-A +A

De aard van de overeenkomst

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Ayfer Aydogan
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2014
ISBN nummer: 
9789400004962
Samenvatting

toelichting door de uitgever

Wat is het verschil tussen overeenkomsten onder bezwarende titel en overeenkomsten om niet? Waaruit bestaat de kosteloosheid van een overeenkomst? Welk criterium maakt het mogelijk om eenzijdige en wederkerige overeenkomsten van elkaar te onderscheiden? Waarom sluit de wederkerigheid van een overeenkomst de kosteloosheid ervan (niet) uit?
De voorgaande vragen hebben betrekking op de belangrijkste categorisering van overeenkomsten in het burgerlijk recht. In de artikelen 1102 tot en met 1106 van het Burgerlijk Wetboek beschouwt de wetgever overeenkomsten enerzijds eenzijdig dan wel wederkerig (dit is de juridisch-technische aard van een overeenkomst) en anderzijds onder bezwarende titel dan wel kosteloos (dit is de juridisch-economische aard van een overeenkomst).
De omschrijving die aan iedere soort overeenkomst is gegeven, laat echter te wensen over. Helderheid en coherentie ontbreken. Nochtans worden de advocaat, de notaris, de magistraat maar ook de fiscus zeer vaak geconfronteerd met het kwalificatievraagstuk. De juridisch-technische en de juridisch-economische aard van een overeenkomst geven immers aan of bepaalde rechtsregels al dan niet van toepassing zijn op de kwestieuze overeenkomst. Zo bepaalt de wederkerigheid van een overeenkomst of deze gerechtelijk kan worden ontbonden volgens artikel 1184 BW. Maar wanneer is een overeenkomst wederkerig? Daarnaast is de juridisch-economische aard van een overeenkomst de sleutel tot verschillende fiscaal- en erfrechtelijke bepalingen. De kosteloosheid van een overeenkomst die een vermogensoverdracht inhoudt, heeft zo tot gevolg dat de toegekende voordelen inkortbaar zijn. De begiftigde kan in bepaalde omstandigheden immers door de erfgenamen van de andere partij worden aangesproken. Maar wat als de ‘begiftigde’ de bevoordeling ontkent en beweert dat de overeenkomst onder bezwarende titel is? Welke elementen bepalen dan de daadwerkelijke juridisch-economische aard van de overeenkomst?
Uit de praktijk blijkt dat er in functie van de in het geding zijnde belangen wel eens voor een kwalificatie wordt geopteerd. Het hoeft geen betoog dat de (on)wenselijkheid van de gevolgen van een kwalificatie zelf onwenselijk is als criterium voor die kwalificatie. In dit werk wordt nagegaan welke criteria dan wel de aard van een overeenkomst bepalen. Daarbij is uitgebreid aandacht besteed aan de schenking onder last, de wederkerige schenkingen, de borgtocht, de lening op interest en vele andere bijzondere contracten. Dit boek is dan ook van onschatbare waarde voor notarissen, advocaten en magistraten en iedereen die beroepshalve geconfronteerd wordt met de juiste kwalificatie van een overeenkomst.

Ayfer Aydogan behaalde in 2008 haar diploma master in de rechten aan de Vrije Universiteit Brussel. Vanaf oktober 2008 was zij werkzaam als assistente Familiaal Vermogensrecht aan de Universiteit Antwerpen, waar zij op 10 september 2013 de titel van doctor in de rechten behaalde met het proefschrift waarvan dit boek de neerslag vormt. Haar onderzoek en publicaties situeren zich in het verbintenissen- en familiaal vermogensrecht met een bijzondere aandacht voor notariële materies.

 

De aard van de overeenkomst

 

Inhoudstafel tekst: 

Voorwoord v
Dankwoord.vii
Inleiding 1
Afdeling 1. Inleiding en situering van het onderwerp 1
Afdeling 2. Afbakening van het onderwerp 5
Afdeling 3. Onderzoeksmethode 5
A. Geïntegreerd onderzoek 5
B. De schenking als leidraad 6
C. Bottom up-onderzoek 6
D. Rechtsvergelijking 7
Afdeling 4. Onderzoeksplan 7
DEEL 1. WEDERKERIGHEID ALS JURIDISCH-TECHNISCH VERBAND
Inleidende probleemstelling: wederkerige schenkingen.11
Hoofdstuk 1. De emanatie van twee rechtsfiguren: de oorzaak en de voorwaarde 15
Inleiding. 15
Afdeling 1. Het onderscheid tussen de oorzaak en de voorwaarde 16
A. De traditionele opvatting.17
1. Concreet onbruikbaar. 17
2. Abstract ongegrond 18
B. (On)zekerheid als onderscheidend criterium.24
1. De oorzaak houdt een element van zekerheid in 25
a. De invulling van het begrip oorzaak . 25
b. De weerslag op de aard van de oorzaak.35
2. Onzekerheid kenmerkt de voorwaarde 41
Tussenbesluit
Afdeling 1 .50
Afdeling 2. Het onmogelijk voorwaardelijk verband tussen wederkerige schenkingen. 50
Inleiding: De onzekerheid moet bestaan in hoofde van beide partijen . 51
A. Een benadering vanuit de gemeenschappelijke subjectieve onzekerheid: wederkerige schenkingen op drijfzand . 52
B. Een benadering vanuit de verbintenis: wederkerige schenkingen verdwijnen 57
Tussenbesluit Afdeling 2 .65 Besluit Hoofdstuk 1 .65
Hoofdstuk 2. De emanatie van de oorzaak . of toch niet: connexité als autonoom begrip?. 69
Inleiding. 69
Afdeling 1. Het ontstaan en het nut van connexité.69
A. De ontwikkeling van een nieuw begrip . 69
1. De oorzaak wordt aan de kant geschoven. 70
2. Connexité en de sanctionering van contractuele wanprestaties .72
B. De functie van connexité in wederkerige overeenkomsten.76
1. Wederkerigheid als grondslag van artikel 1184 BW en de ENAC 76
2. Kritische benadering.78
a. Vanuit het schenkingenrecht 78
b. Vanuit het Nederlandse recht 80
Tussenbesluit.85
Afdeling 2. De 'oorzaak' van het nauwe verband tussen de wederzijdse verbintenissen uit een overeenkomst .87
Afdeling 3. De oorzaak in wederkerige overeenkomsten .90
A. De inhoudelijke onduidelijkheid van het oorzaakbegrip .91
1. Eerste controverse: de rol van de oorzaak 91
2. Tweede controverse: de invulling van de oorzaak .92
B. Pleidooi pro het oorzaakbegrip .95 Besluit Hoofdstuk 2.97
Hoofdstuk 3. Wederkerigheid over de contractuele grenzen heen 103
Inleiding.103
Afdeling 1. De grondslag van de samenhang tussen overeenkomsten 103
A. Het ondeelbaar verband tussen overeenkomsten 104
B. Het voorwaardelijk verband tussen overeenkomsten 108
C. Het oorzakelijk verband tussen overeenkomsten 110
Afdeling 2. Het oorzakelijk verband tussen overeenkomsten geconcretiseerd 112
A. De samenhang tussen de koop- en de leasingovereenkomst 113
B. De samenhang tussen de borgtocht en de hoofdovereenkomst 115
Tussenbesluit Afdeling 2 .117
Besluit Hoofdstuk 3.118
Besluit Deel I . 121
DEEL II. DE INTERFERENTIE TUSSEN DE JURIDISCH-TECHNISCHE AARD EN DE JURIDISCH-ECONOMISCHE AARD VAN EEN OVEREENKOMST
Inleidende probleemstelling: schenking onder last.125
Hoofdstuk 1. Eerste onderdeel van de klassieke opvatting: "Niet alle overeenkomsten onder bezwarende titel zijn wederkerig" 133
Inleiding. 133
Afdeling 1. De kwalificatie van de lening op interest. 134
A. Bestaande opvattingen over de kwalificatie van de lening op interest .134
1. Het zakelijk karakter van de lening op interest impliceert een eenzijdige overeenkomst 134
2. Het consensueel karakter van de lening op interest impliceert een wederkerige overeenkomst. 140
a. De consensuele aard van de verbruiklening.140
b. De theorie van B. Du LAING .143
Verbintenis tot uitlening 145
Kritische beoordeling 147
Tussenbesluit. 155
B. Eigen opvatting over de kwalificatie van de lening op interest. 156
1. Principiële bezwaren tegen het gebrek aan wederzijdse verbintenissen. 156
2. De (verbintenis tot) afgifte in zakelijke overeenkomsten . 162 a.
De verbintenis tot afgifte in de handgift .163
Externe benadering 163
Interne benadering .171
Tussenbesluit. 180
b. De verbintenis tot afgifte in de lening op interest 181
Tussenbesluit. 183
3. De verbintenis tot laten en houden van de uitlener. 183
Tussenbesluit. 193 Tussenbesluit
Afdeling 1 .194
Afdeling 2. De kwalificatie van de borgtocht. 198
Inleiding. 198
A. Bestaande opvattingen over de kwalificatie van de borgtocht. 200
1. Eerste opvatting: de borgtocht als overeenkomst onder bezwarende titel .200
2. Tweede opvatting: de borgtocht als overeenkomst om niet .203
3. Derde opvatting: de borgtocht als neutrale overeenkomst.204
4. Vierde opvatting: de borgtocht als overeenkomst onder bezwarende titel bis .204
5. Vijfde opvatting: de kwalificatie van de borgtocht par réjlexion. 209 Tussenbesluit.211
B. Eigen standpunt over de kwalificatie van de borgtocht. 212
Inleiding. 212
1. De oorzaak van de borgtocht 213
2. Réjlexion van de borgtocht aan de hoofdovereenkomst 215
a. Réjlexion aan de dekkingsverhouding .217 Interne benadering .217
Externe benadering .220
Semi-interne benadering 225
b. Wederkerigheid door réjlexion 233
c. De borgtocht is als overeenkomst onder bezwarende titel wederkerig .236
Tussenbesluit Afdeling 2 .236
Besluit Hoofdstuk 1 237
Hoofdstuk 2. Tweede onderdeel van de klassieke opvatting: "Alle
wederkerige overeenkomsten zijn onder bezwarende titel" 241
Inleiding.241
Afdeling 1. Contractuele gelijkwaardigheid als essentie van
overeenkomsten onder bezwarende titel. 241
A. De wettelijke omschrijving van overeenkomsten onder bezwarende titel .241
B. De definiëring van contractuele gelijkwaardigheid . 249
Inleiding. 249
1. De bestaande opvattingen over contractuele gelijkwaardigheid. 251
a. Geen exclusief objectieve gelijkwaardigheid 251
b. Nuancering van het belang van de wilsautonomie.255
2. De rol van de objectieve gelijkwaardigheid 257
a. Benadeling.257
Gangbare opvatting 259
Vergelijking met de gekwalificeerde benadeling 260
(Objectieve of subjectieve) benadeling en objectieve waardering.269
De wettelijke gevallen van benadeling . 280
Tussenbesluit. 296
b. Iustum pretium .302 Historische ontwikkeling. 302
Argumenten contra iustum pretium .304
Tussenbesluit. 316
Tussenbesluit Afdeling 1 .319
Afdeling 2. Checkpoint. "Niet alle overeenkomsten onder bezwarende titel zijn wederkerig" 321
Afdeling 3. Onderlinge causaliteit als contractueel evenwicht .328
Inleiding.328
A. Richtigkeitsgewähr. 330
B. Onderlinge causaliteit als onweerlegbaar vermoeden van contractuele gelijkwaardigheid . 334
C. Kritische beoordeling van de klassieke opvatting 337
1. Principe: controle op het contractueel evenwicht via de oorzaak 337
2. De verstoring van het contractueel evenwicht.340
3. Het formeel contractueel evenwicht.344
4. Materialisering van de contractvrijheid en van het contractueel evenwicht.348
Tussenbesluit
Afdeling 3 .352
Besluit Hoofdstuk 2 353
Besluit Deel II 355
DEEL III. GELIJKWAARDIGHEID EN KOSTELOOSHEID ALS JURIDISCH-ECONOMISCHE VERBANDEN
Inleidende probleemstelling: wederkerige schenkingen en schenkingen onder last.359
Hoofdstuk 1. Wederkerige schenkingen als valse vraagstukken 363
Afdeling 1. De klassieke opvatting over de kosteloosheid van wederkerige schenkingen faalt. 363
Afdeling 2. Het intercontractueel verband tussen wederkerige schenkingen. 366
Besluit Hoofdstuk 1 371
Hoofdstuk 2. De animus als criterium van onderscheid tussen overeenkomsten onder bezwarende titel en overeenkomsten om niet. 373
Afdeling 1. De klassieke kwalificatie van de schenking onder last faalt 373
Afdeling 2. Eigen opvatting 374
A. Herformulering van de contractuele gelijkwaardigheid 374
1. Bijzondere aandacht voor de subjectieve aard van de gelijkwaardigheid. 3 7 4
2. Animus speculandi 377
B. De animus speculandi van de begiftigde in de schenking onder last. 378
C. De animus donandi bepaalt de kosteloosheid .380
1. De teloorgang van het materieel element. 380
2. De verhouding tussen de animus donandi van een partij en de animus speculandi van de andere partij .382
D. Kwalificeren bij uitsluiting .383
1. De animus speculandi van een partij sluit zijn animus donandi uit. 384
2. Gemengde overeenkomsten zijn uitgesloten .384
a. Onduidelijkheid in de rechtsleer . 385
b. Gemengde benoemde overeenkomsten . 386
E. De ondeelbaarheid van de animus.387
Tussenbesluit. 388
Afdeling 3. Checkpoint: het Duitse recht en het Nederlandse recht. 391
A. Het Duitse recht 391
1. Entgeltlichkeit als contractuele gelijkwaardigheid 391
2. Het onderscheid tussen Entgeltlichkeit en Unentgeltlichkeit.393
a. Wederkerigheid als schijncriterium 393
b. § 134 van de Insolvenzordnung.394
c. Schenkung unter Aujlage .396
B. Het Nederlandse recht .401
Besluit Hoofdstuk 2.402
Hoofdstuk 3. De animus als gemeenschappelijk kenmerk van
kosteloosheid en gelijkwaardigheid . 405
Inleiding.405
Afdeling 1. De kwalificatie van de vergeldende schenking.405
A. De klassieke kwalificatie van de vergeldende schenking.405
B. Kritische analyse .409
1. De traditionele opvatting over de vergeldende schenking faalt.409
2. De juridisch-economische aard van de betaling 410
a. Noodzakelijke premisse voor de kwalificatie als betaling 410
b. De betaling is nooit een schenking .411
c. De subjectieve aard van de betaling 412
d. De betaling is nooit onder bezwarende titel .414
e. De verbintenisscheppende werking van de animus donandi 417
f. De uitdovende werking van de betaling 418
Tussenbesluit.420
3. De juridisch-economische aard van de inbetalinggeving. 420
a. Belang van de inbetalinggeving voor de kwalificatie van de vergeldende schenking . 421
b. De uitdovende werking van de inbetalinggeving . 422
4. De gemengde aard van een rechtshandeling. 423
a. Animus solvendi vs. animus donandi en animus speculandi. 423
b. Onderling verenigbare intenties.424
Tussenbesluit.426
Afdeling 2. De kwalificatie van de uitvoering van een natuurlijke verbintenis . 428
A. De betaling van een natuurlijke verbintenis is niet onder bezwarende titel .429
B. De subjectieve aard van de betaling van een natuurlijke verbintenis 429
C. De juridisch-economische aard van de betaling van een
natuurlijke verbintenis .431
Besluit Hoofdstuk 3.435
Besluit Deel III 437
DEEL IIIbis. DE JURIDISCH-ECONOMISCHE AARD VAN HUWELIJKSVOORDELEN HERBEKEKEN
Inleiding.441
Hoofdstuk 1. De queeste naar een theorie over huwelijksvoordelen . 445
Afdeling 1. Theorieën in de marge over huwelijksvoordelen. 445
A. De fictie 445
B. De natuurlijke verbintenis.446
Afdeling 2. Huwelijksvoordelen als aanwinstenvoordelen 447
A. Krachtlijnen 447
B. Kritische bedenkingen .449
1. De theorie aanwinstenvoordelen vóór de wet van 14 juli 1976 . 450
a. Inconsistent onderscheid tussen aanwinsten en inbrengsten 451
b. Vooruitneming 452
2. De theorie aanwinstenvoordelen na de wet van 14 juli 1976 453
Tussenbesluit: Aanwinstenvoordelen: much ado about nothing? .455
Afdeling 3. Huwelijksvoordelen als gemeenschapsvoordelen .458
A. Dubbelzinnige standpunten . 459
B. Rechtspraak contra gemeenschapsvoordelen. 460
Afdeling 4. Huwelijksvoordelen als kansovereenkomsten .462
Besluit Hoofdstuk 1 .467
Hoofdstuk 2. Het onderscheid tussen kansovereenkomsten en overeenkomsten onder voorwaarde.469
Afdeling 1. De traditionele opvatting. 469
A. De verhouding tussen overeenkomst, verbintenis en voorwaarde 471
B. Het kanselement dat kansovereenkomsten kenmerkt 474
Afdeling 2. Kritische analyse 476
Besluit Hoofdstuk 2.4 79
Hoofdstuk 3. De neo-aleatoire theorie over huwelijksvoordelen 481
Afdeling 1. De verdeling van aanwinsten: een onzeker voordeel .481
Afdeling 2. De vooruitmaking van aanwinsten: een onzeker voordeel .485
Afdeling 3. De verdeling of vooruitmaking van inbrengen: een onzeker voordeel .489
Inleiding.489
A. De inbreng beïnvloedt de gemeenschappelijke passiva . 490
B. Het ogenblik waarop de eigen passiva worden vastgesteld. 491
C. Het ogenblik waarop de eigen activa worden vastgesteld .496
Tussenbesluit. 499
Besluit Hoofdstuk 3.500
Besluit Deel IIIbis .501
Algemene conclusies .503
Afdeling 1. Wat is wederkerigheid en wat is het niet? 505
Afdeling 2. In welke mate zijn wederkerige overeenkomsten en overeenkomsten onder bezwarende titel congruent?.508
Afdeling 3. Welk criterium maakt het mogelijk om overeenkomsten onder bezwarende titel en overeenkomsten om niet van elkaar te onderscheiden? . 513
Afdeling 4. Wat is de juridisch-economische aard van huwelijksvoordelen?. 517
Afdeling 5. Synthese 518
Slotbemerkingen 519
Bibliografie.521
Trefwoordenregister.573
 


Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 02/07/2014 - 18:04
Laatst aangepast op: wo, 02/07/2014 - 18:22

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.