-A +A

De proportionaliteit van de nietigheid: de onwerkzaamheid of een nieuwe adem voor de onbestaanbaarheid?

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Peeraer F
Auteur: 
Stijns S
Tijdschrift: 
TBBR
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2017-7
Pagina: 
374
Samenvatting

 Commentaar: Geactualiseerde en vertaalde versie van: PEERAER, F., STIJNS, S., La proportionnalité de la nullité : l’inefficacité ou un nouveau souffle pour l’inexistence ?, in X., Les nullités en droit privé. État des lieux et perspectives, Anthemis, Limal, 2017, 221-268.

Jurabibliotheek: De proportionaliteit van de nietigheid: de onwerkzaamheid of een nieuwe adem voor de onbestaanbaarheid?

Volgens de heersende mening in de Belgische doctrine is de nietigheid een gerechtelijke sanctie, in die zin dat de nietigheid nooit automatisch uitwerking heeft, maar door de rechter moet worden uitgesproken.

Recente ontwikkelingen zetten de verplichte rechterlijke tussenkomst onder druk en maken dat de nietigheid, zoals ze vandaag wordt begrepen, niet steeds een gepaste reactie is. Onder die vaststelling gaat een fundamentele vraag schuil: in welke omstandigheden is de (traditionele) nietigheidssanctie een proportionele sanctie indien de rechtshandeling bij haar totstandkoming niet in overeenstemming is met alle geldende regels?

In deze bijdrage werken de auteurs eerst een algemeen kader uit om die vraag te beantwoorden, zodat zij dat kader vervolgens op de partiële nietigheid kunnen toepassen. Daar zal blijken dat de hedendaagse partiële nietigheid vanwege haar gerechtelijk karakter niet in alle omstandigheden een proportionele remedie is, waardoor we dus op zoek moeten gaan naar een alternatieve sanctie. Na enkele alternatieven geschetst te hebben, argumenteren de auteurs dat er behoefte is aan een nieuwe rechtsfiguur: de onwerkzaamheid.

Inhoudstafel tekst: 

 Inleiding: vaststelling van de gebreken van de nietigheid

Afdeling 1. Begripsomschrijving

Afdeling 2. Probleemstelling

Afdeling 3. Doel en opzet

Hoofdstuk 1. Algemeen kader

Afdeling 1. De nietigheid moet bijdragen aan de verwezenlijking van het normdoel

Afdeling 2. De nietigheid moet aangepast zijn aan de feitelijke omstandigheden waarin zij uitwerking krijgt

Afdeling 3. Stappenplan

Hoofdstuk 2. Toepassing op de partiële nietigheid

Hoofdstuk 3. Alternatieven

Afdeling 1. Alternatieven volgens de Belgische rechtsleer

Afdeling 2. Rechtsvergelijking

Afdeling 3. Kritische analyse

Hoofdstuk 4. Voorstel voor het Belgisch recht

Conclusie

Overige Rechtsleer

• V. BASTIAEN en G. THOREAU, “Les nullités en droit civil” in E. VIEUJEAN (ed.), Les nullités en droit belge: sanctions du vice et conséquences, Luik, Ed. Jeune Barreau de Liège, 1991, (9) 21;

I. CLAEYS, “Nietigheid van contractuele verbintenissen in beweging” in Sancties en nietigheden, Brussel, Larcier, 2003, (267) 270-271, nr. 4;

•  L. CORNELIS, Algemene theorie van de verbintenis, Antwerpen, Intersentia, 2000, 671-672, nr. 534 en 674, nr. 537;

H. DE PAGE, Traité élémentaire de droit civil belge, II, Les incapables – Les obligations, Brussel, Bruylant, 1964, 740, nr. 775;

M. GHYSELEN, Fiscale gevolgen van nietige rechtshandelingen, Kalmthout, Biblo, 1996, 20-21, nr. 7;

C. RENARD en E. VIEUJEAN, “Nullité, inexistence et annulabilité en droit civil belge”, Ann. fac.dr.Lg. 1962, (243) 243; RPDB, v° Nullité, nrs. 6 en 14;

•  S. STIJNS, “Nietigheid van het contract als sanctie bij zijn totstandkoming” in J. SMITS en S. STIJNS (eds.), Totstandkoming van de overeenkomst naar Belgisch en Nederlands recht, Antwerpen, Intersentia, 2002, (225) 226;

•  S. STIJNS, “La dissolution du contrat par un acte unilatéral” in La volonté unilatérale dans le contrat, Brussel, JBB, 2008, (325) 400-401, nrs. 60-61;

•  W. VAN GERVEN, Algemeen deel in Beginselen van Belgisch privaatrecht, Antwerpen, Standaard, 1987, 399, nr. 127; A. VAN OEVELEN, "Nietigheid" in Comm.Bijz.Ov., 2008, 4, nr. 1;

P. VAN OMMESLAGHE, Traité de droit civil belge – Tome II: Les obligations, II, Brussel, Bruylant, 2013, 959, nr. 623; M. VON KUEGELGEN, “Réflexions sur le régime des nullités et des inopposabilités” in P.-A. FORIERS (ed.), Les obligations contractuelles, Brussel, JBB, 2000, (569) 570, nr. 3. Cf. P. WÉRY, Droit des obligations – Volume 1: Théorie générale du contrat, Brussel, Larcier, 2011, 312, nr. 319.

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: wo, 13/06/2018 - 21:16
Laatst aangepast op: wo, 13/06/2018 - 21:16

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.