Opzegging van de huur op voorwardelijke wijze door de huurder is enkel een aanbod tot beëindiging
Een voorwaardelijke huuropzeg van de huurder met aanduiding van de opzeggingstermijn, is niets meer dan een aanbod tot minnelijke beëindiging van de huurovereenkomst.
Dit aanbod resulteert slechts in beëindiging van de huur als het ook door de verhuurder wordt aanvaard. Bij gebreke van akkoord tussen de partijen over de opzeggingstermijn blijft de huurovereenkomst van kracht.
Rechtspraak:
• Vredegerecht te Roeselare, 17 december 2009, RW 2010-2011, 1363
BVBA 3x F.C. t/ H.S.
...
D. Chronologische samenvatting van feitelijke en contractuele gegevens
1. 1 februari 2009: datum managementovereenkomst tussen R.H. met vennootschap gerund door verweerster, de BVBA A2B S., ook gevestigd in het betreffende huurgoed.
2. 27 februari 2009: ondertekening huurovereenkomst hoofdverblijfplaats voor een duur van negen jaar, aanvangend 1 april 2009 tegen een basisprijs van 750 euro. Volgens de toelichting van beide partijen betreft het een kijkwoning met een aantal resterende opleveringsproblemen waarvoor aanlegster tussenkwam bij de bouwpromotor.
...
5. 3 augustus 2009: eenzijdige beëindiging door NV R.H. van managementovereenkomst met A2B S.
6. 31 augustus 2009: aangetekende brief verweerster aan aanlegster: «Met dit schrijven zou ik het huurcontract (...) willen beëindigen. De opzeg gaat in op 1 september 2009. (...)».
7. 7 september 2009: antwoord van aanlegster die bevestigt de brief ontvangen te hebben op 1 september 2009, zodat de opzeggingstermijn ingaat op 1 oktober 2009 en dus nog huur dient te worden betaald tijdens de opzegperiode tot 31 december 2009 (boven de wettelijke schadevergoeding).
...
F. Beoordeling
e. Nopens de subsidiaire vordering in geldigverklaring van de opzeg van verweerster tegen 31 december 2009
1. De brief van verweerster van 31 augustus 2009 is in de aanhef geformuleerd in de voorwaardelijke wijs: zij «zou het huurcontract willen beëindigen». Zij vervolgt dan verder in dat kader: «De opzeg gaat in per 1 september 2009».
Aanlegster is daar niet voorbehoudloos op ingegaan, want in haar brief van 7 september 2009 erkent zij de ontvangst van het schrijven van verweerster per 1 september 2009, maar verwijst zij naar de opzegmogelijkheden om te betogen dat de opzeggingstermijn «in dit geval dus (op) 1 oktober 2009 ingaat».
2. Uitgaande van de voorwaardelijke wijs bij de vraagstelling van verweerster van 31 augustus 2009 leest de rechtbank dit schrijven als een «aanbod tot conventionele beëindiging. Het aanbod tot opzegging kadert immers in de beëindiging door onderlinge toestemming en dient met andere woorden te worden aanvaard opdat de overeenkomst zou kunnen worden beëindigd» (M. Dambre, B. Hubeau en S. Stijns, Handboek Algemeen Huurrecht, p. 521, nr. 1248).
Gelet op de bijkomende voorwaarde, door aanlegster gesteld in haar brief van 7 september 2009, is er geen voorbehoudloze aanvaarding van het aanbod, door verweerster voorwaardelijk geformuleerd, en bijgevolg geen akkoord nopens de beëindiging.
3. Deze vaststelling stemt volledig overeen met de uitdrukkelijke wilsuiting van verweerster en alle begeleidende omstandigheden, ook blijkend uit de navolgende e-mailcorrespondentie en het telefonisch overleg. Kennelijk ook rekening houdende met alle ongemakken (waarover 90% van de brief van 31 augustus 2009 handelde) was zij bereid een «beëindiging» te aanvaarden tegen het einde van een opzegtermijn die zou lopen over de maanden september, oktober en november 2009.
Dit was een voorstel om uiteindelijk «kort proces» te maken, enerzijds rekening houdend met wellicht hoofdzakelijk haar tijdelijke financiële moeilijkheden, en anderzijds aanhoudende problemen met het huurgenot (waarbij de afwezigheid van warm water evident de doorslag zal hebben gegeven). Uit de hele brief van 31 augustus 2009 is duidelijk een zekere ontmoediging af te lezen die in wezen dit voorstel verklaart.
4. De rechtbank is van oordeel dat zij de beide aanvangszinnen van de brief in één gehele context dient te lezen, zonder één zinsnede te isoleren. De tweede zin die een opzeg per 1 september 2009 vermeldt, betreft slechts de precisering van het voorwaardelijke voorstel, en met name de voorwaarde eraan gekoppeld, zijnde het gegeven dat de opzegtermijn zou lopen vanaf 1 september 2009.
De brief van 31 augustus 2009 wordt dan ook enkel gelezen als een vraagstelling, namelijk als een aanbod en betreft geen onverkorte opzegging die onherroepelijk zou zijn. Door de vraagstelling van verweerster te verzwaren met een bijkomende voorwaarde heeft aanlegster zelf belet dat een akkoord over de beëindiging, zij het gelezen in samenhang met de wettelijke opzegmogelijkheden, zou tot stand komen.
De huurovereenkomst blijft dan ook van kracht.
- Doelgroep:
- Elfricon trefzinnen:
- Link rubrieken:
- Rechtstakken:
- Kernwoorden:
- Soort link:
- Status homepage:
- Toepassingsgebied:
- Topics:
- login of registreer om te reageren
-

Hebt u nog een vraag?
Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.
Andere zoekopties
U kan onze website eveneens doorzoeken met deze opties:
- A-Z index
- Chronologische lijst van recente aanpassingen
- Doelgroepen
- De zoekfunctie op trefwoord (beta)
- Op kernwoorden
- Rechtsleer
- Rapport van alle bijdragen op deze site
- Rechtspraak
- Wetgeving
- Modellen
- RSS feeds
Aanvulling
Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.
