-A +A

De Indicatieve Tabel 2012: van (te) normerend naar betwist?

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Vansweevelt T
Auteur: 
Weyts B
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2014-2015
Pagina: 
243
Samenvatting
Veel rechters volgen de indicatieve tabel bij de begroting van schade. Maar verliest de indicatieve tabel niet haar indicatief karakter en wordt ze niet eerder normerend dan richting gevend. Deze vraagstelling wordt in deze bijdrage door de auteur behandelt.

 De Vlaamse Orde stelt de indicatieve tabel beschikbaar op har website:

pdfIndicatieve tabel 2012 8.1.2013 *.pdf   

 

 

Indicatieve tabel 2012 via Orde Express  

(Integrale publicatie indicatieve tabel 2012 in T. Pol 2012, 93)

 

 

Inhoudstafel tekst: 

met samenvatting

De Indicatieve Tabel 2012: van (te) normerend naar betwist?

Inleiding

1. Kritiek op de nieuwe (zijnde de zesde editie) Indicatieve Tabel van 2012 in de rechtsleer
Rechtspraak van het Hof van Cassatie stellende dat een feitenrechter in beginsel in feite en aldus op onaantastbare wijze het bestaan en de omvang van de door een fout veroorzaakte schade vaststelt, alsook het bedrag van de vergoeding tot het volledig herstel ervan.

De rechter is verplicht om de door partijen voorgestelde berekeningen te onderzoeken, te beoordelen, te aanvaarden of de berekeningswijze desnoods te verwerpen, mits de verwerping gemotiveerde wordt

2. invalshoeken van de bijdrage

I. Naar een abstracte schadebegroting?

A. Onderscheid tussen abstract schadebegrip en abstracte schadebegroting

3. recht op integrale schadeloosstelling en beoordeling door de feitenrechter van de schade in concreto waarbij betracht de toestand van de schadelijder zo goed terug te plaatsen in de toestand waarin het zich bevond vóór het schadegeval.

De schadeloosstelling moet volledig én passend zijn.

4. Onderscheid gemaakt door E. Dirix om tussen een abstract schadebegrip enerzijds en een abstracte schadebegroting anderzijds.
Het abstracte schadebegrip is de schade die zich «in een normaal geval» voordoet, zonder rekening te houden met de bijzondere aspecten die typerend zijn voor een specifiek slachtoffer in een concreet schadegeval. Het abstracte schadebegrip wordt niet gehanteerd in het Belgisch recht.

De abstracte schadebegroting is de bepaling van de schade door de rechter met ruimte voor objectivering. Bij de bepaling van de schade mag de rechter vertrekken van de idee dat een bepaalde onrechtmatige daad steeds een bepaalde schade veroorzaakt, zonder dat de omvang ervan in concreto moet worden vastgesteld, rekening houdende met de concrete omstandigheden, onverminderd de vrijheid van de partijen om te bewijzen dat de werkelijke schade kleiner of groter is.. Deze wijze van schadebegroting behoort wel tot het Belgisch positief recht.

5. /

B. Voor- en nadelen van de Indicatieve Tabel

6. Vraagstelling: verzoenbaarheid van de abstracte indicatieve tabel met de concrete beoordeling(splicht) van de schade Onmogelijkheid om bepaalde schade in concreto te beoordelen. … vb “waarde van een kind?”

7. De Indicatieve Tabel is niet-bindend
De concrete begroting van de schade blijft het uitgangspunt.
En toch heeft de Indicatieve Tabel een zeker normerend karakter.

8. Is deze normering problematisch?

Voordelen:
• voordeel rechtszekerheid
• antwoord op uiteenlopende rechtspraak en wrevel bij burgers
• eenvormigheid in de rechterlijke uitspraken
• voorspelbaarheid
• leidraad om de schade
• vermijdt nutteloze gerechtelijke procedures
• geen afbreuk gedaan aan de soevereine appreciatievrijheid van de rechter

Nadelen:
• te ver doorgedreven standaard en te strakke regels.
• ongewild strikt normerend karakter
• wijkt af van het recht op concrete en integrale schadevergoeding
• vaak afwijkend van de werkelijke schade en wekt ontevredenheid bij de burger op
• perceptie van billijkheidsnorm waarmee de burger zich tevreden moet stellen
• simplificeert schadebegroting van menselijke schade

10. Recht op integrale vergoeding op grond van art. 1382 BW zonder over- en ondervergoeding versus tendens naar ruimere objectieve aansprakelijkheden en “ verdelende rechtvaardigheid”
Wat is «juist en passend herstel» en is dit realiseerbaar?
Kan een geldbedrag elke soort schade vergoeden?
Is concrete begroting van morele schade niet sowieso absurd en onrealistisch?

11. De Indicatieve Tabel als nuttig instrument

C. Behoefte aan bezinning?

12. Meerdere rechtsgeleerden kunnen zich niet meer kunnen vinden in de Indicatieve Tabel 2012

13. Wie stelt de Indicatieve Tabel op?
Een werkgroep bestaande uit een aantal magistraten, voornamelijk politierechters, aangevuld met een jeugdrechter en een beperkt aantal rechters van de rechtbanken van eerste aanleg.
Bij de tabel 2012 werden de slachtoffers, verzekeraars, advocaten en medisch deskundigen werden in tegenstelling toto de eerdere tabellen niet gehoord, althans hebben we hiervan geen kennis.

15. bedenkingen

16. Constante in alle Indicatieve Tabellen vanaf de eerste editie: opsplitsing van de schade in de zaakschade en de lichamelijke schade of personenschade
Personenschade is de schade door overlijden en door fysieke of geestelijke letsels, Zaakschade is schade door de vernieling, de beschadiging of de ontvreemding van roerende en onroerende zaken.

Niettegenstaande dat het Belgisch Recht enerzijds en de indicatieve tabel anderzijds het recht op vergoeding van economische schade erkent, komt dit onderscheid en ook de invulling hiervan onvoldoende aan bod in de Indicatieve tabel.

Voorbeelden economische schade:
• vermindering van de arbeidsgeschiktheid (vermindering waarde op de arbeidsmarkt en noodzaak meerinspanningen
• economische schade door overlijden door verlies de beroepsinkomsten van de overledene.
• winstderving
• kosten die een schadelijder noodzakelijkerwijze moet maken

Economische schade is meer dan loutere schending van economische belangen Economische schade is “consequential economic loss” is economische schade die gevolg is van fysieke schade of overlijden.

17. Indicatieve Tabel besteedt geen aandacht voor de economic loss, Pure economic loss wordt gedefinieerd als alle schade die niet voortvloeit uit overlijden of lichamelijk letsel.

De rechter staat niet afkerig tegenover de vergoeding van economische schade.
Voorstel van tweedeling naar driedeling waarbij de economische schade als een derde categorie wordt erkend.

II. Het deskundigenonderzoek

18. Nieuwe deskundigenopdracht voor te stellen aan de medische experten vervat in de Indicatieve Tabel 2012 , «teneinde de tabel van de lichamelijke letsels te verfijnen en een meer billijke vergoeding mogelijk te maken».

19. Is een arts wel de meest deskundige om ook te adviseren over alle herstellende maatregelen en andere facetten van de schade. Noodzaak tot aanstelling andere deskundigen zoals bv. Architect voor de bepaling van de kosten verbonden aan de aanpassing van de woning voor een rolstoelpatiënt. De tabel sluit de aanduiding van andere deskundigen niet uit.

20. Afwijking van de modelopdracht zoals voorgesteld in de Indicatieve Tabel met het akkoord van de partijen.

21. Indicatieve Tabel 2012 inhoud van de opdracht van de deskundige opgedeeld in een stappenplan.

III. De ongeschiktheid

22. Indicatieve Tabel 2012 en de invoering van het nieuwe begrip «ongeschiktheid»

De «persoonlijke ongeschiktheid» is «het geheel» van de gevolgen van de aantasting van de fysieke en psychische integriteit op de handelingen en de gedragingen in het dagelijks patrimoniaal leven, met inbegrip van de pijnen die volgens de medisch deskundige normalerwijze verbonden zijn aan het letsel, evenals de psychische schade die hier gewoonlijk mee gepaard gaat.
Het percentage van de persoonlijke ongeschiktheid geen meeteenheid is maar een waardemeter. De deskundige geeft eerst toelichting bij de weerslag van de letsels op het dagelijks leven alvorens een percentage te bepalen. Aanpassing kan met inachtneming van de persoonlijke situatie.

23. De «persoonlijke ongeschiktheid» wordt in de Indicatieve Tabel 2012 niet verder toegelicht.

Toelichting verschaft wordt wel gegeven in een bijdrage van P. Lucas en L. Jonckheere: P. Lucas en L. Jonckheere, «Persoonlijke ongeschiktheid en een nieuw stramien ter bepaling van de schade» in Indicatieve Tabel 2012, Brugge, die Keure, 2012, 139 e.v.

Het begrip invaliditeit voorheen verward met arbeidsongeschiktheid wordt hierbij verlaten.
Invaliditeit is een medisch benadering van de aantasting van anatomische of functionele aard verwijst, los van de lucratieve activiteiten van een slachtoffer.

Invaliditeit wordt voornamelijk bepaald op grond van de (dubbelzinnige) Officiële Belgische Schaal ter bepaling van de graad van invaliditeit (de zgn. OBSI), waarvan P. Lucas en L. Jonckheere beweren dat ze dubbelzinnig is.

Arbeidsongeschiktheid is een economisch begrip dat naar de economische weerslag van de psycho-fysieke ongeschiktheid verwijst en dus de economische gevolgen van een invaliditeit bepaalt.
Zie Cass. 11 januari 1983, Arr.Cass. 1982-83,

24.Basis is de aantasting van de lichamelijke en geestelijke integriteit. Hierna kwantificering. Hierna raming door deskundige van (1) de persoonlijke tijdelijke en (2) persoonlijke blijvende ongeschiktheid moeten ramen op een schaal van 0 tot 100, los van huishoudelijke en economische ongeschiktheid, die afzonderlijk worden geëvalueerd.

De (tijdelijke of de blijvende) huishoudelijke ongeschiktheid is de aantasting van het energetisch of functioneel potentieel van het slachtoffer met een economisch waardeerbare weerslag op zijn geschiktheid tot het vervullen van huishoudelijke taken, wat zich uit in een gedeeltelijke of totale onmogelijkheid dan wel het leveren van verhoogde inspanningen, rekening houdend met de actuele familiale situatie en de voorzienbare evolutie ervan op een schaal van 0 tot 100 als graad van aantasting van de fysieke of psychische integriteit op de huishoudelijke taken van het slachtoffer.

Cass. 7 januari 1999, Arr.Cass. 1999, 7: “Het huishoudelijk werk heeft een economische waarde heeft, los van de inkomsten. Deze schade kan ook in de periode van blijvende arbeidsongeschiktheid worden geleden”.

26. De economische ongeschiktheid omvat op een schaal van 0 tot 100:
•de gevolgen van de aantasting van de fysieke en de psychische integriteit op de handelingen en gedragingen in het professioneel en lucratief leven van het slachtoffer

• de aantasting van de concurrentiekracht van het slachtoffer op de arbeidsmarkt.

IV. Nieuwigheden met betrekking tot een aantal schadeposten

27. De invoering van de ongeschiktheid als basis voor de schadebegroting en de repercussies, op het vlak van het aanduiden van de verschillende schadeposten en op begroting ervan. Niet exhaustief:

A. De tijdelijke ongeschiktheid

28.aandacht voor de materiële hulpmiddelen, die bijdragen om de benadeelde zo goed mogelijk te plaatsen in de toestand waarin hij gebleven of gekomen zou zijn indien de onrechtmatige daad niet had plaatsgehad.

29. hulp van derden in de periode van tijdelijke ongeschiktheid

30. 31 euro per dag hospitalisatie en 25 euro per dag zonder hospitalisatie, steeds aan 100% en vervolgens pro rata. De pijnschade vervat in de vergoeding van de persoonlijke ongeschiktheid met mogelijkheid rekening te houden met een bijzonder fysiek lijden niet vervat zit in de persoonlijke ongeschiktheid op een schaal van 1 tot 7 met basisbedrag van 25 euro per dag, mogelijkheid tot toegevoegde bedragen naargelang van de omvang van de pijn.

31. • huishoudelijke ongeschiktheid: gelijkstelling basisbedrag gelijkgeschakeld voor alleenstaanden en voor gezinnen zonder kinderlast vergoeding forfaitair bedrag van 20 euro per dag tijdelijke ongeschiktheid aan 100%, verhoogd met 5 euro per kind ten laste zolang dit gerechtigd is op kinderbijslag.
• taakverdeling tussen mannen en vrouwen: bijdrage van 65% voor de vrouw en 35% voor de man, bij gebreke aan andere concrete gegevens.

32. vergoedingswijze van de economische ongeschiktheden. inkomstenverlies te bewijzen in concreto moeten worden
• principieel berekening aan de hand van het nettoloon met uitzondering wanneer gelijkwaardige fiscale en sociale lasten rusten als die welke het inkomen bezwaren.
• reserves worden kunnen toegekend voor de fiscale en sociale lasten
• criterium zelfstandigen: het gemiddelde inkomen tijdens een bepaalde periode. 71
33. vergoeding van eventuele meerinspanningen, los van inkomstenverlies, met nieuwe term «verhoogde inspanningen». 20 euro per gepresteerde dag aan 100% ongeschiktheid vanaf de herneming van de professionele activiteit en zelfde regeling voor studenten.

34. bijzondere schadeposten in de periode van tijdelijke ongeschiktheid.

Behoudens uitzonderlijke omstandigheden geen vergoeding voor tijdelijke esthetische schade

Seksuele schade en genoegenschade niet cijfermatig voorzien in de indicatieve tabel. Deze schaderegeling behoort tot het oordeel van de rechter.

Het verlies van een schooljaar wordt aanzien als afzonderlijke schadepost, met onderscheid tussen lager, middelbaar of hoger onderwijs betreft. Hoger niet-universitair onderwijs wordt duurder aanzien dan universitair onderwijs.

B. De blijvende schade

35. drie vergoedingswijzen, nl. rente, kapitalisatie en forfait. Verplichting van de rechter te antwoorden op een door partij voorgestelde vergoedingswijze: Cass. 22 februari 1978, Arr.Cass. 1978, 73.

36. geïndexeerde en herzienbare rente de meest volledige en passende vorm van vergoeding bij blijvende ongeschiktheid.

37. kapitalisatiemethode waarbij alle jaarlijkse of maandelijkse bedragen over de periode waarover de vergoeding verschuldigd is na de rechterlijke uitspraak, omgezet worden in een kapitaal.

38. forfaitaire vergoeding indien niet kan teruggevallen op één van de twee andere methoden met hogere vergoeding voor jongere benadeelden en aanzienlijk lagere bedragen voor percentages onder de 6% voorgesteld dan voor ongeschiktheden vanaf 6%.

39. welke methode?

40. concrete schadeposten.

C. Overlijden

41. • begrafeniskosten en de schade ex haerede
• morele schadevergoedingen vastgelegd voor de schade van de nabestaanden schrapping van onder meer de stiefkinderen en de stiefouders
• vergoeding voor niet-vermelde personen mits bewijs van affectieve band (vergoeding tussen 1.500 en 5.000 euro)
• materiële schadevergoeding van de nabestaanden wijzigt niets.
• (nieuw in de Indicatieve Tabel 2012) schade die door nabestaanden geleden wordt door het verlies van huishoudelijke taken geleverd door het overleden slachtoffer op grond van het aandeel in de huishoudelijke taken dat het slachtoffer voordien voor zijn rekening nam, waarbij wordt uitgegaan van een verdeling 65% (voor de vrouw) en 35% (voor de man) met voorstel kapitalisatie .
• voorzienbare evolutie van de samenstelling van het kerngezin

Besluit: een storm in een glas water of is er meer aan de hand?

43. De Indicatieve Tabel 2012 wordt betwist. Noodzaak tot verantwoording dan wel uitbreiding van de werkgroep die de nieuwe editie voorbereidt.

44. Ongerustheid over het nieuwe begrippenkader en begripsverwarring en vele vragen waarop de Indicatieve Tabel 2012 geen antwoord geeft

45. Zal de nieuwe Indicatieve Tabel veel veranderen in de praktijk?
Edoch: nieuwe accenten (onder meer de ruimere toepassing van de kapitalisatiemethode) en enkele nieuwigheden (onder meer de erkenning van huishoudelijke schade van de nabestaanden na het overlijden van de benadeelde)

46. De rechters zullen oordelen en we zullen (moeten) afwachten.

Bronverwijzingen:

• Cass. 19 februari 1968, Arr.Cass. 1968, 811;
• Cass. 21 februari 1984, Arr.Cass. 1983-84, 781;
• Cass. 12 januari 1988, Arr.Cass. 1987-88, 599;
• Cass. 23 september 1997, Arr.Cass. 1997, 364;
• Cass. 16 december 2004, Pas. 2004, I, 2014.
• Cass. 12 mei 1969, Arr.Cass. 1969, 893;
• Cass. 3 december 1974, Arr.Cass. 1975, 391;
• Cass. 22 februari 1978, Arr.Cass. 1978, 736.
• Cass. 20 februari 2004, Arr.Cass. 2004, nr. 93;
• Cass. 22 april 2009, Arr.Cass. 2009, 1071.
• Cass. 11 september 2009, Arr.Cass. 2009, 1995.
• G. Jocqué, «Het Hof van Cassatie baseert zich op de indicatieve tabel», NjW 2010, 26
• J. Ronse, L. De Wilde, A. Claeys en I. Mallems, Schade en schadeloosstelling in APR, Gent, Story Scientia, 1984, 172 e.v.
• Cass. 23 december 1992, Arr.Cass. 1992, 1466, Pas. 1992, I, 1406;
• Cass. 13 april 1995, Arr.Cass. 1995, 409, Pas. 1995, I, 423;
• Cass. 21 december 2001, Arr.Cass. 2001, 2283, Pas. 2001, 2214.
• E. Dirix, «Abstracte en concrete schade», RW 2000-01, 1329.
• L. Cornelis, Beginselen van het Belgisch buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht, Antwerpen, Maklu, 1989, 12.
• A. Van Oevelen, «Enkele recente ontwikkelingen inzake schade en schadebegroting in het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht» in Aansprakelijkheid, aansprakelijkheidsverzekering en andere schadevergoedingssystemen, Mechelen, Kluwer, 2007, 345.
•T. Vansweevelt en B. Weyts, Handboek Buitencontractueel Aansprakelijkheidsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2009, 690 e.v.
• W. Peeters, «De «Indicatieve Tabel» als antwoord op de noden van de praktijk» in M. Van den Bossche (ed.), De nieuwe Indicatieve Tabel. Een praktisch werkinstrument voor de evaluatie van menselijke schade, Gent, Larcier, 2001, 3.
• G. Jocqué, «De nieuwe indicatieve tabel kritisch bekeken», RW 2008-09, 1115.
• J.B. Petitat, «De behandeling van dossiers lichamelijke schade vanuit de praktijk van de advocaat» in W. Peeters en M. Van den Bossche (eds.), De behandeling van lichamelijke schadedossiers en tien jaar Indicatieve Tabel, Gent, Larcier, 2004, 73 e.v.
• W. Peeters, o.c., in De nieuwe Indicatieve Tabel. Een praktisch werkinstrument voor de evaluatie van menselijke schade, 9.
• J. Bogaert, Praktijkboek schadebegroting. De Indicatieve Tabel 2008-09, Brugge, Vanden Broele, 2008, 1.
• H. Ulrichts, «Indicatieve tabel 2012 onder de loep», Juristenkrant 2013, afl. 266, 6.
• J.P. Petitat, Kanttekeningen bij de Indicatieve Tabel, Gent, Story Publishers, 2013, 14-16;
• «La vie après le tableau indicatif» in B. Dubuisson (ed.), Le dommage et sa réparation, Brussel, Larcier, 2013, 175-177.
• J. Van Steenberge, «Kritische bedenkingen bij de Indicatieve Tabel» in M. Van den Bossche (ed.), De indicatieve tabel. Een praktisch werkinstrument voor de evaluatie van menselijke schade, Brussel, Larcier, 2001, 16 e.v.
• B. Weyts, De fout van het slachtoffer in het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2004, 2 e.v.
• D. Simoens, «Beschouwingen over de schadeloosstelling voor welzijnsverlies, tevens aanleiding tot de vraagstelling: integrale, genormeerde of forfaitaire schadeloosstelling?» in M. Van den Bossche (ed.), De indicatieve tabel. Een praktisch werkinstrument voor de evaluatie van menselijke schade, Brussel, Larcier, 2001, 100 e.v.
• D. Simoens, «Normering van gemeenrechtelijke schadeloosstelling: een na te streven doel?», RW 2003-04, 157.
• L. Cornelis, «Werkelijkheids- en zekerheidsgehalte van schade en schadeherstel» in M. Van den Bossche (ed.), De indicatieve tabel. Een praktisch werkinstrument voor de evaluatie van menselijke schade, Brussel, Larcier, 2001, 37.
•J.L. Fagnart, «Définition des préjudices non-économiques» in X, Préjudices extrapatrimoniaux: vers une évaluation plus précise et une plus juste indemnisation, Luik, Editions Jeune Barreau de Liège, 2006, 35.
• L. Cornelis, «Over samenloop, schade en overbodig causaal verband: roemloos aansprakelijkheidsrecht (partim)», TBH 2013, 998
• D. Simoens, «De indicatieve tabel: de belangrijkste innovatie in het Belgische buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht sinds 1804?» in Indicatieve Tabel 2012, Brugge, die Keure, 2012, 102-103.
• M. Fifi, «Le nouveau tableau indicatif. A première vue: d’une acidité à toute épreuve», T.Verz. 2012, 447.
• M. Van Wilderode, «De Indicatieve Tabel 2012: indicatief; directief of een gemiste kans...?», VAV 2013, 3
• «Nieuwe Indicatieve Tabel beklemtoont rol medisch deskundige», T.Verz. 2012, 440
• Cass. 2 mei 2001, Arr.Cass. 2001, 2283;
• Cass. 22 november 2005, Pas. 2005, I, 2321, conclusie procureur-generaal M. De Swaef.
• A. Van Oevelen, G. Jocqué, C. Persyn en B. De Temmerman, «Overzicht rechtspraak. Onrechtmatige daad: schade en schadeloosstelling (1993-2006)», TPR 2007, 1013 e.v. en 1483 e.v.
• V.V. Palmer en M. Bussani, «Pure Economic Loss: The Ways to Recovery», Electronic Journal of Comparative Law 2007, www.ejcl.org, 7 e.v.
• B. Weyts, «Economische schade», TBH 2013, 1016-1017.
• Rb. Gent 23 september 2009, AM 2010, 42;
• Antwerpen 5 september 2012, TBBR 2014, 265, noot B. Weyts.
• I. Samoy, «Zuivere economische schade: hoe pleinvrees overwinnen?», TBH 2013, 1047 e.v.
• B. Vanlerberghe, «De wet van 15 mei 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek», RW 2007-08, 599.
• J.L. Fagnart, «La perte de capacité» in B. Dubuisson (ed.), Le dommage et sa réparation, Brussel, Larcier, 2013, 58 e.v.
•B. De Temmerman, «Invaliditeit, arbeidsongeschiktheid en inkomensverlies. Een bespreking naar aanleiding van de nieuwe Indicatieve Tabel van het belang van deze begrippen voor de vaststelling en de begroting van letselschade naar gemeen recht», TAVW 2002, 241;
• J.L. Fagnart, «Invalidité et incapacité», Con.M. 1998, 6.
• D. Simoens, Buitencontractuele aansprakelijkheid, II, Schade en schadeloosstelling in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, XI, Deel II, Antwerpen, Kluwer, 1999, 138.
• J.L. Fagnart, o.c., in Préjudices extrapatrimoniaux: vers une évaluation plus précise et une plus juste indemnisation, 34 e.v.
• Cass. 15 juni 1959, RGAR 1960, nr. 6454.
• T. Papart, «La rente: «le win for life» de l’indemnisation du préjudice corporel», VAV 2007, 93
• Cass. 5 oktober 2000, Arr.Cass. 2000, 1512.
• N. Simar, L. De Zutter, I. Materne en M. Fifi, «Questions sur le décès» in B. Dubuisson (ed.), Le dommage et sa réparation, Brussel, Larcier, 2013, 92 e.v.
 

Inhoud van de indicatieve tabel 2012

INDICATIEVE TABEL - VERSIE 2012

Hoofdstuk I. Schade aan voorwerpen en kosten
1. Voertuigschade
2. Verplaatsingskosten
3. Administratiekosten
4. Kledijschade
5. Medische kosten voor en na de consolidatie

Hoofdstuk II. Schade aan personen
I. De deskundigenopdracht
II. De tijdelijke schade
III. De blijvende schade
IV. Het overlijden

Hoofdstuk III. Interest en provisie

Bijlage: drie voorbeelden

Tableau indicatif - version 2012

Chapitre Ier. Dommage aux choses et frais
1. Dommage aux véhicules
2. Frais de déplacement
3. Frais administratifs
4. Préjudice vestimentaire
5. Frais médicaux ante et post consolidation

Chapitre II. Dommage aux personnes
I. La mission d'expertise
II. Les préjudices temporaires
III. Les préjudices permanents
IV. Le décès

Chapitre III. Intérêts et provisions
1. Intérêts compensatoires
2. Intérêts moratoires
3. Provisions

Annexe: trois exemples

De indicatieve tabel: de belangrijkste innovatie in het Belgische buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht sinds 1804?
door Dries Simoens

1. Ergens tussen "een volledig en juist passend herstel" en "the damages lottery"
2. Analyse van de indicatieve tabel 2012
3. Naschrift, tevens vooruitblik

L'incapacité personnelle et la nouvelle arborescence des préjudices
par Pierre Lucas

Introduction
1. Les concepts
2. Une nouvelle arborescence des préjudices
3. Une nouvelle mission

Persoonlijke ongeschiktheid en een nieuw stramien ter bepaling van de schade
door Pierre Lucas en Ludo Jonckheer

Inleiding
1. De begrippen
2. Een nieuw stramien voor evaluatie van de schade
3. Een nieuwe opdracht

Intérêts et provisions
par Jean-Luc Fagnart

Introduction
Chapitre I. Les indemnités provisionnelles
Chapitre II. Les intérêts
Chapitre III. L'imputation des indemnités provisionnelles

Aandachtspunten en reflectie vanuit de praktijk
door Hilde Ulrichts

1. Rentevoet vergoedende interest, berekening 217
2. Intérêts compensatoires: taux d'intérêt? Calcul de capitalisation: taux d'escompte?
3. Toemaatjes

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: za, 11/10/2014 - 01:03
Laatst aangepast op: di, 12/09/2017 - 07:54

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.