-A +A

De collectieve schuldenregeling: enkele nieuwigheden toegelicht

Publicatie
Auteur: 
De Groote B,
Auteur: 
Van Brée S.
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
42
Samenvatting

De wet van 26 maart 2012 wijzigt de collectieve schuldenregeling.

• verduidelijking rechten en plichten schuldenaar, schuldeiser, arbeidsrechtbank, schuldbemiddelaar
• minimum leefgend tijdige uitbetaling van een leefgeld
• bevestiging recht op menswaardig te leven schuldenaar
• herziening statuut  van de schuldbemiddelaar
• uitgebreide informatieplicht schuldbemiddelaar
• beperking tijd betreffende de looptijd van een minnelijke aanzuiveringsregeling en de tijd waarover de schuldbemiddelaar beschikt om een regeling tot stand te brengen.

Bespreking van de de wet van 14 januari 2013 houdende diverse bepalingen inzake werklastvermindering binnen justitie

• de beëindiging CSR op initiatief van de schuldenaar
• lot van de gelden op de bemiddelingsrekening
• wachtperiode voor het indienen van een nieuw toelaatbaarheidsverzoek.
 

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding

II. Historisch overzicht

III. Bespreking van de nieuwe wet

A. De schuldbemiddelaar

1° Betaling in handen van de schuldbemiddelaar

2° Toezicht van de rechter op de schuldbemiddelaar

3° Verslag en kennisname van het verslag

4° Erkenning/opleiding

B. Het leefgeld

1° Algemene regeling

2° Leefgeld tijdens de gerechtelijke aanzuiveringsregeling

3° Aanpassing aan de gezondheidsindex

4° Tijdige uitbetaling van het leefgeld

C. Informatieverstrekking

1° Gedetailleerde en geactualiseerde staat van de inkomsten en de beschikbare middelen

2° Wijze van informatieverstrekking

D. Dynamiek van de procedure

1° Beperken van de voorbereidende fase

2° Aanvang van de aanzuiveringsregeling

3° Beperking van de duurtijd van de minnelijke aanzuiveringsregeling

E. Inwerkingtreding

IV. Wijzigingen Wet Werklastvermindering

A. Einde van de procedure

1° Op initiatief van de schuldenaar

2° Wachtperiode alvorens opnieuw te kunnen worden toegelaten

3° Lot van de gelden op de bemiddelingsrekening

B. De schuldbemiddelaar

1° Vereenvoudiging van de informatieverstrekking aan de schuldenaar

2° Vervanging van de schuldbemiddelaar

3° Bijkomende verplichtingen van de schuldbemiddelaar

C. Verhoging van de kostenefficiëntie van de procedure

V. Besluit

Bronnen

• B. De Groote en S. Voet, Collectieve schuldenregeling, Brussel, Larcier, 2009, 85.

• Cass. 27 januari 2011, RW 2010-11, 1755.

• E. Van Acker, C. Verbeke en B. Wylleman, Praktische gids voor schuldbemiddelaars, Mechelen, Kluwer, 2013, p. 122, nr. 191.

• Cass. 16 april 2012, AR S.11.0059.F, JLMB 2012, 1955

• Omzendbrief WEL/99/04 van 23 april 1999 betreffende de wet op de collectieve schuldenregeling – instellingen voor schuldbemiddeling, BS 18 mei 1999, 16.950.

• E. Van Acker, C. Verbeke en B. Wylleman, o.c., p. 127, nr. 200, gelezen in samenhang met p. 464).

 

 


Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: za, 07/09/2013 - 10:06
Laatst aangepast op: za, 07/09/2013 - 10:06

Het eeuwigdurend karakter van het eigendomsrecht. Oude materie, nieuwe perspectieven

Publicatie
Auteur: 
M. Muylle
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
4
Samenvatting

Het eeuwigdurend karakter van het eigendomsrecht geldt als een axioma van het zakenrecht. Maar wat betekent dit nu eigenlijk? Wat is de grondslag? Zijn er uitzonderigen. Bestaat er zoiets als tijdelijke eigendom en welke soorten voorwaardelijke eigendomsoverdracht zijn er?

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding

II. Het concept «duur» van zakelijke rechten

A. De duur theoretisch en praktisch: een dubbel concept

1o Abstracte duur

2o Concrete duur

3o Samenvattend

B. Afbakening tussen eeuwigdurende en tijdelijke zakelijke rechten

III. Het eigendomsrecht, een eeuwigdurend recht

A. Algemeen

B. het adagium «la propriété dure autant que son objet» en de verenigbaarheid met het eeuwigdurend karakter van het eigendomsrecht of beter «la propriété ne peut survivre son objet».

IV. De grondslag van het eeuwigdurende karakter van het eigendomsrecht

A. Tekstuele grondslag?

1o Vigerend recht?

2o Toekomstig recht?

B. Dertigjarig onbruik

1o Algemeen

2o Kritiek

C. De aard van goederen

D. De subjectieve wens om goederen naar volgende generaties over te dragen

E. Tussenbesluit

V. Uitzonderingen op het eeuwigdurende karakter?

A. De klassieke rechtsleer over tijdelijke eigendom

B. Beoordeling van de standpunten

C. Over tijdelijke eigendom

1° Absolute en relatieve tijdelijke eigendom

2° Tijdelijke eigendom op een a priori tijdelijk goed

3° Samenvattend

D. Praktische toepassingen van de verworven inzichten

1° De schenking of het legaat onder ontbindende termijn

2° De eigendomsoverdracht onder louter potestatieve ontbindende voorwaarde

3° Fiduciaire eigendomsoverdracht tot zekerheid

VI. Besluit

36. Het eigendomsrecht is een eeuwigdurend recht. Het is een gekende twee-eenheid. Met voorliggende bijdrage werd gepoogd duidelijkheid te scheppen in een aantal interpretatiekwesties betreffende deze twee-eenheid.

Bronvermeldingen

• L. Josserand, Cours de droit civil positif français, I, Parijs, 1932, nr. 1337;

• H. De Page en R. Dekkers, Traité élémentaire de droit civil belge, V, Brussel, Bruylant, 1952, nr. 825;

• C. Aubry, C. Rau en P. Esmein, Droit Civil Français, II, Parijs, Librairies Techniques, 1961, nr. 59;

• H. De Page, Traité élémentaire de droit civil belge, I, Brussel, Bruylant, 1962, nr. 130;

• W. Van Gerven, Algemeen Deel, I, in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, Antwerpen, Standaard Wetenschappelijke Uitgeverij, 1969, nr. 34;

• A. Weill, Droit civil, Les Biens, Parijs, Dalloz, 1970, nr. 10; R. Dekkers, Handboek Burgerlijk Recht, I, Brussel, Bruylant, 1972, nr. 842;

• H. Mazeaud, L. Mazeaud, J. Mazeaud en M. De Juglart, Leçons de Droit Civil, I, Parijs, 1972, nr. 163;

A. Pitlo en M. Bolweg, Het zakenrecht naar het Nederlands Burgerlijk Wetboek, Groningen, 1972, 3;

• R. Derine, F. Van Neste en H. Vandenberghe, Zakenrecht, I, A, in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, V, Antwerpen, Standaard Wetenschappelijke Uitgeverij, 1974, p. 59, nr. 30;

• F. Zenati, Droit Civil, Les biens, Parijs, PUF, 1988, p. 216, nr. 196; C. Larroumet, Droit Civil, Les Biens, Droits réels principaux, II, Parijs, Economica, 1997, p. 33, nr. 52;

• V. Sagaert, «Het goederenrecht als open systeem van verbintenissen? Poging tot een nieuwe kwalificatie van de vermogensrechten», TPR 2005, p. 987, nr. 3;

C. Asser, F. Mijnssen, A. Van Velten en S. Bartels, Mr. C. Asser’s Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht, Zakenrecht, Eigendom en beperkte rechten, V, Deventer, Kluwer, 2008, p. 2, nr. 2

•: J.-G. Locré, Législation civile, commerciale et criminelle ou commentaire et complément des codes français, VIII, Brussel, Librairie de Jurisprudence de H. Tarlier, 1836, 51; V. Sagaert, o.c., TPR 2005, p. 1033, nr. 51.

• M. Muylle, De duur en de beëindiging van zakelijke rechten, Antwerpen, Intersentia, 2012, 764 p.

• : V. Sagaert, Zakelijke subrogatie, Antwerpen, Intersentia, 2003, 793 p.

• M.E. Storme, «Van trust gespeend? Trusts en fiduciaire figuren in het Belgisch privaatrecht», TPR 1998, p. 710, nr. 6.

• C. Demolombe, Cours de Code Civil, V, Brussel, J. Stienon imprimeur-éditeur, 1854, p. 175, nr. 539 en p. 177, nr. 546;

• G. Baudry-Lacantinerie en M. Chauveau, Traité Théorique et Pratique de Droit Civil, V, Parijs, Librairie de la société du receuil J.-B. Sirey et du journal du Palais, 1905, p. 173, nr. 226;

• M. Planiol en G. Ripert, Traité Pratique de Droit Civil Français, III, Parijs, Librairie Générale de droit et de jurisprudence, 1952, p. 222, nr. 213;

• A. Colin, H. Capitant en L. Julliot de la Morandière, Traité de Droit Civil, II, Parijs, Librairie Dalloz, 1959, p. 133 e.v., nrs. 223 e.v.;

• C. Aubry, C. Rau en P. Esmein, o.c., p. 244, nr. 144;

• H. De Page en R. Dekkers, Traité élémentaire de droit civil belge, V, Brussel, Bruylant, 1975, p. 796, nr. 893B;

• H. Mazeaud, L. Mazeaud, J. Mazeaud en F. Chabas, Leçons de Droit Civil, II, Parijs, Montchrestien, 1989, p. 94, nr. 1347; C. Larroumet, Droit Civil, II, Parijs, Economica, 2004, p. 134, nr. 250;

• P. Malaurie en L. Aynes, Les biens, Parijs, Defrénois, 2005, 133; F. Zenati-Castaing en T. Revet, Droit Civil, Les biens, Parijs, PUF, 2008, p. 379, nr. 232; J.-

• P. Levy en A. Castaldo, Histoire du droit civil, Parijs, Dalloz, 2002, p. 445, nr. 326.

• A. Kluyskens, Zakenrecht in Beginselen van Burgerlijk Recht, V, Antwerpen, Standaard boekhandel, 1940, p. 100, nr. 88.

• F. Laurent, Principes de droit civil, VI, Brussel, Bruylant, 1871, p. 139, nr. 104.

• A. Pitlo, Het zakenrecht naar het Nederlands Burgerlijk Wetboek, Haarlem, H.D. Tjeenk Willink, 1949, 152.

• G. Baudry-Lacantinerie, Précis de Droit Civil, I, Parijs, Sirey, 1922, p. 662, nr. 1330; M. Chauffardet, Le problème de la perpétuité de la propriété, Aix-en-Provence, Thèse, 1933, 90;

• J. Carbonnier, Droit civil. Les biens, la monnaie, immeubles, meubles, II, Parijs, PUF, 1990, p. 124, nr. 68;

• F. Terré en P. Simler, Droit Civil, Les biens, Parijs, Dalloz, 1992, p. 99, nr. 137;

7 P. Malaurie, L. Aynes en P. Thery, Droit civil. Les biens, Parijs, Cujas, 1998, p. 134, nr. 460; C. Pourquier, Propriété et perpétuité. Essai sur la durée du droit de propriété, Aix-en-Provence, Presses Universitaires d’Aix-Marseille, 2000, p. 45, nr. 38;

• J.-L. Bergel, M. Bruschi en S. Cimamonti, Traité de Droit Civil, Les Biens, Parijs, L.G.D.J., 2010, p. 111, nr. 97;

• M. De Vareilles-Sommières, «La définition et la notion juridique de la propriété», RTDciv. 1905, p. 457, nr. 24; F. Danos, Propriété, possession et opposabilité, Parijs, Economica, 2007, p. 43 e.v., nrs. 39 e.v.;

• P. Crocq, Propriété et garantie, Parijs, L.G.D.J., 1995, p. 89, nr. 111. Vgl. ook met S. Van Erp en B. Akkermans, «Property Rights: a Comparative View» in B. Bouckaert (ed.), Property Law and Economics, Cheltenham, Edward Elgar Publishing, 2010, 34.

• G. Marty en P. Raynaud, Les Biens, Parijs, Sirey, 1980, p. 57, nr. 50; F. Zenati-Castaing en T. Revet, o.c., p. 380, nr. 233.

• J.-P. Levy en A. Castaldo, Histoire du droit civil, Parijs, Dalloz, 2002, p. 445, nr. 326.

• C. Pourquier, ibid.; G. Marty en P. Raynaud, o.c., p. 56, nr. 50; F. Zenati-Castaing en T. Revet, o.c., p. 379, nr. 233.

en vele andere verwijzingen

 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: zo, 01/09/2013 - 16:29
Laatst aangepast op: zo, 01/09/2013 - 16:29

Burgerlijk bewjsrecht APR)

Publicatie
Auteur: 
Cattoir Bart
Tijdschrift: 
APR
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2013
ISBN nummer: 
9789046549995
Samenvatting

bespreking van dit werk door de uitgever

Het burgerlijk bewijsrecht speelt in de rechtspraktijk een kapitale rol. Toch wordt in de rechtsleer, vooral aan Nederlandstalige kant, aan dat bewijsrecht tot op vandaag een tweederangs rol toebedeeld.

Dit boek vormt een volledige, diepgaande en praktijkgerichte studie van het bewijsrecht dat geldt in burgerlijke zaken en in handelszaken. Er wordt grondig ingegaan op de drie hoofdvragen van het burgerlijk bewijsrecht : wat moet worden bewezen, wie moet bewijzen en hoe kan/mag worden bewezen, inbegrepen de nieuwe technologieën. Bovendien wordt uitvoerig aandacht besteed aan de Antigoonrechtspraak van het Hof van Cassatie inzake ongeoorloofde bewijsmiddelen en aan de kwestie van de bewijsovereenkomsten.

Ook de meest recente wetgeving inzake de overlegging van schriftelijke verklaringen van derden (Wet van 16 juli 2012) en de door de advocaten van de partijen medeondertekende onderhandse akte (Wet van 29 april 2013) worden behandeld.

Inhoudstafel tekst: 

INHOUD V
AFKORTINGEN EN CITEERWIJZEN XV
LITERATUURLIJST XVII
Nrs.
TITEL I INLEIDING. AFBAKENING VAN HET ONDERWERP 1-43
Hfdst. I HET BEGRIP ‘‘BEWIJZEN’’ 2-15
Afd. I DEFINITIE 2-6
Afd. II HET OVERTUIGEN VAN DE WAARACHTIGHEID VAN EEN FEIT 7
Afd. III HET OVERTUIGEN VAN DE RECHTER 8-12
Afd. IV HET OVERTUIGEN OVEREENKOMSTIG DE WET 13
Afd. V BEWIJZEN EN INTERPRETEREN 14-15
Hfdst. II HET BEWIJSRECHT 16-25
Afd. I DEFINITIE 16-17
Afd. II SOORTEN BEWIJSRECHT: FORMEEL EN MATERIEEL BE-
WIJSRECHT 18-21
Afd. III BELANG VAN HET BEWIJSRECHT 22-25
Hfdst. III HET BURGERLIJK BEWIJSRECHT 26-33
Afd. I HET VERMOGENSRECHTELIJK BEWIJSRECHT 27-28
Afd. II GEEN BEWIJSRECHT IN STRAFZAKEN 29-31
Afd. III GEEN BEWIJSRECHT IN FISCALE, SOCIALE EN ADMINI-
STRATIEFRECHTELIJKE ZAKEN 32-33
Hfdst. IV HET GEMEEN BURGERLIJK BEWIJSRECHT 34-43
Afd. I DE BRONNEN 35-41
Afd. II TALRIJKE AFWIJKENDE WETTELIJKE BEPALINGEN 42
Afd. III DE STRUCTUUR VAN DE STUDIE 43
TITEL II DE BASISKENMERKEN VAN HET GEMEEN BURGERLIJK BEWIJSRECHT 44-71
Hfdst. I EEN GEREGLEMENTEERD BEWIJSSTELSEL 45-53
Afd. I EEN VRIJ OF EEN GEREGLEMENTEERD BEWIJSSTELSEL 45-49
Afd. II HET GEREGLEMENTEERD KARAKTER VAN HET GEMEEN BURGERLIJK BEWIJSSTELSEL 50-51
Afd. III DE RATIO LEGIS: RECHTSZEKERHEID EN CONFLICTBESLECHTING 52-53
Hfdst. II DE VASTSTELLING VAN DE JURIDISCHE WAARHEID 54-61
Afd. I DE OBJECTIEVE TEGENOVER DE JURIDISCHE WAARHEID 54
Afd. II DE VOORRANG VAN DE JURIDISCHE WAARHEID 55-60
Afd. III TEMPERINGEN 61
Hfdst. III HET BEGINSEL VAN DE LIJDELIJKHEID VAN DE RECHTER 62-67
Afd. I HET UITGANGSPUNT VAN HET BURGERLIJK WETBOEK 62-64
Afd. II EVOLUTIE NAAR EEN MEER ACTIEVE RECHTER 65-67
Hfdst. IV NIET VAN OPENBARE ORDE, NOCH VAN DWINGEND RECHT 68-71
Afd. I ENKEL BESCHERMING VAN LOUTER PRIVATE BELANGEN 68
Afd. II AFSTAND EN AFWIJKENDE OVEREENKOMSTEN 69-70
Afd. III NIET VOOR HET EERST VOOR HET HOF VAN CASSATIE 71
TITEL III HET FORMEEL BURGERLIJK BEWIJSRECHTDE OBJECTIEVE BEWIJSLAST: WAT MOET WORDEN BEWEZEN? 72-116
Hfdst. I DE FEITEN 73-83
Afd. I ALLEEN DE FEITEN. NIET HET OBJECTIEVE RECHT 74-77
Afd. II NIET HET VREEMD RECHT 78-79
Afd. III NIET HET GEWOONTERECHT, WEL DE CONVENTIONELE GEBRUIKEN 80-83
Hfdst. II DE DOOR DE PARTIJEN AANGEVOERDE FEITEN 84-91
Afd. I HET AANVOERINGSRECHT VAN DE PARTIJEN 85-89
Afd. II DE AANVOERINGSPLICHT VAN DE PARTIJEN 90-91
Hfdst. III ALLE AANGEVOERDE FEITEN, ONGEACHT DE AARD 92-110
Afd. I SOORTEN FEITEN 93-96
Afd. II OOK NEGATIEVE FEITEN 97-102
Afd. III VRIJGESTELDE FEITEN 103-110
§ 1. De niet-pertinente of ter zake dienende feiten 104-106
§ 2. De algemeen bekende feiten en de algemene ervaringsregels 107
§ 3. De processuele feiten 108
§ 4. Feiten die het voorwerp uitmaken van een wettelijke vermoeden 109
§ 5. Feiten die het voorwerp uitmaken van een gedingbeslissende eed 110
Hfdst. IV ALLEEN DE BETWISTE FEITEN 111-116
Afd. I HET PRINCIPE 111-113
Afd. II BETWISTEN EN NIET-BETWISTEN 114-115
Afd. III DE AANVOERINGSLAST EN DE OBJECTIEVE BEWIJSLAST 116
TITEL IV HET FORMEEL GEMEEN BURGERLIJK BEWIJSRECHT. DE SUBJECTIEVE BEWIJSLAST:
WIE MOET BEWIJZEN? 117-253
Hfdst. I DE VERDELING VAN DE SUBJECTIEVE BEWIJSLAST 118-220
Afd. I ARTIKEL 1315 BW 119-121
Afd. II ARTIKEL 870 GER.W. 122-123
Afd. III DE RATIO LEGIS 124-127
Afd. IV HET TOEPASSINGSGEBIED 128-148
§ 1. Wettelijke bevestigingen 129-130
§ 2. Ook voor negatieve feiten 131-135
§ 3. Ongeacht de wijze waarop verweer wordt gevoerd 136-138
§ 4. Uitzonderingen 139-148
A. Daadwerkelijk voorhanden? 139-140
B. Afwijkende overeenkomsten 141-142
C. Bijzondere wetsbepalingen 143-145
D. Weerlegbare wettelijke vermoedens 146-148
Afd. V OVERZICHT VAN ENKELE CONCRETE TOEPASSINGEN 149-220
§ 1. Bestaan en inhoud van de ingeroepen verbintenis 150-163
A. Verbintenis uit overeenkomst of rechtshandeling 151-155
B. Oneigenlijke contracten 156-158
C. Andere 159-163
§ 2. Uitvoering van de verbintenis 164
§ 3. Onvolledige of slechte uitvoering 165-177
A. Contractuele, delictuele of quasi-delictuele aansprakelijkheid 166-168
B. Het onderscheid tussen resultaatsverbintenissen en inspanningsverbintenissen 169-173
C. De exceptie van niet-uitvoering van een wederkerige overeenkomst 174-175
D. Gerechtelijke ontbinding en eenzijdige buitengerechtelijke ontbinding 176-177
§ 4. Tenietgaan van de verbintenis (anders dan door uitvoering) 178-184
§ 5. Enkele bijzondere overeenkomsten 185-207
A. De huurovereenkomst 185-188
B. De pachtovereenkomst 189
C. De aannemingsovereenkomst 190-191
D. De verkoopovereenkomst 192-198
1. Bestaan van de verkoopovereenkomst 193
2. De leveringsplicht van de verkoper 194-197
3. De stilzwijgende aanvaarding van de (aankoop)factuur 198
E. De bewaargeving 199
F. De verzekeringsovereenkomst 200-207
1. Omschrijving van het verzekerd risico en gronden van uitsluiting en verval 201-205
2. Regresvordering 206
3. Duurtijd van de overeenkomst
§ 6. Enkele bijzondere rechtsdomeinen 208-220
A. Het zakenrecht 208-212
B. Het huwelijksvermogensrecht en erfrecht 213
C. Het consumentenrecht 214-215
1. Overeenkomsten gesloten buiten de lokalen van de onderneming 214
2. Consumentenkrediet 215
D. Het bankrecht 216-217
E. Het merkenrecht 218-219
F. De dwangsom 220
Hfdst. II HET BEWIJS VAN AFDOENDE WAARSCHIJNLIJKHEID 221-223
Hfdst. III DE SUBJECTIEVE BEWIJSLAST EN DE BEWIJSGARING 224-247
Afd. I PROBLEEMSTELLING 224
Afd. II EVOLUTIE IN DE WETGEVING 225
Afd. III DE ACTIEVE ROL VAN DE RECHTER IN DE BEWIJSGARING 226-243
§ 1. De overlegging van bewijsmateriaal 227-230
§ 2. Onderzoeksmaatregelen 231-234
§ 3. Mogelijke sancties 235-243
A. Het beschikkingsbeginsel 235
B. Feitelijk vermoeden tegen de onwillige partij 236-237
C. Veroordeling tot een geldboete en/of tot schadevergoeding
wegens misbruik van procesrecht 238
D. Veroordeling tot de gedingkosten 239
E. Opleggen van een dwangsom 240
F. Toepassing van artikel 882 Ger.W. 241
G. Herroeping van het gewijsde 242
H. Strafrechtelijke veroordeling 243
Afd. IV DE VERPLICHTING VAN DE PARTIJEN TOT SAMENWERKING AAN DE BEWIJSGARING 244-247
Hfdst. IV DE SUBJECTIEVE BEWIJSLAST EN HET BEWIJSRISICO 248-253
TITEL V HET MATERIEEL GEMEEN BURGERLIJK BEWIJSRECHT. HOE MAG/MOET WORDEN BEWEZEN? 254-988
Hfdst. I HET ONDERSCHEID TUSSEN BURGERLIJKE ZAKEN EN HANDELSZAKEN 255-266
Afd. I DE DRAAGWIJDTE VAN HET ONDERSCHEID 256-257
Afd. II HET ONDERSCHEIDINGSCRITERIUM 258-261
Afd. III HET GEMENGD BEWIJSSTELSEL 262-265
Afd. IV BINDEND VOOR DE PARTIJEN EN VOOR DE RECHTER 266
Hfdst. II HET BEWIJSSTELSEL IN BURGERLIJKE ZAKEN 267-847
Afd. I HET TOEPASSINGSGEBIED 267-278
§ 1. Enkel voor rechtshandelingen 268-271
§ 2. Enkel tussen en door de partijen 272-276
§ 3. Niet in handelszaken 277-278
Afd. II DE TOEGELATEN BEWIJSMIDDELEN 279-282
Afd. III DE HIE¨ RARCHIE TUSSEN DE TOEGELATEN BEWIJSMIDDELEN 283-299
§ 1. De hie¨rarchie op grond van de toelaatbaarheid 284-289
A. Het begrip toelaatbaarheid 284-286
B. De hie¨rarchie 287-289
§ 2. De hie¨rarchie op grond van de bewijskracht/bewijswaarde 290-299
A. Het begrip bewijswaarde/bewijskracht 290-294
. De hie¨rarchie 295-299
Afd. IV DE BEWIJSMIDDELEN MET AFDOENDE BEWIJSKRACHT 300-421
§ 1. De bekentenis 201-378
A. Definitie 301
B. Essentie¨ le bestanddelen 302-334
1. Een eenzijdige daad waaruit een bewijs kan worden gehaald 303-312
2. Daad die uitgaat van de persoon tegen wie ze wordt ingeroepen 313-317
3. Aangaande een betwist en persoonlijk feit met nadelige
gevolgen 318-323
4. Geen vormvoorwaarden 324-334
C. Soorten 335-342
1. De gerechtelijke bekentenis 336-339
2. De buitengerechtelijke bekentenis 340-341
3. Belang van het onderscheid 342
D. Het bewijs van de bekentenis 343-349
1. De subjectieve bewijslast 344
2. De toegelaten bewijsmiddelen 345-349
E. De toelaatbaarheid 350-358
1. Het principe: altijd toegelaten 350-351
2. Uitzonderingen 352-358
F. De bewijskracht 359-376
1. Volle bewijskracht 361-365
2. Enkel tegen degene die bekend heeft 366-368
3. Onsplitsbaar ten nadele van degene die bekend heeft 369-373
4. Onherroepelijk 374-376
G. Controle door het Hof van Cassatie 377-378
§ 2. De gedingbeslissende eed 379-421
A. Definitie 379-380
B. Essentiële bestanddelen 383-401
1. Een gerechtelijk karakter 384-385
2. Uitgaan van een procespartij 386-387
3. Betrekking hebben op een betwist en persoonlijk feit dat gunstig is voor degene die de eed aflegt 388-395
1. De subjectieve bewijslast 344
2. De toegelaten bewijsmiddelen 345-349
E. De toelaatbaarheid 350-358
1. Het principe: altijd toegelaten 350-351
2. Uitzonderingen 352-358
F. De bewijskracht 359-376
1. Volle bewijskracht 361-365
2. Enkel tegen degene die bekend heeft 366-368
3. Onsplitsbaar ten nadele van degene die bekend heeft 369-373
4. Onherroepelijk 374-376
G. Controle door het Hof van Cassatie 377-378
§ 2. De gedingbeslissende eed 379-421
A. Definitie 379-380
B. Essentie¨ le bestanddelen 383-401
1. Een gerechtelijk karakter 384-385
2. Uitgaan van een procespartij 386-387
3. Betrekking hebben op een betwist en persoonlijk feit dat gunstig is voor degene die de eed aflegt 388-395
4. Gedingbeslissend 396-397
5. Strikte vormwaarden 398-401
C. De toelaatbaarheid 402-411
1. In principe: altijd toegelaten 402
2. Uitzonderingen 403-411
D. De bewijskracht 412-421
1. Volledige, definitieve en onherroepelijke bewijskracht 413-418
2. Relatieve werking 419-421
Afd. V DE BEWIJSMIDDELEN MET EEN BEPAALDE BEWIJSKRACHT 422-662
§ 1. De wettelijke vermoedens 423-447
A. Definitie 423-424
B. Essentiële bestanddelen 425-430
1. Gevolgtrekking gebaseerd op een bekend feit om te besluiten tot een onbekend feit 425-428
2. Gevolgtrekking door de wetgever 429-430
C. Soorten 431-432
D. Toepassingen 433-442
1. Vermoedens van wetsontduiking 434
2. Vermoedens van eigendomsrecht of van bevrijding van schuld 435
3. Het gezag van gewijsde 436-437
4. De bewijskracht van de bekentenis en van de eed 438
5. Andere toepassingen 439-442
E. De bewijskracht 443-447
§ 2. De akten 448-648
A. Definitie 448-449
B. Essentie¨ le bestanddelen 450-526
1. Algemeen 450-452
2. Het geschrift 453-459
3. De volledigheid 460
4. De handtekening 461-515
5. Geen andere vormvoorwaarden aan de akte 516-526
C. Soorten 527-600
C. Soorten 527-600
1. De authentieke akte 528-545
2. De onderhandse akte 546-600
D. De bewijskracht 601-648
1. Algemeen 601-604
2. De bewijskracht van de akte tussen de partijen onderling 605-621
3. De bewijskracht van de akte tegenover derden 622-644
4. De bewijskracht van de akte en uitlegging 645-648
§ 3. De met onderhandse akten gelijkgestelde geschriften 649-662
A. De ondertekende onregelmatige authentieke akte 650-654
B. De ondertekende brieven en e-mails 655-662
Afd. VI DE BEWIJSMIDDELEN MET EEN VRIJE BEWIJSWAARDE 663-847
§ 1. Het getuigenbewijs 664-783
A. Definitie 664-667
B. De toelaatbaarheid 668-781
1. Dubbele begrenzing 668-670
2. De eerste grens: de dubbele regel van artikel 1341 BW 671-771
3. De tweede grens: soevereine appreciatie door de rechter 772-780
4. Beperkte controle door het Hof van Cassatie 781
C. De bewijswaarde 782-783
1. Geen bewijskracht 782
2. Tegenbewijs steeds mogelijk 783
§ 2. Het bewijs door feitelijke of rechterlijke vermoedens 784-809
A. Definitie 784
B. Essentiële bestanddelen 785-798
1. Een redenering door afleiding van de rechter 786-788
2. Uitgaan van een vaststaand feit in het geding 789-790
3. Een plausibele gevolgtrekking 791-794
4. Zekerheid omtrent het onbekende feit 795-797
5. Controle door het Hof van Cassatie 798
C. De toelaatbaarheid 799-802
1. Enkel wanneer getuigenbewijs toegelaten is 800
2. Steeds in geval van bedrog 801
3. Een rechtskwestie 802
D. De bewijswaarde 803-809
1. Geen bewijskracht 803-805
2. Enkel concrete werking 806
3. Vrijstelling van bewijslast 807
4. Tegenbewijs steeds mogelijk 808
5. Ruime toepassing 809
§ 3. Andere geschriften dan de (authentieke en onderhandse) akten, de met onderhandse akten gelijkgestelde geschriften en het begin van bewijs door geschrift 810-847
A. Een overzicht 810-812
B. Huishoudelijke registers en papieren (art. 1331 BW) 813-815
1. Definitie 813
C. Aantekeningen op titels (art. 1332 BW) 816-818
1. Definitie 816
2. Bewijsrechtelijke betekenis 817-818
D. Afschriften van titels (art. 1334-1336 BW) 819-838
1. Definitie 819
2. Essentiële bestanddelen 820-824
3. Bewijsrechtelijke betekenis 825-828
4. Enkele bijzondere toepassingsgevallen 829-835
5. Niet van openbare orde 836
6. Kritische beoordeling 837-838
E. Akten van erkenning (art. 1337 BW) 839-847
INHOUD XI
1. Definitie 839-840
2. Bewijsrechtelijke betekenis 841-847
Hfdst. III HET BEWIJSSTELSEL IN HANDELSZAKEN 848-988
Afd. I DE VRIJHEID VAN BEWIJS IN HANDELSZAKEN 849-885
§ 1. Het principe: artikel 25, eerste lid W.Kh. 849-851
§ 2. Eerste regel: de principie¨ le toepasselijkheid van de bewijsregels in burgerlijke zaken 852-876
A. De toepasselijkheid van de bewijsregels in burgerlijke zaken 852-857
B. Belangrijke uitzonderingen 858-876
1. Ook andere bewijsmiddelen toegelaten 858-859
2. Artikel 1341 BW geldt niet 860-861
3. Uitzonderingen inzake akten 862-875
4. Artikel 1353 BW 876
§ 3. Tweede regel: de soevereine appreciatiebevoegdheid van de rechter 877-879
§ 4. Uitzonderingen op de vrijheid van bewijs in handelszaken 880-885
A. Het geschrift vereist als bewijsmiddel 881
B. Het geschrift vereist als geldigheidsvoorwaarde 882
C. Verplichte vermeldingen 883
D. Specifieke regelingen 884-885
Afd. II DE WETTELIJK GEREGELDE BIJZONDERE EWIJSMIDDE-
LEN IN HANDELSZAKEN 886-986
§ 1. De aanvaarde factuur 888-943
A. Definitie 891
B. Algemene (vorm)voorwaarden 892-895
C. Bijzondere voorwaarden 896-931
1. Primaire verbintenissen en meer bepaald een schuldvordering in geld uit een vooraf bestaande overeen-
komst tot voorwerp hebben 897-900
2. Een handelskoop-verkoop betreffen 901-902
3. Gericht zijn aan een handelaar 903-906
4. Aanvaard zijn door de bestemmeling 907-931
D. De bewijskracht 932-943
1. Een wettelijk vermoeden 932
2. Bewijs van het bestaan van de verkoopovereenkomst en van zijn essentiële bestanddelen 933
3. Bewijs van de factuurvoorwaarden 934-937
4. Weerlegbaar of onweerlegbaar vermoeden? 938-939
5. Andere bewijsmiddelen toegelaten 940
6. Uitzonderingen 941
7. Bewijs tegen de handelaar-verzender 942-943
§ 2. De regelmatig gehouden boekhouding 944-981
A. Definitie 945-947
B. De voorwaarde: regelmatige boekhouding betreffende een
commerciële verrichting 948-951
C. De bewijskracht 952-968
1. In principe geen bewijskracht, doch enkel bewijswaarde 952-953
2. De bewijskracht van de boekhouding tegen de handelaar die ze bijhoudt 954-957
3. De bewijskracht van de boekhouding ten gunste van de handelaar die ze bijhoudt 958-968
D. De aanwending in rechte van de boekhouding 969-981
1. Vrijwillig of gedwongen 969-971
2. De ‘‘overlegging’’ van de boekhouding (art. 21 W.Kh.) 972-977
3. De ‘‘openlegging’’ van de boekhouding (art. 22-24 W.Kh.) 978-981
§ 3. De andere wettelijk geregelde bijzondere bewijsmiddelen 982-986
Afd. III HET BEWIJSRECHT IN HANDELSZAKEN EN HET BEWIJSRECHT IN BURGERLIJKE ZAKEN. EEN VERGELIJKING 987-988
TITEL VI DE GRENZEN VAN HET GEMEEN BURGERLIJK BEWIJSRECHT 989-1092
Hfdst. I HET GEOORLOOFD KARAKTER VAN DE AANGEWENDE BEWIJSMIDDELEN 990-1055
Afd. I DE VEREISTE VAN DE GEOORLOOFDHEID VAN DE AANGEWENDE BEWIJSMIDDELEN 991-995
Afd. II DE SOORTEN ONGEOORLOOFDE BEWIJSMIDDELEN 996-1022
§ 1. De onrechtmatige bewijsmiddelen 997-1004
A. De wettelijke bewijsverboden 1000-1001
B. De bewijsverboden die voortvloeien uit de bescherming van grondrechten of mensenrechten 1002-1003
C. De bewijsverboden die het gevolg zijn van algemene (procesrechtelijke) beginselen 1004
§ 2. De onrechtmatig verkregen bewijsmiddelen 1005-1021
A. Verkrijging door een strafrechtelijk misdrijf 1007
B. Verkrijging door schending van wetten die de fundamentele rechten van elke burger waarborgen 1008
C. Verkrijging door schending van het recht op eerbiediging van het prive´leven 1009-1014
D. Verkrijging door miskenning van een regel van het strafprocesrecht 1015
E. Verkrijging door miskenning van het recht van verdediging 1016
F. Verkrijging door miskenning van het recht op menselijke waardigheid 1017
G. Verkrijging door immorele of deloyale middelen 1018-1021
§ 3. Belang van het onderscheid 1022
Afd. III DE SANCTIE OP DE AANWENDING VAN ONGEOORLOOFDE
BEWIJSMIDDELEN 1023-1055
§ 1. De Antigoonrechtspraak van het Hof van Cassatie 1023-1025
§ 2. De aard van de sanctie: de uitsluiting van de ongeoorloofde bewijsmiddelen 1026-1027
§ 3. Het principe van de niet-uitsluiting van de ongeoorloofde bewijsmiddelen 1028-1032
§ 4. De uitzonderingen op het principe van de niet-uitsluiting van de ongeoorloofde bewijsmiddelen 1033-1053
A. De verplichte uitsluitingen 1034
B. De facultatieve uitsluitingen 1035-1053
1. Enkel in drie gevallen 1035-1040
2. Belangenafweging op grond van bijkomende criteria 1041-1052
3. De toepassing van de Antigoontest door de feitenrechters 1053
§ 5. Kritiek in de rechtsleer 1054-1055
Hfdst. II BEWIJSOVEREENKOMSTEN EN BEWIJSCLAUSULES 1056-1092
Afd. I DE PRINCIPIELE GEOORLOOFDHEID EN HET BINDEND KARAKTER VAN BEWIJSOVEREENKOMSTEN EN BEWIJSCLAUSULES 1057-1061
Afd. II DE SOORTEN BEWIJSOVEREENKOMSTEN EN BEWIJS
CLAUSULES 1062-1075
§ 1. Bewijsovereenkomsten en bewijsclausules betreffende de bewijslast 1063-1065
§ 2. Bewijsovereenkomsten en bewijsclausules betreffende de toege-
laten bewijsmiddelen 1066-1069
§ 3. Bewijsovereenkomsten en bewijsclausules inzake de bewijskracht 1070-1072
§ 4. Bewijsovereenkomsten en bewijsclausules inzake de geoorloofdheid van de aangewende bewijsmiddelen 1073
§ 5. Bewijsovereenkomsten en bewijsclausules inzake de bewijsgaring 1074
§ 6. Allesomvattende bewijsovereenkomsten 1075
Afd. III DE BEPERKINGEN AAN DE CONTRACTVRIJHEID VAN DE
PARTIJEN OP BEWIJSRECHTELIJK VLAK 1076-1092
§ 1. De gemeenrechtelijke beperkingen 1077-1081
A. De gevallen waarin de wet een welbepaald bewijsmiddel
oplegt of verbiedt 1078-1079
B. Artikel 1326 BW 1080
C. De basisprincipes van het privaatrechtelijk procesrecht 1081
§ 2. De beperkingen ingevolge bijzondere wetsbepalingen 1082-1092
A. De weerlegbare wettelijke vermoedens 1083
B. De wettelijke bepalingen die de gemeenrechtelijke subjec-
tieve bewijslastverdeling bevestigen 1084
C. Bijzondere wetsbepalingen in specifieke materies 1085-1092
1. De wet marktpraktijken 1086-1088
2. De wet van 2 augustus 2002 betreffende de misleidende en vergelijkende reclame, de onrechtmatige bedingen en de op afstand gesloten overeenkomsten inzake de vrije beroepen 1089-1091
3. De wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens 1092

ZAAKREGISTER

 

 

 

 

 

 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: vr, 30/08/2013 - 11:37
Laatst aangepast op: vr, 30/08/2013 - 17:13

Feestnummer 10 jaar RABG

Publicatie
Auteur: 
Steven Brouwers
Auteur: 
et alia
Tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2013/12
ISBN nummer: 
9782804458638
Samenvatting

Bespreking door de uitgever:

De diverse deelredacties hebben gezocht naar themata die actueel zijn, bijzondere aandacht vragen of eens speciaal onder het voetlicht kunnen gebracht worden. Het gerechtelijk recht, het burgerlijk recht, het strafrecht, het handels-economisch en financieel recht, het sociaal recht, het fiscaal recht, het publiek en administratief recht: alle staan ze in een evoluerende maatschappij die steeds complexer wordt, zich steeds opnieuw vernieuwt, internationaliseert en daardoor steeds opnieuw aandacht vereist in het rijke spectrum van het recht.

• Is er modernisering op komst in het gerechtelijk recht? In de goede zin en in welke richting?
• Kunnen er lijnen uitgetekend worden wat de kinderalimentatie betreft?
• En wat met art. 19bis 11§2 WAM?
• Wat met de straftoemeting indien een schuldige beklaagde ontkent?
• Zijn stemafspraken in het vennootschapsrecht mogelijk
• En hoe evolueerden de intellectuele rechten de laatste 10 jaar?
• Collectieve conflicten in het sociaal recht: kan/mag de rechter nog tussenkomen?
• Art. 1382 BW, onverschuldigde betaling en het recht op terugbetaling: wat is de stand van zaken desbetreffend op fiscaalrechtelijk gebied en gelet op de Europese en nationale rechtspraak?
• En ten slotte: reeds jaren wordt gesproken over een hervorming van de Raad van State. Welke hervormingsvoorstellen liggen vandaag op tafel en komt er eindelijk iets van?

Op al deze vragen wordt in dit feestnummer door de diverse deelredacties op deskundige wijze een antwoord gegeven, waarbij kanttekeningen worden geplaatst, een aanzet tot oplossing of een analyse wordt aangereikt. Een verrijkende verkenningstocht in het boeiende rechtslandschap waartoe het RABG u al 10 jaar lang in 20 nummers per jaargang toegang geeft.

Inhoudstafel tekst: 

inhoud Feestnummer (RABG 2013/12 ):

Gerechtelijk recht

Bruno Maes : Civiel procesrecht 2013 : echte modernisering op komst ?

 

Burgerlijk recht
- Familierecht : Steven Brouwers : Kinderalimentatie in vier stappen

- Niet persoonsgebonden burgerlijk recht : Stéphane Vereecken : art 19bis 11 §2 WAM

Strafrecht
Filip Van Volsem : De straftoemeting ingeval van een ontkennende maar schuldige beklaagde

Handels-, economisch en financieel recht

- Vennootschapsrecht: Elke Janssens : Zijn stemafspraken op het niveau van het bestuursorgaan van een NV of BVBA mogelijk ?
- Intellectuele rechten : 10 jaar duiding en al heel wat evoluties: Christian Dekoninck, Sofie Cubitt, Jan Janssen, Emmelie Wijckmans en Diego Noesen onder leiding van Flip Petillion

Sociaal recht
Patrick Humblet : Behoort de tussenkomst van de rechter in collectieve conflicten tot het verleden ?

Fiscaal recht
Joke Vanden branden en Michel Cornette : Stand van zaken Europese en nationale rechtspraak aangaande vorderingen op grond van art. 1382 B.W., de onverschuldigde betaling en het recht op terugbetaling

 

Publiek en administratief recht
Sabien Lust: De Raad van State hervormd ? Een eerste verkenning van enkele hervormingsvoorstellen

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: do, 22/08/2013 - 20:35
Laatst aangepast op: do, 22/08/2013 - 20:35

Bekwaamheid om te beschikken of te verkrijgen bij schenking onder de levenden of bij testament

Alternatieve naam: 
uittreksel uit het burgerlijk wetboek
Tekst van de wetgeving: 

Belgisch Burgerlijk Wetboek

Boek III. - Titel II. - Schenkingen onder de levenden en testamenten

Hoofdstuk II. - Bekwaamheid om te beschikken of te verkrijgen bij schenking onder de levenden of bij testament
Art. 901. Om een schenking onder de levenden te kunnen doen of een testament te kunnen maken, moet men gezond van geest zijn.

Art. 902. Alle personen kunnen beschikken en verkrijgen, hetzij bij schenking onder de levenden, hetzij bij testament, uitgezonderd degenen die de wet daartoe onbekwaam verklaart.

Art. 903. Een minderjarige die de leeftijd van zestien jaren niet bereikt heeft, kan geenszins beschikken, behoudens hetgeen in hoofdstuk IX van deze titel bepaald is.

Art. 904. Een minderjarige die de leeftijd van zestien jaren bereikt heeft, kan alleen bij testament beschikken, en slechts ten belope van de helft van de goederen waarover de wet de meerderjarige toelaat te beschikken.

Art. 906. Om bij schenking onder de levenden te kunnen verkrijgen, is het voldoende dat men verwekt was op het ogenblik van de schenking.
Om bij testament te kunnen verkrijgen, is het voldoende dat men verwekt was op het ogenblik van de dood van de erflater.
Niettemin zal de schenking of het testament slechts gevolg hebben indien het kind levensvatbaar wordt geboren.

Art. 907. Een minderjarige, al heeft hij de leeftijd van zestien jaren bereikt, kan, zelfs bij testament, geen beschikking maken ten voordele van zijn voogd.
Een minderjarige kan, wanneer hij meerderjarig geworden is, noch bij schenking onder de levenden, noch bij testament, beschikken ten voordele van zijn gewezen voogd, zolang de slotrekening over de voogdij niet gedaan en aangezuiverd is.
Het voor de twee voorafgaande gevallen bepaalde is niet van toepassing op de bloedverwanten in de opgaande lijn van de minderjarige, die zijn voogd zijn of geweest zijn.

Art. 909. Doctors in de genees-, heel- en verloskunde, officieren van gezondheid en apothekers, die een persoon hebben behandeld gedurende de ziekte waaraan hij overleden is, kunnen geen voordeel genieten van beschikkingen onder de levenden of bij testament, die hij, in de loop van die ziekte, te hunnen behoeve mocht hebben gemaakt.
Beheerders en personeelsleden van rustoorden, rust- en verzorgingstehuizen alsmede van om het even welke collectieve woonstructuur ook voor bejaarden kunnen geen voordeel genieten van beschikkingen onder de levenden of bij testament die een persoon die in hun instelling heeft verbleven gedurende zijn verblijf aldaar te hunnen behoeve mocht hebben gemaakt.
Hiervan zijn uitgezonderd :
1° de beschikkingen tot vergelding van diensten, onder bijzondere titel gemaakt, met inachtneming van het vermogen van de beschikker en van de bewezen diensten;
2° De algemene beschikkingen ten voordele van bloedverwanten tot en met de vierde graad, mits de overledene geen erfgenamen in de rechte lijn achterlaat; tenzij degene ten voordele van wie de beschikking gemaakt is, zelf tot die erfgenamen behoort;
3° de beschikkingen ten voordele van de echtgenoot, de wettelijk samenwonende of de persoon met de wie de beschikker een feitelijk gezin vormt.
Dezelfde regels worden in acht genomen ten aanzien van de bedienaren van de erediensten en andere geestelijken, alsmede ten aanzien van de afgevaardigden van de Centrale Vrijzinnige Raad.

Art. 910. Beschikkingen onder de levenden of bij testament ten voordele van de armen van een gemeente, of van instellingen van openbaar nut, hebben slechts gevolg voor zover daartoe machtiging wordt verleend overeenkomstig artikel 231 van de gemeentewet en overeenkomstig de wet van 12 juli 1931.
Beschikkingen onder de levenden of bij testament ten voordele van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, hebben slechts gevolg voor zover zij door de raad voor maatschappelijk welzijn van dat centrum worden aanvaard.

Art. 911. Iedere beschikking ten voordele van een onbekwame is nietig, hetzij men ze vermomt onder de vorm van een overeenkomst onder bezwarende titel, hetzij men ze maakt op naam van tussenpersonen.
Als tussenpersonen worden beschouwd de ouders, de kinderen en afstammelingen en de echtgenoot van de onbekwame of de persoon met wie deze wettelijk samenwoont.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 11/08/2013 - 11:12
Laatst aangepast op: zo, 11/08/2013 - 11:12

Schuldeisers en stilzitten curator

Publicatie
Auteur: 
Berckmans C
Tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2013
Pagina: 
478
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

Inleiding .1
I. Het vorderingsrecht bij faillissement .2-5
II. Het vorderingsrecht bepaald in functie van collectieve of individuele schade
A. Begripsomschrijving . 6-8
B. Collectieve en individuele schade in de rechtspraak .9-12
C. De coëxistentie van vorderingen van de curator en de individuele
schuldeisers .13-16
D. Een bijzonder geval van coëxistentie: de bijzondere faillissementsaansprakelijkheid wegens kennelijk grove fout .17-19
E. Vorderingsrecht na sluiting van het faillissement.20-22
II. De schuldeiser en de inertie van de curator
A. Het stilzitten van de curator .23-24
B. Actiemogelijkheden van schuldeisers
1. Individueel vorderingsrecht .25
2. Zijdelingse vordering .26-27
3. Subrogatie en naamlening .28-29
4. Rechter-commissaris .30-31
5. Vergadering van schuldeisers .32-33
6. Vervanging van de curator .34
7. Curator ad hoc .35
8. Aansprakelijkheid van de curator . 36-38
Conclusie .


Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 10/08/2013 - 10:37
Laatst aangepast op: za, 10/08/2013 - 10:37

Werkloze als vennootschapsbestuurder volstrekt onmogelijk

Publicatie
Auteur: 
Nevens Koen
Tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2013/283
Pagina: 
430
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

I. Het bestuursmandaat als een activiteit die kan worden ingeschakeld in het
economisch ruilverkeer  1-4
II. Het bestuursmandaat als gewoon beheer van eigen bezit? 5-6
III. Bijzonder geval: het bestuursmandaat in een slapende vennootschap .7-9
IV. Poging tot regularisering: het (retroactief) ontslag als bestuurder 10-12
Besluit .13-14

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: zo, 04/08/2013 - 16:40
Laatst aangepast op: zo, 04/08/2013 - 16:40

Rechtspositie meemoeder

Titel van het boek: 
Van adoptieve naar oorspronkelijke juridische afstamming
Publicatie
Auteur: 
Paul Borghs
Tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2013/282
Pagina: 
382
Samenvatting

Definitie mee·moe·der:
de vrouw die in een lesbisch ouderpaar niet de biologische moeder is.

anders geformumeerd: de andere helft van een lesbisch koppel waarvan de ene helft een kind heeft gebaard.

samenvatting van de bijdrage

Inhoudstafel tekst: 

I. De (keuze voor) de openstelling van de adoptie
A. Algemeen .1
B. De openstelling van het burgerlijk huwelijk en de uitzonderingen betreffende
de afstamming .2
C. De uitbreiding en de openstelling van de adoptie . 3-4
D. De openstelling van de adoptie en het EVRM .5-10
II. Nadelen verbonden aan de adoptie door de meemoeder
A. Algemeen . 11-14
B. De adoptieprocedure .15-18
C. De huwelijks- of samenwoningsvereiste.19-21
D. De toestemmingsvereiste.22-24
E. Het recht op persoonlijk contact van de meemoeder .25-31
F. De onderhoudsplicht van de meemoeder
1. Beperkte onderhoudsplicht .32-37
2. Natuurlijke verbintenis . 38-44
3. Vrijwillig aanbod en billijkheid . 45-46
G. De familienaam van het kind (en de aangifte van de geboorte) .47-51
III. Alternatieven voor de (huidige) adoptie door de meemoeder
A. Algemeen .52
B. Ingrepen op het ouderlijk gezag
1. Nederland: gezamenlijk gezag .53-61
2. België: zorgouderschap en medebeslissingsrecht . 62-67
3. Beoordeling van de ingrepen op het ouderlijk gezag .68-72
C. Ingrepen op de adoptie
1. Nederland: aanpassing adoptiewetgeving .73-75
2. België: zorgouderschapsakte . 76
3. Beoordeling van de ingrepen op de adoptie .77-80
D. Ingrepen op de oorspronkelijke afstamming
1. Ned.: juridisch ouderschap van rechtswege of door erkenning .81-89
2. België: juridisch ouderschap van rechtswege of door erkenning en aanvaarding van het meemoederschap . 90-93
3. Beoordeling van de ingrepen op de oorspronkelijke afstamming 94-98
IV. Oorspronkelijke juridische afstamming voor meemoeders 
A. Algemeen .99-100
B. De biologische band als principiële grondslag voor de oorspronkelijke juridische afstamming
1. De principiële en aanvullende grondslagen. 101-103
2. Het wensouderschap uit de MBV-wet.104-107
3. De biologische uitgangspunten van het afstammingsrecht in vraag gesteld . 108-114
C. De rol van de biologische vader . 115-127
D. Recht op info en de psychische ontwikkeling van het kind . 128-135
E. Buitenlandse regelingen . 136-137
Besluit .

Aanvulling

Het recht op persoonlijk contact met het kind door de lesbische mee-moeder.

Indien een kind geboren wordt binnen een relatie van 2 personen van hetzelfde geslacht, bepaalt de wet momenteel dat enkel de persoon die van het kind bevalt of het kind adopteert, de juridische ouder is.

Pas na adoptie kan de mee-moeder of de mee-vader de tweede juridische ouder worden.

Concreet betekent dit dat bij een relatiebreuk deze mee-ouder zich enkel kan steunen op artikel 375 bis B.W. om contact te blijven houden met dit kind.

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 03/08/2013 - 13:55
Laatst aangepast op: di, 11/03/2014 - 00:40

De ondernemersgids - Editie 2013 Alle basisinformatie voor elke zelfstandige

Publicatie
Uitgever: 
Indicator
Jaargang: 
2013
ISBN nummer: 
9789461351630
Samenvatting

Bespreking door de uitgever

'De ondernemersgids' is het meest volledige naslagwerk voor u als ondernemer. Alle domeinen waarmee u als zelfstandige of bedrijfsleider in aanraking komt, zijn opgenomen in dit boek. Editie 2013 is volledig geactualiseerd en up-to-date met alle begrotingsmaatregelen en wetswijzigingen die de regering in 2012 heeft ingevoerd.

Op de bijbehorende cd-rom vindt u:

•meer dan 120 geactualiseerde modellen in beide landstalen;
•alle belangrijke websites die onmiddellijk aanklikbaar zijn;
•alle – voor iedere ondernemer – belangrijke cijfers met een aantal handige berekeningstools.
Dankzij meer dan 4.000 trefwoorden vindt u snel wat u moet weten. Zo krijgt u meteen voldoende informatie en hulpmiddelen om een aantal zaken zelf op te lossen.

Voor wie?
Zelfstandigen, bedrijfsleiders en ondernemers, adviseurs.

Inhoudsopgave
Ontdek in de inhoudsopgave (pdf) welke onderwerpen er aan bod komen.

 

Inhoudstafel tekst: 

InhoudstafeI
Hoofdstuk I : Administratie & boekhouding
Gereglementeerde beroepen 2
Jaarrekening: omvangcriteria voor krno-vennootschappen 3
Jaarrekening: publicatiekosten en neerleggingstermijn 4
Registratie als aannemer: inhoudingsplicht 5
Vergunningen: lijst van activiteiten 6
Hoofdstuk 2: Auto & transport
Autokosten: aftrelcbaarheid en btw 10
Autokosten: verdeling prive/beroep en aftrekbaarheid 12
Autokosten: aftrelcbaarheid van 50% tot 120% 13
Belasting op inverkeerstelling (B1V) sinds 01.07.2012: in Vlaanderen 14
Belasting op inverkeerstelling (B1V):
in Brussels Hoofdstedelijk gewest en Wallonie 15
Belasting op inverkeerstelling (B1V): vliegtuigen en boten 16
Brandstof:gemiddelde prijzen 17
CO2-talcs 18
Eurovignet 19
Kilometervergoeding:toelichting 20
Verkeersbelasting: algemeen 21
Verkeersbelasting: lichte vracht, aanhangers, oldtimers en motorfietsen 22
Verkeersbelasting: personenwagens 23
Voordelen van alle aard: auto 24
Woon-werkverkeer: vrijstelling vergoedingen 26
Hoofdstuk 3: Btw
Btw: betalings- en indieningstermijnen 28
Btw: controle Belgisch btw-nummer 29
Btw: controle buitenlands btw-nummer 30
Btw: drempels 31
Btw:teruggave tegoeden 32
Btw-facturering in de bouw: natuurlijke personen 33
Btw-facturering in de bouw: vennootschappen 34
Btw-tarieven bouw: principes 35
Btw-tarieven bouw:toepassingen 36
Btw-voorschotten 37
Hoofdstuk 4: Diversen
Beslag 40
Gezondheidsindex 41
Index van de consumptieprijzen 42
Hoofdstuk 5: Erven & schenken
Schenkingsrechten: Brussels Hoofdstedelijk gewest 44
Schenkingsrechten:Vlaams gewest 45
Schenkingsrechten:Waals gewest 47
Successierechten: Brussels Hoofdstedelijk gewest 49
Successierechten:Vlaams gewest 50
Successierechten:Waals gewest 5 I
Hoofdstuk 6: Personeel
Arbeidsreglement: wijzigingen 54
Beschermde werknemers 55
Concurrentiebeding 57
Huisbediende: met RSZ en fiscaal aftrekbaar 58
Huisbediende:zonder RSZ en nietfiscaal aftrelcbaar 59
Klein verlet 60
Opzegtermijnen bedienden en arbeiders 61
Opzegvergoeding:formule Claeys 63
Opzegvergoeding: belastbaarheid 64
Overuren:toegelaten prestaties 65
Pensioenen en toegelaten beroepsinkomsten 67
Personeel: fiscale vrijstellingen . .68
Proeftijd: arbeiders en bedienden . .69
Sociale documenten: opmaken en bewaren . .70
Tijdskrediet .71
Voordelen van alle aard: huispersoneel . . 73
Hoofdstuk 7: Personenbelasting
Belastingkrediet: investeringen door natuurlijke personen . . 76
Belastingkrediet: lage inkomens . . 77
Belastingkrediet m .b .t . belastingvrije som . .79
Belastingvrije sommen . .81
Beroepskosten: bedrijfsleiders en meewerkende echtgenoten . .83
Beroepskosten: forfait verre verplaatsingen . .84
Beroepskosten: wettelijk forfait voor werknemers en vrije beroepers .85
Beroepskosten: forfait woon-werkverkeer . . 86
Boekjaar, aanslagjaar en inkomstenjaar . . 87
Boetes: fiscale aftrekbaarheid . . 88
Diverse inkomsten: tarief personenbelasting . .89
Giften: aftrekbaarheid . .90
Huwelijksquotiënt . .91
Interesten deposito’s: vrijstelling per gezin . . 92
Investeringsaftrek: aanvragen van attesten . . 93
Investeringsaftrek: algemeen . . 94
Investeringsaftrek: tarieven . . . 95
Kinderen en andere personen ten laste: nettobestaansmiddelen . .96
Kinderoppaskosten . .97
Levensverzekeringspremies: belastingvermindering . .98
Meewerkinkomen . . . 101
Pensioensparen . . . 102
Personenbelasting: algemeen tarief . .103
PWA- en dienstencheques . . 105
Relatiegeschenken: aftrekbaarheid en btw . .106
Restaurantkosten: aftrekbaarheid en btw . . 107
Restauratie beschermde gebouwen . .108
Roerende voorheffing: tarief . .109
Roerende voorheffing: tarief inclusief bijkomende heffing van 4% . .110
Sociale bijdragen . . 111
Sociale bijdragen starters . . 113
Voorafbetalingen . . 115
Voordelen van alle aard: rekening-courant . . 117
Hoofdstuk 8: Vennootschapsbelasting
Belastingskrediet: investeringen door vennootschappen . . 120
Boekjaar, aanslagjaar en inkomstenjaar . . zie 87
Boetes: fiscale aftrekbaarheid . .zie 88
Giften: aftrekbaarheid . .zie 90
Investeringsaftrek: aanvragen van attesten . . zie 93
Investeringsaftrek: algemeen . . zie 94
Investeringsaftrek: tarieven . .zie 95
Investeringsreserve voor vennootschappen . .121
Notionele interestaftrek . .122
Reisvergoedingen: binnenland . . 124
Reisvergoedingen: buitenland sinds 01 .04 .2012 . .125
Relatiegeschenken: aftrekbaarheid en btw . .zie 106
Restaurantkosten: aftrekbaarheid en btw . . zie 107
Sociale bijdragen vennootschappen . .130
Vakantiegeld: fiscaal vrijstelbare voorziening . . . 131
Vennootschapsbelasting . .132
Voorafbetalingen . .zie 115
Hoofdstuk 9: Woning
Energieaftrek . . 134
Huurherkwalificatie . . 136
Interesten woonkrediet: belastingvermindering . .137
Kadastraal inkomen: indexatie en revalorisatie . . 141
Kapitaalaflossing woonkrediet: belastingvermindering . .142
IV © Het zakboekje voor de zelfstandige 2013, Incicator
Onroerende voorheffing (OV) . . 145
Registratierechten onroerend goed . .149
Voordelen van alle aard: gratis woonst . .150
Woningaftrek . . 152
 

 

BEKNOPTE INHOUDSTAFEL
HOOFDSTUK I
HOOFDSTUK II
HOOFDSTUK III SOCIAAL STATUUT ZELFSTANDIGE
HOOFDSTUK IV BOEKHOUDKUNDIGE VERPLICHTINGEN
HOOFDSTUK V BANK EN KREDIETEN
HOOFDSTUK VI BEDRIJFSRUIMTE HUREN, KOPEN OF VERBOUWEN
HOOFDSTUK VII KOPEN, VERKOPEN EN CONTRACTEREN
HOOFDSTUK VIII PERSONEELSZAKEN HOOFDSTUK IX BELASTINGEN
HOOFDSTUK X VERZEKERINGEN
HOOFDSTUK XI MILIEU EN STEDENBOUW
HOOFDSTUK XII DIVERSE STEUNMAATREGELEN
HOOFDSTUK XIII VERKOOP EN VERKOOPTECHNIEKEN

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Nog dit: 

The ultimate guide on public funding in Belgium

 

 

Aangemaakt op: vr, 02/08/2013 - 16:43
Laatst aangepast op: vr, 02/08/2013 - 16:43

Het zakboekje voor de zelfstandige - Editie 2013

Publicatie
Uitgever: 
Indicator
Jaargang: 
2013
ISBN nummer: 
9789461351630
Samenvatting

Bespreking door de uitgever

Dit zakboekje bevat alle belangrijke cijfers die iedere zelfstandige, bedrijfsleider en vrije beroeper steeds bij de hand moet hebben. Met de adviezen, informatie, voorbeelden, ... uit dit nieuwe zakboekje bent u altijd en overal goed geïnformeerd.

In dit handige zakboekje zijn zo veel mogelijk praktische tabellen en zo weinig mogelijk tekst verwerkt.

In totaal komen zo'n 125 thema's aan bod, overzichtelijk gebundeld in 9 hoofdstukken:

1.Administratie & boekhouding
2.Auto & transport
3.Btw
4.Diversen
5.Erven & schenken
6.Personeel
7.Personenbelasting
8.Vennootschapsbelasting
9.Woning
Alle informatie is dus snel consulteerbaar en in een minimum aan tijd worden al uw vragen beantwoord.

Voor wie?
Iedere zelfstandige, bedrijfsleider en vrije beroeper.

Inhoudsopgave

Ontdek in de inhoudsopgave (pdf) welke onderwerpen er aan bod komen.

 

Inhoudstafel tekst: 

InhoudstafeI
Hoofdstuk I : Administratie & boekhouding
Gereglementeerde beroepen 2
Jaarrekening: omvangcriteria voor krno-vennootschappen 3
Jaarrekening: publicatiekosten en neerleggingstermijn 4
Registratie als aannemer: inhoudingsplicht 5
Vergunningen: lijst van activiteiten 6
Hoofdstuk 2: Auto & transport
Autokosten: aftrelcbaarheid en btw 10
Autokosten: verdeling prive/beroep en aftrekbaarheid 12
Autokosten: aftrelcbaarheid van 50% tot 120% 13
Belasting op inverkeerstelling (B1V) sinds 01.07.2012: in Vlaanderen 14
Belasting op inverkeerstelling (B1V):
in Brussels Hoofdstedelijk gewest en Wallonie 15
Belasting op inverkeerstelling (B1V): vliegtuigen en boten 16
Brandstof:gemiddelde prijzen 17
CO2-talcs 18
Eurovignet 19
Kilometervergoeding:toelichting 20
Verkeersbelasting: algemeen 21
Verkeersbelasting: lichte vracht, aanhangers, oldtimers en motorfietsen 22
Verkeersbelasting: personenwagens 23
Voordelen van alle aard: auto 24
Woon-werkverkeer: vrijstelling vergoedingen 26
Hoofdstuk 3: Btw
Btw: betalings- en indieningstermijnen 28
Btw: controle Belgisch btw-nummer 29
Btw: controle buitenlands btw-nummer 30
Btw: drempels 31
Btw:teruggave tegoeden 32
Btw-facturering in de bouw: natuurlijke personen 33
Btw-facturering in de bouw: vennootschappen 34
Btw-tarieven bouw: principes 35
Btw-tarieven bouw:toepassingen 36
Btw-voorschotten 37
Hoofdstuk 4: Diversen
Beslag 40
Gezondheidsindex 41
Index van de consumptieprijzen 42
Hoofdstuk 5: Erven & schenken
Schenkingsrechten: Brussels Hoofdstedelijk gewest 44
Schenkingsrechten:Vlaams gewest 45
Schenkingsrechten:Waals gewest 47
Successierechten: Brussels Hoofdstedelijk gewest 49
Successierechten:Vlaams gewest 50
Successierechten:Waals gewest 5 I
Hoofdstuk 6: Personeel
Arbeidsreglement: wijzigingen 54
Beschermde werknemers 55
Concurrentiebeding 57
Huisbediende: met RSZ en fiscaal aftrekbaar 58
Huisbediende:zonder RSZ en nietfiscaal aftrelcbaar 59
Klein verlet 60
Opzegtermijnen bedienden en arbeiders 61
Opzegvergoeding:formule Claeys 63
Opzegvergoeding: belastbaarheid 64
Overuren:toegelaten prestaties 65
Pensioenen en toegelaten beroepsinkomsten 67
Personeel: fiscale vrijstellingen . .68
Proeftijd: arbeiders en bedienden . .69
Sociale documenten: opmaken en bewaren . .70
Tijdskrediet .71
Voordelen van alle aard: huispersoneel . . 73
Hoofdstuk 7: Personenbelasting
Belastingkrediet: investeringen door natuurlijke personen . . 76
Belastingkrediet: lage inkomens . . 77
Belastingkrediet m .b .t . belastingvrije som . .79
Belastingvrije sommen . .81
Beroepskosten: bedrijfsleiders en meewerkende echtgenoten . .83
Beroepskosten: forfait verre verplaatsingen . .84
Beroepskosten: wettelijk forfait voor werknemers en vrije beroepers .85
Beroepskosten: forfait woon-werkverkeer . . 86
Boekjaar, aanslagjaar en inkomstenjaar . . 87
Boetes: fiscale aftrekbaarheid . . 88
Diverse inkomsten: tarief personenbelasting . .89
Giften: aftrekbaarheid . .90
Huwelijksquotiënt . .91
Interesten deposito’s: vrijstelling per gezin . . 92
Investeringsaftrek: aanvragen van attesten . . 93
Investeringsaftrek: algemeen . . 94
Investeringsaftrek: tarieven . . . 95
Kinderen en andere personen ten laste: nettobestaansmiddelen . .96
Kinderoppaskosten . .97
Levensverzekeringspremies: belastingvermindering . .98
Meewerkinkomen . . . 101
Pensioensparen . . . 102
Personenbelasting: algemeen tarief . .103
PWA- en dienstencheques . . 105
Relatiegeschenken: aftrekbaarheid en btw . .106
Restaurantkosten: aftrekbaarheid en btw . . 107
Restauratie beschermde gebouwen . .108
Roerende voorheffing: tarief . .109
Roerende voorheffing: tarief inclusief bijkomende heffing van 4% . .110
Sociale bijdragen . . 111
Sociale bijdragen starters . . 113
Voorafbetalingen . . 115
Voordelen van alle aard: rekening-courant . . 117
Hoofdstuk 8: Vennootschapsbelasting
Belastingskrediet: investeringen door vennootschappen . . 120
Boekjaar, aanslagjaar en inkomstenjaar . . zie 87
Boetes: fiscale aftrekbaarheid . .zie 88
Giften: aftrekbaarheid . .zie 90
Investeringsaftrek: aanvragen van attesten . . zie 93
Investeringsaftrek: algemeen . . zie 94
Investeringsaftrek: tarieven . .zie 95
Investeringsreserve voor vennootschappen . .121
Notionele interestaftrek . .122
Reisvergoedingen: binnenland . . 124
Reisvergoedingen: buitenland sinds 01 .04 .2012 . .125
Relatiegeschenken: aftrekbaarheid en btw . .zie 106
Restaurantkosten: aftrekbaarheid en btw . . zie 107
Sociale bijdragen vennootschappen . .130
Vakantiegeld: fiscaal vrijstelbare voorziening . . . 131
Vennootschapsbelasting . .132
Voorafbetalingen . .zie 115
Hoofdstuk 9: Woning
Energieaftrek . . 134
Huurherkwalificatie . . 136
Interesten woonkrediet: belastingvermindering . .137
Kadastraal inkomen: indexatie en revalorisatie . . 141
Kapitaalaflossing woonkrediet: belastingvermindering . .142
IV © Het zakboekje voor de zelfstandige 2013, Incicator
Onroerende voorheffing (OV) . . 145
Registratierechten onroerend goed . .149
Voordelen van alle aard: gratis woonst . .150
Woningaftrek . . 152
 

 

Via deze link kan u de publicatie rechtstreeks bestellen op de UGA website.

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Nog dit: 

The ultimate guide on public funding in Belgium

 

 

Aangemaakt op: vr, 02/08/2013 - 15:05
Laatst aangepast op: vr, 02/08/2013 - 15:05
Inhoud syndiceren

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.