still have an ongoing role, particularly in reorganization».

• E. Dirix en R. Jansen, «De positie van de schuldeisers en het lot van lopende overeenkomsten» in K. Byttebier, E. Dirix, M. Tison en M. Vanmeenen (eds.), Gerechtelijke reorganisatie. Getest, gewikt en gewogen, Antwerpen, Intersentia, 2010, p. 159, nr. 4.

• R. Jansen, Beschikkingsonbevoegdheid, Antwerpen, Intersentia, 2009, p. 225, nr. 252.

• M. Vanmeenen, «De preprocedurele reorganisatie binnen de wet betreffende de continuïteit van ondernemingen» in K. Byttebier, E. Dirix, M. Tison en M. Vanmeenen (eds.), Gerechtelijke reorganisatie. Getest, gewikt en gewogen, Antwerpen, Intersentia, 2010, (25) 40-46.

• D. Willermain, «Les mandataires de justice dans la loi sur la continuité des entreprises» in M. Grégoire en B. Inghels (eds.), La loi relative à la continuité des entreprises, Brussel, Larcier, 2012, (123) 128-130.

• Brussel 21 september 2010, TRV 2011, 285, noot R. Naudts;

• Kh. Antwerpen 28 april 2009, TBH 2009, 924.

• A. Zenner ziet in deze bepaling «l’arme anti-abus absolue» (A. Zenner, «Considérations conclusives» in A. Zenner en M. Dal (eds.), Actualité de la continuité, continuité de l’actualité, Brussel, Larcier, 2012, (725) 736-737).

• Kh. Kortrijk 28 maart 2012, RW 2012-13, 1317;

• Kh. Kortrijk 30 november 2011, RW 2012-13, 591.

• P. Van Ommeslaghe, «La loi sur la continuité des entreprises: opposabilité des conventions aux créanciers» in A. Zenner en M. Dal (eds.), Actualité de la continuité, continuité de l’actualité, Brussel, Larcier, 2012,(141), p. 147, nr. 8.

•  S. Brijs en R. Lindemans, «Over het verkrijgen van een uitvoerbare titel in het kader van de WCO», TBH 2013, 723-740.

• J.M. Gollier, «Continuité des entreprises et sûretés financières», Bank Fin.R. 2010, 10-18;

• V. Biernaux en S. Reniers, «Wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen: close-out netting en vereenvoudigde pandverzilvering», TRV 2009, 509-517.

• R. Jansen, «Rechtsmisbruik bij de uitoefening van zekerheidsrechten in de Wet Continuïteit Ondernemingen» (noot onder Kh. Brussel 15 juni 2009), RW 2010-11, 329-331.

• I. Verougstraete e.a., Manuel de la continuité des entreprises et de la faillite, Waterloo, Kluwer, 2011, p. 36, nr. 2.1.2.7.

• C. Lebon, Het goederenrechtelijk statuut van schuldvorderingen, Antwerpen, Intersentia, 2010, 125-131. Zie m.b.t. huurschulden: A. Van Hoe, «Handelshuur en Wet Continuïteit Ondernemingen: onderzoek naar complementariteit in het licht van de continuïteitsdoelstelling», TBO 2012, (3), p. 4, nr. 6.

• R. Houben, Schuldvergelijking, Antwerpen, Intersentia, 2010, p. 549, nr. 911

• P. François, «De wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen. Over euforie en relativisme. De ervaringen van de bank als schuldeiser», Bank Fin.R. 2011, (170) 184-185.

• C.A. Leunen en M. Lamberty, «Un autre regard sur le sort des intérêts et la qualité de créance sursitaire extraordinaire» in A. Zenner en M. Dal (eds.), Actualité de la continuité, continuité de l’actualité, Brussel, Larcier, 2012, (395) 402-404.

• C. Alter en Z. Pletinckx, «Droit bancaire et continuité des entreprises» in A. Zenner en M. Dal (eds.), Actualité de la continuité, continuité de l’actualité, Brussel, Larcier, 2012, (359) 368-369.

• M. Vanmeenen en A. Van Hoe, «Pand in het kader van insolventieprocedures» in F. Hellemans, V. Sagaert en R. Van Ransbeeck (eds.), Het pand – van een oude naar een moderne zekerheid, Brugge, die Keure, 2012, (45) 55-56.

• M. Grégoire, «L’entreprise en voie de restructuration et ses créanciers: à la recherche de nouveaux équilibres» in L’entreprise en difficulté, Brussel, Larcier, 2012, (41), p. 47, nr. 10

• C. Alter en Z. Pletinckx, «Groupes et filiales en difficulté» in G.-A. Dal (ed.), Droit des groupes de sociétés. Questions pratiques, Brussel, Larcier, 2013, (237), p. 257, nr. 15:

• R.J. de Weijs, Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies, Kluwer, Deventer, 2010, 30-31.

• W. van Gerven en S. Lierman, Algemeen Deel. Veertig jaar later in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, Mechelen, Kluwer, 2010, 429-440; W. van Gerven, Algemeen Deel in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, Brussel, E. Story-Scientia, 1987, 173-179.

•R. Jansen, «Far West-recht: enkele kritische kanttekeningen bij het buitengerechtelijk minnelijk akkoord in de nieuwe Wet Continuïteit Ondernemingen», RW 2008-09, 1580-1583.

• D. Pasteger, «Actualités du droit des entreprises en difficulté» in N. Thirion (ed.), Chronique d’actualités en droit commercial, Brussel, Larcier, 2013, (180), p. 206-207, nr. 30: 

• R. Aydogdu, «L’Etat belge et la continuité des entreprises: «Je est une autre»» (noot onder Arbrb. Nijvel 1 maart 2011), JLMB 2012, (1389) 1389

• J.-P. Renard, «La «guérilla judiciaire» de I’ONSS face à la loi relative à la continuité des entreprises: stop ou encore?» (noot onder Kh. Brussel 8 februari 2012), JLMB 2013, 1394-1396.

• GwH 7 maart 2013, RW 2013-14, 381, noot T. Delwiche, JT 2013, 305, noot A. Zenner.

• E. Chvika, Droit privé et procédures collectives, Parijs,  Defrénois, 2003, 19-20: «Dans l’ordre économique, le contrat est lié à l’entreprise: l’exécution des contrats en commande l’activité, et souvent la structure. Il est un élément de riche

• A. De Wilde, Boedelschulden in het insolventierecht, Antwerpen, Intersentia, 2005, p. 406, nr. 452.

• M. Grégoire (ed.), Questions spéciales de restructuration d’entreprises, Brussel, Bruylant, 2009, 49-91.

• Antwerpen 6 juni 2011, RW 2011-12, 747, noot J. De Weggheleire.

• C.A. Leunen en M. Lamberty, «Un autre regard sur le sort des intérêts et la qualité de créance sursitaire extraordinaire» in A. Zenner en M. Dal (eds.), Actualité de la continuité, continuité de l’actualité. États généraux de la continuité des entreprises, Brussel, Larcier, 2012, (395) 395-397.

• Y. Godfroid, «Du périmètre de l’article 37 de la loi sur la continuité des entreprises» (noot onder Kh. Charleroi 14 maart 2012), JLMB 2013, 310-316.

• Zie in die zin: A. Van Hoe en S. Brijs, «De gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag: conceptuele en juridische knelpunten», TBH 2012, (391), p. 415, nr. 49.

• S. Brijs en S. Jacmain, «De reorganisatie van een onderneming in het kader van een collectief akkoord» in Ph. Lambrecht en C. Gheur (eds.), La loi relative à la continuité des entreprises/De wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen, Louvain-la-Neuve, Anthemis, 2010, (77), p. 78, nr. 2.

• R.C. Clark, «The Interdisciplinary Study of Legal Evolution», Yale Law Journal 1980-81, (1238) 1250-1254.

• G. Bitter, «Sanierung in der Insolvenz – Der Beitrag von Treue- und Aufopferungspflichten zum Sanierungserfolg», ZGR 2010, (147) 153: 

• H. Eidenmüller, Unternehmenssanierung zwischen Markt und Gesetz, Keulen, Otto Schmidt 1999, 40: 

• M. Vanmeenen, «Communicatie- en informatietekorten binnen de wet continuïteit ondernemingen: de schuldeisers blijven te vaak in de kou staan...» (noot onder Kh. Tongeren 15 maart 2010), TBH 2010, 551-556.

• P. Coussement, Herstelschema’s voor ondernemingen in moeilijkheden, proefschrift UGent, 2007, p. 468, nr. 1015.

• A. Van Hoe en I. Verougstraete, «Van toegelaten differentiatie tot verboden discriminatie» (noot onder Brussel 16 december 2010, Antwerpen 10 februari 2011, Kh. Kortrijk 31 januari 2011), TBH 2011, (921) 922-924;

• C. Lenfant en M. Forges, «L'Egalité des créanciers et réorganisation judiciaire: l’enseignement de l’arrêt du 2 mai 1985, le traitement différencié des créanciers et la portée de l’article 73 de la loi du 31 janvier 2009» (noot onder Cass. 2 mei 1985), RPS 2010, 159-166.

• Y. Herinckx, «Le point de vue du candide», te verschijnen in RPS, 2014, p. 6, nr. 6:

• GwH 18 januari 2012, RW 2011-12, 1059, TBH 2012, 435

• Cass. 7 februari 2013, JLMB 2013, 1510, TBH 2013, 469

• D. Van Gerven, «Kroniek Vennootschapsrecht 2012-2013», TRV 2013, (553), p. 602, nr. 124.

• S. Pauwels, «De weigering tot homologatie van een collectief reorganisatieplan binnen de WCO: schending van de openbare orde wegens ongelijke behandeling van schuldeisers» (noot onder Kh. Brugge 29 juni 2012), TRV 2013, 141-145;

• A. Van Hoe en I. Verougstraete, «De rechtsbescherming van schuldeisers bij een gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord» (noot onder GwH 18 januari 2012), TBH 2012, 443-449;

• E. Dirix, «De paritas-regel en het reorganisatieplan» (noot onder Antwerpen 30 juni 2011), RW 2011-12, 575-577.

• Gent 30 juli 2012, RW 2012-13, 1035.

• A. Van Oekel en B. Vandervelde, «La conversion de la dette en capital: un remède dans le cadre des restructurations de crédits», Bank Fin.R. 2009, 328-340.

• A. Van Hoe, «Over verbonden schuldeisers en de gerechtelijke reorganisatie» (noot onder Brussel 1 februari 2013), TRV 2013, 797.

• GwH 21 november 2013, nr. 162/2013.

• J. Peeters, «Het gedwongen huwelijk van de werknemers (of de RSZ) met de WCO», Soc.Kron. 2012, (105), p. 108, nr. 9:

• J. Rochfeld, Les grandes notions du droit privé, Parijs, PUF, 2013, 562 p.

•  A. Rizzi, La protection des créanciers à travers l’évolution des procédures collectives, Parijs, LGDJ, 2007, p. 184, nr. 175: 

• M. Grégoire, Théorie générale du concours des créanciers en droit belge, Brussel, Bruylant, 1992, p. 27, nr. 40: «(...) l’égalité des créanciers résulte (...) de l’opposabilité mutuelle, acquise à la même date, des droits réalisés, trouvant nécessairement un point d’équilibre dans une répartition proportionnelle».

• Kh. Nijvel 22 februari 2013, JLMB 2010, 1388.

• A. Van Hoe en M.-A. Vreven, «Knelpunten bij de gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord», TBH 2011, (853), p. 860, nr. 19;

• M. Vanmeenen, «De (veron)gelijk(t)e positie van de schuldeisers bij gerechtelijke reorganisatie via collectief akkoord», DAOR 2011, (289), p. 295, nr. 9.

• A. Vallery en E. Hujoel, «La loi sur la continuité des entreprises à l’épreuve du droit de la concurrence» in A. Zenner en M. Dal (eds.), Actualité de la continuité, continuité de l’actualité. Etat généraux de la continuité des entreprises, Brussel, Larcier, 2012, 651-697; S. Bartholomeeusen, «Quelques aspects de droit de la concurrence» in M. Grégoire en B. Inghels (eds.), La loi relative à la continuité des entreprises, Brussel, Larcier, 2012, 197-219.

• Kh. Tongeren 23 april 2012, RW 2012-13, 266.

• A. Zenner en C. Alter, La loi sur la continuité des entreprises revisitée par la loi du 27 mai 2013, Brussel, Larcier, 2013, p. 13, nr. 4.

• GwH 18 januari 2012, RW 2011-12, 1059, TBH 2012, 435 (overweging B.15.2).

• A. Van Hoe en I. Verougstraete, «De rechtsbescherming van schuldeisers bij een gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord» (noot onder GwH 18 januari 2012), TBH 2012, (443), p. 447, nr. 13.

• J. van Compernolle en G. de Leval, «Pour une conception finaliste et fonctionnelle du formalisme procédural dans le procès civil», JT 2012, 509-513.

• R. De Corte, «Men schiet geen vliegtuig neer omwille van een navigatiefout. Enkele bedenkingen over nietigheden in het gerechtelijk recht” in Actori incumbit probatio, Antwerpen, Maarten Kluwer, 1975, 45-53.

• Cass. 8 november 2012, Arr.Cass. 2012, 2476:

• M.-C. Ernotte en B. Inghels, o.c., JT 2013, 648: «Mais comment justifier que, selon que l’appel porte sur un refus ou sur l’octroi de l’homologation, le litige revête, dans un cas et non dans l’autre, un caractère indivisible? Ce texte nous rend perplexes»

• D. Willermain, «La nouvelle loi sur la continuité des entreprises: présentation générale et règles spécifiques relatives aux cessions d’entreprises» in M. Grégoire (ed.), Questions spéciales de restructuration d’entreprises, Brussel, Bruylant, 2009, (93) 98-99:

• C. Saint-Alary-Houin, Droit des entreprises en difficulté, Parijs, Montchrestien, 2009, p. 703, nr. 1121

• E. Dirix, «Gerechtelijk akkoord. Juridische en conceptuele knelpunten» in M. Tison, C. Van Acker en J. Cerfontaine (eds.), Financiële regulering: op zoek naar nieuwe evenwichten, Antwerpen, Intersentia, 2003, (475) 477:

• Kh. Mechelen 30 januari 2012, TBH 2012, 519;

• Kh. Leuven 25 oktober 2011, TBH 2012, 499.

• Kortrijk 30 november 2011, RW 2012-13, 591. 

• Cass. 23 april 2010, RW 2010-11, 935, kritische noot R. Jansen.

• A.A. Henderickx en M. Werquin, «Les mandataires de justice: devoirs et pouvoirs» in A. Zenner en M. Dal (eds.), Actualité de la continuité, continuité de l’actualité. Etats généraux de la continuité des entreprises, Brussel, Larcier, 2012, (439) 466-469;

• M. Grégoire, «Trop de répartiteurs tue les répartitions» (noot onder Kh. Luik 12 augustus 2010), TBH 2011, 243-250.

• A. Aydogan, «De partnerbescherming na de verschoonbaarverklaring van de gefailleerde handelaar: verleden, heden en toekomst», T.Not. 2013, 494-507.

• J. Vining, From Newton’s Sleep, Princeton, Princeton University Press, 1995, 22-23:

• P. Coussement, «De Wet op de Continuïteit van de Ondernemingen van 31 januari 2009», TBH 2009, (283), p. 289, nr. 15.

• D.G. Baird, «Bankruptcy’s Untested Axioms», Yale Law Journal 1998-99, 573-599.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 08/04/2014 - 15:41
Laatst aangepast op: di, 08/04/2014 - 17:51
Inhoud syndiceren

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.