Voorwoord
HOOFDSTUK 1 DE VERJARING VAN DIRECTE BELASTINGEN
Afdeling 1. Aanslagtermijnen en verjaringstermijnen
Afdeling 2. De verjaring van inkomstenbelastingen
§1. Aanslagtermijnen
I. Aanslagtermijnen zijn vervaltermijnen
II. Waarom een aanslagjaar?
III. Het kohier
IV. Aanslagtermijnen inzake inkomstenbelastingen
A. De gewone aanslagtermijn in geval van regelmatige aangifte
B. Driejarige aanslagtermijn bij gebrek aan regelmatige aangifte
C. Vijfjarige termijn in geval van fraude
D. Mogelijkheid om de aanslag te vestigen na de drie- of vijfjarige aanslagtermijn
1. Algemeen
2. Gegevens blijkend uit een rechtsvordering
3. Bewijskrachtige gegevens die niet-aangifte aantonen
E. Hervestiging in geval van nietigverklaring
1. Nieuwe aanslag na vernietiging van een vorige
2. Subsidiaire aanslag
V. Aanslagtermijnen voor de voorheffingen en de administratieve boete
VI. Aanslagtermijnen voor de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen
VII. Hoe en hoelang kan de belastingplichtige de “verjaring” of beter de laattijdigheid van de aanslag inroepen?
§2. Verjaringstermijnen of verjaring van de invordering
I. Bevrijdende verjaring
II. De verjaring inzake belastingen is van openbare orde
III. Wetsbepalingen
IV. Verjaringstermijn en vertrekpunt
V. Berekening van de verjaringstermijn
A. Algemeen
B. Berekening van de verjaringstermijn in geval van schorsing
VI. Stuiting van de verjaring
A. Begrip
B. Wijze van verjaringstuiting
C. Stuiting door de titularis van het recht
1. Dagvaarding voor het gerecht en gelijkgestelde akten
2. Bevel tot betaling of dwangbevel
3. Beslag
D. Stuiting uitgaande van degene in wiens voordeel de verjaring loopt
1. Schulderkenning
2. Verzaking aan de op de verjaring verlopen termijn
E. Gevolgen van de stuiting
1. Uitwerking wat de rechten betreft
2. Uitwerking wat de personen betreft
3. Heeft de stuiting tegen één echtgenoot uitwerking tegen beide echtgenoten?
4. Gevolgen van de stuiting voor de toekomst: vertrekpunt van de nieuwe verjaring
5. Duur van de nieuwe verjaringstermijn
VII. Schorsing van de verjaring
A. Begrip
B. De schorsing vloeit voort uit de wet
C. Schorsing in geval van opschorting van de eisbaarheid van bepaalde fiscale schulden
D. Schorsing indien een geding voor het gerecht aanhangig is
E. Schorsing in geval van onmogelijkheid tot vorderen?
F. Schorsing van de verjaring door een rechtsgeding, bezwaar of verzoek om ontheffing
1. Wisselwerking tussen de schorsing in geval van geschil en de stuitende werking van de conclusie
2. Duur van de schorsing
3. Inwerkingtreding van de nieuwe schorsingsgrond
4. Toepassingsgebied: voor welke aanslagen geldt de schorsing?
VIII. Op welk ogenblik moet de verjaring van de invordering worden ingeroepen?
IX. De verjaring van betwiste directe belastingen
A. De grond van het probleem: de invloed van de betwisting van een aanslag op de invorderingsmogelijkheden
B. Ingrepen van de wetgever
1. Schorsing van de verjaring in geval van betwisting van de aanslag of de invordering
2. Interpretatieve bepaling inzake de toepassing van artikel 2244 B.W. op het vlak van de inkomstenbelastingen
a. Wettekst
b. Interpretatieve bepaling of retroactieve bepaling?
c. Beoordeling door het Grondwettelijk Hof
d. Verenigbaarheid van artikel 49 met artikel 6 EVRM en artikel 1 van Protocol nr. 1
e. Toepassing van het EVRM op de verjaring van betwiste belastingen
f. Werkt artikel 49 terug in de tijd?
C. Zijn de oude betwiste belastingschulden veilig voor de verjaring?
1. Is het bijzonder verjaringstuitend bevel tot betaling een verjaringstuitende akte?
a. Is artikel 49 Programmawet 9 juli 2004 van toepassing op het bijzonder verjaringstuitend bevel tot betaling?
b. Stuit het “verjaringstuitend bevel tot betaling”, gelet op zijn aard, de verjaring?
2. Toestand indien het bijzondere verjaringstuitende bevel tot betaling niet verjaringstuitend blijkt
a. Schorsing op grond van artikel 2251 B.W.?
b. Onmogelijkheid om de verjaring te stuiten?
D. Betekening van dwangbevelen voor betwiste belastingen in de toekomst
X. Verjaring in geval van invorderingsbijstand
§3. Termijnen om teruggave van directe belastingen of overschotten van voorheffingen of voorafbetalingen te verkrijgen
I. Teruggave na bezwaar
A. Termijn
1. Gewone termijn
2. Bijzondere termijnen
B. Aard van de termijn
C. Wie kan het administratieve beroep instellen?
D. Bevoegde ambtenaar
II. Ambtshalve ontheffing
III. Verhaal in rechte
A. Termijn
B. Wijze van rechtsingang
C. Bevoegde rechtbank
D. Administratief beroep vooraf is verplicht
E. Rechtsmiddelen
IV. Terugbetaling van nog niet verrekende voorafbetalingen
V. Terugbetaling van voorheffingen en voorafbetalingen in geval van gebrek aan aanslag of in geval van laattijdige aanslag inzake inkomstenbelastingen
A. Regel
B. Hoe terugbetaling van voorheffingen en voorafbetalingen bekomen in geval van gebrek aan aanslag of van laattijdige aanslag?
VI. Vernietiging van de aanslag in de inkomstenbelasting leidt niet automatisch tot terugbetaling
VII. Terugvordering van onverschuldigde betalingen
A. Onverschuldigde betaling door een belastingplichtige
B. Terugbetaling van ten onrechte geïnde nalatigheidsinteresten
C. Onverschuldigde betaling door de belastingadministratie
HOOFDSTUK 2 VERJARING INZAKE BTW
Afdeling 1. Algemeen
§1. Schematisch overzicht van de verjaringsregels
I. Verjaring van de vordering tot voldoening
II. Verjaring van de vordering tot teruggaaf
§2. Geen onderscheid tussen aanslagtermijnen en verjaringstermijnen
§3. Wettelijke regeling
§4. Afstemming op de termijnen inzake inkomstenbelastingen
§5. Demarcatielijn tussen het oude verjaringsstelsel en het nieuwe
Afdeling 2. Verjaringstermijnen in het nieuwe verjaringsstelsel
§1. Vordering tot voldoening van de BTW
I. Beginpunt initiële verjaringstermijn: opeisbaarheid van de betaling
II. Duur van de verjaringstermijnen van de vordering tot voldoening
A. Initiële verjaringstermijn
1. Geen vaste termijn
2. Algemene regel: driejarige termijn
3. Vijfjarige termijn in geval van fraude
4. Zevenjarige termijn in geval van inlichtingen van buitenlandse autoriteiten, rechtsvorderingen en bewijskrachtige gegevens
5. Tweejarige termijn in geval van schattingsprocedure
6. Referentiepunt voor de berekening van het eindpunt van de verjaringstermijnen in het nieuwe stelsel: opeisbaarheid van de belasting
a. Vertrekpunt bij leveringen van goederen
b. Vertrekpunt bij diensten
c. Vertrekpunt bij intracommunautaire verwervingen
d. Vertrekpunt bij invoer
B. Verjaringstermijn na stuiting
§2. Vordering tot teruggaaf van BTW
I. Afbakening van het oude en het nieuwe verjaringsstelsel
II. Duur van de verjaringstermijnen van de vordering tot teruggaaf in het nieuwe verjaringsstelsel
A. Initiële verjaringstermijn in het nieuwe verjaringsstelsel: driejarige termijn
1. Onderscheid tussen vordering tot teruggaaf en uitoefening van het recht op aftrek
2. Beginpunt van de verjaring
3. Eindpunt van de verjaring
4. Oorzaken van teruggaaf en tijdstip waarop ze zich voordoen
a. Teruggaaf van belasting geheven van een levering van goederen, van een dienst of van een intracommunautaire verwerving van een goed
b. Teruggaaf van belasting geheven ter zake van invoer
5. Uitoefening van de vordering tot teruggaaf: administratieve procedure
a. Door aangifteplichtigen
b. Bijzonder geval: op verzoek van de administratie betaalde bedragen: geen administratieve procedure
c. Door niet-aangifteplichtigen
6. Vordering in rechte van de teruggaaf
7. Overeenstemming van de uitoefeningsregels met de basisregels inzake de verjaring
8. Bijzonder geval: Terugbetaling van het creditsaldo van een bijzondere rekening op het ogenblik van de definitieve afsluiting van de rekening-courant van de belastingplichtige
B. Verjaringstermijn na stuiting
C. Terugvordering van onverschuldigde betalingen
Afdeling 3. Verjaringstermijnen in het oude verjaringsstelsel
§1. Verjaringstermijnen van de vordering tot voldoening in het oude verjaringsstelsel
I. Initiële verjaringstermijn
II. Verjaringstermijn na stuiting
§2. Verjaring van de vordering tot teruggaaf in het oude verjaringsstelsel
Afdeling 4. Stuiting van de verjaring
§1. Gemeenrechtelijke stuitingswijzen
I. Dagvaarding
II. Bevel tot betaling
III. Kennisgeving van het dwangbevel
IV. Beslag
V. Stuit het vereenvoudigd beslag onder derden van artikel 85bis W.B.T.W. de verjaring?
VI. Schulderkenning
§2. Bijzondere fiscale stuitingswijzen
I. Afstand van de verlopen tijd der verjaring
II. Kennisgeving van het dwangbevel
§3. Gevolg van de stuiting
§4. Begindatum van de nieuwe verjaring na stuiting
Afdeling 5. Schorsing van de verjaring
§1. In de nieuwe verjaringsregeling
I. Schorsing in geval van rechtsgeding met betrekking tot de toepassing of de invordering van de belasting
II. De informele administratieve bezwaarprocedure heeft geen invloed op de verjaring
III. Schorsing van de verjaring indien een geding voor het gerecht aanhangig is
IV.Schorsing van de verjaring ingeval van wettelijk beletsel om de betaling van de verjaring te bekomen
V. Uitstel van betaling naar Nederlands recht schorst de verjaring van de vordering tot voldoening van Belgische BTW niet
VI Schorsing van de verjaring van de vordering tot teruggaaf
§2. Schorsing van de verjaring in het oude verjaringsstelsel
Afdeling 6. Verjaring van betwiste BTW-schulden
§1. Invloed van de betwisting van de BTW-schuld op de tenuitvoerlegging van het dwangbevel en op de stuiting van de verjaring
§2. Invloed van een verzet voorafgaand aan de uitvaardiging van het dwangbevel
§3. Mogelijke oorzaken van de beperkte moeilijkheden op het vlak van de verjaring van betwiste BTW
Besluit
Bibliografie
Zaakregister