-A +A

Het bevel tot verlenging: een stille revolutie in de voorlopige hechtenis?

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Huysmans Joost
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2011-2012
Pagina: 
1702
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

I. Ontstaansgeschiedenis

II. Overeenstemming met de Grondwet en het EVRM?

III. Bevoegde instanties

IV. Toepassingsvoorwaarden

A. Materiële voorwaarden

B. Vormvoorwaarden

V. Duur van het bevel tot verlenging

VI. Rechten van de verdachte tijdens de termijnverlenging van de arrestatie

VII. Rechtsmiddelen

VIII. Het bevel tot verlenging en het bevel tot medebrenging

IX. Minderjarigen

X. Evaluatie

 

Wetgeving

• Wet van 13 augustus 2011 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering en van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, om aan elkeen die wordt verhoord en aan elkeen wiens vrijheid wordt benomen rechten te verlenen, waaronder het recht om een advocaat te raadplegen en door hem te worden bijgestaan, BS 5 september 2011.

• Parl.St. Senaat 2010-11, nr. 5-663/1, toelichting, p. 26.

• Verklaring van 7 mei 2010 tot herziening van de Grondwet, BS 7 mei 2010.

• Parl.St. Senaat 2010-11, nr. 5-663/1, toelichting, p. 27; P. De Hert, T. Decaigny en M. Colette, De wet consultatie- en bijstandsrecht (Salduz-wet), Mechelen, Kluwer, 2011, 677.

• Parl.St. Senaat 2010-11, nr. 5-663/6, amendementen, p. 4-5; Parl.St. Kamer 2010-11, DOC.53 1279/003, amendementen, p. 17-18;

• Parl.St. Kamer 2010-11, DOC.53 1279/005, verslag namens de Commissie voor de Justitie, p. 69-71;

• Parl.St. Senaat 2010-11, nr. 5-663/1, toelichting, p. 29.

• Parl.St. Senaat 2010-11, nr. 5-663/4, verslag namens de Commissie voor de Justitie, p. 80-81; de Minister lijkt hiermee te verwijzen naar de proeve van wetswijziging waarin werd voorgesteld om in art. 28septies Sv. expliciet te voorzien in de mogelijkheid dat het bevel tot verlenging kan worden uitgevaardigd bij mini-instructie met weliswaar uitsluiting van het evocatierecht van de onderzoeksrechter (Parl.St. Senaat 2010-11, nr. 5-685/1, verslag namens de Commissie voor de Justitie: de gevolgen van het arrest-Salduz, p. 26-27), maar die uiteindelijk niet in het wetvoorstel-Salduz werd opgenomen (P. De Hert, T. Decaigny en M. Colette, De wet consultatie- en bijstandsrecht (Salduz-wet), Mechelen, Kluwer, 2011, 675).

• Omzendbrief 8/2011 van het College van procureurs-generaal van 23 september 2011, Richtlijn inzake de organisatie van de bijstand door een advocaat vanaf het eerste verhoor in het kader van het Belgisch strafprocesrecht, 72.

• Parl.St. Senaat 2010-11, nr. 5-663/1, toelichting, p. 29.

• Parl.St. Senaat 2010-11, nr. 5-663/1, toelichting, p. 29-30.

• Parl.St. Senaat 2010-11, nr. 5-663/1, toelichting, p. 28.

• Parl.St. Senaat 2010-11, nr. 5-663/4, verslag namens de Commissie voor de Justitie, p. 87-88; Parl.St. Kamer 2010-11, DOC.53-1279/005, verslag namens de Commissie voor de Justitie, p. 11.

• Art. 15bis, vierde lid juncto art. 1, 3° Voorlopige Hechteniswet;

• Parl. St Senaat 2010-11, nr. 5-663/1, toelichting, p. 30.

• Omzendbrief 8/2011 van het College van procureurs-generaal van 23 september 2011, Richtlijn inzake de organisatie van de bijstand door een advocaat vanaf het eerste verhoor in het kader van het Belgisch strafprocesrecht, 74.

• Zie de bespreking van de verschillende amendementen tot schrapping van de aanvankelijke verplichting dat de onderzoeksrechter de aanvullende onderzoekshandelingen die hij nog wilde stellen, in het bevel tot verlenging diende te vermelden (Parl.St. Senaat 2010-11, nr. 5-663/4, verslag namens de Commissie voor de Justitie, p. 83-85).

• Parl.St. Senaat 2010-11, nr. 5-663/4, verslag namens de Commissie voor de Justitie, p. 96-97. en bespreking in de Commissie Justitie van de Kamer (Parl.St. Kamer,2010-11, DOC.53 1279/005, verslag namens de Commissie voor de Justitie, 34).

• Art. 9 Jeugdwet; KI Bergen 29 juni 2005, JLMB 2006, 592, noot A. Vervoir; H. Bosly,

• Parl.St. Senaat 2010-11, 5-663/1, toelichting, p. 27.

•  Art. 52 Jeugdwet; art. 52quater Jeugdwet; art. 2 van de wet van 1 maart 2002 betreffende de voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, BS 1 maart 2002 (hierna: Everbergwet); zie hierover: J. Put, o.c., 260-274

Rechtspraak

• Cass. 26 mei 2010, JLMB 2010, 1271, Rev.dr.pén. 2010, 1058;

• Cass. 22 juni 2010, T.Strafr. 2010, 216, NC 2010, 298;

• Cass. 23 november 2010, NC 2011, 64, noot C. Van Deuren, T.Strafr. 2011, 68, RABG 2011, 592).

• GwH 22 december 2011, nr. 201/2011, NJW 2012, 136, noot C. Conings, JT 2012, 90, noot O. Michiels; zie ook: M. Colette, «Bevel tot verlenging in Salduz-wet is grondwetconform», Juristenkrant 11 januari 2012, 1.

• GwH 22 december 2011, nr. 201/2011, vermeld in vorige voetnoot, overweging B.5.

• GwH 22 december 2011, nr. 201/2011, vermeld in voetnoot 10, overweging B.9.1.

• GwH 22 december 2011, nr. 201/2011, vermeld in voetnoot 10, overweging B.9.2.

• EHRM 18 februari 1999, Hood t/ Verenigd Koninkrijk, § 60; EHRM (Grote Kamer) 29 maart 2010, Medvedyev t/ Frankrijk, § 124.

• EHRM 29 april 1999, Aquilina t/ Malta, § 51;

• EHRM 15 december 2004, Ikincisoy t/ Turkije, § 103;

• EHRM 6 oktober 2005, H.Y. en Hü.Y. t/ Turkije, § 141;

• EHRM (Grote Kamer) 3 oktober 2006, McKay t/ Verenigd Koninkrijk, §§ 47-48.

• GwH 22 december 2011, nr. 201/2011, vermeld in voetnoot 10, overwegingen B.8.2.-B.8.3.

• GwH 22 december 2011, nr. 201/2011, vermeld in voetnoot 10, overweging B.12.2.

• GwH 22 december 2011, nr. 201/2011, vermeld in voetnoot 10, overweging B.13.3; O. Michiels, «Brevet de constitutionnalité pour le délai de garde à vue de quarante-huit heures», JT 2012, (92) 94.

• Berrgen 13 juni 2000, Rev.dr.pén. 2000, 1079.

• Cass. 29 mei 1996, Arr.Cass. 1996, 507; Cass. 18 maart 1998, Arr.Cass. 1998, 332; R. Verstraeten, o.c., 501.

• Cass. 16 juli 2002, P.02.1032.F; J. Put, Handboek jeugdbeschermingsrecht, Brugge, die Keure, 2010, 257-258;

•  Cass. 15 mei 2002, Arr.Cass. 2002, 1288; I. Mennes, «Arrestatie» in Comm.Straf., 15;

• Cass. 31 augustus 2010, TJK 2010, 143, noot P. Traest;

• Cass. 20 december 2011, P.11.1981.N.; andere voorlopige maatregelen dan de plaatsing in een gesloten jeugdinstelling blijven echter wel mogelijk (J. Put, o.c., 257-258).

 

Rechtsleer

• P. Herbots, «Verlenging politiearrestatie», NJW 2008, 762-766 en de verwijzingen aldaar.

•  D. Vandermeersch, «Après l’arrêt Salduz, quelles perspectives de réforme» in F. Deruyck, M. De Swaef, J. Rozie, P. Traest en R. Verstraeten (eds.), De wet voorbij. Liber amicorum Luc Huybrechts, Antwerpen, Intersentia, 2010, (475) 489-490.

• J. Meese en P. Tersago, «Het recht voor elkeen die wordt verhoord op consultatie van en bijstand door een advocaat na de «Salduz-wet» van 13 augustus 2011», RW 2011-12, (934) 948.

• C. Van Deuren, «De Salduz-wet: enkele bedenkingen», NC 2011, (310) 317.

• J. de Codt, «Le délai de vingt-quatre heures et sa prolongation», JT 2011, 859, die van oordeel is dat het bevel tot verlenging geen datum hoeft te vermelden.

•  K. Van Cauwenberghe, «Bijstand van een advocaat bij eerste verhoor na arrestatie: een eindeloze lijdensweg» in Vlaamse conferentie bij de Balie te Antwerpen (ed.), Geboeid door het strafrecht. De advocaat en de strafrechtspleging, Gent, Larcier, 2011, (139) 149.

• J. de Codt, «Le délai de vingt-quatre heures et sa prolongation», JT 2011, (857) 859.

• T. Decaigny, «Tussentijdse analyse van het wetgevende initiatief betreffende de toegang tot een advocaat in het prille vooronderzoek», www.legalworld.be, 13.

• I. Mennes, «Arrestatie» in Comm.Straf., 11 en 22; O. Michiels, D. Chichoyan en P. Thevissen, La détention préventive, Louvain-la-Neuve, Anthemis, 2010, 13.

• T. Decaigny, «Tussentijdse analyse van het wetgevend initiatief betreffende de toegang tot een advocaat in het prille vooronderzoek», www.legalworld.be, 12-13.

• T. Decaigny, «Tussentijdse analyse van het wetgevend initiatief betreffende de toegang tot een advocaat in het prille vooronderzoek», www.legalworld.be, 13.

• I. Mennes, «Arrestatie» in Comm.Straf., 23 en Contra: J. de Codt, o.c., JT 2011, 860.

• R. Declercq, Onderzoeksgerechten in APR, Deurne, Kluwer, 1993, 174-176; R. Verstraeten, o.c., 402.

• O. Michiels, D. Chichoyan en P. Thevissen, o.c., 17-21; B. Spriet, «Aanhouding en bevel tot medebrenging» in R. Declercq en R. Verstraeten (eds.), Voorlopige hechtenis, Leuven, Acco, 1991, 41.

• T. Deschepper, «Het bevel tot medebrenging» in B. Dejemeppe en D.Merckx (eds.), De voorlopige hechtenis, Diegem, Kluwer, 2000, 113-114.

• B. De Smet, Jeugdbeschermingsrecht in hoofdlijnen, Antwerpen, Intersentia, 2010, 265;

• F. Tulkens en T. Moreau, Droit de la jeunesse, Brussel, Larcier, 2000, 803; A. Vervoir, «De la spécialisation du juge d’instruction», JLMB 2006, 595.

• P. Traest, «Voorlopige plaatsing in een gesloten instelling en voorlopige hechtenis» (noot onder Cass. 31 augustus 2010), TJK 2011, 144-146.

• R. Declercq, Beginselen van strafrechtspleging, Mechelen, Kluwer, 2010, 642-644. Na een beslissing tot uithandengeving van de jeugdrechter is de voorlopige hechtenis van een minderjarige evenwel mogelijk.

 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: vr, 18/05/2012 - 23:21
Laatst aangepast op: vr, 18/05/2012 - 23:21

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.