-A +A

Onverdeeld vruchtgebruik

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Terwijl bij onverdeeld vruchtgebruik tussen twee vruchtgebruikers, in geval van overlijden van één van beide vruchtgebruikers, diens aandeel (behoudens andersluidende clausule, inzonderheid door middel van een zogeheten “aanwasbeding”) toekomt aan de blote eigenaar (S. Snaet, l.c., p. 76, nr. 54), zal, in geval van uitonderveeldheidtreding tijdens het leven van beide vruchtgebruikers en behalve bij de tegeldemaking van het vruchtgebruik aan derden (A. Verbeke en K. Vanhove, l.c., 77), het aandeel van de ene vruchtgebruiker tegen betaling van een vergoeding toekomen aan de andere vruchtgebruiker. De ene vruchtgebruiker koopt als het ware het onverdeelde aandeel van de andere vruchtgebruiker af tegen betaling (zodat ook het bedoelde aanwasbeding niet meer zal spelen; zie ook en vergelijk: F. Bouckaert, “Hoe tontine- en aanwasbedingen kunnen worden beëindigd? Bedenkingen bij het vonnis van de Rechtbank te Gent van 2 september 2003, bij het arrest van het Hof van Beroep te Gent van 24 maart 2005 en bij het vonnis van de Rechtbank te Brugge van 16 januari 2004”, T.Not. 2005, 387-396).
 

Rechtspraak

• Rechtbank Eerste aanleg Gent, 12 januari 2010, RW 2012-2013, 866

M. t/ D.

...

II. Relevante elementen

1. De partijen zijn gewezen feitelijk samenwonende partners en hebben samen één dochter.

2. De partijen zijn de gezamenlijke/onverdeelde vruchtgebruikers van een woning te (...), terwijl de blote eigendom aan hun voormelde dochter toekomt, dit ingevolge de notariële aankoopakte van 25 maart 1985.

3. Zodoende bewoonden de partijen voormelde woning tot hun samenwoningsrelatie ten einde komt in mei 1996. Terwijl de verweerder de woning tot op heden blijft bewonen (met zijn huidige partner), verlaat de eiseres de woning om elders haar intrek te nemen.

4. Bij brief van 24 juni 2008 stelt de advocaat van de eiseres de verweerder in gebreke tot betaling van een (achterstallige) bewoningsvergoeding.

Bij gebrek aan minnelijke regeling, stelt de eiseres het onderhavige geding in.

III. Vorderingen

1. De bij conclusie aangepaste (hoofd)vordering van de eiseres strekt tot uitonverdeeldheidtreding en de gerechtelijke vereffening-verdeling van het tussen de partijen onverdeelde vruchtgebruik van voormelde woning (...), met aanstelling van notaris (...) als boedelnotaris.

De eiseres beoogt daarbij een bewoningsvergoeding ten laste van de verweerder wegens het exclusieve gebruik en genot dat deze laatste sinds mei 1996 van de woning heeft.

2. De verweerder neemt conclusie tot afwijzing van deze vordering. Subsidiair wil hij de mogelijkheid openlaten dat de eiseres zijn onverdeelde aandeel in vruchtgebruik overneemt tegen betaling van een vergoeding.

De bij conclusie geactualiseerde tegenvordering van de verweerder strekt ertoe de eiseres te doen veroordelen tot betaling van een bedrag van 23.809,31 euro (als bijdrage in de periodieke lasten, verbeteringen en herstellingen mb.t. de woning), vermeerderd met de gerechtelijke interesten en met voorbehoud voor de nog te vervallen jaarlijkse lasten tot op het ogenblik van de vrijgave van het onroerend goed.

IV. Beoordeling

A. Uitonverdeeldheidtreding en vereffening-verdeling

1. In de lijn van het tussenvonnis van 24 maart 2009 beoogt de eiseres terecht de uitonverdeeldheidtreding met vereffening-verdeling van het tussen de partijen onverdeelde vruchtgebruik van voormelde woning.

Uit het interactieve debat dienaangaande op de (aan dit tussenvonnis voorafgaande) terechtzitting van 24 februari 2009 is gebleken dat de partijen een zo mogelijk “definitieve” onderlinge afrekening beogen. De partijen willen, gelet op de sinds geruime tijd definitief ontwrichte persoonlijke relatie, vermogensrechtelijk met elkaar afrekenen. De enige vermogensrechtelijke binding die vooralsnog tussen de partijen bestaat, omvat overigens het onverdeelde vruchtgebruik m.b.t. de woning.

Met de eiseres ziet de rechtbank geen enkele reden om deze vermogensrechtelijke binding te blijven handhaven. Voor zover, gelet op de beëindiging van de samenwoningsrelatie, het voormelde onroerend goed als onverdeeld doelvermogen nog enige reden van bestaan heeft, is het, gelet op de feitelijke context, hoe dan ook kennelijk onredelijk niet vrijwillig mede de uitonverdeeldheidtreding te benaarstigen.

Om die reden past het dat de partijen, aangaande hun onverdeeld vruchtgebruik komen tot een uitonverdeeldheidtreding met vereffening-verdeling (art. 815, eerste lid BW). De blote eigendom, die aan hun dochter toebehoort, staat hier los van (S. Snaet, “Alternatieve vormen voor het verwerven van onroerend goed” in Vorming en Opleiding Balie Kortrijk (ed.), Het onroerend goed in de verschillende takken van het recht, Gent, De Boeck & Larcier, 2008, p. 73, nr. 46).

2. Zoals reeds aangegeven in het tussenvonnis van 24 maart 2009, is de rechtbank van oordeel dat de eiseres, die sinds de beëindiging van de samenwoningsrelatie in mei 1996 tot bij de ingebrekestelling aan de verweerder op 24 juni 2008 haar vruchtgebruik niet (nadrukkelijk) heeft laten gelden, dientengevolge geen (stilzwijgende) afstand van haar vruchtgebruik heeft gedaan. Hoewel een dergelijke afstand niet aan formaliteiten is gebonden en zelfs stilzwijgend kan gebeuren, moet er een wilsuitdrukking aan ten grondslag liggen die niet voor andere interpretaties vatbaar is (Brussel 31 maart 1988, Rev.not.b. 1989, 175; S. Snaet, l.c., p. 95, nr. 93). Mede gelet op de moeizame breuk tussen de partijen medio de jaren 90 ontwaart de rechtbank geen onmiskenbare wilsuitdrukking aan de zijde van de eiseres tot afstand van haar vruchtgebruik.

3. De partijen zijn zodoende tot op heden de onverdeelde vruchtgebruikers van de woning. Dit per definitie tijdelijke zakelijke genotsrecht heeft een persoonsgebonden karakter. Het staat en valt derhalve met het leven van de persoon van de vruchtgebruikers (A. Verbeke en K. Vanhove, “Actualia vruchtgebruik, erfpacht, opstal en erfdienstbaarheden” in Themiscahier zakenrecht, Brugge, die Keure, 2003, 73-75).

Gelet op art. 815, eerste lid BW, kan elk van hen de uitonverdeeldheidtreding vragen of eigenlijk opdringen. Zoals voormeld, is dit de bedoeling van de partijen.

Om die reden beveelt de rechtbank de uitonverdeeldheidtreding en de gerechtelijke vereffening-verdeling.

Terwijl bij onverdeeld vruchtgebruik tussen twee vruchtgebruikers, in geval van overlijden van één van beide vruchtgebruikers, diens aandeel (behoudens andersluidende clausule, inzonderheid door middel van een zogeheten “aanwasbeding”) toekomt aan de blote eigenaar (S. Snaet, l.c., p. 76, nr. 54), zal, in geval van uitonderveeldheidtreding tijdens het leven van beide vruchtgebruikers en behalve bij de tegeldemaking van het vruchtgebruik aan derden (A. Verbeke en K. Vanhove, l.c., 77), het aandeel van de ene vruchtgebruiker tegen betaling van een vergoeding toekomen aan de andere vruchtgebruiker. De ene vruchtgebruiker koopt als het ware het onverdeelde aandeel van de andere vruchtgebruiker af tegen betaling (zodat ook het bedoelde aanwasbeding niet meer zal spelen; zie ook en vergelijk: F. Bouckaert, “Hoe tontine- en aanwasbedingen kunnen worden beëindigd? Bedenkingen bij het vonnis van de Rechtbank te Gent van 2 september 2003, bij het arrest van het Hof van Beroep te Gent van 24 maart 2005 en bij het vonnis van de Rechtbank te Brugge van 16 januari 2004”, T.Not. 2005, 387-396).

Nu in casu

– een uitonverdeeldheidtreding/vereffening-verdeling allicht zal meebrengen dat de verweerder het onverdeelde aandeel van de eiseres afkoopt (terwijl het omgekeerde daarom niet is uitgesloten, zo evenmin de tegeldemaking van het vruchtgebruik aan derden),

– voormelde notariële aankoopakte van 25 maart 1985 een aanwasbeding bevat (dat maakt dat het vruchtgebruik van de eerststervende aanwast bij het vruchtgebruik van de langstlevende) en

– de vermoedelijke levensduur van de eiseres (als vrouw, o3 februari 1961) die van de verweerder (als man, o15 augustus 1950) overstijgt,

rijst de vraag of, bij “afkoop” door de verweerder van de eiseres, de betaling van de verweerder (1) de helft van de huurwaarde van de woning (vanaf de afkoop) zolang de vermoedelijke levensduur van de eiseres en de verweerder gelijkloopt én (2) de totale huurwaarde van de woning vanaf het ogenblik dat de vermoedelijke levensduur van de eiseres die van de verweerder overstijgt, moet omvatten.

Deze vraag rijst echter in de eerste plaats voor de boedelnotaris(sen).

Elke discussie over de concretisering van de uitonverdeeldheidtreding en de vereffening-verdeling, met de gebeurlijke afkoop van het vruchtgebruik of de tegeldemaking naar derden, is voorbarig.

B. Notarissen

1. Indien de rechtbank de verdeling beveelt, verwijst zij de partijen naar één of twee notarissen, die ambtshalve worden aangewezen indien de partijen zich niet over de keuze kunnen verstaan (art. 1209, tweede lid Ger.W.).

De rechtbank gaat daarbij in op de suggesties van respectievelijk de eiseres en de verweerder om notaris V. en notaris J. aan te stellen als boedelnotarissen. Notaris V. fungeert daarbij als penhouder (art. 1214 Ger.W.).

2. De rechtbank wijst bovendien een notaris aan die gelast wordt de niet-verschijnende of weigerende partijen te vertegenwoordigen (art. 1209, derde lid Ger.W.), namelijk E.

C. Beheersrekening

Een uitonverdeeldheidtreding met vereffening-verdeling impliceert een beheersrekening die een antwoord moet bevatten op de punten van de respectieve (vooralsnog al te concrete) vorderingen van de partijen. Deze beheersrekening omvat in beginsel de periode vanaf het ontstaan van het onverdeelde vruchtgebruik van de partijen ingevolge de notariële aankoopakte van 25 maart 1985 maar inzonderheid de periode vanaf mei 1996 tot het ogenblik van de beëindiging van het onverdeelde vruchtgebruik ingevolge de vereffening-verdeling.

D. Krijtlijnen

1. Hoewel de boedelnotarissen dienaangaande de zogeheten “eerste rechter” zijn, bepaalt de rechtbank, gelet op de conclusies van de partijen, hoe dan ook de navolgende krijtlijnen, zij het zonder afbreuk te doen aan de concrete beoordelingsbevoegdheid (ten gronde) van de boedelnotarissen (Luik 7 juli 1998, RRD 1998, 297 en TBBR 2001, 107).

Het moet de partijen duidelijk zijn dat de al te breedvoerige discussie die zij thans voeren over de concrete beoordeling van de beheersrekening voorbarig is.

2. De partijen geven aan dat ten tijde van het ontstaan van hun vruchtgebruik is afgezien van de in art. 600 BW bedoelde inventaris (S. Snaet, l.c., p. 78, nr. 58).

3. Hoewel beide partijen als onverdeelde vruchtgebruikers een gebruiks- en genotsbevoegdheid hebben (een ius utendi en een ius fruendi; S. Snaet, l.c., p. 81-86, nrs. 64-76), blijkt de verweerder vanaf mei 1996 deze gebruiks- en genotsbevoegdheid op exclusieve wijze en althans los van de eiseres te hebben uitgeoefend, zij het mogelijk met onderbreking ingevolge verbouwingswerken (tot medio 2004). De verweerder dient hierover in het raam van de beheersrekening verantwoording af te leggen, gebeurlijk een bewoningsvergoeding te betalen (zie en vergelijk o.m.: Cass. 4 mei 2001, Arr.Cass. 2001, 801).

4. Een dergelijke bewoningsvergoeding staat niet gelijk met een periodieke huurprijs in de zin van art. 2277 BW die verjaart na verloop van vijf jaar (Cass. 16 november 2001, Arr.Cass. 2001, 1951). De bewoningsvergoeding vloeit immers niet voort uit een huurovereenkomst, maar uit de verantwoordingsverplichting van de onverdeelde vruchtgebruiker die gebeurlijk ingevolge een rechterlijke beslissing op exclusieve wijze het onverdeelde vruchtgebruik geniet en zodoende in het raam van een beheersrekening deze genotswaarde in rekening moet brengen. De bewoningsvergoeding is overigens niet opeisbaar vóór de vereffening-verdeling is afgesloten (zie ook: Cass. 5 september 1997, Arr.Cass. 1997, 783), op welk ogenblik de gemeenrechtelijke tienjarige verjaringstermijn begint te lopen (art. 2262bis, § 1, eerste lid BW; Luik 28 juni 2000, JT 2000, 879; Luik 21 december 2005, JLMB 2006, 1150). De vijfjarige termijn van art. 2277 BW is wel van toepassing op de interesten op de bewoningsvergoeding (Rb. Brussel 2 oktober 1998, Div.Act. 2000, 44).

5. Hoewel voormelde notariële aankoopakte van 25 maart 1985 aangeeft dat de huurwaarde van de woning wordt geschat op 1.760 fr., gaat het om een schatting voor fiscale doeleinden, die niet noodzakelijk rechtstreeks repercussie heeft op de burgerrechtelijke onderlinge verhouding tussen de partijen (R. Dekkers en E. Dirix, Handboek burgerlijk recht, II, Zakenrecht – Zekerheden – Verjaring, Antwerpen, Intersentia, 2005, p. 183-184, nr. 458). De in rekening te brengen genotswaarde behelst de normale (markt)huurwaarde van de woning, alle concrete omstandigheden in acht genomen (Luik 5 juni 2002, JT 2002, 653; H. Vanbockrijck, “Overzicht van rechtspraak (1997-2004): De vereffening-verdeling na echtscheiding”, EJ 2004, p. 79, nr. 19; J.-E. Beernaert, “Les indemnités d’occupation” in U.L.B. (ed.), Questions approfondies de droit familial et de droit patrimonial de la famille, Brussel, Bruylant, 2003, 147). Het is mogelijk om de notaris(sen) te gelasten om de normale (markt)huurwaarde van de woning te bepalen (Brussel 24 maart 1987, Rev.not.b. 1991, 296, noot Ph. De Page; M.-A. Derclaye, “Problèmes actuels en matière de démariage sur le plan patrimonial” in J.-P. Masson, Ph. De Page en G. Hiernaux (eds.), Démariage et coparentalité: le droit belge en mutation, Diegem, Story-Scientia, 1997, 137-138; zie ook, wat de aan de notaris-vereffenaar opdragen taak betreft: G. Van Oosterwyck, “Civielrechtelijke aspecten van de vereffening-verdeling” in W. Pintens en F. Buyssens (eds.), Vereffening-verdeling van het huwelijksvermogen, Antwerpen-Apeldoorn, Maklu, 1993, p. 52-53, nr. 75).

6. Om dezelfde reden kan de verweerder de beweerde door hem exclusief gedragen periodieke lasten in rekening brengen (art. 608 BW).

7. Hoewel beide partijen als onverdeelde vruchtgebruikers, krachtens de bepalingen van voormelde notariële aankoopakte van 25 maart 1985, in afwijking van art. 605-606 BW moeten instaan voor alle lasten, en dit tot bevrijding en ten behoeve van hun dochter als blote eigenaar, beweert de verweerder vanaf mei 1996 deze lasten op exclusieve wijze en althans los van de eiseres te hebben gedragen. De verweerder overlegt daarbij tal van foto’s en een aantal (getuigen)verklaringen. De verweerder beweert dienaangaande ook te hebben moeten lenen.

De verweerder kan, gelet op de rekeningen die hij dienaangaande voorlegt, de bewezen exclusief gedragen lasten in rekening brengen om zodoende de helft daarvan te recupereren van de eiseres.

8. In zoverre de eiseres dienaangaande tussenkomt, deelt zij dan wel in de meerwaarde die de woning ingevolge de werken heeft verkregen. Anders dan de verweerder suggereert, zou het dan niet opgaan om bij de bepaling van voormelde bewoningsvergoeding deze meerwaarde te negeren.

E. Besluit

Voormelde redengeving maakt dat de hoofdvordering in essentie gegrond voorkomt, terwijl de tegenvordering, gelet op het voorbarige karakter van haar voorwerp, niet kan slagen.

...

VI. Uitvoerbaarheid bij voorraad

1. De eiseres vraagt om het onderhavige vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad.

2. In principe schorsen verzet en hoger beroep tegen eindvonnissen daarvan de tenuitvoerlegging (art. 1397 Ger.W.). Behalve in de uitzonderingen die de wet bepaalt, kan de rechter evenwel de voorlopige tenuitvoerlegging van de vonnissen toestaan (art. 1398, eerste lid Ger.W.).

In de voorliggende zaak valt elke verdere vertraging in de werkzaamheden van vereffening (en verdeling) te vermijden. In die omstandigheden kan de voorlopige tenuitvoerlegging van het onderhavige vonnis worden toegestaan, zonder verplichting tot enige zekerheidstelling voor de eiseres. Mede gelet op de aard van de zaak, is er echter ook geen reden om de verweerder uit te sluiten van de mogelijkheid tot kantonnement.
 

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: za, 19/01/2013 - 16:22
Laatst aangepast op: za, 19/01/2013 - 16:22

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.