-A +A

Het recht van voorkoop van de pachter in België en Nederland

Aangemaakt op: ma, 24/11/2014 - 22:52
Laatst aangepast op: ma, 24/11/2014 - 22:52

Wet op de verzekeringen

Afkondiging: 
vri, 04/04/2014
Publicatie: 
woe, 30/04/2014

De wet van 4 april 2014 (wet verzekeringen) van kracht sinds 1 november 2014 vervangt de wet op de landverzekering. 

zie ook: De Wet Landverzekeringsovereenkomst en de Verzekeringswet 1874 in de nieuwe Wet Verzekeringen
RW 2014-2015, 483

 

Gecoördineerde actuele versie van de wet: 

 

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 24/11/2014 - 20:18
Laatst aangepast op: ma, 24/11/2014 - 20:20

De Wet Landverzekeringsovereenkomst en de Verzekeringswet 1874 in de nieuwe Wet Verzekeringen

Publicatie
Auteur: 
Locqué G
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2014-2015
Pagina: 
483
Samenvatting

De wet van 4 april 2014 (wet verzekeringen) van kracht sinds 1 november 2014 vervangt de wet op de landverzekering. 

Deze bijdrage bespreekt deze nieuwe wet

 

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding

II. Toepassingsgebied en definities

A. Wettelijke bepalingen

B. Toepassingsgebied

C. Definities

III. De landverzekeringsovereenkomst

A. Bepalingen betreffende alle verzekeringsovereenkomsten

1° Het sluiten van de overeenkomst

a) Verzekeringsvoorstel, voorafgetekende polis en verzekeringsaanvraag

b) Medische informatie

2° Uitvoering van de overeenkomst

a) De premie

b) De verzekeringsprestatie

3° Beding ten behoeve van een derde

4° Wijziging van het risico

5° Duur en opzegging van de verzekeringsovereenkomst

a) Duur van de verzekeringsovereenkomst

b) Opzeggingswijzen

c) Opzegging na schadegeval

6° Verjaring

B. Verzekeringen tot vergoeding van schade

1° Verzekering tegen natuurrampen

2° Aansprakelijkheidsverzekeringen

C. Persoonsverzekeringen

1° Gemeenschappelijke bepalingen

2° Levensverzekeringsovereenkomsten

a) Algemene bepalingen

b) Gevolgen van de echtscheiding tussen in gemeenschap van goederen getrouwde echtgenoten

3° Ziekteverzekeringsovereenkomsten

4° Schuldsaldoverzekeringen

IV. Andere verzekeringsovereenkomsten

A. Algemene bepalingen

B. Betaling door de verzekeraar

C. Verjaring

V. Inwerkingtreding en overgangsbepalingen

A. Inwerkingtreding van de Wet Verzekeringen

B. Toepassing van de nieuwe bepalingen op de lopende overeenkomsten

C. Opheffingsbepalingen

D. Verwijzingen in andere wetgeving

V. Besluit
 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: ma, 24/11/2014 - 20:01
Laatst aangepast op: ma, 24/11/2014 - 20:01

De Wet Landverzekeringsovereenkomst en de Verzekeringswet 1874 in de nieuwe Wet Verzekeringen

Publicatie
Auteur: 
Locqué G
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2014-2015
Pagina: 
483
Samenvatting

De wet van 4 april 2014 (wet verzekeringen) van kracht sinds 1 november 2014 vervangt de wet op de landverzekering. 

Deze bijdrage bespreekt deze nieuwe wet

 

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding

II. Toepassingsgebied en definities

A. Wettelijke bepalingen

B. Toepassingsgebied

C. Definities

III. De landverzekeringsovereenkomst

A. Bepalingen betreffende alle verzekeringsovereenkomsten

1° Het sluiten van de overeenkomst

a) Verzekeringsvoorstel, voorafgetekende polis en verzekeringsaanvraag

b) Medische informatie

2° Uitvoering van de overeenkomst

a) De premie

b) De verzekeringsprestatie

3° Beding ten behoeve van een derde

4° Wijziging van het risico

5° Duur en opzegging van de verzekeringsovereenkomst

a) Duur van de verzekeringsovereenkomst

b) Opzeggingswijzen

c) Opzegging na schadegeval

6° Verjaring

B. Verzekeringen tot vergoeding van schade

1° Verzekering tegen natuurrampen

2° Aansprakelijkheidsverzekeringen

C. Persoonsverzekeringen

1° Gemeenschappelijke bepalingen

2° Levensverzekeringsovereenkomsten

a) Algemene bepalingen

b) Gevolgen van de echtscheiding tussen in gemeenschap van goederen getrouwde echtgenoten

3° Ziekteverzekeringsovereenkomsten

4° Schuldsaldoverzekeringen

IV. Andere verzekeringsovereenkomsten

A. Algemene bepalingen

B. Betaling door de verzekeraar

C. Verjaring

V. Inwerkingtreding en overgangsbepalingen

A. Inwerkingtreding van de Wet Verzekeringen

B. Toepassing van de nieuwe bepalingen op de lopende overeenkomsten

C. Opheffingsbepalingen

D. Verwijzingen in andere wetgeving

V. Besluit
 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: ma, 24/11/2014 - 20:00
Laatst aangepast op: ma, 24/11/2014 - 20:00

Doodgewone mannen

Titel van het boek: 
Ordinary Men
Publicatie
Auteur: 
Christopher R. Browning
Samenvatting

battalion 101 - Google zoeken

De massamoordenaar in de Holocaust, in Rwanda, in Kosovo, lijkt niet overeen te stemmen met het stereotiepe beeld van de crimineel. Het gaat om griezelig doodgewone mannen. Dit beeld werd ook teruggevonden in de privé fotoalbums van de NAZI kampbewakers, die een normaal familieleven leefden na hun "dagtaak" in de vernietigingsmachine. Een minderheid blijkt sadistisch, psychopathisch of door ideologie doorgedraafd te zijn. Er werd wetenschappelijk bewezen dat deze handelingen niet gebeurden onder dwang. Wat bezielt deze mensen, kunnen we nog van "mensen" spreken? En hoe kan een doodgewone Belgische jongen in Syrië mensen onthoofden?

Het antwoord is onthutsend, met name dat de mens een roedeldier blijkt te zijn die niet of nauwelijks kan weerstaan aan de groepsdruk. De drang naar groepsconformisme als oorzaak van dit soort criminaliteit werd ook aangetoond in het experiment van Stanley Milgram van 1963, waaruit blijkt dat zijn 65 % proefpersonen onder druk dodelijke elektroshocks toediende aan derden mits de nodige aansporing (de derden waren acteurs die pijn uitschreeuwden, maar in werkelijkheid geen elektroshocks kregen). De experimenten van Solomon Asch in de jaren 50 toonden aan dat mensen die een juist antwoord op een vraag wisten, toch een verkeerd antwoord in een proefsetting gaven wanneer een groot deel een verkeerd antwoord gaf.

Beter bekend is het experiment van Philip Zimbardo van 1971 (Stanford Prison Experiment), waarbij hij vrijwillige proefpersonen opdeelde in een groep gevangenen en een groep bewakers. De bewakers gedroegen zich na enkele dagen ongekend brutaal en de gevangenen te onderdanig en het experiment diende vroegtijdig afgebroken. Het experiment werd verfilmd in de topfilm Das Experiment. Zie ook de film met zelfde thematiek "Die Welle" uit 2008.

Deze inzichten leren ons ook gruwelijke misdrijven als groepsverkrachting, maar ook coma-zuipen en druggebruik bij jongeren begrijpen.

In de ochtend van 13 juli 1942 reden trucks van het Duitse Reserve Politiebataljon 101 het Poolse dorp Jozefow binnen.

De trucks waren beladen met 500 man onder leiding van majoor Wilhelm Trapp.

Deze 500 man vielen niet onder de noemer van overtuigde NAZI's. Zij waren een toonbeeld van doorsnee en middelmaat.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 23/11/2014 - 15:01
Laatst aangepast op: zo, 23/11/2014 - 21:18

De ongelovige Thomas heeft een punt

Titel van het boek: 
Een handleiding voor kritisch denken
Publicatie
Auteur: 
Johan Braekman
Auteur: 
Maarten Boudry
Uitgever: 
Houtekiet
Jaargang: 
2011
ISBN nummer: 
9789089241887
Samenvatting

De ongelovige Thomas heeft een punt werd verkozen tot Liberales-boek van het jaar en haalde de shortlist van de Socrates Wisselbeker.
De apostel Thomas geloofde niet dat Jezus uit de dood was opgestaan. Hij eiste bewijzen. Christus nam het hem kwalijk: ‘Zalig zijn zij die niet zien en toch geloven.’

Maar Thomas had een punt. Buitengewone beweringen vragen om buitengewone bewijzen. Niemand is immuun voor pseudowetenschap, bijgeloof en irrationeel denken.

We leggen makkelijk valse verbanden, maken verkeerde statistische inschattingen, zijn kwetsbaar voor drogredenen en vertrouwen te veel op onze waarneming en ons geheugen. Ook intelligente mensen ontsnappen hier niet aan. Zij zijn bovendien meer bedreven in het verdedigen en rationaliseren van aantoonbaar foute overtuigingen.

In De ongelovige Thomas heeft een punt bespreken de auteurs historische en actuele denkbeelden die hun wortels vinden in drogredenen, foutieve intuïties en cognitieve valkuilen. Naast klassieke pseudowetenschappen, zoals parapsychologie, homeopathie, creationisme en psychoanalyse, passeren andere bizarre opvattingen de revue, zoals het geloof in het monster van Loch Ness, complottheorieën, telepathie, de lijkwade van Turijn, klopgeesten en mirakels. Braeckman en Boudry verduidelijken de verschillen tussen wetenschap en pseudowetenschap, tussen kritisch en onkritisch denken, en tussen zin en onzin.
Iedereen die de kwaliteit van zijn denken wil bevorderen, heeft baat bij dit boek.

Met een voorwoord van Jean Paul Van Bendegem.
De opmerkelijke waarnemingstest van de psychologen Chabris en Simons wordt in het boek aangehaald:

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 23/11/2014 - 14:11
Laatst aangepast op: zo, 23/11/2014 - 14:11

Fascinerend Leven

Publicatie
Auteur: 
Johan Braekman
Uitgever: 
Academia Press
Jaargang: 
2013
ISBN nummer: 
9789038220376
Samenvatting

De voorbije decennia is de aandacht voor biologie, zowel in de wijsbegeerte, de geschiedenis als in andere disciplines, sterk gestegen. De biologie wordt nu al de wetenschap van de 21ste eeuw genoemd. De filosofie van de biologie werd een volwaardige wijsgerige discipline en belangrijke biologen en wetenschapshistorici gaven de geschiedenis van de biologie de plaats die ze verdient. Dit boek bundelt 22 teksten over telkens een of meerdere kernfiguren: van Aristoteles en Galenus tot Charles Darwin en Francis Crick; van René Descartes en Gregor Mendel tot Niko Tinbergen en Rachel Carson. Aandacht gaat uit naar de ontwikkeling van hun natuurwetenschappelijk denken en hoe zich dit verhoudt ten opzichte van de toen heersende denkbeelden. Vier wetenschappers reflecteren tot slot over het heden en de toekomst van de biologie.

 

De samenstellers van dit boek delen een gemeenschappelijke belangstelling voor zowel de wetenschappelijke, filosofische als historische aspecten van de biologie. Lien Van Speybroeck behaalde een doctoraat aan de Universiteit Gent met een proefschrift over de filosofische aspecten van de epigenetica. Johan Braeckman specialiseerde zich in Charles Darwin en de evolutietheorie, en doceert onder meer geschiedenis van de biologie aan de Universiteit Gent.

Beluister hier een radio-recensie van Fascinerend Leven

Recensie in 'De Maakbare Mens', juli 2013

 

Inhoudstafel tekst: 

 

Fascinerend leven
  Inhoudstafel
Fascinerend leven
  Recensie in Bionieuws

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 23/11/2014 - 13:58
Laatst aangepast op: zo, 23/11/2014 - 14:03

Moraal niet bedreigd door afwezigheid vrije wil

Publicatie
Auteur: 
Ebe Ryheul
Samenvatting

agnolo bronzino - Google zoeken

 

Wat hersenwetenschappers de laatste decennia aantoonden, is haast niet voor mogelijk te houden. Met behulp van elektroden en modulatiestudies lieten zij zien dat onbewuste hersenprocessen onze bewuste beslissingen voorafgaan. Volgens Jan Verplaetse, hoogleraar moraalfilosofie aan de Universiteit van Gent, hoeft dit geen vrijbrief te zijn voor immorele chaos.

Inhoudstafel tekst: 

De eerste en misschien wel grootste aanslag op het bestaan van de vrije wil kwam er met de bevindingen van neurofysioloog Benjamin Libet in de jaren tachtig. Libet wilde te weten komen hoe onze hersenen werken bij het nemen van een beslissing. Hij startte een simpel experiment: proefpersonen stonden voor een klok en mochten zelf een moment kiezen waarop ze eenvoudigweg hun hand zouden sluiten. Achteraf vroeg hij de personen aan te geven wanneer ze zich precies bewust waren van hun wil om hun hand te sluiten. Hij doopte dat ‘het W-moment’.

Wat hij ontdekte, was baanbrekend. Aan de hand van de hersengolfpatronen kwam hij te weten dat de gebieden verantwoordelijk voor uitvoering en voorbereiding van bewegingen al vóór dat W-moment actief zijn. Met andere woorden: hij ontdekte dat onze hersenen zich al klaarhouden voor een beweging nog vóór we zelf beseffen dat we willen bewegen.

“De resultaten van Libet sloegen in als een soort bom. Zelfs Libet ging twijfelen aan zijn eigen bevindingen. Daarna viel er een zekere stilte in de hersenwetenschappen. Niemand wist goed wat te geloven. Om de twee à drie jaar probeerden wetenschappers wel eens een studie uit te voeren die de resultaten kon tegenspreken. Maar dat leverde weinig op”, vertelt moraalfilosoof Jan Verplaetse (UGent).

Hoera voor technologie
Libet kon niet het gehele beslissingsproces blootleggen. Maar dertig jaar en vele
technologische innovaties later zitten we er niet meer ver vanaf.

Prominente wetenschappers gingen rond het jaar 2000 aan de slag met scanners en elektrische stimulatie van de hersenen. “Wereldwijd ontstond er een nieuw soort paradigma binnen de wetenschap. Een aantal probeerden om bepaalde beslissingen te voorspellen. En dat lukte hen”, aldus Verplaetse.

Zo konden ze met behulp van hersenscans tot op tien seconden voor dat bewuste W-moment voorspellen welke hand mensen gingen gebruiken om een bepaalde taak uit te voeren, konden ze met behulp van elektrische stimulatie van bepaalde hersengebieden een zeer sterke behoefte teweegbrengen om een lichaamsdeel te bewegen en konden ze met dezelfde stimulatie van een ander hersengebied mensen het gevoel geven dat deze behoefte zeer persoonlijk en dus echt gewild was.

Verder wees onderzoek uit dat de gestimuleerde gebieden in onderlinge en oorzakelijke verbinding staan met elkaar. De conclusie die daar volgens sommige neurowetenschappers en neurofilosofen – waaronder Verplaetse – aan vasthangt, luidt: ‘aan elke bewuste intentie gaat een onbewuste intentie vooraf. De bewuste wil is een illusie, want hij wordt voorafgegaan door een onbewust oorzakelijk proces in de hersenen’.

Geen verwijten meer
Wil dit dan zeggen dat de relschoppers van de natonale betoging op 6 november eigenlijk niet verantwoordelijk kunnen gesteld worden voor hun daden? Of dat Anders Breivik, de Noorse massamoordenaar, eigenlijk niets te verwijten valt? Volgens Verplaetse wel.

“Als studenten te laat komen op een examen en mij zeggen dat ze er niets aan kunnen doen, dan trappen ze eigenlijk een open deur in. Ik weet dat al dat ze er niets aan kunnen doen, want er zijn voorafgaande oorzaken in het spel waar ze zelf niet voor kozen. Ze hadden op dat moment gewoon niet de mogelijkheid om anders te handelen. En op die manier kan ik hen dan dus ook niets verwijten. Maar dat wil niet zeggen dat ik er helemaal niets op moet zeggen. Ik kan proberen te voorkomen dat dit zich in de toekomst nog eens voordoet”, legt Verplaetse uit.

Niet de vraag naar iemands schuld, maar de vraag naar hoe we iemand op het rechte pad krijgen staat centraal in de visie van Verplaetse. Het heeft geen nut om ontzettend lange discussies te voeren over de mate van schuld of onschuld van Oscar Pistorius die zijn vriendin vermoordde of van de militair die zijn kind achterliet in een auto. Het is beter om maatregelen te bedenken waardoor die fouten zich niet meer voordoen in de toekomst. Er moet nagedacht worden over hoe we het verloop van de onbewuste intentie kunnen aanpassen.

Een rechtssysteem zoals in Nederland, waar het inschakelen van gedragsdeskundigen in rechtszaken en waar meer variatie is in de maatregelen die rechters kunnen treffen, zijn stappen in deze richting.
Volledig af geraken van begrippen als ‘schuld’, ‘verantwoordelijkheid’ en ‘verwijt’ is de finale stap.

Angst voor immoraliteit
Verplaetse geeft het toe: leven zonder verwijten gaat in tegen onze intuïties. Het zit in onze cultuur ingebakken om mensen te straffen en te belonen gewoon omdat we vinden dat ze het verdienen. We willen dat Kim De Gelder gestraft wordt voor zijn daden of we geven de ober een fooi, omdat we vinden dat ze dat allebi verdienen.

Verplaetse beseft dat zijn voorstel daardoor niet zo makkelijk ingang zal krijgen. Advocaat Elfri De Neve bevestigt dat. “Het strafrecht zo herschrijven en herdenken dat rekening gehouden wordt met de afwezigheid van de vrije wil, is een denkoefening die nog geen voedingsbodem heeft bij juristen”, stelt De Neve. “Alle recht in België vertrekt van de hypothese dat de vrije wil bestaat. Het is uitdagend en frustrerend om te merken dat de stelling over de onbestaanbaarheid van de vrije wil geen gehoor weet te krijgen. Niet omwille van de van de inhoud, maar omwille van de vermeende gevolgen.”

Volgens Verplaetse en De Neve vrezen mensen voor immorele chaos in de maatschappij eens het einde van verantwoordelijkheid en schuld zou worden aangekondigd.
Mensen zijn bang dat zo’n aankondiging een vrijgeleide zou worden om te doen en laten wat we willen, zonder ervoor te moeten opdraaien. Want iedereen zou dan het excuus kunnen gebruiken dat ze er toch niets aan konden doen.

“Mijn respons is dan altijd dat die vrees niet hoeft. Iets is goed of slecht, precies omdat het op zichzelf goed of slecht is en niet omdat er bepaalde consequenties zoals straf, verbod of beloning aan vasthangen. Het vermoorden van kinderen of het bestelen van oude vrouwtjes wordt niet plots nastrevenswaardig in een schuldloze samenleving. Ook in zo’n soort samenleving bestaan er morele spelregels”, motiveert Verplaetse.
“Het is trouwens vergelijkbaar met een vrees uit het verleden. Ooit werd gedacht dat een moraal zonder God tot immoraliteit zou leiden. Dat bleek duidelijk een misverstand te zijn. Net als de filosoof die niet in verantwoordelijkheid gelooft, moet de filosoof die niet in God gelooft ons nog altijd vertellen wat zijn morele regels zijn”.

Wat Verplaetse hoognodig vindt, is dat wordt duidelijk gemaakt dat er in wezen weinig verandert als verantwoordelijkheid niet meer bestaat. Hij wil dat de mensen beseffen dat de veranderingen allemaal niet zo massaal zijn als wordt gedacht.

“Met een schuldloze samenleving verliezen we misschien iets. Maar we winnen ook veel. Verwijten maken mensen kwaad en doen conflicten escaleren. Verwijten verzuren relaties of maken die kapot. Zonder vewijten kunnen we veel meer bereiken”, besluit Verplaetse.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 23/11/2014 - 13:50
Laatst aangepast op: zo, 23/11/2014 - 21:19

Titelverandering: wanneer blijft met detentor en wanneer wordt men bezitter

Publicatie
Auteur: 
del Correl J
Tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2014/307
Pagina: 
657
Samenvatting

Men kan geen vordering instellen voor de rechtbank om te horen zeggen voor recht dat men eigenaar geworden is door verjaring. Een vordering tot vaststelling van de verjaring bestaat niet als zelfstandige vordering. De vordering kan enkel als verweer worden ingesteld. 

De auteur bespreekt de figuur van titelverandering en in hoever deze optreedt door tegenspraak van recht. (artikel 2283 BW).

De aureur bespreekt het arrest van het Hof van beroep te Gent van 3 oktober 2013, NJW 2014/307, 658 die oordeelt dat een pachter/huurder of andere contractuele bezetter niets plots op basis van zijn eigen instelling kan oordelen dat hij niet meer als contractuele bezetter, maar wel als eigenaar is gaan bezetten, bezetting die dan aanleding kan zijn tot verjaring. Een detentor is niet gelijk te stellen met een bezitter en een bezetting van een detentor geeft geen aanleiding tot verjaring

Inhoudstafel tekst: 

Hof van beroep te Gent van 3 oktober 2013, NJW 2014/307, 658

Gemeente Evergem,[ ... ] appellante, [ ... ]

tegen

V.O.A.,[ ... ] geïntimeerde, [ ... ]

Bijzondere gegevens

1. [ ... ]

Kort samengevat betreft het de discussie tussen enerzijds V.O.A. die stelt dat zij ingevolge erfopvolging en verkrijgende verjaring door haar rechtsvoorgangers eigenaar is geworden van het onroerend goed met tuin te [ ... ] en anderzijds de Gemeente Evergem die dit betwist en stelt dat er van verkrijgende verjaring geen sprake is en dat het voormeld onroerende goed haar eigendom is en zij daarop als vruchtgebruik belaste "levenspachten" toestond.

2. Bij tussenarrest van 13 december 2012 werd het hoger beroep ontvankelijk verklaard, doch werden ~ alvorens ten gronde uitspraak te doen ~ de debatten heropend teneinde partijen toe te laten standpunt in te nemen omtrent (1) de ontvankelijkheid van de (oorspronkelijke) vordering en (2) de toepassing van artikel 2231 van het burgerlijk wetboek.

3. V.O.A. (geïntimeerde) stelt bij conclusie na tussenarrest dat haar oorspronkelijke vordering wel ontvankelijk is, daar de zogenaamde 'regel' dat de verkrijgende verjaring enkel als verweermiddel zou kunnen worden opgeroepen, geen bindende rechtsregel is. Volgens haar legt geen enkele wettelijke bepaling deze 'regel' op, doch is dit enkel het standpunt van bepaalde ~ beperkte ~ rechtsleer, die geen bindende kracht heeft en overigens nergens aangeeft op welke rechtsgrond zij zich hierbij steunen.

Bij gebrek aan wettelijke bepaling die haar deze mogelijkheid uitdrukkelijk ontneemt, is V.O.A. van oordeel dat zij de mogelijkheid moet hebben om een procedure op te starten en te doen vaststellen dat zij een bepaald goed ook definitief heeft verkregen ingevolge de verkrijgende verjaring. Zoniet wordt er, aldus V.O.A., een juridisch vacuüm gecreëerd en wordt haar elke rechtszekerheid ontnomen.

Verder benadrukt zij dat zij in hoofdorde vordert te horen zeggen voor recht dat zij eigenaar is geworden ingevolge de wettelijke erfopvolging. De verkrijgende verjaring zou slechts worden aangewend om aan te tonen hoe haar rechtsvoorgangers eigenaar werden.

Wat betreft de toepassing van artikel 2231 van het burgerlijk wetboek verwijst V.O.A. naar de tekst van de 'levenspachtakte' van 30 mei 1821 die door de Gemeente Evergem wordt voorgelegd, waaruit zou blijken dat de levenspacht niet wordt verder gezet of hernieuwd door de nabestaanden van de initiële begunstigde(n), maar dat het na het overlijden in volle eigendom terugkeert naar de Gemeente Evergem.

Aldus heeft volgens haar de initiële levenspachter aanvankelijk aangevangen te bezitten voor een ander, doch is de titel van de levenspacht uitgedoofd door zijn overlijden. Hoewel de volle eigendom op dat ogenblik is teruggekeerd, zijn de rechtsvoorgangers van V.O.A. het goed blijven bewonen en hebben zij het feitelijk in bezit genomen. Uit de door hen gestelde bezitsdaden zou op duidelijke en ondubbelzinnige wijze blijken dat zij het eigendomsrecht van de eigenaar ontkenden en zichzelf als eigenaar beschouwden.

Volgens haar blijkt uit de stukken dat haar rechtsvoorgangers minstens vanaf 1947 dergelijke bezitsdaden stelden en zich als eigenaar beschouwden, waardoor de verjaringstermijn vanaf dan begon te lopen.

Voor het overige volhardt V.O.A. in haar eerdere syntheseconclusie en uiteenzetting ter zitting van 22 november 2012.

4. De Gemeente Evergem (appellante) van haar kant antwoordt bij conclusie van wederantwoord op tussenarrest dat V.O.A. de problematiek van de ontvankelijkheid ontwijkt, aangezien zij beweert het goed door rechtsopvolging verkregen te hebben, doch dit geenszins bewijst en ook niet aantoont dat haar ouders of grootouders zich ooit publiekelijk als eigenaars van het bedoelde goed hebben gedragen en zich ten aanzien van de gemeente Evergem op eigendomsverkrijging door verkrijgende verjaring hebben beroepen.

Wat betreft de toepassing van artikel 2231 van het burgerlijk wetboek is de Gemeente Evergem van oordeel dat het te leveren bewijs van het tegendeel door V.O.A. niet geleverd wordt. Zij herhaalt dat V.O.A. en haar ouders, grootouders, enz. nooit het deugdelijk bezit van het goed, dat voor verkrijgende verjaring vereist is, hebben gehad. Bovendien is volgens de Gemeente Evergem in casu tussen de generaties van erfgenamen geen samenvoeging van bezit mogelijk. Verder wijst de Gemeente Evergem nog op de artikelen 2236 tot en met 2239 van het burgerlijk wetboek, waarbij zij van oordeel is dat de ouders, grootouders, enz. van V.O.A. nooit hebben beweerd dat hun titel van levenslange pachter c.q. huurder veranderd is (art. 2238 B.W.), noch voorheen de inversie van hun titel hebben opgeworpen (art. 2239 B.W.). Voor het overige herneemt zij in haar conclusie grotendeels haar eerdere argumenten, zoals die reeds werden uiteengezet in haar eerdere 'tweede conclusie van wederantwoord'.

Beoordeling

1. de oorspronkelijke hoofdvordering

Blijkens de bewoordingen van haar dagvaarding steunt V.O.A. haar vordering wel degelijk op de verkrijgende verjaring. Volgens de heersende rechtsleer kan de verkrijgende verjaring enkel als verweermiddel in een procedure worden opgeworpen. Een bezitter kan zelf nooit een procedure opstarten om de rechter(en bij uitbreiding het hof) te laten vaststellen dat de verjaring in zijn voordeel is opgetreden (zie Kokelenberg, J., Sagaert, V., Van Sinay, T. en Jansen, R., Overzicht van rechtspraak, Zakenrecht, TPR 2009, nr. 625 en de aldaar opgenomen rechtsleer en rechtspraak).

De oorspronkelijke hoofdvordering van V.O.A. is niet ontvankelijk.

Het bestreden vonnis dient te worden teniet gedaan.

2. de oorspronkelijke tegenvordering

De oorspronkelijke tegenvordering van de gemeente Evergem is daarentegen wél ontvankelijk.

De ontoelaatbaarheid van de hoofdvordering sorteert ten aanzien van de tegenvordering in beginsel immers geen enkel effect.

Rest de vraag of de oorspronkelijke tegenvordering gegrond is.

De gemeente Evergem vordert op tegenvordering de veroordeling van V.O.A. tot het betalen van een provisionele bezettingsvergoeding van 5.000,00 EUR. Dit impliceert dat alsnog ten gronde dient te worden geoordeeld over de eigendomsaanspraken die beide partijen maken op het onroerend goed. Geïntimeerde meent geen bezettingsvergoeding verschuldigd te zijn, nu zij op basis van de verkrijgende verjaring eigenaar zou geworden zijn van het onroerend goed. Appellante meent daarentegen steeds eigenaar te zijn gebleven van het onroerend goed.

Uit de voorliggende stukken blijkt dat het onroerend goed waarop beide partijen thans aanspraak maken oorspronkelijk van appellante was, die op 30 mei 1821 aan de rechtsvoorgangers van geïntimeerde 'als vruchtgebruik belaste levenspachten' toestond op het onroerend goed. De rechtsvoorgangers van geïntimeerde waren na afloop van deze levenspacht dus gehouden tot restitutie van het onroerend goed, zoals ook uitdrukkelijk opgenomen in de akte ("3°. naar hun overlijden Vrijwillig of gedwongen gescheyden, zullen blijven in vollen eijgendom en Jouissance aan de voormelde gemeijnte van Evergem ... "). Ze waren slechts detentor van het onroerend goed en geen bezitter ervan.

Na afloop van de levenspacht werd aan deze restitutieplicht evenwel niet voldaan. De rechtsopvolgers van de oorspronkelijke levenspachters bleven in het onroerend goed wonen. Vermits de rechtsvoorgangers van geïntimeerde oorspronkelijk detentor waren van het onroerend goed, wordt ook geïntimeerde nog steeds vermoed detentor van het onroerend goed te zijn.

Artikel 2231 BW bepaalt immers dat wanneer men aangevangen heeft voor een ander te bezitten, men steeds vermoed wordt het bezit onder dezelfde titel voort te zetten, tenzij het tegendeel bewezen is. Overeenkomstig artikel 2236 lid 1 BW kunnen zij die voor een ander bezitten nooit, door welk tijdsverloop ook, iets door verjaring verkrijgen, en op grond van artikel 2237 BW bij uitbreiding ook hun erfgenamen niet. Artikel 2238 BW stelt daarentegen dat de in artikel 2236 en 2237 BW genoemde personen de zaak door verjaring kunnen verkrijgen, indien de titel van hun bezit veranderd is, hetzij uit een oorzaak die van een derde voortkomt, hetzij door hun tegenspraak tegen het recht van de eigenaar.

Het hof is van oordeel dat uit de voorliggende stukken allerminst blijkt dat terzake dergelijke titelomzetting is opgetreden.

Er heeft zich geen oorzaak voorgedaan die van een derde voortkomt. Titelverandering door een oorzaak die uitgaat van een derde impliceert immers dat de houder door een translatieve rechtshandeling (bv. verkoop, ruil of schenking) een titel verkrijgt van een derde die het eigendomsrecht zou hebben overgedragen, indien deze derde de ware eigenaar zou zijn geweest (zie De Page, H. en Dekkers, R., Traité élémentaire de droit civil Beige, V, Brussel, Bruylant, 1975, blz. 747, nr. 849). Dit is alhier niet aan de orde.

Er is evenmin sprake van titelverandering door tegenspraak van het recht van de eigenaar. 'Tegenspraak tegen het recht van de eigenaar' houdt immers een reële ontkenning in van de rechten van de eigenaar. Dit onderstelt dat de detentor een bepaalde gedraging stelt waaruit op duidelijke en ondubbelzinnige wijze blijkt dat hij het eigendomsrecht van de eigenaar ontkent en dat hij zichzelf voortaan als eigenaar beschouwt. Geïntimeerde verwijst onder meer naar de jarenlange familiale bewoning vanuit de idee dat men eigenaar was, doch dit is niet relevant. Een loutere wijziging van de geestesgesteldheid van de detentor is onvoldoende.

De tegenspraak moet/mag blijken uit materiële handelingen of rechtshandelingen (zie De Page, H. en Dekkers, R., O.C., blz. 748, nr. 850). Er wordt evenwel een positieve daad verwacht. De loutere niet -nakoming van een contractuele verplichting (zoals bv. het niet betalen van pacht of huur) volstaat niet. Er is pas sprake van titelverandering wanneer de ware eigenaar de nakoming van de verplichtingen vordert (bv. een aanmaning tot betaling of het verlaten van het onroerend goed) én de detentor weigert om hieraan gevolg te geven omdat hij zich als eigenaar beschouwt. In dat geval is er een duidelijke tegenspraak vermits de houding van de detentor conflicteert met het eigendomsrecht van de ware eigenaar. Titelomzetting door tegenspraak veronderstelt dus een duidelijke en ondubbelzinnige ontkenning van het recht van de eigenaar waarvan de ware eigenaar bovendien kennis heeft genomen of kennis heeft kunnen nemen (zie De Weggheleire, J., 'Verkrijgende verjaring: detentie en titelomzetting (mis) begrepen?', noot onder Gent, 4 februari 2010, RW 2012-2013, blz. 903 en de aldaar geciteerde rechtsleer).

Na de beëindiging van de levenspacht zijn de rechtsopvolgers het onroerend goed gewoon blijven bewonen. Bij de erfopvolging werd het onroerend goed kennelijk niet opgenomen in de aangiften van nalatenschap.

Appellante is daarenboven, overeenkomstig de kadastrale gegevens, de onroerende voorheffing blijven betalen (zie betalingsbewijzen ~ stukken 6, 7, 8, 11, 12 en 22 appellante), hetgeen aantoont dat appellante zichzelf als eigenaar van het onroerend goed is blijven manifesteren.

Het louter feit dat geïntimeerde een aanvraag tot aansluiting op het waterleidingnetwerk indiende alsook een brandverzekering afsloot, zelfs in de hoedanigheid van eigenaar, doen aan dit alles geen enkele afbreuk, nu deze rechtshandelingen op zich geen reële bezitsdaden betreffen doch evengoed gesteld kunnen worden door een detentor (huurder of pachter). Deze rechtshandelingen impliceren evenmin tegenspraak door appellante.

Het feit dat de rechtsvoorgangers van geïntimeerde en geïntimeerde zelf kennelijk sedert de eerste wereldoorlog geen pachtgelden meer hebben betaald, doet hier evenmin afbreuk aan. De pachtgelden werden door appellante niet langer opgevraagd~ naar haar zeggen~ omwille van de zware schade die door de eerste wereldoorlog, later de economische cri

sis en vervolgens de tweede wereldoorlog aan de gebouwen was veroorzaakt. Er volgde dus nooit een aanmaning tot betaling, die door geïntimeerde betwist werd ( omdat zij zichzelf als eigenaar van het onroerend goed beschouwde).

Er liggen geen stukken voor waaruit blijkt dat geïntimeerde enige andere bezitsdaad gesteld heeft ten aanzien van het onroerend goed.

Stuk 18 van geïntimeerde, zijnde een 'onderhandse schenkingsakte' d.d. 1 september 1983 met betrekking tot een stukje grond van 7 m2 dat aan familie werd geschonken, toont net ~ doordat het van generlei waarde is en niet tegenstelbaar is aan de gemeente Evergem ~ het heimelijk karakter van het beweerd bezit aan.

Geïntimeerde heeft het onroerend goed derhalve steeds als detentor in het bezit gehad en niet als bezitter. De verkrijgende verjaring is niet beginnen lopen. Appellante is dan ook nog steeds eigenaar van het betreffend onroerend goed. Haar tegenvordering is gegrond.

Ze vordert een provisionele bezettingsvergoeding van 5.000,00 EUR. Ze vraagt tevens voorbehoud voor alle 'verdere en meerdere schade'.

Appellante maakt principieel, gelet op de detentie van haar onroerend goed door geïntimeerde, inderdaad aanspraak op een bezettingsvergoeding. Wat betreft het door haar gevorderd voorbehoud voor alle 'verdere en meerdere' schade stelt het hof vast dat appellante op heden zelf niet aangeeft wat deze schade juist zou inhouden. Er liggen desbetreffend evenmin stukken voor.

Vermits ten overstaan van geïntimeerde nooit enige bezettingsvergoeding gevorderd werd, cijfermatig niet de minste gegevens worden verstrekt en appellante zelf aangeeft dat het onroerend goed sedert jaren leeg staat (geïntimeerde diende kennelijk wel een bouwaanvraag in m.o.o. de verbouwing van de woning), wordt de tegenvordering van appellante thans beperkt tot één globale provisie van 1,00 EUR. De zaak wordt voor het overige verzonden naar de bijzondere rol, in afwachting van verdere instaatstelling.

[ ... ]

OP DIE GRONDEN, HET HOF,

[ ... ]

Verklaart het hoger beroep gegrond. Doet het bestreden vonnis teniet en opnieuw wijzende,

Wijst de oorspronkelijke hoofdvordering af als niet ontvankelijk,

Verklaart de oorspronkelijke tegenvordering ontvankelijk en gegrond. Veroordeelt geïntimeerde tot het betalen aan appellante van een provisionele bezettingsvergoeding van 1,00 EUR. Verzendt de zaak voor het overige naar de bijzondere rol, in afwachting van verdere instaatstelling.

[ ... ]

Noot J. del Correl , Titelverandering: wanneer blijft met detentor en wanneer wordt men bezitter, NJW 2014/307, 657

Rechtspraak:

• Rb. Hasselt 23 oktober 2000, TBBR 2001, (250) 251;

• Rb. Bergen 28 maart 2001, JLMB 2001, 1710; RPDB, X, v° Prescription en matière civile, nr. 465;

Rechtsleer:

• J. HANSENNE, "Prescription acquisitive" in Rép. Not. II, livre XIII, Brussel, Larcier, 1983, 92, nr. 147;

• J. KOKELENBERG, T. VAN SINAY, V. SAGAERT, R. JANSEN, "Overzicht van rechtspraak. Zakenrecht 2000-2008", TPR 2009, (1113) 1712, nr. 625;

• T. DE BIE, "Op weg naar een drempelverlaging voor de verkrijgende verjaring?" (noot onder Rb. Gent 26 januari 2010), TBBR 2012, 138).

• R. DERINE, F. VAN NESTE en H. VANDENBERGHE, Zakenrecht in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, V, I, A, Antwerpen, Standaard, 1974, 232, nr. 117, B;

• H. DE PAGE en R. DEKKERS, Traité élémentaire de droit civil belge, V, Brussel, Bruylant, 1975, 748, nr. 850;

• S. BOUFLETTE, "Possession" in Rep. Not. II, livre XIII, Brussel, Larcier, 2010, 85, nr. 63 en 87, nrs. 68-69;

• J. DE WEGGHELEIRE, "Verkrijgende verjaring: detentie en titelomzetting (mis)begrepen?" (noot onder Gent 4 februari 2010), RW 2012-23, (901) 903).

• T. DE BIE, "Op weg naar een drempelverlaging voor de verkrijgende verjaring?" (noot onder Rb. Gent 26 januari 2010), TBBR 2012, (138) 140).

 

Besproken arrest:

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 21/11/2014 - 16:02
Laatst aangepast op: vr, 21/11/2014 - 16:04

Het nieuwe zekerheidsrecht

Publicatie
Auteur: 
Baeck J
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2014
ISBN nummer: 
978-9400004504
Samenvatting

Met de wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft, heeft de wetgever het stelsel van de zakelijke zekerheden op roerende goederen grondig hervormd. Het was de uitgesproken bedoeling van de wetgever om te komen tot een stelsel van zekerheidsrechten dat doeltreffend, flexibel en voorspelbaar is, om zo de kredietverlening te bevorderen ter versterking van de economie. Aldus kan de nieuwe regeling volgens de wetgever een bijdrage leveren om de economische crisis waarin ons land zich bevindt, het hoofd te bieden.

Dit boek beoogt de achtergrond, de inhoud en de praktische weerslag van de nieuwe regeling grondig te analyseren. Als opvallende vernieuwingen kunnen alvast worden aangestipt:
- de invoering van een bezitloos pandrecht, dat onderworpen is aan publiciteit in een nieuw op te richten pandregister;
- de afschaffing van de bijzondere regeling van het handelspand, het pand op de handelszaak en het landbouwvoorrecht;
- de afschaffing van bepaalde voorrechten en de verruiming van het voorrecht van de onderaannemer;
- de invoering van bijzondere regels voor inpandgeving door consumenten;
- de wettelijke erkenning van de figuur van de zekerheidsagent;
- de vereenvoudiging van de procedure voor de uitwinning van pandrechten, waarbij uitwinningsgeschillen voortaan bij de beslagrechter worden geconcentreerd;
- de invoering van bijzondere regels voor pandrechten op geldsommen en schuldvorderingen, waarbij ook de overdracht van schuldvordering tot zekerheid wordt geregeld;
- de invoering van nieuwe regels voor de zekerheidsfunctie van het eigendomsvoorbehoud, dat voortaan als een volwaardig zekerheidsrecht wordt aangemerkt;
- de invoering van een wettelijke regeling voor de zekerheidsfunctie van het retentierecht.

Met bijdragen van Joke Baeck, Karen Broeckx, Ruud Jansen, Pieter Nobels, Ivan Peeters, Johan Pieters, Reinhard Steennot en Ivan Verougstraete.

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 20/11/2014 - 20:37
Laatst aangepast op: do, 20/11/2014 - 20:40
Inhoud syndiceren

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.