-A +A

onderverzekering

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Art. 44, § 1, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst bepaalt dat indien de waarde van het verzekerbaar belang bepaalbaar is en indien het verzekerd bedrag lager is dan die waarde, de verzekeraar slechts tot prestatie gehouden is naar de verhouding van dat bedrag tot die waarde, tenzij anders is bedongen.

De tweede paragraaf van die wetsbepaling machtigt de Koning voor bepaalde risico‘s de onderverzekering en de toepassing van de evenredigheidsregel te beperken of te verbieden.

Krachtens art. 3, § 2, eerste lid, van het K.B. van 24 december 1992 tot uitvoering van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomsten, genomen in uitvoering van voormeld art. 44, § 2, Landverzekeringswet, is de verzekeraar bij verzekering van een woning door de eigenaar of de huurder ertoe gehouden aan de verzekeringnemer een stelsel voor te stellen dat, wanneer het juist toegepast wordt en de verzekerde bedragen geïndexeerd zijn of er geen verzekerde bedragen zijn, de afschaffing van de evenredigheidsregel van bedragen voor het aangeduide gebouw tot gevolg heeft.

Het derde lid van voormeld art. 3 bepaalt dat de verzekeraar het bewijs moet leveren van de naleving van de bepalingen van het eerste lid en dat, bij ontstentenis daarvan, de evenredigheidsregel van bedragen niet mag worden toegepast.

Uit voormelde bepalingen blijkt dat, bij de verzekering van een woning, de verzekeraar zich slechts kan beroepen op onderverzekering en de evenredigheidsregel vermag toe te passen, wanneer hij het bewijs levert dat hij aan de verzekeringnemer een stelsel heeft voorgesteld dat de afschaffing van de evenredigheidsregel tot gevolg heeft en dat de verzekeringnemer zulks heeft geweigerd.

De verzekeraar kan dit bewijs leveren met alle middelen van recht, vermoedens inbegrepen..

Rechtspraak:

Hof van Cassatie, 1e Kamer – 3 november 2006, RW 2009-2010, 927

De appelrechters stellen vast dat:

– in art. 6 van de algemene voorwaarden van de «blokpolis woning» gesloten tussen partijen wordt bepaald dat in een aantal gevallen de evenredigheidsregel niet wordt toegepast, onder meer, wanneer het evaluatiesysteem van de verzekeraar correct werd nageleefd;

– dit vereist dat een bedrag werd verzekerd dat met de verzekeraar werd overeengekomen of de verzekeraar niet kan bewijzen dat hij een systeem heeft voorgesteld om de afschaffing van de evenredigheidsregel te verkrijgen, in toepassing van art. 3, § 2, van voormeld K.B. van 24 december 1992;

– in art. 7 van de algemene voorwaarden wordt uitgelegd wat er bedoeld wordt met het evaluatiesysteem;

– in de bijzondere voorwaarden van voormelde polis, ondertekend door de eisers, is vermeld: «U hebt ons systeem niet aangewend om de waarde van de gebouwen te bepalen».

Vervolgens oordelen de appelrechters dat uit de voormelde uitdrukkelijke bepaling in de bijzondere voorwaarden blijkt dat de eisers een evaluatiesysteem werd voorgesteld maar dat dit door hen werd geweigerd, dat een dergelijke vermelding voor geen andere interpretatie vatbaar is, niet kan worden beschouwd als een standaardformule en de uitdrukkelijke wil van de eisers weergeeft om geen gebruik te maken van het evaluatiesysteem voorgesteld door de verweerster.

5. Door aldus te oordelen verantwoorden de appelrechters hun beslissing dat de verweerster terecht de evenredigheidsregel toepast naar recht, zonder de bewijskracht van art. 6 en 7 van de algemene voorwaarden en de op de verweerster rustende bewijslast te miskennen.

6. Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

Eerste onderdeel

7. De appelrechters stellen vast dat:

– tussen de partijen twee afzonderlijke polissen werden gesloten, namelijk een «blokpolis woning» nr. 70.223.185-03 en een «blokpolis bedrijven» nr. 70.500.773-0200;

– in art. 6 van de «blokpolis bedrijven» is bedongen dat de evenredigheidsregel niet van toepassing is voor de gebouwen indien het verzekerd bedrag met de verzekeraar werd overeengekomen of de verzekeraar niet kan bewijzen dat hij een evaluatiesysteem heeft voorgesteld, ook al is dat wettelijk niet verplicht.

Vervolgens oordelen de appelrechters dat de eisers bij het aangaan van de polis op de hoogte waren van de mogelijkheid een uitzondering op de toepassing van de evenredigheidsregel te bedingen, maar dat zij hiervan geen gebruik hebben willen maken.

De appelrechters baseren dit oordeel op de reden dat «in het verzekeringsvoorstel van 14 september 1992 voor de «blokpolis bedrijven» het onderdeel «waardebepaling van de woning», waarin verwezen werd naar een met de verzekeraar overeen te komen verzekerd bedrag, niet (werd) ingevuld en zelfs geschrapt».

8. Aangezien de woning van de eisers het voorwerp uitmaakt van de «blokpolis woning» en de «blokpolis bedrijven» enkel betrekking heeft op de bedrijfsgebouwen van de eisers, konden de appelrechters uit het niet invullen en het schrappen van de rubriek «waardebepaling van de woning» in het verzekeringsvoorstel voor de «blokpolis bedrijven», niet naar recht afleiden dat de eisers met betrekking tot hun bedrijfsgebouwen een door de verweerster voorgesteld evaluatiesysteem hebben verworpen, zodat de evenredigheidsregel toepassing kan vinden en schenden zij de in het onderdeel aangewezen wettelijke bepalingen.

9. Het onderdeel is gegrond.

...

 

 

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: zo, 24/01/2010 - 17:47
Laatst aangepast op: zo, 24/01/2010 - 17:47

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.