-A +A

Huwelijksvermogensrecht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Casman H.
Auteur: 
Van Look
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
1999 - heden (aangevuld losbladig boek)
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

voorafgaande opmerking: Dit werk is losbladig waardoor de inhoudstafel bij elke aanvulling wijzigt. De onstaande inhoudstafel geeft aldus niet de volledige actuele inhoud weer. Het werk is inmiddels aangevuld met tal van nieuwe elementen en aanpassingen ingevolge wetswijziging. Deze inhoudstafel werd evenwel toch aldus in de beschikbare vorm opgenomen teneinde een idee te verschafen van de zeer waardevolle juridische inhoud die in dit werk kan worden terug gevonden. Dit werk is ook beschikbaar op Jura.

I. Wederzijdse rechten en plichten van de echtgenoten
Inleiding.I.Inl.–1
Hoofdstuk 1. Specifiek karakter van de bepalingen van Boek I, Titel V, Hoofd¬stuk VI – Handelingsbekwaamheid der echtgenoten
Artikel 212 . I.1.–1
1. Specifiek karakter van de bepalingen van Hoofdstuk VI .I.1.–1
Algemeen toepassingsgebied. I.1.–4
Wetten conflict in de tijd. I.1.–5
Wetten conflict in de ruimte. I.1.–5
Dwingend karakter. I.1.–10
Wederkerigheid. I.1.–12
Sancties. I.1.–12
2. Handelingsbekwaamheid der echtgenoten . I.1.–13
Opheffingsbepalingen. I.1.–13
Wijzigingsbepalingen. I.1.–13
Toestand van de minderjarige echtgenoot. I.1.–14
Uitzonderingen op de principiële handelingsbekwaamheid. I.1.–14
Hoofdstuk 2. Opsomming der huwelijksverplichtingen
Artikel 213 . I.2.–1
Aard van deze huwelijksverplichtingen . I.2.–1
1. Plicht van samenwoning . I.2.–1
Begrip. I.2.–1
Begin,opschorting en einde van de samenwoningsplicht. I.2.–2
Overeenkomst van minnelijk scheiding. I.2.–3
Eenzijdige verbreking van de samenwoning. I.2.–3
Sancties . I.2.–4
2. Plicht van trouw . I.2.–6
Aard . I.2.–6
Sancties . I.2.–7
3. Plicht van hulp . I.2.–9
Aard . I.2.–9
Verschil met de gemeenrechtelijke verplichting. I.2.–10
Sanctie:vervanging door een onderhoudsgeld. I.2.–11
Schuld. I.2.–12
Plicht van hulp tijdens een procedure tot echtscheiding. I.2.–14
Plicht van hulp na scheiding van tafel en bed. I.2.–15
Evaluatie van behoeften en bestaansmiddelen. I.2.–16
Andere sancties . I.2.–17
Procedure. I.2.–17
Beslag. I.2.–18
4. Plicht van bijstand . I.2.–19
Aard en inhoud . I.2.–19
Uitvoering en sancties. I.2.–19
Hoofdstuk 3. Keuze van de echtelijke verblijfplaats
Artikel 214 . I.3.–1
1. Begrip echtelijke verblijfplaats . I.3.–1
A.Onderscheidverblijfplaats–echtelijkeverblijfplaats–woonplaats. I.3.–1
Verblijfplaats. I.3.–1
Echtelijke verblijfplaats . I.3.–1
Woonplaats. I.3.–2
B.Onderscheidechtelijkeverblijfplaats–gezinswoning . I.3.–3
2. Vaststelling van de echtelijke verblijfplaats . I.3.–3
Gelijkheid der echtgenoten. I.3.–3
Overeenkomst der echtgenoten. I.3.–4
Eenzijdige vaststelling. I.3.–4
Niet-naleving van de samenwoningsplicht . I.3.–5
Beslissing door de vrederechter. I.3.–5
Procedure. I.3.–7
Sancties. I.3.–7
Hoofdstuk 4. Bescherming van de gezinswoning
Artikel 215 . I.4.–1
1. Bedoeling en historiek . I.4.–2 Bedoeling. I.4.–2
Historiek. I.4.–2
2. Toepassingsgebied . I.4.–3
Onroerend goed. I.4.–3
Voornaamste woning van het gezin. I.4.–4
3. Duur van de bescherming . I.4.–5
Overlijden. I.4.–5
Echtscheiding. I.4.–5
Scheiding van tafel en bed. I.4.–5
Feitelijke scheiding. I.4.–6
Echtscheidingsgeding. I.4.–7
Huisraad. I.4.–7
4. Aard van de bescherming . I.4.–7
A. Daden van beschikking over de voornaamste woning van het gezin . I.4.–8
Aard van de rechten op de gezinswoning. I.4.–8
Daden van beschikking . I.4.–9
Afwezigheid van bescherming tegen het verhaal van de schuldeisers. I.4.–10
Andere gevallen waar de bescherming van artikel 215 van het Burgerlijk Wetboek geen uitwerking heeft . I.4.–11
Instemming van de echtgenoot. I.4.–11
Rechterlijke machtiging bij gebreke van instemming. I.4.–13
B.Daden m.b.t. de huur van de voornaamste gezinswoning (art.215,§2). I.4.–15
Gezamenlijk huurrecht. I.4.–15
Uitzondering:handelshuur en pachtovereenkomst. I.4.–20
5. Sancties. I.4.–22
Hoofdstuk 5. Uitoefening van een beroep – Gebruik van de naam van de andere echtgenoot in beroepsbetrekkingen
Artikel 216 . I.5.–1
1. Uitoefening van een beroep . I.5.–2
Principe:vrije uitoefening. I.5.–2
Historiek. I.5.–2
Toepassingsgebied. I.5.–2
2. Uitzondering: belangen van de andere gezinsleden . I.5.–3
Geen verhaal tegen openbare mandaten. I.5.–4
Werking van het verhaal. I.5.–4
Verandering van huwelijksvermogensstelsel. I.5.–5
Procedure. I.5.–6
3. Gebruik van de naam van de andere echtgenoot in eroepsbetrekkingenI.5.–6
Principe:instemming. I.5.–6
Intrekking van instemming. I.5.–7
Echtscheiding. I.5.–7
Procedure. I.5.–8
4. Sancties. I.5.–8
Hoofdstuk 6. Inning en besteding van inkomsten
Artikel 217 . I.6.–1
1. Inning van inkomsten . I.6.–1
Principe en historiek. I.6.–1
Aard van de inkomsten. I.6.–2
Eigen of gemeenschappelijk karakter van de goederen . I.6.–3
Uitzonderingen. I.6.–3
2. Besteding van inkomsten . I.6.–3
Wettelijkerangorde. I.6.–3
Bijdrage in de lasten van het huwelijk . I.6.–4
Verkrijging van goederen verantwoord voor de beroepsuitoefening. I.6.–5
Saldo:besteding volgens het huwelijksgoederenstelsel. I.6.–6
3. Overgangsmaatregel. I.6.–6
4. Sancties. I.6.–7

Hoofdstuk 7. Opening van een depositorekening en huur van een brandkast
Artikel 218 . I.7.–1
Principe en historiek. I.7.–1
Toepassingsgebied. I.7.–2
Rechten van de andere echtgenoot. I.7.–4
Beveiliging van de bewaarnemer. I.7.–5
Sancties. I.7.–6
Opheffingsbepalingen. I.7.–7
Hoofdstuk 8. Lastgeving tussen echtgenoten
Artikel 219 . I.8.–1
1. Herroepelijke lastgeving . I.8.–1
Principe en historiek. I.8.–1
Verbod van lastgeving voor het huwelijk. I.8.–2
2. Aard, gevolgen en vorm van de lastgeving . I.8.–3
Algemeen recht . I.8.–3
Algemene of bijzondere lastgeving. I.8.–3
Gevolgen van de lastgeving . I.8.–5
Vorm van de lastgeving. I.8.–6
Hoofdstuk 9. Rechterlijke machtiging en indeplaatsstelling van een echtgenoot bij afwezigheid, onbekwaamverklaring of onmogelijkheid van wilsuiting van de andere Artikel 220 . I.9.–1
1. Daden van beschikking over de gezinswoning en het huisraad . I.9.–2
Voorwaarde:afwezigheid,onbekwaamverklaringen onmogelijkheid van wilsuiting . I.9.–2
Facultatieve machtiging. I.9.–3
Procedure. I.9.–3
Sanctie. I.9.–3
2. Indeplaatsstelling. I.9.–3 Voorwaarden. I.9.–3
Facultatieve indeplaatsstelling . I.9.–5
Omvang van de indeplaatsstelling. I.9.–5
Procedure. I.9.–6
3. Sommendelegatie . I.9.–6
Voorwaarden. I.9.–7
Procedure. I.9.–7
Hoofdstuk 10. Bijdrage in de lasten van het huwelijk Artikel 221 . I.10.–1
1. Principe en historiek . I.10.–1
Historiek. I.10.–2
2. Aard van deze verplichting . I.10.–3
Wederkerigheid. I.10.–3
Verband met de hulpplicht. I.10.–5
Lasten van het huwelijk. I.10.–5
3. Uitvoering . I.10.–7
Uitvoering in natura in de echtelijke verblijfplaats. I.10.–7
Uitzondering:de sommendelegatie. I.10.–7
4. Procedure en bevoegdheden. I.10.–15
Procedure. I.10.–15
Quid tijdens een procedure van echtscheiding of van scheiding van tafel en bed?. I.10.–16
Quid nadat de echtscheiding is overgeschreven? . I.10.–17
Quid wanneer de derde-schuldenaar aan de beschikking van de rechter geen enkel gevolg geeft?. I.10.–18
Sommendelegatie en onderhoudsgeld. I.10.–18
Sommendelegatie op grond van artikel 223 van het Burgerlijk Wetboek (dringende en voorlopige maatregelen) . I.10.–19
5. Sancties.I.10.–19
Hoofdstuk 11. Hoofdelijkheid voor huishoudelijke schulden
Artikel 222 . I.11.–1
Principe en historiek. I.11.–1
Toepassingsgebied. I.11.–2
Ontbindingen van het huwelijk . I.11.–4
Feitelijke scheiding. I.11.–4
Aard van de hoofdelijkheid. I.11.–5
Uitzondering:buitensporige schulden. I.11.–7
Procedure. I.11.–9
Hoofdstuk 12. Dringende en voorlopige maatregelen Artikel 223 . I.12.–1
1. Principe en historiek . I.12.–1
Principe. I.12.–1
Historiek. I.12.–2
2. Toepassingsvoorwaarden . I.12.–3
Grof plichtsverzuim. I.12.–3
Ernstige verstoring van de verstandhouding . I.12.–4
3. Aard van de maatregelen . I.12.–5
Dringende maatregelen. I.12.–5
Voorlopige maatregelen . I.12.–6
4. Inhoud van de maatregelen . I.12.–8
Persoon van de echtgenoot en de kinderen.I.12.–10
Maatregelen betreffende de goederen.I.12.–12
5. Procedure .I.12.–16
Vrederechter .I.12.–16
Temporele bevoegdheid. I.12.–17
Procedure op verzoek .I.12.–17
Onderzoeksmaatregelen .I.12.–18
Bewarende maatregelen.I.12.–18
Uitspraak en rechtsmiddelen.I.12.–18
6. Sancties.I.12.–19
Hoofdstuk 13. Nietigverklaring
Artikel 224 . I.13.–1
1. Algemeen. I.13.–1
2. Nietigheid . I.13.–2
Relatieve nietigheid. I.13.–2
Facultatieve nietigheid. I.13.–2
3. Schadevergoeding . I.13.–4
4. Vernietigbare handelingen . I.13.–4
Handelingen in strijd met artikel215(art.224,§1,nr.1) . I.13.–4
Handelingen in strijd met een verbod tot vervreemding of hypothekering(art.224,§1,nr.2). I.13.–4
Schenkingen die de belangen van het gezin in gevaar brengen(art.224, §1,nr.3). I.13.–6
Persoonlijke zekerheden die de belangen van het gezin in gevaar brengen(art.224,§1,nr.4). I.13.–6
Het in het gedrang brengen van de belangen van het gezin. I.13.–7
5. Procedure . I.13.–8
Termijn waarbinnen de vordering tot nietigverklaring ingesteld moet worden. I.13.–8
Bevoegdheid. I.13.–9
Procedure op tegenspraak. I.13.–10
Bibliografie . I.Bibl.–1
II. Algemene beginselen van het huwelijksvermogensrecht
Hoofdstuk 1. Contractuele vrijheid
Artikelen 1387 tot 1389 . II.1.–1
1. Vrije keuze van het huwelijksvermogensstelsel .
II.1.–1 Principe .
II.1.–1 Draagwijdte.
II.1.–2 Keuze van een type-stelsel.
II.1.–3 Conventionele wijzigingen .
II.1.–3 Combinatie van type-stelsels.
II.I.–5 Vreemd type-stelsel.
II.1.–5 Beperkte regeling. II.1.–6
Facultatief karakter van de regeling . II.1.–6
2. Beperkingen van de vrije keuze .II.1.–6
Door de wetgever aangehaalde beperkingen. II.1.–6
Openbare orde en goede zeden . II.1.–7
Primair stelsel . II.1.–8
Ouderlijk gezag en voogdij. II.1.–9
Overeenkomst over niet-opengevallen nalatenschap. II.1.–9
Sanctie. II.1.–10
Beperking naar de vorm.II.1.–11

Hoofdstuk 2. Inwerkingtreding van een huwelijksvermogensstelsel en aard van het wettelijk stelsel
Artikelen 1390 en 1391 . II.2.–1
1. Inwerkingtreding van het huwelijksvermogensstelsel . II.2.–1
Noodzakelijkheid van een huwelijksvermogensstelsel . II.2. – 1
Inwerkingtreding van het bedongen stelsel. II.2.–2
2. Suppletief karakter van het wettelijk stelsel . II.2.–2
Aanvullend karakter van het wettelijk stelsel . II.2.–2
Gemeenrechtelijk karakter van het wettelijk stelsel. II.2. – 3
3. Statutair karakter van het wettelijk stelsel . II.2.–4 Beginsel. II.2.–4
Wettenconflict in detijd. II.2.–4
Wettenconflict in de ruimte. II.2.–4
Hoofdstuk 3. Vormvereisten en publiciteit van de huwelijksovereenkomsten
Artikel 1392. II.3.–1
1. Vormvereisten van het huwelijkscontract . II.3.–1
2. Notariële authenticiteit. II.3.–1
3. Gelijktijdige toestemming. II.3.–2 Volmachten. II.3.–2
4. Huwelijkscontract in het buitenland . II.3.–2
5. Tijdstip. II.3.–2
6. Sanctie. II.3.–3
7. Vormvereiste voor latere wijzigingen van het huwelijkscontract. II.3. – 3
2. Publiciteit van het huwelijkscontract . II.3.–3
Publiciteit in de huwelijksakte. II.3.–3
Overschrijving in de registers van de hypotheekbewaarder . II.3. – 5
Publiciteit aan de handelaar opgelegd . II.3.–6
Publiciteit opgelegd wanneer een der echtgenoten tijdens het huwelijk handelaar wordt . II.3.–7
(Niet)-tegenstelbaarheid aan derden van het gebrek aan mededeling ter griffie van de rechtbank. II.3.–8
Publiciteit door opname in het register van testamenten . II.3. – 8
Hoofdstuk 4. Wijziging van de huwelijksovereenkomst vóór het huwelijk Artikel 1393. II.4.–1
Algemeen. II.4.–1 Vereisten voor de geldigheid tussenpartijen. II.4.–2
Vereisten voor de tegenstelbaarheid aan derden . II.4. – 3
Melding ter griffie van de rechtbank van koophandel . II.4. – 3
Sancties bij niet-naleving van de vereiste formaliteiten . II.4. – 4
Hoofdstuk 5. Wijziging van de huwelijksovereenkomst tijdens het huwelijk Artikelen 1394 tot 1396 . II.5.–1
1. Bestendigheid van het huwelijksstelsel . II.5.–3
2. Principe . II.5.–3
2. Aan alle wijzigingen gemene grondvoorwaarde . II.5.–4
3. Andere voorwaarden naargelang van de omvang van de wijziging . II.5.–7
De grote wijziging vereist de grote procedure. II.5.–7
Beschrijving van de grote procedure. II.5.–8 Boedelbeschrijving. II.5.–8
Regeling van de wederzijdse rechten. II.5.–9
Akte van wijziging. II.5.–10
Verzoekschrift. II.5.–11
Persoonlijke verschijning. II.5.–12 Tussenkomst. II.5.–13
Taak van de homologatierechter . II.5.–13 De belangen van het gezin of van de kinderen . II.5.–14
De rechten van derden . II.5.–15
Toetsing van de regelmatigheid van de procedure . II.5. – 16
Toetsing van de geldigheid van de overeenkomst? . II.5. – 17
Toetsing van de wetmatigheid van de wijziging? . II.5. – 17
Homologatievonnis. II.5.–19
Hoger beroep . II.5.–20
Bekendmaking van de homologatie. II.5.–20
Bekendmaking voor de echtgenoot-handelaar . II.5. – 21
Uitvoering van de wijziging: de ‘laatste akte’ of ‘slotakte’ . II.5. – 21
Overlijden van de echtgenoot tijdens de procedure . II.5. – 24
Uitwerking van de wijziging tussen echtgenoten. II.5. – 25
Uitwerking van de wijziging tegenover derden. II.5. – 26
Vrijstelling van voorafgaande inventaris en regelingsakte. II.5. – 27
Wijziging in de samenstelling van het gemeenschappelijk vermogen dat gepaard gaat met een wijziging van het eigen vermogen . II.5. – 28
Wijziging in het gemeenschappelijk vermogen door inbreng van een algemeenheid van goederen. II.5.–29
Wijziging in de samenstelling van het gemeenschappelijk vermogen dat gepaard gaat met een wijziging van de wijze van verdeling van dit gemeenschappelijk vermogen. II.5.–30
Wijziging in de samenstelling van het gemeenschappelijk vermogen dat gepaard gaat met een wijziging van andere regels inzake de werking van dit vermogen. II.5.–31
Wijziging in het gemeenschappelijk vermogen veronderstelt het vooraf bestaan van een gemeenschappelijk vermogen . II.5. – 31
Gewijzigde opdracht voor de homologatierechter . II.5. – 33
Kritische bedenkingen bij deze problematiek . II.5. – 33
Geen homologatie meer voor de kleine wijziging. II.5. – 34
Wat is een kleine wijziging? . II.5.–34
Geen homologatie meer . II.5.–35
Uitwerking van de kleine wijziging tussen echtgenoten . II.5. – 36
Uitwerking tegenover derden . II.5.–36
Publiciteit in het handelsregister. II.5.–36
Hoofdstuk 6. Bekwaamheid van de minderjarige voor het opmaken en wijzigen van zijn huwelijksovereenkomst
Artikel 1397. II.6.–1
Principe . II.6.–1
Ontheffing van de leeftijdsvereiste om een huwelijk aan te gaan . II.6. – 2
Bijstand van de ouders om een huwelijkscontract te sluiten . II.6. – 2
Machtiging van de jeugdrechtbank. II.6.–3
Overeenkomsten waarin een minderjarige in zijn huwelijkscontract kan toestemmen. II.6.–3
Schenkingen . II.6.–4
Wijziging van het huwelijkscontract voor de voltrekking van het huwelijk. II.6.–4
Wijziging van het huwelijksvermogensstelsel staande het huwelijk. II.6. – 5
Andere onbekwamen. II.6.–5
Nietigheid. II.6.–6
III. Het wettelijk stelsel
Inleiding: keuze en kenmerken van het wettelijk stelsel
Noodzaak van een aanvullend wettelijk stelsel . III.Inl. – 1
Keuze van een nieuw stelsel. III.Inl.–1
Basisopties voor het nieuw wettelijk stelsel . III.Inl. – 3
Keuze voor een stelsel met een gemeenschappelijk vermogen. III.Inl. – 3
Hoofdstuk 1. Algemeen beginsel: de drie vermogens
Artikel 1398. III.1.–1
Statuut van de onderscheiden vermogens. III.1. – 3
Hoofdstuk 2. De eigen goederen
Artikelen 1399 tot 1401 . III.2.–1
1. Principe en historiek . III.2.–2
2. Tegenwoordige goederen . III.2.–3
3. Toekomstige goederen. III.2.–4
4. Bewijs. III.2.–5
A.Bewijs ten aanzien van derden . III.2.–6
Deboedelbeschrijving . III.2.–6
Een bezit overeenkomstig de voorwaarden van artikel 2229 van het BurgerlijkWetboek. III.2.–7
Titels met vaste dagtekening. III.2.–7
Bescheiden van een openbare dienst, vermeldingen in regelmatig gehouden en opgemaakte registers, bescheiden of borderellen door de wet opgelegd of door het gebruik bekrachtigd . III.2. – 8
Bewijskracht. III.2.–9
B.Bewijs tussen echtgenoten . III.2.–10
5. Goederen eigen mits vergoeding . III.2.–11
A.Inleiding. III.2.–11
B. Toebehoren van eigen onroerende goederen of onroerende rechten (art. 1400, 1° B.W.) en van eigen waardepapieren (art.1400,2°B.W.) . III.2.–11
Omvang van het begrip 'toebehoren’. III.2.–11
Toebehoren van onroerende goederen en rechten . III.2. – 13
Toebehoren van waardepapieren. III.2.–13
Meerwaarden. III.2.–14
C. Goederen aan een echtgenoot overgedragen door een bloedverwant in opgaande lijn, hetzij om te voldoen aan wat verschuldigd is, hetzij onder verplichting een schuld van die bloedverwant aan een derde te betalen(art.1400,3°B.W.). III.2.–14
D. Aandeel dat een echtgenoot verkrijgt in een goed waarvan hij reeds mede-eigenaar was(art.1400,4°B.W.). III.2.–15
E. Goederen door zaakvervanging in de plaats getreden van eigen goederen of uit belegging of wederbelegging verkregen (art. 1400, 5° B.W.). III.2.–17
F. Gereedschappen en werktuigen die dienen tot de uitoefening van het beroep(art.1400,6°B.W.). III.2.–18
G. Rechten verbonden aan een personenverzekering door de begunstigde zelf gesloten, die hij verkrijgt bij het overlijden van zijn echtgenoot of na de ontbinding van het stelsel (art. 1400, 7° B.W.). . . III.2. – 21
6. Goederen eigen wegens hun persoonlijk karakter . III.2.–23
A. Klederen en voorwerpen voor persoonlijk gebruik (art. 1401, 1° B.W.). III.2.–24
B. Het literair, artistiek of industrieel eigendomsrecht (art. 1401, 2° B.W.). III.2.–24
C. Het recht op herstel van persoonlijke, lichamelijke of morele schade(art.1401,3°B.W.). III.2.–25
D. Het recht op pensioen, lijfrente of soortgelijke uitkering dat een echtgenoot alleen bezit(art.1401,4°B.W.). III.2.–27
E. De lidmaatschapsrechten verbonden aan gemeenschappelijke aandelen op naam(art.1401,5°B.W.). III.2.–29
Historiek. III.2.–29
Toepassingsgebied. III.2.–30
Statuut van de aandelen. III.2.–31
Conclusie. III.2.–33
Hoofdstuk 3. Wederbelegging
Artikelen 1402 tot 1404 . III.3.–1
Inleiding . III.3.–1
Aard en nut van de wederbelegging. III.3.–1
Systematische regeling in het nieuwe wettelijk stelsel . III.3. – 3
Gelijke regeling voor man en vrouw. III.3.–3
Soort en wederbeleggingen. III.3.–4
Onroerende wederbelegging (art. 1402) . III.3.–4
Definitie. III.3.–4
Oorsprong van de gelden. III.3.–5
Gemengd karakter van de gelden. III.3.–5
Vormvereisten . III.3.–6
Vervroegde onroerende wederbelegging(art. 1403) . III.3.–8
Definitie. III.3.–8
Toepassingsgebied. III.3.–9
Formaliteiten. III.3.–9
Terugbetaling binnen tweejaar . III.3.–10
Het goed is eigen vanaf het ogenblik van de terugbetaling . III.3.–10
Roerende wederbelegging (art. 1404). III.3.–11
Definitie. III.3.–11
Vrij van formaliteiten. III.3.–11
Hoofdstuk 4. Gemeenschappelijke goederen
Artikel 1405. III.4.–1
1. Inleiding .III.4.–1 Bestuursregeling. III.4.–2
2. Inkomsten uit beroepsbezigheden (art. 1405, 1°) .III.4.–3
Herkomst van de inkomsten.III.4.–3
Inkomsten en vergoedingen.III.4.–4
Inning van de inkomsten .III.4.–5
3. Vruchten, inkomsten en interesten van eigen goederen (art. 1405, 2°).III.4.–6
Begrip.III.4.–6
Ontstaansgeschiedenis .III.4.–7
Inning .III.4.–8
4. Schenkingen en legaten aan beide echtgenoten (art. 1405, 3°) .III.4.–8
Toepassingsgebied.III.4.–9
Schenking of legaat aan een echtgenoot met beding van gemeenschap.III.4.–9
Schenking of legaat aan beide echtgenoten samen. III.4.–10
5. Vermoeden van gemeenschap (art. 1405, 4°) . III.4.–10
Bestaansreden . III.4.–10
Draagwijdte. III.4.–11
Aanwinsten. III.4.–12 Hoofdstuk 5. Lasten van het eigen vermogen
Artikelen 1406 en 1407 .III.5.–1
1. Het passief van de drie vermogens .III.5.–1
A.Onderscheid tussen bijdrage en verbintenis.III.5.–1
B.Gelijke schuldenregeling voor man en vrouw. III.5.–2
2. Voorhuwelijkse schulden en schulden ten laste van erfenissen en giften (art. 1406) . III.5.–3
A.Schulden dagtekenend van voor het huwelijk. III.5.–4
B. Lasten van goederen verkregen bij schenking, erfenis of testament . . III.5. – 4
3. Schulden aangegaan in het uitsluitend belang van het eigen vermogen (art. 1407, lid 1) . III.5.–5
4. Schulden ingevolge zekerheidsstelling (art. 1407, lid 2) . III.5.–6
5. Schulden ingevolge de uitoefening van een verboden beroep (art. 1407, lid 3) . III.5.–7
6. Schulden voortvloeiend uit handelingen die een echtgenoot niet alleen mocht stellen (art. 1407, lid 3) . III.5.–7
7. Schulden uit strafrechtelijke veroordelingen of onrechtmatige daad (art. 1407, lid 4) . III.5.–8
Hoofdstuk 6. Lasten van het gemeenschappelijk vermogen
Artikel 1408. III.6.–1
Inleiding. III.6.–1
Schulden aangegaan door beide echtgenoten (art. 1408, lid 1) . III.6. – 2
Schulden ten behoeve van de huishouding en de opvoeding van de kinderen(art.1408,lid2) .III.6.–3
Schulden in het belang van het gemeenschappelijk vermogen (art.1408,lid3). III.6.–4
Lasten van gemeenschappelijke giften (art. 1408, lid 4) . III.6. – 5
Interesten van eigen schulden(art.1408,lid5). III.6.–6
Onderhoudsverplichtingen tegenover afstammelingen van een echtgenoot(art.1408,lid6) . III.6.–7
Vermoeden van gemeenschappelijk karakter van een schuld (art.1408,lid7). III.6.–8
Hoofdstuk 7. Rechten van de schuldeisers bij eigen schuld
Artikelen 1409 tot 1412 . III.7.–1
Inleiding:rechten van de schuldeisers. III.7.–2
Eigenschulden:principe(art.1409). III.7.–2
Uitzondering: beperkt verhaal op het gemeenschappelijk vermogen (art.1410-1412). III.7.–3
Hoofdstuk 8. Rechten van de schuldeisers bij schuld aangegaan door beide echtgenoten
Artikel 1413. III.8.–1
Schulden aangegaan door beide echtgenoten in dezelfde hoedanigheid . . III.8. – 1
Schulden aangegaan door beide echtgenoten in verschillende hoedanigheden. III.8.–1
Hoofdstuk 9. Rechten van de schuldeisers bij gemeenschappelijke schulden
Artikel 1414. III.9.–1
1. Principe: verhaal op de drie vermogens (volmaakte gemeenschappelijke schulden) . III.9.–1
2. Uitzondering: uitsluiting van het verhaal op het persoonlijk vermogen van de niet-contracterende echtgenoot . III.9.–2
Buitensporige schulden ten behoeve van de huishouding en de opvoeding van de kinderen(art.1414,lid2,1). III.9.–2
Interesten van eigen schulden (art. 1414, lid 2, 2) . III.9. – 2
Beroepsschulden(art.1414,lid2,3). III.9.–3
Onderhoudsschuld jegens een afstammeling van een echtgenoot (art.1414,lid2,4). III.9.–4
Hoofdstuk 10. Bestuur van gemeenschappelijk vermogen
Artikelen 1415 tot 1424 . III.10.–1
1. Inleiding . III.10.–3
Principe en historiek. III.10.–3
Bestuur. III.10.–6
2. Gelijktijdig bestuur (art. 1416). III.10.–9 Principe en historiek. III.10.–9
Gehoudenheid van de andere echtgenoot .III.10. – 10
3. Alleenbestuur (privatief bestuur, art. 1417) .III.10. – 12
Principe .III.10. –12
Toepassingsgebied.III.10. – 12
Afzonderlijke beroepsuitoefening(art.1417,lid1).III.10.–13
Gezamenlijke beroepsuitoefening(art.1417,lid2).III.10.–16
Beveiligingsmaatregelen en sancties .III.10.–19
1. Gezamenlijk bestuur (art. 1418-1419) .III.10.–20
Principe en historiek.III.10.–20
Begrip'toestemming’.III.10.–21
Toepassingsgebied.III.10.–23
2. Legaten (art. 1424) .III.10.–38
3. Beveiligingsmaatregelen en sancties (art. 1420-1423) .III.10.–39
Inleiding.III.10.–39
Rechterlijke machtiging.III.10.–40
Preventief verbod(art.1421).III.10.–43
Nietigverklaring(art.1422-1423).III.10.–45
Vergoeding .III.10.–52
Hoofdstuk 11. Bestuur van het eigen vermogen
Artikel 1425. III.11.–1
Principe en historiek. III.11.–1
Beperkingen. III.11.–1
Hoofdstuk 12. Ongeschiktheid tot bestuur van een echtgenoot
Artikel 1426. III.12.–1
1. Principe en historiek . III.12.–2
2. Toepassingsvoorwaarden . III.12.–3
3. Aard van de maatregel . III.12.–3
Gehele of gedeeltelijke ontneming van bestuursbevoegdheid (art.1426,§1B.W.). III.12.–4
Opdracht van bestuursbevoegdheden aan de andere echtgenoot of een derde . III.12.–4
4. Publiciteitsmaatregelen . III.12.–5
Randmelding in de huwelijksakte. III.12.–6
Bijzondere publiciteit voor handelaars. III.12.–6
Publicatie in het Belgisch Staatsblad . III.12.–6
5. Procedure . III.12.–6
Hoofdstuk 13. Ontbinding van het huwelijksstelsel
Artikel 1427. III.13.–1
Oorzaken van ontbinding . III.13.–1
Datum van ontbinding. III.13.–2
Overlijden van een der echtgenoten . III.13.–2
Afwezigheid . III.13.–2
Echtscheiding op grond van bepaalde feiten. III.13.–3
Echtscheiding door onderlinge toestemming . III.13. – 5
Echtscheiding op grond van feitelijke scheiding van meer dan vijf jaar. III.13.–5
Scheiding van tafel en bed. III.13.–6
Gerechtelijke scheiding van goederen . III.13.–6
Overgang naar een ander huwelijksvermogensstelsel . III.13. – 7
Nietigverklaring van het huwelijk. III.13.–7
Bekendmaking van de ontbinding. III.13.–8
Gevolgen van de ontbinding: ontstaan van een onverdeeldheid . III.13. – 8
Hoofdstuk 14. Boedelbeschrijving
Artikel 1428. III.14.–1
Verplichte boedelbeschrijving. III.14.–1
Vorm van de boedelbeschrijving. III.14.–2
Inhoud van de boedelbeschrijving. III.14.–2
Termijn om de boedelbeschrijving op te maken. III.14. – 3
Sanctie van het gebrek aan boedelbeschrijving . III.14. – 3
Bewijs door alle middelen, zelfs door algemene bekendheid. III.14. – 3
Hoofdelijke aansprakelijkheid van de toeziende voogd . III.14. – 4
Hoofdstuk 15. Overlevingsrechten
Artikel 1429. III.15.–1
1. Inhoud van het begrip 'overlevingsrechten’ . III.15.–1
Contractuele erfstellingen. III.15.–2 Huwelijksvoordelen. III.15.–3
2. Overlevingsrechten en ontbinding van het stelsel door een andere oorzaak dan het overlijden . III.15.–3
Ontbinding door echtscheiding op grond van bepaalde feiten . III.15. – 5
Ontbinding door echtscheiding op grond van feitelijke scheiding. III.15. – 6
Mogelijk vergelijk. III.15.–6
Ontbinding door echtscheiding door onderlinge toestemming . III.15. – 7
Ontbinding door scheiding van tafel en bed. III.15.–8
Ontbinding door gerechtelijke scheiding van goederen . III.15. – 8
Ontbinding door overgang naar een ander huwelijksvermogensstelsel . . III.15. – 9
Addendum: verval wegens erkenning van een in overspel verwekt kind.III.15. – 10
Hoofdstuk 16. Vereffeningsverrichtingen
Artikelen 1430 en 1431 . III.16.–1
Vereffening en verdeling. III.16.–1
Vereffeningsverrichtingen . III.16.–1 Volgorde van de verrichtingen. III.16.–2
Toepassing van de regels van het Gerechtelijk Wetboek . III.16. – 3
Toepassing van de regels betreffende de verdeling van nalatenschap . . III.16. – 4
Rechten van de erfgenamen en erfopvolgers. III.16.–4
Hoofdstuk 17. Vergoedingsrekeningen
Artikelen 1432 tot 1438 . III.17.–1
Vergoedingen. III.17.–2
Oorzaken van vergoedingen . III.17.–3
Vergoeding aan het gemeenschappelijk vermogen verschuldigd wegens betaling van eigen schulden. III.17.–4
Vergoeding aan het gemeenschappelijk vermogen verschuldigd wegens betaling van levensverzekeringspremies . III.17. – 6
Vergoeding aan het gemeenschappelijk vermogen verschuldigd wegens een schadeberokkenende handeling. III.17. – 6
Vergoeding door het gemeenschappelijk vermogen verschuldigd . III.17. – 8
Bedrag van de vergoedingen. III.17.–8
Bewijs van de vergoeding.III.17. – 12
Interesten .III.17. –13
Rekening per echtgenoot .III.17. –14
Vergelijking van de wederzijdse saldi tussen de echtgenoten .III.17. – 14
Hoofdstuk 18. Verrekening van de lasten
Artikelen 1439 tot 1441 . III.18.–1
HUWV 34 (december 2002) Inhoudstaf. – 19 21
1. Schuldverplichting . III.18.–2
Betaling van de gemeenschappelijke schulden voor de verdeling . III.18. – 2
Betaling van de gemeenschappelijke schulden na de verdeling . III.18. – 2
Beperkt voorrecht van emolumenten. III.18.–3
2. Bijdrage in de schuld. III.18.–4
Hoofdstuk 19. Verrekening van de vergoedingen
Artikelen 1442 tot 1444 . III.19.–1
Verrekening van de vergoedingen. III.19.–1
1. Vergoeding aan een echtgenoot verschuldigd (art. 1442) . III.19.–2
Verrekening. III.19.–2
Samenloop tussen voorafneming en recht van toewijzing. III.19. – 3
Toestand van de gemeenschappelijke schuldeisers . III.19. – 3
Ontoereikendheid van het gemeenschappelijk vermogen . III.19. – 3
2. Vergoeding door een echtgenoot verschuldigd (art. 1443). III.19.–4
Hoofdstuk 20. Verdeling
Artikelen 1445 tot 1449 . III.20.–1
1. Toepassing van de wettelijke regeling inzake verdeling van erfenissenIII.20. – 2
2. Verdeling bij helften. III.20.–2
3. Declaratief karakter van de verdeling . III.20.–3
4. Toewijzing bij voorrang . III.20.–3
Algemeen. III.20.–3
Recht van toewijzing in geval van overlijden. III.20.–3
Toewijzing bij voorrang na echtscheiding of scheiding van tafel en bed . III.20.–5
Toewijzing bij voorrang na gerechtelijke scheiding van goederen . III.20. – 6
Toewijsbare goederen. III.20.–6
Beneficiaris van de toewijzing na echtscheiding (art. 1447) .III.20. – 10
5. Heling .III.20. – 18
6. Kosten van vereffening en verdeling .III.20. – 19
Hoofdstuk 21. Schulden tussen echtgenoten
Artikel 1450. III.21.–1
Begrip. III.21.–1
Betaling tijdens het stelsel . III.21.–1
Betaling na ontbinding van het stelsel. III.21.–2
IV. Bedongen gemeenschapsstelsels
Hoofdstuk 1. Afwijking van het wettelijk stelsel Artikel 1451. IV.1.–1
1. Bedongen gemeenschap . IV.1.–1
Keuzevrijheid. IV.1.–1
Beperkingen. IV.1.–2
Wettelijke opsomming van de mogelijke afwijkingen. IV.1.–3
Andere mogelijkheden. IV.1.–3
Beperkte gemeenschap. IV.1.–4
Aard van de bedongen gemeenschap. IV.1.–6
2. Andere stelsels . IV.1.–7
Hoofdstuk 2. Uitbreiding van het gemeenschappelijk vermogen
Artikelen 1452 tot 1456 . IV.2.–1
1. Inbreng in gemeenschap . IV.2.–2
Begrip. IV.2.–2
Welke goederen kunnen het voorwerp van een inbreng uitmaken?. IV.2.–2
Modaliteiten van de inbreng. IV.2.–5
Doelstelling die de echtgenoten willen verwezenlijken . IV.2.–7
Gevolgen van de inbreng. IV.2.–9
2. Algehele gemeenschap . IV.2.–12
Begrip. IV.2.–12
Actieve samenstelling . IV.2.–12
Passieve samenstelling. IV.2.–13
Bestuur. IV.2.–15
Ontbinding,vereffeningenverdeling. IV.2.–15
Aard van het voordeel voortvloeiend uit de keuze van een algehele gemeenschap. IV.2.–15
Hoofdstuk 3. Vooruitmaking
Artikelen 1457 tot 1460 . IV.3.–1
Bepaling. IV.3.–2
Begunstigde. IV.3.–2
Voorwerp . IV.3.–2
Weerslag op het passief. IV.3.–3
Uitoefening in geval van overlijden . IV.3.–4
Aard van de vooruitmaking. IV.3.–4
Uitoefening in geval van ontbinding door echtscheiding of scheiding van tafel en bed. IV.3.–5
Uitoefening in geval van ontbinding door gerechtelijke scheiding van goederen. IV.3.–5
Vooruitmaking of overname naar schatting. IV.3.–6
Hoofdstuk 4. Niet gelijke verdeling
Artikelen 1461 tot 1464 . IV.4.–1
1. Afwijking van de gelijke verdeling. IV.4.–2
Geldigheid. IV.4.–2
Voorwaarde van overleving. IV.4.–2
Echtscheiding en scheiding van tafel en bed. IV.4.–2
Gerechtelijke scheiding van goederen. IV.4.–3
Andere voorwaarden. IV.4.–3
2. Passief . IV.4.–3 Verplichting tot de schuld. IV.4.–3
Bijdrage in de schuld . IV.4.–4
3. Ongelijke verdeling . IV.4.–5
Bepaling van de delen. IV.4.–5
Toekenning van een vaste som . IV.4.–5
4. Verblijvensbeding. IV.4.–6
Betekenis . IV.4.–6
Omvang. IV.4.–6
Echtscheiding,scheiding van tafel enbed,scheidingvangoederen. IV.4.–7
5. Aard van de bedingen . IV.4.–7
Principe . IV.4.–7
Beperking. IV.4.–8
Hoofdstuk 5. Bescherming van kinderen uit een vorig huwelijk
Artikel 1465. IV.5.–1
1. Algemeen. IV.5.–1
2. Historische ontwikkeling . IV.5.–3
A.Romeins recht. IV.5.–3 B.
Edit des secondes noces. IV.5.–4 C.
Code civil. IV.5.–4
Erfrechtelijke bepalingen . IV.5.–4
Huwelijksvermogensrechtelijke bepalingen. IV.5.–5
3. Actuele regeling . IV.5.–6
De Wet op de huwelijksvermogensstelsels. IV.5.–6
B.De Wet erfrecht langstlevende echtgenote . IV.5.–7
Opheffing van het bijzonder beschikbaar deel. IV.5.–7
Bijkomende bepalingen . IV.5.–7 C.
De Afstammingswet . IV.5.–8
V. Scheiding van goederen
Hoofdstuk 1. Algemeen
Bepaling. V.1.–1
Bronnen. V.1.–1
Wettelijke regeling . V.1.–2
Hoofdstuk 2. Bedongen scheiding van goederen
Artikelen 1466 tot 1469 . V.2.–1
Principe. V.2.–1
Scheiding van het actief. V.2.–2
Scheiding van het passief. V.2.–2
Scheiding van het bestuur. V.2.–3
Uitzonderingen krachtens het primair stelsel. V.2.–3
Uitzonderingen tengevolge van overeenkomsten tussen de echtgenoten. V.2.–7
Bewijsregeling.V.2.–15
Ontstentenis van bewijs.V.2.–17
Hoofdstuk 3. Gerechtelijke scheiding van goederen
Artikelen 1470 tot 1474 . V.3.–1
Algemeen. V.3.–2
Gronden. V.3.–2
Enige oplossing: de opheffing van het bestaande stelsel . V.3.–4
Rechten van derden na de scheiding. V.3.–7
Verhaal van de gemeenschappelijke schuldeisers na gerechtelijke scheiding van goederen.
V.3.–8 Herstel van het vorige stelsel . V.3.–8
VI. Bijzondere procedure inzake echtelijke moeilijkheden
Hoofdstuk 1. Vorderingen van echtgenoten betreffende hun wederzijdse rechten en verplichtingen en hun huwelijksvermogensstelsels (Deel IV, Boek IV, van het Gerechtelijk Wetboek)
Artikelen 1253ter tot 1253octies Ger. W. . VI.1.–1
1. Principe en historiek . VI.1.–3
Historiek. VI.1.–3
2. Toepassingsgebied . VI.1.–4
Geschillen i.v.m. de wederzijdse rechten en verplichtingen. VI.1.–4
Geschillen i.v.m. het huwelijksvermogensstelsel. VI.1.–4
Overige vorderingen . VI.1.–5
3. Bevoegdheid. VI.1.–6
Volstrekte bevoegdheid. VI.1.–6
Territoriale bevoegdheid. VI.1.–7
4. Procedure op verzoekschrift . VI.1.–7
Inleiding van de vordering. VI.1.–8
Inhoud en vorm van hetv erzoekschrift. VI.1.–8
5. Bijzondere bepalingen . VI.1.–9
Oproeping in raadkamer. VI.1.–9
Onderzoeksmiddelen.VI.1.– 9
Bewarende maatregelen. VI.1.–10
Uitspraak binnen vijftien dagen. VI.1.–10
Rechtsmiddelen . VI.1.–10
Wijzigingen. VI.1.–11
Publiciteitsvereisten. VI.1.–11
VII. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 1. Artikel 3 Wet 14 juli 1976
Artikelen 1 en 2 . VII.1.–1
1 Primair stelsel . VII.1.–2
Principe . VII.1.–2
Toepassingen. VII.1.–3
2 Algemene bepalingen betreffende de huwelijksvermogensstelsels. VII.1–6
3 Huwelijksvermogensstelsels . VII.1.–6
Algemeen. VII.1.–6
Echtgenoten gehuwd zonder huwelijkscontract of met een stelsel van wettelijke gemeenschap . VII.1.– 7
Echtgenoten gehuwd met een stelsel van conventionele gemeenschap VII.1.–18
Vereffening van de vroegere gemeenschap. VII.1.–22
Echtgenoten gehuwd met een stelsel van scheiding van goederen. VII.1.–25
Bijzondere problemen . VII.1.–28
Modellen voor de praktijk
Band “Topics”
1 Huwelijk en fiscus (M.-C.Valschaerts). TI.–1
2 Huwelijksvermogensrechtelijke implicaties van het faillissement (F.Aps). TII.–1
1 Het overgangsrecht m.b.t. het huwelijksvermogensrecht: een actuele stand van zaken (S.Mosselmans). TIII.–1
2 Huwelijk en vennootschappen (W.vanEeckhoutte,E.VanOostveldt, M. Van Opstalen L.Weyts) TIV.–1
5. Enkele raakpunten tussen huwelijksgoederenrecht en voorlopig bewind
(G.VanOosterwyck) TV.–1
6. De hulpverplichting en de vereffening-verdeling na echtscheiding
(S.Mosselmans). TVI.–1
7. Sociale aspecten (W.vanEeckhoutteenM.VanOpstal). TVII.–1
8. Kredietverlening aan gehuwden (A.DeWilde). TVIII.–1
9. De levensverzekering tussen echtgenoten gehuwd onder gemeenschapsstelsel (F.BuyssensenY.-H.Leleu). TIX.–1
10. Tontine en aanwas (D.Michiels).TX.–1
11. Huwelijksvermogensrecht en internationaal privaatrecht: nieuwe evoluties in een moeilijke combinatie (F.DeBock). TXI.–1
Huwelijksvermogensrecht in het nieuwe Wetboek Internationaal Privaatrecht (F.DeBock). TXIbis.–1
12. Executierechten en huwelijksvermogensrecht (E.Dirix) . TXII.–1
13. Wet op de collectieve schuldenregeling (M.Debucquoy). TXIII.–1
14. Ondernemen en huwelijksvermogensrecht (A.Deliège). TXIV.–1
15. Samenwonenden en onroerend goed (J.Verstraete). TXV.–1
16. Het huwelijksvermogensrechtelijk statuut van gelden gedeponeerd op een bankrekening (S.Mosselmans). TXVI.–1
17. Alimentatievorderingen in het primair stelsel (S.BrouwersenM.Govaerts). TXVII.–1
Band “Bronnen”
Wetteksten
Band “Bronnen 2” Fundamentele rechtspraak Bibliografie Trefwoordenregister
 

Beschrijving van dit werk door de uitgever:

Deze losbladige uitgave bundelt de volledige materie van het huwelijksvermogensrecht. In de eerste band worden wederzijdse rechten en plichten, de algemene beginselen van het huwelijksvermogensrecht, het wettelijk stelsel, de bedongen gemeenschapsstelsels, scheiding van goederen, de bijzondere procedure bij echtelijke moeilijkheden en de overgangsbepalingen behandeld. In de tweede band worden de topics inzake huwelijksvermogensrecht behandeld. De volledige inhoud wordt ondersteund door jurisprudentie en doctrine. Ieder wetsartikel wordt toegelicht met de modaliteiten, procedures, sancties, enz... Een bijzonder praktisch naslagwerk voor notarissen, juristen en advocaten.
 

voor de franstalige versie van dit boek: klik hier

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: di, 17/08/2010 - 14:04
Laatst aangepast op: zo, 10/10/2010 - 13:26

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.