Prostitutie door minderjarigen
rechtspraak:
• Cass. AR 7372 juridat.
De leeftijd van het slachtoffer van de in art. 379 Strafwetboek omschreven misdrijven wordt door het Openbaar Ministerie gewoonlijk bewezen aan de hand van een uittreksel uit het geboorteregister, of anders aan de hand van aanwijzingen of vermoedens die door de strafrechter worden beoordeeld.
• Cass. fr., 5 maart 1865 ( D.P., 1867, 5, 30 ) en 29 april 1875 ( Bull., 1875, nr. 139 ).
• Cass. 08/09/1992 AR 5375
samenvatting
De minderjarige waarvan sprake is in art. 379 Strafwetboek, is een "ander" in de door dit wetsartikel bedoelde zin.
tekst arrest
HET HOF; - Gelet op het bestreden arrest, op 17 januari 1991 door het Hof van Beroep te Antwerpen gewezen;
O
ver het middel : schending van de artikelen 97 van de Grondwet en 372 (lees : 379) van het Strafwetboek,
doordat het arrest eiser schuldig verklaart aan het misdrijf een aanslag tegen de zeden te hebben gepleegd, door, ten einde eens anders driften te voldoen, de ontucht, het bederf of de prostitutie van een minderjarige (...), die meer dan 16 jaar oud was, namelijk W... D... (...), wiens staat van minderjarigheid hem bekend was, te hebben opgewekt, vergemakkelijkt of begunstigd, behorend tot degenen die gezag hebben over de persoon tegenover wie het misdrijf is gepleegd, namelijk de pleegvader,
terwijl artikel 379 van het Strafwetboek, waarvan toepassing is gemaakt, een actief handelen vereist, ten einde een anders bederf, ontucht of prostitutie op te wekken, te vergemakkelijken of te begunstigen, zodat het hof van beroep een verkeerde toepassing van die wet maakt :
eerste onderdeel, doordat het op de betwisting daaromtrent in conclusie antwoordt : (in zoverre het over seksuele aanrakingen tussen eiser en de minderjarige ging) : "dat (eiser) (...) verklaarde niet te betwisten dat hij met D... sexuele spelletjes gedaan heeft (...) dat artikel 379 van het Strafwetboek zowel van toepassing is wanneer de driften van de minderjarige zelf worden voldaan als wanneer het deze van andere personen zijn; (...) dat het argument dat D... de sexuele spelletjes graag had irrelevant is bij de beoordeling van de feiten"; dat "eens anders driften" immers betekent : de driften van iemand anders dan de verdachte of de betrokken minderjarige; dat seksuele spelletjes tussen personen die beide meer dan 16 jaar oud zijn, niet noodzakelijk een aanslag tegen de zeden uitmaken en dus niet als zodanig strafbaar zijn, ongeacht of die personen van hetzelfde geslacht of van verschillende sekse waren; dat seksuele spelletjes immers niet per definitie ontucht uitmaken, daar de bevrediging van seksuele behoeften per definitie steeds een spelelement in zich draagt; dat het ondenkbaar is dat de wetgever bedoeld zou hebben seksuele handelingen tussen een meerderjarige, enerzijds, en een minderjarige boven zestien jaar, anderzijds, slechts dan buiten de strafwet te stellen, indien het de bedoeling was uitsluitend de driften van de meerderjarige te voldoen, en de strafbaarheid te behouden indien ook de driften van de minderjarige werden voldaan, of wanneer dit de bedoeling was; dat uit artikel 372 van het Strafwetboek, en uit de wet van 18 juni 1985 tot opheffing van artikel 372bis en artikel 377, derde lid, van het Strafwetboek, integendeel blijkt dat de wetgever bedoeld heeft alle vrijwillig seksueel verkeer tussen personen boven de zestien jaar buiten de strafwet te stellen, voor zover dit niet het bevredigen van eens anders driften tot doel heeft;
tweede onderdeel, doordat het op de betwisting daaromtrent in conclusie antwoordt : (in zoverre het om seksuele aanrakingen met andere ging) : "en hij wist dat W... (D...) bij hem thuis nog seksuele contacten had met anderen; dat hij dit zelf zag en geen initiatief nam om dit te doen stoppen"; dat aldus immers een louter passief blijven ten onrechte wordt gelijkgesteld met opwekken, vergemakkelijken of begunstigen;
derde onderdeel, doordat het, ofschoon eiser in zijn conclusie betwistte dat hij de "ontucht" van de minderjarige had opgewekt, uitsluitend antwoordt door te stellen dat eiser niet alleen ontucht pleegde met zijn pleegkind maar bovendien hem de gelegenheid gaf met anderen tot geslachtelijke aanrakingen te komen; hetgeen noch een antwoord uitmaakt op de ingeroepen betwisting, noch een weergave van de betekenis die aan het begrip ontucht in het gewone taalgebruik wordt gegeven (schending van artikel 97 van de Grondwet) :
Overwegende dat "ontucht" daden van lubriciteit en onzedelijkheid in brede zin omsluit; dat de rechter soeverein beoordeelt of daden, die hij bewezen verklaart, feiten van ontucht uitmaken, voor zover hij aan die term, waarvan het begrip in de wet niet nader is omschreven, zijn gebruikelijke betekenis toekent;
Overwegende dat die betekenis niet wordt miskend door de beslissing dat homoseksuele gedragingen tussen een 17-jarige minderjarige en meerdere andere personen, waaronder de op het ogenblik van de feiten 59-jarige eiser, pleegvader van de minderjarige, te beschouwen zijn als ontucht;
Overwegende dat in artikel 379, eerste lid, van het Strafwetboek de woorden "eens anders driften" dienen gelezen te worden ten aanzien van degene die "opwekt, vergemakkelijkt of begunstigt", zodat de minderjarige een "ander" is in de door dit wetsartikel bedoelde zin;
Overwegende dat de appelrechters door hun feitelijke vaststellingen omtrent de seksuele gedragingen van eiser met de hem toevertrouwde minderjarige en de gelegenheid die hij hem gaf om in zijn woning met anderen tot geslachtelijke aanrakingen te komen, wettig beslissen dat eiser de ontucht van de minderjarige opwekte, vergemakkelijkte of begunstigde;
Overwegende dat de appelrechters door hun motivering, eensdeels, eisers verweer verwerpen, waardoor zij zijn conclusie beantwoorden, anderdeels, hun beslissing regelmatig met redenen omkleden en naar recht verantwoorden;
Dat het middel niet kan worden aangenomen;
En overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
Om die redenen, verwerpt de voorziening; veroordeelt eiser in de kosten.
rechtsleer:
• RIGAUX en TROUSSE, Les crimes et les délits du Code pénal, Brussel-Parijs, deel V, 1968, blz. 304; Dalloz, Rép. Droit pénal, trefwoord Prostitution-proxénétisme, nr. 192.;
• BILTRIS, "L'attentat à la pudeur et le viol", R.D.P.C., 1925, blz. 1019-1020, alinéa alinéa 29-30;
- Doelgroep:
- Elfricon trefzinnen:
- Rechtstakken:
- Kernwoorden:
- Soort link:
- Status homepage:
- Topics:
Hebt u nog een vraag?
Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.
Andere zoekopties
U kan onze website eveneens doorzoeken met deze opties:
- A-Z index
- Chronologische lijst van recente aanpassingen
- Doelgroepen
- De zoekfunctie op trefwoord (beta)
- Op kernwoorden
- Rechtsleer
- Rapport van alle bijdragen op deze site
- Rechtspraak
- Wetgeving
- Modellen
- RSS feeds
Aanvulling
Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.
