-A +A

Promotionele praktijken ten aanzien van consumenten

Publicatie
Auteur: 
Keirsbilck Bart
Tijdschrift: 
DCCR
Jaargang: 
juli-december 2013
ISBN nummer: 
85
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

 I. Inleiding
II. Opzet en structuur
III. Reclame
IV. Commerciële communicatie
V. Marketingpraktijk
VI. Marktpraktijk
VII. Handelspraktijk
VIII. Uitnodiging tot aankoop
IX. Promoties inzake prijzen en andere promotionele praktijken
X. Contouren van betere wetgeving in zake promotionele praktijken

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: vr, 21/02/2014 - 12:59
Laatst aangepast op: wo, 28/05/2014 - 15:14

Burgerlijke stuiting van de bevrijdende verjaring: een stand van zaken

Publicatie
Auteur: 
De Ruysscher M
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
843
Samenvatting

In deze bijdrage biedt de auteur een volledig en actueel overzicht van de basisregels inzake stuiting van de bevrijdende verjaring, de zogenaamde burgerlijke stuiting (art. 2244 e.v. BW).

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding

II. Burgerlijke stuiting (art. 2244 e.v. BW)

A. Dagvaarding voor het gerecht

1° Gewone rechtscolleges

Algemeen

Virtuele vorderingen 

Conclusies

Onbevoegde rechter (art. 2246 BW)

Nietige dagvaarding (art. 2247 BW)

Afstand van de eis (art. 2247 BW) 

Afwijzing van de vordering (art. 2247 BW)

Ambtshalve weglating van de rol

2° Arbitrage

3° Gelijkgestelde handelingen

Aangifte van een schuldvordering in het faillissement

Neerleggen van een titel in het dossier van de gerechtelijke reorganisatie

Neerleggen van een klacht met burgerlijke partijstelling

B. Beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State

C. Bevel tot betaling

17. Fiscaal dwangbevel

D. Beslag

E. Erkenning van recht (art. 2248 BW)

Verrichten van een betaling

Betaling van een verjaarde schuld

Opname van een schuld in een boekhouding of een jaarrekening

Uitdrukkelijke schuldbekentenis

Niet antwoorden op een ingebrekestelling

Advies van een derde

Voorbehoudloze opname van een schuld in een verzoekschrift tot collectieve schuldenregeling

F. Afstand van verjaring

G. Ingebrekestelling door advocaat of gerechtsdeurwaarder

H. Hoofdelijke schuldenaars

I. Borgsteller

III. Besluit

 

Bronvermeldingen:

• I. Claeys en M. De Ruysscher, Verjaringsbepalingen in het Belgische recht, Mechelen, Kluwer, 2011, 760-761 (schorsing) en 763-766 (stuiting).

• M. Marchandise, La prescription libératoire en matière civile, Brussel, Larcier, 2007, 117;

• C. Lebon, «Stuiting, schorsing en verlenging van verjaringstermijnen» in I. Claeys (ed.), Verjaring in het privaatrecht. Weet de avond wat de morgen brengt?, Mechelen, Kluwer, 2005, 92;

• A. Van Oevelen, «Recente ontwikkelingen inzake de bevrijdende verjaring in het burgerlijk recht», RW 2000-01, 1442.

• Gent 8 januari 2009, AR 2004/934, www.juridat.be, 

• Gent 9 november 2006, NJW 2007, 706;

• Brussel 28 maart 2006, JT 2006, 344;

• Antwerpen 1 december 2003, RABG 2005, 28.

• Cass. 25 oktober 2010, AR C.09.0615.F, RW 2012-13, 577;

• Arbh. Brussel 12 april 2005, nr. 44235, www.juridat.be.

• Brussel 28 maart 2006, JT 2006, 345.

• Antwerpen 1 december 2003, RABG 2005, 31.

• Brussel 24 februari 2003, RABG 2005, 34, noot H. Spriet.

• M. Somers «De stuiting van de verjaring door dagvaarding (voor een onbevoegde rechter): een stand van zaken» (noot onder Antwerpen 29 maart 2010), RABG 2012, 1041.

• Gent 9 november 2006, NJW 2007, 707.

• Gent 21 september 2012, TROS-nieuwsbrief 2012, nr. 11, p. 11.

• Cass. 12 januari 2010, AR P.09.1266.N, RW 2012-13, 103.

• Cass. 7 juni 2012, AR C.11.0498.N, Pas. 2012, 1320.

• Cass. 26 februari 2007, onuitg., vermeld bij E. Brewaeys, «Dagvaarding stuit verjaring alleen voor al vervallen schuld», DJK 12 september 2007, 12.

• Cass. 8 mei 2006, AR S.05.0005.F, Arr.Cass. 2006, 1044.

• Brussel 26 mei 2010, TFR 2010, 931.

• Arbh. Luik 8 mei 2006, JT 2007, 18.

• Arbrb. Brussel 17 januari 2006, JT 2006, 130).

• Arbh. Bergen 19 februari 2013, JT 2013, 403.

• Arbh. Luik 18 januari 2006, JT 2006, 472.

• Arbrb. Brussel 9 mei 2006, JTT 2007, 13-14.

• S. Mosselmans, Tussenvorderingen in APR, Mechelen, Kluwer, 2007, 149-155.

• Cass. 18 november 2010, AR F.09.0125.F, Pas. 2010, 2986;

• Arbh. Brussel 29 oktober 2009, JTT 2010, 104;

• Bergen 29 april 2009, TFR 2009, 870;

• Brussel 25 maart 2009, FJF 2009, 991;

• C. Eyben en J. Acolty, «La prescription extinctive en droit civil et commercial» in La prescription, Limal, Anthemis, 2011, 83.

• Cass. 18 november 2010, AR F.09.0125.F, Pas. 2010, 2986.

• Brussel 25 maart 2009, FJF 2009, 991.

• B. Van Den Bergh, «Over de stuitende werking van de dagvaarding voor een onbevoegde rechter» (noot onder Cass. 4 mei 2009), TBBR 2011, 297.

• Arbh. Antwerpen 15 maart 2004, Soc.Kron. 2006, 19.

• Cass. 13 oktober 2011, AR C.10.0579.N, Pas. 2011, 2231.

• Antwerpen 29 maart 2010, P&B 2012, 26, RABG 2012, 1032, noot M. Somers.

• Arbh. Luik 26 maart 2010, JTT 2010, 270.

• B. Van Den Bergh, o.c., TBBR 2011, 298; G. de Leval, «L’arbitre et le juge étatique», RDIDC 2005, 8.

• Cass. 8 maart 2013, AR C.11.0770.N, TGR-TWVR 2013, 166;

• Cass. 4 mei 2009, AR C.08.0354.N, Arr.Cass. 2009, 1167.

• Gent 14 december 2012, TROS-nieuwsbrief 2013, nr. 2, p. 19.

• J.-F. Van Drooghenbroeck, «La prescription libératoire: paradigme ou paradoxe de la sécurité juridique?», JT 2004, 337.

• D. Mougenot, «La loi du 16 juillet 2012 modifiant le Code civil et le Code judiciaire en vue de simplifier les règles qui gouvernent le procès civil«, JT 2012, 634.

• B. Vanlerberghe en S. Rutten, «Artikel 780bis van het Gerechtelijk Wetboek en de onduidelijkheid inzake het (ver)nieuw(d)e toepassingsgebied van de nietigheidsleer herbekeken» in De proceswetten van 2007 ... revisited!, Brugge, die Keure, 2009

• Arbitragehof 21 juni 2006, nr. 101/2006.

• X. Taton, «Les irrégularités, nullités et abus de procédure» in Le procès civil accéléré?, Brussel, Larcier, 2007, 209-210. 

• Wet van 16 juli 2012 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en het Gerechtelijk Wetboek, met het oog op een vereenvoudiging van de regels van de burgerlijke rechtspleging, BS 3 augustus 2012.

45 M. Regout-Masson, «La prescription libératoire en matière civile. Examen de la jurisprudence publiée de janvier 2007 à juin 2012», JT 2012, 704. Vgl. Cass. 26 april 2012, AR C.10.0534.N – C.10.0535.N, Pas. 2012, 918.

• Cass. 6 februari 1997, Pas. 1997, I, 177;

• D. Lindemans, «Wet Talen Gerechtszaken, art. 40» in Comm.Ger., Mechelen, Kluwer, 2001, 8.

• H. Boularbah en X. Taton, «Les vices de forme et les délais de procédure. Régime général et irrégularités spécifiques» in Les défenses en droit judiciaire, Brussel, Larcier, 2010, 129-130.

• Cass. 8 maart 2013, AR C.11.0770.N, TGR-TWVR 2013, 166.

• Cass. 27 mei 2010, AR C.09.0103.N, Pas. 2010, 1618.

• Rb. Antwerpen 22 november 2001, TBBR 2004, 148.

• In de praktijk blijkt dat niet alle hoven en rechtbanken deze regel strikt toepassen. Soms worden zaken pas van de rol weggelaten nadat ze ettelijke jaren zonder enige procedureactiviteit op de rol hebben gestaan.

• W. Wilms, Dagvaarding en verjaring, Antwerpen, Maklu, 1990, nr. 110.

• Arbh. Brussel 29 oktober 2009, JTT 2010, 104; Bergen 28 november 2005, JT 2006, 47.

• Arbh. Luik 28 februari 2012, Ius & Actores 2012, 109, JLMB 2012, 621;

• Bergen 21 december 2009, JLMB 2011, 462.

• Luik 4 februari 2013, JT 2013, 140.

• Kh. Brussel 14 mei 2012, JLMB 2012, 1304, noot T. Delahaye;

• Rb. Luik 9 maart 2011, Ius & Actores 2012, 147.

• M. Marchandise, «A propos d’une prescription qui n’est pas: la péremption de l’instance», JT 2013, 129-135;

• J. Van Doninck, «Rechtsverwerking of verjaring van het geding: misbruik van procesrecht op een tweesprong» (noot onder Antwerpen 23 december 2011), RABG 2012, 1049-1055;

• T. Delahaye, «Péremption et prescription du lien d’instance» (noot onder Kh. Brussel 14 mei 2012), JLMB 2012, 1306-1311.

• B. Allemeersch en S. Sobrie, «Qui dormit non peccat. Een nieuwe stelling over de verjaring van het geding» in Liber amicorum Marc Boes, Brugge, die Keure, 2011, 642.

• Cass. 18 maart 2013, AR S.12.0084.F, JT 2013, 343; S. Piedboeuf en J. Feltz, «La prescription du lien d’instance: l’inaction éteint-elle l’action?» in Liber amicorum Noël Simar, Limal, Anthemis, 2013, 551-553.

• M. Marchandise, o.c., 119-120. G. Keutgen en G.-A. Dal, L’arbitrage en droit belge et international, I, Le droit belge, Brussel, Bruylant, 2006, 305; Parl.St. Kamer 1971-72, nr. 195/3, p. 9.

• M. De Ruysscher, «ICC-arbitragereglement vernieuwd» NJW 2012, 406-407; P. Mayer en E. Silva Romero, «Le nouveau règlement d’arbitrage de la Chambre de commerce internationale (CCI)», Rev.Arb. 2011, 917-919.

• Cass. 19 januari 2009, AR S.08.0098.N, Arr.Cass. 2009, 179;

• Cass. 13 november 1997, AR C.95.0361.N, www.juridat.be;

• Arbh. Brussel 3 mei 2006, JTT 2006, 264;

• Rb. Luik 26 juni 2009, Ius & Actores 2010, 181

• Arbrb. Gent 15 juni 2009, AR 08/811, www.juridat.be.

• Cass. 19 januari 2009, AR S.08.0098.N, Arr.Cass. 2009, 179.

• I. Verougstraete, Manuel de la continuité des entreprises et de la faillite, Brussel, Kluwer, 2011, 432). Dit komt in principe op hetzelfde neer.

• Arbh. Luik 17 april 2002, www.juridat.be.

• Arbh. Luik 17 april 2002, www.juridat.be.

• Wet van 31 januari 2009, BS 9 februari 2009.

• Cass. 22 september 2011, AR F.10.0071.N, Pas. 2011, 2025;

• Cass. 12 maart 2008, AR P.07.1523.N/2, Pas. 2008, 667;

• Gent 12 mei 2011, AR 2008/2732, www.juridat.be;

• Brussel 12 mei 2010, RABG 2012, 1055, noot. J. Van Doninck;

• Corr. Verviers 6 mei 2009, JLMB 2009, 1410, noot A.M.;

• Rb. Gent 26 juni 2008, T.Gez. 2009-10, 236, noot.

• Cass. 12 januari 2010, AR P.09.1266.N, Pas. 2010, 75, TBBR 2010, 401, noot M. Dupont;

• Antwerpen 24 november 2010, AR 172/P/2009, www.juridat.be;

• Pol. Charleroi 24 april 2009, RGAR 2010, nr. 14609.

• Cass. 21 januari 1993, Arr.Cass. 1993, 85.

• I. Claeys, «De verjaring van de burgerlijke rechtsvordering na de burgerlijke verjaringswet» in E. Verbruggen en R. Verstraeten (eds.), De verjaring van de strafvordering voor rechtspractici, Leuven, Universitaire Pers Leuven, 2005, 180-182.

• Cass. 16 februari 2006, RABG 2007, 332, noot C. Lebon; Cass. 16 februari 2006, P&B 2006, 111, noot E. Brewaeys.

• Antwerpen 7 februari 2006, Limb.Rechtsl. 2009, 16.

• C. Lebon, «Annulatieberoep bij de Raad van State stuit noch schorst verjaring van burgerlijke aanspraak op schadevergoeding. Scheiding tussen objectief en subjectief contentieux ten top gedreven?» (noot onder Cass. 16 februari 2006), RABG 2007, 334-341;

• A. Van Oevelen, «Heeft een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State een stuitende of schorsende werking op de verjaring van een op een onrechtmatige overheidsdaad gebaseerde vordering tot schadeloosstelling voor de burgerlijke rechter?» (noot onder Cass. 16 februari 2006), RW 2005-06, 1619-1621;

• V. Petitat, «Verjaring inzake overheidsaansprakelijkheid: stuiting, schorsing of stranding door de Raad van State?» (noot onder Cass. 16 februari 2006), CDPK 2006, 727-738.

• GwH 30 september 2009, nr. 151/2009.

• GwH 23 december 2009, nr. 202/2009;

• GwH 30 maart 2010, nr. 31/2010;

• GwH 29 april 2010, nr. 49/2010;

• GwH 13 januari 2011, nr. 3/2011.

• Cass. 1 februari 2013, AR C.11.0583.N, www.juridat.be.

• Gent 8 juni 2012, TROS-nieuwsbrief 2012, afl. 9, 12 (samenvatting).

• A. Van Oevelen, «Algemeen overzicht van de bevrijdende verjaring en de vervaltermijnen in het Belgisch recht», TPR 1987, 1811.

• Antwerpen 16 mei 2011, P&B 2012, 43.

• Rb. Mechelen 2 november 2010, P&B 2012, 137.

• K. Tobback en J. Van Caeyzeele, «Het bijzondere verjaringsregime van vorderingen tegen de overheid: wat was, wat is en wat verdwijnt? Een overzicht voor de praktijkjurist», T.Aann. 2012, 8-33;

• M. Kaiser, «La prescription des créances contre les pouvoirs publics» in La prescription, Limal, Anthemis, 2011, 263-307.

• Antwerpen 16 mei 2011, P&B 2012, 45

• Cass. 3 juni 2011, RABG 2011, 1219, noot M. Baetens-Spetschinsky;

• Cass. 8 april 1999, AR C.98.0033.F, Arr.Cass. 1999, 472;

• Cass. 7 december 1995, AR C.95.0239.N, Arr.Cass. 1995, 1096;

• Bergen 15 januari 2007, JLMB 2007, 1167;

• Beslagr. Gent 19 januari 2010, NJW 2012, 142.

• J. van Compernolle en G. de Leval, L’astreinte, Brussel, Larcier, 2013, 92;

• M. Baetens-Spetschinsky en O. Stevens, «Le moyen de prescription de l’astreinte» in Dwangsom. Omdat het moet, CABG 2012, 47-51.

• P. Wouters, «Het «verjaringsstuitend bevel tot betaling» stuit de verjaring niet: het ene bevel is het andere niet», TFR 2006, 659.

• Gent 20 december 2005, TFR 2006, 810, noot L. De Meyere.

• Antwerpen 23 september 2008, TFR 2009, 187.

• Gent 28 februari 2011, RABG 2012, 585, noot P. Kortbeek).

• Claes, «De verjaring van directe belastingen» in I. Claeys (ed.), Verjaring in het privaatrecht. Weet de avond wat de morgen brengt?, Mechelen, Kluwer, 2005, 342.

• Cass. 21 februari 2003, AR C.01.0287.N, Arr.Cass. 2003, 454.

• Cass. 10 oktober 2002, AR C.01.0067.F, Arr.Cass. 2002, 2120.

• B. Vanermen, «De verjaring van betwiste directe belastingen: een stand van zaken», RW 2005-06, 561-570.

• Arbitragehof 7 december 2005, nr. 177/2005.

• Arbitragehof 1 februari 2006, nr. 20/2006.

• Cass. 17 januari 2008, AR F.07.0057.N, TFR 2008, 783, noot B. Vanermen;

• Cass. 13 maart 2009, AR F.07.0084.N-F.07.0104.N, onuitg., vermeld door Beslagr. Gent 9 juni 2009, RW 2010-11, 1183;

• Cass. 1 oktober 2010, AR C.09.0512.N, Pas. 2010, 2465.

• Bergen 3 juni 2011, JDF 2011, 107, noot M.B.;

• Antwerpen 5 september 2006, NJW 2007, 132;

• Beslagr. Gent 9 juni 2009, RW 2010-11, 1183;

• Rb. Leuven 2 juni 2006, TFR 2007, 128;

• Rb. Antwerpen 7 april 2006, TFR 2006, 681.

• Rb. Leuven 9 september 2005, TFR 2006, 678; Rb.

• Antwerpen 21 december 2005, TFR 2006, 894.

• B. Vanermen, «De verjaring van betwiste belastingen en btw» in CBR (ed.), De verjaring, Antwerpen, Intersentia, 2007, 282 e.v.;

• E. Van Brustem, «L’article 49 de la loi-programme du 9 juillet 2004: loi interprétative, rétroactive et procédures pendantes au regard de la Convention européenne de sauvegarde des droits de l’homme et des libertés fondamentales», RGCF 2006, 143;

• R. Forestini en E. Orlando, «La prescription du recouvrement de la créance fiscale: du nouveau?», RGCF 2005, 304.

• Brussel 10 september 2009, FJF 2010, 321.

• Bergen 3 juni 2011, JDF 2011, 107, noot M.B.

• Rb. Gent 24 juni 2008, TFR 2009, 222, noot B. Coopman en S. Vancolen

• Gent 31 mei 2011, TFR 2011, 912.

• EHRM nr. 23819/06.

• Cass. 20 mei 2008, RW 2010-11, 1257;

• B. Vanermen, «De verjaringsstuitende werking van het beslag onder derden» (noot onder Antwerpen 17 januari 2006), TFR 2006, 688.

• Cass. 7 november 2011, AR C.06.0192.F, Pas. 2011, 2443.

• Luik 22 november 2007, JT 2008, 336.

• Rb. Luik 31 oktober 2005, Rev.not.b. 2006, 295;

• Vred. Leuven 23 juni 2005, Jaarboek Kredietrecht 2005, 30.

• Bergen 6 februari 2009, www.fisconet.fgov.be.

• Vred. Etterbeek 23 maart 2009, T.Vred. 2010, 420.

• Arbh. Brussel 16 februari 2006, AR nr. 41.798, www.juridat.be.

• Rb. Gent 8 september 2010, TGR 2011, 172.

• Arbrb. Doornik 27 mei 2010, JLMB 2010, 2035.

• Rb. Antwerpen 6 januari 2005, RW 2006-07, 185;

• Rb. Antwerpen 28 november 2003, RW 2004-05, 870.

• Arbh. Brussel 28 juni 2012, JTT 2012, 432 

• Gent 16 oktober 2012, P&B 2013, 83.

• P. Van Ommeslaghe, Droit des obligations, III, Brussel, Bruylant, 2010, 2139.

• Beslagr. Gent 8 mei 2012, P&B 2012, 196.

• Gent 22 juni 2010, TFR 2010, 1040.

• Rb. Gent 16 maart 2009, FJF 2010, 433.

• Antwerpen 6 maart 2012, TFR 2012, 801;

• Antwerpen 13 oktober 2009, TFR 2011, 433.

• Cass. 15 februari 2013, AR F.11.0020.N, www.juridat.be.

• Antwerpen 21 april 2008, NJW 2009, 684.

• Arbh. Gent 18 mei 2006, Inf.RIZIV 2006, 375.

• C. Cauffman, «Verlenging van de garantietermijn versus schorsing en stuiting van de verjaringstermijn» (noot onder Kh. Nijvel 3 november 2009), DCCR 2011, 90.

• B. Samyn, Privaatrechtelijk bewijs. Een diepgaand en praktisch overzicht, Gent, Story Publishers, 2012, 217.

• Gent 18 december 2006, T.Not. 2007, 396.

• Cass. 23 oktober 1986, RW 1986-87, 2094;

• Luik 29 april 2004, JLMB 2006, 127;

• Rb. Brugge 22 december 2000, De Verz. 2001, 1768.

• S. Stijns, I. Samoy en A. Lenaerts, «De rol van de wil en het gedrag van partijen bij de bevrijdende verjaring», RW 2010-11, (1538) 1544; 

• L. Cornelis, Algemene theorie van de verbintenis, Antwerpen, Intersentia, 2000, 922.

• I. Claeys en L. Snauwaert, «De verjaringsstuitende buitengerechtelijke ingebrekestelling», RW 2013-14, 803-814.

• Gent 19 januari 2010, TGR 2010, 205;

• T. Schepens, «Verjaring van de vordering tot voldoening van de ontdoken BTW lastens daders en medeplichtigen» (noot onder Rb. Antwerpen 4 april 2008), TFR 2008, 1083.

• Cass. 9 juni 2006, TBBR 2008, 97.

• Cass. 3 maart 2003, RW 2004-05, 466.

• Cass. 16 december 2004, AR C.02.020212.N en C.02.020251.N, Arr.Cass. 2004, 2054;

• Antwerpen 31 maart 2010, nr. 2009/AR/92, www.juridat.be;

• Antwerpen 8 september 2010, RW 2012-13, 307;

• Brussel 12 september 2008, NJW 2009, 414;

• Pol. Brugge 20 mei 2009, RW 2009-10, 1404.

• Antwerpen 13 september 2011, Fisc.Act. 2011, 16.

• Cass. 28 maart 2011, AR S.10.0039.F, RW 2011-12, 1849).

• Antwerpen 2 maart 2005, TFR 2005, 716).

• Arbh. Gent 9 november 2010, AR 2009/AR/289, www.juridat.be.

• Cass. 20 mei 2010, RW 2010-11, 1257; Cass. 20 mei 2008, RW 2010-11,1257; Gent 8 mei 2012, NJW 2012, 810.

• Cass. 19 januari 2009, AR S.08.0098.N, Arr.Cass. 2009, 179.

 

Noot

Dagvaarding voor een onbevoegde buitenlandse rechter stuit de verjaring.

Artikel 2246 B.W. stelt dat ook een dagvaarding voor een onbevoegde rechter de verjaring stuit.

Deze regel geldt ook voor een dagvaarding voor een onbevoegde buitenlandse rechter en ondermeer wanneer een Belgische rechter dient te oordelen over een vordering gesteund op het CMR-verdrag.

Zie Hof van Cassatie, 13.10.2011, rechtskundig weekblad, 2013-2014, kolom 500. 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: zo, 16/02/2014 - 14:22
Laatst aangepast op: za, 31/05/2014 - 00:19

Evolutiepolen van de onrechtmatige bedingenleer.

Publicatie
Auteur: 
Stijns Sophie
Tijdschrift: 
DCCR
Jaargang: 
juli-december 2013
Pagina: 
141
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding
1. Situering
2. Opzet en plan
II. Ratio legis
A. De ongelijkheid tussen de contractpartijen als invalshoek in het Belgisch recht
III. Toetsing van het contractueel evenwicht: correctiemechanisme voor de ongelijkheid tussen contractpartijen
IV. Tempering van de contractvrijheid en de bindende kracht
B. Twee verklarende modellen vanuit een Europese invalshoek
V. Twee verklarende modellen
VI. Theorie in zake misbruik van machtspositie
VII. Transactiekosten – theorie
VIII. Richtlijn oneerlijke bedingen (richtlijn 93/13/EEG van de raad van 05.04.1993 betreffende oneerlijke bedingen in de consumentenovereenkomsten)
3. Algemene toetsingsnorm
IX. Ruime rechterlijke appreciatie
A. Het onevenwichtscriterium: evolutie naar een alomvattende belangenafweging.
X. Kennelijk onevenwicht tussen rechten en plichten
XI. Marginale toetsing
XII. Wettelijke beoordelingscriteria
XIII. Omvattende belangenafweging
XIV. Transparantievereiste: wettelijk verankerd in de onrechtmatigheidstoets

 


Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: ma, 27/01/2014 - 02:14
Laatst aangepast op: za, 31/05/2014 - 00:26

Verordening (EU) Nr. 524/2014 betreffende online beslechting van consumentengeschillen

Deze verordening wijzigt verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG (verordening ODR consumenten.

Onderaan deze pagina kan de richtlijn worden gedwonload als bestandsbijlage in pdf

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 24/01/2014 - 03:29
Laatst aangepast op: vr, 24/01/2014 - 03:29

De rol van het slachtoffer in het straf(proces)recht samenvatting in het RW

Titel van het boek: 
De rol van het slachtoffer in het straf(proces)recht: op zoek naar een optimaal evenwicht tussen publieke interventie en private betrokkenheid
Publicatie
Auteur: 
Verhelst S
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
763
Samenvatting

Samenvatting van het doctoraal proefschrift met als titel «De rol van het slachtoffer in het straf(proces)recht: op zoek naar een optimaal evenwicht tussen publieke interventie en private betrokkenheid».

In dit proefschrift is de auteur ingegaan op de rol die slachtoffers van misdrijven (dienen te) hebben in elke fase van de strafprocedure en is er een antwoord geformuleerd op de vraag waar het beoogde evenwicht ligt tussen enerzijds die rol voor slachtoffers en anderzijds het optreden van de publieke instantie.

In de bijdrage gepubliceerd in het RW over dit doctoraal proefschrift wordt voornamelijk stilgestaan bij de conclusies die uit het gevoerde doctoraatsonderzoek kunnen worden getrokken. 

Inhoudstafel tekst: 
De rol van het slachtoffer in het straf(proces)recht: op zoek naar een optimaal evenwicht tussen publieke interventie en private betrokkenheid
Stephanie VERHELST

I. Inleiding

II. Probleemstelling en onderzoeksvragen

III. Conclusies en aanbevelingen

A. Principes ter verantwoording van het optreden van de Staat en de inmenging van het slachtoffer

B. Welke rechten dient het slachtoffer te krijgen?

1° Actief en passief informatierecht

a) Passief informatierecht

(i) Het huidige passieve informatierecht

(ii) Voorstel: uitbreiding van het passief informatierecht

b) Actief informatierecht

(i) Het huidige actieve informatierecht

(ii) Voorstel: uitbreiding van het actief informatierecht door toekenning van spreekrecht

2° Op gang brengen van de vervolging als «correctiemechanisme»

a) Klachtmisdrijven

b) Klacht met burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter en rechtstreekse dagvaarding

(i) De rechtvaardiging

(ii) Voorstel: aanpassingen

3° Toetsing aan Europese en internationale instrumenten

a) Algemeen regelgevend kader

b) Toetsing van de voorstellen tot wijziging

(i) Uitbreiding van het passief en actief informatierecht

(ii) Beperking in het raam van het recht om via klacht met burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter de strafprocedure op gang te brengen

C. Hoe dient het strafrechtelijk systeem te evolueren?

1° Communicatieve en participatieve justitie binnen een publiekrechtelijk kader

a) Binnen een publiekrechtelijk kader

b) Het slachtoffer als participant

2° Het slachtoffer als gebruiker van dienstverlening van de Staat

a) De organisatie van slachtofferzorg

b) Privatisering voor bijkomende onderzoeksdaden

IV. Slotbeschouwing

Geciteerde bronnen

• C.P.M. Cleiren, «Genoegdoening aan slachtoffers in het strafrecht», Hand. NJV 2003, afl. 1, (33)

• L. Dupont en R. Verstraeten, Handboek Belgisch strafrecht, Leuven, Acco, 1990, 77;

• J.J. Haus, Principes généraux du droit pénal belge, I, Gent, Librairie générale de Ad. Hoste, 1879, 2.

• H. Weyers en M. Hertogh, Legitimiteit betwist: een verkennend literatuuronderzoek naar de ervaren legitimiteit van het justitieoptreden, 2007, www.wodc.nl, 6.

• A. Van Damme, L. Pauwels, S. Pleysier en M. Van De Velde, «Beelden van vertrouwen: het vertrouwen in politie en justitie in perspectief geplaatst», Orde dag 2010, afl. 52, (7) 9.

• D.A. Berents, Het werk van de vos. Samenleving en criminaliteit in de late middeleeuwen, Zutphen, De Walburg Pers, 1985, 98;

• J. Gilissen en F. Gorlé, Historische inleiding tot het recht. Deel 1 ontstaan en evolutie van de belangrijkste rechtsstelsels, Antwerpen, Kluwer rechtswetenschappen, 1991, 38;

• J. Monballyu, Zes eeuwen strafrecht. De geschiedenis van het Belgische strafrecht (1400-2000), Leuven, Acco, 2006, 60.

• L. Arnauts, «Het slachtoffer in het strafproces: het grote misverstand», Orde dag 1998, afl. 4, (53) 54-55.

• M. Hildebrandt, Straf(begrip) en procesbeginsel. Een onderzoek naar de betekenis van het fenomeen en de term straf en de waarde van het procesbeginsel naar aanleiding van de consensuele afdoening van strafzaken, doctoraatsproefschrift Erasmus Universiteit Rotterdam, 2002, http://works.bepress.com/cgi/viewcontent.cgi?article=1018&context=mireil..., 37-38, 68, 139 en 513-514.

•C. Van Den Wyngaert, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Antwerpen, Maklu, 2011, 826.

• R. Verstraeten en A. Dierickx, «Enkele beschouwingen omtrent de rol van het slachtoffer in de strafprocedure» in L. Dupont en F. Hutsebaut (eds.), Herstelrecht tussen toekomst en verleden. Liber Amicorum Tony Peters, Leuven, Universitaire Pers Leuven, 2001, (537) 539-540.

• R.S.B. Kool, «Op zoek naar de grens. Een verkenning van de positie van het slachtoffer in het strafproces» in C.H. Brants, P.A.M. Mevis en E. Prakken (eds.), Legitieme strafvordering. Rechten van de mens als inspiratie in de 21ste eeuw, Antwerpen, Intersentia, 2001, (157) 163.

• P. Duinslaeger en K. De Schepper, «Wie is er bang van de strafrechter? Reflecties over een gerechtvaardigd vertrouwen» in F. Deruyck en M. Rozie (eds.), Het strafrecht bedreven: Liber Amicorum Alain De Nauw, Brugge, die Keure, 2011, (233) 233 en 237;

• W. Meyvis, «Ontwikkelingen in de hulpverlening aan slachtoffers van misdrijven in België» in S. Snacken en D. Martin (eds.), Slachtofferhulp en strafrechtsbedeling. Studiedag vrijdag 26 oktober 1990, Antwerpen, Kluwer, 1991, (93) 105;

• W. Meyvis, «Slachtofferhulp in beweging» in T. Peters en J. Goethals (eds.), De achterkant van de

• Verslag namens de commissie voor de justitie uitgebracht door de heer Stefaan Van Hecke bij het wetsontwerp houdende diverse bepalingen betreffende justitie, Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 2429/006, p. 53: «Het voordeel van de regeling voor de benadeelde persoon is vooral het feit dat hij in een bepaalde stand van een rechtsgeding beter zal kunnen beoordelen of een burgerlijke partijstelling raadzaam is».

• I. Aertsen en T. Peters, «Herstelbemiddeling in slachtofferperspectief», TvCr 1997, (372) 376;

• L. De Geyter, «Alternatieve methoden tot beslechting van geschillen, in het bijzonder de bemiddeling» in Departement Vorming en Opleiding van de Orde van Advocaten van de Balie van Kortrijk (ed.), Recente ontwikkelingen in het strafrecht, Gent, Larcier, 2008, (309) 340;

• B. De Ruyver en K. Van Impe, «De minnelijke schikking en de bemiddeling in strafzaken», RW 2000-01, (445) 450;

• F. W. Gay, «Restorative Justice and the Prosecutor», Fordham Urb. L.J. 1999-2000, (1651) 1653; L. Kurki, «Restorative and Community Justice in the United States», Crime. & Just. 2000, (235) 270;

• A. Lemonne en I. Vanfraechem, «Evaluatie van de voorzieningen ten behoeve van slachtoffers van inbreuken: de belangrijkste bevindingen» in I. Vanfraechem, A. Lemonne en C. Vanneste (eds.), Wanneer het systeem de slachtoffers ontmoet. Eerste resultaten van een evaluatieonderzoek aangaande slachtofferbeleid, Gent, Academia Press, 2010, (13) 80;

• L. Nouwynck, «Droits des victimes, justice réparatrice et médiation en matière pénale» in A. Jacobs en K. Lauwaert (eds.), Le droit des victimes, Luik, Anthemis, 2010, (63) 92-93;

• I. Vanfraechem en A. Lemonne, «Willen slachtoffers participeren aan de gerechtelijke procedure? Enkele vaststellingen vanuit het onderzoek naar de evaluatie van het slachtofferbeleid in België», Nieuwsbrief Suggnomè 2008, nr. 2, (24) 27, http://nicc.fgov.be/index.aspx?SGREF=3025.

• S. Verhelst, De rol van het slachtoffer in het straf(proces)recht, Antwerpen, Intersentia, 2013, nrs. 635-648.

• Vervolging in de aanwijzing slachtofferzorg, Stcrt. 2010, 20476, www.om.nl/organisatie/beleidsregels;

• A.K. De Graauw, «Spreekrecht ter zitting», Trema 2004, afl. 8, (346) 348; J.W. De Keijser en M. Malsch, «Is spreken zilver en zwijgen goud? Spreekrecht en het ontstemde slachtoffer», DD 2002, (5) 7;

• M.S. Groenhuijsen, «Straftoemeting en de consequenties van een delict voor het slachtoffer», DD 1996, afl. 7, (605) 611;

• M.S. Groenhuijsen en N.J.M. Kwakman, «Het slachtoffer in het vooronderzoek» in M.S. Groenhuijsen en G. Knigge (eds.), Dwangmiddelen en rechtsmiddelen. Derde interimrapport onderzoeksproject Strafvordering 2001, Deventer, Kluwer, 2002, (773) 889;

• R. Kool en M. Moerings, «The Victim Has the Floor. The Victim’s Right to be Heard in Writing or Orally in the Dutch Courtroom», Eur. J. Crime Crim. L. & Crim. Just. 2004, (46) 53;

• F.F. Langemeijer, Het slachtoffer en het strafproces, Deventer, Kluwer, 2010, 80; S.B.L. Leferink

• K.H. Vos, Spreekrecht en schriftelijke slachtofferverklaring: recht of kans?, Utrecht, 2008, http://www.slachtofferhulp.nl/documents/File/Onderzoek%20spreekrecht.pdf, 15 en 34; K. Lens,

• A. Pemberton en M. Groenhuijsen, Het spreekrecht in Nederland: een bijdrage aan het emotioneel herstel van slachtoffers?, Tilburg, PrismaPrint, 2010,

• 8; A. Pemberton, «Het spreekrecht: vergelding of herstel?», Tijdschrift voor Herstelrecht 2005, afl. 3, (34) 36

• A.L.J. Van Strien, «De positie van slachtoffers in het strafproces» in M.S. Groenhuijsen en G. Knigge (eds.), Het onderzoek ter zitting. Eerste interimrapport onderzoeksproject Strafvordering 2001, Deventer, Gouda Quint, 2001, (233) 260.

• Roberts en E. Erez, «Communication at Sentencing: The Expressive Function of Victim Impact Statements» in A. Bottoms en J.V. Roberts (eds.), Hearing the Victim. Adversarial Justice, Crime Victims and the State, Devon, Willan Publishing, 2010, (232) 235.

• P. Arnou, in Comm.Straf., (1) 3.

• R.A. Fairfax, Jr., «Delegation of the Criminal Prosecution Function to Private Actors», UC Davis Law Review 2009, (411) 428 en 431 en 433; D.D. Friedman, Law’s Order. What Economics Has to Do with Law and Why it Matters, Princeton, Princeton University Press, 2000, 282;

• H. Kerkmeester, «Bestrijding van onveiligheid: een economische vergelijking van juridische instrumenten» in E.R. Muller (ed.), Veiligheid. Studies over inhoud, organisatie en maatregelen, Alphen aan den Rijn, Kluwer, 2004, (741) 741;

• D. Levinne, «Public Wrongs and Private Rights: Limiting the Victim’s Role in a System of Public Prosecution», Northwestern University Law Review 2010, (335) 357;

• S. Shavell, «The Fundamental divergence Between the Private and the Social Motive to Use the Legal System», Journal of Legal Studies 1997, (575) 600;

• S.I. Weisburst, «Judicial Review of Settlements and Consent Decrees: An Economic Analysis», Journal of Legal Studies 1999, (55) 89.

• R. Verstraeten, «Nieuwe rechten voor het slachtoffer tijdens het vooronderzoek» in Het vernieuwde strafprocesrecht. Een eerste commentaar bij de wet van 12 maart 1998, Antwerpen, Maklu, 1998, (188) 202.

• A. De Nauw, «De criminaliteitsbestrijding in het gerechtelijk arrondissement Brussel. Enkele persoonlijke visies over het beleid van het parket» in P. Cosyns en C. Eliaerts (eds.), Trends in criminaliteit & criminaliteitsbestrijding, Antwerpen, Kluwer, 1982, (83) 98;

• F. Hutsebaut, «De positie van de benadeelde in het Belgisch strafproces», Panopticon 1985, (410) 421;

• J. Pradel, Procédure pénale, Parijs, E.C., 2008, 245;

• R. Verstraeten, D. Van Daele, A. Bailleux en J. Huysmans, De burgerlijke partijstelling: analyse en toekomstperspectief. Een rechtsvergelijkende studie, Antwerpen, Intersentia, 2012, 280-281.

• Y. Liégeois, «De onvermijdelijke evolutie van het strafprocesrecht» in F. Deruyck, M. De Swaef, J. Rozie, M. Rozie, P. Traest en R. Verstraeten (eds.), De wet voorbij. Liber Amicorum Luc Huybrechts, Antwerpen, Intersentia, 2010, (221) 245;

• R. Verstraeten, D. Van Daele, A. Bailleux en J. Huysmans, o.c., 286-288. Deze vaststelling is afgeleid uit gegevens van statistische analyses van het openbaar ministerie (doorlooptijden gerechtelijke onderzoeken: van de instroom op het parket tot het vonnis ten gronde (referentieperiode 2005-2009). Statistische analyse, goedgekeurd door het College van Procureurs-generaal op 20 januari 2011, 48).

• S. Verhelst, De rol van het slachtoffer in het straf(proces)recht, Antwerpen, Intersentia, 2013, nrs. 247-274.

• S. Detraz, «Le nouveau dispositif de recevabilité de la plainte avec constitution de partie civile», JCP G 2008, 111, (13) 17.

• S. Verhelst, De rol van het slachtoffer in het straf(proces)recht, Antwerpen, Intersentia, 2013, nrs. 275-301.

• EHRM, Perez t/ Frankrijk, Rev.dr.pén. 2006, (657) 662, § 68, noot H.-D. Bosly:

• EHRM, Perez t/ Frankrijk, Rev.dr.pén. 2006, (657) 662, § 70, noot H.-D. Bosly:

• EHRM, Helmers t/ Zweden, 1991:

• Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad nr. 2012/29/EU, 25 oktober 2012 tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/220/JBZ, Pb.L. 14 november 2012, afl. 315, p. 57.

• Kaderbesluit Raad nr. 2001/220/JBZ, 15 maart 2001 inzake de status van het slachtoffer in de strafprocedure, Pb.L. 22 maart 2001, afl. 82, p. 1.

• L. Dupont, «De voorstellen van de subcommissies in hun samenhang» in I. Aertsen, K. Beyens, S. De Valck en F. Pieters (eds.), De commissie Holsters buitenspel? De voorstellen van de commissie Strafuitvoeringsrechtbanken, externe rechtspositie van gedetineerden en straftoemeting, Brussel, Politeia, 2004, (99) 105 en 131;

• H. Lamon en N. Staessens, «De voorstellen van de subcommissie Straftoemeting becommentarieerd» in I. Aertsen, K. Beyens, S. De Valck en F. Pieters (eds.), De commissie Holsters buitenspel? De voorstellen van de commissie Strafuitvoeringsrechtbanken, externe rechtspositie van gedetineerden en straftoemeting, Brussel, Politeia, 2004, (27) 27;

• M. Rozie, «De voorstellen van de subcommissie Straftoemeting» in I. Aertsen, K. Beyens, S. De Valck en F. Pieters (eds.), De commissie Holsters buitenspel? De voorstellen van de commissie Strafuitvoeringsrechtbanken, externe rechtspositie van gedetineerden en straftoemeting, Brussel, Politeia, 2004, (21) 21.

• W. Meyvis, «Voorrang aan alternatieve sancties» in W. Meyvis en D. Martin (eds.), Alternatieve maatregelen en straffen. Penologisch vademecum, Heule, UGA, 1997, (5) 12.

• K. Beyens, «Reflecties omtrent het hedendaagse rechtspreken» in F. Verbruggen, R. Verstraeten, D. Van Daele en B. Spriet (eds.), Strafrecht als roeping. Liber amicorum Lieven Dupont, Leuven, Universitaire Pers Leuven, 2005, (287) 294.

• I. Edwards, «An Ambiguous Participant. The Crime Victim and Criminal Justice Decision-making», British Journal of Criminology 2004, (967) 973.

• K. Beyens, o.c., in F. Verbruggen, R. Verstraeten, D. Van Daele en B. Spriet (eds.), Strafrecht als roeping. Liber amicorum Lieven Dupont, 293;

• F. Tulkens en M. Van De Kerchove, «La justice pénale: justice imposée, justice participative, justice consensuelle ou justice negociée?», Rev.dr.pén. 1996, (445) 448.

• F. Tulkens en M. Van De Kerchove, ibid.

• B. Bouckaert, «Efficiëntie of rechtvaardigheid: het onvermijdelijke dilemma?», Tijdschrift voor Sociale Wetenschappen 1984, (101) 112;

• R. Cooter en T. Ulen, Law and Economics, Glenview, Scott, Foresman and Company, 1988, 512.

• R.A. Fairfax Jr., «Delegation of the Criminal Prosecution Function to Private Actors», UC Davis Law Review 2009, (411) 428 en 431 en 433;

• D.D. Friedman, Law’s Order. What Economics Has to Do with Law and Why it Matters, Princeton, Princeton University Press, 2000, 282;

• S.I. Weisburst, «Judicial Review of Settlements and Consent Decrees: An Economic Analysis», Journal of Legal Studies 1999, (55) 89.

• K. Albertson en C. Fox, Crime and Economics. An Introduction, Londen, Routledge, 2012, 157;

• G.K. McGuickin en J. Brown, «Managing Risk from Sex Offenders Living in Communities: Comparing Police, Press and Public Perceptions», Risk Management 2001, vol. 3, nr. 1, (47) 48.

• B. De Smet, «De tendens tot overaccentuering van het slachtoffer in het strafproces», Panopticon 1998, (387) 482;

• B. De Smet, «De justitie in de steigers. Beschouwingen over het ontwerp Franchimont als steunpijler van een moderne gerechtelijke constructie», Panopticon 1997, (209) 211.

• N.J.M. Kwakman, «Europa en slachtoffers van delicten», http://recht.nl/mfwd/0000X75DFS0001YECE4, 14.

• A.K. De Graauw, «Spreekrecht ter zitting», Trema 2004, (346) 355;

• K. Lens, A. Pemberton en M. Groenhuijsen, Het spreekrecht in Nederland: een bijdrage aan het emotioneel herstel van slachtoffers?, Tilburg, PrismaPrint, 2010, 9.

• J. Rozie, «Verzachtende omstandigheden» in CBR (ed.), Jaarboek 2012-13, Antwerpen, Intersentia, 2013, (1) 6.

• F. Hutsebaut, «De Wet-Franchimont: een belangrijke stap inzake de rechtspositie van slachtoffers van misdrijven», Orde dag 1999, afl. 5, (69) 78;

• D; M. Minnaert, Disfuncties en belangen van de burger, politie en justitie, integratie en reorganisatie, opsporing en onderzoeksrechter: Acht (Octopus-)armen rondom het gerechtelijk strafonderzoek, Gent, Mys & Breesch, 1998, 162;

• D. Vandermeersch, «De nieuwe rechten van de procespartijen in de voorbereidende fase van het strafproces», Vigiles 1999, afl. 1, (38) 50.

• B.L. Benson, The Enterprise of Law. Justice Without the State, San Fransisco, Pacific Research Institute for Public Policy, 1990, 98 en 276;

• W. Meyvis, «Ontwikkelingen in de hulpverlening aan slachtoffers van misdrijven in België» in S. Snacken en D. Martin (eds.), Slachtofferhulp en strafrechtsbedeling. Studiedag vrijdag 26 oktober 1990, Antwerpen, Kluwer, 1991, (93) 105;

• W. Meyvis, «Slachtofferhulp in beweging» in T. Peters en J. Goethals (eds.), De achterkant van de criminaliteit. Over victimologie, slachtofferhulp en strafrechtsbedeling, Antwerpen, Kluwer, 1994, (231) 255.

• T. Maeseele en L. De Droogh, «Heeft het recht hulp nodig?», Alert 2009, afl. 1, (53) 58.

• A.A. Alchian en S. Woodward, «Reflections on the Theory of the Firm», Journal of Institutional and Theoretical Economics 1987, vol. 143, afl. 1, (110) 132;

• R.H. Coase, «The Nature of the Firm», Economica 1937, vol. 4, afl. 16, (386) 393-395;

• R.H. Coase, «The Nature of the Firm: Meaning», Journal of Law, Economics & Organization 1988, vol. 4, afl. 1, (19) 19 en 32;

• R.H. Coase, «The Nature of the Firm: Influence», Journal of Law, Economics & Organization 1988, vol. 4, afl. 1, (33) 39 en 40;

• A. Madhok, «Reassessing the Fundamentals and Beyond: Ronald Coase, the Transaction Cost and Resource-based Theories of the Firm and the Institutional Structure of Production», Strategic Management Journal 2002, vol. 23, afl. 6, (535) 536;

• P.R. Nayyar en R.K. Kazanjian, «Organizing to Attain Potential Benefits from Information Asymmetries and Economies of Scope in Related Diversified Firms», The Academy of Management Review 1993, vol. 18, afl. 4, (735) 735 en 742.

• R.H. Coase, «The Nature of the Firm: Influence», Journal of Law, Economics & Organization 1988, vol. 4, afl. 1, (33 ) 42;

• E. Van Hove, M. Verstraeten en A. Souffriau (promotoren: R. Roose, G. Verschelden en N. Vettenburg), Evaluatieonderzoek vrijwilligerswerking bij de hulp- en dienstverlening aan slachtoffers door de centra voor algemeen welzijnswerk, Gent, UGent in samenwerking met Hogeschool Gent en VUB, 2009, https://wvg.vlaanderen.be/applicaties/kenniscentrum/pdf/rapportslachtoff..., 104 en 105.

• Algemene beleidsnota justitie, 19 december 2011, Parl.St. Kamer 2011-12, nr. 1964/002, p. 18

Voor het volledige doctoraatsproefschrift, zie S. Verhelst, De rol van het slachtoffer in het straf(proces)recht, Antwerpen, Intersentia, 2013, nrs. 459-478 (aanwezig in bibliotheek Advocatenkantoor Elfri De Neve)..


 

Bespreking door uitgever en auteurs:

Waarom hebben we dit boek geschreven ?
Welke zijn mijn rechten als slachtoffer van een misdrijf?
Om het antwoord op deze vraag te vinden, moet je als slachtoffer vaak een hele zoektocht ondernemen: je loopt van de ene dienst naar de andere, leest talrijke folders en eventueel zelfs een moeilijk juridisch handboek. Wanneer je bezig bent met de verwerking van een schokkende gebeurtenis, is die zoektocht een hele opgave. En een uitweg vinden uit de doolhof van het strafrecht is niet zo evident.

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: za, 11/01/2014 - 21:19
Laatst aangepast op: wo, 09/07/2014 - 16:37

Schaderegeling in België

Titel van het boek: 
Recht en Praktijk
Publicatie
Auteur: 
Ulrichts Hilde
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2013
ISBN nummer: 
9789046561539

Beschrijving van dit boek door de uitgever:

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: ma, 06/01/2014 - 13:19
Laatst aangepast op: za, 15/03/2014 - 18:44

Overzicht van procesregels inzake Intellectuele Eigendomsrechten

Publicatie
Auteur: 
Vandewynckel S
Auteur: 
Verlinden M
Auteur: 
Meyer G
Uitgever: 
UGA
Jaargang: 
2013
ISBN nummer: 
9789089774712
Samenvatting

Bespreking door de uitgever

Wat zijn de toepasselijke rechtsregels in het kader van burgerlijke procedures die betrekking hebben op intellectuele eigendomsrechten? Welke soorten procedures bestaan er? Wie mag ze instellen? Welke instanties zijn bevoegd ? Welke procesregels dienen rechthebbenden te volgen wanneer er strafrechtelijke inbreuken worden vastgesteld, onder andere door douaneautoriteiten?

Op deze hoofdvragen willen de auteurs een antwoord bieden. Zij geven daarbij per intellectueel eigendomsrecht (auteursrecht en naburige rechten, beschermde computerprogramma’s, beschermde databanken, merkenrecht, tekeningen- en modellenrecht, Belgisch en Europees octrooirecht, enz.) een overzicht van de belangrijkste procesregels die in acht moeten worden genomen. Het gaat hierbij voornamelijk om Belgisch recht, maar ook internationale, Europese en Benelux rechtsregels zijn van belang. Alvorens op deze vragen in te gaan geven de auteurs een summier overzicht van de verschillende intellectuele eigendomsrechten.

In de bijlagen bij het werk vindt men tot slot een overzichtstabel inzake de verdeling van de gerechtelijke bevoegdheden voor geschillen inzake intellectuele eigendom, wat de praktijkjurist zeker zal weten te appreciëren.

"Dit werk is een uitstekende leidraad voor al wie de juiste weg wil vinden in het labyrint van procedures en procesregels inzake intellectuele eigendomsrechten."

Inhoudstafel tekst: 

Titel I. Kort overzicht van de voornaamste intellectuele eigendomsrechten

Hoofdstuk I. Algemeen
Hoofdstuk II. Auteursrecht en naburige rechten
Hoofdstuk III. Rechtsbescherming van computerprogramma’s
Hoofdstuk IV. Databankenrecht
Hoofdstuk V. Merkenrecht
Hoofdstuk VI. Tekeningen- en modellenrecht
Hoofdstuk VII. Octrooirecht
Hoofdstuk VIII. Aanvullende bescherming voor geneesmiddelen en verlenging voor pediatrisch gebruik
Hoofdstuk IX. Kwekersrecht
Hoofdstuk X. Bescherming van topografieën van halfgeleiderproducten (“chips”)

Titel II. Bronnen van procesregels inzake intellectuele eigendomsrechten

DEEL I BURGERLIJKE PROCESREGELS INZAKE INTELLECTUELE EIGENDOM

Titel I. Overzicht van de burgerlijke procesregels inzake intellectuele eigendom

Hoofdstuk I. Sancties en procedures inzake handhaving
Hoofdstuk II. Bevoegdheid
Hoofdstuk III. Bewijs
Hoofdstuk IV. Erelonen en kosten verbonden aan een gerechtelijke procedure inzake intellectuele eigendomsrechten

Titel II. Specifieke procedures met betrekking tot intellectuele eigendomsrechten

Hoofdstuk I. Beslag inzake namaak
Hoofdstuk II. Stakingsvordering

Titel III. Specifieke procesregels voor de verschillende intellectuele eigendomsrechten

Hoofdstuk I. Het auteursrecht en de naburige rechten
Hoofdstuk II. De rechtsbescherming van computerprogramma’s
Hoofdstuk III. De sui generis rechtsbescherming van databanken
Hoofdstuk IV. Benelux merkenrecht
Hoofdstuk V. Gemeenschapsmerkenrecht
Hoofdstuk VI. Benelux tekening- en modellenrecht
Hoofdstuk VII. Gemeenschapsmodellenrecht
Hoofdstuk VIII. Belgisch octrooirecht
Hoofdstuk IX. Europees octrooirecht
Hoofdstuk X. Rechtsbescherming inzake aanvullende beschermingscertificaten voor geneesmiddelen, met inbegrip van de verlenging van de beschermingsduur van ABC voor pediatrisch gebruik
Hoofdstuk XI. Belgisch kwekersrecht
Hoofdstuk XII. Communautair kwekersrecht
Hoofdstuk XIII. Rechtsbescherming van topografieën van halfgeleiderproducten

DEEL II STRAFRECHTELIJKE PROCESREGELS INZAKE INTELLECTUELE EIGENDOM

Hoofdstuk I. Wet inzake de beteugeling van namaak en piraterij.
Hoofdstuk II. Strafrechtelijke procesregels per intellectueel eigendomsrecht

DEEL III PROCESREGELS INZAKE DOUANEOPTREDEN

Hoofdstuk I. Wet inzake de beteugeling van namaak en piraterij
Hoofdstuk II. Douane Verordening

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: do, 19/12/2013 - 22:25
Laatst aangepast op: di, 24/12/2013 - 16:48

Geschiedenis van het familierecht

Titel van het boek: 
Geschiedenis van het familierecht van de late middeleeuwen tot heden
Publicatie
Auteur: 
Monballyu Jos
Uitgever: 
acco
Jaargang: 
2010 (derde druk)
ISBN nummer: 
9789033462566
Samenvatting

Bespreking van dit werk door de uitgever:

In onze westerse beschaving is de familie nog steeds de vaste kern van waaruit morele waarden worden verspreid, financiële ruggengraat wordt verstrekt en elke maatschappelijke organisatie begint.

Uit het behoren tot een bepaalde familie put elk individu rechten die hem toelaten om zich te handhaven in de diverse gemeenschappen waarbinnen hij leeft en hem bescherming bieden wanneer hij fysiek of moreel wordt aangetast.

Omgekeerd moet hij zijn familieleden bijstaan wanneer deze zelf hulp nodig hebben. Dit boek bestudeert de rechten en plichten van de familieleden vanaf de late middeleeuwen tot op heden. Achtereenvolgens komen aan bod: het begrip en de indeling van de familie, het afsluiten van een huwelijk en de gevolgen voor de echtgenoten, de rechten en plichten van de huwelijkse en buitenhuwelijkse kinderen, de ouderlijke macht en de voogdij over minderjarigen, het erfrecht zonder en met een testament en het huwelijksvermogensrecht.

Dit boek richt zich tot toekomstige juristen, maar ook tot al diegenen die de wortels van onze hedendaagse samenlevingsvormen beter willen begrijpen. In een tijd waar de familie in enge of ruime zin volop ter discussie staat, biedt het de mogelijkheid tot reflectie over de zin of onzin van eeuwenoude waarden.

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: vr, 13/12/2013 - 18:10
Laatst aangepast op: vr, 13/12/2013 - 18:12

Legal English Communication Skills

Publicatie
Auteur: 
Ingels Mia
Uitgever: 
Acco
Jaargang: 
2010 (derde druk)
ISBN nummer: 
9789033475641
Samenvatting

Legal English Communication Skills richt zich niet alleen tot studenten in de rechten maar ook tot een ruimer publiek dat zijn kennis van het juridisch Engels wenst uit te breiden. 

Een procesgerichte aanpak van het oefenmateriaal nodigt de lezer uit tot reflectie met het oog op het ontwikkelen van efficiënte taal(leer)strategieën. De klemtoon ligt hierbij vooral op de optimalisering van schrijfvaardigheid en woordenschatverwerving. Relevante grammaticale structuren komen summier aan bod.

Concreet past de leerder de verworven inzichten toe op het schrijven van brieven, rapporten en e-mails. Daarbij gaat speciale aandacht uit naar de stilistische eisen van deze genres. Woordenschat wordt aangeboden in authentieke teksten uit een breed gamma van bronnen, gaande van wetsvoorstellen tot internet chats. De lezer wordt ondergedompeld in verschillende domeinen van het recht zoals Constitutional Law, Contract Law, The Court System, International Law en Human Rights.

Over de auteur:

MIA INGELS is verbonden aan het Interfacultair Instituut voor Levende Talen van de K.U.Leuven waar zij Business English en Legal English doceert.

 

Inhoudstafel tekst: 

Preface and acknowledgements 15
Module I
WRITING SKILLS 17
Introduction 19
Chapter 1. Characteristics of Professional Written Discourse 21
1. Common characteristics of professional written discourse across disciplines 21
1.1 Coherence, structure and logic 21
1.1.1 Macro-level structure 22
1.1.2 Micro-level structure 23
1.1.2.1 Introduction: topic sentence 24
1.1.2.2 Body: supporting sentences and logical paragraph organisation
patterns 25
1.1.2.3 End: concluding sentence 28
• Practice 28
1.2 Cohesion and the use of discourse markers 33
1.2.1 Cohesion 33
1.2.1.1 Lexical cohesion 33
1.2.1.2 Grammatical cohesion 33
1.2.2 Use of discourse markers/linkers 34
1.2.2.1 Conjunctions 34
1.2.2.2 Connecting adverbs 34
• Practice 36
1.3 Major information principles 40
1.3.1 General-specific principle (GS) 40
1.3.2 Coherence and dovetailing 41
• Practice 42
1.4 Stylistic features in writing 44
1.4.1 Formal and informal written language 44
• Exploration 48
• Practice 53
1.5 Advanced grammatical structures in academic writing 54
2. Specific characteristics of legal English writing 54
2.1 Legalese versus plain English 55
2.1.1 Preliminary exploration of legalese 55
 • Exploration 57
2.1.2 Legalese or plain English? 57
2.2 Characteristics of legalese 58
2.2.1 Lexical traits of legalese 58
2.2.1.1 Archaic terms 58
2.2.1.2 Latin phrases 59
2.2.1.3 Doublets and triplets 60
2.2.1.4 Wordy phrases 60
2.2.1.5 Formal words 60
2.2.2 Grammatical structures 61
2.2.2.1 Obsolete formalisms 61
2.2.2.2 Passive voice 61
2.2.2.3 Long complex sentences 61
2.2.2.4 Nominalisations 62
2.2.2.5 Impersonal style 62
2.2.2.6 Shall 62
2.3 Characteristics of plain English 63
• Exploration 64
• Practice 65
Chapter 2. The Writing Process 71
1. Writing: a multi-stage process 71
1.1 Introduction 71
1.2 Stages of the writing process 71
1.2.1 Planning stage 71
1.2.1.1 Main issues to be considered 71
1.2.1.2 Brainstorming 72
1.2.1.3 Consultation of sources 73
• Practice 73
1.2.2 Composition stage 74
1.2.2.1 Organisation of ideas 74
1.2.2.2 Formulation of the first draft 75
• Practice 75
1.2.3 Revision stage 75
1.2.3.1 Organisation and content 75
1.2.3.2 Grammar, vocabulary and punctuation 75
1.2.3.3 Revision checklist 75
• Practice 77
2. The writing process. Application in summary, report, email and letter writing 82
2.1 Summary 83
2.1.1 Purpose of summaries 83
2.1.2 How to make a summary: major summary writing skills 83
2.1.2.1 Appropriate content 83
• Exploration 84
2.1.2.2 Accurate and concise wording 86
• Exploration 86
• Practice 87
2.2 Report 89
2.2.1 Introduction 89
2.2.2 General guidelines on report writing 89
2.2.2.1 Logical organisation conventions 89
2.2.2.2 Focus on language 92
• Practice 93
2.2.3 Law reports 93
2.3 Emails 94
2.3.1 Introduction 94
2.3.2 Genre conventions 94
2.3.2.1 Format 94
2.3.2.2 Level of formality and tone 95
2.3.2.3 Contents 98
2.3.3 Writing effective email: tips on netiquette 99
• Practice 99
2.4 Letters 105
2.4.1 Introduction 105
2.4.2 General guidelines on letter writing 105
2.4.2.1 Format 105
2.4.2.2 Logical organisation 108
2.4.2.3 Language 109
2.4.2.4 Style 109
2.4.2.5 Useful phrases for letter writing 109
• Practice 111
3. Appendix 113
3.1 Punctuation 113
3.1.1 Introduction 113
3.1.2 Survey of punctuation marks 114
•Exercises 117
3.2 Spelling 118
3.2.1 Notes on capitalisation 118
3.2.2 Hyphenation in compound words 118
3.2.2.1 General rules 118
3.2.2.2 Specific rule 119
3.2.3 British English (BE) spelling versus American English (AE) spelling 119
3.2.4 Orthographic trouble spots 119
• Exercises 120
3.3 Plagiarism and bibliographical references 121
3.3.1 Introduction 121
3.3.2 Plagiarism 121
3.3.3 Citation conventions 121
Module II
VOCABULARY LEARNING STRATEGIES 123
Introduction 125
Chapter 1. Vocabulary Acquisition Strategies 127
1. Word web or mind map 127
2. Vocabulary formation/word building 128
• Exercises 128
3. Collocations or word partnerships 134
• Exercises 134
4.1 Dictionaries 135
4.1 Why use a dictionary? 135
4.2 Bibliographical references 137
5. Workshop on Vocabulary Acquisition Strategies 138
Chapter 2. Lexical Variation 141
1. Vocabulary differences between written and spoken discourse 141
1.1 Characteristics of written discourse 141
• Exercises 142
1.2 Characteristics of spoken discourse 143
1.2.1 Phrasal verbs 143
• Exercises 144
1.2.2 Common vocabulary and slang 150
• Exercise 150
1.2.3 Idioms 151
• Exercises 151
1.2.4 Proverbs 152
• Exercises 152
2. British English (BE) and American English (AE) spelling and vocabulary contrasted 153
• Exercises 153
Module III
LEGAL ENGLISH EXPLORED IN TEXTS ON ASPECTS OF THE (ENGLISH) LEGAL SYSTEM 157
Chapter 1. State Powers and Legislation 159
1. State Organs 159
1.1 Exploration of logical text structure and contents 161
• Exploration 161
1.2 Vocabulary study 163
• Practice 163
2. Legislation 166
2.1 Exploration of contents and vocabulary study 167
• Exploration 167
3. Further Reading and Vocabulary Expansion 171
3.1 Reading and writing practice 171
3.2 More vocabulary on politics 175
4. Grammar note 176
Chapter 2. The Judicial System and Case Law 179
1. The Court System and the Judiciary 179
9  Contents
1.1 Exploration of contents 183
• Exploration 183
1.2 Vocabulary study 185
• Practice 185
2. Case Law 187
2.1 Making case law 187
2.2 Law reports 188
2.3 Exploration of contents 190
 Exploration 190
2.4 Legal Skills Training: Reading Law Reports 190
• Exercise 191
2.5 Vocabulary Study: Law Report Verbs 191
• Exploration 191
3. Consolidation and Further Reading 193
• Consolidation Practice 194
Chapter 3. The Criminal Justice System versus the Civil Justice System 195
1. The Criminal Justice System 195
1.1 Crime 195
1.1.1 Exploration of contents 196
• Exploration 196
1.1.2 Vocabulary study 196
• Practice 196
1.2 The criminal process 197
1.2.1 Exploration of contents 199
• Exploration 199
1.2.2 Vocabulary study 200
• Practice 200
2. The Civil Justice System 204
2.1 Exploration of contents 206
• Exploration 206
2.2 Vocabulary study 207
• Practice 207
Chapter 4. Contract Law 211
1. Pre-reading activity 211
2. Reading 211
3. Exploration of contents 214
• Exploration 214
10  Contents
4. Exploration of typical contract language 215
4.1 Archaic compounds with here- and there- 215
4.2 Contract terminology 215
4.2.1 Parties to contracts 215
4.2.2 Miscellaneous vocabulary 215
4.2.3 Use of foreign words 216
4.3 Typical grammatical structures 216
4.3.1 Coloured “shall” 216
4.3.2 Conditional sentences 216
5. Vocabulary study 217
0 Practice 217
6. Consolidation 220
Chapter 5. Intellectual Property Law 221
1. Pre-reading activity 221
2. Reading 221
2.1 Exploration of contents 222
• Exploration 222
2.2 Vocabulary study 223
• Practice 223
3. Consolidation 225
Chapter 6. Employment Law 227
1. Introduction 227
2. Reading 229
3. Exploration of contents 231
 • Exploration 231
4. Vocabulary study 232
• Practice 232
5. Consolidation 235
Chapter 7. International Law and Human Rights 237
1. Pre-reading activity 237
2. Reading 238
3. Exploration of contents 245
 • Exploration 245
4. Vocabulary study 246
• Practice 246
11  Contents
5. Grammar 249
• Review 249
6. Consolidation and further reading 251
• Project work 251
Module IV
GRAMMAR REVIEW 253
Chapter 1. Tenses 255
1. Introduction: test your mastery of the English tense system 255
2. Survey of forms 256
3. Usage 256
4. Exercises 259
Chapter 2. Relative Clauses 261
1. Introduction 261
2. Examples 261
3. Grammar of relative clauses (RC) 262
3.1 Forms 262
3.2 Defining (DRC) versus non-defining relative clause (NDRC) 262
3.3 Prepositions in relative clauses 263
4. Exercises 264
Chapter 3. The Passive 267
1. Introduction 267
2. Forms 268
3. Effective use of the passive 268
• Exploration 268
4. Exercises 269
Chapter 4. Modal Auxiliaries 271
1. Introduction 271
2. Auxiliary Verb Forms 271
2.1 Modal Auxiliaries in English 271
• Exploration 271
2.2 Coloured use of “shall” in legal English 274
12  Contents
3. Exercises 275
Chapter 5. The Conditional 279
1. Introduction 279
2. Formation 279
2.1 If-conditionals 279
2.2 Alternative ways to express a condition 281
3. Exercises 281
Chapter 6. Subjunctive 283
1. Introduction 283
2. Formation 283
3. Usage 283
4. Exercise 284
Chapter 7. Complex Noun Phrases 285
1. Introduction 285
2. Exercise 285
Chapter 8. Adjective versus Adverb 287
1. Introduction 287
2. Formation of adverbs 287
• Exploration 287
3. Rules for usage 288
4. Exercises 289
Glossary: key legal terminology found in Module III 291
Answer key 319
Module I 319
Chapter 1 319
Chapter 2 329
Module II 338
Chapter 1 338
Chapter 2 342
Module III 345
Chapter 1 345
Chapter 2 349
Chapter 3 353
Chapter 4 358
Chapter 5 359
Chapter 6 361
Chapter 7 362
Module IV 365
Chapter 1 365
Chapter 2 367
Chapter 3 368
Chapter 4 368
Chapter 5 370
Chapter 6 371
Chapter 7 371
Chapter 8 372
Works consulted 373

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: vr, 13/12/2013 - 17:59
Laatst aangepast op: vr, 13/12/2013 - 17:59

Juridisch schrijven in de praktijk

Publicatie
Auteur: 
Schoukens Paul
Auteur: 
Hendrickx Karl
Auteur: 
Terryn Evelyne
Uitgever: 
Acco
Jaargang: 
2013 (tweede druk)
ISBN nummer: 
9789033486111
Samenvatting

Juridische teksten vormen sinds de oudheid de pijlers van de organisatie van onze samenleving. Door middel van wetgeving, vonnissen, contracten, … verandert de jurist het uitzicht van onze leefwereld. Het hoeft dan ook geen betoog dat goed geformuleerde, begrijpelijke en technisch correcte juridische teksten cruciaal zijn voor de goede werking van het gerecht en, bij uitbreiding, voor de goede werking van de overheid en zelfs de samenleving. En daaraan gekoppeld voor het vertrouwen van de burgers in het gerecht en de overheid.

In die optiek past dit boek, dat de klassieke juridische tekstgenres aan bod laat komen met hun belangrijke taalkundige kenmerken en adviezen om ze zo toegankelijk mogelijk te maken, telkens geïllustreerd met voorbeelden. Na de algemene principes van goede teksten, komen de meest voorkomende buitenprocedurele juridische teksten aan bod, zoals brieven, mails en ingebrekestellingen. Vervolgens passeren enkele belangrijke stukken uit de burgerlijke rechtspleging de revue: de dagvaarding en het verzoekschrift, de conclusie en het vonnis. Tot slot komen regelgevende teksten en contracten aan bod, met vooral aandacht voor Belgische regelgeving en algemene voorwaarden.

Juridisch schrijven in de praktijk is in eerste instantie gericht tot studenten in de rechten, maar iedere jurist die zijn schrijfvaardigheid wil bijschaven, vindt er zeker nuttige tips in. Dit boek vormt het tweede deel van een reeks van drie, waarvan het eerste deel over juridisch Nederlands gaat en het derde over rechtswetenschappelijk schrijven zal handelen.

Over de auteurs:

Paul Schoukens is hoogleraar aan de K.U.Leuven en is er verbonden aan de Faculteiten Rechtsgeleerdheid en Geneeskunde. Naast sociaal recht, Europees en internationaal socialezekerheidsrecht, medisch-sociaal recht en vergelijkende gezondheidszorgsystemen, doceert hij er ook het werkcollege juridisch schrijven.

Karl Hendrickx is taaladviseur bij het Rekenhof, docent Rechtstaalbeheersing aan de Universiteit Antwerpen en buitengewoon gastdocent aan de K.U.Leuven. Hij is vast medewerker van de Juristenkrant en Over Taal en publiceerde eerder een boekje met juridische taaltips.

Evelyne Terryn is hoofddocent handels- en economisch recht aan de K.U.Leuven en titularis van het vak juridisch schrijven aan de campus Kortrijk
 

Inhoudstafel tekst: 

Woord vooraf 11
Deel 1. Inleiding: Publiekgerichte juridische teksten 13
1. Inleiding: het schrijfproces 15
2. Plannen: doelgroep, boodschap, tekstdoel 17
2.1 Rekening houden met de lezer 18
2.2 Teksten voor juristen en voor leken 18
2.3 Schrijfperspectief 20
2.4 Boodschap 21
2.5 Tekstdoel 23
2.6 Globaal plan 23
3. Schrijven: wegwijzers voor de lezer 29
3.1 Inhoudsopgave 30
3.2 Titels en subtitels 31
3.3 Alinea’s 33
3.4 Verbindingswoorden en -zinnen 34
3.5 Vormgeving 35
4. Reviseren: correct, toegankelijk en gepast 37
4.1 Correcte formulering 38
4.2 Toegankelijke formulering 39
4.3 Gepaste formulering 40
5. Soorten schrijvers 43
Deel 2. Buitenprocedurele stukken 47
6. Brieven 49
6.1 Begrip en doelstelling 50
6.2 Opbouw: vorm 50
6.2.1 Adressering 50
6.2.2 Referenties en datum 53
6.2.3 Onderwerp 54
6.2.4 Aanspreking 54
6.2.5 Tekst 57
6.2.6 Afsluiting 57
6.2.7 Ondertekening 58
6.2.8 Bijlagen 59
6.3 Opbouw: inhoud 59
6.3.1 Inleiding 59
6.3.2 Kernboodschap 60
6.3.3 Uitleg 61
6.3.4 Juridische basis 62
6.3.5 Besluit 63
6.4 Taal en stijl 63
6.4.1 Doe gewoon 64
6.4.2 Schrijf persoonlijk en lezergericht 65
6.4.3 Formuleer positief 66
6.4.4 Blijf beleefd 67
7. Ingebrekestelling 69
7.1 Begrip en doelstelling 70
7.2 Inhoud en opbouw 70
7.3 Taal en stijl 72
8. E-mails 73
8.1 Begrip en doelstelling 74
8.2 Inhoud en opbouw 74
8.3 Taal en stijl 75
Deel 3. Processtukken 79
9. Inleiding 81
10. Dagvaarding 83
10.1 Begrip en doelstelling 84
10.2 Inhoud 85
10.3 Opbouw 86
10.3.1 Ontwerp van dagvaarding en exploot van dagvaarding:noodzakelijk onderscheid 86
10.3.2 Ontwerp van dagvaarding 87
10.3.3 Exploot van dagvaarding 88
10.4 Taal en stijl 92
10.4.1 Datum- en tijdsnotatie 92
10.4.2 Volgorde voornaam en familienaam 93
10.4.3 Passief en onpersoonlijk taalgebruik 93
10.4.4 Verouderd en omslachtig taalgebruik 94
11. Verzoekschrift 97
11.1 Begrip en doelstelling 98
11.2 Inhoud 98
11.3 Opbouw 101
11.4 Taal en stijl 101
12. Conclusie 103
12.1 Begrip en doelstelling 104
12.2 Inhoud 104
12.3 Opbouw 105
12.3.1 Aanhef 105
12.3.2 Feiten 108
12.3.3 In rechte 108
12.3.4 Vordering 110
12.4 Taal en stijl 111
13. Vonnis en arrest 113
13.1 Begrip en doelstelling 114
13.2 Inhoud 115
13.2.1 Gemotiveerde beslissing 115
13.2.2 Wettelijk verplichte vermeldingen 115
13.3 Opbouw 116
13.3.1 Algemene opbouw 116
13.3.2 Aanhef of kop 117
13.3.3 Feiten (In feite) 117
13.3.4 Vorderingen 118
13.3.5 Beoordeling (In rechte) 118
13.3.6 Beschikkend gedeelte (dictum) 120
13.4 Taal en stijl 121
13.4.1 Belang van taal en stijl in vonnissen 121
13.4.2 Overwegende tegenover verhalende stijl 122
13.4.3 Neutrale taal 123
13.4.4 Verwijzingen naar rechtsleer en rechtspraak 123
13.4.5 Verwijzing naar de rechtbank of het hof 124
13.4.6 Verwijzing naar de partijen 124
13.4.7 Ondertekening 125
Deel 4. Wetgeving en contracten 127
14. Wetgeving 129
14.1 Begrip en doelstelling 130
14.2 Wetgevingstechniek 130
14.3 Algemene structuur van de rechtsregel 131
14.4 Opschrift 131
14.5 Aanhef 132
14.5.1 Inhoud – nut – verschil tussen wetten en besluiten 132
14.5.2 Opbouw van de aanhef van een besluit 133
14.5.2.1 Verwijzing naar rechtsregels 134
14.5.2.2 Vormvereisten 135
14.5.2.3 Verantwoording 136
14.6 Dispositief (bepalend gedeelte) 136
14.6.1 Algemeen overzicht 136
14.6.2 Artikel 137
14.6.2.1 Nummering 137
14.6.2.2 Indeling 137
14.6.2.3 Opsomming in een artikel 138
14.6.2.4 Groeperen van artikels 138
14.6.3 Verwijzingen 139
14.6.3.1 Interne en externe verwijzingen 139
14.6.3.2 Functies van verwijzingen 139
14.6.3.3 Wetgeving door verwijzing 141
14.6.4 Inleidend artikel 141
14.6.5 Definities 142
14.6.5.1 Enkel indien noodzakelijk 142
14.6.5.2 Wat wel – wat niet? 142
14.6.6 Wijzigingsbepalingen 143
14.6.6.1 Verschil met autonome bepalingen 143
14.6.6.2 Wijzigingsbepalingen opstellen 144
14.6.6.3 Het nummeren van in te voegen tekstonderdelen 145
14.6.7 Opheffingsbepalingen 145
14.6.7.1 Begrip 145
14.6.7.2 Hoe opheffen? 146
14.6.8 Overgangsbepalingen 146
14.6.9 Inwerkingtreding 147
14.6.9.1 Algemeen 147
14.6.9.2 Algemene regel 147
14.6.9.3 Afwijkingen 148
14.6.9.4 Buitenwerkingtreding 148
14.6.10 Uitvoeringsbepaling 149
14.7 Taal en stijl 149
14.7.1 Tekstniveau 149
14.7.2 Zinsniveau 151
14.7.3 Woordniveau 153
15. Overeenkomsten en algemene voorwaarden 157
15.1 Inleiding 158
15.2 Inhoud en opbouw 159
15.2.1 Basismodel 159
15.2.2 Basisvragen 159
15.2.3 Anticiperen als uitgangspunt 161
15.2.4 Veel voorkomende bedingen 161
15.3 Algemene voorwaarden 163
15.3.1 Inleiding 163
15.3.2 Tegenwerpelijkheid van algemene voorwaarden 164
15.3.3 Formele aandachtspunten 164
15.3.4 Inhoudelijke aandachtspunten 165
15.3.5 Stijlclausules 166
15.4 Informatieverplichtingen 168
15.4.1 Inhoudelijke informatieverplichtingen 169
15.4.2 Formele informatieverplichtingen 169
15.5 Onrechtmatige bedingen 171
15.5.1 Algemene norm 171
15.5.2 ‘Zwarte’ lijst van art. 74 WMPC 172
15.5.3 Globale evaluatie van de overeenkomst en van het evenwicht tussen rechten en verplichtingen 173
15.5.4 Art. 75 WMPC: sanctie op onrechtmatige bedingen 175
15.5.5 Transparantieregel van art. 40 WMPC 175
15.5.6 Interpretatieregel van art. 40 WMPC 178
15.5.7 Strategie voor de praktijk 179
15.6 Taal en stijl 180
Eindnoten 183
Geraadpleegde literatuur 191

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: vr, 13/12/2013 - 17:34
Laatst aangepast op: vr, 13/12/2013 - 17:34
Inhoud syndiceren

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.