-A +A

Erkenning van plaatselijke geloofsgemeenschappen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Titel van het boek: 
Een vernieuwend hoofdstuk in de Vlaamse eredienstenwetgeving
Publicatie
Auteur: 
Overbeeke Alain
Tijdschrift: 
CABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2010
ISBN nummer: 
9782804445409
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

Lijst van gebruikte bijzondere afkortingen .5
Vooraf.7
Hoofdstuk I. Inleiding.10
Afdeling 1. Erkenning en minderheden; minderheden zijn niet zelden (vreemde) nieuwkomers.10
Afdeling 2. Aanpak van de bespreking – de levenscyclus van een plaatselijke geloofsgemeenschap. . 11
Afdeling3. Een toetssteen: grondrechten.14
Hoofdstuk Feitelijke gegevens – vooral groeipotentieel bij de erkende minderheidserediensten. 15
Afdeling1. Algemeen. . 15
Afdeling2. Islam. . 17
Afdeling 3. Andere minderheidserediensten: protestantisme, anglicanisme, orthodoxie, jodendom.21
§1. Protestantisme. 21
§2. Anglicanisme, orthodoxie, jodendom.22
Afdeling 4. Een “vervlaamst” eredienstenregime, vooral voor minderheidserediensten.23
Hoofdstuk III. Een complicerende omstandigheid: de effecten van de bevoegdheidsverdeling – een samenwerkingsakkoord. . 27
Afdeling1. Verdeelde bevoegdheden.27
Afdeling 2. Het Samenwerkingsakkoord van 2 juli 2008: verschillende maar verstrengelde materies. 29
§1. Inleidend. 29
A. Bedienarenwedden, erkennen nieuwe stromingen.29
B. Eredienstbesturen bij lokale erkende geloofsgemeenschappen. . 32
§ 2. Erkennen nieuwe stromingen – federale bevoegdheid (samenwerkingsakkoord). 35
§ 3. Erkennen lokale gemeenschappen – gedeelde bevoegdheden (samenwerkingsakkoord). 36
A. Instellen van een eredienstbestuur. . 36
B. Het toekennen van een wedde aan bedienaren. 37
§ 4. Toekennen van supplementaire bedienarenplaatsen – louter federale aangelegenheid.40
§ 5. Aanwijzen van “het representatieve orgaan” van de eredienst – federale aangelegenheid.41
Afdeling 3. Conclusie: een half dozijn verschillende rechtsregimes voor het tijdelijke van de eredienst van een half dozijn erediensten .44
Hoofdstuk IV. Erkenning van lokale geloofsgemeenschappen in het Vlaams Gewest: erkenningscriteria en erkenningsprocedure.49
Afdeling1. Inleiding. 49
Afdeling 2. Erkenningscriteria & erkenningsdossier.51
§ 1. Te vervullen voorwaarden – elementen met een verschillend gewicht.51
§2. Een omvangrijk aanvraagdossier. . 53
A. Overzicht.53
B. Identificatie.56
C. Gebiedsomschrijving: een “territoriaal werkingsgebied”. 58
D. De infrastructuur. . 62
E. Financiële toestand, financieel perspectief.65
F. “Maatschappelijke relevantie”.67
G. Voorwaarde: verklaring i.v.m. taalgebruik in bestuurszaken. . 79
H. Aanvraag tot toekenning van een plaats van een bedienaar van de eredienst. 80
I. Voorwaarde: een verklaring inzake de inburgering van bepaalde eredienstbedienaren. 82
J. Voorwaarde: verklaringen inzake respecteren grondwet en EVRM 85
§3. De aanvraagprocedure. . 91
A. Aanvragen van lokale erkenningen, in 2004 geregeld in een Samenwerkingsakkoord. 91
B. De startfase van indienen van de aanvraag: volledigheid van het dossier.92
C. De aanvrager: de beslissende rol van representatieve instanties.92
§4. De erkenningsprocedure. 98
A. Een procedure in samenhang met het Samenwerkingsakkoord van 2 juli 2008.98
B. Ontvangst aanvraag; informatie en adviesvraag federale overheid . 98
C. Een afwijkend parcours: ontvangst zónder registratie, als “voorfase” (islam). . 100
D. Adviesvraag gemeenten en provincies (gemeenteraden, provincieraden).102
E. Plaatsbezoek. . 103
F. Erkenningsbeslissing (bij ministerieel besluit). 104
G. Tussentijds beëindigen erkenningsprocedure. . 106
§ 5. Gevolgen van de erkenning van de geloofsgemeenschap. 107
A. Oprichting eredienstbestuur – openbare instelling met rechtspersoonlijkheid – samenstelling.107
B. Dekking eventuele tekorten (gemeente(n) of provincie(s)).108
C. Bezoldiging bedienaren wordt voortaan mogelijk (federaal). . 108
D. Gewestelijk: mogelijke effecten op inrichten / werking centraal eredienstbestuur.109
§6. Bijzondere gevallen. 111
A. Fusie van bestaande erkende lokale geloofsgemeenschappen.111
B. Aanpassing van erkenningsgrondgebied van erkende geloofsgemeenschappen. . 112
C. Fusie van een erkende geloofgemeenschap met een niet-erkende geloofsgemeenschap (met eventueel aanpassing van erkenningsgrondgebied). . 113
Afdeling 3. Erkenningsreglementering: knelpunten.114
Hoofdstuk V. Na de erkenning: de bijzondere jaarlijkse rapportageplicht – de erkenningsopheffing. 116
Afdeling 1. Na de erkenning: een jaarlijkse rapportageplicht (m.b.t. erkenningscriteria).116
§ 1. Een permanente informatiestroom voor erkende gemeenschappen. . 116
§ 2. Niet opgelegd aan de reeds voor 2007 erkende geloofsgemeenschappen. 117
Afdeling 2. Nieuw sluitstuk regelgeving: een procedure voor het opheffen van de erkenning (Hoofdstuk IV BVR).117
§1. Inleiding. 117
§2. Voorgaanden – de administratieve praktijk.118
A. Diversiteit in opheffingsdossiers.118
B. Opheffing op initiatief van een eredienstinstantie (vrijwillig afzien van overheidssteun). 119
C. Opheffing op initiatief overheid wegens gedaald (of relatief laag) gelovigental.122
D. Besluit.124
§ 3. Gronden voor het opheffen van de erkenning in het nieuwe Vlaamse eredienstenrecht.125
A. Inleidend. 125
B. Niet voldoen aan het vereiste van een zekere financiële leefbaarheid. 125
C. Niet voldoen aan het criterium van maatschappelijke relevantie.127
D. Vastgesteld gebrek t.a.v. toepassing van de wetgeving inzake het gebruik van de talen in bestuurszaken.128
E. Vastgesteld tekortkomen m.b.t. het engagement inzake de inburgeringsplicht door de geestelijke bedienaars.129
F. Strijd met grondwet en het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.130
G. Opheffingsgronden – besluitend.131
§4. Procedure opheffing. 131
A. Voorbereidende fase. 131
B. Besluit tot opheffing. 133
C. Beroep tegen besluit erkenningsopheffing. 133
D. Bij opheffing, niet op initiatief van de overheid.134
§5. Gevolgen van de opheffing van de erkenning. 134
A. Gewestelijk: lot eredienstbestuur / goederen eredienstbestuur. 134
B. Federaal: lot van de bedienarenplaats.135
Afdeling 3. Reglementering m.b.t. de jaarrapportage en de opheffing van de erkenning: knelpunten.136
Hoofdstuk VI. Besluit – reglementeren van erkenning en erkenningsopheffing van lokale geloofsgemeenschappen.138
Afdeling 1. Het erkennen van geloofsgemeenschappen: maatstaven zonder maat?. 138
Afdeling 2. Het opheffen van de erkenning van geloofsgemeenschappen.140
Afdeling 3. Het bestaan van nieuw erkende gemeenschappen: effecten op het functioneren.140
Afdeling 4. Vlaams erkenningenbeleid, naar (rechts)vorm en inhoud geworteld in het verleden. . 140
BIJLAGE I.143

Bespreking door de uitgever:

Dit Cahier bespreekt de nieuwe Vlaamse regelgeving op het erkennen van plaatselijke geloofsgemeenschap (Besluit Vlaamse Regering 30 september 2005) en de sedertdien ontwikkelde toepassingspraktijk.
Op deze regeling moeten met name de islamitische gemeenschappen beroep doen, willen ze in aanmerking komen voor overheidssteun. Ook andere minderheidserediensten (protestantisme, orthodoxie en anglicanisme) maken van de nieuwe erkenningsreglementering gebruik. De wijze waarop de overheid in deze erkenningsprocedures omspringt met de deels nieuwe erkenningscriteria verdient het de dossiers zoveel mogelijk te vergelijken: is er sprake van de toepassing van het beginsel gelijke monniken gelijke kappen?
Bij de bespreking van de verschillende aspecten van het erkenningsregime (en het spiegelbeeld ervan: de erkenningsopheffing) wordt gewezen op enkele knelpunten, die bij de onlangs onder auspiciën van de bevoegde minister van Binnenlandse Aangelegenheden aangevatte evaluatie van de nieuwe Vlaamse eredienstenwetgeving ongetwijfeld grondiger aandacht zullen krijgen.

Deze aangelegenheid raakt de Belgische federale staatsstructuur. Het eredienstenrecht is qua bevoegdheid een verdeelde materie; bij de erkenning van plaatselijke geloofsgemeenschappen is niet enkel de Gewestoverheid aan zet, ook de federale overheid heeft een stem in het kapittel. Aan dit aspect is een afzonderlijk hoofstuk gewijd.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 19/02/2011 - 15:56
Laatst aangepast op: za, 19/02/2011 - 15:56

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.