-A +A

Handboek Gezondheidsrecht

Publicatie
Auteur: 
Vansweevelt T
Auteur: 
Dewallens F
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2014
ISBN nummer: 
9789400005457
Samenvatting

Bespreking van dit werk door de uitgever 

Met dit opus magnum komen de auteurs tegemoet aan de toenemende vraag naar een globaal overzicht van het gezondheidsrecht. Zorgverleners, advocaten, magistraten en, last but not least, studenten vragen om een breed, grondig en volledig Handboek Gezondheidsrecht.

Het unieke aan dit Handboek Gezondheidsrecht is dat de positie van de zorgverlener, niet alleen klassiek t.a.v. de patiënt, maar ook t.a.v. allerlei andere zorgverleners (andere beroepsbeoefenaars en gezondheidszorginstellingen) én de overheid aan bod komt, en dit op een zéér grondige wijze.

Het gezondheidsrecht is de laatste jaren uitgegroeid tot een bloeiende rechtstak met veel uitlopers naar andere rechtsdomeinen. Daarom werd besloten om de krachten en talenten van verschillende specialisten te bundelen. Per onderwerp werd een specialist aangezocht waarbij een kruisbestuiving tussen de verschillende universiteiten, de balie en de ziekenhuiswereld werd nagestreefd.

Handboek Gezondheidsrecht bestaat uit twee apart verkrijgbare delen

Volume I: Zorgverleners: statuut en aansprakelijkheid
september 2014 | ISBN 978-94-0000-537-2 | lii + 1688 blz. | gebonden
Prijs: 195 euro

Volume II: Rechten van patiënten: van embryo tot lijk
september 2014 | ISBN 978-94-0000-538-9 | l + 1632 blz. | gebonden
Prijs : € 195

In Volume I draait alles rond het zorgaanbod en het statuut van de zorgverleners. Hier worden teksten verzameld over de organisatie van de gezondheidszorg, met inbegrip van de rechtsbeginselen van het gezondheidsrecht en de ziekteverzekering.
Niet alleen wordt de klassieke arts-patiëntrelatie besproken, maar ook minder belichte statuten van artsen in de niet-curatieve sector, zoals: de arbeidsarts, de controlearts, de ziekenfondsarts en de verzekeringsarts.
Verder wordt uitvoerig ingegaan op het juridisch statuut van de arts in ziekenhuisverband, de professionele samenwerkingsverbanden, maar ook op het statuut van voorzieningen in de ouderenzorg, de palliatieve zorg, de geestelijke gezondheidszorg, en de jeugdgezondheidszorg. Daarnaast wordt voor de eerste maal in een handboek specifieke en grondige aandacht besteed aan het statuut van andere beroepsbeoefenaars, zoals de tandarts, de apotheker, de kinesitherapeut, de vroedvrouw, de verpleegkundige, de paramedische beroepen, beoefenaars van niet-conventionele behandelwijzen, naast de zopas wettelijk geregelde beroepen van de klinisch psychologen, de klinisch orthopedagogen en psychotherapeuten.
Naast de rechten van de beroepsbeoefenaars (diagnostische en therapeutische vrijheid, recht op reclame en mededinging, op honorarium en op medewerking van de patiënt) worden vanzelfsprekend ook hun plichten uiteengezet. Noblesse oblige.
Procedures voor de Orde van Geneesheren, het RIZIV, de provinciale geneeskundige commissies passeren de revue. Last but not least bevat dit eerste volume het meest volledige actuele overzicht, méér dan 400 pagina’s, van de aansprakelijkheid van elk van de hierboven opgesomde zorgverleners.
Het eerste volume wordt afgesloten met de producten in de gezondheidzorg: geneesmiddelen, medische hulpmiddelen, bloed en bloedderivaten en gentechnologie.

In Volume II van dit handboek wordt de rechten van patiënten tijdens de levensloop van de persoon gevolgd: van embryo tot lijk.
In het deel over het begin van het leven staat het recht op voortplanting, de medische begeleide voortplanting, het draagmoederschap, het statuut van en het onderzoek om embryo’s, en de zwangerschapsafbreking centraal.
De patiëntenrechten zelf spelen een steeds belangrijkere rol in de rechtspraak en worden dus uitvoerig uiteengezet: recht op gezondheidszorg, op vrije keuze van beroepsbeoefenaar, op geïnformeerde toestemming, op inzage en afschrift van het patiëntendossier, op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en zeer uitvoerig het beroepsgeheim, het klachtrecht en de ombudsfunctie, en zelfs de medische expertise!
Ook de rechten van de minderjarige patiënten, de meerderjarige onbekwamen en de rechten bij dwangopname van geesteszieke patiënten passeren de revue.
Het menselijk lichaam staat van langsom meer in het middelpunt van de belangstelling van de wetgever; aldus worden ook de Wet Medische Experimenten, de Wet Transseksualiteit, de Wet Orgaantransplantatie, en de Wet Menselijk Lichaamsmateriaal bestudeerd.
Tot slot concentreert het boek zich op de rechten bij het levenseinde: medische beslissingen bij het levenseinde (levensbeëindiging zonder verzoek, euthanasie, hulp bij zelfdoding, pijnbestrijding, palliatieve zorg, staken of niet instellen van een behandeling), de voorafgaande wilsverklaringen, de vaststelling en de publiciteit van het overlijden, en het statuut van het lijk (grafschennis, persoonlijkheidsrechten, lijkbezorging, autopsie).

Dit Handboek Gezondheidsrecht bevat een ongekende rijkdom aan onderwerpen die allemaal sterk worden uitgewerkt. Het resultaat is een weldoordacht handboek dat vertrekt vanuit de noden van de praktijk en tegelijk didactisch sterk onderbouwd is. Bovendien is dit boek ook uitermate correct geprijsd!
Dit boek is dan ook hét onmisbare referentiewerk voor iedereen die met het gezondheidsrecht wordt geconfronteerd. Een betrouwbaar naslagwerk voor advocaten, magistraten, artsen en al wie betrokken is in de gezondheidszorg.

Inhoudstafel tekst: 

ORGANISATIE VAN DE GEZONDHEIDSZORG

I. Rechtsbronnen en rechtsbeginselen in de gezondheidszorg 5

1. België
2. Europa en de wereld 6

Il De ziekteverzekering

1. Actoren in de ziekteverzekering 1
2 Verhoudingen tussen de actoren toegelicht 2
3 Het gedekte pakket
4 Kostenbeheersing: drie actoren

III De gezondheidszorgvoorzieningen 3

1. Ziekenhuizen 4
2 Ouderenzorg 5
3 Instellingen in de palliatieve zorg
4 Instellingen in de geestelijke gezondheidszorg 1
5 Instellingen in de jeugdgezondheidszorg 2
6 Dringende medische hulp
7 Preventie: profylaxe van besmettelijke ziekten, dwangbehandeling en afzondering 4

IV De Orde van geneesheren

1. Historiek
2 Statuut en lidmaatschap
3 Structuur en werking van de Orde van geneesheren
4. De deontologische normering
5. Het tuchtrecht
6. De toekomst van de Orde

V. De Orde der apothekers

1. Inleiding
2. De inrichting
3. Bevoegdheid
4. De werking

VI. De provinciale geneeskundige commissies

1. Inleiding
2. Opdrachten
3. De procedures
4. De rechtsmiddelen

DEEL Il DE BEROEPSBEOEFENAAR IN DE GEZONDHEIDSZORG

I. De arts

1.. Toegang en uitoefeningsvoorwaarden
2. Het misdrijf van onwettige uitoefening van de geneeskunde
3. Professionele samenwerkingsverbanden tussen artsen
4. Juridisch statuut van artsen met een niet-curatieve opdracht
5. De arbeidsarts
6.De controlearts
7. De ziekenfondsarts
8. De verzekeringsarts

II. De apotheker

Inleiding
De voorwaarden om het beroep uit te oefenen
De taken, plichten en bevoegdheden van de apotheker
De verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de apotheker
De voor het publiek opengestelde apotheek
De ziekenhuisapotheek

III. De tandarts

De beroepsopleiding tandheelkunde binnen de Europese Unie
De diplomavereisten en het visum voor de uitoefening van de tandheelkunde in België
De bijzondere beroepstitels
De dentaaltechnicus
Het voorbehouden beroepsdomein van de tandarts

IV. De kinesitherapeut

Het juridisch statuut: algemeen
Toepasselijke bepalingen van de Wet Uitoefening Gezondheidszorgberoepen
De rechtspositie van de kinesitherapeut t.o.v. de arts
De rechtspositie van de kinesitherapeut t.o.v. de paramedicus
De erkenning als kinesitherapeut

V. Het verpleegkundig beroep

Het verpleegkundig beroep ten overstaan van andere zorgondersteunende beroepen
Toegang tot het verpleegkundig beroep
Verpleegkundige bevoegdheden
Verpleegkundige commissies en raden

VI. De zorgkundige

De vroedvrouw
De toegang tot het beroep van vroedvrouw
Wettelijke bevoegdheden van de vroedvrouw

VII De paramedische beroepen

De toegang tot het paramedisch beroep
Wettelijke bevoegdheden van paramedici

VIII De klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen

De toegang tot het beroep van klinisch psycholoog en klinisch orthopedagoog
Wettelijke bevoegdheden van klinische psychologen en klinische orthopedagogen

IX De psychotherapie

De toegang tot het beroep van psychotherapeut
Wettelijke bevoegdheden van de psychotherapeut

X. De beoefenaars van niet-conventionele behandelwijzen

Begripsomschrijving
Het wettelijke kader

DEEL III PRODUCTEN IN DE GEZONDHEIDSZORG

I Geneesmiddelen

1 Het begrip geneesmiddel
2 Vergunning voor het in de handel brengen van geneesmiddelen
3 Prijsbepaling en terugbetaling van geneesmiddelen
4 Vervaardiging en distributie van geneesmiddelen
5 Promotie van geneesmiddelen

Il Bloed en bloedderivaten

1 Medische inleiding: volbloed en bloedderivaten
2 Juridisch kader
3 Voorwaarden voor de afname van bloed
4 Commerciële aspecten uitgesloten
5 Nade afname

III Medische hulpmiddelen

1 Het begrip medisch hulpmiddel
2 Het in de handel brengen van medische hulpmiddelen
3 De promotie van medische hulpmiddelen

IV Gentechnologie en geavanceerde therapie

1 Definities
2 Wettelijk kader

DEEL IV RECHTEN VAN BEOEFENAARS IN DE GEZONDHEIDSZORG

I Diagnostische en therapeutische vrijheid

1 Inleiding: diagnostische en therapeutische vrijheid versus professionele autonomie
2 Diagnostische en therapeutische vrijheid
3 Richtlijnen voor kwaliteitsvolle zorg
4 Gewetensbezwaren

Il Het recht op een honorarium

1 Het recht op een honorarium
2 De bepaling van het honorarium
3 Ereloonverdeling, gebruiksvergoeding en onrechtmatige voordelen
4 De verjaring van de vordering tot betaling van het honorarium
5 Beslag, overdracht en inpandgeving
6 Schenkingen en testamentaire voordele aan zorgverleners vanwege patiënten (art. 909 BW)

III Recht op mededinging en het maken van reclame

1 De toepasselijkheid van het mededingingsrecht in de gezondheidssector
2 Uit het mededingingsrecht voortvloeiende recht om reclame te maken

IV Het recht van de beroepsbeoefenaar op medewerking van de patiënt

de eigen fout van de patiënt
Wettelijke basis medewerkingsplicht patiënt en doel wetgever
De verschillende medewerkingsplichten / de eigen fout van de patiënt

DEEL V RECHTSVERHOUDINGEN, AANSPRAKELIJKHEID EN SCHADEVERGOEDING IN DE GEZONDHEIDSZORG

I Rechtsverhoudingen tussen arts/ ziekenhuis en patiënt

De contractuele rechtsverhouding tussen arts/ziekenhuis en patiënt
De buitencontractuele rechtsverhouding tussen arts/ziekenhuis en patiënt

Il De aansprakelijkheid van de arts en het ziekenhuis voor eigen gedrag
1. De aard van de verbintenissen van de arts en het ziekenhuis
2 Aansprakelijkheid van het ziekenhuis voor gebrekkige organisatie
3 Voorwaarden van de aansprakelijkheid van de arts / het ziekenhuis voor medisch handelen

III De aansprakelijkheid van de arts en het ziekenhuis voor andermans daad

1. De patiënt contracteert noch met het ziekenhuis noch met de arts
2. De patiënt contracteert enkel met de arts, niet met het ziekenhuis
3 De patiënt contracteert enkel met het ziekenhuis, niet met de arts
4 De patiënt contracteert zowel met het ziekenhuis als met de arts
5 De centrale aansprakelijkheid van het ziekenhuis
6 De aansprakelijkheid van en voor ziekenhuisorganen
7 Aansprakelijkheid bij plaatsvervanging
8 Aansprakelijkheid bij consult van een collega-arts

IV De aansprakelijkheid van de arts en het ziekenhuis voor schade veroorzaakt door gebrekkige zaken

De contractuele aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken
2 De Wet Productenaansprakelijkheid
3 De buitencontractuele aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken

V De aansprakelijkheid van de tandarts

1. De beroepsuitoefening
2 Aansprakelijkheidsvoorwaarden

VI De aansprakelijkheid van de apotheker

1. De beroepsuitoefening
2 Aansprakelijkheidsvoorwaarden:
3. typologie van fouten

VII De aansprakelijkheid van de kinesitherapeut

1 De beroepsuitoefening
2 Aansprakelijkheidsvoorwaarden

VIII De aansprakelijkheid van de vroedvrouw

1 De beroepsuitoefening
2 Aansprakelijkheidsvoorwaarden

IX De aansprakelijkheid van de verpleegkundige

1 De beroepsuitoefening
2 Aansprakelijkheidsvoorwaarden

X Specifieke verweermiddelen

1 De verjaring van de aansprakelijkheidsvordering
2 Contractuele aansprakelijkheidsregelingen

XI De Wet Medische Ongevallen

1 De uitgangspunten en doelstellingen van de wet
2 Het toepassingsgebied
3 De voorwaarden voor vergoeding door het fonds
4 Het Fonds Medische Ongevallen
5 De procedure voor het fonds
6 De inwerkingtreding van de Wet Medische Ongevallen
VOLUME Il

DEEL I HET BEGINNEND LEVEN

I Het recht op voortplanting

1 Juridische aard van de aanspraak op voortplanting en op het krijgen van kinderen
2 Het recht op voortplanting in het nationale gezinsrecht, het gezondheidsrecht en het strafrecht
3 Het recht op voortplanting en de grond- en mensenrechten

Il Medisch begeleide voortplanting en draagmoederschap

1 Medisch begeleide voortplanting
2 Draagmoederschap

III Het statuut van en het wetenschappel ijk onderzoek op embryo's

1 Het statuut van het embryo
2 Wetenschappelijk onderzoek op een embryo

IV Abortus

1 Begripsomschrijving en terminologie
2 Constitutieve bestanddelen van het misdrijf abortus
3 De niet-beoogde abortus door geweld( art. 349 Sw.)
4 Doodslag als gevolg van het gebruik of de aanwijzing van abortusmiddelen (art. 352 Sw.)
5 Reclame over zwangerschapsafbreking
6 Het bewijs van het misdrijf abortus
7. Verhouding Wet Zwangerschapsafbreking met het EVRM en met de Wet Patiëntenrechten
8. Voorwaarden voor een rechtmatige abortus vóór twaalf weken na de bevruchting
9. Voorwaarden voor een rechtmatige abortus vanaf de dertiende week van de zwangerschap
10 Gewetensbezwaar arts, verpleegkundige en paramedisch personeel
11 Rol van de noodtoestand als rechtvaardigingsgrond
12 De Nationale Evaluatiecommissie Zwangerschapsafbreking

DEEL Il RECHTEN VAN PATIËNTEN

Recht op gezondheidszorg
Recht op gezondheidszorg als sociaal grondrecht
Recht op grensoverschrijdende gezondheidszorg
Wet Patiëntenrechten: definities en toepassingsgebied
Inleiding en doelstellingen
Definities
Toepassingsgebied
Het recht op een kwaliteitsvolle dienstverstrekking
Wettelijke basis en doel wetgever
Overbodige wetsbepaling: doublure met het zorgvuldigheidscriterium
Het recht op vrije keuze van beroepsbeoefenaar
De Wet Patiëntenrechten
De grondslagen van het recht op vrije keuze van beroepsbeoefenaar
De draagwijdte van het vrije keuzerecht van de patiënt
De vrije keuze van beroepsbeoefenaar buiten België
Het recht op gezondheidstoestandinformatie en geïnformeerde toestemming
Situering
Het recht op gezondheidstoestandinformatie
Het recht op geïnformeerde toestemming
Bewijs en sanctionering van een schending van het recht op geïnformeerde toestemming
Het recht op informatie over de nazorg of na een behandeling
Rechten met betrekking tot het patiëntendossier
De functies van en het recht op een patiëntendossier
De soorten, de inhoud en de vorm van het patiëntendossier
De verwerking van persoonsgegevens en het patiëntendossier
Het recht op toegang tot, kennis van en inzage in het patiëntendossier
Het recht op een afschrift van het patiëntendossier
De bewaring van het patiëntendossier VII Het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, het medisch beroepsgeheim en de verwerking van persoonsgegevens
Het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer
Het medisch beroepsgeheim

VIII Klachtrecht en ombudsfunctie

1. Inleiding
2 Organisatie van het klachtrecht op drie niveaus
3 Wie kan klacht neerleggen?
4 Welke klachten kunnen ingediend worden?
5 De opdracht van de ombudspersoon
6 Het statuut van de ombudspersoon
7 De ombudsfunctie en het patiëntendossier
8 Het beroepsgeheim van de ombudsfunctionaris
9. Het gebruik van het ombudsdossier in rechte?
10 Besluit

IX Rechten met betrekking tot de medische expertise
1. Algemene kenmerken van het gerechtelijk deskundigenonderzoek
2 Het deskundigenonderzoek in burgerlijke zaken
3 Het deskundigenonderzoek in strafzaken
4 De aansprakelijkheid van de deskundige

DEEL III DE HANDELINGS- EN WILSONBEKWAMEN

I Minderjarigen
1. De niet-ontvoogde minderjarige
2 De ontvoogde minderjarige

Il Meerderjarige onbekwamen
1. De handelingsonbekwamen
2 De wilsonbekwamen

III De dwangopneming van geesteszieken

1. Inleiding
2 De materiële voorwaarden voor een dwangopneming
3 De beschermingsmaatregelen
4 Geesteszieken onder drang en dwang
5 Het toezicht op de naleving van de wet

DEEL IV HET MENSELIJK LICHAAM EN HET LICHAAMSMATERIAAL

I. De Wet Experimenten op de Menselijke Persoon

1. Ontstaan van de Wet Experimenten Menselijke Persoon
2 Toepassingsgebied
3 Actoren betrokken bij een experiment
4 Aansprakelijkheid
5 Verzekering
6 Strafbepalingen

Il Transseksualiteit

1. Genderidentiteitsstoornis en transseksualiteit
2 De fundamentele rechten van transseksuelen
3 De nationaalrechtelijke erkenning van de rechten van transseksuelen

III Orgaantransplantatie

1. Toepassingsgebied
2 Algemene regels
3 Orgaanwegneming bij levenden
4 Orgaanwegneming bij overledenen
5 Toewijzing van organen

IV Lichaamsmateriaal voor geneeskundige toepassingen op de mens

1. Inleiding
2 Toepassingsgebied Wet Menselijk Lichaamsmateriaal
3 Veiligheid en kwaliteit van wegneming tot toepassing
4 De toestemmingsvereiste
5 Uitgesteld allogeen en autoloog gebruik
6 Non-commercialiteit

V Menselijk lichaamsmateriaal voor wetenschappelijk onderzoek

1. Wet Menselijk Lichaamsmateriaal
2 Embryowet en Wet Medisch Begeleide Voortplanting
3 "Vrij" lichaamsmateriaal - Niet langer vrij voor wetenschappelijk onderzoek

DEEL V HET EINDIGEND LEVEN

I Levensbeëindiging zonder verzoek

1. Juridische kwalificatie
2 Levensbeëindiging zonder verzoek versus therapiebeperking

Il Euthanasie
1. De legalisering van euthanasie: verenigbaarheid met de grondrechten en wetstechniek
2 Actueel euthanasieverzoek
3 Euthanasieverklaring
4 Uitvoering van euthanasie
5 Verplichting tot aangifte van euthanasie
6 Verzekerings- en sociaalrechtelijke gevolgen van euthanasie

III Hulp bij zelfdoding

1. Juridische kwalificatie
2 De beperking van de geoorloofdheid van levensbeëindigende hulp tot het medische model
3 Levensbeëindigende hulp en psychiatrische patiënten
4 Levensbeëindigende hulp en levens¬moeheid

IV Pijnbestrijding met mogelijk levensverkortend effect en continue diepe sedatie

1. Juridische kwalificatie
2 Voorwaarden voor geoorloofde pijnbestrijding en continue diepe sedatie
3 Continue diepe sedatie zonder vocht-toediening

V Palliatieve zorg

1. Voorwaarden
2 Palliatieve zorg als medische handeling en het recht op toestemming en informatie

VI Staken of niet instellen van een medische behandeling

1. Therapiebeperking en DNR
2 Juridische kwalificatie
3 Toestemmingsweigering van de wilsbekwame patiënt
4 Therapiebeperking en de wilsonbekwame patiënt
5 Weigering van de arts om te behandelen wegens medische zinloosheid

VII Voorafgaande wilsverklaringen

1. Inleiding
2 Het begrippenkader en enkele algemene beschouwingen
3 De voorafgaande negatieve wilsverklaring
4 De voorafgaande positieve wilsverklaring
5 De voorafgaande euthanasieverklaring
6 De voorafgaande machtiging van een vertegenwoordiger

VIII De vaststelling en de publiciteit van het overlijden

1. Inleiding
2 De vaststelling van het overlijden
3 De publiciteit van het overlijden

IX Het juridische statuut van het lijk

1. De wettelijke bescherming van het lijk
2 De juridische kwalificatie van het lijk
3 Het beslissingsrecht bij leven over het lijk en de lijkbezorging
4 Autopsie
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 13/11/2014 - 21:29
Laatst aangepast op: do, 13/11/2014 - 22:12

De Vrederechter en het bewind

Titel van het boek: 
Procedure na de wet van 17 maart 2013
Publicatie
Auteur: 
Scheers D
Auteur: 
Wuyts T
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2014
ISBN nummer: 
9789400005525
Samenvatting

Bespreking door de uitgever

De wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid, is een belangrijke stap ter verbetering en vernieuwing van de oude onbekwaamheidsstatuten van meerderjarigen.

Deze wetswijziging brengt niet alleen een grondige hervorming met zich mee van het onbekwaamheidsstatuut op zich, dat volledig op maat van de beschermde persoon kan worden vastgesteld, maar ook de rechtspleging wordt volledig herzien. Daarbij rijzen er heel wat vragen bij vrederechters, griffiers, advocaten, notarissen, OCMW’s en al diegenen die met een bewind te maken hebben. Het zal moeten blijken of deze nieuwe regelgeving een antwoord kan bieden op de vele knelpunten van de huidige regeling.

Deze vragen zijn nu reeds acuut en worden op een overzichtelijke en praktijkgerichte manier behandeld in dit handige en snel consulteerbare boek:
• Wat zijn de procesrechtelijke vernieuwingen?
• Hoe zit het met het overgangsrecht?
• Hoe verlopen de procedures tijdens de rechterlijke bescherming?
• Op welke wijze wordt beslist wie tot bewindvoerder wordt aangesteld?
• Wat behelst de verplichte evaluatie van het bewind na twee jaar?
• Wat is de plaats van de vertrouwenspersoon?
• Hoe dient de vrederechter zijn opdracht te vervullen, m.n. een kwaliteitsvolle beslissing verzekeren op maat van de beschermde persoon?
• Kan de vrederechter controle uitoefenen tijdens en bij beëindiging van het bewind?

Deze en tal van andere vragen worden in dit boek beantwoord. De verschillende modellen die in dit boek zijn opgenomen evenals de volledig gecoördineerde wetteksten maken van dit werk een praktisch en onmisbaar naslagwerk.

Dirk Scheers is vrederechter te Antwerpen en doceert gerechtelijk recht aan de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen. Hij heeft talrijke publicaties verzorgd over gerechtelijk recht en is een van de coauteurs van het Handboek gerechtelijk recht.
Tim Wuyts was als adjunct-adviseur Justitie van de Kamerfractie CD&V nauw betrokken bij het tot stand komen van de wet van 17 maart 2013. Hij heeft tal van boeken en artikelen over het personen- en gezinsrecht geschreven en in september 2012 doctoreerde hij aan de KU Leuven met een proefschrift over ouderlijk gezag.

 

Inhoudstafel tekst: 

Woord vooraf v
Hoofdstuk 1.
Beschermde personen: nieuwe bijzondere rechtspleging in het Gerechtelijk Wetboek .
Hoofdstuk 2.
Buitengerechtelijke bescherming. .3
2.1. Geschillen aangaande de uitvoering van de lastgeving 3
2.1.1. Wilsonbekwaamheid van de lastgever. 3
2.1.2. De alarmbelprocedure 4
2.2. Geschillen aangaande de lasthebbers.5
2.2.1. Aanstelling lasthebber ad hoc 5
2.2.2. Betwistingen tussen de lasthebbers .5
Hoofdstuk 3.
Vóór de rechterlijke bescherming .7
3.1. De verklaring van voorkeur 7
3.2. De verklaring van voorkeur bij vervanging of opvolging.8
Hoofdstuk 4.
De rechterlijke bescherming. 11
4.1. Bevoegdheid . 11
4.1.1. Materiële bevoegdheid 11
4.1.2. Nabijheidsrechters en reizende dossiers 12
4.2. Het verzoek tot rechterlijke bescherming .13
4.2.1. De verzoekende partij.13
4.2.1.1. De belanghebbenden 13
4.2.1.2. Ambtshalve 14
4.2.2. De te beschermen persoon 15
4.2.3. Het verzoekschrift 15
4.2.3.1. Vermeldingen 15
4.2.3.2. Bijlagen. 18
4.2.3.2.1. Attest van woonplaats.18
4.2.3.2.2. Omstandige geneeskundige verklaring .18
4.3. De behandeling van het verzoek tot rechterlijke bescherming. 21
4.3.1. Voorafgaande handelingen 21
4.3.1.1. De bijstand van een advocaat 21
4.3.1.2. De raadpleging van het register 23
4.3.2. De zitting 23
4.3.2.1. Oproepingen 23
4.3.2.2. Wie wordt er gehoord? 25
4.3.2.3. Voorafgaand onderzoek door de vrederechter 25
4.3.2.4. Plaats van de zitting 26
4.3.3. De aan te stellen bewindvoerder 26
4.3.4. Het Openbaar Ministerie 28
4.4. De beschikking inzake rechterlijke bescherming 29
4.4.1. Behandeling in raadkamer en openbare uitspraak 29
4.4.2. Inhoud van de beschikking 30
4.4.2.1. Partijen 30
4.4.2.2. Noodzakelijkheid 30
4.4.2.3. Bepaling van de onbekwaamheid 31
4.4.2.3.1. Over de persoon 31
4.4.2.3.2. Over de goederen. 32
4.4.2.3.3. Bijstand of vertegenwoordiging. 33
4.4.2.3.4. Bepalingen aangaande bijstand 35
4.4.2.4. Aanduiding van bewindvoerder en vertrouwenspersoon 35
4.4.2.5. Duurtijd 36
4.4.2.6. Taken van de bewindvoerder 36
4.4.2.7. Permanente machtiging tot afname spaargelden 36
4.4.3. Uitvoerbaarheid 37
4.5. Handelingen onmiddellijk na de aanstelling van de bewindvoerder . 37
4.5.1. Kennisgeving beschikking en aanvaarding opdracht bewindvoerder 37
4.5.2. Publiciteit 38
4.5.3. Leefsituatie- en patrimoniumverslag. 39
4.5.4. Vrijstellingsprocedure voor de ouders-bewindvoerders 39
4.6. Het administratief dossier 40
4.6.1. Inhoud 40
4.6.2. Bewaring 41
4.6.3. Inzage in het dossier 41
4.6.4. Afschriften 42
4.7. Procedures tijdens de rechterlijke bescherming 42
4.7.1. Algemeen 42
4.7.2. Machtigingsprocedure met oproeping (art. 1246 Ger.W.) 42
4.7.3. Machtigingsprocedure zonder oproeping (art. 1250 Ger.W.) 44
4.7.4. Geschillen tussen bewindvoerders (art. 1252 Ger.W.) 46
4.7.5. Toekenning bezoldiging bewindvoerder 48
4.7.6. De vrederechter en de openbare verkoop van onroerende goederen . 49
4.8. Bijzondere procedure na rechterlijke beëindiging van de rechterlijke bescherming . 50
4.8.1. Toepassingsgebied 50
4.8.2. Procedure 51
4.8.3. De ondraaglijke lichtheid van de procedure. 52
4.9. Betekening en kennisgeving bij rechterlijke bescherming . 52
4.10. Rechtsmiddelen 54
4.10.1. Hoger beroep en verzet 54
4.10.2. Termijnen 54
Hoofdstuk 5.
Catalogus van procedures.55
5.1. De verzoekprocedure (art. 1240 Ger.W.) 55
5.1.1. Toepassingsgebied.55
5.1.2. Verloop in een notendop 55
5.2. De machtigingsprocedure met oproeping (art. 1246 Ger.W.) 56
5.2.1. Toepassingsgebied 56
5.2.2. Verloop in een notendop 57
5.3. De machtigingsprocedure zonder oproeping (art. 1250 Ger.W.) .57
5.3.1. Toepassingsgebied 57
5.3.2. Verloop in een notendop 58
5.4. De geschillenprocedure (art. 1252 Ger.W.) 58
5.4.1. Toepassingsgebied 58
5.4.2. Verloop in een notendop 58
5.5. De procedure na beëindiging rechterlijke bescherming (art. 499/17, § 2 BW) 59
5.5.1. Toepassingsgebied 59
5.5.2. Procedure in een notendop 59
Hoofdstuk 6.
Toezicht op het bewind: de jaarlijkse verslaggeving . 61
6.1. In geval van bijstand 61
6.2. In geval van vertegenwoordiging . 62
Hoofdstuk 7.
Evaluatie .65
Hoofdstuk 8.
Overgangsrecht .67
8.1. Inkanteling van bestaande voorlopige bewinden 67
8.2. Inkanteling van bestaande verlengde minderjarig verklaarden 68
Hoofdstuk 9.
Modellen .69
Hoofdstuk 10.
Wetteksten . 85

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: do, 13/11/2014 - 17:47
Laatst aangepast op: do, 13/11/2014 - 17:49

Onbekwaamheid en bescherming - Praktische handleiding meerderjarige onbekwame

Titel van het boek: 
Voorlopig bewind en meer...
Publicatie
Auteur: 
Bertouille Vincent
Auteur: 
Rotthier Kristiaan
Auteur: 
Van den Eeden Erik
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2014
ISBN nummer: 
9789046568347
Samenvatting

Bespreking door de uitgever

De wetgeving inzake voorlopig bewind onderging in 2013 een grondige facelift.

Een greep uit de inhoudelijke wijzigingen:

Het toepassingsgebied werd uitgebreid. Ook bij een aantal persoonlijke aangelegenheden kan de bewindvoerder nu tussenkomen.

Wat betreft de goederen werd een regeling ingevoerd inzake buitengerechtelijke bescherming op basis van een lastgevingovereenkomst. Deze regeling krijgt in principe de voorkeur op een rechterlijke bescherming via tussenkomst van de vrederechter.

Maar de verandering omvat nog heel wat meer. Naast de inhoudelijke wijzigingen zijn formele aspecten veranderd. Een aantal procedureregels, zoals de aanstelling van de bewindvoerder, werden overgeheveld naar het Gerechtelijk Wetboek. Bovendien werd er gestreefd naar meer uniformiteit.

Een nieuw en uiterst actueel werkinstrument

Inhoudstafel tekst: 

DEEL 1. ALGEMENE SITUERING VAN HET BEWIND
Hoofdstuk 1. Waarom bewind'?
1. Preventief
2. Curatief
Hoofdstuk 2.
Evolutie, krachtlijnen en doelstellingen
1. Evolutie
2. Krachtlijnen van het globale beschermingsstatuut
Doelstellingen van de wet op het bewind
3.1. Bescherming van de persoon en het vermogen
3.2. Welzijn van de beschermde persoon
Hoofdstuk 3.
De buitengerechtelijke bescherming
1. Soorten wettelijke beschermingsmaatregelen
1.1. De buitengerechtelijke bescherming (afdeling 2 van de wet)
1.2. De rechterlijke bescherming ( afdeling 3 van de wet )
1.3. Wettelijke beschermingsregelingen anders dan krachtens de bewindswet Voorwaarden voor buitengerechtelijke bescherming
2.1. Algemeen
2.2. De te beschermen personen
Stappen tot buitengerechtelijke bescherming
3.1 Eerste stap: bestaan van een schriftelijke lastgevingsovereenkomst
3.2. Tweede stap: registratie van de lastgevingsovereenkomst
3.3. Derde stap: uitvoering van de buitengerechtelijke bescherming 3.
4. Vierde stap: beëindiging van de buitengerechtelijke bescherming
DEEL 2. INSTELLING VAN HET BEWIND
Hoofdstuk 1. Definities 53
Hoofdstuk 2. Grondvoorwaarden
1. Meerderjarigheid
2. Onmogelijkheid zelf/zelfstandig zijn belangen te behartigen
3. Wegens de gezondheidstoestand
4. Indien noodzakelijk voor de bescherming van zijn belangen
5. De bestaande wettelijke of buitengerechtelijke bescherming volstaat niet
Hoofdstuk 3. Aanvraag tot bewind
1. Formele voorwaarden
1.1. Verzoek
1.2. Geneeskundige verklaring
1.3. Attest van woonplaats Bevoegde rechter
Taal
Hoofdstuk 4.
Behandeling van de aanvraag
1. Onderzoek van het verzoek
2. Beschikking
2.1. Motiveringsplicht
2.2. Beslissing over de bekwaamheid
2.3. Aanwijzing van de voorlopige bewindvoerder
2.4. Kennisgeving van de beschikking
2.5. Uitvoerbaarheid van de beschikking
2.6. Bekendmaking van de aanwijzing van de voorlopige bewindvoerder
3. Rechtsmiddelen
3 .1. Verzet en hoger beroep
3 .2. Derdenverzet
DEEL 3. DE BEWINDVOERDER
Hoofdstuk 1.
Aard en omvang van de taak van de bewindvoerder
1. Het gerechtelijk mandaat
2. De opdracht van bijstand over de persoon/goederen
3. De opdracht van vertegenwoordiging over de persoon/goederen
4. De deontologie van de bewindvoerder
5. Beroepsgeheim en discretieplicht
Hoofdstuk 2.
Van maatwerk naar efficiency
Hoofdstuk 3.
Eerste handelingen van de bewindvoerder
1. Probleemstelling
2. Wat de bewindvoerder zelf betreft
2.1. Aandachtig de beschikking lezen
2.2. Aanvaarding van de aanwijzing
2.3. Eigen verzekering
2.4. Opstellen van de door de vrederechter geëiste waarborgen
3. Wat de bewindvoering betreft
3. 1. Het dossier ter griffie raadplegen
3.2. De beschikking betekenen als de beschermde persoon geen partij is
3.3. Een bankrekening t.n.v. de beschermde persoon openen of ter beschikking hebben
3 .4. De beschermde persoon en diens vertrouwenspersoon ontmoeten
3.5. Alle personen ontmoeten die informatie kunnen verschaffen
3.6. Zorgen voor het leefgeld
3.7. De woning bezoeken
3.8. Alle voorwerpen van waarde opsporen en in veiligheid brengen 135
3.9. Nagaan of de goederen en de verantwoordelijkheid behoorlijk verzekerd zijn 136
3.10. Alle bekende schuldenaars en schuldeisers aanschrijven 136
3.1 L De lasthebbers opzoeken en verantwoording vragen 136
3.12. Het registratiekantoor aanschrijven 138
3.13. De Belgische Vereniging der Banken (BVB) aanschrijven 138
3.14. Het opsporen van dubieuze handelingen die verricht zijn voordat de gerechtelijke beschermingsmaatregel gevolgen had 139
3.15. Een beschrijving opmaken van de leefsituatie van de beschermde persoon 139
3.16. Een beschrijving opmaken van de te beheren goederen 140
3.17. Het openen van kluizen 140
3.18. In het algemeen 141
Hoofdstuk 4.
Het eerste verslag
1. Het belang van het eerste verslag
2. De inhoud
2.1. De door de Koning opgestelde modellen
2.2. De leefsituatie van de beschermde persoon
2.3. De vermogenstoestand
2.4. Bet inkomen
2.5. Bijkomende informatie
2.6. De bij te voegen stukken
De vorm
De termijn
Aan wie moet het verslag worden opgestuurd?
5.1. De vrederechter, de beschermde persoon, de vertrouwenspersoon
5.2. Ontslag van overzending
Hoofdstuk 5.
De uitvoering van de taak van dag tot dag 149
1. Noodzaak van de organisatie van de bewindvoering 149
1.1. Maatwerk, noden van de beschermde persoon en efficiency 149
1.2. De specifieke bevoegdheden in elk bewind 149
1.3. Interne organisatie 150
1.4. Extern: afspraken met de beschermde persoon en diens omgeving 151
1.5. Goede verstandhouding met de andere bewindvoerders) 152
2. De handelingen die betrekking hebben op de persoon 153
2.1. Een doordacht en open beleid ten aanzien van de persoonlijkheidsrechten van de beschermde persoon 153
2.2. De keuze van de verblijfplaats 154
2.3. De medische verzorging 158
2.4. De andere verzorging 159
3. Bet beheer van inkomsten en uitgaven 160
3 .1. Een snel en efficiënt beheer 160
3.2. Bet innen van de inkomsten 160
3.3. Besteding van de inkomsten aan onderhoud, verzorging en welzijn en sommen ter beschikking stellen van de beschermde persoon 161
4. Een gescheiden beheer van de goederen (art. 499/3 BW) 165
4.1. Tussen de bewindvoerder en de beschermde persoon 165
4.2. Tussen de beschermde persoon en diens echtgenoot 166
5. Andere rechtshandelingen 167
5. L Vertegenwoordiging van de beschermde persoon in alle rechtshandelingen of proces¬handelingen voor zover deze handelingen onder de gerechtelijke beschermingsmaatregel vallen 167
5.2. Inachtneming van de van toepassing zijnde wetgeving 168
5.3. Beheren van onroerende goederen 168
5 .4. Buitensporige uitgaven 169
5.5. Belastingaangifte 170
6. Maatregelen wat de persoon betreft 171
6. 1 Bescherming van de persoon
6.2. Trouwen, wettelijk samenwonen, scheiden en beëindigen van de wettelijke samenwoning
6.3. Maatregelen t.o.v. echtgenoten of samenwonenden en hun kinderen
Hoofdstuk 6. De machtiging
1. Algemeen
2. De machtigingen in verband met de persoon
2.1. Algemeen
2.2. De machtigingbehoevende handelingen De machtigingen in verband met de goederen
3 .1. Algemeen
3.2. De machtigingbehoevende handelingen
4. De machtiging op verzoek van de beschermde persoon
5. De sanctie bij gebrek aan machtiging
5.1 Handelingen gesteld door de bewindvoerder zonder machtiging of in strijd met de voorwaarden
5 .2. Handelingen gesteld door de beschermde persoon zonder vereiste machtiging De procedure bij een verzoek tot machtiging
6.1. Bevoegdheid
6.2. Het verzoek tot machtiging uitgaande van de bewindvoerder
6.3. Het verzoek tot machtiging gaat uit van de beschermde persoon
6.4. Rechtsmiddelen
Hoofdstuk 7.
Het periodiek verslag
1. Inleiding
1.1. Begrip
1.2. Het doel van het verslag
2. De inhoud
2.1. De wettelijke vereisten
2.2. De andere gegevens dan het wettelijk minimum De bestemmelingen van het verslag
De datum van verslaggeving
Verslag, goedkeuring en rekening en verantwoording
De kwijting van de bewindsrekeningen tijdens het bewind
Hoofdstuk 8.
De bezoldiging van de voorlopige bewindvoerder
1. Algemeen
2. De eigenlijke bezoldiging
3. De gemaakte kosten
4. Buitengewone ambtsverrichtingen
Hoofdstuk 9.
Einde en wijziging van de opdracht van de bewindvoerder
l. Einde van de opdracht
2. Wijziging van de opdracht van de bewindvoerder (art. 496/7 BW)
3. Publicatie in het Belgisch Staatsblad
4. Dossier (art. 499/22 BW)
5. Geen geldige overeenkomsten (art. 499/18 BW)
Hoofdstuk 10.
Het eindverslag 261
1. Probleemstelling 261
2. De procedures wat betreft vertegenwoordiging 263
2.1. Wat betreft de bewindvoering over de goederen 263
2.2. De speciale regelgeving betreffende het eindverslag van de bewindvoerder over de goederen in geval van overlijden van de beschermde persoon 265
2.3. Wat betreft de bewindvoerder over de persoon 267
3. Wat betreft het eindverslag van de bewindvoerder bij bijstand 268
4. Wat betreft de bewindvoering van de ouders 268
Hoofdstuk 11.
Aansprakelijkheden en verzekering
1. Aansprakelijkheid van de voorlopige bewindvoerder
1.1. Principes
1.2. Handelingen gesteld in de uitoefening van zijn opdracht
1.3. Buitencontractuele en strafrechtelijke aansprakelijkheid jegens derden
1.4. Pluraliteit van bewindvoerders
1.5. Aansprakelijkheid van derden
1.6. Einde van de aansprakelijkheid Verzekering voor beroepsaansprakelijkheid
DEEL 4. DE BESCHERMDE PERSOON
Hoofdstuk 1.
De verklaring van voorkeur 281
Hoofdstuk 2.
De beschermde persoon tijdens de procedure van aanstelling van een bewindvoerder 285
Hoofdstuk 3.
De gevolgen van de beschermingsmaatregel m.b.t. de onbekwaamheid van de beschermde persoon
1. De gezondheidstoestand van de beschermde persoon - verkwisting 287 287
2. De draagwijdte van de handelingsbekwaamheid 289
3. De onbekwaam verklaarde beschermde persoon kan in een aantal gevallen toch zelf handelen mits machtiging van de vrederechter 291
4. Het standpunt van de onbekwame beschermde persoon zal worden gevraagd, voor zover hij daartoe in staat is 292
5. Een derde beslist in de plaats van de onbekwame beschermde persoon 292
6. De vrederechter kan de beschermde persoon onbekwaam verklaren voor een aantal handelingen welke zo persoonlijk zijn dat niemand in zijn plaats kan beslissen 293
7. Bijzondere gevallen 293
8. Sanctie bij handelingen gesteld door de beschermde persoon in strijd met zijn bekwaamheid 294
Hoofdstuk 4.
De rechten van de beschermde persoon in het kader van het verloop van het bewind
1. Algemeen 297 297
2. Het recht op regelmatig overleg 297
3. De mededeling van de verslagen aan de beschermde persoon 298
4. Het recht van de beschermde persoon om te worden gehoord 298
5. De toegang tot het administratief dossier (art 1253 Ger.W.) 299
6. Het recht om een vertrouwenspersoon aan te wijzen 299
7. De beschermde persoon kan de vervanging vragen van de bewindvoerder 300
8. De beschermde persoon kan de nietigheid vorderen van de rechtshandeling die is tot stand gekomen in strijd met de bepalingen van de wet 300
9. De beschermde persoon kan de beëindiging vragen van de rechterlijke beschermingsmaatregel 301
DEEL 5. DE VERTROUWENSPERSOON
1. Algemeen
2. De definitie van vertrouwenspersoon
3. De aanstelling van de vertrouwenspersoon
3 .1. De verklaring van voorkeur
3.2. De homologatie van de aanwijzing van de vertrouwenspersoon)
De beëindiging van de taak van vertrouwenspersoon
Onverenigbaarheden
De opdracht van de vertrouwenspersoon
De aansprakelijkheid van de vertrouwenspersoon
DEEL 6. DE ROL VAN DE VREDERECHTER
1. Algemene beschouwingen
1.1. De klassieke rol van de rechter herzien
1.2. De inschatting van het belang van de beschermde persoon
2. De afbakening van de rol van de vrederechter en van die van de bewindvoerder ten opzichte van elkaar
2. 1. Het beheer en de vertegenwoordiging van de bewindvoerder
2.2. De machtigingen verstrekt door de vrederechter
2.3. De controle
2.4. Overleg
De vrederechter als wettelijk arbiter of scheidsrechter
Toegang verlenen tot het dossier voorzien in artikel 1253/1, § 2 Ger.W.
De motivering van de beslissingen
De door de wetgever voorziene verplichting 5.2. De motivering en het recht op privacy
De strekking van de onbekwaamheid
De keuze van de bewindvoerder
7.1. De criteria
7.2. Opstellen van een lijst van professionele bewindvoerders
7.3. Regelmatig overleg buiten de dossiers
De machtigingen
8.1. Tegenstelling van belangen
8.2. Het inwinnen van alle dienstige inlichtingen
8.3. Het horen van de beschermde persoon en van de bewindvoerder
8.4. De naleving van de machtigingen
De controle
9.1. De kennisname van de verslagen
9.2. De boekhoudkundige controle
9.3. Het aanstellen van een boekhouder
9.4. Het inwinnen van inlichtingen
9.5. De omvang en de gevolgen van de controle 350
10. Bevoegdheid inzake rekening en verantwoording 351
10.1. Tips om fraude te voorkomen 352
10.2. Alarmsignalen 354
11. De ambtshalve procedures 355
11.1. De buitengerechtelijke bescherming 355
11.2. Het nemen van een beschermingsmaatregel 356
11.3. De aanstelling van een lasthebber of van een bewindvoerder ad hoc 357
11.4. De vervanging van de bewindvoerder die zijn opdracht niet aanvaardt 357
11.5. De evaluatie van de beschermingsmaatregel. 358
11.6. Vervanging, wijziging en einde opdracht van de bewindvoerder 358
11.7. De verlenging van de taak van de bewindvoerder 359
11.8. Het aanwijzen van een vertrouwenspersoon en het ten einde stellen van de functie van de vertrouwenspersoon 359
11.9. Het verwijzen van het dossier van het bewind naar een ander kanton 360
12. De houding van de vrederechter en de procedure ten gronde 360
13. Het opstellen van formulieren en barema's 361
14. Briefwisseling 361
DEEL 7. ROL VAN DE GRIFFIER
Hoofdstuk I Wettelijke taken
1. Buitengerechtelijke bescherming
2. Verklaring van voorkeur inzake bewindvoerder
3. Rechterlijke bescherming
3 .1. Oproepingen
3.2. Kennisgevingen en bekendmakingen
3.3. Administratief dossier
Hoofdstuk 2.
Algemene functionele taken 375
1. Bijstand aan de vrederechter Onthaalfunctie
Hoofdstuk 3. Opgedragen taken 377
DEEL 8. SOCIAAL RECHT
Hoofdstuk 1. Inleiding 383
Hoofdstuk 2. Algemeen 387
1. Voorafgaande opmerkingen 387
2. Het begrip "sociaal verzekerde" - De wet van 11 april î 995 tot invoering van het "Handvest" van de sociaal verzekerde 387
3. De initiatieven van de beschermde persoon 389
4. Het oproepen van de beschermde persoon 392
5. De kennisgeving van de beslissing 393
Hoofdstuk 3.
De tegemoetkoming aan personen met een handicap 397
1. De gerechtigden 397
2. Het indienen van de aanvraag 398
2.1. De (nog niet) beschermde persoon geniet geen uitkering, is jonger dan 65 jaar en is ouder dan 21 jaar 399
2.2. De (nog niet) beschermde persoon geniet geen uitkering maar is ouder dan 65 jaar 400
3. De administratieve procedure 400
4. De aanvraag tot herziening 403
5. De tegemoetkomingen 405
5 .1. De inkomensvervangende tegemoetkoming 405
5.2. De integratietegemoetkoming 406
5.3. De tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden 407
5 .4. De sociale en fiscale voordelen 408
Hoofdstuk 4.
De tussenkomsten van het Vlaams agentschap voor personen met een handicap
1. De gerechtigden
2. De aanvraag en de procedure
3. De tussenkomst van het Vlaams Fonds
4. Andere voorzieningen van het Vlaams agentschap
4.1. Persoonlijke-assistentiebudget (PAB)
4.2. Persoonsgebonden Budget (PGB)
4.3. Persoonsvolgende Financiering (PVF)
Hoofdstuk 5.
De rustpensioenen en de inkomensgarantie voor ouderen
1. De gerechtigden
2. Het indienen van de aanvraag
De belangrijkste gegevens
De uitbetaling 418 419
Hoofdstuk 6.
De zorg- en invaliditeitsverzekering
1. De tussenkomst in opname- en verblijfskosten
1 .1. Het indienen van de aanvraag
1.2. De inhoud van de tussenkomst
1.3. De weerslag van de wijze van wonen
2. De (bijzondere) zorgverzekering
2.1. Het begrip --- De gerechtigden -- Het indienen van de aanvraag
2.2. De inhoud van de tussenkomst
Hoofdstuk 7.
Kinderbijslag en gewaarborgde gezinsbijslag
1. De regeling
2. De toekenningsvoorwaarden
3. Het indienen van de aanvraag - De bijzondere situaties
Hoofdstuk 8.
Maatschappelijke hulp en maatschappelijke integratie
1. De toekenningsvoorwaarden
2. Het indienen van de aanvraag
3. De inhoud van de bijstand
4. Bijzondere vraagstellingen
Hoofdstuk 9.
Hij wijze van besluit 443
DEEL 9. DE PROCEDUREREGELS
1. Algemeen: toepasselijke wettelijke bepalingen
1.1. Aanstelling van een lasthebber ad hoc
1.2. Geschillen tussen meerdere lasthebbers
1.3. Uitvoering van de lastgeving
1.4. Einde lastgeving
1.5. Aanstelling bewindvoerder
1 .6. Incidenten tijdens het bewind
2. De aanstelling van een lasthebber ad hoc ( art. 490/2, § 1 BW)
3. Geschillen tussen meerdere lasthebbers ( art. 490/2, § 1 BW)
4. De uitvoering van de lastgeving (art. 490/1 BW)
4 .1. Bevoegdheid
4.2. Wie kan het verzoek indienen?
4.3. Bijlagen bij het verzoekschrift
4.4. Vorm en inhoud van het verzoekschrift
4.5. Op te roepen partijen
4.6. Kennisgeving van de beschikking
4.7. Rechtsmiddelen
5. Einde van de lastgeving (art. 1446 Ger.W. --- 490/2, § 2 BW)
5.1. Bevoegdheid
5.2. Wie kan het verzoek indienen?
5.3. Vorm en inhoud van het verzoekschrift
5.4. Op te roepen partijen
5.5. Kennisgeving van de beschikking
5.6. Rechtsmiddelen
Toepassing van de rechterlijke beschermingsmaatregel (mi. 1238 e.v, Ger.W.)
6.1. Bevoegdheid
6.2. Wie kan het verzoek indienen?
6.3. Vorm en inhoud van het verzoekschrift
6.4. Kosteloze rechtsbijstand
6.5. Verklaring van voorkeur lastgevingsovereenkomst
6.6. De omstandige geneeskundige verklaring
6.7. De op te roepen partijen
6.8. De behandeling van de zaak
6.9. Kennisgeving van de beschikking
6.10. Rechtsmiddelen
De aanvragen op grond van artikel 1246 Ger.W.
7. l. Over welke aanvragen gaat het?
7 .2. Bevoegdheid
7.3. Wie kan het verzoek indienen?
7.4. Bijlagen bij het verzoekschrift
7.5. Vorm en inhoud van het verzoekschrift
7.6. Op te roepen partijen
7.7. Kennisgeving van de beschikking t.
8. Rechtsmiddelen
De aanvragen op grond van artikel 1250 Ger.W.
8.1. Over welke aanvragen gaat het?
8.2. Bevoegdheid
8.3. Wie kan het verzoek indienen?
8.4. Bijlagen bij het verzoekschrift
8.5. Vorm en inhoud van het verzoekschrift
8.6. De op te roepen partijen
8.7. Kennisgeving van de beslissing
8.8. Rechtsmiddelen
De procedure geregeld in artikel 1252 Ger.W.
9.1. Over welke geschillen gaat het?
9.2. Bevoegdheid
9.3. Wie kan het verzoek indienen?
9.4. Bijlagen bij het verzoekschrift
9.5. Vorm en inhoud van het verzoekschrift
9.6. De op te roepen partijen
9.7. Kennisgeving van de beschikking
9.8. Rechtsmiddelen
Het administratief dossier (art. 1253 en 1253/1 Ger.W.)
10. 1 Inhoud van het dossier
10.2. Inzage en afschrift van de stukken
DEEL 10. OVERGANGSBEPALINGEN
1. Samenvatting
2. Hoe wordt de nieuwe wet toegepast op de lopende procedures tot bescherming in een oud stelsel? 474
3. Hoe wordt de nieuwe wet toegepast op de oude onbekwaamheden vóór het verstrijken van de termijn van twee of vijf jaar? 475
4. Wat zal de (onbekwaamheid zijn van de oude verlengde minderjarigen en van de personen met een gerechtelijk raadsman na het verstrijken van de termijn van vijf jaar? 476
5 Automatische uitdoving van de bijstand door een gerechtelijk raadsman 477
6. De speciale voorziening wat betreft de buitengerechtelijke bescherming 477
7. De speciale voorziening betreffende de internering 478
DEEL 11. MODELLEN
1. Inleiding 483
2 Model basisbeschikking rechterlijke bescherming 485
3. Bijstand --- Uitoefening van het bewind over de persoon --- Periodiek verslag 491
4. Bijstand - Uitoefening van het bewind over de goederen - Periodiek verslag 495
5 Vertegenwoordiging - Uitoefening van het bewind over de persoon - Eerste verslag 499
6. Vertegenwoordiging -- Uitoefening van het bewind over de goederen --- Eerste verslag 502
7. Vertegenwoordiging - Uitoefening van het bewind over de persoon - Periodiek verslag 507
8 Vertegenwoordiging - Uitoefening van het bewind over de goederen - Periodiek verslag 512
9. Verzoekschrift 527
10. Geneeskundige verklaring te voegen bij een verzoek 532
TREFWOORDENREGISTER 535
 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: do, 13/11/2014 - 17:34
Laatst aangepast op: do, 13/11/2014 - 17:36

Sanctionering van het Europees milieurecht

Publicatie
Auteur: 
Meeus R
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2014
ISBN nummer: 
9789400004931
Samenvatting

Bespreking door de uitgever

Dit boek biedt een grondige beschrijving en analyse van de verplichtingen van de lidstaten van de Europese Unie als handhavers van het Europees milieurecht. De blik is gericht op publiekrechtelijke handhaving jegens personen als normadressaten, in het bijzonder op de sanctioneringsfase.
Het is het eerste werk dat de Europese sanctieverplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de Europese milieuvoorschriften zo alomvattend in kaart brengt. De twee grote sporen waarlangs de Europese Unie de sanctionering door de lidstaten van Europeesrechtelijke milieu-inbreuken tracht te beïnvloeden, worden uitgebreid geanalyseerd.

Enerzijds gaat het om de jurisprudentiële of algemene sanctieverplichtingen, ontwikkeld door het Hof van Justitie, op basis waarvan de lidstaten gelijkwaardige, evenredige, afschrikkende en doeltreffende sancties moeten implementeren voor Europeesrechtelijke inbreuken.

Anderzijds worden de legislatieve of specifieke sanctieverplichtingen besproken die door de Europese milieuwetgever worden vastgesteld in Europese milieuwetgeving. Het geheel wordt verankerd door een blik te werpen op de milieuvoorschriften die door de lidstaten moeten worden gehandhaafd aan de hand van de Europese sanctieverplichtingen.

 

Inhoudstafel tekst: 

Voorwoord. v
Dankwoord . ix
Lijst van tabellen xvii
Lijst van afkortingen . xix
Algemene inleiding .
Aanleiding tot het onderzoek .
Afbakening van het onderzoeksveld en selectie van de onderzoeksdoelstellingen . 8
Methode van onderzoek 17
Plan van behandeling 21
DEEL 1. BASISBEGRIPPEN EN ALGEMEEN KADER
Inleidend .25
Hoofdstuk 1.
Het EU-sanctiebegrip en andere relevante begrippen 27
Hoofdstuk 2.
Europese, gemengde of nationale handhaving .43
2.1. Europese handhavingsmethode/sancties 43
2.2. Gemengde handhavingsmethode/sancties 48
2.3. Nationale handhavingsmethode/sancties 48
Hoofdstuk 3.
Een nalevings- en handhavingstekort met betrekking tot milieurichtlijnen en -verordeningen? 51
DEEL 2. DE ALGEMENE SANCTIEVERPLICHTINGEN
Inleidend 67
Hoofdstuk 1.
Een gevestigde rechtspraak.69
Hoofdstuk 2.
De rechtsgrondslag.73
Hoofdstuk 3.
Algemene overwegingen . 79
3.1. Toepassingsgebied 79
3.1.1. Algemeen toepassingsgebied 79
3.1.2. De verhouding tussen de algemene en de specifieke sanctieverplichtingen 87
3.1.3. Wederzijdse erkenning van sanctievoorschriften 89
3.2. Internrechtelijke implementatie 90
3.2.1. Vaststelling van sanctievoorschriften 90
3.2.2. Keuze van de sancties 93
3.2.3. Aanwijzing van de sanctie- 97
3.2.4. Aanwijzing van de bevoegde handhavers en vaststelling van sanctieprocedurevoorschriften.103
3.2.5. Toepassing van de sanctievoorschriften 105
Hoofdstuk 4.
Gelijkwaardigheid.109
Hoofdstuk 5.
Evenredigheid .119
Hoofdstuk 6.
Afschrikkendheid 141
Hoofdstuk 7.
Doeltreffendheid. 155
Hoofdstuk 8.
Algemene evaluatie en besluiten .165
DEEL 3. DE SPECIFIEKE SANCTIEVERPLICHTINGEN
Inleidend .177
Hoofdstuk 1.
Bevoegdheid van de Europese Unie 179
1.1. Penale specifieke sanctieverplichtingen: een uitdrukkelijke verdragsrechtsgrond in artikel 83 VWEU .180
1.2. Niet-penale specifieke sanctieverplichtingen: een impliciete of afgeleide bevoegdheid gevestigd in de rechtspraak van het Hof van Justitie .194
1.3. De bevoegdheid van de Commissie tot het vaststellen van specifieke sanctieverplichtingen in niet-wetgevingshandelingen 200
Hoofdstuk 2.
Europese grenswachters 213
2.1. Nationale identiteit en diversiteit 214
2.2. Loyale samenwerking 224
2.3. Subsidiariteit 225
2.4. Evenredigheid en zorgvuldigheid 249
2.5. Rechtszekerheid, legaliteit en 'lex certa' 270
2.6. Motiveringsplicht 278
2.7. Op weg naar een Europees strafrechtbeleid 283
2.7.1. Geen afbreuk aan de principiële handhavingsautonomie van de lidstaten . 285
2.7.2. Gewettigd doel 286
2.7.3. Uiterste middel ('ultima ratio') 290
2.7.4. Legaliteit 294
2.7.5. Schuld 298
2.7.6. Zorgvuldigheid 301
2.7.7. Samenhang 303
2.7.8. Strafrechtelijke aansprakelijkheid van de rechtspersoon 305
2.7.9. Sancties 309
2.7.10. Algemene evaluatie en besluiten 318
2.8. Geen overkoepelend Europees beleid inzake bestuurlijke milieusanctionering .322
2.9. Algemene evaluatie en besluiten 324
Hoofdstuk 3.
Internrechtelijke implementatie 331
3.1. Vaststelling van sanctievoorschriften 331
3.2. Aanwijzing van de sanctie-adressaten 338
3.3. Aanwijzing van de bevoegde handhavers en vaststelling van sanctieprocedurevoorschriften 341
3.4. Toepassing van de sanctievoorschriften 342
Hoofdstuk 4.
Specifieke sanctieverplichtingen in milieurichtlijnen en -verordeningen . 347
4.1. Sectorale specifieke sanctieverplichtingen 347
4.1.1. Algemene overwegingen 347
4.1.2. Situationele specifieke sanctieverplichtingen 352
4.1.3. Rechtsontnemende specifieke sanctieverplichtingen 366
4.1.4. Specifieke sanctieverplichtingen die zowel situationeel als rechtsontnemend opgevat kunnen worden. 383
4.1.5. Monetaire specifieke sanctieverplichtingen 393
4.1.6. De specifieke 'naming and shaming'-verplichting onder de Richtlijn Emissiehandel 2003/87/EG 407
4.1.7. Algemene evaluatie en besluiten 409
4.2. Penale specifieke sanctieverplichtingen 423
4.2.1. Gewettigd doel. 424
4.2.2. Uiterste middel ('ultima ratio') en zorgvuldigheid 425
4.2.3. Legaliteit 439
4.2.4. Schuld 443
4.2.5. Samenhang 444
4.2.6. Algemene evaluatie en besluiten 450
4.3. Algemene evaluatie en besluiten 452
DEEL 4. OVER DE NOOD EN DE PLICHT TOT HANDHAVING
Inleidend 457
Hoofdstuk 1.
Het ene resultaat is het andere niet: afbakening van de handhavingsplicht 459
1.1. Bepalingen met een veeleer gesloten textuur: nauwkeurig bepaalde, concrete resultaten . 462
1.2. Bepalingen met een veeleer open textuur: algemeen geformuleerde en niet-kwantificeerbare doeleinden 468
1.3. Mogelijke rechtvaardigingsgronden? 472
1.4. Mogelijkheden tot sanctionering in geval van een ontbrekende of incorrecte implementatie van de Europeesrechtelijke milieuvoorschriften . 480
Hoofdstuk 2.
Te handhaven bepalingen in milieurichtlijnen en -verordeningen 489
2.1. Algemene overwegingen 489
2.2. Overzicht te handhaven milieuvoorschriften 492
2.2.1. Aanvaardings- en terugnameplichten 493
2.2.2. Bedrijfsnormen 493
2.2.3. Commercialisatienormen 493
2.2.4. Documentatieplichten 494
2.2.5. Emissiebelastingen 494
2.2.6. Emissie- en immissienormen 496
2.2. 7. Erkenningsplichten 496
2.2.8. Gebruiksnormen 497
2.2.9. In- en uitvoernormen 497
2.2.10. Inplantingsnormen 497
2.2.11. Kennisgevingsplichten 498
2.2.12. Keurings- en nazichtsplichten 498
2.2.13. Machtigende meldingsplichten 499
2.2.14. Normen betreffende de samenstelling of constructie en andere technische kenmerken van producten 500
2.2.15. Normen betreffende de samenstelling of constructie en andere technische kenmerken van verpakkingen . 500
2.2.16. Ontwerp- en constructienormen 501
2.2.17. Productbelastingen 501
2.2.18. Productgoedkeuringsplichten 501
2.2.19. Studieplichten 502
2.2.20. Toezichtsplichten 502
2.2.21. Veiligheids- en noodplichten 503
2.2.22. Vergunningsplichten 503
2.2.23. Verkoop- en leveringsnormen 505
2.2.24. Vervoernormen 506
2.2.25. Vervuilingsverboden 506
2.2.26. Verwijderings- en saneringsplichten 506
2.2.27. Waarborgplichten 506
2.2.28. Zorgplichten 506
2.3. Algemene evaluatie en besluiten 507
Algemene besluiten en aanbevelingen 515
Bijlage 1.
Gescreende milieurichtlijnen en -verordeningen onder Deel 3 547
Bijlage 2.
Gescreende milieurichtlijnen en -verordeningen onder Deel 4 559
Bijlage 3.
Tabellen met te handhaven milieuvoorschriften in de Europese milieuhygiënewetgeving .563
Jurisprudentieregister 615
Register met geraadpleegde beleidsdocumenten 623
Bibliografie 627
Index 643
xvi
Intersentia

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 13/11/2014 - 15:33
Laatst aangepast op: do, 13/11/2014 - 15:40

Fysiek Interpersoonlijk geweld

Publicatie
Auteur: 
de Herdt Jeroen
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2014
ISBN nummer: 
9789400005556
Samenvatting

Bespreking door de uitgever:

Geweldsmisdrijven maken van oudsher de kern uit van het strafrecht. De laatste jaren worden we geconfronteerd met een toevloed aan wetgeving op dit domein, waardoor de accuraatheid en de coherentie van het systeem vaak verloren zijn gegaan. Door het grote aantal verzwarende omstandigheden en bijzondere strafbaarstellingen is het vandaag dan ook niet altijd evident meer om aan feiten van bv. doodslag, slagen en verwondingen, feitelijkheden en lichte gewelddaden, wederrechtelijke vrijheidsberoving of schuldig verzuim de juiste kwalificatie te geven en er de correcte rechtsgevolgen aan te koppelen.

In dit boek worden de toepassingsvoorwaarden en rechtsgevolgen van alle mogelijke kwalificaties van feiten van fysiek interpersoonlijk geweld grondig geanalyseerd. Daarnaast is er aandacht voor de verschillende instrumenten die in het leven werden geroepen om fysiek interpersoonlijk geweld aan te pakken (zoals bv. het tijdelijk huisverbod, de mogelijkheid voor verenigingen om in rechte op te treden, …). Ten slotte gaat het boek ook uitgebreid in op de uitlokking, de wettige verdediging en het burgerarrest.

Het boek biedt aan advocaten, magistraten en andere medewerkers van Justitie een diepgaande analyse van de wetgeving, rechtspraak en rechtsleer met betrekking tot het fysiek interpersoonlijk geweld. Ook anderen die geconfronteerd worden met deze problematiek, zoals bv. iedereen die werkt met slachtoffers van geweldsdelicten, kunnen er een schat aan informatie in terugvinden. Dankzij de rechtsvergelijking en de talrijke voorstellen de lege ferenda kan het bovendien een interessante inspiratiebron zijn voor beleidsmakers.

Jeroen De Herdt is doctor in de rechten (UAntwerpen, 2014). Hij is werkzaam als referendaris bij het Hof van Cassatie. Daarnaast is hij verbonden aan de onderzoeksgroep Rechtshandhaving van de Universiteit Antwerpen, waar hij voorheen assistent strafrecht en strafprocesrecht was.

 

Inhoudstafel tekst: 

 

Dankwoord vii

Redactionele opmerkingen xxi

Titel I. Inleiding 3

Hoofdstuk L Probleemstelling en opzet 3

Hoofdstuk TL Afbakening van het onderzoek 8

Afdeling I. Het begrip 'fysiek interpersoonlijk geweld' 8

§ 1. Definiëren van interpersoonlijk geweld: een onmogelijke uitdaging? . 9

§ 2. Taalkundige definities van (interpersoonlijk) geweld .10

§ 3. Juridische definities van geweld. 13

§ 4. De WHO-definitie: een werkdefinitie van fysiek interpersoonlijk geweld 15

§ 5. Omschrijving van een persoon naar Belgisch strafrecht.18

A. Natuurlijke personen. 18

B. Rechtspersonen.25

§ 6. Gevolgen van deze begripsomschrijving voor de afbakening van het onderzoek 32

Afdeling II. Verdere afbakening van het onderzoek 33

Hoofdstuk IIl. Methodologie van het onderzoek 34

Hoofdstuk IV. Opbouw van de studie 37

Titel II. Een principieel verbod op fysiek interpersoonlijk geweld .41

Hoofdstuk I. Het geweldsmonopolie in hoofde van de Staat.42

Afdeling I. Begrip . 42 Afdeling II. Rechtsfilosofisch concept. 49

§ 1 Het geweldsmonopolie ais conditio sine qua non voor de Staat 49

A. Thomas HOBBES en zijn Leviathan 52

B. John Locxe of de beperkte afstand van rechten .54

C. Jean-Jacques ROUSSEAU, de anti-HOBBES 56

§ 2. Het geweldsmonopolie ais conditio sine qua non voor het recht? 59

§ 3. Het geweldsmonopolie, een juridisch en moreel verwerpelijk concept , . 59

Afdeling III. Rechtshistorisch product .60

§ L Veranderingen in het gebruik van fysiek interpersoonlijk geweld .60

§ 2. Verklaring van deze afname via het geweldsmonopolie .62

 

A. De civilisatietheorie van Norbert EUAS 63

B. De self-help-theorie van Donald BLACK 64

§ 3. Het geweldsmonopolie in de praktijk vanuit historisch oogpunt 65

Afdeling IV. Sociologische realiteit. 68

Afdeling V. Maar geen algemeen strafrechtelijk beginsel 69

Hoofdstuk II. Grondrechten als tegenhanger van het geweldsmonopolie van de Staat? 71

Afdeling I. Een algemeen verbod op fysiek interpersoonlijk geweld via de grondrechten".72

Afdeling II. De toegevoegde waarde van een expliciete bepaling in de Grondwet?.75

§ 1. Naar een grondrecht op veiligheid? 75

A. De Belgische voorstellen tot opname van een grondrecht op veiligheid 76

B. Een blik over de grenzen van tijd en ruimte 77

C. Argumentatie pro en contra een grondrecht op veiligheid 81

1. Argumenten pro 81

2. Argumenten contra 82

§ 2. Een alternatieve, meer klassieke benadering.85

Besluit 89

Titel III. De strafrechtelijke basiskwalificaties .91

Inleiding.91

Hoofdstuk I. Opzettelijk toebrengen van de dood: doodslag .92

Afdeling I. Moreel bestanddeel: het opzettelijk doden, met het oogmerk te doden 93

§ 1. Opzettelijk doden.93

A. Wetens en willens handelen 94

B. Tegen een bepaalde of niet nader bepaalde persoon 99

1. Error in personam .99

2. Aberratie ictus 100

C. Ook al was het handelen afhankelijk van een omstandigheid of een voorwaarde l07

§ 2. Doden met het oogmerk om te doden .107

Afdeling II. Materieel bestanddeel: het doden van een andere persoon .108

§ 1. De aard van de strafbare gedraging.109

§ 2. Causaal verband l09

§ 3. Het onmogelijk misdrijf . 110

§ 4. Bewijs 121

Hoofdstuk II. Opzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel: slagen en verwondingen l22

Afdeling L Lichamelijke letsels 122

Afdeling II. Slagen en verwondingen 123

§ 1. De begrippen 'slagen' en 'verwondingen' 125

A. Een slag l25

B Een verwonding . 128

1. De oorspronkelijke draagwijdte van het begrip 'verwonding' .128

2. De uitbreiding naar interne letsels en fysieke ziektes 129

3. Wat met psychische letsels? 132

4. Vereisten met betrekking tot de oorzaak van het letsel. 137

5. Een vollediger definitie van 'verwondingen' de lege lata.138

C. Slagen en/of verwondingen .i 38

§ 2. Slagen of verwondingen toegebracht aan een ander levend persoon 139

§ 3. Strafbare poging tot slagen en verwondlngen.140

Afdeling EL Slagen en verwondingen vs. lichamelijke letsels 143

Hoofdstuk m. Fysiek geweld zonder lichamelijk letsel: feitelijkheden en lichte gewelddaden 144

Hoofdstuk IV. Aanslagen op de persoonlijke vrijheid 150

Afdeling I. Vrijheid van komen en gaan ais beschermde waarde.1.50

Afdeling II. Wederrechtelijke en willekeurige aanhouding of gevangenhouding .152

§ 1. Materieel bestanddeel: aanhouding of gevangenhouding in strijd met bet recht 152

§ 2. 'Willekeurig' als algemeen of bijzonder opzet? 156

§ 3. Daderschap van aanslagen op de persoonlijke vrijheid 158

§ 4. Slachtofferschap van aanslagen op de persoonlijke vrijheid 159

Hoofdstuk V. Fysiek geweld door niet-handelen: schuldig verzuim.161i

Afdeling I. Blootstelling van bet slachtoffer aan een groot gevaar. 162

§ 1. Vanaf wanneer is er sprake van 'een groot gevaar'? 163

§ 2. Wie moet in gevaar zijn?. 170

Afdeling II. Het verzuim hulp te verlenen of te verschaffen . 12

Afdeling III Opzettelijk verzuim . 177

Afdeling IV. De hulp was mogelijk zonder ernstig gevaar voor personen 180

Besluit 183

Titel IV. Bijzonder beschermde situaties .185

Inleiding 185

Hoofdstuk T. Beschermingstechnieken met betrekking tot de kwalificatie 186

Afdeling I. Bijzondere strafbaarstellingen .187

Afdeling II Verzwarende omstandigheden 188

§1. Begrip 189

§ 2. Doorwerking van verzwarende omstandigheden naar de deelnemers aan het misdrijf. 189

A. Discussie omtrent de objectieve verzwarende omstandigheden 191

B. Vingerwijzing vanuit Straatsburg: arresten GOKTEPE en DEI.ESPESSE.199

C. Implementering van de Europese rechtspraak in het Belgische systeem. Quo vadis 199

 

L Discussie over de draagwijdte van het arrest GOKTEPE 200

2. Een blik over de grenzen 202

a. Het basisprincipe: opzet in hoofde van de deelnemer wordt vereist 203

b. Expliciet geregelde groepen van verzwarende omstandigheden 206

3. Verankering van een Belgische oplossing 209

Afdeling III. Gevolgen van de keuze 2l4

Hoofdstuk II. Bijzondere bescherming van bepaalde personen 217

Afdeling I. De boreling 218

Afdeling II. Het minderjarige slachtoffer 225

§ 1. Ontvoering 228

§ 2. Verberging van een minderjarige .

§ 3. Minderjarigheid van het slachtoffer als verzwarende omstandigheid .

§ 4. Afwijking van het beroepsgeheim .

§ 5. Uitbreiding van het toepassingsbereik van strafbaarstellingen .

§ 6. Eindevaluatie van de bijzondere bescherming van de minderjarige

Afdeling III. Kwetsbare personen .

Afdeling IV. De vrouw .

§ 1. Het begrip 'genitale verminking' in het Strafwetboek .

§ 2. Historische en culturele achtergrond van genitale verminking bij vrouwen .

§ 3. Bijzonderheden aan het misdrijf omschreven in artikel 409 Sw .

§ 4. Nood aan (een aparte) strafbaarstelling? .

A. Nood aan strafbaarstelling van genitale verminking bij vrouwen? .

B. Nood aan een aparte strafbaarstelling van genitale verminking bij vrouwen? 264

C. Een blik over de grenzen 270

§ 5. Uitbreiding naar genitale verminking bij mannen? 272

§ 6. Eindevaluatie van de strafbaarstelling van vrouwelijke genitale verminking 278

Afdeling V. Personen met een bijzondere maatschappelijke functie 279

§ L De Koning 280

A. Bijzondere strafbaarstelling van een aanslag op het leven of de persoon van de Koning 280

B. Uitbreiding van de strafbaarheid in de voorbereidende fase 282

C. Misdrijven van gemeen recht . 284

§ 2. De vermoedelijke troonopvolger 284

§ 3. Leden van de koninklijke familie en personen die de koninklijke functie waarnemen.286

A. De koningin 287

B. Broers, bloed- en aanverwanten in de rechte lijn van de Koning die de staat van Belg hebben 287

C. De regent 289

D. Ministers die de grondwettelijke macht van de Koning uitoefenen 289

§ 4. Buitenlandse staatshoofden 289

§ 5. Diplomatieke ambtenaren 290

§ 6. Bedienaren van de eredienst 292

§ 7. Parlementsleden, ministers, magistraten, ministeriële ambtenaren, dragers van het openbaar gezag of de openbare

macht en elke andere persoon met een openbare hoedanigheid 295

A. Groepen van beschermde functies 295

1. Parlementsleden, ministers, leden van het Grondwettelijk Hof, magistraten en officieren van de openbare macht in actieve dienst 296

2. Ministeriële ambtenaren, agenten die drager zijn van bet openbaar gezag of de openbare macht en elke andere persoon met een openbare hoedanigheid bekleed . 303

3. Feitelijke ambtenaren 308

4. Aanpassingen aan de beschermde groepen? 308

B. In of ter gelegenheid van de uitoefening van hun bediening 311

C. Inhoud van de bijzondere bescherming 314

§ 8. Getuigen en juryleden 317

§ 9. Personen die een opdracht van functionele openbare dienst of een opdracht van algemeen belang vervullen en verplicht zijn

contact te hebben met het publiek . 319

A. Beschermde functies 320

B. In de uitoefening van hun bediening 325

C. Inhoud van de bijzondere bescherming 328

§ lû, Scheidsrechters van sportwedstrijden 334

§ ll. Functies die enkel worden beschermd tegen de (familie van) gebruikers ervan 337

A. Personen actief in onderwijsinstellingen of een medisch- pedagogisch instituut 337

B. Leden van het stembureau en getuigen bij sternverrichtingen . 340

§ 12. Algemeenbesluit. 341

Hoofdstuk IIT. Bescherming van bepaalde relaties 343

Afdeling I. Relatie tussen (ex)-partners 344

§ l. Beschermde relatievormen 348

A. Personen verbonden door het huwelijk 349

B. Andere relatievormen 350

1. Samenleven . 352

2. Duurzame affectieve en seksuele relatie 355

3. De relatie/samenwoning bestaat nog of is voorbij 359

§ 2. Gevolgen 360

A. Strafverzwaring . 360

B. Ruimere bevoegdheden voor de procureur des Konings en de politie 364

1. Bevoegdheden in bet kader van het onderzoek en de strafvordering 365

2. Bevoegdheid tot uithuisplaatsing van de dader 369

a. Inspiratie voor de Wet betreffende het tijdelijk huisverbod .369

b. Het tijdelijk huisverbod opgelegd door de procureur des Konings 375

c. Verlenging van de maatregel door de familierechtbank. 384

d. Overtreding van het huisverbod 386

e. Compensatie bij een onterecht opgelegd huisverbod .388

C. Het optreden van verenigingen in de strafprocedure 389

D. Inperking van bet beroepsgeheim? 397

E. Burgerrechtelijke gevolgen 398

§ 3. Eindevaluatie 399

Afdeling II. Relatie tussen een kind en zijn ouders of andere bloedverwanten in de rechte lijn 400

§ 1. Wie is ouder, wie is kind? 401

A. Afstamming 40!

B. Adoptie .41 l

C. Vergissing omtrent de identiteit of hoedanigheid van het slachtoffer 414

§ 2. Bijzondere bescherming door middel van een verzwarende omstandigheid 414

A. Bijzondere bescherming van ascendenten tegen hun afstammelingen bij doodslag: ouderrnoord 415

B. Beperkt tweerichtingsverkeer met betrekking tot slagen en verwondingen en toedienen van schadelijke stoffen 418

C. Quasi-volkomen tweerichtingsverkeer met betrekking tot het onthouden van voedsel of verzorging 420

D. Bijzondere bescherming van afstammelingen tegen ascendenten bij genitale verminking, foltering en onmenselijke behandeling 420

1. Genitale verminking 421

2. Foltering en onmenselijke behandeling 423

E. Naar een meer uniforme benadering? 424

§ 3. Bijzondere bescherming via bijzondere strafbaarstellingen 426

A. Het onthouden van voedsel of verzorging aan een minderjarige of kwetsbare persoon 426

B. Parentale ontvoering 434

§ 4. Bijzondere bescherming via de uithuisplaatsing 443

§ 5. Eindevaluatie 443

Afdeling III. Relatie tussen bloedverwanten in de zijlijn tot de vierde graad. 444

§ 1. Wie zijn bloedverwanten in de zijlijn tot de vierde graad? 444

§ 2. Het slachtoffer is een meerderjarige 445

§ 3. Het slachtoffer is een minderjarige of kwetsbare persoon 445

§ 4 Eindevaluatie 446

Afdeling IV. Relatie tussen een minderjarige of kwetsbare persoon en de persoon die gezag over hem heeft of hem onder zijn bewaring heeft 446

§ 1. Bijzondere bescherming via verzwarende omstandigheden 448

§ 2. Bijzondere bescherming via een bijzondere strafbaarstelling 448

Afdeling V. Relatie tussen een minderjarige of kwetsbare persoon en de

personen met wie hij occasioneel of gewoonlijk samenwoont 449

Afdeling VL Relatie tussen een minderjarige of kwetsbare persoon en diegenen die de plicht hebben zorg voor hem te dragen 451

Afdeling VIL Relatie tussen erflater en erfgenaam 451

Hoofdstuk IV. Bijzondere bescherming tegen een bepaalde beweegreden of geestesgesteldheid 458

Afdeling I. Voorbedachtheid 458

§ 1. Begripsbepaling voorafgaand aan en bij de totstandkoming van het Strafwetboek 459

§ 2. Actueel begrip en toepassingsvoorwaarden 462

A. Het overdenken van het besluit om een misdrijf te plegen.463

1. Een besluit om een misdrijf te plegen 463

2. Het besluit moet overwogen en gepland zijn 463

3. Voldoende stabiele gemoedstoestand van de dader 464

4. Definitief karakter. 466

B. Tijdsverloop tussen besluit en uitvoering 467

§ 3. Misdrijven waarbij de voorbedachtheid een rol speelt. 471

§ 4. Constitutief bestanddeel of verzwarende omstandigheid? 472

§ 5. Voorwerp waarop de voorbedachtheid betrekking heeft 475

§ 6. Kritieken en bezwaren 479

Afdeling IL Discriminerende beweegredenen 482

§ 1. Gemeenschappelijke elementen 483

§ 2. Doodslag, opzettelijke slagen en verwondingen en het toedienen van schadelijke stoffen ui! discriminerende drijfveren 491

§ 3. Wederrechtelijke vrijheidsberoving, schuldig verzuim en opzettelijke brandstichting uit discriminerende drijfveren 495

§ c[. Het optreden van verenigingen in rechte 499

Afdeling m. Winstoogmerk 503

Afdeling IV. Het oogmerk het slachtoffer borg te doen staan voor de voldoening aan een bevel of een voorwaarde 504

Afdeling V. Het oogmerk het stemgedrag te beïnvloeden 511

Afdeling VI. Besluit: meer ruimte voor de beweegredenen van de dader? 511

Hoofdstuk V. Bijzondere bescherming tegen bepaalde handelwijzen 515

Afdeling L Gebruik van vergif of andere schadelijke stoffen .515

§ l. Het toedienen van stoffen 516

§ 2. Stoffen die aanleiding geven tot bestraffing 518

A. Vergiftiging: stoffen die min of meer snel de dood kunnen teweegbrengen 518

B. Het toedienen van schadelijke stoffen: stoffen die de dood kunnen teweegbrengen of de gezondheid zwaar kunnen schaden 522

 

C. De kwalificatie van de toediening van stoffen die leiden tot HIV-besmetting 524

§ 3. Het moreel bestanddeel. 527

A. Vergiftiging: het oogmerk om te doden 528

B. Het toedienen van schadelijke stoffen: algemeen opzet. 528

§ 1L Het ingetreden gevolg 53 l

A. Vergiftiging: de dood 53 l

B. Het toedienen van schadelijke stoffen: van ziekte tot de dood . 533

§ 5. Verzwarende omstandigheid of constitutief bestanddeel van bet misdrijf? 535

§ 6. Behoud of afschaffing van deze strafrechtelijke kwalificaties? 537

§ 7. Het veroorzaken van dronkenschap .543 Afdeling IL Foltering, onmenselijke en onterende behandeling .546

§ L Internationale aandacht voor foltering, onmenselijke en onterende behandeling 547

§ 2. Foltering 548

§ 3. Onmenselijke behandeling 552

§ 1L Onterende behandeling 555

Afdeling UI. Langdurig voortzetten van de inbreuk 557

Afdeling IV. Het creëren van een schijn van legitimiteit . 561

Afdeling V. Handelend onder bedreiging met de dood 562

Afdeling VI. Het vasthouden van een minderjarige in het buitenland 562

Afdeling VIL Belemmering van bet verkeer 563

Afdeling VIII. Brandstichting en andere vernielingen 570

§ 1. Brandstichting conform artikel 510 Sw 570

§ 2. Artikel 518 Sw.: brandstichting met lichamelijke gevolgen 577

A. Vernieling en onbruikbaarmaking 580

B. Overstroming 581

Afdeling IX. Handelen op een bepaalde plaats en/of tijdstip 581

§ 1. Tijdens de vergadering van een Wetgevende Kamer of een zitting van een hof of rechtbank 58 l

§ 2. Tijdens een voetbalwedstrijd 582

§ 3. Feiten gepleegd na ontzetting uit bet ouderlijk gezag 583

§ 1L Geweld in het kader van de kiesprocedure 584

§ 5. Feiten gepleegd tijdens een reis aan boord van een vliegtuig 585

§ 6. Feiten gepleegd tijdens een tocht aan boord van een schip 585

Hoofdstuk VL Bijzondere bescherming tegen bepaalde gevolgen 587

Afdeling I. Gemeenschappelijke elementen 588

§ 1. Schuldvereiste met betrekking tot de gevolgen 588

§ 2. Causaal verband tussen fysiek geweld en gevolg 597

§ 3. Strafbaarheid van de poging .602

§ 1L Laattijdig ingetreden gevolgen 602

Afdeling II. Bloedstorting 603

Afdeling III. Ziekte 604

§ 1. Een ziekte .604

§ 2. Een ongeneeslijk lijkende ziekte 606

Afdeling IV. Ongeschiktheid 608

§ 1. Ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid 608

A. Tijdelijke ongeschiktheid 615

B. Blijvende ongeschiktheid 615

§ 2. Blijvende fysieke of psychische ongeschiktheid 616

§ 3. Besluit: nood aan terminologische coherentie 6 i 8

Afdeling V. Volledig verlies van (het gebruik van) een orgaan .

Afdeling VI. Zware of ernstige verminking .

Afdeling VIL Dood .

Afdeling VIII. Vruchtafdrijving .

Afdeling IX. Eindevaluatie 625

Besluit 630

Titel V. Fysiek interpersoonlijk geweld als middel tegen fysiek interpersoonlijk geweld 633

Hoofdstuk L Wettige verdediging 633

Afdeling I. Grondslag en aard van de wettige verdediging 634

§ 1. Grondslagen voor de wettige verdediging 635

A. Rechtsfilosofische grondslagen 635

B. Juridische grondslagen 638

C. Een 'werkgrondslag' voor de wettige verdediging 641

§ 2. Aard van de wettige verdediging 642

A. De wettige verdediging als mensenrecht 642

B. De wettige verdediging als rechtvaardigingsgrond 644

Afdeling IL Toepassingsgebied 648

§ 1. Van een beperkte naar een (quasi-lalgernene toepassing 648

§ 2. Onopzettelijke slagen en verwondingen uit wettige verdediging? . 650

§ 3. De verplaatsing van wettige verdediging naar Sw 654

Afdeling III. Toepassingsvoorwaarden 657

§ 1. Voorwaarden met betrekking tot de aanval 659

A. De aanval moet onrechtmatig zijn 659

B. De aanval moet gericht zijn tegen een persoon .667

1. De aanval op personen als toepassingsvoorwaarde de lege lata 668

2. Wat bij aanslagen op goederen? 670

a. De uitsluiting van aanslagen op goederen door de wetgever . 670

b. Debat over een uitbreiding naar aanslagen op goederen 673

c. Besluit .683

C. De aanval moet ernstig zijn 685

D. De aanval moet actueel zijn 695

§ 2. Voorwaarden met betrekking tot de verdedigingshandeling 700

A. Subsidiariteit 700

1. De vluchtplicht 704

2. Het gebruik van automatische verweermiddelen 712

 

B. Proportionaliteit. 715

C. De verdediging vindt plaats voor of tijdens de aanval 722

D. Is een verdedigingswil vereist? 725

E. Voorafgaande fout in hoofde van de verdediger 727

E Het verweer treft iemand anders dan de aanvaller 733

Afdeling IV. Vermoedens van wettige verdediging 733

§ 1. Aard van de situaties voorzien in artikel 417 Sw 734

A. Wat wordt vermoed in de situaties omschreven in artikel 417 Sw.? 734

B. Weerlegbaar of onweerlegbaar vermoeden? 736

1. Afweren van een inbraak bij nacht in een bewoond pand: weerlegbaar vermoeden 737

2. Verdediging tegen diefstal of plundering met geweid: onweerlegbaar vermoeden? 74 l

3. Besluit: twee weerlegbare vermoedens 742

§ 2. Afweren van een inbraak bij nacht in een bewoond pand 744

§ 3. Verdediging tegen diefstal of plundering met geweld 750

§ 4Evaluatie van de vermoedens uit artikel 417 Sw 753

Afdeling V. Alternatieven indien niet aan de toepassingsvoorwaarden is voldaan 754

§ 1. Putatief noodweer. 754

§ 2. Noodweerexces 759

A. Oplossingen naar Belgisch recht de lege fata 760

1. Onweerstaanbare dwang 762

2. Dwaling 764

3. De uitlokking 765

a. De uitlokking als verschoningsgrond.766

b. Uitlokking door zware gewelddaden tegen personen .

c. Uitlokking door inbraak in een bewoond pand, overdag gepleegd.792

cl. Gevolgen en toepassing van de uitlokking 797

e. Uitbreiding of afschaffing van de uitlokking? .803

4. Verzachtende omstandigheden 805

B. Noodweerexcesbepalingen in rechtsvergelijkend perspectief . 806

C. Nood aan een noodweerexcesbepaling in België? 813

Afdeling VI. Besluit .8 l 6

Hoofdstuk II. Burgerarrest of 'citizen's arrest' 817

Afdeling I. De dader pleegde een misdaad of wanbedrijf 819

Afdeling II. De dader werd op heterdaad betrapt. 819

Afdeling III. Welke mate van geweld mag bij het vasthouden worden gebruikt? .824

Afdeling IV. Aangifte bij de openbare macht. 828

Titel VI. Besluit 831

Hoofdstuk L Het bestaande juridische kader in een notendop 832

Afdeling I. Uitgangspunten van het bestaande kader 832

Afdeling IL De basismisdrijven 833

Afdeling ITI. Bijzondere beschermingsregimes 834

Afdeling IV. Het gebruik van fysiek interpersoonlijk geweld tegen fysiek interpersoonlijk geweld 836

Hoofdstuk IL Richtsnoeren ter verbetering van het huidige juridische kader 836

Hoofdstuk IIT. Richtsnoeren voor het hertekenen van het juridische kader 841

Hoofdstuk IV. Slotbeschouwing 844

Bibliografie 847

Lijst van gehanteerde afkortingen 905

Trefwoordenregister 911

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: do, 13/11/2014 - 14:46
Laatst aangepast op: do, 13/11/2014 - 15:22

Het nieuwe Belgische Consulair Wetboek doorgelicht

Publicatie
Auteur: 
Verhellen Jinske
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2014-2015
Pagina: 
403
Samenvatting

Bespreking van het nieuw wetboek: het Consulair Wetboek. De wet van 21 december 2013 houdende het Consulair Wetboek is in werking getreden op 15 juni 2014

 

Inhoudstafel tekst: 

 Inleiding
I. Definities
A. Consulaire terminologie
B. Begrippen woonplaats en gewone verblijfplaats
vragen, alleen al maar omdat dit vereiste impliceert dat consulaire ambtenaren de buitenlandse verblijfswetgevingen moeten kennen om het begrip «legale vestiging» in het buitenland te kunnen invullen.
II. Bevoegdheid inzake burgerlijke stand
A. Welke bevoegdheden?
1° Limitatieve opsomming
limitatieve opsomming van de bevoegdheden inzake burgerlijke stand.
– geboorteakten en overlijdensakten van Belgen, mits de geboorte of het overlijden gebeurde binnen het consulair ressort;
– akten van aangifte van een levenloos kind waarvan één van de ouders Belg is;
– akten houdende erkenning van een kind, mits hetzij de erkennende ouder, hetzij het kind Belg is en een van beiden zijn gewone verblijfplaats heeft binnen het consulair ressort;
– de gezamenlijke verklaring bepaald in art. 316bis BW, mits de geboorteakte wordt opgemaakt op het consulaat;
– akten betreffende de naam van erkende kinderen, mits het kind Belg is en zijn gewone verblijfplaats binnen het consulair ressort heeft.
2° Geen consulaire huwelijken meer
3° Opmaak erkenningsakten
4° Gezamenlijke verklaring bedoeld in art. 316bis BW
B. Wie is bevoegd en waar?
C. Termijnen en te late aangiftes van geboorte en overlijden
D. Verbetering en vernietiging van consulaire akten
III. Bevoegdheid inzake notariaat
A. Welke bevoegdheden?
Art. 18 geeft de volgende opsomming van de notariële bevoegdheden van de consulaire posten:
– akten en contracten die betrekking hebben op in België gelegen goederen of te behandelen zaken;
– huwelijkscontracten en akten die verband houden met een wijziging van het huwelijksvermogensstelsel, voor zover ten minste een van de partijen Belg is;
– uiterste wilsbeschikkingen, 62 voor zover de erflater Belg is;
– toestemmingsakten inzake adoptie mits de persoon die de toestemming nodig heeft, Belg is 63 ;
– afgifte van eensluidende afschriften van en uittreksels uit de akten die op de consulaire post worden bewaard.
B. Wie is bevoegd en waar?
V. Bevoegdheid inzake legalisatie en onderzoek van vreemde documenten
A. Legalisatie
B. Onderzoek van vreemde documenten
1° Meer dan louter legaliseren, óók onderzoek naar inhoudelijke authenticiteit
2° Kosten verbonden aan het onderzoek
VI. Bijhouden van registers
A. Register van de burgerlijke stand
B. Notarieel repertorium
C. Consulair bevolkingsregister
VII. Afgifte van paspoorten en consulaire attesten
A. Paspoorten
B. Consulaire attesten en het attest van geen huwelijksbeletsel
Besluit
Coördineren, moderniseren en vereenvoudigen: is de wetgever hierin geslaagd?

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 07/11/2014 - 20:38
Laatst aangepast op: vr, 07/11/2014 - 20:38

Ministerieel besluit tot vaststelling van het afschakelplan van het transmissienet van elektriciteit.

Afkondiging: 
don, 02/06/2005
Publicatie: 
don, 18/08/2005

Ministeriële besissing die de regeling bepaalt met betrekking tot afsluiting van de ellektriciteit bij plotse fenomenen en in geval van schaarste

De decretale aansprakelijkheidsregimes voor onbeschikbaarheid van het net (art. 4.1.11/5 Vlaams Energiedecreet (vanaf 1 januari 2015) en art. 25quinquies Waals Elektriciteitsdecreet) zijn niet van toepassing bij «geplande onbeschikbaarheid».

 

Tekst van de wetgeving: 

Artikel 1. Het afschakelplan bedoeld in artikel 312, § 5, van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, wordt vastgesteld in de bijlage bij dit besluit.

Art. 2. De inbreuken op de bepalingen "3. Procedure bij schaarste" van de bijlage bij dit besluit worden opgespoord, vastgesteld, vervolgd en gestraft overeenkomstig de bepalingen van de hoofdstukken II en III van de wet van 22 januari 1945, betreffende de economische reglementering en de prijzen.
Brussel, 3 juni 2005.
M. VERWILGHEN

BIJLAGE.

Art. N. AFSCHAKELPLAN
1. Inleidende bepalingen
1.1. Toepassingsgebied
1.1.1. Het afschakelplan vormt een onderdeel van de reddingscode die is uitgewerkt overeenkomstig artikel 312, § 1, van het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe, hierna het " technisch reglement " genoemd.
De definities van artikel 1 van het technisch reglement zijn op dit besluit van toepassing.
Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder :
1° " regionale technische reglementen " : de technische reglementen voor het beheer van de distributienetten voor elektriciteit en voor het beheer van het lokaal of gewestelijk transmissienet voor elektriciteit en de toegang ertoe, opgesteld door de gewestelijke regeringen en/of de gewestelijke regulatoren.
2° " minister " : de minister die de energie onder zijn bevoegdheid heeft;
3° " ministers " : de ministers die de economie en de energie onder hun bevoegdheid hebben.
1.1.2. Het afschakelplan omvat, in uitvoering van artikel 312, §§ 5 tot 8 van het technisch reglement, de maatregelen betreffende het wijzigen en afschakelen van afnamen van het transmissienet. Deze maatregelen worden toegepast door de transmissienetbeheerder en, indien zulks wordt opgelegd krachtens de gewestelijke regelgeving, door alle netbeheerders waarvan de netten binnen de regelzone rechtstreeks of onrechtstreeks met het transmissienet verbonden zijn.
1.1.3. Het afschakelplan geldt ten aanzien van alle afnemers van elektriciteit die binnen de regelzone op het transmissienet aangesloten zijn of, in zoverre daarin wordt voorzien door de gewestelijke technische reglementen, op een distributienet of een plaatselijke transmissienet binnen de regelzone dat rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden is met het transmissienet.
1.1.4. De handelingen nodig voor het in werking stellen van het afschakelplan worden met de middelen waarover hij beschikt uitgevoerd door de transmissienetbeheerder, voor de afnemers verbonden met het transmissienet en, indien zulks wordt bepaald in de gewestelijke regelgeving, op initiatief van de transmissienetbeheerder, door de beheerders van de distributienetten of van het lokaal transmissienet rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden met het transmissienet voor de afnemers die op die netten aangesloten zijn onder de voorwaarden voorzien in de regionale technische reglementen.
De transmissienetbeheerder organiseert, overeenkomstig artikel 383 van het Technisch Reglement, de raadpleging met de beheerders van de distributienetten en van de lokale transmissienetten met het oog op het bekomen van een interactieakkoord onder meer voor de onderbreking van de belasting. De distributiebeheerders kunnen aan de transmissienetbeheerder de technische mogelijkheid bieden om selectief belastingen af te schakelen overeenkomstig de prioriteiten van het afschakelplan.
1.2. Werkingsprincipes
Het afschakelplan bevat twee delen :
1.2.1. De procedure ter bescherming van het elektrisch systeem tegen plotse fenomenen die de integriteit van het elektrisch systeem plotseling ondermijnen;
1.2.2. De procedure ter bescherming van het elektrisch systeem bij een aangekondigde schaarste aan elektriciteit voor een aanzienlijke, min of meer voorspelbare tijdsduur.
2. Procedure ter bescherming tegen plotse fenomenen
2.1. Omstandigheden
Plotse fenomenen (zoals frequentieschommelingen, spanningsdalingen, etc.) worden veroorzaakt door het plots verstoord evenwicht tussen productie, transmissie en afname van elektriciteit als gevolg van noodsituaties en tal van incidenten zoals aangegeven in artikel 303 van het technisch reglement.
Indien een plots verstoord evenwicht tussen productie en afname van elektriciteit optreedt of dreigt op te treden, hetzij op lokaal vlak, hetzij op het vlak van de regelzone, hetzij op het vlak van het geïnterconnecteerde UCTE-net (Union for the Coordination of Transport of Electricity) en die evenwichtstoornis onvoldoende of onvoldoende snel kan gecompenseerd worden door een verhoging van de productie in het betrokken deel van de regelzone of een verhoging van de toevoer van elektriciteit naar het betrokken deel van de regelzone, worden de maatregelen genomen zoals hieronder uiteengezet.
2.2. Middelen
De transmissienetbeheerder maakt geheel of gedeeltelijk toepassing van de in artikel 312, § 5, 1°, van het technisch reglement vermelde maatregelen overeenkomstig de volgende principes :
1° afschakeling van afnemers aangesloten op het transmissienet (rekening houdend met de volgorde in de lijst van prioritaire afnemers in 2.4. en met de geografische zones in 4.);
2° onderbreking van de verbindingen met de buitenlandse netten;
3° onderbreking van de verbinding met de andere netten binnen de regelzone.
2.3. In werking stellen
2.3.1. Het afschakelplan of zijn onderdelen kunnen geactiveerd worden, hetzij op bevel van de netbeheerders, hetzij door automatische installaties die onder meer werken op basis van de frequentie van het net of van een andere fysische grootheid.
Rekening houdend met de prioritaire lijst bepaald in 2.4. wordt het afschakelplan vastgesteld als volgt, in volgorde van uitvoering :
1° afschakelen van contractueel afschakelbaar vermogen;
2° stopzetting van de exporten vanuit de regelzone;
3° afschakelen van de injecties in rurale netten met een spanning kleiner dan 30 kV;
4° afschakelen van de bevoorrading van de industriële productieprocessen rechtstreeks aangesloten op de netten beheerd door de transmissienetbeheerder;
5° afschakelen van de injecties in de stedelijke netten met een spanning kleiner dan 30 kV.
De transmissienetbeheerder verricht de afschakelingen van afnemers stapsgewijze en in functie van de benodigde hoeveelheid af te schakelen vermogen volgens een interne procedure van de transmissienetbeheerder, de zogeheten " procedure ter uitvoering van de reddingscode ".
De criteria voor activering van de onderdelen van het afschakelplan door automatische installaties wordt zodanig ingesteld dat, voor zover de middelen voor de transmissienetbeheerder beschikbaar zijn, de lijst van prioritaire afnemers zal gerespecteerd worden.
2.3.2. Indien na het uitvoeren van bovenvermelde procedures het systeem niet gestabiliseerd is, wordt aangenomen dat het elektrisch systeem naar een " black-out " (totale netinstorting) evolueert. Vanaf de black-out wordt het elektrisch systeem terug opgestart volgens de heropbouwcode zoals bepaald in art 314 en 315 van het technisch reglement.
2.3.3. Indien de distributiebeheerder beschikt over een automatische installatie voor het selectief afschakelen van belastingen in zijn netten, overeenkomstig de classificatie opgenomen in punt 5 van dit besluit, dan schakelt de Transmissienetbeheerder via deze installatie de belastingen af. Indien de transmissienetbeheerder, bij gebrek aan bovenvermelde installatie of in geval van onvoldoende resultaat van bovenvermelde actie, overgaat tot onderbreking van de rechtstreekse of onrechtstreekse verbindingen van het transmissienet met de netten van de andere netbeheerders binnen de regelzone zal de transmissienetbeheerder de lijst van de prioritaire afnemers aangesloten in de netten die hij niet beheert niet dienen te respecteren, voor zover de gewestelijke regelgeving daarin voorziet. Nochtans wendt hij in samenwerking met de andere netbeheerders alle beschikbare middelen aan om de bevoorrading van prioritaire afnemers zo snel mogelijk te herstellen.
De transmissienetbeheerder voert de onderbrekingen van de rechtstreekse of onrechtstreekse verbindingen van het transmissienet met de andere netten binnen de regelzone uit door het openen van de vermogenschakelaars van de transformatoren die de verbinding vormen met deze netten. De netbeheerder van het rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden net schakelt vervolgens al de vertrekkende kabels in de betrokken onderstations uit.
2.3.4. Om de netbeheerders van de rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden netten in staat te stellen de bevoorrading van de prioritaire afnemers te herstellen, schakelt de transmissienet-beheerder de bevoorrading van de onderstations waarin de vertrekkende kabels zijn uitgeschakeld terug in, voor zover de gewestelijke regelgeving daarin voorziet.
In overleg met de transmissienetbeheerder en voor zover de toestand van het elektrisch systeem dit toelaat, mag de netbeheerder van het rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden net vervolgens vanuit dit onderstation prioritaire afnemers bedoeld in 2.4. voeden tot een richtwaarde van 10 % van het oorspronkelijk afgenomen vermogen in dit onderstation. In overleg met de transmissienetbeheerder kan deze richtwaarde overschreden worden voor zover er een grotere hoeveelheid energie nodig is voor prioritaire afnemers en voor zover deze bijkomende energie naar het oordeel van de transmissienetbeheerder door het transmissienet kan aangevoerd worden.
2.3.5. De maatregelen getroffen door de transmissienetbeheerder worden door hem, langs de snelste weg, ter kennis gebracht van de afnemers verbonden met het transmissienet en van de beheerders van de andere netten rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden met het transmissienet die er belang bij hebben. Deze beheerders van de andere netten zullen in voorkomend geval de aan hun netten verbonden afnemers inlichten. De transmissienetbeheerder en de andere beheerders van de betreffende netten zullen eveneens deze maatregelen publiceren op hun website. De tijd die nodig is voor deze kennisgevingen en publicaties mag de toepassing van deze maatregelen niet opschorten of vertragen.
De transmissienetbeheerder licht langs de snelste weg de minister in over de genomen maatregelen.
2.4. Lijst van prioritaire afnemers
Op basis van het klassement van afnemers zoals weergegeven in 5. en rekening houdende met de technische middelen waarover de netbeheerders beschikken, wordt de lijst van prioritaire afnemers als volgt vastgesteld, in stijgende volgorde van belang :
2.4.1. Bevoorrading van afschakelbare directe afnemers en pompbedrijf van de hydraulische accumulatiecentrales;
Het gaat hier over de afnemers die rechtstreeks aan het transmissienet gekoppeld zijn en waarmee de transmissienetbeheerder een overeenkomst heeft afgesloten voor de afschakeling van het vermogen in het kader van onder meer het congestiebeheer;
2.4.2. Export van elektriciteit naar andere regelzones;
2.4.3. Bevoorrading van de afnemers in rurale gebieden;
2.4.4. Bevoorrading van industriële productieprocessen;
2.4.5. Bevoorrading van de afnemers in stedelijke gebieden;
2.4.6. Bevoorrading van industrie met als doel de industriële installaties te beschermen;
2.4.7. Bevoorrading van klinieken, hulpdiensten, openbaar vervoer, vitale communicatiecentra (zoals zendinstallaties van openbare omroepen);
2.4.8. Bevoorrading van hulpdiensten van productiecentrales en van hoogspanningsposten.
3. Procedure bij schaarste
3.1. Omstandigheden
3.1.1. De procedure bepaald in 3.2 en 3.3 wordt toegepast :
- indien één of meerdere toegangsverantwoordelijken aan de transmissienetbeheerder melden gedurende een aanzienlijke, min of meer voorspelbare, termijn niet in staat te zullen zijn hun evenwichtsverplichting bepaald in art. 157 van het Technisch Reglement te vervullen en indien deze toestand aanleiding geeft tot een verstoord evenwicht tussen productie en afname van elektriciteit binnen de regelzone dat door de transmissienetbeheerder niet kan gecompenseerd worden door het activeren van de productiemiddelen die binnen de regelzone beschikbaar zijn; of
- indien het transmissienet niet meer in staat is gedurende een aanzienlijke, min of meer voorspelbare, termijn voldoende elektriciteit naar bepaalde delen van de regelzone te transporteren.
3.1.2. De procedure vastgelegd bij besluit van de Regent van 29 januari 1949 houdende de reglementering van de voortbrenging, de verdeling en het verbruik van elektrische energie in geval van tekort aan vermogen en/of elektrische energie ten gevolge van sociale geschillen is van toepassing in geval van elektriciteitsschaarste naar aanleiding van sociale geschillen.
3.2. Middelen
De transmissienetbeheerder kan de ministers verzoeken de nodige maatregelen te nemen zodat hij het evenwicht van de regelzone kan herstellen of de lokale energietekorten kan verminderen, door :
- de afnemers of categorieën van afnemers in de volledige regelzone of in bepaalde delen ervan op te dragen de elektriciteit die zij afnemen van het net te verminderen binnen de vooropgestelde limieten; of
- hun te verbieden elektriciteit voor bepaalde doeleinden te gebruiken.
3.3. In werking stellen
3.3.1. De transmissienetbeheerder informeert de ministers en het Coördinatie en Crisiscentrum van de Regering over de elektriciteitsschaarste in termen van hoeveelheid en geografische omschrijving.
3.3.2. In overleg met de transmissienetbeheerder en desgevallend met de netbeheerders die rechtstreeks of onrechtstreeks met het transmissienet verbonden zijn, bepalen de ministers de restrictieve maatregelen bedoeld in 3.2. waarmee de afnemers rekening moeten houden.
3.3.3. Ingeval de maatregelen bedoeld in 3.2. niet tijdig konden worden toegepast of ontoereikend blijken te zijn, kunnen de ministers de transmissienetbeheerder en desgevallend de distributienetbeheerder of de lokale transmissienetbeheerder die rechtsreeks of onrechtstreeks met het transmissienet verbonden zijn, opdragen de verbinding met sommige categorieën afnemers die met hun net verbonden zijn te onderbreken waarbij de netbeheerders ernaar streven, rekening houdend met de exploitatieomstandigheden, de stroomtoevoer niet te onderbreken in geval van absolute noodzaak en die onderbreking zo kort mogelijk te houden.
3.3.4. De maatregelen getroffen door de ministers worden door hen, langs de snelste weg, ter kennis gebracht van de transmissienetbeheerder en, in voorkomend geval, van de betrokken beheerders van de netten rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden met het transmissienet die bij deze maatregelen betrokken zijn.
De ministers nemen, zo spoedig mogelijk en via publicatie in het Belgisch Staatsblad, alle nuttige schikkingen voor de officiële kennisgeving van de verordende maatregelen. De ministers zullen tezelfdertijd het publiek over deze maatregelen inlichten door allerlei middelen en onder meer via de radio, de televisie en de dagelijkse pers. De tijd die nodig is voor deze kennisgevingen en publicaties mag de toepassing van deze maatregelen niet opschorten of vertragen.
De transmissienetbeheerder en de andere beheerders van de betrokken netten zullen de aan hun netten verbonden afnemers informeren die bij deze maatregelen betrokken zijn. De transmissienetbeheerder en de andere beheerders van de betrokken netten zullen eveneens deze maatregelen publiceren op hun website.
3.3.5. De transmissienetbeheerder rapporteert aan de ministers over de opvolging van de genomen maatregelen voor de afnemers die rechtstreeks met het transmissienet verbonden zijn met betrekking tot de kwartuurgemiddelden van het afgenomen vermogen van de afnemers die aan beperkingen onderhevig zijn.
In voorkomend geval, informeert de transmissienetbeheerder aan de ministers voor de afnemers die niet aan het transmissienet verbonden zijn, over de verhouding van de gerealiseerde belastingsvermindering tot de verwachtte belastingsvermindering per deel van de regelzone waarin de beperkingen van kracht zijn.
3.3.6. Het toezicht op de toepassing van die maatregelen die gelden krachtens dit besluit wordt uitgeoefend door de daartoe behoorlijk aangestelde ambtenaren van de Algemene Directies Energie en Controle en Bemiddeling van de Federale Openbare Dienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.
De afnemers moeten op elk ogenblik de netbeheerders of de ambtenaren belast met het toezicht op de uitvoering van dit besluit toelating geven om een overzicht op te maken van het elektriciteitsverbruik in hun installaties; op eenvoudig mondeling verzoek bezorgen zij de beheerders van de elektriciteitsnetten of die ambtenaren elk element dat dienstig kan zijn om informatie te verstrekken betreffende hun elektriciteitsverbruik.
4. Beheer van de benodigde hoeveelheden af te schakelen en te verminderen vermogen
4.1. Overeenkomstig artikel 312, § 6 van het technisch reglement, dienen de maatregelen genomen in uitvoering van de in 2. en 3. beschreven procedures toegepast te worden hetzij in de volledige regelzone, hetzij in een deel ervan overeenkomstig de volgende criteria :
1° het invloedsniveau van de getroffen maatregelen;
2° de lokalisering van het probleem;
3° de graad van preventie en beveiliging;
4° het behoud van de integriteit van het transmissienet.
4.2. Om de vermindering en/of afschakeling van de afnamen van het net zowel op geografisch vlak als op het vlak van de benaderende hoeveelheden te kunnen doseren, wordt het net ingedeeld in vijf geografische zones waarin de af te schakelen deelnetten in opeenvolgende schijven zijn verdeeld.
De vijf geografische zones situeren zich in het noordwesten, het noordoosten, het centrum, het zuidwesten en het zuidoosten van het land.
De schijven zijn zodanig samengesteld dat per schijf nagenoeg 5 % van de belasting van de betrokken geografische zone wordt afgeschakeld/verminderd.
De samenstelling van de geografische zones en de samenstelling van de verschillende schijven is vermeld in de interne procedure voor uitvoering van de reddingscode.
5. Classificatie van afnemers
Overeenkomstig artikel 312, § 7 van het technisch reglement, respecteren de maatregelen die worden genomen in uitvoering van de in 2. en 3. beschreven procedures, het volgende klassement :
1° de ziekenhuizen en verzorgingscentra;
2° de klanten van de openbare distributie ten aanzien waarvan een openbaredienstverplichtiging geldt overeenkomstig artikel 21 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;
3° de consumenten of categorieën van consumenten die een voorrangsregime genieten overeenkomstig de wet van 22 januari 1945 betreffende de economische reglementering en de prijzen en haar uitvoeringsbesluiten.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 3 juni 2005 tot vaststelling van het afschakelplan van de elektriciteitsnetten.
De Minister van Economie en Energie,
M. VERWILGHEN.

Gecoördineerde actuele versie van de wet: 

 Commentaar: Wouter Geldhof, Afschakelplan of black-out – En wat met de aansprakelijkheid?, RW 2014-2015, 402

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 07/11/2014 - 19:40
Laatst aangepast op: vr, 07/11/2014 - 19:40

Over bekennen in conclusies

Publicatie
Auteur: 
Clijmans N
Tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2014
Pagina: 
1193
Samenvatting

CLIJMANS, N., ‘Over bekennen in conclusies’, RABG 2014, 1193, noot onder Antwerpen 13 mei 2013. pdf

De auteur plaatst een noot onder een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 13 mei 2013 waarbij geoordeeld werd over het de bewijswaarde (in handelszaken) van een bekentenis gesteld in conclusies (door een advocaat).

Een bekentenis in een conclusie is ondanks stijlformules, gebruikelijk in conclusies, een gerechtelijke bekentenis.

Overeenkomstig artikel 1356 BW is een gerechtelijke bekentenis:

"een verklaring die in rechte gedaan wordt door de partij of door haar bijzonder gevolmachtigde. Zij levert een volledig bewijs op tegen hem die de bekentenis gedaan heeft. Zij mag niet ten zijnen nadele gesplitst worden.Zij kan niet herroepen worden, tenzij men bewijst dat zij het gevolg is van een dwaling omtrent de feiten. Zij zou niet kunnen herroepen worden onder voorwendsel van een dwaling omtrent het recht."
 

De auteur stelt: dat stijlformule in conclusies of brieven: "Zonder enige nadelige erkenning" en mededelingen niet te willen bekennen, een geldige bekentenis niet beletten en deze clausules opnemen in conclusies of briefwisseling nutteloos is.

Een louter niet betwisten staat volgens de auteur evenwel nog niet gelijk met bekennen zodat de clausule dat alles wat niet erkend wordt, betwist wordt ook principieel zinledig is, of althans zou moeten zijn.

 

Besproken arrest:Antwerpen 13 mei 2013

samenvatting

Een bekentenis in een conclusie heeft bewijskracht als een gerechtelijke bekentenis.

Een gerechtelijke bekentenis is onsplitsbaar (art. 1356, derde lid BW). Ze mag niet gesplitst worden ten nadele van degene die ze heeft afgelegd (art. 1356, derde lid BW). Bekentenissen kunnen dus niet in stukjes gehakt. Zij dienen in het geheel worden weerhouden waarbij verklaringen niet kunnen worden gesplitst van de daaropvolgende verklaringen.

tekst arrest

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 02/11/2014 - 18:58
Laatst aangepast op: zo, 02/11/2014 - 19:05

Het tenietdoen van de voorlopige tenuitvoerlegging in hoger beroep. Cassatie licht toe

Publicatie
Auteur: 
Clijmans N
Tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2006/18
Pagina: 
1386
Samenvatting

Het tenietdoen van de voorlopige tenuitvoerlegging in hoger beroep. Cassatie licht toe’, RABG 2006, afl. 18, 1366-1370

Deze bijdrage, zijnde een noot onder Cass. 1 juni 2006, A.R. C030231N werd gepubliceerd middels een link op de website www.clijmansadvocaten.be 

Weergave van het besproken arrest van 01/06/2006 van het Hof van Cassatie

samenvatting

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: za, 01/11/2014 - 13:38
Laatst aangepast op: za, 01/11/2014 - 13:38

Over de vordering strekkende tot herroeping van het gewijsde, haar oorzaak en voorwerp

Publicatie
Auteur: 
Clijmans N
Tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2005/18
Pagina: 
1710
Samenvatting

Deze bijdrage werd gepubliceerd op http://www.clijmansadvocaten.be/publicaties/ en is aldaar consulteerbaar op deze link

De bijdrage plaatst een kritische noot onder het Cassatiearrest van 27 mei 2005, A.R. C030368N

Het Hof van cassatie diende zicht te buigen naar aanleidjng van een vordering tot herroeping van gewijsde, nadat een vonnis werd verleend op basis van een getuigenverklaring die na een strafonderzoek vals bleek te zijn. 

Het Hof diende zich te buigen over de toepassingsregels van artikel 1134 Ger.W. en meer in het bijzonder over de regels mbt het tijdig instellen van de vordering en de regels met betrekking tot de uitbreiding van de vordering (art. 702,3° en 807 Ger.W.). Samengevat stelde het Hof dat de lin artikel 1133 van het Gerechtelijk Wetboek limitatief opgesomde feiten en hun kwalificatie die in het initieel verzoekschrift worden vermeld niet meer kunnen worden uitgebreid of gewijzigd, ondermeer na vaststelling dat artikel 1134 Ger.W.3 stipuleert dat het verzoek om herroeping van het gewijsde, op straffe van nietigheid, “alle” middelen bevat tot staving ervan en de de herroeping van het gewijsde een bijzonder rechtsmiddel is ertoe strekkende een in kracht van gewijsde gegane beslissing te herroepen. Op basis hiervan oordeelde het Hof dat de door de wet voor deze vordering bepaalde regels strikt dienen nageleefd en de artikelen 702,3° en 807 van het Gerechtelijk Wetboek niet van toepassing zijn op de procedure herroeping van gewijsde.

In de kritische noot wijst de auteur erop dat deze gevolgtrekking nogal kort uit de bocht is en zeker voor kritiek vatbaar.

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Nog dit: 

Hof van Cassatie,  1e Kamer – 6 februari 2009, RW 2010-2011, 1601

V.H. en V.L.L. t/ V.D.V.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 6 februari 2008 gewezen door het Hof van Beroep te Gent.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

...

2. Het gezag van gewijsde dat verbonden is aan de beslissingen van administratieve rechtscolleges is een algemeen rechtsbeginsel van administratief recht.

De arresten van de Raad van State die een administratieve handeling vernietigen, hebben gezag van gewijsde erga omnes.

Uit de aard van de vernietiging van een administratieve beslissing volgt dat de vernietigde beslissing in de regel geacht wordt nooit te hebben bestaan, zodat de partijen door de vernietiging van de beslissing terug in de toestand worden geplaatst van vóór de vernietigde beslissing.

De nietigverklaring van een verkavelingsvergunning door de Raad van State geldt bijgevolg erga omnes met terugwerkende kracht.

De dwaling kan er aldus in bestaan dat de overeenkomst is aangegaan ingevolge dwaling over de essentiële eigenschappen van de zaak doordat die eigenschappen retroactief wegens de vernietiging van een administratieve beslissing niet bestonden op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst tot aankoop van de zaak.

3. Het arrest oordeelt dat de vernietigingsbeslissing van de Raad van State van 23 oktober 1992:

– het verkoopcontract van de verweerster aan de eisers niet vernietigt maar enkel de verkavelingsvergunning;

– deze vernietiging de kwaliteit van het verkochte goed aantast maar niet de koop zelf;

– het in wezen een rechtsstoornis betreft waarvan de oorzaak dateert van na de koop.

Door met die redenen de vrijwaringsvordering van de eisers en hun vordering tot vernietiging, wegens dwaling, van de verkoopovereenkomst tussen de eisers en de verweerster af te wijzen, miskent het arrest het gezag van gewijsde erga omnes en de retroactieve werking van de vernietigingsbeslissing door de Raad van State en het rechtsbegrip dwaling.

4. Omdat het arrest aldus beslist op grond van een niet-retroactieve werking van de vernietigingsbeslissing door de Raad van State, dient de bestreden beslissing te worden vernietigd, zonder dat het Hof dient over te gaan tot een onderzoek of de dwaling de zelfstandigheid van de verkochte zaak betreft.

Het middel is in zoverre gegrond.

 

Aangemaakt op: za, 01/11/2014 - 12:46
Laatst aangepast op: za, 01/11/2014 - 12:46
Inhoud syndiceren

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.