-A +A

Noodtoestand als rechtvaardigingsgrond

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Noodtoestand kan naar Belgisch strafrecht alleen als rechtvaardigingsgrond worden ingeroepen wanneer voldaan is aan volgende voorwaarden (Cass. 28 april 1999, Pas. 1999, 598; Brussel 11 januari 2002, J.T. 2002, 266):

– er moet een actueel, zeker en ernstig gevaar bestaan voor het te beschermen belang;

– het te beschermen rechtsgoed of rechtsbelang moet minstens van gelijke waarde zijn als het rechtsgoed of rechtsbelang dat wordt gekrenkt;

– de delictuele gedraging moet de enige mogelijkheid zijn om het kwaad te vermijden;

– en diegene die zich op de noodtoestand wil beroepen, mag zich niet bewust, en zonder daartoe gedwongen te zijn, in een toestand hebben geplaatst, die op voorzienbare wijze leidt tot een belangenconflict.

zie Cass. 13 november 2001, Pas. 2001, 1848, met conclusie van procureur-generaal M. De Swaef; Cass. 19 oktober 2005, R.D.P. 2006, 322, met conclusie van advocaat- generaal D. Vandermeersch; R.W. 2006-07, 1605.

zie cass. 04/03/2014, RABG 2014/14, 944

"Noodtoestand vormt alleen dan een rechtvaardigingsgrond als de waarde van hetgeen wordt prijsgegeven lager is dan of gelijk is aan de waarde van het goed dat men wil vrijwaren, het te vrijwaren recht of belang een dadelijk en ernstig gevaar loopt, het kwaad alleen door het misdrijf kan worden voorkomen en de betrokkene de noodtoestand niet zelf heeft doen ontstaan.

Er kan van noodtoestand geen sprake zijn indien de dader, zonder daartoe gedwongen te zijn, zich bewust heeft geplaatst in een toestand die op voorzienbare wijze leidt tot een conflict tussen belangen."



 

Nog dit: 

Geen bewijslast noodtoestand

• Cass. 05/01/2016, AR P.15.1203.N

samenvatting

Wanneer een beklaagde noodtoestand als rechtvaardigingsgrond aanvoert, hoeft hij het bestaan daarvan niet te bewijzen, maar enkel aantonen dat zijn aanvoering niet van alle geloofwaardigheid is ontbloot (1). (1) Cass. 24 maart 1999, AR P.98.1127.F, AC 1999, nr. 175; Cass. 11 juni 2010, AR C.09.0178.F, AC 2010, nr. 419.

tekst arrest

Nr. P.15.1203.N
J F M A N,
beklaagde,
eiser,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlands-talige correctionele rechtbank Brussel van 17 juni 2015.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 70 Strafwetboek, alsmede mis-kenning van de algemene rechtsbeginselen van de bewijsregels in strafzaken en van de motiveringsplicht, alsook van de bijzondere motiveringsplicht: het bestre-den vonnis oordeelt dat de eiser de door hem aangevoerde noodtoestand niet be-wijst; aldus keert het bestreden vonnis de bewijslast om.

2. Wanneer een beklaagde noodtoestand als rechtvaardigingsgrond aanvoert, hoeft hij het bestaan daarvan niet te bewijzen, maar enkel aan te tonen dat zijn aanvoering niet van alle geloofwaardigheid is ontbloot.

3. Het bestreden vonnis oordeelt dat de eiser effectief aantoont dat hij hartchi-rurg is en dat hij de dag van de overtreding wachtdienst had. Het oordeelt verder dat de eiser in gebreke blijft aan te tonen dat hij dringend naar het ziekenhuis te-ruggeroepen werd en voor welke dringende interventie het was, dat hij naliet het hem toegestuurde antwoordformulier in te vullen, dat hij geen gevolg gaf aan de uitnodiging van de verbalisanten om over de hem ten laste gelegde snelheidsovertreding te worden verhoord en naliet over de door hem aangevoerde rechtvaardi-gingsgrond stukken voor te leggen. Op grond van die redenen besluit het bestreden vonnis dat de eiser de door hem ingeroepen noodtoestand niet bewijst. Aldus is de beslissing, die ervan uitgaat dat de eiser de door hem aangevoerde rechtvaardigingsgrond moet bewijzen, niet naar recht verantwoord.

Het middel is in zoverre gegrond.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden vonnis.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.
Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank te Leuven, rechtszitting houden-de in hoger beroep.
Bepaalt de kosten op 101,53 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, en op de openbare rechtszitting van 5 januari 2016 uitgesproken

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:14
Laatst aangepast op: zo, 10/09/2017 - 08:06

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.