VOORWOORD .v
DEEL I. KRONIEK FAMILIAAL VERMOGENSRECHT
Coördinatie Prof. Dr. JOHAN DU MONGH .1
Hfdst. I. Primair huwelijksvermogensstelsel VEERLE ALLAERTS .3
I. Algemeen . 3
II. Verplichting tot hulp en bijdrage in de lasten van het huwelijk .3
III. Bescherming van de gezinswoning . 5
IV. Hoofdelijkheid inzake schulden voor de huishouding .6
V. Dringende voorlopige maatregelen . 8
VI. Nietigverklaring van rechtshandelingen .24
Hfdst. II. Secundair huwelijksvermogensstelsel
CHARLOTTE DECLERCK .27
I. Wettelijk stelsel . 27
II. Conventionele stelsels .99
III. Huwelijkscontract . 129
IV. Wijziging van het huwelijksvermogensstelsel .131
V. Overgangsrecht .136
VI. Huwelijksvermogensrecht en IPR .139
Hfdst. III. Samenwoningsrecht
VEERLE ALLAERTS .141
I. Algemeen .141
II. Wettelijke samenwoning . 145
III. Feitelijke samenwoning .149
IV. Familiaalvermogensrechtelijke overeenkomsten .159
Hfdst. IV. Schenkingen
GUILLAUME DEKNUDT .173
I. Constitutieve bestanddelen .173
II. Grondvereisten .177
III. Vormvereisten . 200
IV. Handgift .204
V. Vermomde schenking . 213
VI. Onrechtstreekse schenking .214
VII. Schenkingen tussen echtgenoten: herroepelijkheid ad nutum .216
VIII. Schenking aan rechtspersonen .218
IX. Ontbinding van de schenking wegens ondankbaarheid . 219
Hfdst. V. Erfrecht
Prof. Dr. JOHAN DU MONGH en GUILLAUME DEKNUDT .227
I. Algemene situering .227
II. Voorwaarden vereist om te erven .232
III. Wettelijke devolutie .233
IV. Testamentaire devolutie .238
V. Erfovereenkomsten .266
VI. Reserve . 269
VII. Optierecht . 275
VIII. Heling .282
IX. Vereffening-verdeling . 287
X. Enkele familiaalvermogensrechtelijke technieken .292
XI. Erfrecht en IPR .298
DEEL II. NIEUWE WETGEVING EN WETSVOORSTELLEN
VEERLE ALLAERTS .299
Hfdst. I. Nieuwe wetgeving .301
I. Wijzigingen aan het Wetboek der Registratierechten
en het Wetboek der Successierechten: Ordonnantie
van 24 februari 2005, Decreet van 15 december 2005
en Decreet van 23 december 2005 .301
II. Wet van 15 juni 2005 tot wijziging van artikel 488bis
B.W. en artikel 1727 Ger.W.321
III. Wet van 3 december 2005 tot wijziging van de artikelen 64 en 1476 B.W. en artikel 59/1 van het Wetboek voor Zegelrechten met het oog op de vereenvoudiging van de formaliteiten voor het huwelijk en de wettelijke samenwoning .322
IV. Decreet van 7 juli 2006 houdende vrijstelling van successierechten ten voordele van de langstlevende
partner voor de nettowaarde van de gezinswoning . 324
V. Wet tot wijziging van de bepalingen van het B.W. met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan .325
VI. Franse Wet van 23 juni 2006 betreffende de hervorming van het erfrecht en het schenkingsrecht .326
Hfdst. II. Wetsvoorstellen . 327
I. Wetsvoorstellen aangaande het Burgerlijk Wetboek .327
II. Wetsvoorstellen aangaande het Wetboek der Registratie- en het Wetboek der Successierechten .335
DEEL III. VRAAGPUNTEN UIT DE PRAKTIJK .337
Hfdst. I. Inbreng van bouwgrond en het recht van terugname in de zin van artikel 1455 B.W.
SVEN MOSSELMANS .339
I. Probleemstelling .339
II. Standpunten in rechtspraak en rechtsleer .341
III. Voorwaarde van in natura aanwezigheid .342
IV. Zakenrechtelijke natrekking .342
V. Uitwerking van andere zienswijze .344
VI. Onderscheiden gevallen .347
Hfdst. II. De rechten van schuldeisers meer dan één jaar na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de homologatiebeslissing inzake de wijziging van het huwelijksvermogensstelsel
ANN MAELFAIT .349
I. Inleiding .349
II. Het arrest van het Hof van Beroep te Gent van 28 oktober 2004 als uitgangspunt .350
III. Bescherming van de rechten van derden .352
IV. Besluit .366
Hfdst. III. Hoever reikt het mandaat ad litem van een advocaat in het kader van een gerechtelijke vereffening-verdeling?
FILIP VAN LIEMPT .367
I. Inleiding .367
II. Gemeen recht .367
III. Het mandaat ad litem – artikel 440, tweede lid Ger.W.371
IV. Het mandaat ad litem van een advocaat in het
kader van een gerechtelijke vereffening-verdeling .376
V. Besluit .380
Hfdst. IV. Schuldvorderingen in scheidingsstelsels DOMINIQUE PIGNOLET .383
I. Situering .383
II. Beginselen van scheidingsstelsels . 384
III. Onveranderlijkheid van de eigendom en schuldvorderingen van de echtgenoot solvens .386
IV. Verweer tegen de aanspraken van de echtgenoot solvens .391
V. Besluit .403
Hfdst. V. Het lot van tegenbrieven bij echtscheiding door onderlinge toestemming
SVEN MOSSELMANS .405
I. Bestendigheid van de huwelijksvoorwaarden .405
II. Wijziging van de overeenkomsten tijdens deprocedure tot echtscheiding door onderlinge toestemming .407
III. Tegenbrieven .410
IV. Het lot van tegenbrieven tijdens de procedure tot echtscheiding .411
V. Het lot van tegenbrieven na de echtscheiding .412
VI. Cassatiearrest van 15 mei 2006 .415
VII. Besluit .417
Hfdst. VI. De instemmingsvereiste van artikel 918 B.W.: quid, quando, quis?
KOEN VANWINCKELEN .421
I. Tweeledig doel . 421
II. Toepassingsgebied . 423
III. Vermoeden van vermomde schenking .424
IV. Vermoeden van schenking buiten erfdeel .425
V. Instemming van de niet-begunstigde reservataire erfgenamen . 427
VI. Samengevat .433
Hfdst. VII. Kan een schenking buiten deel die werd gedaan om de reservataire rechten te fnuiken, enkel worden aangevochten met een vordering tot inkorting?
Prof. Dr. JOHAN DU MONGH .435
I. Algemeen .435
II. Bepaling van de reserve als pars hereditatis .435
III. Herstel van de nalatenschap ten opzichte van de reservatairen – bescherming van de kwantitatieve reserve, in de regel middels de vordering tot inkorting van de gift .436
IV. Schending van de kwalitatieve reserve leidt tot nietigverklaring .444
V. Kritische slotbedenking de lege ferenda .447
Hfdst. VIII. Enkele bedenkingen inzake de toepassing van het Vlaamse 2 % schenkingsrecht op (oude) handgiftenen buitenlandse notariële aktes en de (eventuele) burgerrechtelijke gevolgen
PETER VERBANCK . 449
I. Inleiding .449
II. Historische situering .450
III. Enkele basisprincipes van erfrecht. Recht in natura en fictieve massa .451
IV. Problemen bij planningen .452
V. Wetswijziging .455
VI. Consequenties . 456
VII. Schenkingsrecht van artikel 140bis W.Reg. moet zijn toegepast .458
VIII. Toepassing van schenkingsrecht ook interessante fiscale gevolgen .458
IX. Kan een buitenlandse notariële akte ter registratie worden aangeboden? . 459
X. Kan een handgift ter registratie worden aangeboden? .460
XI. Hoe worden de te betalen schenkingsrechten dan berekend? . 462
XII. Kan een handgift (d.w.z. de stavingsdocumenten) ter registratie worden aangeboden met toepassing van het 2%-tarief? . 465
XIII. Wat zijn dan de burgerrechtelijke gevolgen van dergelijke registratie? .466
XIV. Conclusie .468
Hfdst. IX. Kan een maatschap de positie van de langstlevende echtgenoot versterken in het geval van stiefkinderen?
ANN MAELFAIT .469
I. Inleiding .469
II. Oprichting van een maatschap .471
III. Ontbinding van een maatschap .479
IV. Besluit .480
Hfdst. X. Van oud naar nieuw internationaal huwelijksgoederenen erfrecht. Over gemeenschappelijke testamenten en kwalificaties
Prof. Dr. WALTER PINTENS .483
I. Een praktijkgeval als uitgangspunt .483
II. De bevoegde rechter .484
III. Het toepasselijke recht .485
IV. De geldigheid van het gemeenschappelijk testament .486
V. Het erfrecht van de langstlevende echtgenoot .490
VI. De forfaitaire verhoging van het erfrecht van de langstlevende echtgenoot . 492
EPILOOG .495
De vrijstelling van de successierechten op de gezinswoning
Prof. Dr. WALTER PINTENS .497