-A +A

De politie van de terechtzitting: «Contempt of court» naar Belgisch recht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Scheir T.
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2009-2010
Pagina: 
346

Deze bijdrage behandelt  de wijze waarop de goede rechtsbedeling verzekerd kan worden door de politionele bevoegdheid van de rechter te bespreken om tucht en orde in zijn zittingszaal te vrijwaren.

De auteur bespreek de regels terzake van het gerechtelijk wetboek met name art. 759 tot 763.

HIerbij gaat hij niet voorbij aan het hoofdoekendebat, nu art. 759 voorziet dan men de zitting "met ongedekte hoofde, eerbiedig en stilzwijgend dient bij te wonen. De auteur slaagt er niet in een eenvormig standpunt terzake in te nemen en wijst op uiteenlopende uitspraken tussen de rechtspraak enerzijds en de de standpunten van Minister Onckelinx, stellende dat deze regel gezien moet worden als een beleefdheidsregel eerder dan een neutraliteitseis.

Elke rechter die een keppeltje of hoofdoek in zijn zittingszaal verbiedt dient te beseffen dat hij de rechtsonderhorige die hierdoor getroffen wordt kwetst in zijn identiteit en dat een dergelijke schending inwerkt op het zelfbeeld van de rechtsonderhorige, waardoor deze zich minstens geviseerd gaat voelen, een ongemakkelijk en partijdig, niet-neutrale indruk van justie krijgt, hetgeen men nu juist precies wil vermijden.

uitreksel uit het gerechtelijk wetboek:

Art. 759. De toehoorders wonen de zittingen bij met ongedekten hoofde, eerbiedig en stilzwijgend; alles wat de rechter tot handhaving van de orde beveelt, wordt stipt en terstond uitgevoerd.

Art. 760. Hij die tekens van goed- of afkeuring geeft bij de verdediging van partijen, de toespraken van rechters of openbaar ministerie, de ondervragingen, waarschuwingen of bevelen van de magistraten, het uitspreken van vonnissen of beschikkingen, of die stoornis verwekt, kan door de rechter worden gewaarschuwd en zelfs, zo daartoe grond bestaat, op zijn bevel uit de gehoorzaal worden gezet en desnoods voor ten hoogste vierentwintig uren worden aangehouden.
De dader wordt opgesloten op vertoon van het proces-verbaal waaruit het bevel tot aanhouding blijkt.

Art. 761. Indien de stoornis verwekt wordt door een persoon die aan een wettelijk aangestelde tuchtoverheid onderworpen is, maakt de rechter een proces-verbaal op dat hij aan deze overheid doet toekomen, onverminderd de in artikel 760 bepaalde politiemaatregelen, indien zulks noodzakelijk is.

Art. 762. Indien de handeling onder toepassing valt van de strafwet, maakt de rechter proces-verbaal op en beveelt hij, indien daartoe grond bestaat, de betrokkene aan te houden en terstond voor de procureur des Konings te brengen, die zal vorderen zoals behoort.

Art. 763. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing in alle plaatsen waar de rechters of de leden van het openbaar ministerie hun ambt uitoefenen.
 

 

De bepaling van artikel 762 betreffen het zittingsmisdrijf betreft de situatie waarin feiten worden gesteld die zowel de orde verstoren als een inbreuk inhouden op de strafwet (bv. bedreiging aan de rechter). Maar de rechter mag in deze gevallen geen uitspraak doen over het zittingsmisdrijf. Het komt het parket toe om dan verder vorderingen in te stellen en de strafrechtelijke rechtsgang haar beloop te laten gaan. Maar indien het zittingsmisdrijf een louter misdrijf uitmaakt, zonder dat er een ordeverstorend element is, dan pas kan de rechter onmiddellijk oordelen waarbij alsdan art. 181 van het wetboek van strafvordering uitwerking heeft.

Uittreksel uit het wetboek van strafvordering:

Art. 181. Indien een wanbedrijf in de gehoorzaal begaan wordt gedurende de terechtzitting, maakt de voorzitter proces-verbaal op van het feit, hoort de beklaagde en de getuigen, en de rechtbank legt zonder verwijl de bij de wet bepaalde straffen op.
Deze bepaling is van toepassing op de wanbedrijven in de gehoorzaal begaan gedurende de terechtzittingen van onze hoven, en zelfs gedurende de terechtzittingen van de burgerlijke rechtbank, onverminderd hoger beroep, als naar recht, van de vonnissen, in die gevallen gewezen door de burgerlijke of de correctionele rechtbanken.
 

Art. 506. Betreft het een misdaad gepleegd ter terechtzitting van een enkele rechter of van een rechtbank waartegen hoger beroep openstaat, dan verwijst de rechter of de rechtbank, na de dader te hebben doen aanhouden en van de feiten proces-verbaal te hebben opgemaakt, de stukken en de verdachte naar de bevoegde rechters.

Art. 507. Ten aanzien van de feitelijkheden die tot misdaad zijn geworden, of van alle andere op heterdaad vastgestelde misdaden, gepleegd ter terechtzitting van het Hof van Cassatie, van een hof van beroep of van een hof van assisen (...), gaat het hof onmiddellijk en bij voorrang tot het berechten daarvan over. <W 10-07-1967, art. 1, 207°>
Het hoort de getuigen, de dader en de raadsman die hij gekozen heeft of die de voorzitter hem heeft toegevoegd; na de feiten te hebben vastgesteld en de procureur-generaal of zijn substituut te hebben gehoord, alles in het openbaar, legt het de straf op bij een met redenen omkleed arrest.
 

In deze bijdrage wordt verder een vergelijking gemaakt met het begrip Cntemt of Court in het Anglo Amerikaans recht en in de Common Law.

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 30/10/2009 - 18:59
Laatst aangepast op: vr, 15/01/2010 - 17:58

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.