-A +A

Het Europees aanhoudingsbevel in de praktijk

Publicatie
Auteur: 
Van Gaever Jan
Boek: 
Recht in de Praktijk
Jaargang: 
2013
ISBN nummer: 
9789046553152
Samenvatting

Bespreking door de uitgever:

Het openstellen van de Europese grenzen en het vrij verkeer van personen heeft geleid tot een ongewilde toename van de grensoverschrijdende criminaliteit. De Europese Unie wou dit fenomeen counteren met de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid waarbij het beginsel van wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen de hoeksteen moest worden van de justitiële samenwerking binnen de Unie. Het al uit 2002 daterende kaderbesluit betreffende het Europees aanhoudingsbevel was hier de allereerste concrete uitwerking van en moest zorgen voor een soepeler en sneller regime van overlevering van gezochte personen. De principes van het kaderbesluit en de uitwerking ervan in de lidstaten maken het voorwerp uit van het eerste deel van dit boek.

Het nieuwe regime kende een moeizame start maar is ondertussen volgens de Europese Commissie een regelrecht succesverhaal geworden. Het gegeven dat het kaderbesluit een compromistekst is en dat voor een aantal zaken de nationale wetgeving ongewijzigd van toepassing blijft, maakt dat dit standpunt genuanceerd moet worden. De talrijke betwistingen, kritieken en lacunes hebben er, samen met de evolutie van de Europese rechtsruimte, voor gezorgd dat het overleveringsrecht een bijzonder complexe materie geworden is.

In het tweede en derde deel van het boek worden achtereenvolgens alle elementen van de passieve en de actieve overlevering besproken en toegelicht aan de hand van een zeer ruime selectie van rechtsleer, rechtspraak en praktijkgevallen. In het laatste hoofdstuk van het deel betreffende de actieve overlevering een beknopte schets gegeven van de voor de praktijkjurist belangrijkste elementen van het overleveringsrecht in de overige lidstaten van de Europese Unie.
 

Inhoudstafel tekst: 

Inhoud VII
Voorwoord XV
Deel 1. De uitwerking van het kaderbesluit EAB .
Hoofdstuk 1. De wederzijdse erkenning als hoeksteen .
Hoofdstuk 2. Een nieuwe visie: de overlevering .4
Hoofdstuk 3. De vervangen verdragsbepalingen en de uitzonderingen .6
Hoofdstuk 4. Temporele toepassing .11
Hoofdstuk 5. Constitutionele en andere problemen bij de omzetting van het kader.besluit definitief opgelost?.16
Hoofdstuk 6. Uitlegging van het kaderbesluit door het Hof van Justitie .21
Deel IL De passieve overlevering . 27
Hoofdstuk 1. Inleiding.27 § 1. De finaliteit van het Europees aanhoudingsbevel.27 § 2. De informatiedoorstroming .29
Hoofdstuk 2. De grondvoorwaarden.30 § 1. De strafdrempel .30 § 2. Het vereiste van de dubbele strafbaarheid.31 § 3. Uitzonderingen op het vereiste van de dubbele strafbaarheid.35
Hoofdstuk 3. De vormvoorwaarden .41 § 1. Vermeldingen in het Europees aanhoudingsbevel .41 § 2. Vertaling van het Europees aanhoudingsbevel.44 § 3. De Schengensignalering .46 § 4. Interactie tussen de signalering en het Europees aanhoudingsbevel .48
Hoofdstuk 4. De weigeringsgronden.50 Afdeling 1. De verplichte weigeringsgronden.50 § 1. Het bestaan van een amnestiewet .50 § 2. Ne bis in idem.50 A. Wettelijke bepaling in het intern recht . 50
B. De uitbouw van een 'Europese' regeling op basis van artikel 54
Schengenuitvoeringsovereenkomst . 51
C. De toepassing van artikel 54 Schengenuitvoeringsovereenkomst door het Hof van Justitie.54
1. Het bis . 55
1.1. De onherroepelijke berechting .56 1.2. Indien een straf of maatregel is opgelegd, moet deze reeds zijn ondergaan of daadwerkelijk ten uitvoer gelegd worden of niet meer ten uitvoer kunnen worden gelegd op grond van de wetten van de veroordelende staat . 61
2. Het idem .62
D. Toepassingen in de Belgische rechtspraak.68
§ 3. De minderjarigheid van de betrokken persoon . 71 § 4. De verjaring van de strafvordering of de straf naar Belgisch recht 77
A. Het onderzoek van de rechtsmacht: de (extraterritoriale) bevoegdheid van de Belgische rechtbanken .79
B. Het onderzoek van de verjaring .82
§ 5. De (mogelijke) schending van de fundamentele rechten van de betrokken persoon . 86
A. Inleiding .86
B. Levert het kaderbesluit een voldoende basis op om de over.levering te weigeren wegens (mogelijke) schending van de fundamentele rechten van de betrokkene?.88
C. Uitlegging van de weigeringsgrond in de ministeriële omzendbrief.90
D. Analyse van de rechtspraak.92
1. Het moet gaan om concrete en persoonlijke gegevens 92
2. Enkel de mogelijke schending van de fundamentele rechten
in de uitvaardigende staat kan worden beoordeeld .93
3. De onderzoeksgerechten doen geen onderzoek in concreto
van de wijze waarop de uitvaardigende staat de fundamentele rechten en vrijheden eerbiedigt . 94
4. De onderzoeksgerechten doen geen controle op de correcte naleving van de buitenlandse wetgeving . 95
5. Verschillen in wetgeving tussen lidstaten vormen in principe geen reden om te stellen dat de overlevering een inbreuk zou uitmaken op de fundamentele rechten van de betrokkene . 95
6. Een mogelijke inbreuk op artikel 8 EVRM levert geen grond op om de overlevering te weigeren .97
7. De gezondheidstoestand van de betrokken persoon . 98
8. De veroordeling bij verstek .99
9. De beweerde schending van het recht op een dubbele aanleg 100
9.1. M.b.t. het recht op verzet voor de bij verstek veroordeelde die persoonlijk is gedagvaard of op een andere wijze in kennis is gesteld van de datum van de rechtspleging.100
9.2. M.b.t. het recht op hoger beroep 100
10. De overschrijding van de redelijke termijn 101
11. De schending van het vermoeden van onschuld .102
12. Overige 104
Afdeling 2. De facultatieve weigeringsgronden 104
§ 1. Inleiding .104
§ 2. Vervolging wegens dezelfde feiten in België 104
§ 3. Het sepot en de buitenvervolgingstelling 108
§ 4. Ne bis in idem-variant: definitief vonnis van een staat die geen lid
is van de Europese Unie 109
§ 5. De tenuitvoerlegging van de buitenlandse straf in België 110
A. Wettelijke bepaling .110
B. De bevoegde autoriteiten .110
C. Toepassingsvoorwaarden.112
1. Het Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd ter fine van strafexecutie 113
2. De betrokkene heeft de Belgische nationaliteit of voldoet aan het verblijfsvereiste . 113
3. Geen ambtshalve toepassing 119
4. De overname van de buitenlandse straf moet mogelijk zijn 119
4.1. Een definitieve uitspraak die ook uitvoerbaar is 119
4.2. De uitgebreide dubbele strafbaarheid 120
4.3. De verjaring van de strafuitvoering 125
4.4. De duur van de nog uit te zitten straf 128
D. De uitvoering en eventuele aanpassing van de buitenlandse straf .129
E. Het voorafgaand verzoek tot overname van de strafuitvoering 130
F. Een bijzondere situatie: de samenloop met een eerdere terug.keergarantie.131
§ 6. Het territorialiteitsbeginsel 132
Hoofdstuk 5. Opschorting van de procedure 134
§ 1. Voorrechten en immuniteiten 134
§ 2. De voorafgaande uitlevering 135
Hoofdstuk 6. De tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel 135
Afdeling 1. De opsporing van de gezochte persoon 135
Afdeling 2. De arrestatie van de betrokkene .138
Afdeling 3. De taak van de onderzoeksrechter. 141
§ 1. Het verhoor 141
§ 2. De hechtenis of de vervangende invrijheidstelling onder voorwaarden.144
§ 3. De beslissing tot niet-tenuitvoerlegging 149
Afdeling 4. De instemming van de betrokkene . 152 Afdeling 5. De procedure voor de onderzoeksgerechten en het Hof van Cassatie 156
§ 1. De oproeping van de betrokkene en van zijn raadsman. 156 § 2. De terbeschikkingstelling van het dossier - vertaling van het EAB 157 § 3. De termijn om uitspraak te doen en de gevolgen van de overschrijding van deze termijn . 158
§ 4. Het verloop van de zitting van de onderzoeksgerechten 162
§ 5. De omvang van de controletaak van de onderzoeksgerechten . 163
A. De wettelijke omschrijving . 163
B. Het gaat om een beperkte opdracht .164
1. Geen controle van de hechtenistitel afgeleverd door de onderzoeksrechter 164
2. Geen controle van de wettigheid/regelmatigheid van het Europees aanhoudingsbevel 168
3. Geen discretionaire bevoegdheid om de overlevering al dan niet toe te staan .1 72
4. Artikel 6 EVRM is niet van toepassing 172
5. Geen verplichting tot het stellen van prejudiciële vragen 173
C. Bijzonderheden in de procedure.174
!. De juiste titel en de juiste datum 174
2. Een ontvankelijk hoger beroep 176
3. Artikel 21 lbis Sv. is niet van toepassing 177
4. Ontbrekende vertalingen die terloops de procedure gevoegd worden .1 77 § 6. De beslissing van het onderzoeksgerecht.177
A. Het karakter van de uitspraak . 177
B. De motivering van de uitspraak en het beantwoorden van argumenten of conclusies .178
C. De vermelding van het specialiteitsbeginsel. 180
D. Een bijzondere bevoegdheid: de beslissing tot voorwaardelijke overlevering.181
1. De garantie bij mogelijkheid van levenslange vrijheidsbeneming 181
2. De garantie op een nieuw proces bij veroordeling bij verstek 182
2.1. Het actuele systeem . 182 2.2. Het kaderbesluit tenuitvoerlegging verstekvonnissen. 186
2.3. Het arrest Melloni 191
3. De terugkeergarantie 195
3.1. Inleiding 195
3.2. De bestaansreden van de terugkeergarantie 196
3.3. De toepassingsvoorwaarden 197
3.3.1. Het nationaliteits- of verblijfsvereiste. 197 3.3.2. Een Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd ter fine van vervolging.199 3.3.3. Het vereiste van de dubbele strafbaarheid . 202
3.3.4. De instemming van de betrokkene 203
3.4. Het tijdstip van het geven van de garantie 203
3.5. De uitvoering van de terugkeergarantie 204
3.5.1. De bevoegde autoriteit 204
3.5.2. De instemming van de betrokkene is niet vereist 205
3.6. De aanpassing van de straf. 207
E. Een gedeelde bevoegdheid: de invrijheidstelling van de betrokkene .210
1. Overzicht van de diverse mogelijkheden 210
2. De invrijheidstelling tot aan de daadwerkelijke overlevering 211
3. Het verzoek tot invrijheidstelling 213
F. De overdracht van de in beslag genomen voorwerpen.214 § 7. De betekening van de beslissing en het aanwenden van rechtsmiddelen .216
§ 8. Het cassatieberoep 221
Afdeling 6. Twee bijzondere procedures: de aanvullende overlevering en de samenloop . 222 § 1. De aanvullende overlevering.222
A. De betrokken persoon werd al overgeleverd .222
B. De betrokken persoon werd nog niet overgeleverd . 224
§ 2. De samenloop 227
A. De samenloop van Europese aanhoudingsbevelen uitgevaardigd in verschillende lidstaten.227
B. De samenloop van een Europees aanhoudingsbevel en een verzoek tot uitlevering . 230
C. De samenloop van een Europees aanhoudingsbevel en een verzoek tot overdracht aan het Internationaal Strafgerechtshof .232
Afdeling 7. De uitvoering van de overlevering 233
§ 1. De onmiddellijke overlevering 233
§ 2. Opschorting van de overlevering wegens ernstige humanitaire redenen .23 7
§ 3. De uitgestelde overlevering 238
§ 4. De tijdelijke overlevering 242
§ 5. De kennisgeving aan de buitenlandse autoriteit 245
Afdeling 8. Het lot van de borgsom 245
Hoofdstuk 7. De verdere overlevering of uitlevering en de doortocht 24 7
§ 1. De verdere overlevering 247
§ 2. De verdere uitlevering 250
§ 3. De doortocht 251
Hoofdstuk 8. De (gedeeltelijk) geweigerde overlevering 254
§ 1. De impact van de gedeeltelijk geweigerde overlevering 254
§ 2. Het verhaal van de betrokkene bij een volledig geweigerde overlevering 255
Deel 111. De actieve overlevering 259
Hoofdstuk 1. Het opstellen van een Europees aanhoudingsbevel 259
§ 1. De bevoegde autoriteiten 259
A. De overlevering ter fine van vervolging. 259
B. De overlevering ter fine van strafuitvoering. 260
C. Specificiteiten bij de verwijzing naar de feitenrechter.261
1. De betrokkene wordt pas gearresteerd na zijn verwijzing naar de feitenrechter 261
2. Het bevel tot gevangenneming 263
3. De aangehouden betrokkene ontvlucht 263
§ 2. De grondvoorwaarden 263
A. De overlevering ter fine van strafvervolging .263
B. De overlevering ter fine van strafuitvoering. 264
C. De accessoire overlevering . 264
D. Bijzonderheden m.b.t. de persoon . 265
E. De opportuniteitscontrole . 266
§ 3. De vormvoorwaarden 267
A. De vorm van het Europees aanhoudingsbevel.267
B. Een correcte invulling van het formulier .268 !. Vak A: gegevens betreffende de identiteit van de gezochte persoon 268
2. Vak B: de titel waarop het Europees aanhoudingsbevel is gebaseerd 269
3. Vak C: gegevens betreffende de duur van de straf 270
4. Vak D: de veroordelingen bij verstek 271
5. Vak E: de strafbare feiten 273
6. Vak F: andere voor de zaak relevante omstandigheden . 274
7. Vak G: inbeslagneming en de overdracht van voorwerpen 275
8. Vak H: de levenslange vrijheidsbeneming 275
9. Vak 1: gegevens betreffende de uitvaardigende autoriteit 276
Hoofdstuk 2. De overmaking van het Europees aanhoudingsbevel 277
§ 1. De verschillende wijzen van overmaking 277
§ 2. De taal of de vertaling van het Europees aanhoudingsbevel. 278
§ 3. Termijn binnen welke het Europees aanhoudingsbevel moet worden overgemaakt 279
§ 4. Bijkomende stukken of inlichtingen 281
Hoofdstuk 3. Garanties 282
§ !. De veroordeling bij verstek 282
§ 2. De terugkeergarantie 283
Hoofdstuk 4. Bijzondere incidenten bij de overleveringsprocedure 284
§ 1. Rechtsmiddelen tegen de uitvaardiging van een Europees aanhoudingsbevel 284
§ 2. Het verzoek tot invrijheidstelling bij de Belgische rechter 285
§ 3. De weigering van de tijdelijke overlevering 287
§ 4. De vernietiging van de beslissing van overlevering 287
Hoofdstuk 5. De uitvoering en de gevolgen van de overlevering 289
§ 1. De uitvoering van de overlevering 289
§ 2. De toerekening van de in het buitenland ondergane hechtenis . 289
§ 3. Het specialiteitsbeginsel 290
A. De omvang van de bescherming van het specialiteitsbeginsel 290
B. Een eerste verfijning: het feit dat de reden tot de overlevering is geweest .291
C. Herkwalificatie en heromschrijving van de feiten .291
D. Een tweede verfijning: de uitzonderingen op het specialiteits.beginsel.295
E. De vervolging en de uitvoering van straffen opgelegd voor andere feiten .296
F. Het specialiteitsbeginsel en het collectief misdrijf: praktische moeilijkheden.300
Hoofdstuk 6. Bijzonderheden in andere landen 302
§ 1. Bulgarije .302
§ 2. Cyprus 305
§ 3. Denemarken 306
§ 4. Duitsland 308
§ 5. Estland 311
§ 6. Finland 313
§ 7. Frankrijk 314
§ 8. Griekenland .316
§9. Hongarije 318
§ 10. Ierland 321
§ 11. Italië 324
§ 12. Kroatië 329
§ 13. Letland 329
§ 14. Litouwen 331
§ 15. Luxemburg 333
§ 16. Malta 334
§ 17. Nederland 337
§ 18. Oostenrijk 340
§ 19. Polen 342
§ 20. Portugal 345
§ 21. Roemenië 346
§ 22. Slovakije . 348
§ 23. Slovenië 350
§ 24. Spanje 352
§ 25. Tsjechië 354
§ 26. Verenigd Koninkrijk 357
§ 27. Zweden 361
Bibliografie 365
Wetgeving 365
§ 1. Internationale instrumenten 365
§ 2. Nationale wet- en regelgeving 369
§ 3. Buitenlandse wetgeving 372
Rechtspraakregister 3 72
1° Hofvan Justitie 3 72
2° Europees Hof voor de Rechten van de Mens 373
3° Belgische rechtspraak 374
A. Grondwettelijk Hof.374
B. Hof van Cassatie .374
C. Hoven van assisen . 3 79
D. Hoven van beroep. 379
E. Uitspraken in eerste aanleg. 383
4° Buitenlandse rechtspraak 383
Aangehaalde literatuur 384
 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: zo, 20/10/2013 - 13:22
Laatst aangepast op: do, 05/06/2014 - 13:32

Zelfdoding en strafrecht: het taboe doorbroken

Publicatie
Auteur: 
Rozie J
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
282
Samenvatting

Deze bijdrage behandelt vooral de positie bij de zelfmoord. zowel vanuit het oogpunt van de suïcidant zelf als van de derde. Ondermeer komt de problematiek aan bod van de derde die manipuleert tot zelfdoding.

• hulp bij zelfmoord
• aanzetten tot zelfmoord
• hulp bij illegale euthanasie
• pesten met zelfmoord tot gevolg
• dubbele zelfmoord
• zelfmoord en schuldig verzuim
• palliatieve zelfmoord

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding en afbakening

II. Rechtshistorische beschouwingen: van mensonterende bestraffing naar decriminalisering

III. De strafrechtelijke gevolgen voor de (overlevende) suïcidant

A. Zelfdoding is geen misdrijf: algemeen

B. Ook geen strafbare poging

C. Het suïcidepact

IV. De strafrechtelijke gevolgen t.a.v. derden

A. Schuldig verzuim?

B. Strafbare deelneming?

1° Uitgangspunt

2° De ons omringende landen

3° Parlementaire initiatieven in België

C. Moord?

D. Onopzettelijke doding?

E. Belaging?

V. Besluit

Bronnen en verwijzingen

http://www.who.int/mental_health/prevention/suicide/suicideprevent/en/in...

• Voorstel van resolutie over zelfdoding, Parl.St. Kamer 2008-09, nr. 1868/001, p. 3.

• B. Demyttenaere, De last van het leven. Zelfmoord in België en Nederland, Kessel-Lo, Van Halewyck, 2012, 30.

• B. Schols, Zelfmoord in Vlaanderen. Feiten en getuigenissen over verdriet, schuld en schaamte, Gent, Borgerhoff & Lamberigts, 2011, 232 p.

• Zie: http://www.who.int/mental_health/prevention/suicide_rates /en/index.html

• P. Arnou, «Voorbedachten rade» in Comm.Straf., Antwerpen, Kluwer, 1990, 2 en 6.

• E. Delbeke, Juridische aspecten van zorgverlening aan het levenseinde, Antwerpen, Intersentia, 2012, 1249 p.

• A.J.L. Van Hooff, Zelfdoding in de antieke wereld. Van autothanasia tot suïcide», Nijmegen, SUN, 1990, 350 p.

• De civitate dei, Liber I, XX: «Non occides, nec alterum ergo nec te. Neque enim qui se occidit aluid quam hominem occidit».

• J. Monballyu, «De decriminalisering van de zelfdoding in de Oostenrijkse Nederlanden», Revue de philologie et d’histoire 2000, 447.

• J. Monballyu, Zes eeuwen strafrecht. De geschiedenis van het Belgische strafrecht (1400-2000), Leuven, Acco, 2006, 233.

• L. Vandekerckhove, Van straffen gesproken. De bestraffing van zelfmoord in het oude Europa, Tielt, Lannoo, 1985, 176 p.;

• R. Van Der Made, «Une page de l’histoire du droit criminel – la répression du suicide», Rev.dr.pén. 1948, 22-51.

•  C. Beccaria, vertaald door J.M. Michiels, Over misdaden & straffen, Antwerpen, Kluwer, 1982, 178-183.

• «Du suicide» in de Commentaire sur le livre des Délits et des Peines par un avocat de Province.

• J. Monballyu, o.c., Revue de philologie et d’histoire 2000 , 448

• L. Vandekerckhove, «The Decriminalization of Suicide in 18th Century Europe», European Journal of Crime, Criminal Law and Criminal Justice 1998, 252-266.

• J.S.G. Nypels, Législ. crim. de la Belgique, III, p. 210, nr. 27.

• Pand.b., vo Suicide, p. 638, nr. 5.

• J.S.G. Nypels, Le code pénal belge interprété, II, Brussel, Bruylant, 1878, 262;

• A. Delannay, «Les homicides et lésions corporelles volontaires» in Les infractions, 2, Les infractions contre les personnes, Brussel, Larcier, 2010, 161.

• A. Chauveau en F. Hélie, Théorie du code pénal, Brussel, Bruylant, 1858, 736.

• Besluitwet van 13 november 1915 m.b.t. de vrijwillige verminkingen in oorlogstijd, BS 18 november 1915.

• A. Fahmy Abdou, Le consentement de la victime, Parijs, Pichon en Durand-Auzias, 1971, 292.

• EHRM 20 januari 2011, Haas, § 51.

• J. Legemaate, noot onder EHRM 20 januari 2011, NJ 2012/647, 7261-7263.

• EHRM 29 april 2002, Pretty, § 67

• E. Dumont, «La répression du suicide», Rev.dr.pén. 1960, 569; X. Dijon, Le sujet de droit en son corps. Une mise à l’épreuve du droit subjectif, Brussel, Larcier, 1982, 583.

• A. Chauveau en F. Hélie, Théorie du code pénal, Brussel, Bruylant, 1858, 736;

• R. Garraud, Traité théorique et pratique du droit pénal français, Paris, Librairie Recueil Sirey, 1924, 279.

• H. Bekaert en J. Segers, «De aanslagen op het leven van personen», Rechtsk.T. 1936, 424.

• Cass. 8 juni 2004, Pas. 2004, 980, T.Strafr. 2004, 369

• Mil.Ger. 13 mei 1955, Rev.dr.pén. 1955-56, 129).

• Cass. 17 november 1954, Arr.Cass. 1955, 175.

• A. De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Antwerpen, Kluwer, 2010, 230,

• Luik 23 november 1882, Pas. 1883, II, 168.

• Cass. 21 juni 2005, Arr.Cass. 2005, 1390;

• Gent 10 juni 1999, TAVW 2001, 42;

• Corr. Gent 25 juni 1997, TGR 1997, 243;

• Corr. Antwerpen 20 november 2007, T.Strafr. 2008, 146.

• J. Du Jardin, «Schuldig verzuim» in Comm.Straf., 7;

• I. De La Serna, «Les abstentions coupables» in Les infractions, 2, Les infractions contre les personnes, Brussel, Larcier, 2010, 550.

• Corr. Brussel 11 april 2003, JT 2003, 585.

• J. Constant, «La répression des abstentions coupables, commentaires de la loi du 6 janvier 1961, Rev.dr.pén. 1961-62, 218; 

• J. Du Jardin, «Schuldig verzuim» in Comm.Straf., 7; Brussel 20 april 1966, JT 1966, 406;

• Corr. Brussel 27 december 1967, Rev.dr.pén. 1967-68, 748.

• A. Dierickx, Toestemming en strafrecht. Een strafrechtsdogmatische analyse van de toestemming en de strafrechtelijke bescherming van lijf en leven, Antwerpen, Intersentia, 2006, 125-126.

• Rk. Brussel 4 juni 1932, Rev.dr.pén. 1932, 774.

• Rb. Utrecht 22 november 2006, NJFS 2007, 30.

• R. Doublier, «Le consentement de la victime» in G. Stefani (ed.), Quelques aspects de l’autonomie du droit pénal, Parijs, Librairie Dalloz, 1956, 215.

• KI Antwerpen 2 februari 2012, NC 2012, 227.

• L. Verhaert, «Be careful what you wish for: zelfmoordverzoek gekwalificeerd als uitlokking», NC 2012, 230-237.

• Cass. 22 juni 2011, T.Strafr. 2012, 320, noot D. De Wolf, «Van een subjectieve controle op de verschoning wegens uitlokking door zware gewelddaden naar een gemengd objectief-subjectieve controle».

• A. Dierickx, «Over de (on)beschikbaarheid van het leven», NC 2006, 281.

• Cass. 5 maart 2013, AR P.12.0751.N.

• C. Van Den Wyngaert m.m.v. B. De Smet en S. Vandromme, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Antwerpen, Maklu, 2011, 287.

• A. De Nauw, Inleiding tot het algemeen strafrecht, Brugge, die Keure, 2008, 38-39.

• A. De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, 235,

• Cass. 7 oktober 1981, Arr.Cass. 1981-82, 200

• Bergen 8 februari 1985, JT 1985, 593.

• Gent 1 juni 1973, RW 1974-75, 1190;

• Corr. Brussel 27 februari 2007, NC 2008, 73, noot L. Huybrechts, «Schuldig verzuim bij zelfmoord».

• J. Du Jardin, «Schuldig verzuim» in Comm.Straf., 8,

• Gent 1 juni 1973, RW 1974-75, 1190;

• I. De La Serna, in Les infractions, 2, Les infractions contre les personnes, 556.

• Rb. Antwerpen 5 december 1991, T.Gez. 1995-96, 313.

• Corr. Brussel 11 april 2003, JT 2003, 585.

• J. Du Jardin, «Schuldig verzuim» in Comm.Straf., 7; Brussel 20 april 1966, JT 1966, 406;

• Corr.Brussel 27 december 1967, Rev.dr.pén. 1967-68, 748.

• Corr. Brussel 27 februari 2007, NC 2008, 73.

• Cass. 9 november 1964, Pas. 1965, I, 242.

• Cass. 7 oktober 1981, Arr.Cass. 1981-82, 200.

• Cass. 7 november 2012, AR P.12.0905.F. 

•  L. Huybrechts, «Schuldig verzuim bij zelfmoord», NC 2008, 75.

• Gent 10 juni 1999, TAVW 2001, 42;

• Corr. Brussel 27 februari 2007, NC 2008, 74; A.

• De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2010, 231.

• J. Du Jardin, «Schuldig verzuim» in Comm.Straf., 13.

• Cass. 7 november 2012, AR P.12.0905.F.

• Cass. 9 november 1964 (Pas. 1965, I, 242) 

• F. Blockx, Medisch beroepsgeheim, p. 441, nr. 475

• Corr. Brussel 27 februari 2007, NC 2008, 73.

• J. Velaers, «Het leven, de dood en de grondrechten. Juridische beschouwingen over zelfdoding en euthanasie» in J. Velaers (ed.), Over zichzelf beschikken? Juridische en ethische bijdragen over het leven, het lichaam en de dood, Antwerpen, Maklu, 1996, 482-483;

• C. Goffin en L. Lambrecht, «Euthanasie in het Belgisch strafrecht: situering, rechtszekerheid en problematiek», Vl.T.Gez. 1986-87, 6;

• H. Nys, Geneeskunde, recht en medisch handelen in APR, Mechelen, Kluwer, 2005, 410-411.

• E. Delbeke, «Hulp bij zelfdoding: nood aan een afzonderlijke strafbaarstelling met een voorwaardelijke rechtvaardigingsgrond», T.Gez. 2010-11, 263-275.

• Pand.b., vo Suicide, p. 638-639, nrs. 8-11;

• HR 5 december 1995, NJ 1996, 322.

• J.S.G. Nypels, o.c., 262-263; Pand.b., vo Suicide, p. 639, nrs. 9-10.

• H. Angevin, «Provocation au suicide», JCP 2006, 20, p. 2, nr. 4.

• C. Guillon en Y. Le Bonniec, Suicide mode d’emploi: histoire, technique, actualité, Parijs, Moreau, 1982, 276 p.

• C. Jacquinot, «La littérature vénéneuse en accusation» Gaz.Palais 1987.I, Doct., 319.

• C. Jacquinot, «Application de la loi sur l’incitation au suicide», Gaz.Palais 1995.II, Doct. 954). online versie beschikbaar: http://www.fichier-pdf.fr/2012/04/12/guillon-lebonniec-suicide-mode-d-em...

• Loi du 31 décembre 1987 tendant à réprimer l’incitation et l’aide au suicide, JO 1 janvier 1988.

• V. Malabat, Droit pénal spécial, Parijs, Dalloz, 2007, 143;

• J. Pradel en M. Danti-Juan, Manuel de droit pénal spécial, Parijs, Editions Cujas, 2007, 136-137.

• J. Pradel en M. Danti-Juan, Manuel de droit pénal spécial, Parijs, Editions Cujas, 2007, 137; 

• Corr. Rijsel 5 april 1990, Receuil Dalloz 1993, 14.

• Nïmes 2 oktober 2008, JCP G, IV, 1757.

• 93 Crim. 5 maart 1992, Gaz. Palais 1993, II, 486, noot J.P. Doucet, Rev.sc.crim. 1993, 325, noot G. Levasseur; H. Angevin,  JCP 2006, 20, p. 4, nr. 16.

• C.P.M. Cleiren en J.F. Nijboer, Strafrecht. Tekst & commentaar, Deventer, Kluwer, 2006, 1162.

• P.A.M. Mevis, Strafrecht. Een thematische inleiding, Nijmegen, Ars Aequi Libri, 2009, 67; C.P.M. Cleiren en J.F. Nijboer, ibid.

http://www.digibron.nl/search/detail/012df8173b8caf0 cd7788879/man-vrijgesproken-van-aanzetten-tot-zelfmoord 

• Groningen 10 april 2003, www.rechtspraak.nl.

• HR 18 maart 2008, www.rechtspraak.nl.

• Wetsvoorstel ingediend tot invoeging in het Strafwetboek van een artikel 417bis teneinde aanzetting tot zelfmoord te bestraffen, Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1197/1.

• Toelichting bij het wetsvoorstel tot invoeging in het Strafwetboek van een artikel 417bis teneinde aanzetting tot zelfmoord te bestraffen, Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1197/1, p. 1-5.

• Vraag nr. 1803 van mevrouw Hilde Vautmans over «websites die aanzetten tot zelfmoord», Parl.St. Kamer 2007-08, CRIV 52 COM 110, p. 9.

• Wetsvoorstel inzake de uitbreiding van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie tot minderjarigen, de medische hulp aan de patiënt die zelf de levensbeëindigde handeling stelt en de strafbaarstelling van de misdrijven die aanzetten tot en hulp bij zelfdoding, Parl.St. Senaat 2012-13, nr. 5-1947/1.

• Wetsvoorstel inzake de uitbreiding van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie tot minderjarigen, de medische hulp aan de patiënt die zelf de levensbeëindigde handeling stelt en de strafbaarstelling van de misdrijven die aanzetten tot en hulp bij zelfdoding, Parl.St. Senaat 2012-13, nr. 5-1947/1.

• A. De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, 195.

• J. Vanheule, Strafbare deelneming, Antwerpen, Intersentia, 2010, 685-705.

• Pand.b., vo Suicide, p. 639, nr. 11;

• D. Dewandeleer, «Art. 393 tot 397 Sw. Doodslag en verschillende soorten van doodslag» in Postal memorialis: lexicon strafrecht, strafvordering en bijzondere strafwetten, Antwerpen, Kluwer, 2009, O 160/20.

• S.A.M. Stolwijk, Een inleiding in het strafrecht in 13 hoofdstukken, Deventer, Kluwer, 2009, 47.

• A. De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, 216.

• Cass. 27 september 1985, Arr.Cass. 1985-86, 96;

• Cass. 15 december 1992, Arr.Cass. 1991-92, 1437;

• Cass. 12 september 2007, Arr.Cass. 2007, 1603;

• Cass. 14 november 2012, AR P.11.1611.F.

• F. Van Volsem, «Culpa in het Belgisch strafrecht: een poging tot synthese» in Preadviezen 2012 van de Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht van België en Nederland, Den Haag, Boom Juridische Uitgevers, 2012, 124-128).

• Corr. Antwerpen 14 december 1993, TMR 1995, 502.

• Cass. 11 april 1979, Arr.Cass. 1978-79, 967; Cass. 7 oktober 1981, Arr.Cass. 1981-82, 189.

• Cass. 20 mei 1957, Arr.Cass. 1957, 795.

• Cass. 4 mei 1982, Arr.Cass. 1981-82, 1076.

• A. De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, 222,

• Brussel 19 februari 1987, Pas. 1987, II, 104

• Corr. Luik 23 april 2008, De Verz. 2009, 174.

• Cass. 14 november 2012, AR P.11.1611.F.

• Corr. Brussel 20 januari 2004, Soc.Kron. 2005, 455.

• Cass. 16 juni 1969, Arr.Cass. 1969, 1027;

• Cass. 19 april 1978, Arr.Cass. 1978, 949;

• Cass. 13 juni 1978, Arr.Cass. 1978, 1203.

• Cass. 23 september 1974, Arr.Cass. 1975, 97.

• Hoge Raad 19 maart 2013, NJB 2013, 1055. 

• Cass.crim. 14 januari 1971, Receuil Dalloz 1971, 164;

• Cass.crim. 4 november 1971, Rev.sc.crim. 1972, 609;

• Cass.crim. 7 februari 1973, Bull.crim. 1973, nr. 72:

• Cass.crim. 28 maart 1973, Bull.crim. 1973, nr. 157;

• Cass.crim. 27 maart 1974, Bull.crim. 1974, nr. 134;

• Cass.crim. 21 mei 1974, Bull.crim. 1974, nr. 187.

• Cass.crim. 14 januari 1971, Receuil Dalloz 1971, 164.

• C. Jacquinot, «La littérature vénéneuse en accusation», Gaz.Palais 1987.I, Doct., 319.

• Wetsvoorstel tot aanvulling van artikel 442bis van het Strafwetboek, Parl.St. Senaat 2002-03, nr. 1304/1, p. 2.

• Toelichting bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460ter in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van stalking», Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/1, p. 2.

• Wet van 30 oktober 1998 die een artikel 442bis in het Strafwetboek invoegt met het oog op de strafbaarstelling van belaging, BS 17 december 1998.

• A. Groenen, Stalking: risicofactoren voor fysiek geweld, Antwerpen, Maklu, 2006, 38;

• L. Stevens, «Stalking strafbaar», RW 1998-99, 1378.

• P. De Hert, J. Millen en A. Groenen, «Het delict belaging in wetgeving en rechtspraak. Bijna tot redelijke proporties gebracht», T.Strafr. 2008, 7.

• M. Pathé en P.E. Mullen, «The Impact of Stalkers on their Victims», British Journal of Psychiatry 1997, 12-17.

• Cass. 8 september 2010, RW 2011-12, 390;

• Cass. 20 februari 2013, AR P.12.1629.F.

• 154 Verslag namens de Commissie voor de Justitie bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460ter in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van stalking, Parl.St. Kamer 1997-98, nr. 1046/8, p. 5;

• Arbitragehof 10 mei 2006, nr. 71/2006, overweging B.6.3;

• GwH 5 mei 2009, nr. 76/2009, overweging B.6.3; A.

• De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, 266.

• Arbitragehof 10 mei 2006, nr. 71/2006, overweging B.6.4;

• GwH 5 mei 2009, nr. 76/2009, overweging B.6.4;

• Cass. 20 februari 2013, AR P.12.1629.F.

• Arbitragehof 10 mei 2006, nr. 71/2006, overweging B.6.5;

• GwH 5 mei 2009, nr. 76/2009, overweging B.6.5.

• Antwerpen 28 april 2004, RW 2004-05, 1020.

• Cass. 21 februari 2007, Rev.dr.pén. 2007, 529, T.Strafr. 2008, 37;

• Cass. 24 november 2009, Arr.Cass. 2009, 2793;

• Cass. 7 juni 2011, Arr.Cass. 2011, 1498.

• Verslag namens de Commissie voor de Justitie bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460ter in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van stalking, Parl.St. Kamer 1997-98, nr. 1046/8, p. 6 en 8.

• P. Arnou, «Klachtmisdrijf» in Comm.Straf., Antwerpen, Kluwer, 1994, 6.

• Verslag namens de Commissie voor de Justitie bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460ter in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van stalking, Parl.St. Kamer 1997-98, nr. 1046/8, p. 9.

• Cass. 9 februari 1875, Pas. 1875, I, 111 

• Wetsvoorstel tot aanvulling van artikel 442bis van het Strafwetboek, Parl.St. Senaat 2002-03, nr. 1304/1, p. 1-2.

• Amendement bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460ter in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van stalking, Parl.St. Kamer 1997-98, nr. 1046/3, p. 2.

• Cass. 23 juni 1902, Pas. 1902, I, 290;

• Cass. 3 juni 1935, Rev.dr.pén. 1935, 845.

• P. Arnou, «Klachtmisdrijf» in Comm.Straf., 29.

• Cass. 23 augustus 1965, Pas. 1965, I, 1203;

• F. Van Volsem, «Over klachtmisdrijven: een klager moet strafvervolging willen», RABG 2008, 809.

• Gent 27 april 1999, T.Strafr. 2000, 79;

• R. Verstraeten, Handboek strafvordering, Antwerpen, Maklu, 2013, 78;

• F. Dhont, «Belaging» in Comm.Straf., Antwerpen, Kluwer, 2004, 12.

• P. Arnou, «Klachtmisdrijf» in Comm.Straf., 30.

• GwH 22 december 2011, nr. 198/2011

• Cass. 19 april 1921, Pas. 1921, I, 324.

• P. Arnou, «Klachtmisdrijf» in Comm.Straf., 6.

• L. Lembrechts, «Cyberpesten: als de grenzen van de echte en de virtuele wereld vervagen», Panopticon 2011, 22.

•  wetsvoorstel van 25 januari 2011 houdende bestraffing van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk, Parl.St. Kamer 2010-11, nr. 1115/001.

• F. Dhont, «Belaging» in Comm.Straf., 15.

• 177 Cass. 23 april 1877, Pas. 1877, I, 209;

• Cass. 3 maart 1890, Pas. 1890, I, 103;

• Cass. 19 oktober 1914, Pas. 1915-16, I, 109;

• Cass. 27 maart 2001, Arr.Cass. 2001, 497;

• Cass. 11 maart 2008, NC 2008, 284, RABG 2008, 799, noot F. Van Volsem, «Over klachtmisdrijven: een klager moet strafvervolging willen»;

• Antwerpen 24 mei 2006, RW 2007-08, 192;

• Antwerpen 14 september 2010, Vigiles 2010, 200;

• Corr. Oudenaarde 9 september 2005, RABG 2006, 890.

• Antwerpen 14 september 2010, Vigiles 2010, 200, noot H. Berkmoes, «De ondubbelzinnigheid van de klacht in geval van klachtmisdrijf», NC 2013, 74.

• Antwerpen 24 mei 2006, RW 2007-08, 192.

• M. De Rue, «Le harcèlement» in Les infractions, 2, Les infractions contre les personnes, Brussel, Larcier, 2010, 738;

• A. Vandeplas, «Over het klachtmisdrijf», RW 2007-08, 194-195;

• Cass. 12 juni 1984, RW 1984-85, 1448, noot A. Vandeplas.

• S. Verhelst, De rol van het slachtoffer in het straf(proces)recht: op zoek naar een optimaal evenwicht tussen publieke interventie en private betrokkenheid, 2013, nrs. 202-203 Intersentia.

• P. Arnou, «Klachtmisdrijf» in Comm.Straf., 3.

• Verslag namens de Commissie voor de Justitie bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460ter in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van stalking, Parl.St. Kamer 1997-98, nr. 1046/8, p. 3.

• M. Pathé en P.E. Mullen, «The Impact of Stalkers on Their Victims», British Journal of Psychiatry 1997, 12-17.

• Verslag namens de Commissie voor de Justitie bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460ter in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van stalking, Parl.St. Kamer 1997-98, nr. 1046/8, p. 4.

• Cass. 20 februari 2013, AR P.12.1629.F.

• P. Arnou, «Klachtmisdrijf» in Comm.Straf., 3.

• Wetsvoorstel tot aanvulling van artikel 442bis van het Strafwetboek, Parl.St. Senaat 2002-03, nr. 1304/1, p. 2.

• Wetsvoorstel tot wijziging van het Strafwetboek wat betreft de strafbaarstelling van pesterijen, Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 2622/001; Wetsvoorstel tot wijziging van het Strafwetboek teneinde pesten strafbaar te stellen, Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 2646/001.

• Wetsvoorstel tot wijziging van het Strafwetboek wat betreft de strafbaarstelling van pesterijen, Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 2622/001, p. 3.

• Wetsvoorstel tot aanvulling van artikel 442bis van het Strafwetboek, Parl.St. Senaat 2002-03, nr. 1304/1, p. 1.

• Corr. Brussel 20 januari 2004, Soc.Kron. 2005, 458.

• Wetsvoorstel tot wijziging van het Strafwetboek wat betreft de strafbaarstelling van pesterijen, Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 2622/001, p. 1.

• Corr. Antwerpen 2 juni 2009, AM 2009, 573.

• GwH 5 mei 2009, nr. 76/2009.

• Cass. 7 juni 2006, Arr.Cass. 2006, 1320.

• Wetsvoorstel tot wijziging van het Strafwetboek wat betreft de strafbaarstelling van pesterijen, Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 2622/001, p. 5-6.

•  Arbitragehof 10 mei 2006, nr. 71/2006.204 BS 20 juni 2005.

• Arbitragehof 14 juni 2006, nr. 98/2006; Arbitragehof 28 maart 2007, nr. 55/2007;

• Arbitragehof 18 april 2007, nr. 64/2007.

• Wet van 30 oktober 1998 die een artikel 442bis in het Strafwetboek invoegt met het oog op de strafbaarstelling van belaging, BS 17 december 1998.

• Toelichting bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460ter in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van stalking, Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/1, p. 3.

• Amendement nr. 4 bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460ter in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van stalking, Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/5, p. 1.

• Amendement nr. 2 bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460ter in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van stalking, Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/3, p. 2.

• Verslag bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460ter in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van stalking, Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8, p. 9.

214 Hoge Raad 19 maart 2013, NJB 2013, 1055.
 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Nog dit: 

Zelfmoord, zelfdoding of suïcide (Latijn: suicidium, van sui = zelf/zichzelf en cidere = doden) is de benaming voor het opzettelijk beëindigen van het eigen leven. Als een poging is mislukt spreekt men van zelfmoordpoging. Zelfmoord verschilt van euthanasie, waarbij het leven op eigen verzoek door een ander wordt beëindigd. Hulp bij zelfdoding kan gezien worden als een vorm van euthanasie.

In sommige culturen was gedwongen zelfmoord een methode van executie, meestal voorbehouden aan aanzienlijke personen. In andere culturen wordt zelfmoord gezien als een manier om schande uit te wissen. In beide gevallen gold het dus als een vrij eervolle dood.

In het oude Griekenland werd dit vonnis voltrokken door het drinken van een beker met gif (welk gif is niet precies bekend; mogelijk was het gevlekte scheerling). De bekendste persoon die dit lot onderging was de filosoof Socrates.

In de samoeraiperiode in Japan waren seppuku, harakiri en Jigai geritualiseerde vormen van zelfmoord om bijvoorbeeld schande en gezichtsverlies te ontgaan middels een "eervolle dood".

In sommige streken in India was het gebruikelijk voor weduwen om zichzelf te doden door op de brandstapel van hun overleden man te springen. Weduweverbranding, die vaak onder grote sociale druk en dus niet vrijwillig plaatsvond, is sinds 1829 verboden.

De hindoeïstische vorsten van Bali en Lombok pleegden liever zelfmoord dan dat zij zich door de Nederlanders lieten overwinnen (zie de pacificatie van Lombok). De rituele zelfdoding van vorst en hofstaat, soms ging het om 3500 gedode mannen, vrouwen en kinderen, wordt Perang Poepoetan genoemd.

In moderne samenlevingen is gedwongen zelfmoord ook een methode om een moord te camoufleren. Vaak is de reden dat men bang is voor tegenmaatregelen van de aanhangers van de persoon die men uit de weg wil ruimen. Nazileider Ernst Röhm kreeg de opdracht zichzelf dood te schieten, maar deed dit niet, waarna hij door iemand anders werd doodgeschoten. Het nog maar pas aan de macht zijnde nazi-regime was namelijk bang voor een opstand van zijn SA-mannen.

Een ander voorbeeld is de Duitse generaal Rommel, die deel zou hebben genomen aan de samenzwering tegen Hitler in 1944. Een openlijk proces met executie achtte Hitler te schadelijk wegens Rommels populariteit. Daarom werd Rommel overgehaald een gifpil te slikken met het dreigement dat anders zijn gezin naar een concentratiekamp gestuurd zou worden. Het Duitse volk werd wijsgemaakt dat Rommel was overleden aan verwondingen die hij bij een bombardement had opgelopen.

In België is zelfmoord op een na de meest voorkomende doodsoorzaak bij jonge mannen van 20 tot 24 jaar en de derde doodsoorzaak bij jonge vrouwen van die leeftijd. In de leeftijdsgroep van 25 tot 34 jaar is zelfmoord zelfs de eerste doodsoorzaak. Elke dag ontnemen gemiddeld zeven Belgen zich het leven[zie Leven met zelfdoding] wat neerkomt op 248 zelfmoorden per miljoen inwoners. In de jaren 1890 bedroeg dit 124 per miljoen inwoners.[Beknopt Kerkelijk Handwoordenboek, M.C. Nieuwbaarn, 1910]

1891-1900: 799 (124 per miljoen inwoners)
1960: 1335
1970: 1591 (167 per miljoen inwoners) [Winkler Prins, 7e druk, 1975]
2006: 1934[knack.be - Zes op de 100 Belgen sterven geen natuurlijke dood]

Vlaanderen noteerde in 2007 met 161 zelfmoorden per miljoen inwoners het tweede hoogste cijfer binnen de Europese Unie (gemiddeld 2,7 suïcides per week).[Onderzoek naar verklarende factoren voor de verschillen in suïcidecijfers in Vlaanderen in vergelijking met Europese landen, Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, September 2009] Ongeveer 2 % van alle overlijdens in België is het gevolg van zelfmoord, bijna 3 % van alle mannelijke overlijdens en iets meer dan 1 % van de vrouwelijke overlijdens.

Mensen met vragen over zelfmoord kunnen in Vlaanderen terecht op twee telefoonnummers: De Zelfmoordlijn (02 / 649 95 55) en tele-onthaal (telefoonnummer 106). Op deze nummers krijgt iedereen (binnen België) gehoor: 24 uur op 24, het hele jaar door. Deskundige vrijwilligers luisteren naar het verhaal van de beller en zoeken mee naar inzichten en uitwegen. Bellen naar deze diensten gebeurt volledig anoniem. Sinds kort kan men ook elektronisch oproepen doen.

Wereldwijd plegen elk jaar minstens een miljoen mensen zelfmoord, dat is 1,5 procent van alle sterfgevallen. Van de mensen die zelfmoord plegen heeft 90 procent psychische problemen. Depressie maakt de kans op zelfdoding 15 tot 20 maal zo groot.[Elke 40 seconden pleegt iemand zelfmoord, Het Laatste Nieuws die The Lancet citeert, 17 april 2009]

Sociologen trachten de verschillen in zelfmoordcijfers tussen landen met een vergelijkbaar sociaaleconomisch profiel te verklaren. Religieuze en socioculturele verschillen en verschillen in de kwaliteit van de geestelijke gezondheidszorg zijn factoren die hierbij van belang zijn.

In België, is zelfmoord en poging tot zelfmoord niet strafbaar.

In de wetgeving van vele landen zijn bepalingen opgenomen tegen levensberoving op verzoek en het aanzetten tot of het helpen bij zelfmoord. Zo geldt in Nederland art. 293 Sr tegen levensberoving op verzoek en art 294 Sr tegen het aanzetten tot of hulpverlening bij zelfmoord. Beide strafrechtartikelen moesten in 2001 worden aangepast naar aanleiding van de legalisering van euthanasie in Nederland.

In België zijn de juristen het oneens over de vraag of hulp bij zelfdoding strafbaar is.[Euthanasie veeleer inperken dan uitbreiden, Fernand Keuleneer, Tertio, april 2009]

Met de uitdrukking 'poging tot zelfmoord' (tentamen suicidii of TS) bedoelt men een aanslag op zichzelf die niet tot de dood heeft geleid, inclusief die handelingen waarvan de persoon in kwestie vooraf vermoedt dat hij er niet aan zal overlijden. Deze beide vormen van poging tot zelfmoord – namelijk onbewust of bewust niet dodelijk – waartussen de grens niet scherp is, komen vele malen vaker voor dan een werkelijke zelfmoord. Mensen met deze neiging noemt men in de psychiatrie ook wel parasuïcidaal. Parasuïcide slaat dus op de niet-dodelijke handeling(en) van een persoon die zich opzettelijk verwondt (automutilatie) of zeer riskant gedrag vertoont. Deze handelwijze komt veel voor bij personen met een borderline-persoonlijkheidsstoornis. Veel mensen die door zelfmoord overlijden, hebben eerder een of meer pogingen tot zelfmoord ondernomen.

Bron: Wikipedia

 

Aangemaakt op: vr, 18/10/2013 - 23:32
Laatst aangepast op: za, 19/10/2013 - 01:09

Fraus omnia corrumpit in het privaatrecht

Publicatie
Auteur: 
Annekatrien Lenaerts
Uitgever: 
die Keure
Jaargang: 
2013
ISBN nummer: 
Fraus omnia corrumpit in het privaatrecht
Samenvatting

Bespreking door de uitgever

Fraus omnia corrumpit, bedrog vernietigt alles.. Het beginsel verbiet de persoon die zich schuldig maakt aan bedrog zich op dit bedrog te berroepen om een recht te verkrijgen.

Hoe vertaalt men evenwel naar ons privaatrecht zo'n vage en algemene uitdrukking? Meer zelfs, hoe geeft men invulling aan een principe dat door het Hof van Cassatie als algemeen rechtsbeginsel is erkend en dat in zeer uiteenlopende situaties wordt toegepast?

In dit boek is Annekatrien Lenaerts de grote uitdaging durven aangaan om de vaagheid van het adagium in het privaatrecht te doorbreken. Vanuit een duidelijke probleemstelling, glasheldere onderzoeksvragen, een stevig onderzoeksplan en een betrouwbare onderzoeksmethode, heeft zij de toepassingen van fraus omnia corrumpit in het privaatrecht in kaart gebracht en grondig geanalyseerd.

Met dit werk heeft de vaagheid plaatsgemaakt voor scherpe contouren, zowel op het vlak van de (eigenlijke en oneigenlijke) toepassingsgevallen, de toepassingsvoorwaarden en de gevolgen van het adagium, als op het vlak van de juiste rol en plaats ervan binnen de bronnen van het recht en in de verzameling algemene rechtsbeginselen.

Wie dit boek leest of ook maar consulteert, zal erin vinden wat hij of zij zoekt, maar zal ook verrast en geboeid zijn door de trefzekere analyses en de rijkdom aan nieuwe en consistente inzichten die zijn samengebracht in een ware theorie van fraus omnia corrumpit.
 

Het boek is de handelseditie van het doctoraal proefschrift over Fraus omnia currumpit in het privaatrecht waarmee Annekatrien op 1 maart 2013, met brio de titel van doctor in de rechten aan de KUL behaalde.

Inhoudstafel tekst: 

INLEIDING

DEEL I: BEGRIPSOMSCHRIJVING EN RECHTSVINDING VAN HET BEGINSEL FRAUS
Inleiding
Hoofdstuk I. Beknopte situering in het verbintenissenrecht
Hoofdstuk II. Historische evolutie
Hoofdstuk III. Begripsbepaling bedrog
Hoofdstuk IV. Rechtsvinding
Tussentijds besluit

DEEL II: DRAAGWIJDTE VAN HET BEGINSEL FRAUS
Inleiding
Hoofdstuk I. Toepassingsgebied van het beginsel Fraus
Hoofdstuk II. Toepassingsvoorwaarden van het beginsel Fraus
Hoofdstuk III. Rechtsgevolgen van het beginsel Fraus
Tussentijds besluit

DEEL III: FUNCTIE VAN HET BEGINSEL FRAUS
Inleiding
Hoofdstuk I. Corrigerende functie van het beginsel Fraus
Hoofdstuk II. Verklarende functie van het beginsel Fraus
Hoofdstuk III. Zelfstandige functie van het beginsel Fraus
Tussentijds besluit

DEEL IV: AFBAKENING VAN HET BEGINSEL FRAUS TEN OPZICHTE VAN AANVERWANTE CORRIGERENDE ALGEMENE RECHTSBEGINSELEN (VERBOD OP RECHTSMISBRUIK EN OP WETSONTDUIKING)
Inleiding
Hoofdstuk I. Beginselen van verbod op rechtsmisbruik en wetsontduiking in de besproken nationale rechtssystemen
Hoofdstuk II. Ruim beginsel van verbod op rechtsmisbruik in de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie
Hoofdstuk III. Verhouding van het ruime, overkoepelende beginsel van verbod op rechtsmisbruik tot het beginsel Fraus
Tussentijds besluit

DEEL V: BEKNOPTE INZICHTEN INZAKE DE ROL VAN CORRIGERENDE PRIVAATRECHTELIJKE ALGEMENE RECHTSBEGINSELEN IN DE HIERARCHIE DER RECHTSBRONNEN
Inleiding
Hoofdstuk I. Hiërarchische verhouding tussen de besproken corrigerende privaatrechtelijke algemene rechtsbeginselen en de wetsbepalingen waarvan de strikte toe passing wordt gecorrigeerd
Hoofdstuk II. Onderlinge verhouding tussen de besproken corrigerende privaatrechtelijke algemene rechtsbeginselen (het beginsel Fraus en het verbod op rechtsmisbruik)

ALGEMEEN BESLUIT EN SYNTHESE

BIBLIOGRAFIE

 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Nog dit: 

Overioge publicaties van Annekatrien Lenaerts

Articles in international reviewed journals (9)
Articles in national journals (1)
Books from international publisher (1)
Chapters in books from international publisher (3)
National conference papers (1)
Talks at international conferences (3)
Doctoral thesis (1)
Reviews (1)
Miscellaneous (1)

 

 

 

Aangemaakt op: zo, 13/10/2013 - 21:53
Laatst aangepast op: zo, 13/10/2013 - 22:26

Grensoverschrijdende collectieve vorderingen van gedupeerde beleggers

Publicatie
Auteur: 
Vandenbussche W
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Pagina: 
243
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding

II. F-cubed class actions: «the American dream» van de Europese, Canadese of Australische belegger

A. F-cubed class actions

B. De ontstaansredenen van de F-cubed class actions

1° Afschrikeffect op multinationale ondernemingen

2° Een grotere schikkingsbereidheid

3° Beperktere financiële risico’s voor de aandeelhouders

4° De fraud-on-the-market-theorie

1° De ontvankelijkheidsvoorwaarden voor het instellen van class actions

2° De «effects-» en «conducts»-test

III. De V.S. slaan de weg in naar terughoudendheid

A. Ongelijke behandeling door de Amerikaanse rechtbanken

B. Forum non conveniens bij Lernout & Hauspie

IV. «Paradise lost» na het arrest-Morrison?

A. De zaak-Morrison v. National Australia Bank

1° Het principe van non-extraterritorialiteit

2° Afwijzing van de «effects-» en «conduct»-test

B. Morrison krijgt navolging in de lagere rechtspraak

C. Verklaringen voor de tendens ingezet door het arrest-Morrison

1° Economische motieven

2° «International comity»

V. Amsterdam als nieuw internationaal forum voor de afwikkeling van financiële massaschade?

A. De Wet collectieve afwikkeling massaschade (WCAM) in Nederland

B. De Shell-zaak

C. De Converium-zaak

1° De rechtspolitieke keuze

a) In het belang van de beleggers

b) In het belang van de Nederlandse rechtsorde

2° Puur juridisch een onzeker kader

a) De internationale bevoegdheid van de Amsterdamse rechter

b) De erkenning van de WCAM-schikkingen

VI. En wat met België?

VII. Besluit

Bronnenmateriaal:

• S. Voet, Een Belgische vertegenwoordigende collectieve rechtsvordering, Antwerpen, Intersentia, 2012, 433 p.;

• M. Piers en E. De Baere, «Collectief slachtofferschap in rechtsvergelijkend perspectief», De Orde van de Dag 2011, 17-28;

• E. Stoop, «Class Action», Ad Rem 2008, 29-39; W. Eyskens en N. Kaluma, «La class action et le droit belge», JT 2008, 481-489;

• E. De Baere, «Procederen in zaken van massaschade: naar een class action in Belgisch recht?», TPR 2007, 7-72;

• B. Allemeersch en M. Piers, «De invoering in België van een class action naar Amerikaans recht» in G. Closset-Marchal en J. Van Compernolle (eds.), Naar een «class action» in het Belgische Recht, Brugge, die Keure, 2008, 1-45.

• Voorontwerp van wet betreffende de procedures tot collectieve schadeafwikkeling, economie.fgov.be/nl (consultatie op 3 juni 2013); wetsvoorstel tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat het instellen van een collectieve rechtszaak betreft, Parl.St. Kamer 2008-09, nr. 52-2019/002; OVB-voorstel, www.advocaat.be/ UserFiles/Positions/OVB-wetsvoorstel%20class%20actions%20website.pdf (consultatie 3 juni 2013).

• I. Verougstraete, «Class actions: les doutes et certitudes du magistrat», CJ 2012, (99) 99) (cf. infra, nrs. 64-66).

• H. Buxbaum, «Multinational Class Action under Federal Securities Laws: Managing Jurisdictional Conflict», 46 Columbia Journal of Transnational Law 14, 15; D. Kantor, «The Limits of Federal Jurisdiction and the F-cubed Case», 65 NYU Annual Survey of American Law 839.

•  Persbericht van de Ministerraad van 21 december 2012, Herziening van het Gerechtelijk Wetboek over de arbitrage, presscenter.org/nl/print-pdf-full/75372 (consultatie op 29 mei 2013).

• D.W. Hawes, «U.S.-Style Class Actions and European Collective Actions» in M. Tison, H. De Wulf, C. Van der Elst en R. Steennot, Perspectives in Company Law and Financial Regulation, Cambridge, Cambridge University Press, 2009, (200) 200 

• S.B. Hantler, M.A. Behrens en L. Lorber, «Access to Justice: Can Business Coexist with the Civil Justice System? – Is the «Crisis» in the Civil Justice System Real or Imagined?», 38 Loyola of Los Angeles Law Review 1121, 1129.

• Smith Kline & French Lab. Ltd v. Block, (1983) 2 All ER 72, 74 (C.A.).

• B.J. De Jong, Schade door misleiding op de effectenmarkt, Deventer, Kluwer, 2010, 95. 

• A.R. Pinto, «The United States Supreme Court and Implied Private Cause of Actions under SEC Rule 10b-5» in S. Wrbka, S. Van Uytsel en M. Siems, Collective Actions; Enhancing Access to Justice and Reconciling Multilayer Interests?, Cambridge, Cambridge University Press, 2012, (245) 245.

• D. Kantor, «The Limits of Federal Jurisdiction and the F-cubed Case», 65 NYU Annual Survey of American Law, 839, 851.

• K.J. Fick, «Such Stuff as Laws Are Made on: Interpreting the Exchange Act to Reach Transnational Fraud», 2001 University of Chicago Legal Forum 441, 445.

• Zoelsch v. Arthur Andersen & Co., 824 F.2d 27, 30 (D.C. Cir. 1987).

• H. Buxbaum, «Multinational Class Action under Federal Securities Laws: Managing Jurisdictional Conflict», 46 Columbia Journal of Transnational Law 14, 19; R. Mizrack, «Recent Developments in the Extraterritorial Application of Section 10(b) of the Securities and Exchange Act of 1934», The Business Lawyer 1975, (367) 384.

• T. Mauro, «Justices Consider a Border Battle over Lawsuits», The National Law Journal 29 maart 2010, www.law.com (consultatie op 31 mei 2013).

• C.J. Choi en L.J. Silberman, «Transnational Litigation and Global Securities Class Actions», 2009 Wisconsin Law Review 465, 495.

• H. De Wulf, «Aandeelhoudersvorderingen met het oog op schadevergoeding» in 10 jaar Wetboek Vennootschappen in werking, Mechelen, Kluwer, 2011, (475) 509.

• H. De Wulf en L. Van Den Steen, «Enkele IPR-problemen uit het economisch recht» in J. Ernauw en P. Taelman (eds.), Nieuw Internationaal Privaatrecht: meer Europees, meer Globaal, Mechelen, Kluwer, 2009, (391) 478 

• C. Hodges, The Reform of Class and Representative Actions in European Legal Systems: a New Framework for Collective Redress in Europe, Portland, Hart, 2008, 131-132.

• P. Van Leynseele en M. Dal, «Pour un modèle belge de la procédure discovery», JT 1997, (225) 226.

• H.M. Kritzer, «The Wages of Risk: The Returns of Contingency Fee Legal Practice», 47 De Paul Law Review, 286.

• H.M. Kritzer, Risks, Reputations, and Rewards: Contingency Fee Legal Practice in the United States, Stanford, Stanford University Press, 2004, 1-2;

• C. Cauffman, «Een model voor een Belgische class action? De advocatuur neemt het voortouw», RW 2009-10, p. 702-706, nrs. 25-28;

• C. De Backere en N. De Lathauwer, «Contingent Fees: Beyond the Intuitive Threat», Jura Falc. 2012-13, (101) 101-102.

• C. Hodges, The Reform of Class and Representative Actions in European Legal Systems: A New Framework for Collective Redress in Europe, Portland, Hart, 2008, 131-132.

• E. Vandendriessche, ««Fraud-on-the-market»: Een causaliteitstheorie inzake beleggersverliezen», TPR 2011, 277-308.

• L.J. Silberman, «Morrison v. National Australia Bank: Implications for Global Securities Class Actions» in D. Fairgrieve

• E. Lein, Extraterritoriality and Collective Redress, Oxford, Oxford University Press, 2012, (19.01) 19.13.

• M. Piers, «Class Actions. Verenigde Staten v. Europa. Rechtsvergelijkende beschouwingen naar aanleiding van de Wal-Martzaak», NJW 2007, (825) 827.

• R.H. Klonoff, «The Decline of Class Actions», 90 Washington Law Review 2013, papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=2038985, 2-3 

•  D. Kantor, «The Limits of Federal Jurisdiction and the F-cubed Case», NYU Annual Survey of American Law 2010, 848.

• S. Maric, «De wet collectieve afwikkeling massaschade als alternatief voor Amerikaanse class action-procedures voor het afwikkelen van massaschade bij beleggers», Vennootschap & Onderneming 2010, (166) 166.

• C.J. Choi en L.J. Silberman, «Transnational Litigation and Global Securities Class Actions», 2009 Wisconsin Law Review 465, 478; J. Genova, «F-cubed Litigants & Forum non conveniens», www.pointoflaw.com/archives/2008/08 

• J. Fawcett, «General Report» in J. Fawcett (ed.), Declining Jurisdiction in Private International Law: Reports to the XIVth Congress of the International Academy of Comparative Law Athens, Oxford, Clarendon, 1995, (1) 10-26.

• A. Jones, «The Whole World is Watching: «F-Cubed» Case Moves to High Court», blogs.wsj.com/law/2010/ 03/29/the-whole-world-is-watching-f-cubed-case-moves-to-high-court 

• D.H. Kistenbroker, A.S. Pattison en P.M. Smith, «Recent Developments in Global Securities Litigation», 1904 Practicing Law Institute Corporate Law and Practice Handbook Series 607, 615;

• J.L. Boehm, «Private Securities Fraud Litigation after Morrison v. National Australia Bank: Reconsidering a Reliance-Base Approach to Extraterritoriality», 53 Harvard International Law Journal 501, 514.

• B.C. Sellier en S. Ceslowitz, «Extraterritoriality & U.S. Securities Law», www.proskauerguide.com/law-topics/25/IV 

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 13/10/2013 - 11:57
Laatst aangepast op: zo, 13/10/2013 - 11:57

Betaling voor de afsluiting van het consumentenkrediet art. 16 WCK

Publicatie
Auteur: 
Steenot R
Tijdschrift: 
DCCR
Jaargang: 
2013/96
Pagina: 
43
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

Het verbod om betalingen te verrichten voorafgaand aan de ondertekening van de kredietovereenkomst, zijnde artikelen 16, 88 en 89 van de wet op het Consumentenkrediet aan herziening toe
R. Steenot, DCCR, 96 pag. 43
Na een inleiding over de tot standkoming en de evolutie van art. 16 WCK en haar doelstellingen, met name de consument in de gelegenheid te stellen om kredietovereenkomsten van de concurrentie met mekaar te vergelijken, gaat de auteur verder in op de concrete invulling van de sanctie van dit verregaand artikel 16 WCK erin bestaande dat de consument het verkregen kredietbedrag niet hoeft terug te betalen indien hem dit krediet ter beschikking werd gesteld voorafgaand aan de ondertekening van de kredietovereenkomst en dat de consument zelfs recht heeft tot terugbetaling van zijn aflossingen die hij reeds zou hebben betaald.

De auteur legt uit dat de rechter zelfs het recht heeft om deze sanctie ambtshalve toe te passen, dat de vordering tegen de kredietverzekeraar kan worden ingesteld maar een terugvordering tot eventuele gedane betalingen door de kredietnemer tegen de kredietgever en niet tegen diens rechtsopvolger dient ingesteld.

De auteur vergelijkt deze sanctie met deze voorzien in de wet op de Marktpraktijken, met name art. 94, ten 6de juncto 41 WMPC, zijnde de sanctie die voorzien is wanneer een consument een overeenkomst heeft gesloten ingevolge oneerlijke handelspraktijken van een onderneming waarbij in bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden er eveneens recht is op terugbetaling van hetgeen de consument heeft betaald met behoud van de goederen in één van de 6 in deze artikelen opgesomde oneerlijke handelspraktijken. Ook deze sanctie wordt door de auteur verder ontleed aan de hand van rechtspraak en rechtsleer. Ten slotte beëindigd de auteur zijn bijdrage met een rechtsvergelijkende studie en de overweging dat strenge sancties een afschrikwekkend effect hebben maar volgens de auteur ook een ongerechtvaardigd voordeel voor de consument.

Volgend op de bijdrage wordt het arrest gepubliceerd van het Hof van Beroep te Gent, 12de kamer, 21.12.2011, DCCR 96 pag. 75.
 


Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: wo, 09/10/2013 - 20:02
Laatst aangepast op: wo, 09/10/2013 - 20:02

Koop en verkoop van onroerende goederen - modellen en commentaar

Publicatie
Auteur: 
Michielsen L.
Auteur: 
Van Himme N.
Auteur: 
Van Minnebruggen W
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2013
ISBN nummer: 
9789046553275
Samenvatting

Waar de koop/verkoop van onroerende goederen in essentie een burgerrechtelijke aangelegenheid is, worden onroerend goed transacties meer en meer beheerst door andere rechtsgebieden. Bovendien gaat het dan nog vaak om materies die wat betreft bevoegdheden geregionaliseerd zijn: stedenbouw, milieu, bodemverontreiniging, energieprestaties, leegstand en onbewoonbaarheid, … maar evenzeer de fiscaliteit inzake registratierechten. Voor heel wat gebouwen zal men daarnaast aandacht besteden aan een aantal technische materies zoals de aanwezigheid van asbest, de elektriciteitsinstallaties, de wettelijke keuringen, ….

In het boek 'Koop en verkoop van onroerende goederen. Modellen en commentaar' worden al deze aspecten uitvoerig toegelicht voor het Vlaams en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Een bijgevoegd model vertaalt deze toelichting voor de notariële praktijk in concrete clausules met varianten, die gebruikt kunnen worden voor zeer diverse situaties.

(Bron Kluwer)

 

Inhoudstafel tekst: 

 

Deel 1. Wetgeving.1

1. Europese wetgeving.3

2. Federale wetgeving. 3

3. Vlaamse wetgeving. 5

4. Brussels Hoofdstedelijk Gewest..8

Deel II. Algemene toelichting.11

1. Onderhandse of authentieke overeenkomst? (Model 1. Art. 1). 13

2. Interpretatie van overeenkomsten . 13

3. Overschrijving in het hypotheekregister/authentieke akte.14

4. (Ver)koop of (ver)koopbelofte.14

5. Volle of naakte eigendom.Vruchtgebruik.15

6. De split sale: erfpacht en overdracht van naakte eigendom. 16

7. Verkoop tegen lijfrente (Model 7).17

8. Verkoop op plan of Wet Breyne .18

9. Time-sharing . 18 10. Regionale regelgeving.18

Deel III. Bijzondere toelichting.. 19

1. De partijen bij de koop .21

11. Identificatie van de partijen/algemeen (Model 1, Vooraf)..21

12. Identificatie van de partijen/lastgeving (Model 1, Vooraf). 21

13. Identificatie van de partijen/sterkmaking (Model 1, Vooraf) . 21

14. Identificatie van de partijen/ vertegenwoordiger rechtspersoon (Model 1, Identificatie van de partijen/notarieel .23

16. Identificatie van de partijen/witwaswetgeving (Model 1, Vooraf) .24

17. De verkoper/meerdere eigenaars (Model 1, Vooraf)..26

18. De verkoper/echtgenoten (Model 1, Vooraf) . 27

19. De verkoper/wettelijk samenwonenden (Model 1, Vooraf).. 27

20. De verkoper/minderjarigen (Model 1, Vooraf)..27

21. De verkoper/(andere) onbekwamen en faillissement (Model 1, Vooraf) . 28

22. De verkoper/overheid (Model 1, Vooraf)..29

23. De koper/commandverklaring (Model 1, Vooraf en model 5). 29

24. De koper/echtgenoten (Model 1, Vooraf). 30

25. De koper/ongehuwd samenwonenden/beding van aanwas (Model 3). 31

26. De koper/handelingsonbekwame (Model 1, vooraf)..34

27. Verwantschap tussen verkoper en koper/echtgenoten (Model 1, vooraf). 34

28. Verwantschap tussen verkoper en koper/erfgenamen (Model 1, vooraf) . 35

29. Tussenkomende partijen/geschonken goed (Model 1, vooraf) 35

II. Voorwerp van de verkoop: een onroerend goed.37

30. De aard van het goed (Model 1, Art. 2). 37

31. De ligging van het goed/kadastrale gegevens (Model 1, Art. 2)..37

32. Bemeubelde goederen (Model 1, Art. 2). 38

33. Uitsluitingen (Model 1, Art. 2). 38

34. Nutsvoorzieningen (Model 1, Art. 33).38

35. Oorsprong van eigendom (Model 1, Art. 3).39

36. Oppervlakte van het verkochte goed (Model 1, Art. 4).39

37. Plaatsbeschrijving (Model 1, Art. 5). 40

111. Stedenbouwkundige informatie.41

38. Stedenbouwkundige informatie/algemeen (Model 1, Art. 6).41

39. Stedenbouwkundige informatie/Vlaams Gewest/documenten (Model 1, Art. 6) 42

40. Stedenbouwkundige informatie/Vlaams Gewest/Stedenbouwkundige vergunning of melding (Model 1, Art. 6).46

41. Stedenbouwkundige informatie/Vlaams Gewest/Verkavelingsvergunning (Model 1, Art. 6) . 46

42. Stedenbouwkundige informatie/Vlaams Gewest/ Splitsing (Model 1, Art. 6).47

43. Stedenbouwkundige informatie/Vlaams Gewest/ Regularisatievergunning

(Model 1, Art. 6) . 48

44. Stedenbouwkundige informatie/ Vlaams Gewest /As-built attest (Model 1)

45. Stedenbouwkundige informatie/Vlaams Gewest/Stedenbouwkundig uittreksel (Model 1, Art. 6) . 49

46. Stedenbouwkundige informatie/Vlaams Gewest/Stedenbouwkundig attest en Projectvergaderingen (Model 1, Art. 6) . 50

47. Stedenbouwkundige informatie/Vlaams Gewest/Zonevreemde constructies/ Planologisch attest (Model 1, Art. 6).. 50

48. Stedenbouwkundige informatie/Vlaams Gewest/ Plannenregister (Model 1, Art. 6) . 51

49. Stedenbouwkundige informatie/Vlaams Gewest/Vergunningenregister (Model 1, Art. 6). 51

50. Stedenbouwkundige informatie/Vlaams Gewest/ Informatieplicht/Algemeen (Model 1, Art. 6) . 52

51. Stedenbouwkundige informatie - Vlaams Gewest- Informatieplicht notarissen - Verkoopakte (Model 1, Art. 6).54

52. Stedenbouwkundige informatie/Vlaams Gewest/Informatieplicht/Onderhandse overeenkomsten (Model 1, Art. 6). 55

53. Stedenbouwkundige informatie /Vlaams Gewest/Informatieplicht/Publiciteit (Model 1, Art. 6) . 56

54. Stedenbouwkundige informatie/Vlaams Gewest/Sancties (Model 1, Art. 6).. 56

55. Informatie ingevolge het Grond- en Pandenbeleid/Vlaams Gewest/Algemeen (Model 1, Art. 6) . 57

56. Informatie ingevolge het Grond- en Pandenbeleid/Vlaams Gewest/Register van onbebouwde percelen (Model 1, Art. 6). 57

57. Informatie ingevolge het Grond- en Pandenbeleid/Vlaams Gewest/Leeg-standsregister (Model 1, Art. 6).. 58

58. Informatie ingevolge het Grond- en Pandenbeleid/Vlaams Gewest/Betaalbaar wonen/Overdrachtsbeperkingen (Model 1, Art. 6) . 59

59. Informatie ingevolge het Grond- en Pandenbeleid/Vlaams Gewest/Bijzondere overdrachtsvoorwaarden/Wonen in eigen streek (Model 1, Art. 6). 61

60. Informatie ingevolge het Grond- en Pandenbeleid/Vlaams Gewest/Bijzondere overdrachtsvoorwaarden/Halle-Vilvoorde-Asse (Model 1, Art. 6).63

61. Informatie ingevolge het Grond- en Pandenbeleid/Vlaams Gewest/Bijzondere overdrachtsvoorwaarden/Facultatieve toepassing (Model 1, Art. 6).63

62. Stedenbouwkundige informatie/Brussels Hoofdstedelijk Gewest/Vergunningen (Model 1, Art. 6) . 64

63. Stedenbouwkundige informatie/Brussels Hoofdstedelijk Gewest/Verkaveling en splitsing (Model 1, Art. 6).64

64. Stedenbouwkundige informatie/Brussels Hoofdstedelijk Gewest/Inlichtingen (Model 1, Art. 6) . 65

65. Stedenbouwkundige informatie/Brussels Hoofdstedelijk Gewest/Publiciteit (Model 1, Art. 6) . 65

IV. Andere informatie over het goed en haar ligging..66

66. Leegstand bedrijfsruimten (Model 1, Art. 6) . 66

67. Onbewoonbaarheid, ongeschiktheid en verwaarlozing (Model 1, Art. 6).. 66

68. Watertoets (Model 1, Art. 6). 67

V. Milieuvergunningen.68

69. Milieuvergunningen/Vlaams Gewest (Model 1, Art. 7).68

70. Milieuvergunningen/Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Model 1, Art. 7).68

VI. De bodem.69

71. Vervuilde bodems en schoongrondverklaring (Model 1, Art. 8). 69

72. Bodem/Vlaams Gewest/Historiek (Model 1, Art. 8)..70

73. Bodem/Vlaams Gewest/Algemeen (Model 1, Art. 8). 70

74. Bodem/Vlaams Gewest/Overdracht van gronden/Toepassingsgebied (Model 1, Art. 8) . 71

75. Bodem/Vlaams Gewest/Overdracht van gronden/Bodemattest (Model 1, Art. 8) 72

76. Bodem/Vlaams Gewest/Overdracht van gronden/Bodemverontreiniging (Model 1, Art. 8). 73

77. Bodem/Vlaams Gewest/Overdracht van gronden/Risicogronden (Model 1, Art. 8) . 73

78. Bodem/Vlaams Gewest/Overdracht van gronden/Risicogronden/Nieuwe bodemverontreiniging (Model 1, Art. 8) .75

79. Bodem/Vlaams Gewest/Overdracht van gronden/Risicogronden/Historische bodemverontreiniging (Model 1, Art. 8).76

80. Bodem/Vlaams Gewest/Overdracht van gronden/Risicogronden/Gemengde bodemverontreiniging (Model 1, Art. 8).77

81. Bodem/Vlaams Gewest/Overdracht van gronden/Risicogronden/Financiële zekerheden (Model 1, Art. 8). 77

82. Bodem/Vlaams Gewest/Overdracht van gronden/Risicogronden/Overname van verplichtingen en Versnelde overdrachtsprocedure (Model l , Art. 8).77

83. Bodem/Vlaams Gewest/Overdracht van gronden/Mede-eigendom (Model l , Art. 8) . 79

84. Bodem/Vlaams Gewest/Overdracht van gronden/Opschortende voorwaarde (Model !, Art. 8) . 79

85. Bodem/Vlaams Gewest/Overdracht van gronden/Sancties (Molde l , Art. 8).80

86. Bodem/Vlaams Gewest/Contractuele clausules (Model !, Art. 8).81

87. Bodem/Brussels Hoofdstedelijk Gewest/Algemeen (Model l , Art. 8). 82

88. Bodem/Brussels Hoofdstedelijk Gewest/Bodemattest (Model l , Art. 8 en Model 2) .83

89. Bodem/Brussels Hoofdstedelijk Gewest/Verkennend bodemonderzoek (Model !, Art. 8). 84

90. Bodem/Brussels Hoofdstedelijk Gewest/Versnelde procedure (Model l , Art. 8) 85

91. Bodem/Brussels Hoofdstedelijk Gewest/Gedetailleerd onderzoek (Model l , Art~ 86

92. Bodem/Brussels Hoofdstedelijk Gewest/Weesverontreiniging of gemengde verontreiniging (Model !, Art. 8).87

93. Bodem/Brussels Hoofdstedelijk Gewest/Eenmalige verontreiniging (Model l , Art~ 87

94. Bodem/Brussels Hoofdstedelijk Gewest/Gezamenlijke onderzoeken (Model l , Art. 8) . 88

95. Bodem/Brussels Hoofdstedelijk Gewest/Beroep (Model !, Art. 8) . 88

96. Bodem/Brussels Hoofdstedelijk Gewest/Sancties (Model 1, Art. 8). 88

97. Bodem/Tankstations (Model !, Art. 8) . 89

VII. Kenmerken van het verkochte goed . 89

98. Eigenschappen van het verkochte goed (Model !, Art. 9)..89

99. Gebreken (Model, Art. 10) .90

VIII. Bouwcoördinatie en postinterventiedossier..91

100. De Welzijnswet en het postinterventiedossier (Model l , Art. 11).91

101. Postinterventiedossier/Volledig dossier (Model !, Art. 11) .92

102. Postinterventiedossier/Vereenvoudigd dossier (Model I, Art. Il) 92

103. Postinterventiedossier/Overdracht (Model !, Art. 11).93

104. Postinterventiedossier/Mede-eigendom (Model I, Art. Il) 93

IX. Elektriciteitskeuring, stookolietanks, asbest, .95

105. Elektrische installaties/Principe (Model l , Art. 12) 95

106. Vermeldingen in de verkoopakte (Model!, Art. 12).96

107. Stookolietanks/Vlaanderen (Model !, Art. 13).. 97

108. Stookolietanks/Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Model l , Art. 13)..98

109. Asbest (Model !, Art. 14) .99

110. PCBs, PCT's en HCFK's (Model 1, Art. 15) 100

X. Woonkwaliteit en conformiteitsattest 101

111. Woonkwaliteit/Algemeen (Model l , Art. 16) 101

112. Woonkwaliteit/Vlaams Gewest (Model 1, Art. 16) 101

113. Woonkwaliteit/Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Model 1, Art. 16) 102

XI. Keuringen, attesten en certificaten 103

114. Keuringen en attesten (Model 1, Art. 17) 103

115. Centrale verwarming/Vlaams Gewest (Model 1, Art. 17) 104

116. Centrale verwarming/Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Model 1, Art. 17) 105

117. Airconditioningssystemen/Vlaams Gewest (Model 1, Art. 17) 106

118. Keuring privéwaterafvoer/Vlaams Gewest (Model 1, Art. 17) 106

119. Andere verslagen (Model 1, Art. 17) 107

120. Duurzaamheidscertificaten (Model 1, Art. 17) 108

121. Certificaat Passiefhuis (Model 1, Art. 17) 108

XII. Energieprestaties. 109

122. Energieprestaties/Europees kader (Model 1, Art. 18) 109

123. Energieprestaties/Vlaams Gewest/Vlaams Gewest-Algemeen (Model 1, Art. 18) 110

124. Energieprestaties/Vlaams Gewest/- Bouw (Model 1, Art. 18) 111

125. Energieprestaties/Vlaams Gewest/Verkoop tijdens of na bouwwerken (Model l,Art.18) 112

126. Energieprestaties/Vlaams Gewest/Energieprestatiecertificaat (Model 1, Art. 18) 113

127. Energieprestaties/Vlaams Gewest/Energieprestatiecertificaat residentiële gebouwen (Model 1, Art. 18) 113

128. Energieprestaties/Vlaams Gewest/Energieprestatiecertificaat niet-residentiële gebouwen (Model 1, Art. 18) 115

129. Energieprestaties/Vlaams Gewest/Energiepresta tiecertificaa t/Gemengd gebruik (Model 1, Art. 18). 116

130. Energieprestaties/Vlaams Gewest/Energieprestatiecertificaat publieke gebouwen (Model 1, Art. 18) 116

131. Energieprestaties/Brussels Hoofdstedelijk Gewest/ Algemeen (Model 1, Art. 18) 117

132. Energieprestaties /Brussels Hoofdstedelijk Gewest/Bouw (Model 1, Art. 18). 118

133. Energieprestaties/Brussels Hoofdstedelijk Gewest/Verkoop (Model 1, Artikel 18) 119

134. Energieprestaties/Brussels Hoofdstedelijk Gewest/Openbare gebouwen (Model 1, Art. 18) 121

135. Energieprestaties/Brussels Hoofdstedelijk Gewest/Sancties (Model 1, Art. 18) 121

XIII. Overdracht van eigendom en risico en beperkingen aan het eigendomsrecht

van de koper 121

136. Eigendomsoverdracht (Model 1, Art. 19) 121

137. Risico-overdracht (Model 1, Art. 20) 122

138. Verkoop met ontbindende en/of opschortende voorwaarde - Algemeen 122

139. Verkoop met ontbindende en/of opschortende voorwaarde - Vlaanderen 123

140. Vrijwaring tegen uitwinning (Model 1, Art. 21) 124

141. Verkoop "(voor) vrij en onbelast" (Model 1, Art. 21) 124

142. Vrijwaring tegen uitwinning - uitzonderingen (Model 1, Art. 21) 124

143. (Vrij van) gebruik (Model 1, Art. 22) 125

144. (Vrij van) genot (Model 1, Art. 22) 125

145. Huurovereenkomsten (Model 1, Art. 22) 126

146. Erfdienstbaarheden (Model 1, Art. 23) 126

147. Beschermd statuut (Model 1, Art. 24) 127

148. Onteigening (Model 1, Art. 24) 127

149. Bosdecreet, Natuurbehoud en Waterwinning/Vlaanderen (Model 1, Art. 25) 128

150. Beding van wederinkoop (Model 4) 128

151. Vervreemdingsverbod (Model 6) 129

XIV. Voorkooprechten 129

152. Voorkooprecht-Wettelijk (Model 1, Art. 26) 129

153. Voorkooprecht/Conventioneel en Opties (Model 1, Art. 26) 134

XV. De verkoop van een (appartements)mede-eigendom 135

154. Appartement en mede-eigendom (Model 1, Art. 2 en 27) 135

155. Kennisgeving van statuten en beslissingen aan de koper (Model 1, Art. 27) . 136

156. Kostenregeling bij verkoop mede-eigendom (Model 1, Art. 27) 137

157. Andere mede-eigendommen en mandeligheden (Model 1, Art. 28) 138

XVI. De prijs van het verkochte goed en de betaling 139

158. Prijs (Model 1, Art. 29) 139

159. Verkoop tegen lijfrente (Model 7) 140

160. Benadeling 7/12 142

161. Betaling, voorschot en waarborg (Model 1, Art. 29) 143

162. Betaling en de witwaswetgeving 144

163. Niet-betaling en ontbinding (Model 1, Art. 30) 145

164. Voorrecht van de verkoper 146

165. Kosten (Model 1, Art. 31) 146

166. Verrekening van belastingen (Model 1, Art. 32) 148

167. Verzekeringen (Model 1, Art. 33) 149

168. De Verzekeringen van het Notariaat (Model 1, Art. 34) 149

XVII. Het verlijden van de authentieke akte en de notaris 150

169. Notariskeuze (Model 1, Art. 36) 150

170. Tijdstip verlijden authentieke akte (Model 1, Art. 36) 150

171. Authentieke akte/Gedematerialiseerde vorm 151

172. Tijdstip verlijden authentieke akte/Fiscale en sociale notificaties 151

173. Toelichting door notaris en ontwerpakte (Clausule in authentieke akte) 152

XVIII. De fiscaliteit van de verkoop 153

174. Registratierechten/ Alle gewesten (Model 1, Art. 38) 153

175. Registratierechten/Splitsing eigendom 155

176. Registratierechten/Vrijstellingen/Vlaams Gewest (Clausule in authentieke akte) 158

177. Registratierechten/Vrijstelling/Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Clausule in authentieke akte) 161

178. Wederverkoop/Teruggave van registratierechten/Alle gewesten (Clausule in authentieke akte) 164

179. Meeneembaarheid van registratierechten/Principe/Vlaams Gewest (Clausule in authentieke akte) 164

180. Meeneembaarheid van registratierechten/Verrekening/Vlaams Gewest (Clausule in authentieke akte) 165

181. Meeneembaarheid van registratierechten/Teruggave/Vlaams Gewest (Clausule in authentieke akte) 165

182. Meeneembaarheid van registratierechten/Voorwaarden/Vlaams Gewest (Clausule in authentieke akte) 166

183. Meeneembaarheid van registratierechten/Beperkingen/Vlaams Gewest (Clausule in authentieke akte) 167

184. Meeneembaarheid van registratierechten/Verzoek/Vlaams Gewest (Clausule in authentieke akte) 168

185. Registratierechten bij ontbinding of vernietiging - Vlaams Gewest (Clausule in authentieke akte) 170

186. Beperkt KI/Teruggave van registratierechten/Alle gewesten/Clausule in authentieke akte (Clausule in authentieke akte) 171

187. BTW (Model 1, Art. 38) 172

188. Heffing op de verwaarlozing, ongeschiktheid of onbewoonbaarheid/Gebouwen en woningen/Vlaams Gewest (Model 1, Art. 6) 175

189. Heffing op de leegstand/Gebouwen en woningen/Vlaams Gewest (Model 1, Art. 6) 176

190. Heffing op de leegstand/Bedrijfsruimten/Vlaams Gewest (Model 1, Art. 6). 177

191. Heffing op de leegstand/Woningen/Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Model 1, Art. 6) 177

192. Heffing op de leegstand/Bedrijfsruimten/ Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Model 1, Art. 6) 178

193. Meerwaardebelasting (Clausule in authentieke akte) 178

194. Fiscale verklaringen (Clausule in notariële akte) 178

XIX. Slotbepalingen . 1 79

195. Woonstkeuze (Model 1, Art. 39) 179

196. Sleutels (Model 1, Art. 40) 179

197. Ongeldige clausules en interpretatie (Niet in authentieke akte) 179

198. Toepasselijk recht en geschillen (Niet in authentieke akte) 180

Deel IV. Technische gegevens 181

1. Algemeen.183

2. Stedenbouwkundige inlichtingen 183

3. Kadastraal uittreksel 183

4. Bodemattest in Vlaams Gewest 184

5. Bodemattest in Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 184

6. Energieprestatiecertificaat. 185

7. Keuring elektrische installatie 185

8. Nuttige websites 185

Deel V. Modellen 187

Model !. Verkoop van een onroerend goed (onbebouwd, woning, appartement,

kantoorgebouw, bedrijfsruimte, bos, ) 189

!. Checklist.18 9

2. Model 192

Model 2. Clausules in verband met voorwaarden 250

!. Technische gegevens 250

2. Checklist 250

3. Model 250

Model 3. Beding van aanwas 254

!. Technische gegevens 254

2. Checklist 254

3. Model 254

Model 4. Beding van wederinkoop 259

!. Technische gegevens 259

2. Checklist 259

3. Model 259

Model 5. Beding m.b.t. commandverklaring 261

!. Technische gegevens 261

2. Checklist 261

3. Model 261

Model 6. Vervreemdingsverbod 262

!. Technische gegevens 262

2. Checklist 262

3. Model 262

Model 7. Clausules i.v.m. lijfrente 263

!. Technische gegevens 263

2. Checklist 263

3. Model 263

Deel Vl. Bibliografie 269
 


Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: za, 05/10/2013 - 12:30
Laatst aangepast op: za, 05/10/2013 - 12:54

De bevoegdheid van de syndicus in het kader van de appartementsmede-eigendom

Publicatie
Auteur: 
Sophie Demets
Uitgever: 
Universiteit Gent
Jaargang: 
2008-2009
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 


Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: di, 01/10/2013 - 01:39
Laatst aangepast op: di, 01/10/2013 - 01:39

De nietigheid van de betekening aan de procureur des Konings wegens kennis van de woon- of verblijfplaats van de geadresseerde

Publicatie
Auteur: 
Tom TOREMANS
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
163
Samenvatting

Betekening van een procesakte aan de procureur des Konings is nietig wanneer de betekenende partij de (gekozen) woonplaats of verblijfplaats van de ontvangende partij kende.

De auteur bespreekt dit kenniscriterium en meer bepaald de normatieve kennis (het behoren te kennen) ontleed zijn bijdrage in:

(I) uitvoerige casuïstiek aan de hand waarvan hij verder ingaat op

(Ii), de draagwijdte van de onderzoeksplicht van de betekenende partij

(III), de bewijslevering van de (normatieve) kennis

(IV) en de afweging van (on)zorgvuldigheden begaan door de betekenende en de ontvangende partij (IV).
 

Inhoudstafel tekst: 

I. Feitelijke en normatieve kennis
II. De onderzoeksplicht van de betekenende partij
III. Het bewijs en de bewijslast van de feitelijke en de normatieve kennis
IV. De afweging van (on)zorgvuldigheden
V. Besluit

Bronverwijzingen

• A. Smets, «Art. 40 Ger.W.» in Comm.Ger. (2009), p. 12-14, nrs. 10-13 en de verwijzingen aldaar.

• J. Laenens, «De civiele rechtsingang in Europees perspectief», RW 1995-96, p. 1176, nr. 27.

• Antwerpen 12 september 2011, NJW 2012, 428, noot AV;

• Beslagr. Luik 26 september 2005, JT 2005, 664;

• Beslagr. Brussel 11 juli 1996, P&B 1997, 116;

• Rb. Luik 4 oktober 1993, TBBR 1994, 434.

• B. Van den Bergh, «Omtrent het bewijs van kennis van de verblijfplaats in België bij betekening aan de woonplaats in het buitenland» (noot onder Cass. 15 juni 2012), verder in dit nummer opgenomen, nr. 5.

• T. Toremans, «Rechtsmisbruik en bedrog bij betekening van procesakten en de primauteit van de processtukken» (noot onder Cass. 10 mei 2012), RW 2012-13, p. 1214, nr. 8.

• Gent 21 maart 2006, TGR 2006, 174;

• Beslagr. Luik 26 september 2005, JT 2005, 664;

• Rb. Luik 22 maart 2004, JLMB 2005, 434 en 831, noot I. Bambust;

• Beslagr. Brussel 11 juli 1996, P&B 1997, 116;

• Rb. Luik 4 oktober 1993, JT 1994, 315;

• Rb. Brussel 16 maart 1982, Rev.trim.dr.fam. 1983, 152.

• Brussel 22 juni 2001, JLMB 2001, 1485, noot Ch. Vanheukelen;

• Luik 29 januari 2009, Ius & Actores 2010, 219).

• Cass. 22 oktober 1987, Arr.Cass. 1987-88, 227;

• Rb. Brussel 12 oktober 1994, TBBR 1995, 340,

• Rb. Brussel 16 maart 1982, Rev.trim.dr.fam. 1983, 152. 

• Cass. 29 april 2009, Arr.Cass. 2009, 1139.

• B. Tilleman, Proceshandelingen van en tegen vennootschappen, Antwerpen, Maklu, 1997, p. 173, nr. 351;

• K. Slabbaert, «De betekening aan de rechtspersoon» (noot onder Cass. 5 januari 2006), RW 2007-08, 404-405.

• A. Fettweis, Manuel de procédure civile, Luik, Faculté de droit de Liège, 1987, p. 176, nr. 208.

• A. Smets, Het recht op tegenspraak in civiele geschillen, Brugge, die Keure, 2009, 80 en de verwijzingen in voetnoot 284.

• Brussel 8 januari 1991, JLMB 1991, 718; Arbh. Luik 5 oktober 1983, JL 1984, 36;

• M. Donnay, «Code Judiciaire – Des significations et notifications», Rec.gén.enr.not. 1969, nr. 21227, p. 43;

• J. Laenens, K. Broeckx, D. Scheers en P. Thiriar, Handboek gerechtelijk recht, Antwerpen, Intersentia, 2012, p. 345, nr. 823;

• A. Smets, «Art. 35 Ger.W.» in Comm.Ger. (2009), p. 11, nr. 11.

• Gent 22 februari 2011, 2010-AR-0443, www.cass.be;

• Rb. Luik 4 oktober 1993, TBBR 1994, 434; 

• Gent 4 december 2007, TGR-TWVR 2008, 298, noot F. Moeykens.

• A. Smets, «Art. 38 Ger.W.» in Comm.Ger. (2009), p. 7-8, nr. 5; Rb.

• Luik 4 oktober 1993, TBBR 1994, 434.

• Cass. 15 september 1993, Arr.Cass. 1993, 700 

• Antwerpen 12 september 2011, NJW 2012, 428, noot AV (consultatie van het vennootschapsregister in Liberia).

• P. Vanlersberghe, «Adreswijzigingen en opzoekingsplicht van de initiatiefnemende partij» (noot onder Gent 19 maart 2004), RABG 2005, p. 258-259, nrs. 1-5.

• Antwerpen 6 september 2011, FJF 2012, 43.

• Smets, «Art. 40 Ger.W.» in Comm.Ger. (2009), p. 6-7, nr. 4.

• Brussel 10 oktober 1990, Pas. 1991, II, 38.

• F. Van Volsem, «Over de wijzen van betekening in strafzaken in het algemeen en aan een in een buitenlandse gevangenis opgesloten beklaagde in het bijzonder» (noot onder Cass. 4 november 2009), RABG 2010, p. 434, nrs. 9.2 en 9.3

• Cass. 14 april 1987, Arr.Cass. 1986-87, 1106.

• Cass. 1 april 2010, Pas. 2010, 1081, RABG 2011, 396.

• Arbh. Brussel 30 april 1990, Soc.Kron. 1991, 77.

• Cass. 24 september 1996, Arr.Cass. 1996, 795.

• B. Van den Bergh, «Omtrent het bewijs van kennis van de verblijfplaats in België bij betekening aan de woonplaats in het buitenland» (noot onder Cass. 15 juni 2012), 

• Gent 27 september 2000, FJF 2001, 315.

• Brussel 23 juni 1999, AJT 1999-2000, 528 

• Antwerpen 12 september 2011, NJW 2012, 428, noot AV;

• Rb. Turnhout 20 december 2005, RW 2007-08, 115 

• Gent 4 december 2007, TGR-TWVR 2008, 298, noot F. Moeykens.

• Gent 21 maart 2006, TGR-TWVR 2006, 174.

• Brussel 8 juni 2010, T.Not. 2010, 539).

• Gent 13 maart 2002, TGR-TWVR 2004, 136.

35 Verder in dit nummer opgenomen.

• Cass. 1 april 2010, Pas. 2010, 1081, RABG 2011, 396

• Gent 17 november 2009, P&B 2011, 136 

• Luik 29 januari 2009, Ius & Actores 2010, 219.

• Gent 4 december 2007, TGR-TWVR 2008, 298, noot F. Moeykens.

• Brussel 23 juni 1999, AJT 1999-2000, 528.

• Antwerpen 12 september 2011, NJW 2012, 428, noot AV 

• Gent 21 maart 2006, TGR-TWVR 2006, 174.

•  Antwerpen 23 januari 1996, T.Strafr. 2001, 206.

• Cass. 29 april 2009, Arr.Cass. 2009, 1139.

• Luik 29 januari 2009, Ius & Actores 2010, 219.

• Cass. 4 november 2009, www.cass.be, RABG 2010, 425, noot F. Van Volsem.

• Beslagr. Luik 26 september 2005, JT 2005, 664.

• Cass. 7 september 2000, Arr.Cass. 2000, 1317.

• Rb. Brussel 28 september 1995, Bull.Bel. 1997, 1807.

• Cass. 22 oktober 1987, Arr.Cass. 1987-88, 227; Cass. 4 november 2009, www.cass.be, RABG 2010, 425, noot F. Van Volsem.

•  Arbrb. Veurne 10 maart 2005, P&B 2005, 162 

• Beslagr. Gent 18 maart 2008, RW 2010-11, 124

•  Cass. 1 april 2010, Pas. 2010, 1081, RABG 2011, 396.

• Antwerpen 21 september 2005, NC 2006, 65 

• Kh. Brussel 26 mei 2005, JT 2005, 559 

• Cass. 1 april 2010, Pas. 2010, 1081, RABG 2011, 396.

• Antwerpen 30 april 2001, RHA 2001, 343.

• 58 Rb. Antwerpen 4 februari 2011, Fiscoloog 2011, 13 

• Gent 22 februari 2011, 2010-AR-0443, www.cass.be.

• Rb. Brussel 12 oktober 1994, TBBR 1995, 340 

• Cass. 24 september 1996, Arr.Cass. 1996, 795.

• Gent 27 september 2000, FJF 2001, 315.

• Rb. Brussel 28 september 1995, Bull.Bel. 1997, 1807 

•  Kh. Gent 9 juni 1999, TGR 1999, 164 

• Cass. 13 december 2000, Arr.Cass. 2000, 1976.

• Cass. 14 februari 1995, Arr.Cass. 1995, 175, P&B 1995, 181, noot F. D’Hont.

• Gent 13 maart 2002, TGR-TWVR 2004, 136 

• Gent 13 maart 2002, TGR-TWVR 2004, 136.

• K. Wagner, Sancties in het burgerlijk procesrecht, Antwerpen, Maklu, 2007, p. 194, nr. 154.

• Zie bv. Cass. 1 februari 1982, Arr.Cass. 1981-82, 712.

• Cass. 15 december 1993, Arr.Cass. 1993, 1070, RW 1993-94, 1458, R.Cass. 1994, 21, noot R. De Corte en K. Seyen.

• Cass. 4 maart 2008, Pas. 2008, 608, 

• Rb. Brussel 25 oktober 2011, Ius & Actores 2012, 123.

• Cass. 3 januari 1995, Arr.Cass. 1995, 3;

• Cass. 22 mei 1980, Arr.Cass. 1979-80, 1178.

• Cass. 14 februari 1995, Arr.Cass. 1995, 176, P&B 1995, 181, noot F. D’Hont.

• F. D’Hont, «Beter één beklaagde in de rechtszaal, dan tien verstekvonnissen op één zitting. Over adreswijzigingen, de wijzen van betekenen en het strafproces» (noot onder Cass. 14 februari 1995), P&B 1995, 183

• Gent 22 februari 2011, 2010-AR-0443, www.cass.be.

• Beslagr. Gent 18 maart 2008, RW 2010-11, 124.

• Cass. 7 september 2000, Arr.Cass. 2000, 1317.

• Cass. 13 december 2000, Arr.Cass. 2000, 1976).

• Cass. 10 mei 2012, RW 2012-13, 1212, noot T. Toremans, «Rechtsmisbruik en bedrog bij betekening van procesakten en de primauteit van de processtukken» , RABG 2012, 1229, noot N. Clijmans, «Ook het recht om niet op de gekozen woonplaats te betekenen, kan worden misbruikt» (rechtsmisbruik);

• Cass. 8 maart 2002, Arr.Cass. 2002, 753;

• Cass. 29 maart 2001, Arr.Cass. 2001, 531;

• Antwerpen 10 maart 2010, RW 2011-12, 703;

• Corr. Brussel 25 maart 1994, JLMB 1995, 851 (schending van het recht van verdediging).

• Gent 13 maart 2002, TGR-TWVR 2004, 136. 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 29/09/2013 - 12:35
Laatst aangepast op: zo, 29/09/2013 - 14:41

Belgisch mededingingsrecht wordt persoonlijk

Publicatie
Auteur: 
Wyckmans F
Auteur: 
Focquet A
Tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
122
Samenvatting

Bestuurders, zaakvoerders, management en personeelsleden zijn persoonlijk ansprakelijk geworden voor de kartelinbreuken die hun onderneming begaat. (Boek IV van het Wetboek Economisch Recht).

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding

A. Algemeen kader

B. Officieus startschot door OESO

C. Aanloop naar de wetswijziging

II. Persoonlijke aansprakelijkheid: wat, wie, hoe en wanneer?

A. Wat?

De verboden gedragingen worden gepreciseerd in art. IV.1, § 4 van Boek IV van het Wetboek Economisch Recht:

«Het is natuurlijke personen verboden in naam en voor rekening van een onderneming of ondernemingsvereniging met concurrenten te onderhandelen of met hen afspraken te maken over:

a) het vaststellen van de prijzen bij verkoop van producten of diensten aan derden;

b) het beperken van de productie of verkoop van producten of diensten;

c) het toewijzen van markten».

Het is nuttig om de bestanddelen van de omschrijving van de verboden gedragingen van naderbij te onderzoeken. Ieder van deze bestanddelen roept immers een reeks vragen op.

1° Onderhandelen of het maken van afspraken

2° Met concurrenten van een onderneming of ondernemingsvereniging

3° Over welbepaalde kartelinbreuken

Art. IV.1, § 4 van Boek IV van het Wetboek Economisch Recht preciseert de kartelinbreuken waarover de onderhandelingen of afspraken dienen te handelen.

1) hardcore restricties

2) De opsomming in art. IV.1, § 4 is limitatief.

B. Wie?

1° Natuurlijke personen

2° In naam en voor rekening

3° Onderneming of ondernemingsvereniging

4° Nederlands voorbeeld

C. Hoe?

1° Belgische procedure

2° Koppeling tussen de Europese en de Belgische procedure

3° Sancties

D. Vanaf wanneer?

III. Clementieregeling

A. Natuurlijke personen

B. Interactie met de clementieregeling voor ondernemingen

IV. Overzicht van de andere wijzigingen in Boek IV van het Wetboek Economisch Recht

V. Besluit

 

Wettelijke toelichting:

Boek IV van het Wetboek Economisch Recht, dat volledig in werking is getreden op 6 september 2013. De bepalingen van Boek IV zijn neergelegd in twee wetten van dezelfde datum: (1) wet van 3 april 2013 houdende invoeging van boek IV «Bescherming van de mededinging» en van boek V «De mededinging en de prijsevoluties» in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek IV en aan boek V en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek IV en aan boek V, in boek I van het Wetboek van economisch recht, BS 26 april 2013, 25.216, waarvan de bepalingen van Boek IV in werking getreden zijn gedeeltelijk op 28 mei 2013 (KB van 21 mei 2013 betreffende de inwerkingtreding van sommige bepalingen van de wet van 3 april 2013 houdende invoeging van Boek IV «Bescherming van de mededinging» en van Boek V «De mededinging en de prijsevoluties» in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek IV en aan boek V en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek IV en aan boek V, in boek I van het Wetboek van economisch recht, BS 27 mei 2013, 33.988) en gedeeltelijk op 6 september 2013 (KB van 30 augustus 2013 betreffende de inwerkingtreding van sommige bepalingen van de wet van 3 april 2013 houdende invoeging van Boek IV «Bescherming van de mededinging» en Boek V «De mededinging en de prijsevoluties» in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan Boek IV en Boek V en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan Boek IV en aan Boek V, in Boek I van het Wetboek van economisch recht, BS 6 september 2013, 63.089) en (2) wet van 3 april 2013 houdende invoeging van de bepalingen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, in boek IV «Bescherming van de mededinging» en boek V «De mededinging en de prijsevoluties» van het Wetboek van economisch recht, BS 26 april 2013, 25.248 waarvan de bepalingen van Boek IV in werking getreden zijn op 6 september 2013 (KB van 30 augustus 2013 betreffende de inwerkingtreding van sommige bepalingen van de wet van 3 april 2013 houdende invoeging van de bepalingen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, in Boek IV «Bescherming van de mededinging» en Boek V «De mededinging en de prijsevoluties» van het Wetboek van Economisch recht, BS 6 september 2013, 63.088).

Bronvermeldingen

• : Getting The Deal Through (ed.), Cartel Regulation Getting the Fine Down in 41 Jurisdictions Worldwide, Londen, Law Business Research, 2012, 351 p.

• F. Wijckmans en F. Tuytschaever, Distributieovereenkomsten in het Mededingingsrecht, Gent, Larcier, 2012, nrs. 171-188 en de aldaar vermelde rechtspraak.

• P. Lambrecht, N. Petit en C. Gheur, Informatie-uitwisseling en de mededingingsregels, Brussel, VBO, 2011, 32 p.;

• P. Lambrecht en C. Gheur (eds.), Les Fédérations d’entreprises et les règles de concurrence – Federaties van ondernemingen en mededingingsregels, Brussel, Larcier, 2009, 181 p.

• Memorie van toelichting bij Boek IV van het Wetboek Economisch Recht (memorie van toelichting, Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 53K2591/001 en nr. 53K2592/001, hierna: «memorie van toelichting»), p. 15, met verwijzing naar de studie van het OFT van november 2007, The Deterrent Effect of Competition Enforcement by the OFT, beschikbaar op http://www.oft.gov.uk/shared_oft/reports/Evaluating-OFTs-work/oft962.pdf.

• Zie R.Med. 25 januari 2008, nr. MEDE-I/O-04/0045, Vlaamse federatie van verenigingen van Brood- en Banketbakkers, IJsbereiders en Chocoladebewerkers, www.economie.fgov.be;

• R.Med. 15 april 2008, nr. MEDE-I/O-05/0074, Dierenartsenbelangen, www.economie.fgov.be;

• R.Med. 7 juli 2008, nr. CONC-I/O-98/0031 en CONC-P/K-05/0023, Autorijscholen, www.economie.fgov.be;

• R.Med. 25 juli 2008, nr. MEDE-P/K-06/0006, interieurarchitecten, www.econo mie.fgov.be.

• R.Med. 4 april 2008, nr. CONC-I/O-04/0051, Bayer AG – Ferro (Belgium) SPRL – Lonza S.p.A et Solutia Europe S.A., www.economie.fgov.be.

• R.Med. 26 augustus 2010, nr. CONC-I/O-01/0042, Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars, www.economie.fgov.be.

• R.Med. 20 mei 2010, nr. MEDE-I/O-04/0063 en MEDE-I/O-06/0032, Staalplaatradiatoren, www.economie.fgov.be.

• R.Med. 28 februari 2013, nr. MEDE-I/O-08/0009, Mededingingsbeperkende praktijken op de markt voor levering en verkoop van meel in België, www.economie.fgov.be.

• R.Med. 7 april 2011, nr. CONC-I/O-08/0010B, Hausses coordonnées chocolaterie, www.economie.fgov.be)

• Ger.EG T-587/08, Fresh Del Monte Produce t/ Commissie;

• Ger.EG T-588/08, Dole Food en Dole Germany t/ Commissie,;

• Med.Comm., Richtsnoeren inzake de toepasselijkheid van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op horizontale samenwerkingsovereenkomsten, Pb.C. 14 januari 2011, afl. 11, nrs. 59-61.

• Med.Comm., Richtsnoeren inzake de toepasselijkheid van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op horizontale samenwerkingsovereenkomsten, Pb.C. 14 januari 2011, afl. 11, nrs. 62-63.

• M. Siragusa en C. Rizza, EU Competition Law Volume III Cartel Law, Leuven, Claeys & Casteels, 2007, nr. 1.31.

• Med.Comm., Richtsnoeren inzake de toepasselijkheid van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op horizontale samenwerkingsovereenkomsten, Pb.C. 14 januari 2011, afl. 11, nr. 10.

• Mededeling van de Raad voor de Mededinging betreffende volledige of gedeeltelijke vrijstelling van geldboeten in kartelzaken, BS 22 oktober 2007, p. 54.713, nr. 1.

 

 

Zie ook T. Schoors, Tinneke Baeyens en W. Decroe, Schadevergoedingsacties na kartelinbreuken, NJW 239, 198

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: vr, 20/09/2013 - 22:19
Laatst aangepast op: vr, 20/09/2013 - 22:19

Wensvaderschap over draagkind prenataal vastgesteld

Publicatie
Auteur: 
Gerd Verschelden
Tijdschrift: 
Juristenkrant
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2013/273
Pagina: 
1 en 9
Samenvatting

Bespreking van een baanbrekend vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde van 19 maart 2013 (nog niet gepubliceeerd), waardoor een biologische vader van een kind dat uit een draagmoeder zal worden geboren, erin geslaagd is om nog vóór de geboorte niet alleen het vaderschap van de echtgenoot van deze draagmoeder te betwisten, maar tegelijk zelf als vader te worden aangewezen.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 15/09/2013 - 17:12
Laatst aangepast op: di, 08/10/2013 - 23:52
Inhoud syndiceren

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.